Politiek van Amerika

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • 4e klas havo | 4305 woorden
  • 11 november 2003
  • 38 keer beoordeeld
Cijfer 6
38 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview
Voorwoord We zijn vijf gemotiveerde leerlingen van het Technisch Instituut Sint-Jansberg te Maaseik. We maken voor het vak mavo een presentatie over de Verenigde Staten van Amerika. We bespreken vooral de politiek in deze bundel. Hiermee zouden we de klasgenoten meer inzicht geven hoe het op politiek vlak in de V.S. eraan toe gaat. Deze bundel is in een paar delen opgesplitst. We vertellen hoe de president wordt verkozen, wat het verschil is tussen de democraten en de republikeinen, over John F Kennedy en over Abraham Lincoln. In de klas zullen wij dan ook een presentatie houden over de punten die net vernoemd zijn. Maar in deze bundel zullen deze punten uitgebreider zijn dan we ze voordragen. We hopen dat dit onderwerp jullie aanspreekt en wensen jullie veel plezier om naar deze presentatie te luisteren. We willen iedereen vast bedanken voor de interesse die jullie getoond hebben. Presidenten van Amerika Jaartal Republikeinen Democraten

1789 G.Washington
1792 G.Washington
1796 J.Adams
1800 T.Jefferson
1804 T.Jefferson
1808 J.Madison
1812 J.Madison
1816 J.Monroe
1820 J.Monroe
1824 J.Quincy Adams
1828 A.Jackson
1832 A.Jackson
1836 M. van Buren
1840 WH Harrison/ J Tylor
1844 J.K. Polk
1848 Z.Taylor / M.Fillmore
1852 F.Pierce
1856 J.Buchanan
1860 A.Lincoln
1864 A.Lincoln (1865) A.Johnson
1868 U.S. Grant
1872 U.S. Grant
1876 R.B. Hayes
1880 J.A. Carfield
1884 G.Cleveland
1888 B.Harrison
1892 G.Cleveland
1896 W. MC Kinley
1900 W. MC Kinley

1904 TH. Roosvelt
1908 W.H. Taft
1912 W.Wilson
1916 W.Wilson
1920 W.G. Harding
1924 C.Coolidge
1928 H.Hoover
1932 F.Roosevelt
1936 F.Roosevelt
1940 F.Roosevelt
1944 F.Roosevelt
1948 H.S. Truman
1952 D.D.Eisenhower
1956 D.D.Eisenhower
1960 J.F.Kennedy (1963) L.B.Johnson
1964 L.B.Johnson
1968 R.Nixon
1972 R.Nixon (1974) G.Ford
1976 J.Carter
1980 R.Reagan
1984 R.Reagan
1988 G.Bush
1992 G.Bush
1995 B.Clinton
1999 B.Clinton
2003 G.Bush jr. 2007 ? ? Abraham Lincoln ( Hodgenville, Kentucky, 12 febr. 1809- Washington D.C 15 april
1865 ), Amerikaanse staatsman, groeide op in Kentucky en Indiana, toen het Wilde

Westen, vestigde zich in 1830 in Illinois, woonde van 1832 tot 1837 in het plaatsje
New Salem, oefende allerlei beroepen uit maar wijdde zich ook aan de rechtenstudie en werd in 1836 advocaat. In 1837 vestigde hij zich in Springfield. Intussen had hij zich in de politiek begeven en was voor de Whig-Partij
Lid van de Wetgevende Vergadering van de staat ( 1834-1842 ) en van het huis van afgevaardigen in Washington ( 1847-1849 ), waarna hij zich weer uit de politiek terugtrok. Als advocaat kreeg hij grote roem. De aanvaarding van de Kansas-Nebraska-wet in 1854 bracht hem echter weer terug in de politiek. Hij sloot zich in 1856 aan bij de nieuwe Republikeinse Partij en was daarvoor in 1858 kandidaat voor het senatorschap van Illinois. Wel werd hij door de zittende senator, Stephen Douglas, de maker van de Kansas-Nebraska-wet, verslagen, maar de wijze waarop hij in zeven openbare debatten met zijn tegenstander het Republikeinse standpunt uiteenzette, maakte hem beroemd in het hele land. Lincon was geen voorstander van, maar meende dat de slavernij door het Congres moest worden ingeperkt en niet toegelaten in de nieuw te organiseren territorien in het westen. Hij meende dat de slavernij niet grondwettig kon worden afgeschaft, maar dat zij een zedelijk kwaad was, dat door inperking op den duur zou kunnen verdwijnen. Vandaar dat hij Douglas’ idee van zelfstandige keuze van de westelijke gebieden voor of tegen de slavernij fel verwierp. Slavernij was een nationale zaak, waarover de federale regering moest beslissen. In 1860 stelde de Republikeinse Partij Lincon kandidaat voor het presidentschap. De verdeeldheid binnen de Democratische Partij maakte dat Lincon met een minderheid van stemmen toch verkozen werd. In febr. 1861 vormden de zuidelijke staten een aparte staat, de Geconfedereerde Staten van Amerika. Lincon wilde de Unie handhaven, maar niet de oorlog tegen de afgescheiden staten beginnen. Beschieting door de zuidelijken van het fort Sumter leidde echter tot de Burgeroorlog. Lincon toonde zich in deze oorlog een groot leider, tegelijkertijd omzichtig en beslist. Aanvankelijk aarzelde hij over de afschaffing van de slavernij, maar op 1 jan. 1863 tekende hij de gelijkstelling voor openlijke afkondiging, een oorlogsmaatregel die hij nam als opperbevelhebber, om de stemming in Europa te beinvloeden en radicalen in zijn eigen regering tevreden te stellen. Maar hij ijverde ook voor de grondwettige afschaffing door het Congres, die in 1865 tot stand kwam. Het voornaamste oorlogsdoel van Lincon was het bewaren van de eenheid van het land, omdat hij geloofde dat het uiteenvallen van de unie een bewijs zou zijn dat de Democratie niet levensvatbaar was. Niet uit nationalistische, maar uit democratische overwegingen stelde hij daarom alles in het werk om de eenheid te herstellen. In de oorlogsvoering was het Noorden aanvankelijk niet erg gelukkig. Lincon bemoeide zich persoonlijk met de strategie, tot hij de generaal had gevonden in wie hij volledig vertrouwen had, nl. Ulysses Simpson Grant. Tijdens de oorlog reeds bereidde hij plannen voor om de reconstructie van het zuiden ter hand te nemen na de overwinning, waarbij hij uitermate verzoenend te werk wilde gaan. Lincolns persoonlijkheid is niet gemakkelijk te doorgronden. Hij had een zeer gesloten karakter, was melancholiek van aard en vond verlichting in een zeer orginele en milde humor. Gereserveerd in zijn optreden, bracht hij hen die hem ontmoeten of met hem samenwerkten, eerder tot respect dan tot vertrouwelijkheid. Lincoln leeft vooral voort in zijn redevoeringen, die helder en boeiend waren. Vooral de rede op het kerkhof van Gettysburg en de tweede bevestigde rede ( 4 maart 1865 ) zijn bekend gebleven. In Gettysburg sloot hij zijn rede af met het vertrouwen uit te spreken dat een regering van het volk, voor het volk, door het volk, niet zou verdwijnen van de aarde ; in de tweede inaugurele rede vroeg hij van zijn volk om de leiding van God in het gebeurde te erkennen en te streven naar verzoening ‘met haat tegen niemand en liefde voor allen’. Maar voordat hij dit programma zelfs maar kon beginnen, werd hij op 14 april 1865 in de schouwburg te Washington neergeschoten door de toneelspeler John Wilkes Booth, die met die daad meende het zuiden te wreken. De volgende morgen vroeg overleed Lincoln in het ‘Peterson House’. In de Amerikaanse geschiedenis was Lincoln de eerste president die vermoord werd. Op 4 mei werd Lincoln begraven in Springfield. Hij werd bijgezet in de familiekelder op het ‘Oak Ridge’ kerkhof. Zijn dood ontketende in het Noorden sterke wraakgevoelens en gaf radicale Republikeinen de kans om tegenover het Zuiden een onverzoenlijk politiek te beginnen. Na de dood van Lincoln is de grote verheerlijking van de president-martelaar begonnen; in hem heeft het Amerikaanse volk de held en heilige bij uitstek gevonden, een man, uit het volk voortgekomen, maar tegerlijketijd daar ver boven uitstijgend. Zijn geboortedag is thans een nationale feestdag en overal treft men monumenten van hem aan, waaronder het zeer beroemde in de hoofdstad Washington, van de hand van de beeldhouwer Daniel Chester French. John Fitzgerald Kennedy Amerikaanse staatman, president van de Verenigde Staten van 1961-1963. De tweede zoon van Joseph P. Kennedy, studeerde aan de Londense School of Economics en in Harvard en was tijdens de tweede wereldoorlog commandant van een patrouilleboot. Na een schipbreuk in 1943 werd hij wegens’opvallende moed, uithoudingsvermogen en leidinggevende kwaliteiten’ onderscheiden. Na de oorlog ging hij in de politiek, werd al in 1946 voor de Democraten lid van het Huis van Afgevaardigen gekozen en in 1952 tot senator. In 1953 huwde hij met Jacqueline Lee Bouvier. In 1958 volgde zijn herverkiezing als senator. Naam maakte hij in deze tijd vooral door zijn bestrijding van corruptie in de vakbonden. In 1960 werd hij, na een reeks indrukwekkende overwinningen in de voorverkiezingen, Democratisch kandidaat voor het presidentschap en won met een zeer geringe marge van Richard Nixon. Hij was de eerste rooms-katholieke president van de Verenigde Staten. Kennedy zag als voornaamste taak van zijn presidentschap een vermindering van de internationale spanningen, maar begon met een ernstige fout doordat hij de plannen die al onder de vorige regering gemaakt waren om een invasie van Cubaanse emigranten in Cuba toe te laten en gedeeltelijk te steunen, liet doorgaan, wat tot een hindernis leidde. In 1962 wist hij echter door zijn krachtige en toch voorzichtige optreden Chroesjtsjov te dwingen een geheime bewapening van Cuba met rakketen te staken en reeds in 1963 sloot hij met de Sovjet-Unie en Groot-Brittannie het Nuclear Test Ban- verdrag, waarbij proeven met nucleaire wapens boven de grond verboden werden. Niet zo gelukkig was Kennedy in zijn Aziatische politiek. Wel kwam in 1962 een verdrag tot stand dat de strijdende partijen in Laos verzoende, maar meer en meer stelden de Verenigde Staten zich achter de regering van Zuid-Vietnam. Wellis waar werd in nov. 1963 de ultrarechtse Zuid-Vietnamese leider Diem ten val gebracht, maar de steun aan de toen aan de macht gekomen generaals werd voortgezet. Kennedy wilde echter niet met troepen steunen, maar stuurde wel vele gewapende ‘adviseurs’. ( Bij zijn dood waren er 15000 in Vietnam.) Kennedy gaf zijn politiek de naam New Frontier, waarmee hij wilde uitdrukken dat de Verenigde Staten na de periode van stilstand onder Eisenhower weer in beweging moesten worden gebracht. Op het terrein van de binnenlandse politiek werden er allerlei sociale maatregelen voorgesteld, zoals medische zorg voor de oude van dagen, federale steun aan het onderwijs en aanpak van stedelijke problemen. Door de tegenstand van het Congres slaagde hij er echter niet in zijn voornaamste hervormingen door te voeren. Bovendien werd hij vrij plotseling geconfronteerd met de verscherping van het rassenprobleem. In 1962 moest hij federale troepen sturen om de wet te handhaven in Mississippi, waar de zwarte James Meredith niet werd toegelaten tot de universiteit, ondanks nadrukkelijk rechterlijk bevel. Hoewel Kennedy enigszins laat tot het inzicht kwam dat de rassenkwestie binnenlands het centrale probleem werd, nam hij daarna versterkende maatregelen: in 1963 kwam hij met een uitgebreid wetsvoorstel voor verbeterde burgerrechten. In het zelfde jaar werd Kennedy bij een bezoek aan Dalles door een sluipschutter, Lee Harvey Oswald, vermoord. Enige dagen later werd de moordenaar zelf neergeschoten. De moordzaak werd door een speciale commissie onderzocht en deze legde haar bevindingen neer in een uitvoerig rapport, maar kon niet de onzekerheid en ongerustheid in het land en in de wereld wegnemen over de duistere achtergronden van de moord. De schok van de gebeurtenis was in de gehele wereld zeer groot. Kennedy was voor miljoenen het symbool geworden van de hoop op vrede en een nieuw begin. De betekenis van president Kennedy moet vooral gezien worden in wat hij begonnen is, meer dan in wat hij heeft bereikt. Hij heeft enkele jaren het land bezield met idealisme, hij heeft zich omringd met bekwame adviseurs, veelal intellectuelen, die aan zijn politiek weer diepte en achtergrong gaven, hij heeft de vergeten groepen, de armen, de ouden van dagen, de zwarten, weer hoop gegeven, hij heeft het gewaagd door een radicaal nieuwe koers de hoop op vrede te doen herleven. Door zijn dood verdween de drift tot vernieuwing van boven af, waarvoor Kennedy zich had ingezet, maar de geest die hij had opgeroepen, zou toch op den duur niet meer te bedwingen zijn en zich telkens weer manifesteren. Hier speelt het hele gebeuren van de president zich af zodra die gekozen is Het verkiezen van een nieuwe president gebeurt als volgt 1. De uitvoerende macht zal bij een President van de Verenigde Staten berusten. Hij zal zijn ambt behouden gedurende een termijn van vier jaar, samen met de Vice-President die voor het dezelfde termijn gekozen wordt, gekozen worden als volgt: 2. Elke Staat zal, op de wijze zoals bij hun de Wetgevende macht voorschrijft, evenveel kiesmannen aanstellen als het totale aantal Senatoren en Afgevaardigden waarop de Staat recht kan hebben in het Congres, evenwel zal geen Senator of Afgevaardigde of persoon die een vertrouwensambt of bezoldigd ambt bekleedt onder de Verenigde Staten, als kiesman worden aangesteld. 3. De kiesmannen zullen samen komen in hun respectieve Staten en schriftelijk stemmen voor twee personen, waarvan tenminste een geen inwoner zal zijn van hun Staat. En zij zullen een lijst opstellen van alle personen voor wie gestemd werd, en het aantal stemmen voor elk vermelden, welke lijst zij zullen ondertekenen en waarmerken, en verzegeld overmaken aan de zetel van de Regering van de Verenigde Staten, gericht aan de Voorzitter van de Senaat. De Voorzitter van de Senaat zal, in aanwezigheid van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, alle certificaten openen, en de stemmen zullen dan worden geteld. De persoon die het grootste aantal stemmen heeft zal de President zijn, indien dat aantal een meerderheid is van het aantal aangestelde kiesmannen; en als er meerdere personen zijn met een dergelijke meerderheid, en zij een gelijk aantal stemmen hebben, dan zal het Huis van Afgevaardigden onmiddellijk schriftelijk een van hen tot President kiezen, en als geen enkele persoon een meerderheid heeft, dan zal het voornoemde Huis onder de eerste vijf op de lijst op dezelfde wijze de President kiezen. Maar bij de verkiezing van de President zal de stemming per Staat geschieden, waarbij de vertegenwoordiging van elke Staat een stem heeft. Voor dat doel zal het quorum bestaan uit een lid of leden van twee derde van de Staten, en een meerderheid van alle Staten zal nodig zijn om een keuze te maken. Na de verkiezing van de President wordt in elk geval die persoon Vice-President, die het grootste aantal stemmen van de kiesmannen heeft. Maar als er twee of meer zouden zijn die gelijke stemmen hebben, zal de Senaat schriftelijk onder hen de Vice-President kiezen. 4. Het Congres bepaalt het tijdstip waarop de kiesmannen gekozen worden, en de dag waarop zij hun stemmen zullen uitbrengen, welke dag hetzelfde zal zijn in geheel de Verenigde Staten. 5. Geen persoon tenzij een burger door geboorte, of een burger van de Verenigde Staten op het ogenblik van de aanvaarding van de Grondwet, zal verkiesbaar zijn tot het ambt van President; evenmin zal enige persoon verkiesbaar zijn tot dit ambt die niet de leeftijd van vijfendertig jaar heeft bereikt en gedurende veertien jaar verbleven heeft binnen de Verenigde Staten. 6. Wanneer de President uit zijn ambt wordt onzet, of wanneer hij overlijdt, ontslag neemt, of niet in staat is de machten en verplichtingen van zijn ambt te vervullen, zal dit ambt overgaan op de Vice-President; en het Congres kan bij wet voorzien in het geval van ontzetting, overlijden, ontslagname of onmogelijkheid van zowel de President als de Vice-President, en bepalen welke ambtenaar dan de taak van President zal vervullen, en deze ambtenaar zal aldus handelen tot de onmogelijkheid is verwijderd of een President gekozen zal zijn. 7. De President zal, op gezette tijden, voor zijn diensten een compensatie ontvangen die nog verhoogd, nog verlaagd zal worden tijdens de termijn waarvoor hij gekozen zal zijn, en hij zal tijdens deze termjn geen andere vergoeding ontvangen van de Verenigde Staten of van enige Afzonderlijke Staat. 8. Voordat hij de uitvoering van zijn ambt zal aanvangen, zal hij volgende eed of belofte afleggen: "Ik zweer (of beloof) plechtig dat ik getrouw het ambt van President van de Verenigde Staten zal uitoefenen, en dat ik naar best vermogen de Grondwet van de Verenigde Staten zal bewaren, beschermen en verdedigen." Enkele noodzaken om een goede president te worden. -Profiel: Zijn persoonlijkheid speelt een belangrijke rol. Hij moet ambitie en overtuigingskracht hebben en hij moet een leiderfiguur zijn. Hij moet de anderen van zijn gelijk kunnen overtuigen. Voorwaarden: - Hij moet Amerikaan zijn van geboorte. - Hij moet minstens 14 jaar in Amerika wonen. - Hij moet minstens 35 jaar oud zijn. - Hij wordt voor vier jaar gekozen en herverkiezing is slechts eenmaal mogelijk. (Hij kan dus vier of acht jaar aan de macht blijven) Wat hij de VSA te bieden heeft: - Prestige. - Macht. - Verantwoordelijkheid. Een president heeft een loon van 200000 $ per jaar en daarbij ontvangt hij ook nog eens 170000 $ per jaar als vergoeding voor onkosten.
Democratische Partij Politieke partij in de Verenigde Staten, ontstaan uit de door Thomas Jefferson opgerichte Republikeinse partij. Deze laatste partij had als voornaamste beginsel verzet tegen de federale macht. Jefferson geloofde dat het belang van de gewone burger het meest gediend was door zoveel mogelijk lokale democratie, vandaar zijn strijd voor de rechten van de afzonderlijke staten. Deze eerste ‘republikeinse partij’ nam tijdens het bewind van president Monroe ook de Federalisten in zich op en werd de enige nationale partij. Weldra bleek dit echter een kunstmatige binding. De vertegenwoordigers der industriële belangen, die reeds onder hun leider Hamilton waren opgekomen voor een sterk centraal gezag, scheidden zich weer af van de Republikeinse partij tijdens de regering van president Jackson en vormden de Whig-partij. Jackson stond in de traditie van Jefferson in zijn principes van vrijheid voor de enkeling, maar toch was hij een krachtig president, die scherp optrad tegen de rechten der staten. De partij kreeg nu de naam Democratische partij. Een moeilijke periode was de Burgeroorlog, die een totale verslagenheid onder de Democraten te weeg bracht, ten eerste tussen noordelijke en zuidelijke Democraten, en ten tweede in het noorden tussen oorlogs- en vredesdemocraten. Het gevolg was dat na de Burgeroorlog de tegenstanders, die zich nu de Republikeinse partij noemden, lange tijd de macht uitoefenden. Tussen de Burgeroorlog en de Eerste Wereldoorlog waren er maar twee Democratische presidenten, Cleveland en Wilson. Maar in de 20ste eeuw beleefde de partij een opbloei, omdat zij van koers veranderde en steeds meer ging pleiten voor een sterk centraal gezag op basis van het inzicht dat in de toenemende industrialisatie van de moderne maatschappij de belangen van de kleine man veiliger waren bij een sterke nationale regering dan bij zwakkere lokale regeringen. De politiek van Franklin Delano Roosevelt betekende de totale doorvoering van dit nieuwe inzicht. Daardoor kreeg de partij de grote massa achter zich en bleef lange tijd aan de macht. Zij steunde ook nog altijd op de aanhang van het Zuiden. Dit gebied was sinds de Burgeroorlog volledig democratisch, omdat de Republikeinen werden gezien als de partij van het vijandige Noorden. Hierdoor echter ontstond er in de Democratisch partij een uiterst conservatieve aanhang in het Zuiden tegenover een progressieve aanhang in het Noorden. In de jaren zestig begon het Zuiden zich af te wenden van de Democratische partij, zoals duidelijk bleek bij de presidentsverkiezingen van 1964 en 1972, toen Republikeinse kandidaten in de zuidelijke staten verkiezingsoverwinningen behaalden. Hierdoor werd de partij radicaler, wat zich uitte in de nominatie van senator George McGovern als presidentskandidaat in 1972. Diens verpletterende nederlaag tegen Richard Nixon maakte aan deze ontwikkeling voorlopig een einde. De partij ging weer een middenkoers varen en wist zo in 1976 de regeringsmacht te heroveren, toen James E. Carter tot president werd gekozen. Dat hiermee voor het eerst sinds Woodrow Wilson weer een zuiderling het Witte Huis betrad, was mogelijk geworden doordat de meer conservatieve stromingen in het Zuiden naar de republikeinen waren overgelopen, waardoor de Democratische partij daar progressiever kon worden en een beroep kon doen op de zwarte bevolking. Carter wist echter ook de minderheidsgroepen in het Noorden en de vakbonden achter zich te krijgen. In 1980 verloor Carter de presidentsverkiezingen van Ronald Reagan. Vier jaar later werd de vice-president onder Carter, Walter Mondale, de democratische kandidaat voor het presidentschap, maar ook hij verloor de verkiezingen. De partij bleek de kiezerscoalitie die door Franklin Roosevelt was gesmeed, te zijn kwijtgeraakt. De zwarte dominee Jesse Jackson probeerde dit enigszins te herstellen door een ‘Regenboogcoalitie’ te vormen van sociaal zwakkeren, met weinig succes. In 1988 verloor de democraat Michael Dukakis de presidentsverkiezingen van George Bush, maar verkreeg de Democratische partij de meerderheid in zowel Huis van Afgevaardigden als Senaat. Onder de Democratische president Bill Clinton ontstond in 1995 de omgekeerde situatie: de Democratische president vond een door de Republikeinen gedomineerde Senaat en Huis van Afgevaardigden tegenover zich. Die situatie werd bestendigd bij Clinton's herverkiezing in 1996, de eerste maal sinds Roosevelt dat een Democratische president na een volle ambtstermijn herkozen werd. Onder Clinton, een zuiderling uit Arkansas, werd het proces van politieke herschikking voltooid, waarbij de oude scheidslijn tussen het noorden en het zuiden plaats maakte voor een nieuwe. De Republikeinen vertegenwoordigen nu vooral conservatieven en voorstanders van de terugtredende overheid, terwijl de Democraten een liberaler standpunt innamen ten aanzien van ethische kwesties en een belangrijker rol toedachten aan de staat. Tegelijk werd echter het oude onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ minder scherp, en op veel punten week het beleid van Clinton (zoals bij de hervorming van de bijstand in 1996) weinig af van het Republikeinse programma. Aanzetten om traditionele ‘progressieven’ als Jesse Jackson naar voren te schuiven als mogelijke kandidaat voor het vice-presidentschap maakten in dit klimaat geen enkele kans. Republikeinse Partij naam van twee politieke partijen in de geschiedenis van de Verenigde Staten. - De door Thomas Jefferson als protest tegen de sterk centraliserende tendensen in het regeringsbeleid gestichte partij. Uit deze ‘republikeinen’ kwam de huidige Democratische partij voort. - De in 1854 opgerichte en thans nog onder dezelfde naam optredende partij. Deze ontstond ten gevolge van het conflict over de slavernij. De Whigs, de uit de partij van Jefferson afgescheiden voormalige Federalisten, waren namelijk zeer verdeeld over de kwestie van de slavernij en hadden geen passend antwoord op het voorstel van de Democraten, ingediend door senator Stephen Douglas in 1854, om de territoria in het westen zelf te laten beslissen of zij al dan niet slavernij wilden. Voor vele Amerikanen was dit voorstel onaanvaardbaar. De boeren vreesden dat zo de open ruimte van de prairies voor hen zou worden afgesloten. De industriëlen meenden dat een door de slaveneconomie beheerd westen een slecht afzetgebied zou zijn. En in het hele noorden was het ethische verzet tegen deze dreiging van uitbreiding van de slavernij aanzienlijk. Daarom kwamen mensen van allerlei richting bijeen en stichtten een nieuwe partij, waarvan het allereerste programmapunt was dat het westen open moest blijven voor vrije kolonisatie. De naam Republikeinen werd gekozen in navolging van Jeffersons partij, omdat Jefferson al in de North-West-Ordinance (1787) had bepaald dat slavernij uitgesloten moest zijn in de nieuwe westelijke gebieden. Reeds bij de verkiezing van 1856 kreeg de nieuwe partij veel stemmen, maar pas in 1860, geleid door Abraham Lincoln, slaagde zij erin aan het bewind te komen. Door de Burgeroorlog werd haar bestaan bestendigd, zij werd nu de partij van de nationale eenheid en de bevrijding van de slaven. Na de Burgeroorlog ging er in de partij veel van de oorspronkelijke bezieling verloren. Er ontstonden veel spanningen binnen de partij tussen een vooruitstrevende vleugel van hervormers, die zich bleven beroepen op Lincoln, en een conservatieve vleugel van zakenlieden. Deze laatsten, vier voornaamste programmapunt bescherming van de nationale industrie was, gingen de partij beheersen. Zij lieten de zwarte bevolking in het zuiden na de aanpassing in de steek en legden hun eigen arbeiders de schandelijkste arbeidsvoorwaarden op. Tussen de Burgeroorlog en de Eerste Wereldoorlog was de Republikeinse partij vrijwel onafgebroken aan het bewind, maar juist daardoor groeiden de spanningen. Het kwam tot een breuk toen de betrekkelijk progressieve president Theodore Roosevelt in conflict kwam met zijn meer conservatieve opvolger William Howard Taft en in 1912 de Progressieve partij stichtte, waar de hele radicale vleugel van de Republikeinen naar overliep. Door de omstandigheid dat de oorlog uitbrak, werd de breuk langzaam weer gelijmd en in 1920 konden de herenigde Republikeinen de verkiezingen winnen en zolang de naoorlogse economische gesteldheid duurde aan het bewind blijven. Toen echter de crisis van 1929 uitbrak, werden de oude scheuren weer zichtbaar. Verscheidene progressieve Republikeinen gaven hun steun aan de Democraat F.D. Roosevelt. Diens krachtige sociale politiek verenigde een zo grote meerderheid van het volk achter zich dat de Republikeinen een minderheidspartij werden. Pas toen zij in 1952 met de zeer populaire oud-generaal Dwight David Eisenhower als kandidaat kwamen, slaagden zij erin weer een meerderheid te krijgen. Vanaf 1960, toen de Republikeinse presidentskandidaat Nixon verslagen werd door Kennedy, waren de Republikeinen weer in de oppositie. De verpletterende nederlaag van de ultrarechtse kandidaat Barry Goldwater leek welhaast het einde van de Republikeinse partij te betekenen. Toch slaagde de partij erin weer op te bloeien. Dat was het gevolg van de crisis in de buitenlandse politiek waaraan de Democraten zo evident debet waren: de oorlog in Vietnam verdeelde de Democraten en leidde in 1968 tot de overwinning van Nixon. Maar hij raakte in zijn tweede ambtstermijn verwikkeld in de Watergate-affaire en moest aftreden. Zijn opvolger G. Ford kon slechts Nixons termijn volmaken. Na een periode van vier jaar Democratisch bewind braken er voor de Republikeinen in 1980 met Ronald Reagan betere tijden aan. Naast het behalen van het presidentschap (twee ambtstermijnen van Reagan, die werd opgevolgd door zijn vice-president G. Bush) slaagden zij er ook in de meerderheid te verwerven in de Senaat en wisten deze tot 1987 te behouden. De grote doorbraak voor de Republikeinen vond plaats in het zuiden, dat traditioneel Democratisch stemde maar zich in de jaren tachtig massaal achter de nu meer conservatieve Republikeinen schaarde. Toen in 1992 de Democraat Clinton tot president werd gekozen, behielden de Republikeinen hun meerderheid in de Senaat en in 1994 wisten zij voor het eerst in 40 jaar ook in het Huis van Afgevaardigden een meerderheid te behalen. Intussen tekenen zich binnen de partij echter duidelijk nieuwe tegenstellingen af, namelijk tussen de echte conservatieven die zich bijvoorbeeld fel verzetten tegen abortus, rechten voor homoseksuelen en beperking van het wapenbezit, en de stroming die zich vooral laat inspireren door het marktdenken op economisch gebied. Het enige programmapunt waarop sinds Reagan Republikeinse presidentskandidaten hun achterban nog kunnen verenigen, is de belastingverlaging. Slot Nu ons werkstuk wat we samen gemaakt hebben eindelijk af is. Wordt het alweer tijd voor de volgende bundel. Door het maken van deze map hebben we veel bijgeleerd om samen afspraken te maken, optijd informatie bij elkaar te zoeken en ze te verwerken in een complete bundel. Maar hierdoor hebben wij ook meer kennis gekregen over de politiek in de V.S.A. Soms was de informatie dan wat moeilijk te vinden, maar gelukkig hielp de leraar ons op weg zodat we niet lang vast zaten om onze informatie bij elkaar te krijgen. Dit geeft nu meteen de gelegenheid om de leraar te bedanken voor de tips bij het zoeken van de informatie. Wij vonden het gezellig en leerzaam zoals we op deze manier in groepsverband hebben kunnen samen werken, dit verbeterd zeker het groepsverband. We hopen dat u het interessant heeft gevonden om na ons te mogen luisteren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.