ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Inhoud
Hfst 1: ontstaansgeschiedenis
-1.1 inleiding
-1.2 Egypte is een geschenk van de Nijl
-1.3 schepping van mens en heelal volgens de Oude Egyptenaren
-1.4 oorsprong van Egyptische goden
-1.5 evolutie van het Oude Egypte
Hfst 2: goden en hun functies
-2.1 inleiding
-2.2 hoe worden goden afgebeeld
-2.3 enkele belangrijke goden
-2.4 verdwijning van de dierlijke voorstelling van de goden
-2.5 goddelijke attributen
Hfst 3: één of meerdere goden
-3.1 waarom hebben de Egyptenaren zoveel goden ?
-3.2 de farao regeert als een god-koning over zijn rijk
-3.3 tijdens de regering van Echnaton
-3.4 waarom Aton als enige god?
Hfst 4: mythen
-4.1 wat is een mythe?
-4.2 Osiris (als Egyptische mythe)
-4.3 andere mythes
Hfst 5: plaats van aanbidding
-5.1 Egyptische tempel
-5.1.1 cultustempel
-5.1.2 dodentempel
-5.1.3 zonnetempel
Hfst 6: gebruiken en symbolen
-6.1 hoe was het leven van de oude Egyptenaren?
-6.2 wat was de betekenis van de piramide?
-6.3 amuletten en gelukstekens
-6.4 een dagdagelijkse dag
-6.5 kinderspelen
-6.6 liefde en huwelijk
-6.7 welke straffen hadden de Oude Egyptenaren en waarvoor?
-6.8 de Egyptenaren waren de eerste die aan aromatherapie deden
-6.9 waar woonden de Egyptenaren
-6.10 de farao en zijn onderdanen
Hfst 7: het hiernamaals
-7.1 geloof in leven na de dood
-7.2 het balsemen balsemen (mummificeren)
-7.3 het oordeel van de goden
-7.4 het graf
-7.5 de vergelijking van het hiernamaals van het Oude Egypte met het Christendom
-7.6 enkele wetenswaardigheden over het hiernamaals van de Egyptenaren
Hfst. 1: Ontstaansgeschiedenis
1.1 Inleiding.
Vijfduizend jaar gelden ontstond in de hitte van Noord-Afrika de grote Egyptische beschaving. Het door werkelijk almachtige farao’s geregeerde Egypte overheerste drieduizend jaar lang de hele regio en was een van meest succesvolle oude beschavingen.
1.2 Egypte is een geschenk van de Nijl.
De Egyptische beschaving is ontstaan rond het Nijldal rond 3000v.C.. Zij geeft de grond in de woestijn leven door middel van irrigatie. De Oude Egyptenaren geloofde dat wanneer de ibis vogels aankwamen bij de Nijl de overstroming zou plaatsnemen. Met de irrigatiewegen verspreidt het water zich over een groot oppervlak en zo ontstaan de akkers of ‘het zwarte land’ die voor voedsel zorgen. Zo wordt immers de woestijnvlakte of ‘het rode land’ beperkt. Zo kan de revolutie ven de Egyptische beschaving beginnen.
Een bekende uitspraak hierover is van Herodotus namelijk: ‘Egypte is een geschenk van de Nijl’.
1.3 Schepping van mens en heelal volgens de oude Egyptenaren.
-schepping van mens: alle scheppingen hebben een geestelijke oorsprong, maar toch is de mens sterfelijk. Elke mens heeft een zaadje van het goddelijke. Zijn doel in dit leven is het koesteren van het zaadje en zijn beloning, als hij succesvol is, heeft hij eeuwig leven waarin hij zich herenigt met zijn goddelijke oorsprong.
-schepping van heelal: de Egyptenaren beschouwden het heelal als een scheppingsdaad van Een Grote God. De oorsprong van de wereld en natuur van de ‘neteru’ die deelnamen in haar schepping waren van voortdurend belang voor de Egyptenaren.
1.4 Oorsprong van de Egyptische goden.
Veel Egyptische goden vinden hun oorsprong in de Egyptische scheppingsmythen. Deze mythen probeerden de plaats van de Egyptenaren in de kosmos te verklaren.
Het overstromen van de Nijl was kritisch voor de Egyptische beschaving. Als gevolg hiervan overheersten goden die met de natuur geïdentificeerd werden in de Egyptische scheppingsverhalen. Enkele van de meest voorkomende scheppingsmythen refereren aan Nu of Nun, en zij beschrijven de kolkende zee van de chaos die voor de schepping bestond. Uit deze chaos rees de Egyptische zonnegod Ra. Ra schiep vervolgens zowel mannelijke als vrouwelijke godheden. Op hun beurt werden uit deze godheden weer nieuwe godheden geboren, en deze laatste geschapen godheden waren verantwoordelijk voor de schepping van de wereld. Ra was ook verantwoordelijk voor de schepping van de mensheid. Eén bepaalde scheppingsmythe verteld over de schepping van de mensheid uit de tranen van Ra.
1.5 Evolutie van het Oude Egypte.
Vanaf ongeveer 5000-3100 v.C. heerste twee afzonderlijke rijken: Opper- en Neder-Egypte. In ongeveer 3100 v.C. verenigde de vorst Menes de twee rijkenen stichtte de 1ste dynastie. Na die tijd kwam de Egyptische beschaving tot grote bloei, maar de meeste nederzettingen waren geconcentreerd in de Nijldal. Tijdens wat genoemd wordt het Nieuwe rijk (ca. 1550-1070 v.C.) breidde Egypte zijn grondgebied uit en vormde een klein rijk dat zich uitstrekte van Nubië in het noorden tot Sumerië en Syrië in het noorden.

Hfst. 2: Goden en hun functies
2.1 Inleiding.
In Egypte waren er zeer veel goden. Van die honderden en duizenden goden waren de zon en Osiris de belangrijkste. Sommige goden hebben na verloop van tijd zo' n succes gehad dat ze over heel Egypte vereerd werden.
2.2 Hoe worden goden afgebeeld ?
De goden worden voorgesteld als dieren , mensen of een combinatie
van beide. De macht of de geest van de goden is volgens de Egyptenaren zichtbaar in de dieren die in de buurt van de Nijl leven. Het is niet het dier dat aanbeden wordt, maar de goddelijke geest die het dier als het ware bezielt.
Meestal zien zij in zo' n dier een kenmerk of teken dat zij in verband kunnen leggen met een kracht in de natuur. Zo wordt de ibis aanbeden als de god Thot.
De ibis verblijft in Egypte tijdens de overstroming van de Nijl. Daarom is men ervan overtuigd dat de ibis de overstroming én de goede oogst aankondigt.
2.3 Enkele belangrijke goden.
- Thot : wordt afgebeeld met een kop van een ibis en met een schrijfplankje. Hij is de uitvinder van het schrift en is de maangod. Ook kondigt hij de overstromingen aan voor een goede oogst.
- Hathor : deze naam betekent Huis van Hor. Zij werd in haar oudste vorm afgebeeld in de vorm van een koe, later soms ook met een leeuwenkop.
Ze had als attributen de lange hoorns op haar hoofd met daartussen de zonneschijf. De papyrus was aan haar gewijd samen met de schrijfkunst. Zij was de Vrouwe van het Westen en begroette de overledene in de onderwereld.
De priesteressen van Hathor werden Hathore genoemd. Hathoren
Beheersten dans, zang en muziek.
- Isis of Aset : is de naam van een van de belangrijkste godinnen van de
Egyptische mythologie . Ze was het symbool van de vruchtbaarheid. Isis werd eerst vereerd in de Nijldelta, later kreeg ze een eigen tempel op het eiland Philae.
- Osiris : was de zoon van Geb, de god-aarde. Zijn zuster was godin over de hemel . Zijn vrouw (zijn zuster) was Isis. Osiris was de heerser over het Rijk der Doden. Hij zat in een soort van rechtzaal in de onderwereld waar er werd beslist of de overledene naar het Hiernamaals mocht . Osiris was in deze rechtzaal de opperrechter bijgestaan door 42 helpers . Osiris was ook de god van de groeikracht, de eeuwigheid en de wedergeboorte. Hij werd meestal voorgesteld in de vorm van een mummie, met het hoofd niet omzwachteld.
- Anubis : werd afgebeeld met de kop van een jakhals of helemaal als een jakhals. De jakhals was een symbool om de doden te beschermen tegen vernietiging. De jakhalskop is gekozen naar de jakhalzen in de woestijn die aan het graven waren in de oude koningsgraven. In latere tijden werd de god afgebeeld in harnas (Alexandrië) als een beschermde godheid die waakte over Horus. Voordat Osiris belangrijk werd was Anubis de belangrijkste begraaf-god.
- Atoem : is de zelfgeschapen voorwereldlijke scheppergod. Hij is de voorvader van alle andere goden en godinnen en farao's. Hij was de belangrijkste van acht of negen vaak genoemde goden van de Piramideteksten. Hierdoor is er veel informatie over de god en zijn karakter. Atoem is het vaakst afgebeeld in menselijke vorm, als een man op een troon met een dubbele kroon. Om de god oud te laten lijken leunt hij op een staf. In zijn dierlijke vorm wordt hij vaak afgebeeld als een slang, mongoes of leeuw of… Soms is de godheid bewapend met een boog. In verband met zijn zon-element wordt hij ook soms als scarabee afgebeeld.
- Horus : is de hemelgod die wordt voorgesteld als een valk of als een mens met de kop van een valk. Hij is de zoon van Isis en Osiris. En is de beschermer van de farao, waarmee hij werd vereenzelvigd.
2.4 Verdwijning van de dierlijke voorstelling van de goden.
Andere dieren die als goden werden beschouwd , waren de jakhalzen (Anoebis), de katten (Bastet), de krokodillen (Sobek), de koe (Hathor) en de mestkever of scarabee (Chepril). Een god kon ook afgebeeld worden door een hemellichaam (vb. zon = Ra).
Stilaan verdwenen de dierlijke voorstellingen van de goden en evolueerde men
naar de menselijke gestalten. Eerst behield men nog wel de kop van het dier,
maar gaf men het een menselijk lichaam. Latere goden werden zelfs meteen
voorgesteld in de gedaante van een mens.
2.5 Goddelijke attributen.
De goden werden meestal afgebeeld (buiten hun persoonlijke attributen) met twee voorwerpen die hun macht symboliseerden. De ankh of het levensteken en soms met de herdersstaf. De ankh mocht alleen gedragen worden
door koningen of farao' s, koninginnen en goden of godinnen
(de farao' s waren in die tijd een god op aarde).
Hfst. 3 :Eén of meerdere goden?
3.1 Waarom hebben de Egyptenaren zoveel goden?
De Egyptenaren zijn gekend van hun grote aantal goden. Op een bepaald ogenblik stijgt hun aantal zelfs boven de 2000!
Hun overvloed aan goden is waarschijnlijk te danken aan de farao's die een god op aarde was. En misschien aan de steden die elk een eigen god hadden.
3. 2 De farao regeert als een god-koning over zijn rijk.
Om de bouw en het onderhoud van dijken en kanalen te organiseren, heb je een bekwame leider nodig. Egypte wordt over een periode van zowat 3000 jaar hoofdzakelijk geregeerd door farao's. Zij besturen het rijk Egypte met een goddelijke macht. Als belangrijkste priester smeekt de koning de weldaden van de goden af . Hij wordt dan ook door zijn onderdanen als een god beschouwd.
Als god bezit de farao heel Egypte. Elke bewoner woont of werkt dus
op de grond van de farao en is hem belastingen verschuldigd.
Hier volgt een bewijs dat de koning of farao een god was:
"De koning is de zon die vruchtbaarheid geeft aan het
land, aan zijn onderdanen geeft hij de lucht die ze
inademen, het voedsel en een gelukkig leven;
hij moet derhalve van harte bemind worden;
wie zich tegen hem verzet, zal zonder medelijden
vernietigd worden, een graf zal hem ontzegd worden."
3. 3 Tijdens de regering van Echnaton.
In Egypte, voor en na de regering van Echnaton was er polytheïsme.
Tijdens de regering van Echnaton was er monotheïsme. Het christendom is dus ook een monotheïstische godsdienst.
Amenhotep IV verbiedt kort na zijn troonbestijging (1365 v. C.) alle goden en vervangt ze door Aton, de zichtbare zonneschijf.Hij verandert zelfs zijn naam in Echnaton, dit wil zeggen:
"het dunkt Aton goed".
Ter ere van Aton bouwt Echnaton de stad Amarna, de nieuwe hoofdstad
van Egypte. Daarna verwaarloost Echnaton het bestuur van zijn rijk : Egypte.
Na zijn dood ( 1348 v. C. ) is Amarna terug verlaten. En iedereen van Egypte
aanbidt weer alle goden alsof het nooit anders was.
3. 4 Waarom Aton als enige god ?
Aton is de zonneschijf of gewoon de zon. De zon is eigenlijk is eigenlijk het belangrijkste voor het leven en dus de aarde. De zonnestralen schenken als het ware de levenskracht. Dit kun je zien aan de bloemen die bij de zonsopgang open bloeien, heel de natuur fleurt op wanneer de zon in het Oosten opkomt. In het zonnelied van de farao Echnaton zie je duidelijk wat ik probeer uit te leggen .Hier volgt nu een belangrijk deel uit het lied :
" Al wat leeft, wordt door uw hand gevormd . => Schepping
Zoals gij wilt dat het wordt gevormd .
Als gij straalt dan schenkt gij het leven . => Dag
Gaat gij te ruste dan schenkt gij de dood ; => Nacht
gij zijt immers de levensduur zelf .
Al het andere leeft slechts door U … "
( Echnaton bedoelt de zonneschijf met "gij" )
Hfst 4: Egyptische mythologie
4.1 wat is mythe?
Heilig, overgeleverd verhaal van een volk over zijn herkomst en godsdienst.
De Egyptenaren hebben in vergelijking met de Griekse of Romeinse mythologie weinig mythen. Hun verhalen verschilden sterk per stad, en de meeste mythen verhaalden over de schepping van de wereld. Ook waren de goden niet menselijk: ze hadden een zeer beperkt aantal karaktertrekken en werden nauwelijks genuanceerd. Contact tussen de goden en stervelingen kwam in de regel praktisch niet voor. Men kon hen enkel via de farao bereiken, de nefer neter, de enige "menselijke godheid".
Een bekende mythe uit het Oude Egypte:

Scheppingsverhaal van Memphis:
Deze mythe is bewaard gebleven op een zwarte granieten plaat gemaakt door koning Shabaka in de 25e Dynastie van Egypte en bevindt zich nu in het British Museum. De god Ptah, die centraal stond in Memphis had zichzelf voortgebracht en schiep alles door het in zijn hart te bedenken en dan luidop te spreken. In Egypte dacht men dat het hart de plaats was voor het bewustzijn en het uitspreken toont het geloof in de magische krachten die woorden konden hebben. Hij schiep eerst de goden en dan de tempels. De goden konden daar wonen en Ptah maakte beelden uit hout, klei en steen als lichaam voor hun ka. Hierin zien we het geloof dat een beeld een ziel kon bewaren (denk vb. aan de ka-beelden). Daarna schiep god de mensen en dieren door hun naam te noemen.
4.2 Osiris (als Egyptische mythe)
Osiris is een godheid uit de Egyptische mythologie. Hij was de zoon van Geb, de god-aarde, en diens zuster Noet, godin van de hemel. Hij werd de eerste koning van het Oude Egypte. Zijn vrouw, tevens zijn zuster, was Isis. Met haar behoort hij tot de Enneade van Heliopolis. Zijn 'zoon' is Horus en zijn dochter Bastet.
Osiris, de geliefde van Isis, kreeg van haar de landbouw geleerd. (Landbouw ontstond ergens in het 10e millennium v.C. na de laatste ijstijd)
Osiris was tevens de heerser over het Rijk der Doden. De Egyptenaren geloofden dat hij in een paleis in het westen zetelde, waar de doden eerst doorheen moesten. Hij was er opperrechter, bijgestaan door 42 helpers. Bij iedere doorgangspoort stonden Osiris dienaren met dierenkoppen, die de doden op de proef stelden, zoals beschreven in het Egyptisch dodenboek het Amdoeat. Bij de doortocht van het 6de en 7de uur kwam de dode aan bij de troon van Osiris. Hier zou zijn hart gewogen worden tegen de Veer van de Waarheid. Als de dode een goed leven had geleid, was het hart lichter en mocht hij van Osiris het Jaroeveld betreden, het Egyptische hiernamaals. Als het hart echter zwaarder was van de veer, door alle zonden, werden het hart en de dode door een monster, de Verslinder, opgegeten.
De broer van Osiris was Seth. Seth was jaloers op zijn broer omdat hij koning was. Daarom bedacht hij een list. Hij maakte een kist en via een leugentje moest Osiris er 'even' inkruipen. Seth sloot toen de kist en gooide die op de Nijl, maar Isis vond de kist terug. Seth werd woedend en hakte het dode lichaam van Osiris in stukken en gooide deze over de uithoeken van Egypte. Isis trok jarenlang rond op zoek naar de stoffelijke resten van haar echtgenoot. Na lang zoeken vond ze de lichaamsstukken terug en mummificeerde het tot één geheel. Osiris was er lang genoeg om nog een kind te verwekken: Horus. Die werd na een lange strijd met Seth koning van Egypte.
4.3 Andere mythes.
Seth:
Seth werd gezien als de god van de woestijn, chaos, onvruchtbaarheid, van stof en kale grond en als een vijand van de mens. Hij wordt afgebeeld als een mens met een dierenkop. Welk dier daarvoor model gestaan heeft is niet bekend, hoewel er wel geopperd is dat het een aardvarken zou kunnen zijn. Varkens en ezels waren aan hem gewijd en speelden ook een rol in zijn eredienst. De afkeer van varkens bij latere godsdiensten zou daar wel eens iets mee te maken kunnen hebben.
Seth wordt in sommige mythen echter ook beschouwd als de god die Ra elke nacht beschermt tegen de slangendemon Apophis als hij met zijn zonnebark door de onderwereld reist. Deze reis was de verklaring die de Oude Egyptenaren gaven voor het ondergaan en weer opkomen van de zon.
Geb:
Geb is in de Egyptische Mythologie de god van de aarde. Volgens het scheppingsverhaal was hij de zoon van de luchtgod Sjoe en de watergodin Tefnut.
Zijn zuster Noet de hemelgodin lag in zijn armen zolang het donker was en zo kregen zij kinderen Osiris, Isis, Seth en Nephthys. Hij behoorde tot de Enneade van Heliopolis
Hij was ook een vruchtbaarheidsgod en wordt meestal groen afgebeeld en in een menselijk lichaam met een fallus. Soms droeg hij de rode kroon, maar meestal had hij een gans op zijn hoofd. Vaak zie je hem liggend onder zijn zuster Noet. Aardbevingen worden ook aan hem toegeschreven als het 'gelach van Geb'.
Geb ving de dode zielen van slechte mensen, zodat ze het hiernamaals niet in konden.
Met Noet was hij de vader van Osiris, Isis, Horus, Seth en Nepththys. Met Renenutet was hij de vader van Nehebkau.
Hfst 5: Plaats van aanbidding.
(Sommigen zullen denken dat piramide, een soort van tempel is, maar dat is niet zo.)
5.1 Egyptische tempel.
Een Egyptische tempel is een verzamelnaam voor verschillende tempels namelijk de: Egyptische cultustempel, de dodentempelen de zonnetempel. De tempel was een burcht voor de goden, waar een specifieke god of een cultus van de koning werd aanbeden en offers werden gebracht. (dodentempel)
5.1 Cultustempel.
De Egyptische cultustempel was een tempelburcht voor de Egyptische goden die er op aarde in woonden. De farao’s bouwden deze tempels voor hen. Als de goden ze aanvaardden en in het allerheiligste van de tempel (het middelpunt van het complex, cf. Griekse naos) neerdaalden en zich daar met hun beeld van goud of zilver verenigden, waren geluk, orde en welvaart verzekerd. De reusachtige heiligdommen staken boven alle andere gebouwen uit. Een hoge muur omzoomde het gebied, waarbij ook graanschuren, priesterwoningen, een bibliotheek en een schrijversschool hoorden. Deze lemen panden zijn al lang geleden verdwenen.
De plattegrond van de godenhuizen waren allen min of meer hetzelfde: vanuit de poort leidde via de middenas een rechte weg door meerdere zalen naar de kamer waar het beeld van de god stond. Deze kamer was gesitueerd in het hart van de tempel, precies op de middenas en zo ver mogelijk verwijderd van de ingang. Tussen de entree en de god lagen vele zalen waarvan alleen de eerste zaal, vlak achter de pylonen, toegankelijk was voor het volk. Daarachter volgde een reusachtige zuilenhal die naar de offertafelruimte, de barkenruimte (tijdens processies werd het godenbeeld door de priesters in een bark rondgedragen) en uiteindelijk naar de god leidde. Soms wilde een farao een tempel van zijn voorganger vergroten. Hij kon ervoor kiezen om alles te herbouwen of hij liet voor de oude voorhof nog een zuilenhal, een open hof en een paar pylonen bouwen.
De indrukwekkende pylonen aan beide zijden van de tempelpoort waren kenmerkend sinds de 11e dynastie (ca. 2040 v.Chr.). Grote hiërogliefen werden in deze brede torens gebeiteld waarop de farao met de zweep ‘de vijanden slaat’ ter afschrikking en afwending van gevaar voor tempel en land. Aan de buitenkant van de godenburcht stonden vier of twee houten palen met vlaggen tegen de pyloon aan. Even voor de pyloon stonden twee obelisken en als oprit waren er sfinxen in de symboliek van god die er werd vereerd.
5.2 Dodentempel.
De dodentempel van een farao was een tempel waarin de cultus voor het eeuwige leven van de farao werd onderhouden. De offers voor deze cultus werden geleverd door de funeraire domeinen die voor de farao waren voorzien. De dagelijkse cultus werd onderhouden in de daltempel die aan het begin van de processieweg was gelegen die leidde naar de dodentempel aan de voet van de piramide of in de bijzijn van een rotsgraf.
5.3 Zonnetempel.
Zonnetempels waren tempels die specifiek gericht waren op de cultus van de zon/Re. Ze werden gebouwd in de 5de dynastie die sterk met de zonnecultus bezig waren. Er zouden 6 zonnetempels gebouwd zijn, maar nu hebben we er nog maar twee kunnen lokaliseren deze van Oeserkaf (zonnetempel van Oeserkaf) en deze van Nioeserre (zonnetempel van Nioeserre). De best bewaarde in deze van Nioeserre. Ze bevat onder andere een obelisk.
Hfst. 6: Gebruiken en symbolen
6.1 Hoe was het leven van de oude Egyptenaren?
-rijken: bij de rijken was comfort en hygiëne waren belangrijk in hun leven.
Ze hechtten veel waarde aan familiebanden en de meeste welgestelde huishouders hadden slaven in dienst die het huishoudelijk werk uitvoerden. Ook aan het uiterlijk hechtten ze veel belang, vooral voor de rijken die zich de fijnste stoffen konden veroorloven.
-armen: het leven van de arme was zwaar, maar in vergelijking met andere samenlevingen uit die tijd stonden ze er toch nog goed voor. Sommige werken op het platte land, terwijl anderen werkzaam waren van de grote bouwwerken van de farao’s.
6.2 Wat was de betekenis van de piramide?
De Egyptenaren uit de oudheid geloofden dat de farao, hun koning, de zoon was van de zonnegod. Zolang hij op aarde heerste, was hij Horus, zoon van oppergod Re (de zon). Als hij stierf, kwam hij vanuit het land der levenden in het dodenrijk terecht, waar hij met de god Re werd verenigd. De farao die hem opvolgde, werd de nieuwe Horus in deze wereld.
Wanneer de zon in het westen onderging, reisde de zonnegod door de nacht, meenden de Egyptenaren. Ze wisten dat hij de volgende morgen opnieuw zou worden geboren. Ze geloofden dat de farao met de zonnegod meereisde naar het westen en daarom begroeven de Egyptenaren hun doden op de westelijke oever van de rivier de Nijl. Hun steden bouwden ze op de oostelijke oever.
Met een goddelijke koning die eeuwig leven had, lag het voor de hand dat Egypte door de goden rijk gezegend werd. Maar om daar zeker van te zijn moest het lichaam van de farao bewaard blijven. Anders stierf zijn ziel. De piramiden waren hele grote, door mensen gemaakte bergen die het lichaam van de farao voor altijd moesten beschermen. Er diep binnenin was de grafkamer van de koning. Zijn onderdanen hadden niet de hoop dat zij ook als goden eeuwig zouden voortbestaan. Maar ze hoopten wel op een leven na de dood. De piramide was het symbool van die hoop. Door ervoor te zorgen dat de farao zich kon verenigen met de goden, kon men rekenen op eeuwigdurende voorspoed.
6.3 Amuletten en gelukstekens.
Zowel gewone Egyptenaren als de machtigste farao’s geloofden dat kleine gelukstekens of amuletten hen konden beschermen. De mensen geloofden dat de scarabee of mestkever de zon naar de hemel bracht, en hen daarom hemelse bescherming kon geven of hen ook naar de hemel kon voeren. Mensen in het oude Egypte droegen amuletten als sieraden. Bij mummies werden er soms wel 100 in hun windsels gedaan voor ze in de doodskist gingen.
-De ankh: een oud Egyptisch symbool dat ‘leven’ betekent. In vroegere tijden werd het ankhkruis als teken van het eeuwige leven gezien. Omdat de vorm ook wel iets weggeeft van een sleutel wordt het ook wel eens levens- of Nijlsleutel genoemd. Dit taken is een heel oud oerteken. Het is zelfs een teken dat oorsprong heeft ver voor de Egyptische tijd en alle andere tijden.
-Oog van Ra: ook wel ‘oog van Horus’ genoemd het oog van Horus een krachtig symbool uit de Egyptische religie. Het symboliseert een manier van kijken naar de wereld en beschermt je tegen kwade invloeden.
-De scarabee: de scarabee is een heilige kever uit het Oud Egypte. Het is in deze tijd nog populair als geluksbrenger, broche of oorbellen. De scarabee werd door de Oude Egyptenaren in verband gebracht met voortplanting, potentie, wijsheid, vernieuwing, wederopstanding en onsterfelijkheid. Het is een van de bekendste amuletten van Egypte. De scarabee werd in verband gebracht met nieuw leven en hergeboorte. Scarabee betekend ‘tot leven komen’. Hij werd gedragen door levenden en doden om krachten van vernieuwing op te roepen.
6.4 Een dagdagelijkse dag.
Egyptische graven zijn versierd met allerlei taferelen uit het dagelijkse leven. Er zijn schilderingen van gezinnen die samen eten, offers aan de goden brengen of gaan jagen aan de Nijl. Jongens en ook soms meisjes uit rijke families leerden van schrijvens lezen en schrijven. Drie maal per dag at men graanproducten, vruchtschotels, vis, rundvlees, tarwebrood en zoetigheid met dadels en honing.
6.5 Kinderspelen.
Niemand die nu in Egypte leeft weet de regels voor het balspel dat de meisjes met elkaar spelen. Misschien wisselden spelers van plaats als een speelster de bal liet vallen. Jongens en meisjes speelden meestel apart. Jongens van rijke ouders leerden boogschieten en paardrijden. Andere hielden wedstrijdjes hoogspringen en touwtrekken of gooiden met korte, dunne stokken naar bepaalde doelen.
6.6 Liefde en huwelijk.
De gewone Egyptenaren leidden een redelijk ontspannen leven waarin voor ontspanning en plezier.
Nadat kinderentwaalf jaar waren geworden, werden ze beschouwd als jonge volwassenen en konden ze trouwen. Na het huwelijk was het de plicht van de man om voor zijn eigen gezin te zorgen, de verantwoordelijkheid voor de zorg voor de oudere ouders lag bij de vrouw. Hoewel priesters verwacht werd dat zij hun leven wijdden aan de goden en dat zij hun ambt uitoefenden namens de farao, bezetten zij een hoge plaats in de sociale hiërarchie en mochten ze trouwen en een gezin stichten. Ze profiteerden van een zeer bevoorrechte vorm van vererving waarddoor zo grote rijkdommen en veel land konden vergaren. De zonen van de priesters konden deze grote rijkdom erven en genoten zeer veel van het leven.
6.7 Welke straffen hadden de Oude Egyptenaren en waarvoor?
De Egyptische samenleving had strenge wetten die iedereen strikt moest naleven. Naar modernere maatstaven lijken sommige van deze wetten nogal wreed, maar de meeste farao’s waren de mening toegedaan dat als de burgers goed beschermd waren tegen misdaad ze niet alleen tevredener zouden zijn maar ook zouden weerspiegelen naar de samenleving. Er werden wetten uitgevaardigd met betrekking tot hygiëne, zoals verplichte besnijdenis. Het was de plicht van iedereen om misdaden te voorkomen of te melden. Of om iemand die in gevaar was te hulp te komen. Als je dat niet deed was dat een misdaad op zich. Misdaden tegen vrouwen werden gestraft met verminking; overspelige vrouwen werden lelijk gemaakt door hun neus te amputeren, maar zwangere vrouwen die een misdaad hadden begaan werden pas na de bevalling gestraft. Vergelijkenderwijs werd van smeden de handen afgehakt en werd van diegenen die verraad hadden gepleegd de tong uitgerukt. Een soldaat die schuldig was aan een misdaad moest boete doen door een heldendaad te verrichten.
6.8 De Egyptenaren waren de eerste die aan aromatherapie deden.
Veel zogenaamde ‘alternatieve geneeswijzen vinden hun oorsprong in het verre verleden. Aromatherapie werd bijvoorbeeld voor het eerst toegepast door de oude Egyptenaren om kwalen die samenhingen met stress, de ademhaling en de spieren te genezen. Er werden krachtige aroma’s, getrokken uit planten, gebruikt om de geneessnelheid van de patiënt te beïnvloeden en zo de goden de gelegenheid te geven hem te genezen. Moderne artsen beginnen nu de heilzaamheid van dergelijke behandelingen in te zien.
6.9 Waar woonden de Egyptenaren?
De meeste mensen in het Egypte van vroeger leefden in dorpen en steden in de vallei waar de Nijl doorheen stroomde en in de Nijldelta. Ze gebruikte gedroogde modder om huizen van te bouwen. De Egyptenaren vestigden zich het liefst op een verhoogd stuk grond aan de oever van de Nijl omdat ze daar makkelijk konden beschikken over water en de rivier, en een verhoogd stuk grond overstroomt minder makkelijk. Tot 1000 v. C. waren er in Egypte slechts een paar steden, Memphis en Thebes.
6.10 de farao en zijn onderdanen.
De farao draagt een blauw met witte, dubbele kroon, symbool van de vereniging van Opper- en Neder-Egypte. Als de farao stierf en zij oudste zoon nog een kind was, regeerde zijn vrouw tot dat hij oud genoeg is om zelf te regeren.
Aan het hof had je vele erebaantjes. Bijvoorbeeld een rijke man die de Koninklijke waaier moet dragen. Hij heeft niet veel werk te doen.
De belangrijkste ambtenaren van de farao waren: de schatbewaarder, de bouwmeester en de opperrechter.
De commandant van het leger. Een leger werd allen gevormd als er een leger nodig was, dus een commandant was niet altijd nodig. In het nieuwe rijk werd een blijvend leger gevormd, dus heb je wel constant een commandant nodig.
Sommige mensen waren verantwoordelijk gesteld om de bevloeiingskanalen in goede staat te houden. Als ze hun werk niet goed deden liep de oogst mis en was er hongersnood. Deze taak was dus niet onbelangrijk.
Voor de opperpriesters van de belangrijkste god moest hij oppassen, want die hadden veel invloed. De farao moest zorgen dat ze niet te veel macht kregen.
Zo waren er nog veel onbelangrijkere ambtenaren die in dienst stonden bij de farao zoals: persoonlijke bedienden, muzikanten, dansers en acrobaten enz.
Je kan dit vergelijken met een piramide. Helemaal bovenaan staat de farao en dan volgen de ambtenaren, dan de gewone bevolking en dan de slaven. Hoe lager op de piramide hoe onbelangrijker je bent en hoe groter van aantal.
Hfst. 7: Het hiernamaals.

7.1 Het geloof in een leven na de dood.
Door het observeren van de natuur die steeds herleeft ( seizoenen: de Nijlvallei ) denken de Egyptenaren dat de mens ook verder moet leven na zijn dood. De dood betekent dus een voorlopige scheiding van het lichaam en zielen de Ka en de Ba. De Ba blijft in contact met de familieleden en de vrienden. De Ka, een soort onzichtbare dubbelganger, reist heen en weer tussen het dodenrijk en het graf van de overledene. De Ka en de Ba verlaten geregeld het lichaam maar ze keren altijd terug. Daarom moet het lichaam na de dood goed bewaard blijven.
7.2 Het balsemen ( mummificeren ).
Het bewerken van het dode lichaam verschilde naargelang de rijkdom van de klant. Eerst worden de hersenen verwijderd door de neusgaten met behulp van een metalen haakje. De meeste haakjes zijn van brons en kunnen tot veertig centimeter lang zijn. Als de hersenpan leeg is gieten de balsemers er een mengsel van was, bijenwas en olie in. Daarna worden de ingewanden verwijderd. Hiervoor gebruikte de balsemer een scherp stenen mes om de buikwand open te snijden. Het hart waarin het denken en de wijsheid zitten, blijft in het lichaam of wordt vervangen door een hartvormige scarabee. De ingewanden en de organen van overledene worden gereinigd en ze worden bewaard in aparte lijkvazen. De weggehaalde organen worden vervangen door geurstoffen. De borstkas en de hersenpan worden opgevuld met producten die het lichaam tegen ontbinden beschermen: bijenwas, kaneel, hennep, palmwijn, zaagsel…
Nadien wordt het lijk gedurende zeventig dagen in een natronbad gelegd. Daarna wordt het lijk gespoeld en gewikkeld in repen fijn linnen, bestreken met een gomstof. De verschillen tussen rijk en arm bleven erg groot: de lichamen van de farao’s en de rijken kregen een zeer dure behandeling, de armen werden ongebalsemd begraven.
7.3 Het oordeel van de Goden.
Een mens kan goed of slecht leven, alleen wie goed geleefd heeft wordt gelukkig na de dood Osiris bepaalt of de overledene het dodenrijk binnen mag of niet. Hiervoor werd het hart van de overledene op de ene kant van weegschaal gelegd, aan de andere kant lag de veer van de waarheid. Het hart duidt aan hoe de overledene geleefd heeft. De veer symboliseert hoe hij/zij geleefd zou moeten hebben. Wanneer het hart niet zwaarder weegt dan de veer, krijgt de dode een gunstig oordeel. Om zeker te zijn krijgt de overledene een dodenboek mee. Hierin staan spreuken en gezegden die de overledene gunstig voorstellen aan de Goden. Indien het zwaarder weegt wordt hij/zij gestraft.
7.4 Het graf.
Het graf is het huis waarin de overledene eeuwig kan leven. De grootsheid en de schoonheid van het graf wordt bepaald door de rijkdom van de overledene ( net zoals voor de balseming ). Het verschil tussen een piramide, een mastaba en het graf van een slaaf was zeer groot. De piramiden behoorden tot de grootste bouwwerken van de Egyptenaren bijvoorbeeld: de piramide van Cheops was 146m hoog. Ze werden enkel voor de meeste farao’s gebouwd. Ze zijn ontstaan uit de mastaba’s. De slaven werden meestal begraven zonder dat ze er een bouwwerk voor maakten, soms werden ze levend begraven bij de farao’s.
Ondanks alle voorzorgen werden de doden kamers van de piramiden dikwijls geplunderd. Toutmes dat in 1495 stierf verkoos begraven te worden in de rotsen van de linker oever van de Nijl ( in de buurt van Thebe ). Na hem lieten de meeste koningen zich daar begraven. Deze vallei kreeg de naam “ Dal der Koningen “. Het plunderen van de graven was zeker niet typisch voor de oudheid, maar toen het Westen in de 19de eeuw de Egyptische beschaving ontdekte, begon het roven pas voor goed. De Fransen, de Engelsen en de Duitsers probeerden zoveel mogelijk kunstschatten te pakken te krijgen.
Wereldberoemd is ook het verhaal van verschillende archeologen die stierven bij de ontdekking van het graf van Toetanchamon. Het leek alsof Toetanchamon wraak nam voor de schending van zijn graf. Op de verzegelde deur van het graf stond de volgende tekst : Wie de slaap van de farao verstoort, zal worden aangeraakt door de vleugels van de dood.
7.5 De vergelijking van het Hiernamaals van Oud Egypte met het christendom.
De Egyptenaren kregen voedsel, werktuigen en slaven ( o.a. onder de vorm van beeldjes ) mee in het graf om voort te kunnen leven in het Hiernamaals.
Bij de christenen is dit niet het geval, zij leven ofwel voort in de Hel als eeuwig verdoemden of in de Hemel als eeuwig gelukzaligen. Bij de Egyptenaren leefden hun lichaam verder, bij de christenen alleen de ziel. Zoals gezegd werd in Egypte de dode beoordeeld op goed of kwaad door middel van een veer .
De christelijke leer spreekt van een laatste oordeel dat de zielen verwijst naar Hel of Hemel. Vermids de ziel het belangrijkste is bij de christenen, word er geen voedsel of personeel meegegeven in het graf.
In beide gevallen is het belangrijk om deugdzaam te leven als waarborg voor een gelukkig voortbestaan in het Hiernamaals.

7.6 Enkele wetenswaardigheden over het Hiernamaals van de Egyptenaren.
A ) Osiris: God van de doden is het symbool van de onvergankelijkheid. Voor de Egyptenaren is hij het symbool van de hoop op het leven na de dood. Osiris wordt weergegeven in een nauwsluitende lijkwade. Zijn vlees is groen, de kleur van de opstanding. Als koning van het dodenrijk draagt hij de attributen van de farao. Met de armen gekruist op zijn borst heeft hij in de ene hand de scepter en in de andere de gesel. Hij heeft ook een smalle, gevlochten baard zoals alle farao’s.
B ) Wie denkt dat alleen mensen werden gebalsemd, heeft het verkeerd voor. Ook katten werden gebalsemd. De kat is zowel een heilig dier als een huisdier. Hij is de beschermer van de oogst, het gezelschapsdier van de rijken, de vriend van de armen en de verpersoonlijking van de Goden. Omdat zij in nauw contact leven met de Goden speelden zij een zeer voorname rol in de samenleving. Vaak werden zij na hun dood gemummificeerd. In 1888 ontdekte men in Beni Hassan 300 000 mummies van katten. Er was geen archeoloog aanwezig en de mummies ( 20 ton ) werden naar Liverpool verscheept en daar verkocht tegen een spotprijs. Ze werden verwerkt tot mest!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Y.

Y.

hallo anoniem, leuke spreekbeurt :D, ik kon jammer genoeg mijn informatie die ik zoek niet vinden

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast