Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Evolutieleer

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • Klas onbekend | 2319 woorden
  • 17 oktober 2007
  • 16 keer beoordeeld
Cijfer 6.3
16 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Inleiding Hoe het leven op aarde is ontstaan is een vraag die de mens al lang wakker houd. Vaak zocht men het antwoord bij een geloof dat in die tijd overheerste. Dit is een fenomeen op zich omdat je dat steeds ziet terug keren in de ontwikkeling van het denken van de mens. Men komt steeds verder in de zoektocht naar het antwoord maar zodra men het niet meer snapt wordt er terug gegrepen op het geloof. zo hadden de Grieken bedacht dat alles uit de vier elementen aarde, water, vuur en lucht. Op zich geen slechte gedacht alleen hoe die vier samen tot de mens werden wist men niet. Het was in ieder geval te danken aan de goden. Tegenwoordig zijn de kerken nog nooit zo leeg geweest maar zijn we wel stukken verder in de wetenschap en in ons ze kennis over het ontstaan. We zijn nu zelfs zo ver dat we verschillende theorieën hebben ontwikkelt. Ieder met zijn schare aanhangers. Natuurlijk blijft men proberen om er op een of andere manier een groter wezen als de mens er in te betrekken. Denk aan de creationisten en het redelijk nieuwe Intelligent Design. Vooral de laatste is interessant aangezien men de huidige theorieën aanneemt maar vage stukjes aangrijpt om er een grote bedenker in te voegen. In dit werkstuk richten we ons op twee theorieën; het alom aanvaarde Neo-Darwinisme en de theorie van Jos Verhulst. Verhulst suggereert niet direct de aanwezigheid of de bemoeienis van een schepper maar laat zien dat er misschien meer achterzit dan enkel de wetenschappelijke theorie van Darwin waarin alles draait om overleven. In dit werkstuk gaan we deze twee theorieën nader bekijken en kijken waar hun sterke en zwakke kanten zitten. Waar ze elkaar aanvullen en waar ze elkaar tegenspreken. En natuurlijk welke er uiteindelijk blijft staan en welke theorie valt of zijn ze samen op een of andere manier te rijmen? Het Neo-Darwinisme De Theorie in een notendop Soorten evolueren uit soorten door middel van aanpassing. Dat is het grondbeginsel van de moderne evolutie theorie, het neo-darwinisme. Om dit te begrijpen moeten we een stapje terug, namelijk naar de mogelijkheid om eigenschappen van ouders op nakomelingen over te dragen. Bij het voortplanten van soorten geven de ouders de helft van hun genetisch materiaal door zodat er eigenschappen van beide samen een nieuwe individu maken. echter ontstaan er eigenschappen die bij beide ouders niet te vinden is. Soms is het genoeg om enkele generaties terug te kijken om te zien dat de eigenschap al in de familie zat alleen bij de ouder niet tot uiting kwam. Dit is een mutatie en hier begint Darwins theorie. Hij wist toen nog niks over genen en erfelijkheid maar hij zei dat er een manier was die de eigenschappen kon overdragen maar dat daarbij enige variatie, mutatie, kon optreden. Het gaat er dus om dat er bij de voortplanting binnen een soort (kleine) variaties ontstaan. En met deze variaties komen we bij de kern van Darwins theorie namelijk de natuurlijke selectie. De natuurlijke selectie zorgt ervoor dat een populatie gezond blijft en doet dit door de zwakkere uit te schakelen. Neem een kudde bizons die op de vlucht slaat voor een paar leeuwen vrouwtjes. De zwakste en langzaamste zullen achter aan komen te lopen en lopen de meeste kans om te worden op gegeten. Zo schakelt de natuur de zwakke en zieken uit. Volgens Darwin is er echter nog een functie. Namelijk het voortplantingsvoordeel dat sommigen hebben ten gevolge van een mutatie die gunstig uit pakt. Als een mutatie ervoor zorgt dat het dier er ten op zichten van zijn concurrenten er beter voor staat in het vinden van voedsel zal hij daardoor sterker en groter zijn en een grotere kans op nakomelingen hebben. Met als gevolg dat zijn mutatie die hiervoor zorgde door wordt gegeven aan zijn nakomelingen. Met dit principe zie je dat een soort na verloop van tijd beter en sterker wordt. Maar wordt het hierdoor een nieuwe soort? Ja, de soort evolueert verder en zal na verloopt van tijd veranderen, daarmee verdwijnt de soort waar hij uit evolueerde. Waardoor de biodiversiteit niet toeneemt. Dit is echter in de loop van de vele jaren dat er leven is op aarde wel gebeurd. Dit valt te ver klaren door andere factoren. De belangrijkste hierbij is de geografisch factor. Hierdoor ontstaat isolatie. Als er bij een rivier om wat voor reden dan ook een vertakking ontstaat kan het zijn dat er een populatie in tweeën wordt gesplitst en deze twee groepen niet bij elkaar kunnen komen. Doordat ze zijn geïsoleerd kan er geen erfelijk materiaal worden uitgewisseld maar mutaties en de natuurlijke selectie gaat door. Met als gevolg dat de twee populaties, die vroeger een en de delfde waren, van elkaar vervreemden. Dit wordt versterkt als de ene groep van een populatie geïsoleerd raakt in een gebied waar het milieu anders en de selectiedruk hoger is. De omstandigheden kunnen dan zo zijn dat er mutaties ten gunste komen die bij de uitgangssituatie, toen het nog een populatie was, niet nuttig of zelfs een zwakte waren. Hierdoor krijg je dat er andere eigenschappen ontstaan waardoor de vervreemding zover door kan gaan dat er onderlinge, tussen de twee groepen, voortplanting niet meer mogelijk is. Een nieuwe soort is ontstaan. De mate en snelheid van de evolutie van een soort is ook erg afhankelijk van de omgeving. Het lijkt dat als ene soort in een zeker evenwicht leeft met zijn omgeving de evolutie uiterst langzaam verloopt, ofwel een erg lage selectiedruk. Aan de hand van fossielen is af te leiden dat de haai en veel insecten niet of nauwelijks zijn verandert over soms wel honderden miljoenen jaren. Dat het bij insecten ook heel snel kan gaan zien we bij het gebruik van bestrijding middelen, een in korte tijd ernstige verhoging van de selectiedruk waar de insecten na een tijdje resistent tegen zijn waardoor de boeren steeds zwaarder geschut uit de kast moeten trekken.
Aanwijzingen en Argumenten Vergelijkingen in de Anatomie In de anatomie van gewervelde vind men overeenkomsten terug die wijzen op het ontstaan van gewervelde uit een gemeenschappelijke voorvader. Het lijkt namelijk dat er een basis bouwplan is voor deze gewervelde maar dat er onder druk van de natuurlijke selectie allerlei variaties, andere soorten, zijn ontstaan. Zo is de positionering van de handwortelbeentjes en vinger kootjes e.d. van de menselijke hand exact hetzelfde als die in de graafklauw van een mol of in de vleugel van een vleermuis. Dit zou aangeven dat totaal verschillende dieren uit een gemeenschappelijke voorouder geëvolueerd zijn. Erg opvallend zijn de rudimentaire botten die we aantreffen bij bijvoorbeeld walvissen en sommige slangen soorten. Daar kunnen we resten van bekkens en achterpootjes aantreffen die totaal niet ontwikkeld en dus niet nuttig zijn. Zo hebben wij een staartwortelbeentje waar geen staart aan zit maar bij onze voorouders waarschijnlijk weer wel. Dit zijn ook weer aanwijzingen, sommige noemen het bewijzen, dat we uit een en dezelfde voorouder zijn ontstaan. Embryonale Overeenkomsten In de ontwikkeling van de embryo ziet men ook overeenkomsten. Vooral in de beginfasen van de embryonale ontwikkeling zie dat de, soms sterk, verschillende diersoorten erg op elkaar lijken. Zo heeft de in het begin nog een staart en zelfs kieuwspleten. Ook dit wijst weer is de richting van gemeenschappelijke voorouders. Paleontologie Bij de paleontologie kijkt men naar het verleden doormiddel van opgegraven fossielen. Deze fossielen kunnen een tijdlijn schetsen van de evolutie van een soort. Men noemt de fossielen ook wel fossiele overgangsvormen aangezien het fossiel slechts een stadium is in de evolutie. Maar vind men meerdere fossielen bij elkaar dan is men soms in staat om naadloze reeksen te verkrijgen. Soms vind men echter los staande individuen waarbij het lijkt als of een soort uit het niets is ontstaan. Hiervoor kan men twee verklaringen aan dragen. Bij de ene stelt men dat de ontwikkeling zo snel is gegaan dat er geen tussen liggende stadia bewaart zijn gebleven. Een ander verklaring is dat de soort zich uitgebreid of simpel zijn habitat heeft verlegt. Sinds de mens de wereld is gaan verkennen en is gaan koloniseren heeft men her en der soorten geïntroduceerd die daar niet voorkwamen. Als men dan over miljoenen jaren daar opgravingen gaat doen vind men soorten die schijnbaar uit het niets ontstaan zijn. Biochemische Aanwijzingen De biochemie kijkt naar de chemische samenstelling van organismen en maakt aan de hand van over overeenkomsten in de structuur van eiwitten en DNA een ordeningen in de verwantschap van verschillende soorten. Zo werd onze nauwe verwantschap met de chimpansee ontdekt via de samenstelling van het bloed en het DNA. Genetisch onderzoek heeft ook aangetoond dat eigenschappen, die essentieel zijn voor een soort, langzamer evolueren dan eigenschappen waar nauwelijks selectiedruk op staat. Dit stelde Darwin al in zijn originele theorie. Zo heeft men ontdekt dat de eiwitten die onmisbaar zijn voor het leven exact hetzelfde voorkomen bij andere soorten, zowel bij planten als bij zoogdieren. Het genetisch onderzoek toont ook het bestaan van mutaties, veranderingen in het DNA, aan. Veranderingen in het DNA die een ander eiwit tot gevolg hebben. Dit kan verschillende gevolgen hebben voor het organisme. Sommige veranderingen geven helemaal geen ander eiwit. Soms functioneert het nieuwe eiwit naar behoren en neemt de functie van het vorige eiwit over. Soms verslechtert de situatie door het nieuwe eiwit en in heel enkele gevallen heeft het een verbeterde situatie als gevolg. Deze kleine maar gunstige veranderingen kunnen, als ze gedurende een lang tijd en tijdens vele generaties steeds weer een stapje verder gaan, groten veranderingen veroorzaken. Het oog is daarvan een goed voorbeeld, het begon waarschijnlijk als een licht gevoelige cel en is in de loop van miljoenen jaren uitgegroeid tot het complexe oog dat we nu kennen. De Evolutie Theorie volgens Jos Verhulst Jos Verhulst is er op uit om de darwinistische evolutie leer onderuit te halen, te falsificeren. Alleen laat deze evolutietheorie hiertoe weinig ruimte. Er zijn echter wel opvallende dingen waar te nemen die moeilijk of niet te verklaren zijn. Jos Verhulst wil aan de hand van deze voorbeelden en de daar aangehangen stellingen, te weten retardatie, foetalisatie, hypermorfosis en het compositie fenomeen, laten zien dat de tegenwoordig gangbare evolutie theorie niet de absolute waarheid is.
Retardatie en Foetalisatie Het aantal hartslagen in een leven is bij zoogdieren ongeveer evenveel. Een olifant heeft een erg langzame hartslag met als gevolg een erg lang leven ten op zichten van bijvoorbeeld een muis met zijn erg snelle hartslag. Op zich niks nieuws onder de zon maar als we dan de mens gaan bekijken komen er vraagtekens opzetten. De mens leeft namelijk veel te lang als je hem vergelijkt met een zoogdier van ongeveer dezelfde afmetingen. Dit noemt men retardatie, het uitrekken van het leven. Bij retardatie wordt niet alleen de levensduur verlengt, de ontwikkelingsfasen worden ook langer. Ofwel de ontwikkeling verloopt in vergelijking met andere zoogdieren erg langzaam. Er zijn geen zoogdieren zie ongeveer tot hun twintigste, voorop gesteld dat ze zo oud kunnen worden, bij hun ouders blijven. De retardatie hangt nauw samen met het foetalisatie fenomeen. Hierbij stelt men dat eigenschappen en kenmerken van de foetus in het latere leven behouden blijven. Het interessante hierbij is dat de mens sterke overeenkomsten vertoont met de foetus van een chimpansee. Deze heeft enkel hoofdhaar net als de mens maar in tegenstelling tot de mens krijgt later volledige beharing. Ook het achterhoofdsgat is niet te begrijpen met de gangbare evolutietheorie. Dit gat zit bij de mens onder aan de schedel en bij de apen achter op de schedel. Het gekke is dat het gat bij een foetus van een aap wel onderaan de schedel zit en kennelijk tijdens de ontwikkeling omhoog schuift. De darwinistische evolutie theorie zegt dat soorten evolueren via mutaties en selectie druk. Hoe valt dan het achterhoofdsgat te verklaren? Volgens Darwin zou er een aap met een mutatie zijn geweest die door dat het achterhoofdsgat onderaan zijn schedel zat zich kon oprichten en rechtop kon gaan lopen wat hem een selectie voordeel zou geven. Door dit voordeel gaf hij deze eigenschap door en is zo de mens ontstaan. Maar nu blijkt dat het achterhoofdsgat bij apen vroeg in hun ontwikkeling al onderaan hun schedel zat. Dit is daar niet ontstaan door natuurlijke selectie aangezien de mens er pas gebruik van maakte. Dat het bij de mens wel is gebleven is te danken aan retardatie en foatalisatie, niet door gangbare evolutie. Een ander kenmerk van de mens zijn de verhoudingen in zijn lichaam. Dit valt te verklaren met hypermorfosis. Hypermorfosis Bij hypermorfosis gaat het om de ontwikkeling van delen van het lichaam. Bij de ontwikkeling van een aap groeit als eerste het handje uit de foetus gevolgd door de onder- en dan de bovenarm. Met als logisch gevolg dat de bovenarm het langst door groeit om zijn achterstand in te halen. Bij zoogdieren loopt het alleen anders. De bovenarm stopt met groeien tegelijk met de onderarm en de hand. Bij de mens treed echter hypermorfosis op waardoor de laatst aangelegde delen van het lichaam het langst door groeien. Dit zorgt voor de grote dijbenen van de mens in vergelijking van het korte dijbeen en de erg lang uitgerekte voeten van bijvoorbeeld het paard. Compositie Fenomeen De retardatie, fertilisatie en hypermorfosis werken volgens Jos Verhulst allemaal samen tot de mogelijkheid om te spreken. Doordat wij ons achterhoofdsgat onderop de schedel houden kunnen we rechtop lopen. Met als direct gevolg dat de voortbewegingfunctie van de voorpoten/handen wegvalt. Waardoor de deze de grijpfunctie van de mond kunnen overnemen die dan vrij is voor de spraakfunctie. Een soort gelijke ontwikkeling hebben wij doorgemaakt in onze hersenen zodat wij kunnen praten en op een hoog niveau kunnen communiceren. De evolutie theorie kan dit niet verklaren volgens natuurlijke selectie aangezien er vele stapjes aan vooraf zijn gegaan die geen direct selectie voordeel hadden maar toekomst gericht ontstaan lijken te zijn.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.