Artikel 1 scheppingsverhalen en wetenschappelijke

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Opstel door een scholier
  • 4e klas vwo | 1439 woorden
  • 23 oktober 2003
  • 70 keer beoordeeld
Cijfer 6.4
70 keer beoordeeld

ETAPPE 1 A1. Scheppingsverhalen en wetenschappelijke Opdracht 2 2a) De Nederlandse term voor predestinatie is voorbestemming. Predestinatie is het eeuwige raadsbesluit van God, waardoor Hij besloten heeft en wat er volgens hem met ieder mens moet gebeuren. Ik denk dat er een ander woord ervoor ook het lot is. Predestinatie is dus de goddelijke uitverkiezing tot dienst en eeuwige heerlijkheid. 2b) In het huidige West-Europa speelt predestinatie een minder grote rol, omdat de meeste mensen niet meer gelovig zijn. De mensen trekken zich minder aan van God zijn oordeel. Opdracht 4 4a) Als je effect op bijgelovige mensen wil hebben als je af wilt kloppen moet je op hout afkloppen. 4b) Niet bijgelovige mensen kloppen toch vaak af als een soort gewoonte of om aan te geven dat ze iets niet menen of om erbij te horen als ze met bijgelovige mensen zijn.
Opdracht 5 In het scheppingsverhaal (de bijbel) werden eerst de planten gemaakt en daarna pas het licht. Dit is een onlogische volgorde, want planten hebben licht nodig om te groeien. Opdracht 7 Mythologie: Er was eens een nimf genaamd Echo. Ze praatte de hele dag door. Op een dag hield ze met haar gepraat de godin Hera (die net haar man Zeus op overspel wou betrappen) op met haar gepraat. Daarom vervloekte Hera haar en zorgde ervoor dat als ze voortaan met iemand sprak ze alleen nog maar diens laatste woorden kon herhalen. Van ellende stierf ze en alleen haar stem bleef nog bestaan. Moderne Natuurkunde: Echo ontstaat door de terugkaatsing van geluid tegen een voorwerp dus als je bijvoorbeeld iets roept in een put en het echoot terug dan komt dit doordat je stem tegen de bodem terugkaatst. Samenvatting: 1. Scheppingsverhalen en wetenschappelijk verklaren Er zijn voor zover wij weten altijd verhalen verteld over hoe de wereld in elkaar zit door bijna ieder volk op aarde. De wereld zit vol zaken waar wij ons nog steeds over verwonderen. De mens is van nature nieuwsgierig naar zijn omgeving en wil graag weten hoe alles komt. Als iemand een steen gooit weet je dat het van de gooier komt maar een lawine, rivier, de bliksem of de maan die van stand verandert zijn dingen waarvan het moeilijker is om erachter te komen hoe dat komt als mens. Veranderingen zijn erg interessant voor de mens. Denk maar aan een jongetje dat een oude man wordt, een rups die een vlinder wordt of een zaadje dat een boom wordt. Ieder mens heeft zich wel eens over dit soort verschijnselen verwondert. Je kan er niet voor kiezen om niet oud te worden, daar heb je als mens geen invloed op. Maar hoe komt het dan? Blijkbaar ligt de oorzaak daarvan buiten het handbereik van de mens hij kan er (nog) niets aan veranderen. De mens van tegenwoordig krijgt al jong wetenschappelijke verklaringen te horen voor dit soort waarnemingen. Vroeger werd er heel anders over gedacht en verklaarde men dit soort verschijnselen met een mythologie.
Mythologie Mythologie gaf antwoord op vragen als waar komt dat geluid uit de hemel vandaan? Het is nog niet duidelijk waarom mensen uberhaubt zo nodig antwoord moeten op dit soort vragen. Misschien zijn de kleien mensen gewoon bang in zo'n ontzettend grote wereld en iets bekends is altijd minder eng dan iets onbekends. Mythologie is niet een verzamelnaam voor allemaal leuke sprookjes waarmee men zich vermaakt maar mythologie is de bevestiging van het op een bepaalde manier naar de wereld kijken. Bij de oude Grieken en Romeinen dacht men dat de mens maar een beperkt zeggenschap had over zijn eigen leven en dat het voornamelijk allemaal werd bepaald door de goden. Als zijn tijd was gekomen dan stierf de mens. Het noodloot (Griekse woord moira en Romeinse woord fatum) werd uitgevoerd door de moiren (bij de Romeinen door de Parcen). Zelfs de goden konden niet om het noodlot heen het stond vast. In veel mythologieën hebben de goden menselijke trekken, zowel in uiterlijk als in hun emoties. Scheppingsverhalen Een groot en belangrijk deel van veel mythologieën bestaan uit scheppingsverhalen. Bij de Griekse dichters was er eerst alleen een vormloze donkere chaos. Hieruit vormde zich uit het midden de platte aarde, Gaia. Erboven spande zich de hemel, Ouranos. Gaia en Ouranos vormde een echtpaar en uit hun kwamen de andere goden. De scheppingsverhalen van de Germaanse mythologie weerspiegelt het donkere tevens vochtige klimaat waarin de Noord Europeanen toen leefden. Er was eerst een onpeilbare diepe afgrond. Hieruit kwamen de aangename vuurwereld en de kille nevelwereld: Muspelheim en Niflheim. Tussen hen in lag de kloof Ginnunga-GAp. Uit de nevel vielen druppels die de koe Audhumla vormde en ze vormden tevens de god Ymir. Ymirs bloed veroorzaakte de zonvloed. De koe Audhumla likte aan een blok ijs en daaruit werd Buri gevormd. Buri werd de grootvader van Wodan, de Germaanse oppergod. Voor de Iraniers begon de wereld met de hemel. Het was een grote ronde leegte, en daarom heen was een omhulsel gemaakt van bergkristal. Hierna ontstond water, aarde en planten en dieren. Hierna werden er mensen gemaakt en na de mensen ontstond het vuur. Er was ook een berg Hara die achthonderd jaar groeide totdat hij de hemel raakt. De sterren, maan en zon draaide om deze berg heen. Hara werd gezien als een levend wezen en alle andere bergen ontsproten aan hem. In West Afrika wordt verteld over Obatala, de goddelijke koning van het witte kleed, die zich vanuit het hemelrijk van de oppergod Oloroen aan een goeden ketting naar benden liet zakken tot vlak boven de woeste watervlakte van de godin Olokoen. Hij nam een schelp, zand en een kip mee en gooide vervolgens het zand naar beneden vallen en liet de kip op het zand vallen. De Kip ging in het hoopje zand krabben en omdat hij niet zo netjes krabde ontstonden er heuvels en dalen maar ook vasteland waar het zand verder terecht kwam. Oloroen vond Obtalaës zijn rijk te donker en dus maakte hij de zon. Obtala begon zich te vervelen en dus maakte hij mensen van klei. Hij werd dronken tijdens het maken van mensen en zo maakte hij misvormde mensen. De gehandicapten kunnen nog altijd rekenen op de hulp van Obatala. In de bijbel staat in het boek Genesis ook een scheppingsverhaal en de meeste kerken gaan daar behoorlijk liberaal mee om. Men begrijpt dat het voor een moderne gelovige moeilijk is om vast te houden aan Genesis als betrouwbaar verhaal van de schepping. In de twaalfde eeuw was dit anders. Men geloofde gewoon alles wat in de bijbel stond. Totdat wetenschappers was meer experimenten deden en erachter kwamen dat planten wel degelijk zonlicht nodig hebben om te groeien en in Genesis stond dat er geen zonlicht voor nodig was. Waarnemen is moeilijk. Maar in de twaalfde eeuw deed men een experiment. Adelard van bath ( 1085-1135) vulde een pot met alleen gezeefde potaarde en na een tijd kwamen er toch kiemplantjes door. Adelard kon beweren dat de bijbel het juist had en het tegendeel beweerd had hem in die tijd ook zeker in de problemen hebben gebracht. Nu is zijn experiment nogal naif maar door hem gingen de mensen beseffen dat natuurwetenschap alleen bestond als men ook experimenten en waarnemingen deed aan de natuur zelf. Willem van Conches uit de tijd van Adelard schreef hierom ook (ook hij tornde niet met de bijbel): "daarom, toon de reden aan waarom iets is zoals het is, en houd op te betuigen dat het zo moet zijn". Wetenschappelijk verklaren Een natuurwetenschappelijke verklaring is iets anders dan een scheppingsverhaal. Verklaringen moeten nu echt bewezen worden, omdat we nu allerlei technieken hebben om dingen te meten en waar te nemen. Natuurwetenschappers zijn mensen die zoeken naar de werkelijke oorzaken van waargenomen verschijnselen. De natuurwetenschappen zijn typisch causaal (oorzakelijk) van aard. Alleen maar werkelijk waargenomen feiten krijgen een plaats in een verklaring. Een verklaring hoeft niet altijd meteen juist te zijn. De feiten kunnen juist zijn en toch kan de verklaring dan niet kloppen. Verklaringen moeten altijd door ander onderzoek worden aangetoond.
Theorie, voorspelling en formule Onder theorie verstaan we een wetenschappelijke verklaring die niet slaat op een situatie maar op een algemeen verschijnsel. Of een theorie klopt moet het worden uitgezocht. Uit wetenschappelijke theorie kunnen voorspellingen worden afgeleid. Experimenten ondersteunen (verifiëren) een theorie. Als een theorie een voorspelling doet, moet je vooral proberen met experimenten aan tonen dat de voorspelling niet uitkomt. Pas als dat lukt heb je echte zekerheid. Volgens een meneer Propper moeten theorieën dus altijd worden geformuleerd. Veel moderne theorie is kort en bondig samengevat in de vorm van wiskundige formules. Alleen heeft een uitkomst van een formule vaak slechts de schijn van werkelijkheid

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.