Boekverslag maken

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 800 woorden
  • 3 oktober 2014
  • 33 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 33 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Waar moet je op letten bij het maken van een boekverslag?



BOEKVERSLAG 

• Voor- en achternaam + klas 

• Voor dit boekverslag wordt je vooral beoordeeld op inhoud, maar ook op zinsbouw, 

spelling, leestekens en verzorging 

• Je hoeft de vragen niet over te schrijven, maar je antwoordt wel in (hele) Nederlandse 

zinnen. Je antwoordt dus niet “leuk” maar: “ik vond het boek leuk.” 

1. Wat is de titel van je boek? 

2. Wie is de schrijver? 

3. Hoeveel bladzijden heeft het? 

4. Leg de titel uit: waarom heeft de schrijver deze titel gekozen volgens jou? 

5. Waarom heb je dit boek uitgekozen? 

6. Vertel zoveel mogelijk over de hoofdpersoon: hoe heet hij / zij? Hoe ziet de 

hoofdpersoon eruit? Heeft de hoofdpersoon een vriendje of vriendinnetje? Wat weet je 

over zijn familie? 

TIP: probeer je hoofdpersoon eens te interviewen. Dus je bedenkt vijf vragen waar jouw 

hoofdpersoon antwoord op geeft, en je zorgt er voor dat die vijf antwoorden de lezer een 

goed beeld geven van wie de hoofdpersoon is en wat zijn rol is in het verhaal. 

7. Wat vond je het meest opvallende deel van het boek? Dus wat vond je spannend, 

ontroerend, vervelend, etc. 

8. Waar speelt dit boek zich (voornamelijk) af? Gebruik je boek om dit uit te leggen. 

Bijvoorbeeld: Het boek speelt zich vooral in de stad af. Het gaat namelijk over een 

jongetje die in een grote flat woont en flats kom je vooral in de stad tegen. Bovendien is 

zijn vader tramconducteur en trams horen ook bij de grote stad.

9. In welke tijd speelt jouw verhaal zich af? Ook hier gebruik je je boek om je antwoord uit 

te leggen. Bijvoorbeeld: 

Het boek speelt zich af in de middeleeuwen. Dat denk ik omdat de hoofdpersoon een 

schildknaap is, die zelf ridder wil worden. Ridders horen thuis in de Middeleeuwen. 

10. Schrijf een samenvatting van het boek in ongeveer 200-300 woorden. Je vertelt het 

verhaal in hoofdlijnen. Je vertelt iets over het begin, het midden en natuurlijk het eind. 

11. Maak een tijdlijn bij je boek. Je begint bij de vraag “hoe lang duurt dit boek eigenlijk”? 

We hebben het dan over de tijd die in dit boek verstrijkt. In Roodkapje is dat 

bijvoorbeeld 1 dag, maar bij Harry Potter is dat (per boek) steeds een heel schooljaar. 

Het verhaal begint namelijk aan het einde van de zomervakantie, vlak voordat Harry 

weer naar school gaat, en het avontuur is afgelopen als het schooljaar weer voorbij is. Vervolgens geef je op die tijdlijn de belangrijkste gebeurtenissen aan. Bij Roodkapje ziet 

dat er als volgt uit: 

Moeder vraagt Roodkapje de wolf eet De jager komt 

roodkapje om naar komt de grootmoeder en iedereen wordt 

Grootmoeder te wolf tegen op en dan gered 

gaan Roodkapje 

Ochtend----------------------------------------middag-------------------------------------------avond

12. Geef je uitgebreide mening over dit boek. Je schrijft hier een stukje van ongeveer 150 

woorden. Dat doe je als volgt: 

interessant 

oninteressant 

onbegrijpelijk 

begrijpelijk 

ingewikkeld 

ontroerend 

somber 

waardeloos / 

waardevol 

opwindend 

veelzeggend 

(niet) leerzaam 

eenvoudig 

nieuwsgierigmaked 

saai / spannend 

lastig / eenvoudig 

eng 

onsamenhangend 

origineel 

oppervlakkig 

diepzinnig 

shockerend 

indrukwekkend 

slaapverwekkend 

vreemd 

smerig 

herkenbaar 

helemaal niet 

herkenbaar 

droevig 

grappig 

zielig 

echt / werkelijk 

onrealistisch / 

ongeloofwaardig 

mooi 

lelijk 

zet me aan het 

denken 

zet me niet aan het 

denken 

echt 

onecht 

braaf 

Bij je bespreking kies je minstens vijf woorden uit het rijtje hierboven, en licht je je 

antwoord toe. Bijvoorbeeld: “Ik vond Harry Potter en de Relieken van de Dood een beetje 

een ongeloofwaardig boek. Het kan toch niet dat er ergens in Engeland een geheime 

toverschool is waar wij niets vanaf weten? Maar ik vond het boek ook wel ontroerend, 

vooral de stukjes waar Harry Potter over zijn ouders nadenkt. Het lijkt mij heel erg om 

je ouders al op zulke jonge leeftijd te moeten verliezen.” 

En zo ga je door tot je ongeveer 150 woorden hebt geschreven. Met vijf woorden moet 

dat ongeveer wel lukken, maar je mag er natuurlijk ook best meer gebruiken. 

Zie je trouwens dat een boek bespreken niet zwart-wit is? Je kan een boek dus 

bijvoorbeeld best ongeloofwaardig vinden, maar in sommige stukjes wel weer een beetje 

ontroerend. Met een moeilijk woord noem je dat ‘genuanceerd’ - dat betekent dat je in 

je antwoord rekening probeert te houden met allerlei verschillende aspecten van dat 

onderwerp.  


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.