Klucht

Beoordeling 2.4
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 4e klas havo | 1056 woorden
  • 18 juni 2003
  • 14 keer beoordeeld
Cijfer 2.4
14 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Fix onze energie!

Studeer energie & techniek. Iedereen staat te springen om jou! We hebben namelijk veel technische toppers nodig die de energie van morgen fixen. Met een opleiding in energie & techniek ben je onmisbaar voor de toekomst. Check Power Up The Planet en ontdek welke opleiding het beste bij je past! 

Check Power Up The Planet!

Opdracht 1 Een arm echtpaar heeft in de gaten dat ze steeds minder geld hebben omdat al hun dieren dood gaan. Het enige wat ze hebben is een appelboom. Deuchdlijk Betrouwen (de vrouw van het echtpaar) zegt tegen haar man dat hij in God moet geloven en dat dan alles goed komt. God komt naar het echtpaar en zegt dat alles goed komt. Ze proberen het stelen van hun appels te voorkomen maar dat gaat al vanzelf. De ‘mensen’ die de appels willen stelen blijven vastzitten in de boom. Nadat de ‘mensen’ in de boom hebben de gezegd dat het echtpaar hun spullen mag houden bevrijdt de man de mensen uit de boom.

Opdracht 2

Opdracht 3 Het onderwerp heeft niets met seksualiteit te maken. De hoofdfiguren zijn wel apart; de dood en de duivel kom je niet in ieder verhaal tegen. De klucht kent wel meerdere bedrijven.

Opdracht 4 Het thema is geloof omdat god een grote rol speelt in deze klucht.

Opdracht 5 1) het verschijnen van god, de dood en de duivel het christendom
2) het vastzitten in de boom fantasie

Mensen verzonnen deze dingen omdat ze niet alles konden verklaren.

Opdracht 6 Ze vieren dat het vasten voorbij in laten zien dat wanneer je maar in god gelooft alles goed komt. Bij zo’n toneelstuk denk je al meer aan het geloof dan normaal.

Opdracht 7 Ik denk dat het wel geschikt is voor de tweede fase maar het lijkt me ook een beetje saai omdat de gebeurtenissen veel op elkaar lijken. Ik ben wel benieuwd hoe ze god en de dood dan hebben uitgebeeld want ik me daar geen voorstelling van maken.

Mening Toen ik begon met lezen had ik geen idee waar het stukje over zou gaan maar toen god erin voorkwam begreep ik het meer. De klucht gaat over het geloof en dat vind ik wel leuk want meestal gaan ze (opdrachten die we bij literatuur krijgen) over liefde of over de dood en ik vind het leuk dat we nu een ander thema hebben. Ik vind het wel irritant dat de personen die in de klucht voorkomen een moeilijke naam hebben want hierdoor kon ik niet vlot doorlezen. Het verhaal vond ik wel leuk want ik was de hele tijd aan het verzinnen hoe de dood, de duivel en god eruit zagen. Het verhaal kreeg ineens een andere verhaallijn want de eerste bladzijdes gaan over de dood van hun dieren en dat ze arm zijn en daarna gaat het over god. Ik vind het ook grappig hoe de ‘mensen’ die in de boom zitten er niet meer uit kunnen want dat kan natuurlijk nooit maar in een klucht wel. Ik vind het een origineel idee om mensen vast te laten zitten in een boom. Het ouderwetse taalgebruik vind ik minder leuk want bij veel woorden moest ik nadenken wat ze precies bedoelde. Ik merkte al vrij snel dat het een klucht was uit de Middeleeuwen want er kwam ook een marskramer in de appelboom terecht en die heb je al een tijdje niet meer. Het was fijn dat de personen vooraf kort waren beschreven want dan kon ik me er meer een voorstelling van maken. Het viel me op dat het lezen van zo’n klucht best snel gaat, ik had verwacht dat het veel langer zou duren.

Samenvatting van De klucht van de koe Proloog: Als het doek opgaat, verschijnt een gauwdief (handige dief) ten tonele die een lange monoloog houdt. Hij zegt dat een zigeuner via handlezing voorspeld heeft dat hij op z'n 18e opgehangen zou worden. Hij is echter nog nooit betrapt omdat hij altijd zo'n goede indruk maakt. Onlangs heeft hij een rederijkerskamer beroofd en al het geld besteed aan de hoeren. De rederijkers verdachten overigens elkaar. De dief zegt dat hij waardering heeft voor slimme dieven en dat de oude Grieken dat ook hadden, maar wie gepakt werd, was dom en werd direct opgehangen
Vervolgens noemt hij allerlei groepen bedriegers die zeker zo erg zijn als dieven en ook zo bestraft zouden moeten worden: · - bankroetiers (= mensen die zich opzettelijk failliet laten verklaren na andermans geld geïnd te hebben) · - specerijenfraudeurs (vocht erbij voor een hoger gewicht) NB: specerijen waren toen heel kostbaar · - valse geldwisselaars · - valse kaartspelers · - valse dobbelaars · - valse gokkers · - frauderende boekhouders · - en de grootste schurken: de hoge heren
De gauwdief vraagt onderdak aan een boer die een logement heeft te Ouderkerk, met een befaamde keuken én een vette koe. De boer zal de gauwdief om 2 uur wekken om naar Amsterdam te gaan. Een optrekker( = kroegloper) in Amsterdam pleit voor het vrijgezellenleven: zijn vrouw is lelijk en chagrijnig en ze wil nooit. Hij zoekt zijn vertier nu in herberg 't Zwarte Paard. Giertje, de waardin, laat hem -na sluitingstijd- binnen. Hij is handtastelijk. Ze gaat op zijn avances in om hem flink te laten drinken. De optrekker valt in slaap. Giertje gaat naar bed. De gauwdief steelt de vette koe van de boer en bindt deze vast aan een hooiberg van huize Kostverloren. De boer wordt wakker en gaat met de gauwdief op weg naar Amsterdam. Deze zegt dat hij nog geld te goed heeft van iemand van Kostverloren. De gauwdief komt terug met de koe en zegt dat hij deze als aanbetaling heeft gekregen. De boer prijst de koe en vindt dat deze erg op de zijne lijkt. Onder aandrang belooft de boer de koe te verkopen. De optrekker wordt wakker en probeert Giertje te versieren, die hem half afweert (wegens de drankomzet). De gauwdief komt binnen en tracht eveneens Giertje te verleiden. Nu arriveert de boer die de koe goed verkocht blijkt te hebben. Giertje geeft de gauwdief 2 schotels om eten te halen en de optrekker geeft z'n mantel (om schotels en eten te bedekken). De gauwdief verdwijnt en zegt bij zichzelf dat hij niet meer terug zal komen. De boer declameert rederijkersgedichten vol moeilijke Franse woorden en is daar trots op. Dan verschijnt Keesje, het zoontje van de boer, die huilend vertelt dat hun vette koe gestolen is. De boer heeft ondanks dit verlies waardering voor de slimheid van de gauwdief en gaat na afgerekend te hebben, huiswaarts. De optrekker zegt ook dat de gauwdief slim was: ze hebben hem eigenlijk alle drie het gestolene gegeven! 't Kan verkeren (= het kan anders gaan dan je verwacht had = de lijfspreuk van Bredero)

De opdracht gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Samenvatting van De klucht van de koe Proloog: Als het doek opgaat, verschijnt een gauwdief (handige dief) ten tonele die een lange monoloog houdt. Hij zegt dat een zigeuner via handlezing voorspeld heeft dat hij op z'n 18e opgehangen zou worden. Hij is echter nog nooit betrapt omdat hij altijd zo'n goede indruk maakt. Onlangs heeft hij een rederijkerskamer beroofd en al het geld besteed aan de hoeren. De rederijkers verdachten overigens elkaar. De dief zegt dat hij waardering heeft voor slimme dieven en dat de oude Grieken dat ook hadden, maar wie gepakt werd, was dom en werd direct opgehangen
Vervolgens noemt hij allerlei groepen bedriegers die zeker zo erg zijn als dieven en ook zo bestraft zouden moeten worden: · - bankroetiers (= mensen die zich opzettelijk failliet laten verklaren na andermans geld geïnd te hebben) · - specerijenfraudeurs (vocht erbij voor een hoger gewicht) NB: specerijen waren toen heel kostbaar · - valse geldwisselaars · - valse kaartspelers · - valse dobbelaars · - valse gokkers · - frauderende boekhouders · - en de grootste schurken: de hoge heren
De gauwdief vraagt onderdak aan een boer die een logement heeft te Ouderkerk, met een befaamde keuken én een vette koe. De boer zal de gauwdief om 2 uur wekken om naar Amsterdam te gaan. Een optrekker( = kroegloper) in Amsterdam pleit voor het vrijgezellenleven: zijn vrouw is lelijk en chagrijnig en ze wil nooit. Hij zoekt zijn vertier nu in herberg 't Zwarte Paard. Giertje, de waardin, laat hem -na sluitingstijd- binnen. Hij is handtastelijk. Ze gaat op zijn avances in om hem flink te laten drinken. De optrekker valt in slaap. Giertje gaat naar bed. De gauwdief steelt de vette koe van de boer en bindt deze vast aan een hooiberg van huize Kostverloren. De boer wordt wakker en gaat met de gauwdief op weg naar Amsterdam. Deze zegt dat hij nog geld te goed heeft van iemand van Kostverloren. De gauwdief komt terug met de koe en zegt dat hij deze als aanbetaling heeft gekregen. De boer prijst de koe en vindt dat deze erg op de zijne lijkt. Onder aandrang belooft de boer de koe te verkopen. De optrekker wordt wakker en probeert Giertje te versieren, die hem half afweert (wegens de drankomzet). De gauwdief komt binnen en tracht eveneens Giertje te verleiden. Nu arriveert de boer die de koe goed verkocht blijkt te hebben. Giertje geeft de gauwdief 2 schotels om eten te halen en de optrekker geeft z'n mantel (om schotels en eten te bedekken). De gauwdief verdwijnt en zegt bij zichzelf dat hij niet meer terug zal komen. De boer declameert rederijkersgedichten vol moeilijke Franse woorden en is daar trots op. Dan verschijnt Keesje, het zoontje van de boer, die huilend vertelt dat hun vette koe gestolen is. De boer heeft ondanks dit verlies waardering voor de slimheid van de gauwdief en gaat na afgerekend te hebben, huiswaarts. De optrekker zegt ook dat de gauwdief slim was: ze hebben hem eigenlijk alle drie het gestolene gegeven! 't Kan verkeren (= het kan anders gaan dan je verwacht had = de lijfspreuk van Bredero)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.