Onderzoekje

Zit jij in de bovenbouw van vmbo of havo? Doe dan mee aan dit korte onderzoek van een paar minuutjes over jouw studiekeuze en maak kans op een Bol.com van 15 euro!





MEEDOEN



 


Morele dilemma’s

Bijna elke dag komen we in aanraking met beslissingen en keuzes, of die nou groot of klein zijn. We moeten dan zelf bepalen wat goed is, minder goed of helemaal niet goed, slecht dus. Die belangrijke beslissingen kan je morele dilemma’s noemen. In morele dilemma’s gaat het vaak om twee waardengebieden, die met oplossingen komen als bijvoorbeeld:

Mag je liegen om iemands leven te redden? of
Mag je beloftes breken als je iemand moet helpen?

Een voorbeeld van een moreel dilemma:
Habiba hoort van de dokter dat haar vader ongeneselijk ziek is. Haar vader weet dat nog niet. Hij is nog niet erg aanspreekbaar. Habiba is verward en ze weet niet wat ze moet doen: moet ze haar vader de waarheid vertellen? Als ze de waarheid verteld, doet ze haar vader veel pijn, maar haar vader heeft recht op de waarheid.

Dit voorbeeld is een duidelijk voorbeeld van een moreel dilemma. Er spelen hierin 2 waarden een rol: de vader van Habiba hoort de waarheid te weten, ook wil ze haar vader geen pijn doen. Ze heeft geen keus, ze moet beslissen. Ze moet er zelf achter komen wat haar het beste lijkt.

Kenmerken van een moreel dilemma
Er zijn verschillende kenmerken voor een moreel dilemma. Je kan een moreel dilemma herkennen aan de volgende kenmerken:

1- Soms is er geen sprake van keuzevrijheid, je zal moeten kiezen. De persoon waar het om gaat voert een strijd met zichzelf, met zijn betere ‘ik’. Dat is het superego heet dat, zijn geweten. Een tussenmogelijk is niet mogelijk, de persoon zal moeten kiezen. Als je niet kiest worden er voor jou
misschien nadelige beslissingen genomen.

2-Een moreel dilemma heeft grote gevolgen. De gevolgen kunnen zo groot zijn dat ze de rest van je hele leven kunnen beïnvloeden. De gevolgen zullen nog lang door blijven werken.

3-De genomen beslissing in het moreel dilemma heeft grote gevolgen voor anderen.

In het volgende voorbeeld kan je goed de 3 kenmerken van een moreel dilemma zien:

Het voorbeeld komt uit een boek, het heet Sophie’s keuze. Er is ook een film van gemaakt. Het verhaal speelt zich af in de tweede wereldoorlog. Sophie moet naar het concentratiekamp Auschwitz, waar ze gedwongen wordt te kiezen een van haar 2 kinderen (een jongen en een meisje) aan de Duitsers af te
staan. Ze kan niet kiezen, en de Duitsers willen ze dan maar alletwee meenemen. Wanhopig schreeuw zij dan:”Nee! Neem mijn meisje”, omdat ze anders alletwee vermoord zouden worden. Ze blijft zich haar hele leven schuldig voelen om deze keuze.

Bij punt 1: je zal moeten kiezen.
Sophie heeft in dit dilemma geen keuze. Ze moet kiezen voor 1 van haar 2 kinderen. Het is als moeder die van haar kinderen houdt heel moeilijk om tussen 2 kinderen te kiezen. Als ze niet kiest worden er voor haar nadelige gevolgen beslist. Ze moet dus kiezen, het is 1 kind of helemaal niets.

Bij punt 2: een moreel dilemma heeft grote gevolgen.
Deze beslissing van Sophie heeft grote gevolgen voor haar. Ze blijft zich haar hele leven schuldig voelen, en dat heeft grote invloed op je leven.

Bij punt 3: de genomen beslissing heeft grote gevolgen voor anderen.

De beslissing van Sophie had veel invloed op haar dochtertje, zij werd vermoord, dat is een groot gevolg van haar keuze.

Morele bezwaren.
Als je het helemaal niet meer weet, doe je een beroep op je geweten. Het geweten, het bewustzijn van goed en kwaad, word hier altijd op de proef gesteld.

Een voorbeeld van een jongeman die niet in militaire dienst wil, een dienstweigeraar. Hij kan een beroep doen op de Wet Gewetensbezwaren, omdat hij vindt dat oorlog onmenselijk is of tegen Gods wil ingaat.

Streng-gereformeerden hebben vaak gemoedsbezwaren. Ze zijn dan bijvoorbeeld tegen inenting tegen polio. Ze geloven dat als je goed leeft, je niet ziek kan worden, want ziekte zien ze als een staf van God. Dus als je volgens Gods wil leeft, kan je volgens hen niet ziek worden.

Een gewetensbezwaar heeft een morele dimensie en is daarom altijd gebaseerd op een levens- of wereldbeschouwing.

Bijvoorbeeld pacifisten, Jehova’s getuigen en vegetariërs.

Pacifisten zullen zo bijvoorbeeld niet in militaire dienst gaan, omdat pacifisten streven naar vrede. Jehova’s getuigen zullen nooit verjaardagen vieren, omdat dat niet mogelijk is volgens hun geloof. Vegetariërs zullen nooit vlees eten, omdat ze vinden dat vlees eten slecht is.

Minder bekend is de gewetensnood die kan optreden in werksituaties. Hiervan zijn er enkele voorbeelden:

-Een verpleegkundige weigert mee te werken met aan een abortus of
euthanasie. Zijzelf of haar geloof is van mening dat het een ernstige misdaad is.

-Bij een bedrijf is tijdsnood ontstaan. Besloten word om op de zondag door te werken. Een christelijke medewerker weigert mee te werken, het mag niet van zijn geloof.

Arbeiders kunnen op verschillende gronden dienst weigeren. Hier noemen we er

4:

-Als het opgedragen werk in strijd is met de wet, zoals papieren vervalsen.
-Als er sprake is van ernstige aantasting van grondrechten van anderen, zoals abortus, euthanasie of het leveren van wapens.
-Als er dreiging is van een acuut gevaar voor de volksgezondheid of het milieu; de Arbo-wet regelt dat iedere werknemer het recht heeft het werk neer te leggen als dit gevaar oplevert voor zichzelf en voor anderen.
-Als er sprake is van een gewetensbezwaar, gebaseerd op een levens- of wereldbeschouwing. Zoals zondagsarbeid bij christenen, militaire dienst bij pacifisten en het werken met bloedpackets in ziekenhuizen bij Jehova’s getuigen.

Er zijn verschillende oplossingen als een werknemer met zo’n probleem zit:

-Hij kan het negeren, en er niet aan denken. Er zijn geen alternatieven aanwezig.

-Hij kan bezwaar maken. Misschien worden dan zijn redenen serieus genomen door de directie.

-Je kunt weigeren het werk te doen. Je loopt het risico wel om ontslagen te worden. Je kan dan proberen je gelijk te halen bij de kantonrechter.

-Je kan zelf ontslag nemen.

-Je kan het openbaar maken aan het publiek. Maar als gevolg daarvan kan je ontslagen worden.

Vaak heeft een gewetensbezwaar grote moeite om ermee voor de dag te komen. Er is vaak geen begrip voor diegenen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

"Streng-gereformeerden hebben vaak gemoedsbezwaren. Ze zijn dan bijvoorbeeld tegen inenting tegen polio. Ze geloven dat als je goed leeft, je niet ziek kan worden, want ziekte zien ze als een staf van God. Dus als je volgens Gods wil leeft, kan je volgens hen niet ziek worden."

Ik weet niet waar je dit vandaan hebt, maar dit is niet wat streng-gereformeerden geloven. Zij geloven namelijk dat God beslist of je polio zult krijgen of dat je geen polio zult krijgen en dat hun daar met een inenting niets aan kunnen veranderen! Misschien een wijziging waard?

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

Ik wil even een misverstand de wereld uit helpen: Streng-gereformeerden denken niet: als je volgens Gods wil leeft, kan je niet ziek worden. Nee! God heeft hun leven in Zijn hand, zeggen ze. Als Hij een goede bedoeling heeft met een ziekte, aanvaarden ze dat. Zou ik het mooie van God wel ontvangen en het kwade niet? Het is overigens maar een héél erg klein deel van de gereformeerden die dit zeggen. De meesten gereformeerden wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van een mens en zijn dus wel voor inentingen. Zo komen grove vooroordelen de wereld in!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

HOI MIRJAM,

Je hebt een mooie werkstuk afgeleverd over morele dilemma's. Ik heb een vraag heb jij misschien nog een paar dillemma die ik kan gebruiken voor een opdracht voor het vak godsdienst met een probleemstelling.Als het kan misschien een paar argumenten erbij hehe.

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast