Dido en Aeneas eerste vier boeken

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 4056 woorden
  • 4 juni 2001
  • 59 keer beoordeeld
Cijfer 5.1
59 keer beoordeeld

Boek 1 Hoofdpersonen - Aeneas, een Trojaanse man, die aan de Grieken, die Troje overwonnen hadden heeft kunnen ontsnappen en nu over de zeeën zwerft om zijn opdracht van de goden te vervullen. Hij moet een geschikte plek vinden om een nieuwe stad te bouwen voor de goden va Troje. Aeneas is de zoon van de godin Venus. - Achates, bemanningslid en lotgenoot van Aeneas, die samen met Aeneas de omgeving gaat onderzoeken en zo met Aeneas in Carthago aankomt. - Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa - Dido, de koningin van Carthago. Dido is gevlucht nadat haar broer haar man vermoord had. Ze kwam op een plek in Afrika waar ze een stuk grond kocht en waar ze Carthago opbouwde. Dido ontvangt Aeneas en zijn mannen gastvrij in haar stad als zij vermoeid daar aankomen. Ze wordt, door toedoen van Venus, verliefd op Aeneas. Het verhaal
In het eerste boek van de Aeneis wordt de aankomst van Aeneas in Carthago beschreven. Aeneas had een opdracht te vervullen. Hij moest een stad bouwen voor de Penaten van Troje. Deze stad zou de machtigste stad van de wereld worden, en dat het volk van de nieuwe stad zou Carthago vernietigen. De godin Juno kon dit niet verkroppen. Zij had haar ‘huis’ in Carthago en zij wilde dus dat Carthago de machtigste stad zou worden. Omdat zij toch al fel tegen Troje was, besloot zij de Trojanen zoveel mogelijk te hinderen op hun reis. Zodra Aeneas met zijn vloot van twintig schepen uit Troje was vertrokken achtervolgde Juno hem. Ze ging naar Aeolus, de koning van de orkanen, cyclonen en wervelwinden. Ze vroeg hem de stormen los te laten op de schepen van Aeneas. Als ruil hiervoor kreeg Aeolus een nimf als vrouw. Aeolus deed wat hem gevraagd was en liet alle stormen tegelijk los. De vloot van Aeneas werd helemaal uit elkaar geslagen. Maar de god van de zee, Neptunus, merkte dat zijn zee kolkte en heftig bewoog. Toen hij zag wat er gebeurde en Aeneas’ vloot verspreid zag over de zee, kalmeerde hij direct de zee. Zo konden de Trojanen toch nog met zeven schepen de Libische kust bereiken. Jupiter, die aan de bange Venus voorspelde dat het volk van Aeneas na vele omzwervingen eindelijk op de plaats van bestemming aan zou komen en uiteindelijk de stad zou bouwen, stuurde Mercurius naar de aarde. Mercurius moest ervoor zorgen dat de Trojanen gastvrij zouden worden ontvangen in Carthago. Dit gebeurde en vooral koningin Dido werd gunstig gestemd ten opzichte van de Trojanen. De volgende dag ging Aeneas, samen met Achates de omgeving verkennen. Onderweg kwamen zij Venus in de gedaante van een Punisch meisje tegen. Zij vertelt aan Aeneas waar hij zich bevindt en wie er heerst over Carthago. Ze zegt hem dat hij naar het paleis van Dido moet gaan. Als zij zich omdraait, ziet Aeneas haar ware gedaante en weet hij dat Venus tot hem gesproken heeft. Venus omhult Aeneas en Achates met een nevel, zodat ze niet gezien zouden worden als ze naar het paleis lopen. Voor de tempel van Juno wachten ze op Dido. Tot zijn verbazing ziet Aeneas opeens een aantal Trojanen die hij kwijt was geraakt tijdens de storm. Hij ziet hoe ze Dido vragen hen gastvrij te ontvangen in haar stad en hoe ze haar hun verhaal vertelde. Dido zegt dat ze de Trojanen zal ontvangen en dat ze in haar koninkrijk mogen blijven. Dan zegt ze dat ze wou dat Aeneas ook maar in Carthago was. Prompt vallen de wolken rond Aeneas en Achates weg en staat Aeneas stralend recht voor Dido. Natuurlijk is iedereen heel erg verbaasd. Ze nodigt Aeneas uit in haar paleis. De mannen van de schepen stuurt ze voedsel. Aeneas laat zijn zoon Ascanius naar Carthago halen en vraagt hem geschenken voor de koningin mee te nemen. Maar Venus, die erg bang is voor bedrog door de Puniërs, stuurt haar zoon Amor, de god van de liefde, in de gedaante van Ascanius. Hij moet zorgen dat Dido verliefd wordt op Aeneas. Namelijk, als Dido verliefd is op Aeneas, zal zij hem altijd beschermen en zullen de Puniërs geen verraad plegen. Amor daalt af naar de aarde en Venus legt Ascanius in de wouden te rusten. Amor gaat naar Carthago en brengt de geschenken mee. Zodra Amor Aeneas heeft vervuld van liefde, kruipt hij bij Dido op schoot en zorgt dat ze verliefd wordt op Aeneas. Tot diep in de nacht praat Dido met Aeneas en ze vraagt hem zijn verhaal te vertellen.
Boek 2 & 3 Hoofdpersonen - Aeneas, een Trojaanse man, zoon van Venus - Anchises, de vader van Aeneas - Creüsa, de vrouw van Aeneas - Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa - Priamus, de koning van Troje - Laocoön, opperpriester van Troje. - Sinon, een Griek die achterbleef om de Trojanen in de val te lokken - Ajax, Odysseus en Achilles, Griekse helden uit de oorlog om Troje, Odysseus is bedenker van het paard van Troje. - Pyrrhus, Griek, zoon van Achilles, verantwoordelijk voor de dood van Priamus - Andromache, weduwe van Hektor, Hektor is gedood tijdens de oorlog om Troje - Helenus, zoon van Priamus, voorspelt het verloop van Aeneas’ reis
Het verhaal
In het tweede en derde boek van de Aeneis worden de verwoesting van Troje en Aeneas’ zwerftocht over zee beschreven. Op een dag, na tien jaar belegering van Troje, waren de Grieken zomaar opeens verdwenen. Ze lieten een immens groot houten paard achter op het strand bij Troje. Dit was een list voor de Trojanen. In de buik van het houten paard zaten namelijk Griekse soldaten, en de rest van de vloot had zich teruggetrokken in een baai waar ze onzichtbaar was voor de Trojanen. De Trojanen, die menen dat de Grieken voorgoed zijn vertrokken, openen de poorten. Dan ziet men het houten paard. Sommigen denken dat het een list is, anderen willen het binnen de poorten van de stad halen. Dan komt de opperpriester Laocoön, die schreeuwt dat het een list is en hij werpt zijn lans in het paard. Als de Trojanen een beetje goed geluisterd hadden, hadden ze echo gehoord toen de lans in de borst van het paard kwam en hadden ze kunnen weten dat het paard hol was. Dan brengen een paar herders een geboeide man met zich mee die ze hebben gevonden. Het is een Griek die zegt dat hij door de Grieken is verstoten. Zijn naam is Sinon. Hij zegt dat hij is gevlucht van de Grieken nadat deze hem als bloedoffer wilden aanbieden om de winden gunstig te stemmen. De Trojanen krijgen medelijden met hem en Priamus zegt dat Sinon voortaan bij de Trojanen hoort, maar dat ze wel één ding willen weten: waar dat houten paard voor dient. Sinon vertelt dat het is gebouwd als geschenk aan Minerva, en dat het zo groot is omdat de Trojanen het dan niet binnen de poorten kunnen halen. De Trojanen geloofden het verhaal van Sinon. Dan gebeurt er iets wat de Trojanen niet meer aan het verhaal laat twijfelen: terwijl Laocoön een stier aan het slachten is, komen er twee enorme slangen uit de zee die eerst de twee zoontjes van Laocoön wurgen en daarna Laocoön zelf. De Trojanen geloven dat dit gebeurde omdat Laocoön met zijn lans het heilige paard heeft geschonden. Nu vinden de Trojanen dat het paard wel naar binnen móet, er moet tot Minerva gebeden worden. ’s Nachts, als het paard binnen de muren is en iedereen slaapt, opent Sinon de buik van het paard en komen de Grieken eruit. Ze doden de wachters en laten hun kameraden binnen. In een droom verschijnt Hektor aan Aeneas die hem vertelt dat de Grieken in Troje zijn en die hem de opdracht geeft een nieuwe stad voor de Penaten van Troje te stichten. Als Aeneas wakker schrikt blijkt zijn droom waarheid te zijn. Hij verzamelt een groepje mannen en gaat naar het centrum van de stad. Onderweg komen ze een Griekse groep soldaten tegen die hen aanzien voor hun eigen mannen. De Trojanen doden de Grieken en doen hun kleren aan. Zo kunnen ze vele Grieken misleiden en doden. Maar door de Trojanen worden zij natuurlijk ook als Grieken aangezien en met pijlen bestookt. Dan beseffen de Grieken de valstrik en worden veel mannen uit het groepje van Aeneas gedood. Het geschreeuw volgend gaan ze naar het paleis van Priamus. Het paleis wordt bezet door de Grieken. Priamus heeft zich in wapenrusting gestoken. Als hij ziet hoe zijn zoon Polites door de Griek Pyrrhus wordt vermoord, wil hij hem doden. Maar Pyrrhus doorsteekt hem met zijn zwaard en doodt zo de koning van Troje. Voor het eerst raakt Aeneas in paniek als hij aan zijn vrouw en zoon en zijn vader denkt, die ook nog ergens moeten zijn. Hij merkt dat hij helemaal alleen is achtergebleven. Als hij zich verstopt bij een tempel ziet hij Helena, eigenlijk de aanstichtster van de oorlog van Troje. Als hij haar wil doden, verschijnt Venus aan hem. Zij zegt Aeneas dat hij zijn vrouw, zoon en vader moet gaan zoeken en hen moet gaan redden. Zij zal hem naar hen begeleiden en zorgen dat hem niks overkomt. Als Aeneas bij zijn vader aankomt weigert deze met hem mee te gaan, hij is niet over te halen. Als hij het huis wil verlaten ziet hij Creüsa met Julus staan. Ze vraagt Aeneas om hen mee te nemen. Dan gebeurt er een wonder: op het hoofd van Julus verschijnt een vlam. Anchises heft zijn handen naar de hemel en vraagt Jupiter dit teken te bevestigen. Als dan een donderslag weerklinkt en ze een vallende ster zien, twijfelt Anchises niet langer en gaat met zijn zoon mee. Aeneas tilt zijn vader op zijn nek, neemt Julus bij de hand en laat Creüsa hen volgen. Hij zegt tegen zijn vrienden dat ze zich allemaal bij de tempel van Ceres zullen verzamelen. Anchises neemt de beelden van de Penaten mee. Als ze op de afgesproken plek zijn aangekomen merkt Aeneas dat Creüsa niet meer bij hen is. In paniek keert hij alleen terug naar de stad en roept zijn vrouws naam terwijl hij door de straten van Troje loopt. Dan verschijnt de gedaante van Creüsa aan hem die hem vertelt dat Aeneas zonder haar op reis moet gaan. Bedroefd keer Aeneas terug naar de verzamelplek. Daar vindt hij een geweldige menigte mensen. Samen met hen trekt hij zich terug in de bergen. Van Troje was niets meer dan een rokende puinhoop. De Trojanen verlaten hun stad. Ze gaan aan land in het gebied van de Thraciërs, waar Aeneas begint met de bouw van een stad. Voordat hij dat gaat doen, moet hij natuurlijk wel een offer brengen aan Venus. Als hij een bosje mirte uit de grond wil trekken waarmee hij het altaar wil versieren, gebeurt er een wonder. Nadat Aeneas het bosje uit de grond had getrokken, ziet hij dat er van de wortels geen sap druipt, maar bloed. Ook bij andere twee struiken gebeurt dit. Terwijl Aeneas de derde struik uit de grond wil trekken, hoort hij een stem. Het is de stem van Polydorus, een Trojaan, die hem vertelt dat hij daar vermoord is en daar begraven is. Polydorus was de zoon van Priamus, die door Priamus met veel goud naar de Thracische koning was gezonden, zodat de koning hem groot kon brengen. Maar toen Troje was gevallen koos de koning de Griekse kant en hij stal het goud en vermoordde Polydorus. Aeneas wordt door angst bevangen en nadat zij Polydorus opnieuw begraven hebben, verlaten ze het land van de Thraciërs. Nu moeten ze dus weer op zoek naar nieuw land waar ze een stad kunnen bouwen. Al snel komen ze aan op het eiland Delos. Op Delos bidt Aeneas tot Apollo en vraagt hem een teken te geven en te zeggen waar ze zich moeten vestigen. Nauwelijks heeft hij dit gezegd of de aarde begint te schudden en roept een stem dat ze het land van hun vroegste voorgeslacht moeten zoeken. Dat land zal hen weer ontvangen. Anchises zegt dat hij weet welk land er wordt bedoeld: Kreta, het land van zijn voorouders. De Trojanen vertrokken met gunstige wind uit Delos en snel waren ze op Kreta. Een nieuwe stad werd opgebouwd, en alles verliep voorspoedig. Totdat de pest uitbrak. Anchises raadt zijn zoon aan weer naar Delos terug te gaan om het orakel te raadplegen. Maar toen Aeneas sliep, verschenen de Penaten aan hem en zeiden tegen hem, dat zij zouden voorspellen wat anders het orakel in Delos zou voorspellen, zodat Aeneas niet naar Delos hoefde. Ze vertellen hem dat Kreta niet het land was dat Apollo bedoelde, maar dat het Italië is waar Aeneas zijn stad moet stichten. Anchises ziet in dat hij zich vergist heeft en raadt aan naar de Penaten te luisteren en Italië te zoeken. Als de vloot midden op zee zit steekt er een zware storm op en wordt de vloot uit elkaar geslagen. Drie dagen hadden ze op zee gedreven toen ze land zagen. Het was het eiland van Celeano en de andere Harpijen, vogels met het gezicht van een meisje die alles bevuilen met hun poep en kots. Op het eiland zagen Aeneas en zijn mannen kudden met runderen zonder herders erbij. Velen werden er geslacht. Net toen de Trojanen aan hun maaltijd wilden beginnen, verschenen de Harpijen, die alles bevuilden. Toen de mannen ergens anders hun maaltijd, wilden nuttigen, gebeurde er precies hetzelfde. De dieren waren ook niet te doden, doordat de zwaarden niet door hun veren heengingen. Dan spreekt Celeano, de leidster van de Harpijen tot de Trojanen. Ze verwijt hen dat ze haar runderen stalen. Ze voorspelt dat zij Italië wel zullen bereiken, maar niet voordat ze geteisterd zijn door een vreselijke honger. Snel vluchten de Trojanen van dit eiland. Nadat ze nog een eiland aangedaan hadden, kwamen ze aan op Buthrotum, Daar horen ze dat Helenus, de zoon van Priamus, regeert over Griekse steden en getrouwd is met Andromache, de weduwe van Hektor en die in het bezit was van Pyrrhus. Als Aeneas en zijn mannen aan land gaan, komen ze Andromache tegen. Zij vertelt hen dat ze na de oorlog van Troje als slavin meegenomen was door Pyrrhus. Ook Helenus was meegenomen als slaaf. Na enige tijd verliet Pyrrhus Andromache om met een andere vrouw te trouwen en deed hij Andromache aan zijn slaaf Helenus over. Maar de man die verliefd was op Hermione, de nieuwe vrouw van Pyrrhus, doodde Pyrrhus. Zo kwam een deel van het rijk van Pyrrhus in handen van Helenus. Daar bouwde Helenus een nieuw Troje op. Terwijl Andromache nog spreekt komt daar Helenus aangelopen. Hij brengt hen naar zijn stad en geeft hen een maaltijd. Aeneas vraagt hem te spreken namens Apollo, en vraagt hem te vertellen welke gevaren Aeneas allemaal moet ontwijken op zijn reis. Priester Helenus voorspelt Aeneas: “Jullie reizen onder leiding van de goden over de zee. Je zult na een moeilijke reis en vele omwegen Italië bereiken. Het land waar je een witte zeug met dertig witte biggen ziet liggen, daar is de plaats voor jouw nieuwe stad. Italië is niet zo dichtbij als je denkt. Het ligt hier wel aan de overkant van de zee, maar daar moet je niet aan land gaan, want de steden daar zijn allemaal Grieks. Ga niet tussen Sicilië en Italië door, want in die nauwe zeestraat schuilen aan de ene kant het monster Scylla, dat schepen op de rotsen trekt, en aan de andere kant Charybdis, die het water van de zee drie keer per dag in haar hol slurpt en het evenveel keer weer omhoog spuugt. Het is beter om om Sicilië heen te varen. Blijf ook veel bidden tot Juno. Dan zal je Sicilië verlaten en in Italië aankomen. Daar kom je in de stad Cumae bij een profetes, die de toekomst voorpelt en op bladeren schrijft die bij het openen van de deur door elkaar waaien. Laat dit je niet afschrikken en smeek om haar orakels. Als je haar smeekt kan zij je een gunstige vaart geven.” Nadat Helenus en Andromache nog een aantal geschenken aan de Trojanen gegeven hadden, vertrokken de Trojanen weer. Ze varen tot daar waar de oversteek naar Italië het kortst is. Dan zien ze Italië. Daar brengen ze offers zoals voorgeschreven door Helenus. Als ze dat gedaan hebben, vertrekken ze weer bij de Griekse steden vandaan. Ze zien de Etna, die op Sicilië staat, al, als ze toch in de Charybdis terechtkomen. Drie keer worden ze opgezogen en weer uitgespuugd en uiteindelijk belanden ze op de kust van de Cyclopen, de eenogige reuzen. Daar komen ze een Griekse man tegen die achtergebleven is toen Odysseus en zijn mannen vluchtten voor de cycloop Polyphemus die hen gevangen had. Dan zien de Trojanen Polyphemus zelf als hij zijn oog, dat uitgestoken was door de Grieken, gaat uitspoelen in de zee. Natuurlijk vluchten de Trojanen zo snel mogelijk weg, maar de cycloop hoort het geluid wat ze hierbij maken. Het lukt hem niet de Trojanen te pakken te krijgen en ze ontsnappen aan hem. Een gunstige wind leidt hen rondom Sicilië en de Griek, die ze natuurlijk meegenomen hebben, wijst hun plekken waar ze aan kunnen leggen. Nadat ze kaap Pachynus gerond hebben, komen ze aan in Drepanum. Daar sterft Anchises, de vader van Aeneas. Nadat ze vertrokken zijn uit Drepanum drijft de storm (door Juno veroorzaakt) hen naar Carthago. Zo is het verhaal dat Aeneas aan Dido moest vertellen. Boek 4 Hoofdpersonen - Aeneas, de Trojaanse man die na vele omzwervingen is aangespoeld op de kust bij Carthago en nu van de gastvrijheid van koningin Dido van Carthago geniet. Aeneas is de zoon van Venus. - Dido, koningin van Carthago. Zij heeft Aeneas en zijn mannen in haar stad ontvangen. Ze is verliefd op Aeneas. - Anna, de zus van Dido. Zij geeft Dido raad wat betreft haar liefde voor Aeneas. - Jarbas, minnaar van Dido, hij werd door haar afgewezen

Het verhaal
In het vierde boek van de Aeneis wordt geschreven over de liefde tussen Dido en Aeneas. Dido is vreselijk verliefd geworden op Aeneas. Ze kan er niet van slapen en aan niks anders meer denken. Ze vraagt raad aan haar zuster Anna, omdat Dido het besluit had genomen zich, na de dood van haar man, nooit meer te binden met een andere man. Anna geeft haar de raad gewoon haar hart te volgen en toe te geven aan haar verliefdheid. Als Dido met Aeneas trouwt, zal Carthago een hele machtige stad worden. Dido volgt de raad van haar zus op en laat haar twijfels varen. Nu wordt ze helemaal verteerd door de verliefdheid, ze zwerft door de stad en verwaarloost haar taak als koningin. Juno, de oppergodin, merkt hoezeer Dido gekweld wordt, wordt boos op Venus, omdat Venus voor deze liefde heeft gezorgd. Ze weet wel dat Venus bang is dat Carthago de grootste stad wordt, daarom doet ze Venus een voorstel. Ze stelt voor Dido met Aeneas te laten trouwen, zodat ze samen Carthago kunnen besturen. Venus begreep dat er iets meer achter Juno’s plan stak. Want als Aeneas met Dido zou trouwen, zou hij nooit in Italië aankomen. Toch stemde ze met het plan in. Wel zegt ze tegen Juno dat deze toestemming moet vragen aan Jupiter voor dit plan. Juno zegt dat ze al een plan heeft hoe ze Dido en Aeneas bij elkaar kunnen brengen. De volgende dag zal Dido samen met Aeneas op jacht gaan. Juno zal dan een vreselijke hagelbui neer laten vallen. De jagers zullen moeten gaan schuilen en Dido en Aeneas zullen in dezelfde grot terechtkomen. Daar zal hun liefde voor elkaar tot uiting komen. Dit is precies zoals het de volgende dag ook gebeurt. Dido wil geen geheime verhouding meer en beschouwt haar relatie als een huwelijk. Gelijk verspreidt roddel zich door de stad. Er wordt verteld dat Dido en Aeneas de hele winter alleen maar met elkaar bezig zijn en hun taak als koning vergeten. Dit alles komt ook Jarbas ter ore. Hij bidt tot Jupiter, voor wie hij vele tempels heeft gebouwd en laat hem het onrecht zien dat Dido nu een hele machtige stad heeft op de grond die ze van hem kocht en dat Jarbas eigenlijk niets meer overhoudt. Jupiter luistert naar Jarbas en hij stuurt Mercurius naar de aarde met de boodschap voor Aeneas dat die zijn reis moet vervolgen en zijn opdracht moet vervullen. Dit doet Mercurius en Aeneas luistert naar hem. Hij wil gelijk het land verlaten. Maar wat moet hij tegen Dido zeggen? Hij geeft enkele van zijn mannen opdracht in het diepste geheim de vloot klaar te maken voor vertrek. Hij zelf zal dan op een tactisch moment tegen Dido zeggen dat hij vertrekt. Maar Dido heeft het al gehoord en ze wordt heel erg kwaad op Aeneas. Ze verwijt hem dat hij haar heeft bedrogen, dat hij Dido de dood in zal jagen en hij nu hun huwelijksband verbreekt. Aeneas antwoordt hierop dat ze nooit getrouwd waren en dat hij toch weggaat. Hoewel Aeneas zelf ook vreselijk verdrietig is, verlaat hij haar toch en worden de schepen klaar gemaakt voor vertrek. Ook de treurige boodschappen die Anna namens Dido overbrengt, helpen niet. Als dit tot Dido doordringt, wil ze niet meer leven. Dit idee wordt nog versterkt door een aantal tekens die zij kreeg: een plengoffer veranderde in een zwart brouwsel en ze dacht een stem te horen die haar riep. Toen ze eenmaal besloten had te sterven, moest ze nog bedenken hoe ze het ging doen. Ze vroeg haar zuster in het geheim een hoge brandstapel te bouwen waarop ze dan de spullen van Aeneas kon verbranden. Anna doet wat zij vraagt en heeft niets in de gaten van het plan van Dido om te sterven. Dido legt alle spullen van Aeneas er bovenop en op een kussen een pop die lijkt op Aeneas. Die nacht kan Dido niet slapen. Ze loopt te twijfelen over haar plan om zelfmoord te plegen, maar uiteindelijk besluit ze dat ze wil sterven. Diezelfde nacht komt Mercurius weer tot Aeneas en maant hem snel te vertrekken omdat er een gunstige wind staat en omdat Dido hem met haar plan in een valstrik wil lokken. Onmiddellijk nadat Aeneas wakker is beveelt hij zijn mannen de trossen te kappen en weg te varen. ’s Ochtends ziet Dido dat de vloot uit de haven is weggevaren. Ze verwijt zichzelf dat ze hem allang iets had aan moeten doen, voordat hij kon vertrekken. Nadat ze Aeneas vervloekt heeft laat ze een voedster haar zus halen met de dieren die nodig zijn voor het offer. Terwijl haar zuster onderweg is, klimt Dido op de brandstapel en gaat op het kussen liggen. Na nog enkele woorden van verwijt gesproken te hebben, bijvoorbeeld dat de Trojanen nooit in Carthago hadden mogen aankomen, stort zij zich in het zwaard van Aeneas. Gelijk is het hele paleis in rep en roer. Anna verwijt haar zus dat ze zonder haar sterft en dat ze haar heeft misleid door haar de brandstapel te laten bouwen. Dan klimt Anna ook op de brandstapel, Dido wil nog omhoog komen, maar het lukt niet meer. Juno, vol van medelijden, stuurt Iris omlaag om een lok van Dido’s haar af te knippen en haar ziel van haar lichaam te verlossen. Dit doet Iris en als zij de lok heeft afgeknipt verdwijnt het leven van Dido uit haar lichaam. De goden
Ter verduidelijking zal ik nog de goden beschrijven die voorkomen in de eerste vier boeken van de Aeneis. Jupiter – de oppergod
Juno – zus en vrouw van Jupiter, beschermgodin van het huwelijk
Venus – dochter van Jupiter, godin van de liefde en schoonheid
Amor – zoon van Venus, god van de liefde
Mercurius – zoon van Jupiter, boodschapper van de goden en god van de handel
Neptunus – broer van Jupiter, god van de zee
Hades – broer van Jupiter, god van de onderwereld
Minerva – dochter van Jupiter, godin van de wijsheid en kennis
Apollo – zoon van Jupiter, god van de geneeskunde, de kunst en de pijl en boog
Triton – een zeegod

Aurora – godin van de dageraad
Iris – bode van de goden als regenboogbrug

REACTIES

K.

K.

ik snap dit stukje van de tekst niet helemaal
kunt u mij deze verklaren?
ik citeer:
Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, die aan de Grieken, die Troje overwonnen hadden heeft kunnen ontsnappen en nu over de zeeën zwerft om zijn opdracht van de goden te vervullen. Hij moet een geschikte plek vinden om een nieuwe stad te bouwen voor de goden va Troje. Aeneas is de zoon van de godin Venus.
- Achates, bemanningslid en lotgenoot van Aeneas, die samen met Aeneas de omgeving gaat onderzoeken en zo met Aeneas in Carthago aankomt.

- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Dido, de koningin van Carthago. Dido is gevlucht nadat haar broer haar man vermoord had. Ze kwam op een plek in Afrika waar ze een stuk grond kocht en waar ze Carthago opbouwde. Dido ontvangt Aeneas en zijn mannen gastvrij in haar stad als zij vermoeid daar aankomen. Ze wordt, door toedoen van Venus, verliefd op Aeneas.

Het verhaal
In het eerste boek van de Aeneis wordt de aankomst van Aeneas in Carthago beschreven.
Aeneas had een opdracht te vervullen. Hij moest een stad bouwen voor de Penaten van Troje. Deze stad zou de machtigste stad van de wereld worden, en dat het volk van de nieuwe stad zou Carthago vernietigen. De godin Juno kon dit niet verkroppen. Zij had haar ‘huis’ in Carthago en zij wilde dus dat Carthago de machtigste stad zou worden. Omdat zij toch al fel tegen Troje was, besloot zij de Trojanen zoveel mogelijk te hinderen op hun reis. Zodra Aeneas met zijn vloot van twintig schepen uit Troje was vertrokken achtervolgde Juno hem. Ze ging naar Aeolus, de koning van de orkanen, cyclonen en wervelwinden. Ze vroeg hem de stormen los te laten op de schepen van Aeneas. Als ruil hiervoor kreeg Aeolus een nimf als vrouw. Aeolus deed wat hem gevraagd was en liet alle stormen tegelijk los. De vloot van Aeneas werd helemaal uit elkaar geslagen. Maar de god van de zee, Neptunus, merkte dat zijn zee kolkte en heftig bewoog. Toen hij zag wat er gebeurde en Aeneas’ vloot verspreid zag over de zee, kalmeerde hij direct de zee. Zo konden de Trojanen toch nog met zeven schepen de Libische kust bereiken.
Jupiter, die aan de bange Venus voorspelde dat het volk van Aeneas na vele omzwervingen eindelijk op de plaats van bestemming aan zou komen en uiteindelijk de stad zou bouwen, stuurde Mercurius naar de aarde. Mercurius moest ervoor zorgen dat de Trojanen gastvrij zouden worden ontvangen in Carthago. Dit gebeurde en vooral koningin Dido werd gunstig gestemd ten opzichte van de Trojanen.
De volgende dag ging Aeneas, samen met Achates de omgeving verkennen. Onderweg kwamen zij Venus in de gedaante van een Punisch meisje tegen. Zij vertelt aan Aeneas waar hij zich bevindt en wie er heerst over Carthago. Ze zegt hem dat hij naar het paleis van Dido moet gaan. Als zij zich omdraait, ziet Aeneas haar ware gedaante en weet hij dat Venus tot hem gesproken heeft. Venus omhult Aeneas en Achates met een nevel, zodat ze niet gezien zouden worden als ze naar het paleis lopen. Voor de tempel van Juno wachten ze op Dido. Tot zijn verbazing ziet Aeneas opeens een aantal Trojanen die hij kwijt was geraakt tijdens de storm. Hij ziet hoe ze Dido vragen hen gastvrij te ontvangen in haar stad en hoe ze haar hun verhaal vertelde. Dido zegt dat ze de Trojanen zal ontvangen en dat ze in haar koninkrijk mogen blijven. Dan zegt ze dat ze wou dat Aeneas ook maar in Carthago was. Prompt vallen de wolken rond Aeneas en Achates weg en staat Aeneas stralend recht voor Dido. Natuurlijk is iedereen heel erg verbaasd. Ze nodigt Aeneas uit in haar paleis. De mannen van de schepen stuurt ze voedsel. Aeneas laat zijn zoon Ascanius naar Carthago halen en vraagt hem geschenken voor de koningin mee te nemen.
Maar Venus, die erg bang is voor bedrog door de Puniërs, stuurt haar zoon Amor, de god van de liefde, in de gedaante van Ascanius. Hij moet zorgen dat Dido verliefd wordt op Aeneas. Namelijk, als Dido verliefd is op Aeneas, zal zij hem altijd beschermen en zullen de Puniërs geen verraad plegen. Amor daalt af naar de aarde en Venus legt Ascanius in de wouden te rusten. Amor gaat naar Carthago en brengt de geschenken mee. Zodra Amor Aeneas heeft vervuld van liefde, kruipt hij bij Dido op schoot en zorgt dat ze verliefd wordt op Aeneas. Tot diep in de nacht praat Dido met Aeneas en ze vraagt hem zijn verhaal te vertellen.
Boek 2 & 3

Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, zoon van Venus
- Anchises, de vader van Aeneas
- Creüsa, de vrouw van Aeneas
- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Priamus, de koning van Troje
- Laocoön, opperpriester van Troje.
- Sinon, een Griek die achterbleef om de Trojanen in de val te lokken
- Ajax, Odysseus en Achilles, Griekse helden uit de oorlog om Troje, Odysseus is bedenker van het paard van Troje.
- Pyrrhus, Griek, zoon van Achilles, verantwoordelijk voor de dood van Priamus
- Andromache, weduwe van Hektor, Hektor is gedood tijdens de oorlog om Troje
- Helenus, zoon van Priamus, voorspelt het verloop van Aeneas’ reis

Het verhaal
In het tweede en derde boek van de Aeneis worden de verwoesting van Troje en Aeneas’ zwerftocht over zee beschreven.
Op een dag, na tien jaar belegering van Troje, waren de Grieken zomaar opeens verdwenen. Ze lieten een immens groot houten paard achter op het strand bij Troje. Dit was een list voor de Trojanen. In de buik van het houten paard zaten namelijk Griekse soldaten, en de rest van de vloot had zich teruggetrokken in een baai waar ze onzichtbaar was voor de Trojanen.
De Trojanen, die menen dat de Grieken voorgoed zijn vertrokken, openen de poorten. Dan ziet men het houten paard. Sommigen denken dat het een list is, anderen willen het binnen de poorten van de stad halen. Dan komt de opperpriester Laocoön, die schreeuwt dat het een list is en hij werpt zijn lans in het paard. Als de Trojanen een beetje goed geluisterd hadden, hadden ze echo gehoord toen de lans in de borst van het paard kwam en hadden ze kunnen weten dat het paard hol was. Dan brengen een paar herders een geboeide man met zich mee die ze hebben gevonden. Het is een Griek die zegt dat hij door de Grieken is verstoten. Zijn naam is Sinon. Hij zegt dat hij is gevlucht van de Grieken nadat deze hem als bloedoffer wilden aanbieden om de winden gunstig te stemmen. De Trojanen krijgen medelijden met hem en Priamus zegt dat Sinon voortaan bij de Trojanen hoort, maar dat ze wel één ding willen weten: waar dat houten paard voor dient. Sinon vertelt dat het is gebouwd als geschenk aan Minerva, en dat het zo groot is omdat de Trojanen het dan niet binnen de poorten kunnen halen. De Trojanen geloofden het verhaal van Sinon. Dan gebeurt er iets wat de Trojanen niet meer aan het verhaal laat twijfelen: terwijl Laocoön een stier aan het slachten is, komen er twee enorme slangen uit de zee die eerst de twee zoontjes van Laocoön wurgen en daarna Laocoön zelf. De Trojanen geloven dat dit gebeurde omdat Laocoön met zijn lans het heilige paard heeft geschonden. Nu vinden de Trojanen dat het paard wel naar binnen móet, er moet tot Minerva gebeden worden. ’s Nachts, als het paard binnen de muren is en iedereen slaapt, opent Sinon de buik van het paard en komen de Grieken eruit. Ze doden de wachters en laten hun kameraden binnen. In een droom verschijnt Hektor aan Aeneas die hem vertelt dat de Grieken in Troje zijn en die hem de opdracht geeft een nieuwe stad voor de Penaten van Troje te stichten. Als Aeneas wakker schrikt blijkt zijn droom waarheid te zijn. Hij verzamelt een groepje mannen en gaat naar het centrum van de stad. Onderweg komen ze een Griekse groep soldaten tegen die hen aanzien voor hun eigen mannen. De Trojanen doden de Grieken en doen hun kleren aan. Zo kunnen ze vele Grieken misleiden en doden. Maar door de Trojanen worden zij natuurlijk ook als Grieken aangezien en met pijlen bestookt. Dan beseffen de Grieken de valstrik en worden veel mannen uit het groepje van Aeneas gedood. Het geschreeuw volgend gaan ze naar het paleis van Priamus. Het paleis wordt bezet door de Grieken. Priamus heeft zich in wapenrusting gestoken. Als hij ziet hoe zijn zoon Polites door de Griek Pyrrhus wordt vermoord, wil hij hem doden. Maar Pyrrhus doorsteekt hem met zijn zwaard en doodt zo de koning van Troje. Voor het eerst raakt Aeneas in paniek als hij aan zijn vrouw en zoon en zijn vader denkt, die ook nog ergens moeten zijn. Hij merkt dat hij helemaal alleen is achtergebleven. Als hij zich verstopt bij een tempel ziet hij Helena, eigenlijk de aanstichtster van de oorlog van Troje. Als hij haar wil doden, verschijnt Venus aan hem. Zij zegt Aeneas dat hij zijn vrouw, zoon en vader moet gaan zoeken en hen moet gaan redden. Zij zal hem naar hen begeleiden en zorgen dat hem niks overkomt. Als Aeneas bij zijn vader aankomt weigert deze met hem mee te gaan, hij is niet over te halen. Als hij het huis wil verlaten ziet hij Creüsa met Julus staan. Ze vraagt Aeneas om hen mee te nemen. Dan gebeurt er een wonder: op het hoofd van Julus verschijnt een vlam. Anchises heft zijn handen naar de hemel en vraagt Jupiter dit teken te bevestigen. Als dan een donderslag weerklinkt en ze een vallende ster zien, twijfelt Anchises niet langer en gaat met zijn zoon mee. Aeneas tilt zijn vader op zijn nek, neemt Julus bij de hand en laat Creüsa hen volgen. Hij zegt tegen zijn vrienden dat ze zich allemaal bij de tempel van Ceres zullen verzamelen. Anchises neemt de beelden van de Penaten mee. Als ze op de afgesproken plek zijn aangekomen merkt Aeneas dat Creüsa niet meer bij hen is. In paniek keert hij alleen terug naar de stad en roept zijn vrouws naam terwijl hij door de straten van Troje loopt. Dan verschijnt de gedaante van Creüsa aan hem die hem vertelt dat Aeneas zonder haar op reis moet gaan. Bedroefd keer Aeneas terug naar de verzamelplek. Daar vindt hij een geweldige menigte mensen. Samen met hen trekt hij zich terug in de bergen.
Van Troje was niets meer dan een rokende puinhoop. De Trojanen verlaten hun stad. Ze gaan aan land in het gebied van de Thraciërs, waar Aeneas begint met de bouw van een stad. Voordat hij dat gaat doen, moet hij natuurlijk wel een offer brengen aan Venus. Als hij een bosje mirte uit de grond wil trekken waarmee hij het altaar wil versieren, gebeurt er een wonder. Nadat Aeneas het bosje uit de grond had getrokken, ziet hij dat er van de wortels geen sap druipt, maar bloed. Ook bij andere twee struiken gebeurt dit. Terwijl Aeneas de derde struik uit de grond wil trekken, hoort hij een stem. Het is de stem van Polydorus, een Trojaan, die hem vertelt dat hij daar vermoord is en daar begraven is. Polydorus was de zoon van Priamus, die door Priamus met veel goud naar de Thracische koning was gezonden, zodat de koning hem groot kon brengen. Maar toen Troje was gevallen koos de koning de Griekse kant en hij stal het goud en vermoordde Polydorus. Aeneas wordt door angst bevangen en nadat zij Polydorus opnieuw begraven hebben, verlaten ze het land van de Thraciërs. Nu moeten ze dus weer op zoek naar nieuw land waar ze een stad kunnen bouwen. Al snel komen ze aan op het eiland Delos. Op Delos bidt Aeneas tot Apollo en vraagt hem een teken te geven en te zeggen waar ze zich moeten vestigen. Nauwelijks heeft hij dit gezegd of de aarde begint te schudden en roept een stem dat ze het land van hun vroegste voorgeslacht moeten zoeken. Dat land zal hen weer ontvangen. Anchises zegt dat hij weet welk land er wordt bedoeld: Kreta, het land van zijn voorouders. De Trojanen vertrokken met gunstige wind uit Delos en snel waren ze op Kreta. Een nieuwe stad werd opgebouwd, en alles verliep voorspoedig. Totdat de pest uitbrak. Anchises raadt zijn zoon aan weer naar Delos terug te gaan om het orakel te raadplegen. Maar toen Aeneas sliep, verschenen de Penaten aan hem en zeiden tegen hem, dat zij zouden voorspellen wat anders het orakel in Delos zou voorspellen, zodat Aeneas niet naar Delos hoefde. Ze vertellen hem dat Kreta niet het land was dat Apollo bedoelde, maar dat het Italië is waar Aeneas zijn stad moet stichten. Anchises ziet in dat hij zich vergist heeft en raadt aan naar de Penaten te luisteren en Italië te zoeken. Als de vloot midden op zee zit steekt er een zware storm op en wordt de vloot uit elkaar geslagen. Drie dagen hadden ze op zee gedreven toen ze land zagen. Het was het eiland van Celeano en de andere Harpijen, vogels met het gezicht van een meisje die alles bevuilen met hun poep en kots. Op het eiland zagen Aeneas en zijn mannen kudden met runderen zonder herders erbij. Velen werden er geslacht. Net toen de Trojanen aan hun maaltijd wilden beginnen, verschenen de Harpijen, die alles bevuilden. Toen de mannen ergens anders hun maaltijd, wilden nuttigen, gebeurde er precies hetzelfde. De dieren waren ook niet te doden, doordat de zwaarden niet door hun veren heengingen. Dan spreekt Celeano, de leidster van de Harpijen tot de Trojanen. Ze verwijt hen dat ze haar runderen stalen. Ze voorspelt dat zij Italië wel zullen bereiken, maar niet voordat ze geteisterd zijn door een vreselijke honger. Snel vluchten de Trojanen van dit eiland. Nadat ze nog een eiland aangedaan hadden, kwamen ze aan op Buthrotum, Daar horen ze dat Helenus, de zoon van Priamus, regeert over Griekse steden en getrouwd is met Andromache, de weduwe van Hektor en die in het bezit was van Pyrrhus. Als Aeneas en zijn mannen aan land gaan, komen ze Andromache tegen. Zij vertelt hen dat ze na de oorlog van Troje als slavin meegenomen was door Pyrrhus. Ook Helenus was meegenomen als slaaf. Na enige tijd verliet Pyrrhus Andromache om met een andere vrouw te trouwen en deed hij Andromache aan zijn slaaf Helenus over. Maar de man die verliefd was op Hermione, de nieuwe vrouw van Pyrrhus, doodde Pyrrhus. Zo kwam een deel van het rijk van Pyrrhus in handen van Helenus. Daar bouwde Helenus een nieuw Troje op. Terwijl Andromache nog spreekt komt daar Helenus aangelopen. Hij brengt hen naar zijn stad en geeft hen een maaltijd. Aeneas vraagt hem te spreken namens Apollo, en vraagt hem te vertellen welke gevaren Aeneas allemaal moet ontwijken op zijn reis. Priester Helenus voorspelt Aeneas: “Jullie reizen onder leiding van de goden over de zee. Je zult na een moeilijke reis en vele omwegen Italië bereiken. Het land waar je een witte zeug met dertig witte biggen ziet liggen, daar is de plaats voor jouw nieuwe stad. Italië is niet zo dichtbij als je denkt. Het ligt hier wel aan de overkant van de zee, maar daar moet je niet aan land gaan, want de steden daar zijn allemaal Grieks. Ga niet tussen Sicilië en Italië door, want in die nauwe zeestraat schuilen aan de ene kant het monster Scylla, dat schepen op de rotsen trekt, en aan de andere kant Charybdis, die het water van de zee drie keer per dag in haar hol slurpt en het evenveel keer weer omhoog spuugt. Het is beter om om Sicilië heen te varen. Blijf ook veel bidden tot Juno. Dan zal je Sicilië verlaten en in Italië aankomen. Daar kom je in de stad Cumae bij een profetes, die de toekomst voorpelt en op bladeren schrijft die bij het openen van de deur door elkaar waaien. Laat dit je niet afschrikken en smeek om haar orakels. Als je haar smeekt kan zij je een gunstige vaart geven.” Nadat Helenus en Andromache nog een aantal geschenken aan de Trojanen gegeven hadden, vertrokken de Trojanen weer. Ze varen tot daar waar de oversteek naar Italië het kortst is. Dan zien ze Italië. Daar brengen ze offers zoals voorgeschreven door Helenus. Als ze dat gedaan hebben, vertrekken ze weer bij de Griekse steden vandaan. Ze zien de Etna, die op Sicilië staat, al, als ze toch in de Charybdis terechtkomen. Drie keer worden ze opgezogen en weer uitgespuugd en uiteindelijk belanden ze op de kust van de Cyclopen, de eenogige reuzen. Daar komen ze een Griekse man tegen die achtergebleven is toen Odysseus en zijn mannen vluchtten voor de cycloop Polyphemus die hen gevangen had. Dan zien de Trojanen Polyphemus zelf als hij zijn oog, dat uitgestoken was door de Grieken, gaat uitspoelen in de zee. Natuurlijk vluchten de Trojanen zo snel mogelijk weg, maar de cycloop hoort het geluid wat ze hierbij maken. Het lukt hem niet de Trojanen te pakken te krijgen en ze ontsnappen aan hem. Een gunstige wind leidt hen rondom Sicilië en de Griek, die ze natuurlijk meegenomen hebben, wijst hun plekken waar ze aan kunnen leggen. Nadat ze kaap Pachynus gerond hebben, komen ze aan in Drepanum. Daar sterft Anchises, de vader van Aeneas. Nadat ze vertrokken zijn uit Drepanum drijft de storm (door Juno veroorzaakt) hen naar Carthago.
Zo is het verhaal dat Aeneas aan Dido moest vertellen.

Boek 4

Hoofdpersonen
- Aeneas, de Trojaanse man die na vele omzwervingen is aangespoeld op de kust bij Carthago en nu van de gastvrijheid van koningin Dido van Carthago geniet. Aeneas is de zoon van Venus.

- Dido, koningin van Carthago. Zij heeft Aeneas en zijn mannen in haar stad ontvangen. Ze is verliefd op Aeneas.
- Anna, de zus van Dido. Zij geeft Dido raad wat betreft haar liefde voor Aeneas.
- Jarbas, minnaar van Dido, hij werd door haar afgewezen

Het verhaal
In het vierde boek van de Aeneis wordt geschreven over de liefde tussen Dido en Aeneas.
Dido is vreselijk verliefd geworden op Aeneas. Ze kan er niet van slapen en aan niks anders meer denken. Ze vraagt raad aan haar zuster Anna, omdat Dido het besluit had genomen zich, na de dood van haar man, nooit meer te binden met een andere man. Anna geeft haar de raad gewoon haar hart te volgen en toe te geven aan haar verliefdheid. Als Dido met Aeneas trouwt, zal Carthago een hele machtige stad worden. Dido volgt de raad van haar zus op en laat haar twijfels varen. Nu wordt ze helemaal verteerd door de verliefdheid, ze zwerft door de stad en verwaarloost haar taak als koningin.
Juno, de oppergodin, merkt hoezeer Dido gekweld wordt, wordt boos op Venus, omdat Venus voor deze liefde heeft gezorgd. Ze weet wel dat Venus bang is dat Carthago de grootste stad wordt, daarom doet ze Venus een voorstel. Ze stelt voor Dido met Aeneas te laten trouwen, zodat ze samen Carthago kunnen besturen. Venus begreep dat er iets meer achter Juno’s plan stak. Want als Aeneas met Dido zou trouwen, zou hij nooit in Italië aankomen. Toch stemde ze met het plan in. Wel zegt ze tegen Juno dat deze toestemming moet vragen aan Jupiter voor dit plan. Juno zegt dat ze al een plan heeft hoe ze Dido en Aeneas bij elkaar kunnen brengen.
De volgende dag zal Dido samen met Aeneas op jacht gaan. Juno zal dan een vreselijke hagelbui neer laten vallen. De jagers zullen moeten gaan schuilen en Dido en Aeneas zullen in dezelfde grot terechtkomen. Daar zal hun liefde voor elkaar tot uiting komen. Dit is precies zoals het de volgende dag ook gebeurt. Dido wil geen geheime verhouding meer en beschouwt haar relatie als een huwelijk. Gelijk verspreidt roddel zich door de stad. Er wordt verteld dat Dido en Aeneas de hele winter alleen maar met elkaar bezig zijn en hun taak als koning vergeten. Dit alles komt ook Jarbas ter ore. Hij bidt tot Jupiter, voor wie hij vele tempels heeft gebouwd en laat hem het onrecht zien dat Dido nu een hele machtige stad heeft op de grond die ze van hem kocht en dat Jarbas eigenlijk niets meer overhoudt. Jupiter luistert naar Jarbas en hij stuurt Mercurius naar de aarde met de boodschap voor Aeneas dat die zijn reis moet vervolgen en zijn opdracht moet vervullen. Dit doet Mercurius en Aeneas luistert naar hem. Hij wil gelijk het land verlaten. Maar wat moet hij tegen Dido zeggen? Hij geeft enkele van zijn mannen opdracht in het diepste geheim de vloot klaar te maken voor vertrek. Hij zelf zal dan op een tactisch moment tegen Dido zeggen dat hij vertrekt. Maar Dido heeft het al gehoord en ze wordt heel erg kwaad op Aeneas. Ze verwijt hem dat hij haar heeft bedrogen, dat hij Dido de dood in zal jagen en hij nu hun huwelijksband verbreekt. Aeneas antwoordt hierop dat ze nooit getrouwd waren en dat hij toch weggaat. Hoewel Aeneas zelf ook vreselijk verdrietig is, verlaat hij haar toch en worden de schepen klaar gemaakt voor vertrek. Ook de treurige boodschappen die Anna namens Dido overbrengt, helpen niet. Als dit tot Dido doordringt, wil ze niet meer leven. Dit idee wordt nog versterkt door een aantal tekens die zij kreeg: een plengoffer veranderde in een zwart brouwsel en ze dacht een stem te horen die haar riep. Toen ze eenmaal besloten had te sterven, moest ze nog bedenken hoe ze het ging doen. Ze vroeg haar zuster in het geheim een hoge brandstapel te bouwen waarop ze dan de spullen van Aeneas kon verbranden. Anna doet wat zij vraagt en heeft niets in de gaten van het plan van Dido om te sterven. Dido legt alle spullen van Aeneas er bovenop en op een kussen een pop die lijkt op Aeneas.
Die nacht kan Dido niet slapen. Ze loopt te twijfelen over haar plan om zelfmoord te plegen, maar uiteindelijk besluit ze dat ze wil sterven. Diezelfde nacht komt Mercurius weer tot Aeneas en maant hem snel te vertrekken omdat er een gunstige wind staat en omdat Dido hem met haar plan in een valstrik wil lokken. Onmiddellijk nadat Aeneas wakker is beveelt hij zijn mannen de trossen te kappen en weg te varen. ’s Ochtends ziet Dido dat de vloot uit de haven is weggevaren. Ze verwijt zichzelf dat ze hem allang iets had aan moeten doen, voordat hij kon vertrekken. Nadat ze Aeneas vervloekt heeft laat ze een voedster haar zus halen met de dieren die nodig zijn voor het offer. Terwijl haar zuster onderweg is, klimt Dido op de brandstapel en gaat op het kussen liggen. Na nog enkele woorden van verwijt gesproken te hebben, bijvoorbeeld dat de Trojanen nooit in Carthago hadden mogen aankomen, stort zij zich in het zwaard van Aeneas. Gelijk is het hele paleis in rep en roer. Anna verwijt haar zus dat ze zonder haar sterft en dat ze haar heeft misleid door haar de brandstapel te laten bouwen. Dan klimt Anna ook op de brandstapel, Dido wil nog omhoog komen, maar het lukt niet meer. Juno, vol van medelijden, stuurt Iris omlaag om een lok van Dido’s haar af te knippen en haar ziel van haar lichaam te verlossen. Dit doet Iris en als zij de lok heeft afgeknipt verdwijnt het leven van Dido uit haar lichaam.

De goden

Ter verduidelijking zal ik nog de goden beschrijven die voorkomen in de eerste vier boeken van de Aeneis.

Jupiter – de oppergod
Juno – zus en vrouw van Jupiter, beschermgodin van het huwelijk
Venus – dochter van Jupiter, godin van de liefde en schoonheid
Amor – zoon van Venus, god van de liefde
Mercurius – zoon van Jupiter, boodschapper van de goden en god van de handel
Neptunus – broer van Jupiter, god van de zee
Hades – broer van Jupiter, god van de onderwereld
Minerva – dochter van Jupiter, godin van de wijsheid en kennis
Apollo – zoon van Jupiter, god van de geneeskunde, de kunst en de pijl en boog
Triton – een zeegod
Aurora – godin van de dageraad
Iris – bode van de goden als regenboogbrug

8 jaar geleden

K.

K.

ik snap iets in de tekst niet.
kunt u dit voor mij verklaren zodat het voor mij wat duidelijker word?
ik citeer:
Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, die aan de Grieken, die Troje overwonnen hadden heeft kunnen ontsnappen en nu over de zeeën zwerft om zijn opdracht van de goden te vervullen. Hij moet een geschikte plek vinden om een nieuwe stad te bouwen voor de goden va Troje. Aeneas is de zoon van de godin Venus.
- Achates, bemanningslid en lotgenoot van Aeneas, die samen met Aeneas de omgeving gaat onderzoeken en zo met Aeneas in Carthago aankomt.

- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Dido, de koningin van Carthago. Dido is gevlucht nadat haar broer haar man vermoord had. Ze kwam op een plek in Afrika waar ze een stuk grond kocht en waar ze Carthago opbouwde. Dido ontvangt Aeneas en zijn mannen gastvrij in haar stad als zij vermoeid daar aankomen. Ze wordt, door toedoen van Venus, verliefd op Aeneas.

Het verhaal
In het eerste boek van de Aeneis wordt de aankomst van Aeneas in Carthago beschreven.
Aeneas had een opdracht te vervullen. Hij moest een stad bouwen voor de Penaten van Troje. Deze stad zou de machtigste stad van de wereld worden, en dat het volk van de nieuwe stad zou Carthago vernietigen. De godin Juno kon dit niet verkroppen. Zij had haar ‘huis’ in Carthago en zij wilde dus dat Carthago de machtigste stad zou worden. Omdat zij toch al fel tegen Troje was, besloot zij de Trojanen zoveel mogelijk te hinderen op hun reis. Zodra Aeneas met zijn vloot van twintig schepen uit Troje was vertrokken achtervolgde Juno hem. Ze ging naar Aeolus, de koning van de orkanen, cyclonen en wervelwinden. Ze vroeg hem de stormen los te laten op de schepen van Aeneas. Als ruil hiervoor kreeg Aeolus een nimf als vrouw. Aeolus deed wat hem gevraagd was en liet alle stormen tegelijk los. De vloot van Aeneas werd helemaal uit elkaar geslagen. Maar de god van de zee, Neptunus, merkte dat zijn zee kolkte en heftig bewoog. Toen hij zag wat er gebeurde en Aeneas’ vloot verspreid zag over de zee, kalmeerde hij direct de zee. Zo konden de Trojanen toch nog met zeven schepen de Libische kust bereiken.
Jupiter, die aan de bange Venus voorspelde dat het volk van Aeneas na vele omzwervingen eindelijk op de plaats van bestemming aan zou komen en uiteindelijk de stad zou bouwen, stuurde Mercurius naar de aarde. Mercurius moest ervoor zorgen dat de Trojanen gastvrij zouden worden ontvangen in Carthago. Dit gebeurde en vooral koningin Dido werd gunstig gestemd ten opzichte van de Trojanen.
De volgende dag ging Aeneas, samen met Achates de omgeving verkennen. Onderweg kwamen zij Venus in de gedaante van een Punisch meisje tegen. Zij vertelt aan Aeneas waar hij zich bevindt en wie er heerst over Carthago. Ze zegt hem dat hij naar het paleis van Dido moet gaan. Als zij zich omdraait, ziet Aeneas haar ware gedaante en weet hij dat Venus tot hem gesproken heeft. Venus omhult Aeneas en Achates met een nevel, zodat ze niet gezien zouden worden als ze naar het paleis lopen. Voor de tempel van Juno wachten ze op Dido. Tot zijn verbazing ziet Aeneas opeens een aantal Trojanen die hij kwijt was geraakt tijdens de storm. Hij ziet hoe ze Dido vragen hen gastvrij te ontvangen in haar stad en hoe ze haar hun verhaal vertelde. Dido zegt dat ze de Trojanen zal ontvangen en dat ze in haar koninkrijk mogen blijven. Dan zegt ze dat ze wou dat Aeneas ook maar in Carthago was. Prompt vallen de wolken rond Aeneas en Achates weg en staat Aeneas stralend recht voor Dido. Natuurlijk is iedereen heel erg verbaasd. Ze nodigt Aeneas uit in haar paleis. De mannen van de schepen stuurt ze voedsel. Aeneas laat zijn zoon Ascanius naar Carthago halen en vraagt hem geschenken voor de koningin mee te nemen.
Maar Venus, die erg bang is voor bedrog door de Puniërs, stuurt haar zoon Amor, de god van de liefde, in de gedaante van Ascanius. Hij moet zorgen dat Dido verliefd wordt op Aeneas. Namelijk, als Dido verliefd is op Aeneas, zal zij hem altijd beschermen en zullen de Puniërs geen verraad plegen. Amor daalt af naar de aarde en Venus legt Ascanius in de wouden te rusten. Amor gaat naar Carthago en brengt de geschenken mee. Zodra Amor Aeneas heeft vervuld van liefde, kruipt hij bij Dido op schoot en zorgt dat ze verliefd wordt op Aeneas. Tot diep in de nacht praat Dido met Aeneas en ze vraagt hem zijn verhaal te vertellen.
Boek 2 & 3

Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, zoon van Venus
- Anchises, de vader van Aeneas
- Creüsa, de vrouw van Aeneas
- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Priamus, de koning van Troje
- Laocoön, opperpriester van Troje.
- Sinon, een Griek die achterbleef om de Trojanen in de val te lokken
- Ajax, Odysseus en Achilles, Griekse helden uit de oorlog om Troje, Odysseus is bedenker van het paard van Troje.
- Pyrrhus, Griek, zoon van Achilles, verantwoordelijk voor de dood van Priamus
- Andromache, weduwe van Hektor, Hektor is gedood tijdens de oorlog om Troje
- Helenus, zoon van Priamus, voorspelt het verloop van Aeneas’ reis

Het verhaal
In het tweede en derde boek van de Aeneis worden de verwoesting van Troje en Aeneas’ zwerftocht over zee beschreven.
Op een dag, na tien jaar belegering van Troje, waren de Grieken zomaar opeens verdwenen. Ze lieten een immens groot houten paard achter op het strand bij Troje. Dit was een list voor de Trojanen. In de buik van het houten paard zaten namelijk Griekse soldaten, en de rest van de vloot had zich teruggetrokken in een baai waar ze onzichtbaar was voor de Trojanen.
De Trojanen, die menen dat de Grieken voorgoed zijn vertrokken, openen de poorten. Dan ziet men het houten paard. Sommigen denken dat het een list is, anderen willen het binnen de poorten van de stad halen. Dan komt de opperpriester Laocoön, die schreeuwt dat het een list is en hij werpt zijn lans in het paard. Als de Trojanen een beetje goed geluisterd hadden, hadden ze echo gehoord toen de lans in de borst van het paard kwam en hadden ze kunnen weten dat het paard hol was. Dan brengen een paar herders een geboeide man met zich mee die ze hebben gevonden. Het is een Griek die zegt dat hij door de Grieken is verstoten. Zijn naam is Sinon. Hij zegt dat hij is gevlucht van de Grieken nadat deze hem als bloedoffer wilden aanbieden om de winden gunstig te stemmen. De Trojanen krijgen medelijden met hem en Priamus zegt dat Sinon voortaan bij de Trojanen hoort, maar dat ze wel één ding willen weten: waar dat houten paard voor dient. Sinon vertelt dat het is gebouwd als geschenk aan Minerva, en dat het zo groot is omdat de Trojanen het dan niet binnen de poorten kunnen halen. De Trojanen geloofden het verhaal van Sinon. Dan gebeurt er iets wat de Trojanen niet meer aan het verhaal laat twijfelen: terwijl Laocoön een stier aan het slachten is, komen er twee enorme slangen uit de zee die eerst de twee zoontjes van Laocoön wurgen en daarna Laocoön zelf. De Trojanen geloven dat dit gebeurde omdat Laocoön met zijn lans het heilige paard heeft geschonden. Nu vinden de Trojanen dat het paard wel naar binnen móet, er moet tot Minerva gebeden worden. ’s Nachts, als het paard binnen de muren is en iedereen slaapt, opent Sinon de buik van het paard en komen de Grieken eruit. Ze doden de wachters en laten hun kameraden binnen. In een droom verschijnt Hektor aan Aeneas die hem vertelt dat de Grieken in Troje zijn en die hem de opdracht geeft een nieuwe stad voor de Penaten van Troje te stichten. Als Aeneas wakker schrikt blijkt zijn droom waarheid te zijn. Hij verzamelt een groepje mannen en gaat naar het centrum van de stad. Onderweg komen ze een Griekse groep soldaten tegen die hen aanzien voor hun eigen mannen. De Trojanen doden de Grieken en doen hun kleren aan. Zo kunnen ze vele Grieken misleiden en doden. Maar door de Trojanen worden zij natuurlijk ook als Grieken aangezien en met pijlen bestookt. Dan beseffen de Grieken de valstrik en worden veel mannen uit het groepje van Aeneas gedood. Het geschreeuw volgend gaan ze naar het paleis van Priamus. Het paleis wordt bezet door de Grieken. Priamus heeft zich in wapenrusting gestoken. Als hij ziet hoe zijn zoon Polites door de Griek Pyrrhus wordt vermoord, wil hij hem doden. Maar Pyrrhus doorsteekt hem met zijn zwaard en doodt zo de koning van Troje. Voor het eerst raakt Aeneas in paniek als hij aan zijn vrouw en zoon en zijn vader denkt, die ook nog ergens moeten zijn. Hij merkt dat hij helemaal alleen is achtergebleven. Als hij zich verstopt bij een tempel ziet hij Helena, eigenlijk de aanstichtster van de oorlog van Troje. Als hij haar wil doden, verschijnt Venus aan hem. Zij zegt Aeneas dat hij zijn vrouw, zoon en vader moet gaan zoeken en hen moet gaan redden. Zij zal hem naar hen begeleiden en zorgen dat hem niks overkomt. Als Aeneas bij zijn vader aankomt weigert deze met hem mee te gaan, hij is niet over te halen. Als hij het huis wil verlaten ziet hij Creüsa met Julus staan. Ze vraagt Aeneas om hen mee te nemen. Dan gebeurt er een wonder: op het hoofd van Julus verschijnt een vlam. Anchises heft zijn handen naar de hemel en vraagt Jupiter dit teken te bevestigen. Als dan een donderslag weerklinkt en ze een vallende ster zien, twijfelt Anchises niet langer en gaat met zijn zoon mee. Aeneas tilt zijn vader op zijn nek, neemt Julus bij de hand en laat Creüsa hen volgen. Hij zegt tegen zijn vrienden dat ze zich allemaal bij de tempel van Ceres zullen verzamelen. Anchises neemt de beelden van de Penaten mee. Als ze op de afgesproken plek zijn aangekomen merkt Aeneas dat Creüsa niet meer bij hen is. In paniek keert hij alleen terug naar de stad en roept zijn vrouws naam terwijl hij door de straten van Troje loopt. Dan verschijnt de gedaante van Creüsa aan hem die hem vertelt dat Aeneas zonder haar op reis moet gaan. Bedroefd keer Aeneas terug naar de verzamelplek. Daar vindt hij een geweldige menigte mensen. Samen met hen trekt hij zich terug in de bergen.
Van Troje was niets meer dan een rokende puinhoop. De Trojanen verlaten hun stad. Ze gaan aan land in het gebied van de Thraciërs, waar Aeneas begint met de bouw van een stad. Voordat hij dat gaat doen, moet hij natuurlijk wel een offer brengen aan Venus. Als hij een bosje mirte uit de grond wil trekken waarmee hij het altaar wil versieren, gebeurt er een wonder. Nadat Aeneas het bosje uit de grond had getrokken, ziet hij dat er van de wortels geen sap druipt, maar bloed. Ook bij andere twee struiken gebeurt dit. Terwijl Aeneas de derde struik uit de grond wil trekken, hoort hij een stem. Het is de stem van Polydorus, een Trojaan, die hem vertelt dat hij daar vermoord is en daar begraven is. Polydorus was de zoon van Priamus, die door Priamus met veel goud naar de Thracische koning was gezonden, zodat de koning hem groot kon brengen. Maar toen Troje was gevallen koos de koning de Griekse kant en hij stal het goud en vermoordde Polydorus. Aeneas wordt door angst bevangen en nadat zij Polydorus opnieuw begraven hebben, verlaten ze het land van de Thraciërs. Nu moeten ze dus weer op zoek naar nieuw land waar ze een stad kunnen bouwen. Al snel komen ze aan op het eiland Delos. Op Delos bidt Aeneas tot Apollo en vraagt hem een teken te geven en te zeggen waar ze zich moeten vestigen. Nauwelijks heeft hij dit gezegd of de aarde begint te schudden en roept een stem dat ze het land van hun vroegste voorgeslacht moeten zoeken. Dat land zal hen weer ontvangen. Anchises zegt dat hij weet welk land er wordt bedoeld: Kreta, het land van zijn voorouders. De Trojanen vertrokken met gunstige wind uit Delos en snel waren ze op Kreta. Een nieuwe stad werd opgebouwd, en alles verliep voorspoedig. Totdat de pest uitbrak. Anchises raadt zijn zoon aan weer naar Delos terug te gaan om het orakel te raadplegen. Maar toen Aeneas sliep, verschenen de Penaten aan hem en zeiden tegen hem, dat zij zouden voorspellen wat anders het orakel in Delos zou voorspellen, zodat Aeneas niet naar Delos hoefde. Ze vertellen hem dat Kreta niet het land was dat Apollo bedoelde, maar dat het Italië is waar Aeneas zijn stad moet stichten. Anchises ziet in dat hij zich vergist heeft en raadt aan naar de Penaten te luisteren en Italië te zoeken. Als de vloot midden op zee zit steekt er een zware storm op en wordt de vloot uit elkaar geslagen. Drie dagen hadden ze op zee gedreven toen ze land zagen. Het was het eiland van Celeano en de andere Harpijen, vogels met het gezicht van een meisje die alles bevuilen met hun poep en kots. Op het eiland zagen Aeneas en zijn mannen kudden met runderen zonder herders erbij. Velen werden er geslacht. Net toen de Trojanen aan hun maaltijd wilden beginnen, verschenen de Harpijen, die alles bevuilden. Toen de mannen ergens anders hun maaltijd, wilden nuttigen, gebeurde er precies hetzelfde. De dieren waren ook niet te doden, doordat de zwaarden niet door hun veren heengingen. Dan spreekt Celeano, de leidster van de Harpijen tot de Trojanen. Ze verwijt hen dat ze haar runderen stalen. Ze voorspelt dat zij Italië wel zullen bereiken, maar niet voordat ze geteisterd zijn door een vreselijke honger. Snel vluchten de Trojanen van dit eiland. Nadat ze nog een eiland aangedaan hadden, kwamen ze aan op Buthrotum, Daar horen ze dat Helenus, de zoon van Priamus, regeert over Griekse steden en getrouwd is met Andromache, de weduwe van Hektor en die in het bezit was van Pyrrhus. Als Aeneas en zijn mannen aan land gaan, komen ze Andromache tegen. Zij vertelt hen dat ze na de oorlog van Troje als slavin meegenomen was door Pyrrhus. Ook Helenus was meegenomen als slaaf. Na enige tijd verliet Pyrrhus Andromache om met een andere vrouw te trouwen en deed hij Andromache aan zijn slaaf Helenus over. Maar de man die verliefd was op Hermione, de nieuwe vrouw van Pyrrhus, doodde Pyrrhus. Zo kwam een deel van het rijk van Pyrrhus in handen van Helenus. Daar bouwde Helenus een nieuw Troje op. Terwijl Andromache nog spreekt komt daar Helenus aangelopen. Hij brengt hen naar zijn stad en geeft hen een maaltijd. Aeneas vraagt hem te spreken namens Apollo, en vraagt hem te vertellen welke gevaren Aeneas allemaal moet ontwijken op zijn reis. Priester Helenus voorspelt Aeneas: “Jullie reizen onder leiding van de goden over de zee. Je zult na een moeilijke reis en vele omwegen Italië bereiken. Het land waar je een witte zeug met dertig witte biggen ziet liggen, daar is de plaats voor jouw nieuwe stad. Italië is niet zo dichtbij als je denkt. Het ligt hier wel aan de overkant van de zee, maar daar moet je niet aan land gaan, want de steden daar zijn allemaal Grieks. Ga niet tussen Sicilië en Italië door, want in die nauwe zeestraat schuilen aan de ene kant het monster Scylla, dat schepen op de rotsen trekt, en aan de andere kant Charybdis, die het water van de zee drie keer per dag in haar hol slurpt en het evenveel keer weer omhoog spuugt. Het is beter om om Sicilië heen te varen. Blijf ook veel bidden tot Juno. Dan zal je Sicilië verlaten en in Italië aankomen. Daar kom je in de stad Cumae bij een profetes, die de toekomst voorpelt en op bladeren schrijft die bij het openen van de deur door elkaar waaien. Laat dit je niet afschrikken en smeek om haar orakels. Als je haar smeekt kan zij je een gunstige vaart geven.” Nadat Helenus en Andromache nog een aantal geschenken aan de Trojanen gegeven hadden, vertrokken de Trojanen weer. Ze varen tot daar waar de oversteek naar Italië het kortst is. Dan zien ze Italië. Daar brengen ze offers zoals voorgeschreven door Helenus. Als ze dat gedaan hebben, vertrekken ze weer bij de Griekse steden vandaan. Ze zien de Etna, die op Sicilië staat, al, als ze toch in de Charybdis terechtkomen. Drie keer worden ze opgezogen en weer uitgespuugd en uiteindelijk belanden ze op de kust van de Cyclopen, de eenogige reuzen. Daar komen ze een Griekse man tegen die achtergebleven is toen Odysseus en zijn mannen vluchtten voor de cycloop Polyphemus die hen gevangen had. Dan zien de Trojanen Polyphemus zelf als hij zijn oog, dat uitgestoken was door de Grieken, gaat uitspoelen in de zee. Natuurlijk vluchten de Trojanen zo snel mogelijk weg, maar de cycloop hoort het geluid wat ze hierbij maken. Het lukt hem niet de Trojanen te pakken te krijgen en ze ontsnappen aan hem. Een gunstige wind leidt hen rondom Sicilië en de Griek, die ze natuurlijk meegenomen hebben, wijst hun plekken waar ze aan kunnen leggen. Nadat ze kaap Pachynus gerond hebben, komen ze aan in Drepanum. Daar sterft Anchises, de vader van Aeneas. Nadat ze vertrokken zijn uit Drepanum drijft de storm (door Juno veroorzaakt) hen naar Carthago.
Zo is het verhaal dat Aeneas aan Dido moest vertellen.

Boek 4

Hoofdpersonen
- Aeneas, de Trojaanse man die na vele omzwervingen is aangespoeld op de kust bij Carthago en nu van de gastvrijheid van koningin Dido van Carthago geniet. Aeneas is de zoon van Venus.

- Dido, koningin van Carthago. Zij heeft Aeneas en zijn mannen in haar stad ontvangen. Ze is verliefd op Aeneas.
- Anna, de zus van Dido. Zij geeft Dido raad wat betreft haar liefde voor Aeneas.
- Jarbas, minnaar van Dido, hij werd door haar afgewezen

Het verhaal
In het vierde boek van de Aeneis wordt geschreven over de liefde tussen Dido en Aeneas.
Dido is vreselijk verliefd geworden op Aeneas. Ze kan er niet van slapen en aan niks anders meer denken. Ze vraagt raad aan haar zuster Anna, omdat Dido het besluit had genomen zich, na de dood van haar man, nooit meer te binden met een andere man. Anna geeft haar de raad gewoon haar hart te volgen en toe te geven aan haar verliefdheid. Als Dido met Aeneas trouwt, zal Carthago een hele machtige stad worden. Dido volgt de raad van haar zus op en laat haar twijfels varen. Nu wordt ze helemaal verteerd door de verliefdheid, ze zwerft door de stad en verwaarloost haar taak als koningin.
Juno, de oppergodin, merkt hoezeer Dido gekweld wordt, wordt boos op Venus, omdat Venus voor deze liefde heeft gezorgd. Ze weet wel dat Venus bang is dat Carthago de grootste stad wordt, daarom doet ze Venus een voorstel. Ze stelt voor Dido met Aeneas te laten trouwen, zodat ze samen Carthago kunnen besturen. Venus begreep dat er iets meer achter Juno’s plan stak. Want als Aeneas met Dido zou trouwen, zou hij nooit in Italië aankomen. Toch stemde ze met het plan in. Wel zegt ze tegen Juno dat deze toestemming moet vragen aan Jupiter voor dit plan. Juno zegt dat ze al een plan heeft hoe ze Dido en Aeneas bij elkaar kunnen brengen.
De volgende dag zal Dido samen met Aeneas op jacht gaan. Juno zal dan een vreselijke hagelbui neer laten vallen. De jagers zullen moeten gaan schuilen en Dido en Aeneas zullen in dezelfde grot terechtkomen. Daar zal hun liefde voor elkaar tot uiting komen. Dit is precies zoals het de volgende dag ook gebeurt. Dido wil geen geheime verhouding meer en beschouwt haar relatie als een huwelijk. Gelijk verspreidt roddel zich door de stad. Er wordt verteld dat Dido en Aeneas de hele winter alleen maar met elkaar bezig zijn en hun taak als koning vergeten. Dit alles komt ook Jarbas ter ore. Hij bidt tot Jupiter, voor wie hij vele tempels heeft gebouwd en laat hem het onrecht zien dat Dido nu een hele machtige stad heeft op de grond die ze van hem kocht en dat Jarbas eigenlijk niets meer overhoudt. Jupiter luistert naar Jarbas en hij stuurt Mercurius naar de aarde met de boodschap voor Aeneas dat die zijn reis moet vervolgen en zijn opdracht moet vervullen. Dit doet Mercurius en Aeneas luistert naar hem. Hij wil gelijk het land verlaten. Maar wat moet hij tegen Dido zeggen? Hij geeft enkele van zijn mannen opdracht in het diepste geheim de vloot klaar te maken voor vertrek. Hij zelf zal dan op een tactisch moment tegen Dido zeggen dat hij vertrekt. Maar Dido heeft het al gehoord en ze wordt heel erg kwaad op Aeneas. Ze verwijt hem dat hij haar heeft bedrogen, dat hij Dido de dood in zal jagen en hij nu hun huwelijksband verbreekt. Aeneas antwoordt hierop dat ze nooit getrouwd waren en dat hij toch weggaat. Hoewel Aeneas zelf ook vreselijk verdrietig is, verlaat hij haar toch en worden de schepen klaar gemaakt voor vertrek. Ook de treurige boodschappen die Anna namens Dido overbrengt, helpen niet. Als dit tot Dido doordringt, wil ze niet meer leven. Dit idee wordt nog versterkt door een aantal tekens die zij kreeg: een plengoffer veranderde in een zwart brouwsel en ze dacht een stem te horen die haar riep. Toen ze eenmaal besloten had te sterven, moest ze nog bedenken hoe ze het ging doen. Ze vroeg haar zuster in het geheim een hoge brandstapel te bouwen waarop ze dan de spullen van Aeneas kon verbranden. Anna doet wat zij vraagt en heeft niets in de gaten van het plan van Dido om te sterven. Dido legt alle spullen van Aeneas er bovenop en op een kussen een pop die lijkt op Aeneas.
Die nacht kan Dido niet slapen. Ze loopt te twijfelen over haar plan om zelfmoord te plegen, maar uiteindelijk besluit ze dat ze wil sterven. Diezelfde nacht komt Mercurius weer tot Aeneas en maant hem snel te vertrekken omdat er een gunstige wind staat en omdat Dido hem met haar plan in een valstrik wil lokken. Onmiddellijk nadat Aeneas wakker is beveelt hij zijn mannen de trossen te kappen en weg te varen. ’s Ochtends ziet Dido dat de vloot uit de haven is weggevaren. Ze verwijt zichzelf dat ze hem allang iets had aan moeten doen, voordat hij kon vertrekken. Nadat ze Aeneas vervloekt heeft laat ze een voedster haar zus halen met de dieren die nodig zijn voor het offer. Terwijl haar zuster onderweg is, klimt Dido op de brandstapel en gaat op het kussen liggen. Na nog enkele woorden van verwijt gesproken te hebben, bijvoorbeeld dat de Trojanen nooit in Carthago hadden mogen aankomen, stort zij zich in het zwaard van Aeneas. Gelijk is het hele paleis in rep en roer. Anna verwijt haar zus dat ze zonder haar sterft en dat ze haar heeft misleid door haar de brandstapel te laten bouwen. Dan klimt Anna ook op de brandstapel, Dido wil nog omhoog komen, maar het lukt niet meer. Juno, vol van medelijden, stuurt Iris omlaag om een lok van Dido’s haar af te knippen en haar ziel van haar lichaam te verlossen. Dit doet Iris en als zij de lok heeft afgeknipt verdwijnt het leven van Dido uit haar lichaam.

De goden

Ter verduidelijking zal ik nog de goden beschrijven die voorkomen in de eerste vier boeken van de Aeneis.

Jupiter – de oppergod
Juno – zus en vrouw van Jupiter, beschermgodin van het huwelijk
Venus – dochter van Jupiter, godin van de liefde en schoonheid
Amor – zoon van Venus, god van de liefde
Mercurius – zoon van Jupiter, boodschapper van de goden en god van de handel
Neptunus – broer van Jupiter, god van de zee
Hades – broer van Jupiter, god van de onderwereld
Minerva – dochter van Jupiter, godin van de wijsheid en kennis
Apollo – zoon van Jupiter, god van de geneeskunde, de kunst en de pijl en boog
Triton – een zeegod
Aurora – godin van de dageraad
Iris – bode van de goden als regenboog
het woord brug begrijp ik

8 jaar geleden

K.

K.

ik snap iets bij boek een niet kunt u dit aan mij verklaren zodat het duidelijker word?
ik citeer:
Boek 1

Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, die aan de Grieken, die Troje overwonnen hadden heeft kunnen ontsnappen en nu over de zeeën zwerft om zijn opdracht van de goden te vervullen. Hij moet een geschikte plek vinden om een nieuwe stad te bouwen voor de goden va Troje. Aeneas is de zoon van de godin Venus.
- Achates, bemanningslid en lotgenoot van Aeneas, die samen met Aeneas de omgeving gaat onderzoeken en zo met Aeneas in Carthago aankomt.

- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Dido, de koningin van Carthago. Dido is gevlucht nadat haar broer haar man vermoord had. Ze kwam op een plek in Afrika waar ze een stuk grond kocht en waar ze Carthago opbouwde. Dido ontvangt Aeneas en zijn mannen gastvrij in haar stad als zij vermoeid daar aankomen. Ze wordt, door toedoen van Venus, verliefd op Aeneas.

Het verhaal
In het eerste boek van de Aeneis wordt de aankomst van Aeneas in Carthago beschreven.
Aeneas had een opdracht te vervullen. Hij moest een stad bouwen voor de Penaten van Troje. Deze stad zou de machtigste stad van de wereld worden, en dat het volk van de nieuwe stad zou Carthago vernietigen. De godin Juno kon dit niet verkroppen. Zij had haar ‘huis’ in Carthago en zij wilde dus dat Carthago de machtigste stad zou worden. Omdat zij toch al fel tegen Troje was, besloot zij de Trojanen zoveel mogelijk te hinderen op hun reis. Zodra Aeneas met zijn vloot van twintig schepen uit Troje was vertrokken achtervolgde Juno hem. Ze ging naar Aeolus, de koning van de orkanen, cyclonen en wervelwinden. Ze vroeg hem de stormen los te laten op de schepen van Aeneas. Als ruil hiervoor kreeg Aeolus een nimf als vrouw. Aeolus deed wat hem gevraagd was en liet alle stormen tegelijk los. De vloot van Aeneas werd helemaal uit elkaar geslagen. Maar de god van de zee, Neptunus, merkte dat zijn zee kolkte en heftig bewoog. Toen hij zag wat er gebeurde en Aeneas’ vloot verspreid zag over de zee, kalmeerde hij direct de zee. Zo konden de Trojanen toch nog met zeven schepen de Libische kust bereiken.
Jupiter, die aan de bange Venus voorspelde dat het volk van Aeneas na vele omzwervingen eindelijk op de plaats van bestemming aan zou komen en uiteindelijk de stad zou bouwen, stuurde Mercurius naar de aarde. Mercurius moest ervoor zorgen dat de Trojanen gastvrij zouden worden ontvangen in Carthago. Dit gebeurde en vooral koningin Dido werd gunstig gestemd ten opzichte van de Trojanen.
De volgende dag ging Aeneas, samen met Achates de omgeving verkennen. Onderweg kwamen zij Venus in de gedaante van een Punisch meisje tegen. Zij vertelt aan Aeneas waar hij zich bevindt en wie er heerst over Carthago. Ze zegt hem dat hij naar het paleis van Dido moet gaan. Als zij zich omdraait, ziet Aeneas haar ware gedaante en weet hij dat Venus tot hem gesproken heeft. Venus omhult Aeneas en Achates met een nevel, zodat ze niet gezien zouden worden als ze naar het paleis lopen. Voor de tempel van Juno wachten ze op Dido. Tot zijn verbazing ziet Aeneas opeens een aantal Trojanen die hij kwijt was geraakt tijdens de storm. Hij ziet hoe ze Dido vragen hen gastvrij te ontvangen in haar stad en hoe ze haar hun verhaal vertelde. Dido zegt dat ze de Trojanen zal ontvangen en dat ze in haar koninkrijk mogen blijven. Dan zegt ze dat ze wou dat Aeneas ook maar in Carthago was. Prompt vallen de wolken rond Aeneas en Achates weg en staat Aeneas stralend recht voor Dido. Natuurlijk is iedereen heel erg verbaasd. Ze nodigt Aeneas uit in haar paleis. De mannen van de schepen stuurt ze voedsel. Aeneas laat zijn zoon Ascanius naar Carthago halen en vraagt hem geschenken voor de koningin mee te nemen.
Maar Venus, die erg bang is voor bedrog door de Puniërs, stuurt haar zoon Amor, de god van de liefde, in de gedaante van Ascanius. Hij moet zorgen dat Dido verliefd wordt op Aeneas. Namelijk, als Dido verliefd is op Aeneas, zal zij hem altijd beschermen en zullen de Puniërs geen verraad plegen. Amor daalt af naar de aarde en Venus legt Ascanius in de wouden te rusten. Amor gaat naar Carthago en brengt de geschenken mee. Zodra Amor Aeneas heeft vervuld van liefde, kruipt hij bij Dido op schoot en zorgt dat ze verliefd wordt op Aeneas. Tot diep in de nacht praat Dido met Aeneas en ze vraagt hem zijn verhaal te vertellen.

8 jaar geleden

K.

K.

ik snap dit stukje tekst niet helemaal

ik citeer:
Boek 2 & 3

Hoofdpersonen
- Aeneas, een Trojaanse man, zoon van Venus
- Anchises, de vader van Aeneas
- Creüsa, de vrouw van Aeneas
- Ascanius, in zijn jeugd Julus genoemd, het zoontje van Aeneas en Creüsa
- Priamus, de koning van Troje
- Laocoön, opperpriester van Troje.
- Sinon, een Griek die achterbleef om de Trojanen in de val te lokken
- Ajax, Odysseus en Achilles, Griekse helden uit de oorlog om Troje, Odysseus is bedenker van het paard van Troje.
- Pyrrhus, Griek, zoon van Achilles, verantwoordelijk voor de dood van Priamus
- Andromache, weduwe van Hektor, Hektor is gedood tijdens de oorlog om Troje
- Helenus, zoon van Priamus, voorspelt het verloop van Aeneas’ reis

Het verhaal
In het tweede en derde boek van de Aeneis worden de verwoesting van Troje en Aeneas’ zwerftocht over zee beschreven.
Op een dag, na tien jaar belegering van Troje, waren de Grieken zomaar opeens verdwenen. Ze lieten een immens groot houten paard achter op het strand bij Troje. Dit was een list voor de Trojanen. In de buik van het houten paard zaten namelijk Griekse soldaten, en de rest van de vloot had zich teruggetrokken in een baai waar ze onzichtbaar was voor de Trojanen.
De Trojanen, die menen dat de Grieken voorgoed zijn vertrokken, openen de poorten. Dan ziet men het houten paard. Sommigen denken dat het een list is, anderen willen het binnen de poorten van de stad halen. Dan komt de opperpriester Laocoön, die schreeuwt dat het een list is en hij werpt zijn lans in het paard. Als de Trojanen een beetje goed geluisterd hadden, hadden ze echo gehoord toen de lans in de borst van het paard kwam en hadden ze kunnen weten dat het paard hol was. Dan brengen een paar herders een geboeide man met zich mee die ze hebben gevonden. Het is een Griek die zegt dat hij door de Grieken is verstoten. Zijn naam is Sinon. Hij zegt dat hij is gevlucht van de Grieken nadat deze hem als bloedoffer wilden aanbieden om de winden gunstig te stemmen. De Trojanen krijgen medelijden met hem en Priamus zegt dat Sinon voortaan bij de Trojanen hoort, maar dat ze wel één ding willen weten: waar dat houten paard voor dient. Sinon vertelt dat het is gebouwd als geschenk aan Minerva, en dat het zo groot is omdat de Trojanen het dan niet binnen de poorten kunnen halen. De Trojanen geloofden het verhaal van Sinon. Dan gebeurt er iets wat de Trojanen niet meer aan het verhaal laat twijfelen: terwijl Laocoön een stier aan het slachten is, komen er twee enorme slangen uit de zee die eerst de twee zoontjes van Laocoön wurgen en daarna Laocoön zelf. De Trojanen geloven dat dit gebeurde omdat Laocoön met zijn lans het heilige paard heeft geschonden. Nu vinden de Trojanen dat het paard wel naar binnen móet, er moet tot Minerva gebeden worden. ’s Nachts, als het paard binnen de muren is en iedereen slaapt, opent Sinon de buik van het paard en komen de Grieken eruit. Ze doden de wachters en laten hun kameraden binnen. In een droom verschijnt Hektor aan Aeneas die hem vertelt dat de Grieken in Troje zijn en die hem de opdracht geeft een nieuwe stad voor de Penaten van Troje te stichten. Als Aeneas wakker schrikt blijkt zijn droom waarheid te zijn. Hij verzamelt een groepje mannen en gaat naar het centrum van de stad. Onderweg komen ze een Griekse groep soldaten tegen die hen aanzien voor hun eigen mannen. De Trojanen doden de Grieken en doen hun kleren aan. Zo kunnen ze vele Grieken misleiden en doden. Maar door de Trojanen worden zij natuurlijk ook als Grieken aangezien en met pijlen bestookt. Dan beseffen de Grieken de valstrik en worden veel mannen uit het groepje van Aeneas gedood. Het geschreeuw volgend gaan ze naar het paleis van Priamus. Het paleis wordt bezet door de Grieken. Priamus heeft zich in wapenrusting gestoken. Als hij ziet hoe zijn zoon Polites door de Griek Pyrrhus wordt vermoord, wil hij hem doden. Maar Pyrrhus doorsteekt hem met zijn zwaard en doodt zo de koning van Troje. Voor het eerst raakt Aeneas in paniek als hij aan zijn vrouw en zoon en zijn vader denkt, die ook nog ergens moeten zijn. Hij merkt dat hij helemaal alleen is achtergebleven. Als hij zich verstopt bij een tempel ziet hij Helena, eigenlijk de aanstichtster van de oorlog van Troje. Als hij haar wil doden, verschijnt Venus aan hem. Zij zegt Aeneas dat hij zijn vrouw, zoon en vader moet gaan zoeken en hen moet gaan redden. Zij zal hem naar hen begeleiden en zorgen dat hem niks overkomt. Als Aeneas bij zijn vader aankomt weigert deze met hem mee te gaan, hij is niet over te halen. Als hij het huis wil verlaten ziet hij Creüsa met Julus staan. Ze vraagt Aeneas om hen mee te nemen. Dan gebeurt er een wonder: op het hoofd van Julus verschijnt een vlam. Anchises heft zijn handen naar de hemel en vraagt Jupiter dit teken te bevestigen. Als dan een donderslag weerklinkt en ze een vallende ster zien, twijfelt Anchises niet langer en gaat met zijn zoon mee. Aeneas tilt zijn vader op zijn nek, neemt Julus bij de hand en laat Creüsa hen volgen. Hij zegt tegen zijn vrienden dat ze zich allemaal bij de tempel van Ceres zullen verzamelen. Anchises neemt de beelden van de Penaten mee. Als ze op de afgesproken plek zijn aangekomen merkt Aeneas dat Creüsa niet meer bij hen is. In paniek keert hij alleen terug naar de stad en roept zijn vrouws naam terwijl hij door de straten van Troje loopt. Dan verschijnt de gedaante van Creüsa aan hem die hem vertelt dat Aeneas zonder haar op reis moet gaan. Bedroefd keer Aeneas terug naar de verzamelplek. Daar vindt hij een geweldige menigte mensen. Samen met hen trekt hij zich terug in de bergen.
Van Troje was niets meer dan een rokende puinhoop. De Trojanen verlaten hun stad. Ze gaan aan land in het gebied van de Thraciërs, waar Aeneas begint met de bouw van een stad. Voordat hij dat gaat doen, moet hij natuurlijk wel een offer brengen aan Venus. Als hij een bosje mirte uit de grond wil trekken waarmee hij het altaar wil versieren, gebeurt er een wonder. Nadat Aeneas het bosje uit de grond had getrokken, ziet hij dat er van de wortels geen sap druipt, maar bloed. Ook bij andere twee struiken gebeurt dit. Terwijl Aeneas de derde struik uit de grond wil trekken, hoort hij een stem. Het is de stem van Polydorus, een Trojaan, die hem vertelt dat hij daar vermoord is en daar begraven is. Polydorus was de zoon van Priamus, die door Priamus met veel goud naar de Thracische koning was gezonden, zodat de koning hem groot kon brengen. Maar toen Troje was gevallen koos de koning de Griekse kant en hij stal het goud en vermoordde Polydorus. Aeneas wordt door angst bevangen en nadat zij Polydorus opnieuw begraven hebben, verlaten ze het land van de Thraciërs. Nu moeten ze dus weer op zoek naar nieuw land waar ze een stad kunnen bouwen. Al snel komen ze aan op het eiland Delos. Op Delos bidt Aeneas tot Apollo en vraagt hem een teken te geven en te zeggen waar ze zich moeten vestigen. Nauwelijks heeft hij dit gezegd of de aarde begint te schudden en roept een stem dat ze het land van hun vroegste voorgeslacht moeten zoeken. Dat land zal hen weer ontvangen. Anchises zegt dat hij weet welk land er wordt bedoeld: Kreta, het land van zijn voorouders. De Trojanen vertrokken met gunstige wind uit Delos en snel waren ze op Kreta. Een nieuwe stad werd opgebouwd, en alles verliep voorspoedig. Totdat de pest uitbrak. Anchises raadt zijn zoon aan weer naar Delos terug te gaan om het orakel te raadplegen. Maar toen Aeneas sliep, verschenen de Penaten aan hem en zeiden tegen hem, dat zij zouden voorspellen wat anders het orakel in Delos zou voorspellen, zodat Aeneas niet naar Delos hoefde. Ze vertellen hem dat Kreta niet het land was dat Apollo bedoelde, maar dat het Italië is waar Aeneas zijn stad moet stichten. Anchises ziet in dat hij zich vergist heeft en raadt aan naar de Penaten te luisteren en Italië te zoeken. Als de vloot midden op zee zit steekt er een zware storm op en wordt de vloot uit elkaar geslagen. Drie dagen hadden ze op zee gedreven toen ze land zagen. Het was het eiland van Celeano en de andere Harpijen, vogels met het gezicht van een meisje die alles bevuilen met hun poep en kots. Op het eiland zagen Aeneas en zijn mannen kudden met runderen zonder herders erbij. Velen werden er geslacht. Net toen de Trojanen aan hun maaltijd wilden beginnen, verschenen de Harpijen, die alles bevuilden. Toen de mannen ergens anders hun maaltijd, wilden nuttigen, gebeurde er precies hetzelfde. De dieren waren ook niet te doden, doordat de zwaarden niet door hun veren heengingen. Dan spreekt Celeano, de leidster van de Harpijen tot de Trojanen. Ze verwijt hen dat ze haar runderen stalen. Ze voorspelt dat zij Italië wel zullen bereiken, maar niet voordat ze geteisterd zijn door een vreselijke honger. Snel vluchten de Trojanen van dit eiland. Nadat ze nog een eiland aangedaan hadden, kwamen ze aan op Buthrotum, Daar horen ze dat Helenus, de zoon van Priamus, regeert over Griekse steden en getrouwd is met Andromache, de weduwe van Hektor en die in het bezit was van Pyrrhus. Als Aeneas en zijn mannen aan land gaan, komen ze Andromache tegen. Zij vertelt hen dat ze na de oorlog van Troje als slavin meegenomen was door Pyrrhus. Ook Helenus was meegenomen als slaaf. Na enige tijd verliet Pyrrhus Andromache om met een andere vrouw te trouwen en deed hij Andromache aan zijn slaaf Helenus over. Maar de man die verliefd was op Hermione, de nieuwe vrouw van Pyrrhus, doodde Pyrrhus. Zo kwam een deel van het rijk van Pyrrhus in handen van Helenus. Daar bouwde Helenus een nieuw Troje op. Terwijl Andromache nog spreekt komt daar Helenus aangelopen. Hij brengt hen naar zijn stad en geeft hen een maaltijd. Aeneas vraagt hem te spreken namens Apollo, en vraagt hem te vertellen welke gevaren Aeneas allemaal moet ontwijken op zijn reis. Priester Helenus voorspelt Aeneas: “Jullie reizen onder leiding van de goden over de zee. Je zult na een moeilijke reis en vele omwegen Italië bereiken. Het land waar je een witte zeug met dertig witte biggen ziet liggen, daar is de plaats voor jouw nieuwe stad. Italië is niet zo dichtbij als je denkt. Het ligt hier wel aan de overkant van de zee, maar daar moet je niet aan land gaan, want de steden daar zijn allemaal Grieks. Ga niet tussen Sicilië en Italië door, want in die nauwe zeestraat schuilen aan de ene kant het monster Scylla, dat schepen op de rotsen trekt, en aan de andere kant Charybdis, die het water van de zee drie keer per dag in haar hol slurpt en het evenveel keer weer omhoog spuugt. Het is beter om om Sicilië heen te varen. Blijf ook veel bidden tot Juno. Dan zal je Sicilië verlaten en in Italië aankomen. Daar kom je in de stad Cumae bij een profetes, die de toekomst voorpelt en op bladeren schrijft die bij het openen van de deur door elkaar waaien. Laat dit je niet afschrikken en smeek om haar orakels. Als je haar smeekt kan zij je een gunstige vaart geven.” Nadat Helenus en Andromache nog een aantal geschenken aan de Trojanen gegeven hadden, vertrokken de Trojanen weer. Ze varen tot daar waar de oversteek naar Italië het kortst is. Dan zien ze Italië. Daar brengen ze offers zoals voorgeschreven door Helenus. Als ze dat gedaan hebben, vertrekken ze weer bij de Griekse steden vandaan. Ze zien de Etna, die op Sicilië staat, al, als ze toch in de Charybdis terechtkomen. Drie keer worden ze opgezogen en weer uitgespuugd en uiteindelijk belanden ze op de kust van de Cyclopen, de eenogige reuzen. Daar komen ze een Griekse man tegen die achtergebleven is toen Odysseus en zijn mannen vluchtten voor de cycloop Polyphemus die hen gevangen had. Dan zien de Trojanen Polyphemus zelf als hij zijn oog, dat uitgestoken was door de Grieken, gaat uitspoelen in de zee. Natuurlijk vluchten de Trojanen zo snel mogelijk weg, maar de cycloop hoort het geluid wat ze hierbij maken. Het lukt hem niet de Trojanen te pakken te krijgen en ze ontsnappen aan hem. Een gunstige wind leidt hen rondom Sicilië en de Griek, die ze natuurlijk meegenomen hebben, wijst hun plekken waar ze aan kunnen leggen. Nadat ze kaap Pachynus gerond hebben, komen ze aan in Drepanum. Daar sterft Anchises, de vader van Aeneas. Nadat ze vertrokken zijn uit Drepanum drijft de storm (door Juno veroorzaakt) hen naar Carthago.
Zo is het verhaal dat Aeneas aan Dido moest vertellen.

8 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.