kostprijs 1

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 1e klas mbo | 392 woorden
  • 17 juni 2010
  • 21 keer beoordeeld
Cijfer 4.8
21 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview


Opdracht 1
Voor de productie van één product is nodig:
• netto hoeveelheid grondstof 80 kg;

• grondstofkosten € 4,- per kg;

• 0,7 arbeidsuur à € 32,-- per uur;

• overige kosten € 150,-

Het afval bedraagt 1% van het brutoverbruik. De opbrengst van het afval is € 0,30,- per kg.

De uitval is 2%. Deze afgekeurde producten worden verkocht voor € 100,- per stuk.

Vragen
a. Bereken de kostprijs van één ongekeurd product.

b. Bereken de kostprijs van één goedgekeurd product.

Opdracht 2
Voor de fabricage van één product is nodig:

• 12 kg grondstoffen à € 1,50 (bruto)

• 1,5 arbeidsuur à € 14,-- per uur;

• overige kosten € 1,90 per product.

Het afval is 12% en levert € 1,20,- per kg op.

De uitval is 10% en levert € 5,- per stuk op.

Vragen
a. Bereken de kostprijs van één ongekeurd product.

b. Bereken de kostprijs van één goedgekeurd product.

Opdracht 3
De aanschafwaarde van een machine is € 60.000,- Gedurende twee jaar wordt jaarlijks 30% van de boekwaarde afgeschreven.

Gevraagd
a. Bereken de restwaarde na twee jaar.

b. Welk vast percentage van de aanschaffingsprijs moet men per jaar afschrijven om na twee

jaar dezelfde restwaarde te krijgen?

c. geef 1 voorbeeld van economische levensduur en technische levensduur. 2

Opdracht 4
De aanschafwaarde van een machine is € 90.000,- Gedurende drie jaar wordt jaarlijks 70% van de boekwaarde afgeschreven.

Gevraagd
a. Bereken de restwaarde na drie jaar.

b. Welk vast percentage van de aanschaffingsprijs moet men per jaar afschrijven om na drie

jaar dezelfde restwaarde te krijgen?

c. wat is het verschil tussen technische levensduur en economische levensduur

Opdracht 5
Verwacht 10.000 eenheden te produceren en 8.000 eenheden te verkopen. De normale jaarproductie en afzet van het product bedragen 9.000 eenheden per jaar. De hierbij behorende kosten zijn:

• constante fabricagekosten € 160.000,--;

• constante verkoopkosten € 30.000,--;

• variabele fabricagekosten € 90.000,--;

• variabele verkoopkosten € 14.800,--.

De verkoopwinst bedraagt 30% van de commerciële kostprijs.
Bereken:
a. de fabricagekostprijs;

b. de commerciële kostprijs;

c. de verkoopprijs;

d. het verwachte verkoopresultaat;

e. het bezettingsresultaat op fabricage en afzet;

f. het verwachte bedrijfsresultaat;

g. de break-even omzet;

h. de veiligheidsmarge;

i. de afzet waarbij een winst wordt behaald van € 18.000,--.

UITWERKING
Opdracht 1
a.
80/99 x 100 = 80,8 x € 4,- = 323,20,-

-/- 0,8 x € 0,30,- = 0,24

€ 323,44 + € 22,4,- + € 150 = € 495,84,-

b.
100 x € 495,84 = € 49584

-/- 2 x € 100 = - 200

49384/ = € 503,92,-

Opdracht 2
Zie opdracht 1.

Opdracht 3
a. 60.000 x 0,7 x 0,7 = €29.400,-

b. 60.000 -/- 29400 = (15300 : 60000) x 100 = 25,5%

2

Opdracht 4
c. 90.000 x 0,3 x 0,3x0,3 = €2430,-

d. 90.000 -/- 2430 = (29190 : 90000) x 100 = 32,4%

3

Opdracht 5
a. 160.000/9.000 + 90.000/10.000 = 17,78 + 9 = € 26,78,-

b. 30.000/9.000 + 14.800/8.000 = 3,33 + 1,85 = 5,18,-

5,18+26,78= € 31,96,-

c. € 31,96,- + 30% = € 41,55

a. 8.000 x (41,55 -/- 31,96) = € 76.704,-

b. Fabricage (10.000 -/-9.000) x 17,78= - 17.780,- Pos.

Verkoop (8.000 -/- 9.000) x 3,33 = - 3.330,- Neg.

f. 76.704+17780 pos+3330 neg= € 91.154.,-

g. 160.000 + 30.000 = 6189 st. x € 41,55 = € 257.152,95

41,55 -/- (9+1,85)

h. 8.000 -/- 6189 x 100% = 23 %

8.000

i. 18.000 + 190.000 = 6.775 stuks

41,55 -/- (9=1,85)



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.