Burgelijke cultuur in nederland 17e eeuw

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 3537 woorden
  • 1 augustus 2007
  • 79 keer beoordeeld
Cijfer 5.7
79 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
CKV
Onderwerpen

ADVERTENTIE

Wat zou je het liefste doen?

Maak een keuze en ontdek welke opleiding bij jou past!

Burgerlijke cultuur in Nederland in de 17e eeuw

- Strijd tussen katholieke en protestantse burgers.

- ’80 jarige oorlog, Nederland Spanje ect.

- 1621, loopt een 12jarige bestand tussen Spanjaarden en de Republiek ten einde, behoefte aan heldhaftige historische voorbeelden. (in schilderijen)

- Breda, belangrijk voor de Nederlanders, Spanjaarden veroverden hem.

- Als de bollemarkt in 1637 instort, leidt dat tot veel faillissement, burgers geven veel geld aan luxe uit, woonhuis: groot, rijk ingericht. Burgers dragen dure kleding, sieraden. KUNST is OVERAL! ( zelfs bij arbeiders).

- Belangrijkste bevolkingsgroepen van 17e eeuw: Burgerkoopman & burger- bestuurder.
“Zoveel luxe, zoveel rijkdom, en dat voor de gewone burger!”

- Chinees porselein, koperen kroonluchter, salontafel= in de 17e eeuw echt chic!

- Delfsblauw, imitatie porselein “made in Holland” maar de blauw-op-witschilderingen zijn vaak Chinese stijl (met westers).

- De kunstproductie wordt bepaald door de wensen van de burger. Zéér realistische afbeeldingen van het eigen burgerlijke leven.

- 17e eeuw, kunst of pronkkamer een bekend fenomeen. Nieuwsgierigheid naar exotische goederen.

- In de burgerlijke Nederland wordt veel gezongen, op straat, in de kerk en thuis. (alle lagen van de bevolking). Professionele musici leren burgers muziekinstrumenten bespelen. De meeste bespeelde instrumenten: klavecimbel- orgel- luit. Het kunnen musiceren hoort bij een goede burgerlijke opvoeding!

- “Verzamelen”

- Nederlandse schilders, 17e eeuw, 5 genres:
1. historiestuk: een visuele verhalenverteller die momenten toont uit de geschiedenis, de mythologie of bijbel.
2. portret: de nieuwe rijke burgers van de republiek willen graag hun beeltenis vereeuwigen en hebben daar een flink bedrag voor over.
3. genrestukken: tafereel uit het dagelijks leven: een huishoudelijke tafereel, sport en spel of een volksfeest.
4. stillevens
5. landschappen: in het onschuldige tafereel zit meestal een moralistische of waarschuwende boodschap verpakt. “visuele raadseltjes”, waarin allerdaagse zaken een dubbele betekenis hebben…zijn geliefd, omdat ze meestal allerlei kleine details bevatten en dus veel kijk plezier bieden.

- (wegens de van Antwerpen) Halverwege 17e eeuw is de bevolking sterk gegroeid..economische bloei en de toestroom van immigranten uit de zuidelijke Nederlanden, hebben kleine steden als: Amsterdam, Leiden, Delft omgevormd tot drukke handelssteden.

- Tweede woonhuis, meestal langs een rivier of achter de duinen.

Kleine samenvatting:
De Nederlandse Gouden Eeuw begint rond het einde van de 16de eeuw. Er woedt een strijdt tussen de Spaanse koning (baas over de Nederlanden) en Vlaamse en Nederlandse steden. In de steden heeft, tegen de zin van de katholieke Spaanse koning, het protestantisme het katholicisme verdrongen. Burgers eisen meer vrijheden, te beginnen met vrijheid van het geloof. In eerste instantie vormen Vlaanderen en Brabant het belangrijkste strijdtoneel, later mengen zich onder andere Zeeland en Holland in de strijd. Aan het einde van de 16de eeuw worden Vlaanderen en grote delen van Brabant heroverd door de Spaanse koning. De noordelijke gewesten, met Holland en Zeeland, splitsen zich af en stichten een onafhankelijke republiek. De strijdt woedt echter voort en pas in 1648 wordt er vrede gesloten tussen de Spanjaarden en de Nederlanders. In de republiek in het protestantisme de belangrijkste religie. Na de val van Antwerpen in 1585 wordt Amsterdam de belangrijkste handelsstad van Europa. De toename van de handelsactiviteiten leidt tot enorme economische en culturele bloei. De Nederlandse steden worden bestuurd door burgers. Burgers vormen ook de belangrijkste economische en politieke macht in de vrije republiek. De kunst volgt de smaak van de burger. Samen met de protestantse moraal bepaalt het de inhoud van de Nederlandse kunst uit de 17de eeuw.

• Schilderkunst:
De Nederlandse schilders uit de 17de eeuw specialiseren zich in een vijftal (5) genres. De genres hebben alle verschillende waardering, bij zowel de schilder als de koper. Het voornaamste genre is het historiestuk. Minder belangrijk zijn stillevens, genrestukken, landschappen en portretten. De Nederlandse schilderkunst uit de 17de eeuw wordt gekenmerkt door een hoge mate realisme. Op de schilderijen worden taferelen en voorstellingen getoond die bijna op een fotografische weergave lijken van het dagelijks leven. wie echter goed kijkt ziet bijna altijd een verborgen boodschap waarin de nieuwe protestantse moraal verstopt zit. Met name de vanitasstillevens zijn hierin zeer uitgesproken.

• Aardewerk en porselein:
Na de val van Vlaanderen trekken Vlaamse pottenbakkers naar Delft. Ze introduceren er modernere technieken van aardewerkproductie. Tot voorbeeld staan Spaanse aardewerk en Chinees porselein. Met name het Chinees porselein heeft grote invloed op het Delfts aardewerk, het Delftsblauw. Het verfijnde witte, bijna doorzichtige porselein met blauwe tekeningen dient de Delftse pottenbakker tot voorbeeld. Het Chinees porselein komt in grote vrachten naar Nederland; de Nederlandse schapen van de VOC hebben belangrijke handelscontacten met China. In de Nederlandse huiskamer wordt zowel Chinees porselein als Delfts aardewerk getoond. Aan het einde van de 17de eeuw wordt het Delfts aardewerk even hoog gewaardeerd als het Chinees porselein. De voorstellingen van de blauwe tekeningen zijn vaak landschappen, soms met imitatie Chinese kenmerken.

• Bouwkunst:
De 17de eeuwse Nederlandse bouwkunst wordt gekenmerkt door de burgerlijke stedelijke samenleving. Er worden veel woon-/pakhuizen gebouwd, waarin wonen en werken samengaan. De Nederlandse steden krijgen uitgebreide grachtenstelsels. Via de grachten kunnen allerlei goederen per boot van deur tot deur gebracht worden. De architectuur wordt beïnvloed door het classicisme.

Groots in het klein, publieke kunst in de gouden eeuw, 17e eeuw…

- De Dam in hartje Amsterdam is één van de bekendste pleinen in ons land. Op de dam vind je monumenten ter herdenking van de oorlogsslachtoffers. Iets verscholen staat de Nieuwe Kerk, waar koninklijke huwelijke gesloten worden.

- Het ‘paleis’ is oorspronkelijk gebouwd als stadhuis voor Amsterdam, naar Nederlandse begrippen: rijk versierd met beeldhouwwerk en schilderijen, 1648, wanneer Amsterdam een rijke en machtige stad was.

- Amsterdam wordt in de 17e eeuw bestuurd door burgers en kooplieden en laat zich door geen vorst of prins de les lezen. Na 80jaar oorlog voeren sluiten de Spaanse koning en de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1648 eindelijk vrede. Om de vrede te vieren wordt het nieuwe stadhuis ook beschouwd als vredesmonument. In alle ruimtes bevinden zich allerlei symbolen die verwijzen naar de vrede en de macht van Amsterdam. Het grootste deel van de Amsterdamse bevolking is in die tijd:protestants.

- Een andere openbare plek waar de burgers elkaar ontmoeten: stadsschouwburg.

- Het Amsterdamse stadhuis (ontwerpt door: Jacob van Campen) is een classicistisch paleis. De architectuur verwijst naar de bouwkunst van het oude Rome, als teken voor hun macht

- In die tijd is Amsterdam de onbetwiste heerser van de wereldzeeën.

- Het nieuwe stadhuis: bankgebouw en rechtbank. (burgerzaal, voor alle burgers vrij!)

- Onomkoopbaarheid en eerlijkheid staat centraal, (het schilderij laat zien dat hij liever een eerlijke strijd voert dan dat hij zich laat omkopen.)

- De grootste rechtszaal in het stadhuis is de Schepenzaal. De zaal ligt in de centrale middenas waarlangs ook de Burgerzaal en de Burgemeesterskamers liggen. In de Schepenzaal worden allerlei strafvonnissen uitgesproken. De rechters (schepenen) vergaderen hier en spreken vervolgens vonnis. De schepenen wordt voorgehouden dat hun rechtspraak is afgeleid van de regels die God ooit aan Mozes opgaf. De boodschap hierbij is: het is uiteindelijk Gods hand die beslist en het is de mens die ernaar handelt.

- Het Calvinisme heeft niets op met de spilzucht en overmaat van de rijke burgers. Overal klinken waarschuwingen tegen al té veel aardse genotzucht.

- Beelden en schilderijen tref je niet aan in een protestantse kerk, ingehouden en lineaire stijl aan de typische calvinistische deugden als voorzichtigheid en matigheid.

- Nadat de kerken openbaar bezit zijn geworden, benoemen de steden stadsorganisten. De stadsorganisten geven publieke concerten met een breed repertoire aan muzieksoorten. De muziek is vaak afkomstig uit Frankrijk en Engeland. In veel van de liederen wordt de romantische liefde bezongen. Liedboeken zijn populair in de 17e eeuw. Omdat de boeken meestal voorzien zijn van toonzettingen voor alle instrumenten en de stem, zijn ze toegankelijk voor een groot publiek. Ze komen dan ook goed van pas bij de muzieklessen die de stedelijke organisten contractueel verplicht zijn te geven aan de welgestelde burgers.

- De leden -burgers en later ook edellieden – houden in hun lokaal of kamer onder meer voorleesavonden, dichtwedstrijden en toneelavonden.

- In de 17de eeuw, de eeuw van godsdiensttwisten, verleggen de rederijkers hun werkterrein naar wereldlijke onderwerpen. Vaak is er sprake van een maatschappijkritische ondertoon, tot ergernis van het stedelijk gezag.

- In de 17de eeuw verliezen de rederijkers geleidelijk hun vooraanstaande rol in het stedelijke leven…

- Blijspelen (overspel, eerlijke burgers worden bedonderd) waarschuwen de burgers: houd maat, laat je niet leiden door begeerte en wees altijd op je hoede! Vermaak geldt in de Gouden eeuw als een medicijn tegen de stres die hoogconjunctuur met zich meebrengt. Gebruik dit medicijn met mate! “Homo bulla”, de mens is een zeepbel, was in de 17de eeuw een bekende uitdrukking om aan te geven dat al te lichtvoetig vermaak op den duur z’n tol eist.

- In het begin van de 17de eeuw neemt in Amsterdam de publieke belangstelling voor toneelvoorstellingen toe. theaterzaal: schouwburg, ligging: bij de Keizersgracht.

- De schouwburg aan de Keizersgracht wordt al in 1665 aangepast. In de lengte van de zaal wordt een diep toneel gebouwd. Een boog omlijst het toneel en scheidt het van de zaal. Amsterdam maakt kennis met het lijsttoneel: in plaats van tonelen naast elkaar, gaat het nieuwe Italiaanse toneel uit van één speelvlak. Extra machinerieën, het zogenoemde kunst- en vliegwerk, zorgen voor ‘special effects’.. Op het toneel gaan spelers in rook op met behulp van zinkluiken.

- Bij de ernstige levenshouding die hoort bij het protestantisme past niet al te veel vertier. Dansvoorstellingen en opera’s, populair aan de Italiaanse en Franse hoven, worden hier zelden georganiseerd. Dansscénes vormen soms een onderdeel van toneelvoorstellingen. Het aanzien van toneelspelers en dansers is laag. Pas in de loop van de 17de eeuw wordt het vrouwen toegestaan toneelrollen te spelen, iets wat in omringende landen dan al meer gebruikelijk is. Omdat hier de burgerij het voor het zeggen heeft, is er in Nederland geen plaats voor een uitbundige hofcultuur, zoals in Frankrijk wel het geval is. Pas aan het einde van de 17de eeuw komt hierin enige verandering. Koning-stadhouder Willem III organiseert enkele grote hoffeesten en stimuleert opvoeringen van de Franse opera’s.

Kleine samenvatting:
De Nederlandse burgerlijke cultuur uit de 17de eeuw is een stedelijke cultuur. De steden vormen de spil waar het maatschappelijke leven om draait. De Nederlandse steden zijn ‘goed geoliede machines’. Er wordt goed gezorgd voor de burgers. De uitbreiding van de steden wordt planmatig ontwikkeld. Voor de burgers is allerhande vertier. De belangrijkste stad is Amsterdam. In deze stad komen al deze kwaliteiten in het groot samen. De bestuurders van de stad zijn machtige burgers. Om de macht van de stad te illustreren bouwen de bestuurders een groot paleis als stadhuis. De decoraties in het gebouw tonen de grootsheid van de stad en zijn bestuur. Het stadhuis biedt plaats aan de stedelijke rechtbank, een bank, een faillissementskamer en aan de bestuursvertrekken van de stad. Daarnaast is het stadhuis tevens een monument om de vrede te vieren. De handelsstad heeft baat bij vrede en is zeer verheugd dat in 1648 Spanje en Nederland na 80jaar oorlog eindelijk vrede hebben gesloten.
De stedelijke bevolking vindt vertier in de schouwburg, in de kerk tijdens openbare concerten en tijdens grote feesten die door het stadsbestuur worden georganiseerd. In de schouwburg worden naast dansvoorstellingen ook kluchten, blijspel en dramastukken opgevoerd. In de kerken worden orgelconcerten gegeven.

• Stadhuis, bouwkunst:
Het stadhuis van Amsterdam is een classicistisch paleis. De architect Jacob van Campen heeft de klassieke Romeinse architectuur als voorbeeld gebruikt. Het gebouw is naar Amsterdamse verhoudingen enorm groot. De architectuur is symmetrisch. In het midden van het gebouw bevindt zich de Burgerzaal, een grote overdekte stadshal waar alle burgers van de stad vrij in en uit kunnen lopen. aan weerszijden van de Burgerzaal bevinden zich de belangrijkste bestuursvertrekken. De gevels volgen de klassieke orde. Zij zijn versierd met pilasters in lonische en corinthische stijl. De oost- en de westgevel worden beide afgesloten met een timpaan.

• Stadhuis, beeldhouwkunst:
Het stadhuis is gedecoreerd met tientallen beeldhouwwerken. De meeste beeldhouwwerken zijn van de hand van Artus Quellinus. Jacob van Campen heeft voor de uitvoering van de beeldhouwwerken aanwijzingen gegeven. De beeldhouwwerken zijn in barokke stijl uitgevoerd, naar het voorbeeld van de dan Italiaanse beeldhouwkunst. Bij veel beeldhouwwerken staat de figuur van de Amsterdamse stedenmaagd. Zij wordt altijd omringd door klassieke mythologische figuren. De beeldhouwwerken bevinden zich in de beide timpanen van de oost- en westgevel en in het gebouw zelf. De beeldhouwwerken lijken het verhaal te vertellen van het historische gelijk van Amsterdam welvaart en macht.

• Stadhuis, schilderkunst:
De schilderkunst in het stadhuis is uitgevoerd door destijds bekende schilders uit Amsterdam. Ook hier heeft Jacob van Campen een zware stempel gedrukt op de ontwerpen van de schilderijen. Belangrijke schilders zijn Govert Flinck en Ferdinand Bol. Hun schilderijen zijn tamelijk vlakke schilderingen in warme tonen. De doekenbestaan uit harmonische composities, waarin figuren in klassieke dracht de boventoon voeren. De schilderijen in het stadhuis zijn net als de beeldhouwkunst ondergeschikt aan het geheel van de architectuur. De doeken zijn uniek gemaakt voor de plek waar ze hangen en vormen één geheel met de architectuur van de ruimte.

• Muziek:
de Nederlandse muziek uit de 17de eeuw bestaat uit 2 soorten. Er zijn de composities (vaak vrije improvisaties) op basis van psalmen, dansmuziek, wereldlijke muziek of Italiaanse madrigalen voor het orgel. De muziek wordt gespeeld tijdens de openbare concerten in de kerken of op de beiaards. Belangrijke componisten zijn Jan Pietersz. Sweelinck en Jacob van Eyck. Daarnaast is er muziek voor de huiselijke kring. Deze muziek is vaak gebaseerd op liederen afkomstig uit Frankrijk en Engeland.

• Drama:
Aan het begin van de 17de eeuw wordt de toneel- en dichtkunst beoefend door de rederijkers. Het zijn verenigingen van burgers die in een apart lokaal avonden organiseren met toneel- en dichtkunst. De rederijkers vinden het spel met de taal leuk en sieren hun gedichten en toneelstukken vaak met allerlei spitsvondigheden. Vanaf 1617 beschikt Amsterdam over een schouwburg. In 1637 wordt er een nieuw stenen gebouw gebouwd naar de Italiaans klassiek model. De zaal is een amfitheater met aan de korte zijde een toneel. Belangrijke toneelschrijvers zijn: Bredero (kluchten) en Joost van den Vondel (tragedies). De klucht is een vermakelijk stuk ter lering. De tragedie voldoet aan de regels van de Griekse drama. In de tweede helft van de 17de eeuw wordt de schouwburg verbouwd. Er komt een los toneel, met booglijst, waardoor dit gescheiden wordt van de zaal. Allerlei machinerieën zorgen voor ‘special effects’.

• Dans:
De calvinistische levenshouding van de Nederlanders zorgt ervoor dat er weinig dansvoorstellingen gegeven worden. Daarnaast is op het toneel de rol van de vrouw tot ver in de 17de eeuw ondergewaardeerd. Als er al gedanst wordt dan gebeurt dat vooral thuis. Hier dansen de burgers dezelfde dansen als aan het Franse hof. Pas met de komst van de koning-stadhouder Willem III verandert de houding van de Nederlanders en komen er meer publieke voorstellingen met dans. Willem III zelf organiseert hoffeesten naar Frans voorbeeld. Net als zijn Franse evenknie Lodewijk XIL, danst Willem III zelf mee in de voorstellingen.
In 1677 wordt de eerste opera opgevoerd in de Amsterdamse schouwburg. Het is een balletopera en het gezelschap bestaat uit Franse acteurs-dansers.

Betekenissen van schilder “verstoppingen” :

- Speerdistel: mannelijke trouw.
- Klimop: vergroeien met iemand (verbinden).

- Wijnrank: liefde en vriendschap.
- Roos: snelle vergankelijkheid.

- Handschoen: eerdere huwelijks band (hergetrouwd).
- Druiven: vruchtbaarheid en echtelijke trouw.

- Hondje: eeuwige trouw.
- Liggende viola da gamba (soort cello): hoogstaande harmonie in de liefde.

- Witte kan: beschermt de maagdelijkheid van een meisje, MAAR: eenmaal gevuld met wijn, zal dat (maagdelijkheid) van korte duur zijn.
- Van solodansen, naar exotische dansen: een verwijzing naar de handelsbetrekkingen, die Nederland had.

Termen en Begrippen:

- Allegorie: abstracte begrippen, zoals deugden of ondeugden, worden zichtbaar in de vorm van personen (personificatie) of op andere wijze verpakt in de voorstelling (in een schilderij of op het toneel) is symbolisch voor een niet zichtbare inhoud.

- Amfitheater: theater of stadion met een ronde of ovaalvormige plattegrond. Rond een speelveld, de arena, zijn de zitplaatsen trapsgewijs aangebracht, zoals bij een tribune. Dit type is voor het eerst toegepast door de Romeinen.(Lodewijk XIV)

- Balletopera: Frans opera op basis= tragedie. Dans is een vast onderdeel.

- Bas-reliëf: een tamelijk vlak beeldhouwwerk waarbij de figuren slechts gedeeltelijk van de achtergrond loskomen.

- Beiaard: ook wel: carillon of klokspel. Een reeks op toon gestemde klokken. Het instrument wordt bespeeld door een beiaardier.

- Blijspel: komedie. Vorm van toneel, oorspronkelijk uit de Klassieke Oudheid, met een zorgeloze inhoud, een oppervlakkige karaktertekening en een goede afloop. Een meer humoristische kijk op de mensheid.

- Classicisme (Hollands): algemene stijlaanduiding voor Nederlandse architectuur rechtstreeks geënt op voorbeeld van de klassieke architectuur of op eerdere vormen van klassiek georiënteerde stijlen zoals de Italiaanse Renaissance (15e en 16e eeuw) en de Franse barok (17e eeuw).

- Collegium musicum: een gezelschap van burgers die in besloten kring bijeenkomen om voor eigen genoegen te zingen en te spelen. Vaak onder leiding van een beroepsmusicus.

- Corinthische orde: bouworde toegepast door de Grieken, maar vooral populair bij de latere Romeinen. Kenmerkend zijn gladde zuilen, zonder cannalures of groeven, en kapiteeldecoraties gebaseerd op berenklauwachtige bladeren.

- Coulisse: verplaatsbare zijstukken van toneeldecor.

- Delftsblauw: beschilderd aardewerk uit Delft. Het Delfste imitatieporselein serviesgoed met Chinese decoraties was populair in de 17de eeuw.

- Deus ex machina: letterlijk: God uit een machine. Toneelterm voor een ‘goddelijke’ ingreep waarmee tegen het einde een toneelstuk tot een ontknoping komt. De tussenkomst wordt meestal verbeeld door met behulp van toneelmachinerieën iemand neer te laten dalen of plotseling op het toneel te laten opduiken.

- Emblemate: drieledige voorstelling bestaande uit een afbeelding, een spreuk en een onder- of bijschrift.

- Entree: letterlijk: opkomst. Benaming die vooral gebruikt werd bij het hofballet en feesten aan het hof waarbij dans- ,muziek- en theaterspektakel bestaat uit ‘entrees’ oftewel verschillende optredens of acts.

- Genre: type schilderij. De volgende genres worden onderscheden: genrestuk, portret, - stilleven – landschap en – historiestuk.

- Genrestuk: schilderij met een al dan niet gefantaseerd tafereel uit het dagelijks leven. huiselijke bezigheden, drank en feesten vormen vaak een onderwerp van een genrestuk. De afgebeelde personen zijn meestal niet-bestaand. Het genrestuk herbergt vaak een verborgen boodschap met betrekking tot de moraal.

- Gravure: druktechniek waarbij met een burijn een voorstelling gegraveerd is in een plaat koper of staal (diepdruk) of op de kopse kant van hout (hoogdruk).

- Historiestuk: schilderij waarop een verhaal of gebeurtenis uit de Klassieke Oudheid, de Bijbel of de geschiedenis is afgebeeld.

- ionische orde: bouworde toegepast door de Grieken en daarvan afgeleide bouwkunst. Kenmerkend zijn slanke sierlijke zuilen en een kapiteel met aan twee kanten spiraalvormige decoraties.

- Klavier: toetsenbord van toetsinstrumenten, bijvoorbeeld van een piano of een klavecimbel.

- Klucht: komisch toneelstuk over het dagelijks leven. Het verhaal en de taal zijn vaak grof en volks van karakter.

- Landschap: (gene)schilderij waarop een natuurlandschap, stadslandschap of zeelandschap is afgebeeld. In de 17de eeuw een typisch Hollands genre.

- Lijsttoneel: naam voor het theaterspel waarbij een duidelijke scheiding bestaat tussen het publiek in de zaal en de spelers op het toneel. Deze scheiding wordt gesymboliseerd door het doek en de lijst, waardoor het lijkt alsof je naar een levend schilderij kijkt.

- Madrigaal: vocale compositie op wereldlijke tekst, meestal over de liefde, met meerstemmige passages. Geschreven in de landstaal, vooral in Engeland en Italië. Meestal a capella gezongen.

- Pilaster: platte decoratieve toevoeging aan muurvlak ontleed aan de vorm van een zuil.

- Porselein: hard, niet poreus, doorschijnend en meestal wit keramiek zoals dat dor de eeuwen heen vooral in China en Japan werd geproduceerd.

- Psalm: lied opgenomen in het Oude Testament (150 liederen van de Israëlieten) en/of zoals het vertaald en berijmd wordt gezongen in de christelijke kerk.

- Rederijkers: beoefenaars van de dicht – en toneelspeelkunst. De rederijkers verenigden zich in een rederijkerskamer. Meestal waren het gegoede burgers met een klassieke opleiding.

- Rei: Nederlandse variant op de koorzang waarmee bedrijven uit de klassieke tragedies werden afgesloten. In de 17de eeuw toegepast om de klassieke tragedies zo dicht mogelijk te benaderen. Soms begeleid door instrumenten.

- Stilleven: (gene)schilderij waarop levenloze of dode voorwerpen op een bepaalde manier gerangschikt zijn afgebeeld.

- Tableau vivant: levend ‘schilderij’ bestaande uit één of meer stilstaande personen die een verhaal of gebeurtenis uitbeelden. Meestal betreft het een verhaal uit de Klassieke Oudheid, de Bijbel of de geschiedenis.

- Timpaan: driehoekige ruimte ingesloten dor de lijst van een fronton, vaak voorzien van reliëfs.

- Toccata: een virtuoos werk zonder een vaste vorm. Kenmerkend zijn brede akkoorden en scherp tegengestelde passages. Werk voor toetsinstrumenten of luit.

- Totaalkunstwerk: vaak ook wel met het Duitse woord Gesamtkunstwerk aangeduid. Kunstwerk (bijvoorbeeld opera, gebouw, theatervoorstelling) waarin meerdere disciplines zoals beeldhouwkunst, schilderkunst, muziek, architectuur, theaterdecor, elkaar ondersteunen en samen het totale effect op de kijker bepalen.

- Tragedie: ook wel treurspel. Toneelspel met ernstige ondertoon, ontstaan in de Klassieke Oudheid. Bestaat uit een proloog gevolgd door 5 bedrijven. Inhoud mythologisch. Vaste regels zoals eenheid in tijd, plaats en handeling. De tragedie als theatervorm is door de eeuwen heen blijven bestaan, als dan niet aangepaste vorm.

- Vanitasstilleven: (genre) schilderij in de vorm van een stilleven waarbij de afgebeelde voorwerpen een symbolische betekenis hebben. De eindigheid van het leven en de dood staan daarbij centraal. Veelvoorkomende voorwerppen zijn: een schedel, een zandloper, een gedoofde kaars.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.