Olifanten

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 1512 woorden
  • 15 januari 2002
  • 289 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 289 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
De bouw van de reus

De olifant valt niet alleen op door zijn enorme lijf maar hij is ook direct te herkennen aan zijn slurf en slagtanden. De slurf is een sterk vergroeide en gespierde neus/bovenlip, die het werk doet van armen, neus en handen; de slagtanden zijn verlengde hoektanden die doorgroeien zolang de olifant leeft, het slijten door constant gebruik voorkomt dat deze te lang worden. Olifanten doen het meest met een bepaalde slagtand net als mensen rechts of links zijn. Deze is dan meestal iets korter. De olifant gebruikt zijn slagtanden als gereedschap en als wapen, meestal worden zij zo veel gebruikt dat ze kunnen afbreken. Zo komt het dat heel oude olifanten aan het eind van hun leven soms nog maar een klein stompje over hebben. De slagtanden van de mannetjes zijn meestal iets groter dan die van de vrouwtjes.
Een olifant kan heel stil lopen. Hij loopt eigenlijk op zijn tenen. Je ziet daar weinig van omdat er een dik, verend kussen onder zijn hielen zit. Dat trekt samen als hij zijn poot optilt en uit als hij hem neerzet. Een olifant kan niet springen, dan zal hij bijvoorbeeld zijn tenen breken. Als een olifanten kudde een kloof moet oversteken dan glijden ze naar beneden op hun billen.

De inwendige organen van een olifant zijn ook heel groot. Hij heeft een enorme maag om al zijn voedsel te verwerken en zijn darmen zijn meer dan 36 meter lang. Zijn hart weegt ruim 17 kilo en klopt langzaam: 35 slagen per minuut.
Het gebit van de olifant bestaat alleen maar uit kiezen van elk ongeveer 4,5 kilo. Zij hebben een bepaalde vorm zodat elk deel gebruikt wordt. Bij de onder-en bovenkaak is telkens maar een kies in gebruik, terwijl de volgende er al achter klaar ligt. In totaal krijgt de olifant zes kiezen. Elke kies bestaat uit een aantal geglazuurde platen die zo aan elkaar zijn geplakt dat er een geribbeld maalvlak ontstaat. Het aantal platen per kies wordt meer wanneer de olifant ouder wordt; de eerste kiezen hebben er drie en de laatste minstens negen. Als de olifant zijn kiezen heeft versleten is hij vaak al 60 jaar oud, en zal hij snel daarna sterven omdat hij zijn voedsel niet meer kan malen

Inleiding

De naam Olifant is eigenlijk afgeleid van het Hebreeuwse woord elaph, dat betekent ivoor. Ivoor is het materiaal waar de slagtanden van de gemaakt zijn. De enorme Afrikaanse olifant is het grootse levende landzoogdier. Niet alle olifanten zijn precies hetzelfde in uiterlijk en gedrag. Naast de Afrikaanse steppenlifant is er nog een iets kleiner ras: de Afrikaanse bos olifant. En verder bestaat er nog een totaal ander ras namelijk de Aziatische olifant ook wel Indische olifant genoemd. De Afrikaanse en de Aziatische olifanten leven totaal ergens anders. De Afrikaanse rassen bewonen de wouden en steppen van West-, Centraal- en Zuid-Afrika en de Aziatische soort is te vinden in de tropische regenwouden van India en in het verre oosten. De belangrijkste verschillen tussen beide zijn: de Afrikaanse olifant is groter en zwaarder dan de Aziatische en ook de oren en slagtanden zijn groter; de huid van de Afrikaanse is rimpeliger; de Afrikaanse olifant eet vooral veel planten. De Aziatische olifant graast; de Afrikaanse olifant heeft aan het puntje van zijn slurf twee ‘vingers’. En de Aziatische heeft er één. De Aziatische olifant kan beter afgericht worden. Deze twee olifanten die wij nu kennen zijn de restanten van de ooit 352 soorten.

Eten en drinken

Olifanten zijn herbivoren (planteneters). Dagelijks eet de olifant een hoeveelheid groenvoer die gelijk is aan 4% van hun lichaamsgewicht. Dat is zo’n 150 tot 200 kilo per dag. Ze vernielen haast net zoveel vegetatie als ze opeten. Met hun voorhoofd duwen ze hele bomen om, ze slopen takken en schors weg, ontwortelen struiken en bosjes en laten overal heel veel puinhoop achter.
Doordat een volwassen olifant zo veel tijd nodig heeft met al dat voedsel zoeken heeft hij maar weinig tijd om te slapen of andere dingen te doen. Hij is minimaal 16 uur per etmaal bezig met eten. Ondanks dat ze zo veel eten zijn ze kieskeurig, een pol gras wordt eerst goed schoongewassen en bij een bloesemtakje schudden ze eerst even om te ruiken of het takje wel lekker is. Ze houden erg van gras, schors, twijgen, bloemen en fruit (vooral bananen).
Doordat de mensenbevolking groeit en er steeds meer leefgebied van de olifant als landbouwgrond wordt gebruikt, gaan de olifanten steeds meer naar plantages toe om daar hun dagelijkse maaltje te verorberen.

Al etend slikken olifanten vaak zand door, dat is heel goed voor ze want zand bevat behalve kiezelverbindingen ook heel veel zout. Zo krijgen ze ijzer, magnesium calcium en natriumchloride binnen dat nodig is om gezond te blijven. Als het erg droog is en er weinig voedsel en eten is eet de olifant beenderen van door droogte gestorven dieren om aan zijn calcium te komen.
De slurf wordt gebruikt om te drinken. In één keer kan hij daar bijna negen liter mee opzuigen, die hij dan in zijn bek leegspui. Bij elkaar moet de olifant dit vaak doen want per dag heeft hij ongeveer 130 liter nodig. In tijden van droogte kan de slurf water onder de grond opsporen. Met hun voorpoten of slagtanden graven ze dan een ‘put’. Die put dan door alle andere dieren uit de omgeving gebruikt.
Wat er allemaal in gaat, moet er ook weer uit. Een olifantendrol weegt al gauw 8 kilo en een olifant poept ongeveer 17 keer per dag! Olifantenpoep is erg goed voor de natuur, want een olifant eet als hij planten eet ook veel zaden mee. De harde zaden van bepaalde planten komen onbeschadigd door de darmen van een olifant. Ze ontkiemen midden in de mest en groeien daar snel, soms ver van de plaats waar ze vandaan komen.

Voortplanting

De voortplanting gaat bij olifanten erg traag. De dracht bij een Afrikaanse olifant duurt bijna 18 tot 22 maanden bij de Aziatische 20 tot 22 en meestal kan de moeder pas haar tweede kindje krijgen als haar vorige kalf is gespeend (geen moedermelk meer drinkt). Dat betekent dat ze maar eens in de 5 jaar een baby kan krijgen.
Sommige diersoorten vormen paren die een lange tijd bij elkaar blijven, anderen zelfs levenslang! Olifanten doen dit niet, zij paren met elkaar en gaan daarna weer uit elkaar.
Ook al hebben olifanten geen vaste partner, aan de paring gaat altijd een soort van kennismaking vooraf, soms maar heel kort. Het paar graast, baadt of loopt soms een tijdje samen. Ze raken elkaar veel vaker aan dan dat ze normaal doen; ze vlechten hun slurven in elkaar, steken de punt van hun slurven in de bek van de ander (kussen) en wrijven hun lijven tegen elkaar. Soms geven ze elkaar bloemen of stukjes fruit (het cadeautjes geven hoort ook bij het paringsritueel van anderen dieren, zoals de Jan van Gent-vogel).
Bullen (mannetjesolifanten, ook wel stieren genoemd) zijn vanaf hun 11de of 12de jaar klaar om te paren, maar ze moeten nog wel een aantal jaren wachten voor ze daartoe de kans krijgen. De oudere bullen zullen altijd eisen dat zij eerder mogen paren met het vrouwtje. Als de bul rond zijn 23ste is krijgt hij een leiderspositie in de kudde en krijgt kan het recht eisen op een vrouwtje. Zodra de bul ouder wordt en zijn aanzien verliest, verlaat hij de kudde, meestal als hij rond de 60 jaar oud is.

Het paringsritueel

Olifanten hebben geen speciale tijd om te paren, maar meestal is dit tijdens het regenseizoen. Wanneer ze gaan paren dan is dat te herkennen aan het lichamelijke contact dat dan meer wordt dan normaal. Als dat gebeurt dan begint er eerst een periode waarin de olifanten elkaar beter leren kennen. Vlak voor de paring voelt het mannetje met zijn slurf aan de geslachtsdelen van het vrouwtje om te kijken of zij er klaar voor is. Als ze beiden klaar zijn, legt de bul zijn slurf langs het wijfje haar rug, misschien om aan te geven dat hij haar nu gaat bestijgen. Het paren kan drie tot vier minuten duren en wordt vier à vijf dagen lang om de paar uur herhaald. Maar zodra het wijfje drachtig is (in verwachting) negeert zij de bul of jaagt zij hem zelfs weg!

Geboorte

Als Afrikaanse olifanten door de steppen of rimboe trekken, stoppen ze onmiddellijk als een van de vrouwtjes op het punt staat te bevallen. De kudde gaat dan in een grote kring om de moeder en het vrouwtje dat de vroedvrouw speelt (de ‘tante’) heen staan om hen te beschermen zij trompetteren en zwaaien dan met hun slurf en slagtanden. Zo jagen ze de roofdieren bij het kleintje vandaan.
Een geboorte bij de Aziatische olifant wordt anders aangepakt. De zwangere koe en tante, zoeken een goed plekje uit dat zij afzonderen doormiddel van takken eromheen in de grond te steken. Tijdens de geboorte blijft de rest van de kudde in de buurt en gaat trompetteren en schreeuwen om de roofdieren weg te jagen.
De gevaren voor een kalf in zijn 1e jaar is erg groot: een op de drie kalven haalt zijn 4e jaar niet!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

hoii ik vind je werkstuk niet echt boeiend maar warom vertelje niks over het gebid dat ehb ik juist nodig!!!!!!

10 jaar geleden