Jongens gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

Levi Weemoedt

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Gedichtbespreking door een scholier
  • 5e klas vwo | 2591 woorden
  • 9 februari 2009
  • 25 keer beoordeeld
Cijfer 5.7
25 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij een maatschappelijke studie?

Misschien is een studie Sociologie of Antropologie dan wel iets voor jou! Bij beide opleidingen ga je aan de slag gaat met maatschappelijke vraagstukken. Wil jij erachter komen welke bachelor bij jou past? Kom in maart proefstuderen aan de VU.

Meer informatie
Biografie Lévi Weemoedt
Lévi Weemoedt, pseudoniem van Isaäk Jacobus van Wijk, werd op 22 oktober 1948 geboren in Vlaardingen.
Na zijn gymnasium te hebben voltooid, is hij Nederlands gaan studeren aan de Universiteit van Leiden, waarop hij in 1970 aan de Protestants-Christelijke scholengemeenschap Westland-Zuid in Vlaardingen leraar Nederlands is geworden.

Na hier veertien jaar te hebben gestaan, is hij ermee gestopt omdat het hem niet genoeg voldoening zou geven.
Hiernaast is hij ook medewerker geweest bij het Algemeen Dagblad en publiceerde hij in de ‘Renaissance’. Bovendien heeft hij in de jaren tachtig regelmatig opgetreden met Hans Dorrestijn met literair-muzikale programma’s.

Al die tijd hield hij zich al bezig met het schrijven van tragikomische korte verhalen en dito gedichten. Deze speelden zich vooral af in en rondom Vlaardingen.
Zijn eerste poëziebundel ‘Geduldig lijden’ kwam in 1977 uit. Hij werd bekend om zijn droevige, cynische verzen, iets wat ook al uit de titel te halen valt en waar ook zijn naam van is afgeleid. De gedichten zijn immers erg weemoedig.
Enkele andere titels die hij op zijn naam heeft staan zijn:
- Geen Bloemen (1978)
- Van harte beterschap: Kleine trilogie der treurigheid (1982)
- Daar komt de bruid... (1985)
- Liefdewerk oud papier (1987)
- Halte tranendal (1991)
- Ons soort mensen (1999)
- Vanaf de dag dat ik mensen zag (2007)
Deze laatste bundel is een samenstelling van gedichten uit eerdere bundels en 40 tal nieuwe gedichten. De manier waarop Weemoedt zich opstelt in zijn verhalen en gedichten doet geloven dat hij een eenzaam, droevig leven leidt. In werkelijkheid is dit helemaal niet zo. Echter omdat hij zo beeldend, indringend maar ook erg grappig kan schrijven, weet hij dat toch neer te zetten.
Dit is met name zo in zijn eerste gedichten. In zijn latere werk is hij scherper en geestiger dan eerst. Bovendien zijn zijn gedichten flink ingekort.

Over Weemoedt wordt vaak gezegd dat hij een duidelijke mindere is in vergelijking met collega’s als Drs. P en Ivo de Wijs. Hij rijmt slordig en maakt niet goed gebruik van het metrum (de afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in een vers). Toch heeft hij een aantal gedichten die bijna briljant te noemen zijn door zijn geestige en cynische woordspelingen.
Maar dat mag ook wel als je al bijna twintig bundels op je naam hebt staan.

Tips voor Alleenstaanden
Publicatie van de Stichting Monomaan te Zwartsluis. Directeur: dr. L. Weemoedt.
(Uitgave mogelijk mede doorsubsidie van het Ministerie van CRM)

1. Gezelligheid
Kom doe als Weemoedt: dans in ’t rond
de kamer door met kat en hond.
Vraag ook de hamster eens een keer,
spring met de goudvis op en neer.
Strooi eens wat licht in kier en scheuren
en laat de bladluis niet vertreuren.
Maak toch plezier en zing een lied:
het leven is zo eenzaam niet
als je eens denkt aan hen die varen
of bung'len aan een straatlantaren.

2. Isolement
Hang om uw nek een houten bord
met daarop duidelijk en kort
uw eigen naam, dus: 'Ik heet Fred,
ik woon al acht jaar in uw flat!'

Zó zorgt u dat u vrienden wint
want onbekend maakt onbemind.
Groet steeds voorkomend, zing een lied:
het leven is zo eenzaam niet.
Denk toch eens meer aan hen die varen
of bung'len aan een straatlantaren.

3. Aankoop comfort
Koop ook een antwoordapparaat
waarop uw stem met 'Welkom!' staat.
Loop dan naar buiten en draai snel
uw eigen nummer in een cel.
Vraag of 't bezoek gelegen komt,
en u hoort 'Welkom!' uit uw mond.
Koop een bos bloemen, zing een lied:
het leven is zo eenzaam niet
als je maar denkt aan ben die varen
of bung'len aan een straatlantaren.

4. Medicijnen, gas &electra
Sluit 's middags heel vroeg de gordijnen,
óók als u op de tiende woont.
Zorg dat u zich eens goed verschoont

en slik bijtijds uw medicijnen.
Pers dan uw daaglijks stukje fruit
en blaas met zorg de waakvlam uit.
Kruip dan in bed, neurie een lied:
het leven is zo eenzaam niet.
Denk maar eens goed aan hen die varen
of bung'len aan een straatlantaren . bis

Analyse ‘Tips voor Alleenstaanden’ uit de bundel ‘Geen Bloemen’
Het gedicht ‘Tips voor Alleenstaanden’ heeft geen speciale vorm.
Elke strofe bestaat uit 10 regels en een subtitel, waarbij gebruik is gemaakt van gepaard rijm. Hierop is één uitzondering, namelijk de eerste vier regels van de laatste strofe ‘Medicijnen, gas & electra’. Deze vier regels zijn geschreven in omarmend rijm.
Er is zowel sprake van mannelijke als vrouwelijke eindrijm, zoals met de kleuren blauw (mannelijk) en rood (vrouwelijk) is aangegeven in het gedicht.

Mannelijk eindrijm houdt in dat de beklemtoonde lettergreep de laatste is.
Bij vrouwelijk eindrijm wordt de rijmende lettergreep nog door één onbeklemtoonde lettergreep gevolgd.
Zoals te zien zijn in alle strofen de laatste twee regels geschreven met vrouwelijk eindrijm. In de eerste strofe zijn ook de vijfde en de zesde regel en in de laatste strofe de eerste en de vierde regel geschreven met vrouwelijk eindrijm.
In alle andere regels is er enkel sprake van mannelijk eindrijm.
In het gedicht is er, weliswaar niet erg duidelijk sprake van alliteratie.
Bij alliteratie rijmen de medeklinkers aan het begin van de beklemtoonde lettergrepen. De regels waar dit in voorkomt zijn:
- De kamer door met kat en hond
- Hang om uw nek een houten bord
- Met daarop duidelijk en kort
- Waarop uw stem met welkom staat
- Koop een bosbloemen, zing een lied;
- Sluit ’s middags heel vroeg de gordijnen
Ook is er sprake van assonantie, waarbij alleen de klinker van de beklemtoonde lettergrepen rijmen:
- Maak toch plezier en zing een lied
- Het leven is zo eenzaam niet
- want onbekend maakt onbemind
- en slikt bijtijds uw medicijnen
- en blaas met zorg de waakvlam uit

De eerste regel luidt: Kom doe als Weemoedt, dans in ’t rond.
Hierin is sprake van een vergelijking met als waarbij de alleenstaande wordt aangespoord te doen als Weemoedt.
Betreffende de stijlfiguren:
Het hele gedicht is ongelofelijk cynisch. Als je het zo leest klinkt het allemaal wel leuk en aardig als er wordt gezegd ‘spring met de goudvis op en neer’, maar als je je daadwerkelijk alleen voelt, komt dit behoorlijk hard aan.
Zo is er ook sprake van eufemisme in de regel;
‘Of bung’len aan een straatlantaren’, waarmee bedoelt wordt dat iemand zich heeft opgehangen.

Naast het feit dat het hele gedicht ongelofelijk cynisch is, is ook het hele gedicht ironisch. Dit allemaal door de eerste regel waarin hij zegt dat je moet doen zoals Weemoedt, waarna hij een hele lijst met krankzinnige dingen opnoemt die je kan doen als je eenzaam bent. Omdat hij zelf Weemoedt is, spot hij dus een beetje met zichzelf, door te doen alsof hij het zo zou aanpakken.
Ook is er sprake van een duidelijk parallellisme. De laatste drie regels komen in elke strofe steeds weer terug. Ook ‘zing een lied’, wat steeds weer in de zevende regel voorkomt, is hier een vorm van.
Een minder duidelijke vorm van het parallellisme zijn de twee regels uit de derde strofe ‘Koop een antwoordapparaat’ en ‘Koop een bos bloemen, zing een lied’.
Deze regels liggen een stuk uit elkaar, wat het een stuk onopvallender maakt.
In de regel ‘Of bung’len aan een straatlantaren’ is ook nog sprake van een understatement. Deze manier van formuleren doet denken dat degene die daar hangt er plezier in heeft en er ‘wel lekker hangt’, terwijl hij of zij in feite net zelfmoord heeft gepleegd.


Thematische analyse:
Het thema van dit gedicht is niet zo moeilijk te bepalen. Het gedicht is simpel gezegd namelijk een opsomming van dingen die je moet doen als je alleenstaand, dus eenzaam, bent, omgezet in dichtvorm.
Natuurlijk bedoelt Weemoedt niet serieus dat je met de goudvis op en neer moet springen of dat je de kamer rond moet dansen met kat en hond.
Naar mijn mening is de onderliggende gedachte meer dat je wat moet gaan doen met je leven. Zoals hij zegt heb je het als alleenstaande niet zo moeilijk als iemand die altijd van huis is of die zelfmoordneigingen heeft. Je hebt de mogelijkheid iets te ondernemen, dus doe dat dan ook. Je lot ligt in je eigen handen; als je thuis blijft zitten miezeren, zal je altijd alleenstaand blijven.
Door deze gekke voorbeelden te geven toon hij aan dat het ook onzin is dat je alleenstaand bent en dat je niet weet hoe je dat moet oplossen. Zo moeilijk is het niet en mocht je dan nog alleenstaand zijn, dan is dat ook niet zo erg.
Er is zoveel dat je kan doen, ook als je alleenstaand bent, dat je daarom niet mag treuren.

‘Hondsdol’
Vanaf de dag
dat ik mensen zag
lag ik liever in de grond.
Maar zeg me: Ach!
Wie troost dan ’s nachts
mijn bange, witte hond?

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
‘Hondsdol’ is typerend voor Weemoedt vanwege zijn onderwerp; de dood.
Ook is het een heel kort gedicht, iets waar Weemoedt ook bekend om stond, maar dan met name in de latere jaren.

‘Lévi Beton’
‘k Was op de bouw een kleine, trieste timmerman
die dapper meefloot naar de meest verdriet’ge wijven;

‘k Riep: ‘Lekker stuk! Ik krijg subiet een stijve!’
‘Dikke lul driebier!’, antwoordde m’n maatje Jan.
Doch op een ochtend keek ik uit een hoog kozijn
en zag joú naad’ren met je kleine pekinesie!
Jan wou al brullen maar ik kneep zijn strothoofd fijn.
We stortten samen in een bak met verse specie.

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
Weemoedt staat bekend om zijn ‘groffe’ schrijfstijl, waarbij hij zeker geen blad voor de mond neemt. Lévi Beton is hiervan een goed voorbeeld, gezien er ook flink wat humor in is verwerkt.

‘Zwart bloed’
Ach Zuster! Geef mij and’re bloedlichamen:
vrolijke baasjes met een opgewekt gemoed,
meer van die danstypes uit Viva en reclame;
de mijne zijn zo droef en zwart als roet.
Nooit lachen ze, ’t zijn dooie sodemieters,
galbakken, kankeraars, ja niks is goed

voor het gezelschap. Zo heb ‘k liters
vol van dat neerslachtige gebroed.
Op bruiloften, op feestjes en partijen,
waar ied’reen lustig is en opgeruimd van hart,
zit ìk maar eenzaam aan mijn tafeltje te schreien,
terwijl er net een vrolijk walsje wordt gestart!
Dan wil ik óók wel met zo’n blozend bruidje vrijen,
maar ik loop snikkend polonaise op mijn smart..!

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
‘Zwart bloed’ is typerend voor Weemoedt wegens de negativiteit en grofheid.
Ook zit er ongelofelijk veel zelfspot in, kenmerkend voor Weemoedt.

‘Asyl’
Veel honden hebben baasjes,
veel mannen wel een vrouw.
Ik heb alleen maar niemand,
waar ik zoveel van hou.

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
‘Asyl’ is zeer kort, maar ook zeer krachtig. Ook is het gedicht droevig en negatief, iets wat heel vaak voorkomt in Weemoedt’s gedichten.


‘Contactadvertentie’
Vanmorgen sloeg de poes ineens aan 't zingen.
’k Zat aan 't ontbijt en staarde radeloos in de thee.
0! 't Was een treurig lied vol jeugdherinneringen:
van een geliefde en een wandeling aan zee.
Plots viel de hond in met een diep neerslachtig janken:
ach! van een setter stond zijn hartje zó in brand
maar zij was doodgereden; van die kranke
liefde rees hij nooit meer uit zijn mand ...
Vóór ik het wist begon m'n eigen keel te zwellen
en huilde ik mee met de beschuitbus in mijn hand.
Die was van Bolletje, de thee was van Van Nelle;
maar van mijn tranen was Jeanett' de fabrikant.
0! 't Is geen leven meer voor deze vrijgezellen;
als dat zo doorgaat bung'len zij aan boord of band;
welk jong, knap meisje, dat kan koken en verstellen
stelpt nu hun leed, en schrijft een brief naar deze krant?


Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
‘Contactadvertentie’ is een goed voorbeeld wegens zijn treurigheid.
Bovendien is er sprake van zelfspot en een grote dosis humor.

‘Dak-kapel’
‘k Zie zo vaak verliefde paartjes
even stilstaan voor mijn huis:
‘Daar woont Weemoedt’, wijst de jongen.
En het meisje slaat een kruis.

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
Dit gedicht is typerend voor Weemoedt vanwege het verwijzen naar z’n eigen dood. Ook is er veel humor in verwerkt.

‘Tour de France. Een nabeschouwing.’

ler
snel- dan
klimt de
één an-
De der;
de snelste krijgt een kwieke trui.
En wie het allersnelst kan

dalen,
die krijgt een kist en klokgelui.

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
Dit gedicht is typerend voor Weemoedt vanwege z’n humor, niet alleen in de inhoud maar ook in de vormgeving. Daarbij is het onderwerp van dit gedicht de dood.


‘Ik mens te veel’
Ik moest nu maar eens ophouden met mensen:
Ik mens te veel, soms vijftig op een dag!
Mijn arme, poov’re weerstand kent z’n grenzen;
de dokter zegt dat twee, drie hoogstens, mag.
Maar wáár ik kom: bij haltes, op stationnen,
adem ik mensen-lucht, het gif dringt in mijn bloed,
verziekt mijn maag. Dus ben ik met de moed
der wanhoop snel een actie-groep begonnen
Doe mee met mij, het zal u niet berouwen!
Mijn voorstel is eenvoudig en gezond.
’t Is eigenlijk gek dat niemand eerder ’t vond:
‘Niet mensen meer! in openbare gebouwen,
in taxi, trein, niet mannen meer, niet vrouwen.
Wie mensen wil, die doet ’t maar in de grond!’

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
Ik mens teveel is wegens het steeds weer terugkomende onderwerp ‘de dood’, typerend voor Weemoedt. Ook is er in dit gedicht veel humor verwerkt en heeft een mooie woordkeuze, iets waar Weemoedt ook wel om geprezen wordt.


‘Kleine zelfstandige’ en ‘Ik omhels je met duizend armen’
Het gedicht ‘Kleine zelfstandige’ heb ik gekozen met betrekking tot het boek ‘Ik omhels je met duizend armen’ van Ronald Giphart, dat ik heb gelezen voor mijn boekendebat. In het boek is de moeder van Giph, de hoofdpersoon, ongelofelijk ziek. Zo ziek dat ze erover nadenkt euthanasie te plegen.
De reclame die de uitvaartvereniging in dit gedicht maakt, is ook bedoeld om mensen te doen nadenken over hun dood. Er wordt heel vrolijk over gepraat terwijl veel mensen juist heel negatief zijn over de dood. Zo was het ook in ‘Ik omhels je met duizend armen’. Giph’s moeder had er juist vrede mee en was op de dag van haar euthanasie vrolijker dan ze in jaren was geweest.
Bovendien heet het gedicht ‘kleine zelfstandige’. In het gedicht verwijst dit naar de directeur, maar je zou het ook kunnen laten verwijzen naar hen die op sterven liggen, zoals de moeder van Giph, die zelf hun beslissingen willen maken over hun dood en er daarom over nadenken, zodat nabestaanden het niet voor hen hoeven te bepalen en het wellicht niet zo loopt als gewild.

‘Kleine zelfstandige’
Eens was ik directeur van ‘Draagt Elkanders Lasten’,
Uitvaartvereniging van Donkerbroek
en omstreken: wie lid is krijgt zes vaste
liefdedragers, koffie toe met koek.
Wat was ik ijv’rig voor mijn klein transportbedrijf!
Met folders huis aan huis reclame maken
‘Bij òns geen polonaise aan uw lijf!
Wíj dragen heel discreet uw laatste zaken’.
’t Liep storm. Er kwam een wachtlijst. Daarna loten.
‘k Had plotseling héél Friesland op m’n nek!
De koffie werd per brandslang rondgespoten
totdat het einde kwam: de dragers werden gek

en wierpen liefdeloos al ver buiten het hek
hun last de groeve in. Het koekblik bleef gesloten.

Waarom is dit gedicht typerend voor Lévi Weemoedt?
Weemoedt’s gedichten gingen heel vaak over de dood en dit is er een overduidelijk voorbeeld van. Bovendien is het ongelofelijk cynisch, iets dat ook erg kenmerkend was voor Weemoedt.


Bronvermelding:
- ‘Geen Bloemen’ van Lévi Weemoedt
- http://www.kunstbus.nl/literair/levi+weemoedt.html
- ‘Ik omhels je met duizend armen’ van Ronald Giphart

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.