Insomnia - J.C. Bloem

Beoordeling 8.3
Foto van een scholier
  • Gedichtbespreking door een scholier
  • 4e klas havo/vwo | 1131 woorden
  • 11 mei 2015
  • 50 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.3
  • 50 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Insomnia




Denkend aan de dood kan ik niet slapen,

En niet slapend denk ik aan de dood,

En het leven vliedt gelijk het vlood,

En elk zijn is tot niet zijn geschapen.



Hoe onmachtig klinkt het schriel 'te wapen',

Waar de levenswil ten strijd mee noodt,

Naast der doodsklaroenen schrille stoot,

Die de grijsaards oproept met de knapen.



Evenals een vrouw, die eens zich gaf,

Baren moet, of ze al dan niet wil baren,

Want het kind is groeiende in haar schoot,



Is elk wezen zwanger van de dood,

En het voorbestemde doel van 't paren

Is niet minder dan de wieg het graf.





J.C. Bloem






VORM



­Insomnia bestaat uit 4 strofen, namelijk twee kwartrijnen (octaaf) en twee terzetten (sextet) en het gedicht bestaat uit 14 regels. Daarom lijkt het op een klassiek sonnet, maar het rijm schema is anders, namelijk ABBA, ABBA, CDB, BDC en niet ABBA, ABBA, CDC, DCD. Verder begint iedere regel met een hoofdletter en eindigt elke zin met een punt. In Insomnia zit één enjambement aan het eind van regel 14. Het bijzondere aan dit gedicht is, is dat de chute (wending) al na de eerste strofe komt. Normaal is dat bij een sonnet pas na de tweede strofe.



Stijlfiguren en beeldspraak



Stijlfiguren:



In de eerste twee regels van Insomnia (“Denkend aan de dood kan ik niet slapen, En niet slapend denk ik aan de dood”)  bevind zich een chiasme (kruisstelling). Dit wordt gebruikt om extra nadruk te leggen op deze regels. Ook kan de tekst zo makkelijker onthouden worden. J.C. Bloem heeft van deze kruisstelling een vicieuze cirkel gemaakt. Want omdat de desbetreffende persoon niet kan slapen, moet hij aan de dood denken – maar doordat hij aan de dood denkt, kan hij niet slapen. Deze cirkel verklaart ook de titel van het gedicht.



In Insomnia is er sprake van een anafoor: Het herhalen van een woord aan het begin van opeenvolgende zinnen. In de laatste drie regels van de eerste strofe (regel 2 t/m 4) wordt het woord ‘En’ telkens opnieuw gebruikt.



Regel 4 (“En elk zijn is tot niet zijn geschapen.”)  is een paradox. Er is namelijk een schijnbare tegenstelling. Tevens bevindt zich in deze versregel, net als in regel 8 en 12, een antithese, het verbinden van tegengestelde begrippen.

Regel 8 (“Die de grijsaards oproept met de knapen.”) verbindt jong (“de knapen”) en oud (“de grijsaards”) met elkaar.

In regel 12 (“Is elk wezen zwanger van de dood,”) staat een speciale antithese, namelijk een oxymoron, het verbinden van woorden die elkaar betekenis tegenspreken. In regel 12 is dat het geval bij ‘zwanger’ en ‘dood’. Want zwanger zijn staat voor nieuw leven, terwijl de dood het einde van een leven betekent. Ook regel 14 bevat een oxymoron, namelijk ‘de wieg’ en ‘het graf’, wat wederom staat voor nieuw leven en de dood.



In regel 5 en 12 worden een retorische vragen gesteld. Regel 5: “Hoe onmachtig klinkt het schriel 'te wapen',”

Regel 12: “Is elk wezen zwanger van de dood,”

Regel 5 bevat ook een inversie, als een zin niet met onderwerp + persoonsvorm begint, maar met een ander zinsdeel eerst, dan de persoonsvorm en dan pas het onderwerp. (“Hoe onmachtig klinkt het schriel”)



In regel 10 (“Baren moet of als ze al dan niet wil baren”) staat een repetitio: Het herhalen van één of meerdere woorden.



Het woord “het” in regel 13 wordt samengetrokken tot “ ‘t “. Dit stijlfiguur heet een elisie, het weglaten van een of meerdere klanken.



Het complete gedicht is een hyperbool, overdrijving. We leven namelijk niet om dood te gaan, maar om het leven te leven.



Beeldspraak:



Er staan vijf metaforen in dit gedicht.

Regel 3 (“het leven vliedt”), vlieden (=stromen) staat voor “het gaat zijn gangetje”.

De complete tweede strofe is een vergelijking met de oorlog.

De, in regel 11 besproken ‘schoot’, staat voor de buik waarin het kindje groeit.

In regel 14 staan twee metaforen, namelijk ‘de wieg’, wat staat voor het leven, en ‘het graf’, wat staat voor de dood.



Metrum (ritme)



            Het metrum van Insomnia is Trochee (afwisselend sterk – zwak)

         - ∪|- ∪|- ∪|- ∪|-∪|

            Denkend | aan de | dood kan | ik niet | slapen |



Parafrase en interpretatie



            Parafrase:



Denkend aan de dood kan ik niet slapen,

En niet slapend denk ik aan de dood,


De persoon kan niet slapen, omdat hij aan de dood denkt en omdat hij aan de dood denkt, kan hij niet in slaap vallen. Tevens de verklaring van de titel.

En het leven vliedt gelijk het vlood,

Het leven gaat zijn gangetje, maar de dood zal er, hoe dan ook, op volgen.

En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

En iedereen is geboren om uiteindelijk te sterven.



Hoe onmachtig klinkt het schriel 'te wapen',

Hoe machteloos ben je als je de pijn van de oorlog hoort.

Waar de levenswil ten strijd mee noodt,

Waar de wil, om verder te leven, strijdt.

Naast der doodsklaroenen schrille stoot,

De trompetten luiden het gevecht met de dood in.

Die de grijsaards oproept met de knapen.

Jong of oud, iedereen zal sterven.



Evenals een vrouw, die eens zich gaf,

Baren moet, of ze al dan niet wil baren,

Want het kind is groeiende in haar schoot,


Een vrouw moet geboorte geven aan het kind, wat in haar buik groeit.



Is elk wezen zwanger van de dood,

Ieder wezen wat tot leven komt, zal sterven.

En het voorbestemde doel van 't paren

Is niet minder dan de wieg het graf.


Het doel van paren is om iemand, die zal sterven, op aarde te zetten.



Interpretatie:



De dichter (J.C. Bloem) zegt, naar mijn mening, met dit gedicht dat de hij bang is om te gaan slapen. Dit omdat hij vreest dat hij niet meer wakker zal worden, omdat iedereen uiteindelijk sterft. De dood kan ieder moment zijn.



Dichter



Jakobus Cornelis Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966). Na een periode van weinig productiviteit, begon J.C. Bloem na 1930 weer gedichten te schrijven. Deze gedichten waren verinnerlijkt en vertolkte zijn sombere levensbeeld. Dit wordt goed weergeven door een aantal van de, door hem uitgebrachte, bundels: De nederlaag, Quiet though sad, Afscheid en De dichter en de dood. In zijn latere werk (waaronder Insomnia) spelen het noodlot en de dood een grote rol. Insomnia is een (niet-zuiver) klassiek sonnet, wat past bij de stroming van J.C. Bloem, namelijk Neoclassicisme.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.