Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

Brief kinderarbeid

Beoordeling 3.9
Foto van een scholier
  • Brief door een scholier
  • vwo | 787 woorden
  • 11 augustus 2008
  • 25 keer beoordeeld
Cijfer 3.9
25 keer beoordeeld

In het leven van Loesje.

Hallo, Ik ben Loesje. Ik ben 13 jaar. Ik ga jullie iets vertellen over een dag in mijn leven:

Ik sta altijd vroeg op. Dat moet wel want ik moet om 4 uur bij de fabriek zijn. Ik werk aan de lopende band. Ik zou graag willen dat ik niet hoefde te werken. Maar ja, mijn vader en moeder hebben niet veel geld. Wij hebben een grote familie. Ik heb 4 zusjes en 2 broers. Wij moeten allemaal eten. Wij woonden eerst op het platteland. Maar er was werk in de stad. Dus we verhuisden naar de stad. We wonen nu in een klein arbeidershuisje. Klein kun je zeker zeggen. Het hele huis heeft totaal 2 kamers!
Ik loop naar buiten naar de fabriek. De fabriek is om de hoek. O, wat is het koud! Ik kom in de fabriek. Het is er altijd heel druk. 60% zijn kinderen, want die zijn natuurlijk het goedkoopst. Snel naar mijn plek, anders komt de opzichter er nog aan. Het is hier zo vochtig. Ik moet steeds hoesten. Als ik om me heen kijk, zie ik hoeveel kinderen hoesten en eigenlijk ziek zijn. Maar als je ziek bent kun je niet thuis blijven. Je moet werken, anders komt er geen geld binnen…

Ik zit wat te dromen als de opzichter langs loopt. De opzichter kijkt of de mensen wel hard genoeg werken. Gisteren deed iemand een raam open, omdat het ongeveer 30 graden was. En toen kwam net de opzichter langs. Hij werd kwaad! De man kreeg een zware straf: Hij moest nog een 10 uur achter elkaar werken. “Hé, jij daar! Werk eens wat harder!” zegt de opzichter tegen mij. Wat schrik ik! Snel verder. Ik moet nu niet meer fouten maken. Straks wordt ik er nog uitgegooid!

Gelukkig, het is 12 uur. We hebben pauze. Wij hebben nog een beetje een ‘milde’ baas. We hebben een kwartier pauze. In sommige fabrieken moeten ze soms 24 uur achter elkaar werken! O, wat ben ik moe. Ik wou dat ik kon slapen. Het leven is zo moeilijk en oneerlijk! Bij ons in de fabriek komen heel veel mensen niet terug… Brr, Ik moet er niet aan denken, als ik ziek werd! Of als ik gewond raak. Bij ons is het eigenlijk wel normaal als een paar mensen worden weggebracht. Vooral kinderen zijn de dupe. Mijn kleine broertje moet het katoen van de grond rapen. Dat is gevaarlijk werk omdat veel machines grote messen en spiesen hebben. En alles beweegt. Klaas,het vriendje van mijn broertje, ging ook katoen rapen. Maar hij was zo moe, hij had z’n hoofd er niet meer bij. Hij raapte wat katoen op, maar de ‘klapper’ klapte op zijn hoofd. Hij was in een klap dood.

Het wordt al donker. Het is winter. Dat is de ergste tijd. Want ik moet altijd een eindje naar huis lopen. Ik moet zo veel hoesten! Maar nu niet aan denken. Moet mijn kop erbij houden. Al die draden, ik wordt er duizelig van. Maar ik moet volhouden.

Héhé. Eindelijk klaar. Nu snel naar huis, maar eerst wachten op mijn broertje. Ik heb mijn loon gekregen van de hele dag. 10 cent! Eigenlijk is dat veel te weinig om rond te komen, maar ja, anders hebben we helemaal niks . Wanneer komt Jan, mijn broertje nou? Ik zit al 5 minuten te wachten. Straks gaat de fabriek dicht. Ik wacht en wacht… Eindelijk, ik zie hem. Maar wat ziet hij er raar uit! Hij is hartstikke witjes, er komt bloed uit zijn mond en hij hoest vreselijk. Ik ren naar hem toe! Wat is er gebeurd? Vraag ik. “Ik heb zo’n last van mijn longen” en hij kreunt. Kom, zeg ik. We gaan naar huis. Thuis aangekomen leg ik hem in bed. Vader zit in de kroeg. Hij drinkt enorm veel. Hij doet dat omdat hij zijn verdriet en problemen weg wil drinken. Elke avond komt hij dronken thuis. Hij geeft ook veel geld aan drank uit.

Na een poosje komt mama thuis. Ze werkt in een andere fabriek. Ze geeft Jan wat warme melk. Dat helpt. Na een poosje ligt hij te slapen.

Eindelijk, papa komt thuis. Nu kan ik het eindelijk vertellen! ‘He pap!Ik heb 10 cent verdiend’ Roep ik. Papa kijkt me versuft aan en mompelt wat. ‘Goed zo meisje, eindelijk weer wat geld. Maar ga weer snel slapen. Je moet morgen weer werken.’

Als ik in bed lig, denk ik aan wat er vandaag is gebeurd. Ik ben bang voor mijn broertje. Ik weet zeker dat hij morgen weer moet werken. Maar hij is zo ziek… Ik ga slapen.

Dit is een dag uit mijn leven. Jullie zien wel hoe erg dat is.

Van Monique
(bron: http://www.scholieren.com/werkstukken/4629)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.