Gegevens van het boek
Auteur: Pär Lagerkvist (1891 – 1974)
Oorspronkelijke titel: Onda sagor
Voor het eerst gepubliceerd in: 1924
Nederlandse titel: Grimmige sproken
Uitgeverij: Heideland, Hasselt (België), 1959, 1e druk, Pantheon der Winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur, deel 14
Aantal pagina’s: 49
Genre: korte verhalen

Samenvatting van het boek
In het eerste verhaal, “Vader en ik”, gaat de verteller van het verhaal, een tienjarig jongetje, met zijn vader op een zondagmiddag wandelen. Ze gaan naar het bos om naar het zingen van de vogels te luisteren. Ze lopen langs de spoorbaan en horen daar al veel vogels zingen. Als er een trein voorbijkomt, groet zijn vader de machinist. Zijn vader werkt namelijk bij de spoorwegen. Op een gegeven moment moeten het jongetje en zijn vader over een brug lopen die over een beek hangt. Dat is best eng, want je kunt gemakkelijk misstappen. Ze lopen dan verder naar de grote rivier, want daar gaan ze altijd kijken als ze zo’n wandeling maken. Het is er mooi en fris. Het water kabbelt en de bomen bieden schaduw tegen de zon. Als het gaat schemeren, moeten ze naar huis. Ze moeten voortmaken, want het wordt snel donker. Het jongetje wordt daar bang van. Zijn vader stapt echter onbekommerd voort. Hij lijkt in het geheel niet bang te zijn. Het jongetje verbaast zich daarover. Dan horen ze opeens een geweldig lawaai achter zich. Er stormt een trein voorbij. Het is een zwarte trein zonder enige verlichting. Ze hebben de trein niet horen aankomen en normaliter rijdt er op deze tijd ook geen trein voorbij. Ook de vader van het jongetje verbaast zich hierover. Het jongetje denkt dan, dat de trein voor hem bedoeld was. De trein symboliseert de komende angst die zijn leven zal gaan beheersen.
In het tweede verhaal, “Het avontuur”, klimt de verteller van het verhaal in een schip met zwarte zeilen. Hij heeft wel zin in een reisje en verlangt naar de zee. De verteller en de bemanning zeilen vervolgens weg. Ze zeilen dag en nacht, maar vinden geen land. Als de verteller aan een van de bemanningsleden vraagt waarom ze geen land zien, vertelt deze hem, dat de wereld niet meer bestaat. Dat vindt de verteller wel spannend, maar als dan een langdurige storm opsteekt, wordt het een ander verhaal. Iedereen wordt bang, maar de storm duurt jaren voort. Dan worden ze op een eilandje geworpen, waarbij het schip versplintert. Het eilandje is woest en duister. Er groeien alleen een paar bomen. De bemanning is er echter gelukkig, omdat het het enige stukje land is. Kennelijk begint de wereld weer uit de zee op te rijzen.
In het derde verhaal, “De dood van een held”, engageert een consortium van rijke mensen een man die op zijn hoofd op het puntje van de kerktoren zal balanceren en vervolgens naar beneden zal vallen, waarbij hij te pletter zal slaan. Iedereen is enthousiast over deze attractie en de kaarten vliegen dan ook weg. De man in kwestie wordt uitgebreid geïnterviewd. Op de vraag of hij het niet vervelend vindt om dood te gaan, antwoordt hij, dat dat wel het geval is, maar dat dat nu eenmaal de consequentie is als men veel geld voor zoiets accepteert. Als de grote dag aangebroken is, doet de man zijn kunstje en valt vervolgens te pletter. De mensen gaan dan toch enigszins onbevredigd naar huis. Natuurlijk, ze hebben waar voor hun geld gekregen, maar was dat nu eigenlijk allemaal wel vermakelijk? Eigenlijk kan zoiets niet, vinden ze. Eigenlijk is zoiets schandelijk!
In het vierde verhaal, “Het vereerde gebeente”, hebben twee volken een grote oorlog met elkaar gevoerd, waarbij veel doden zijn gevallen. Al die gevallenen voor het vaderland worden in vaderlandse bodem begraven en er worden voor hen gedenktekens opgericht, zodat ze eeuwige roem krijgen. Maar dan verspreidt het gerucht zich, dat ’s-nachts de geesten van de doden op het slagveld uit hun graven opstijgen en zich over de grens met de vijandige doden verbroederen. De bevolking van de twee landen vindt dat schandelijk. Er wordt door beide landen een commissie ingesteld die de kwestie moet onderzoeken. De commissieleden stellen zich ’s-nachts verdekt op achter de bomen op het oude slagveld en wachten af. Als de klok twaalf uur slaat, zien ze de geesten inderdaad opstijgen en de grens overgaan. De commissieleden gaan vervolgens te keer tegen de geesten door te zeggen, dat het schandelijk is wat ze aan het doen zijn. De geesten zijn echter verwonderd, want ze vertellen de commissieleden, dat ze hun dode vijanden nog steeds haten. Ze ruilen onderling slechts beenderen uit, omdat het op het slagveld wat dat betreft zo’n grote bende is.
In het vijfde verhaal, “Johannes, de Verlosser”, maken we kennis met de gek Johannes die denkt, dat hij de mensen op aarde moet verlossen. Johannes denkt, dat hij daartoe uitverkoren is. God heeft daartoe in zijn hart een vuur ontstoken, dat nooit uitdooft. Johannes kleedt zich wat wonderlijk. Zo draagt hij op zijn voorhoofd een uit blik gesneden ster. Toch blijken de mensen Johannes niet goed te begrijpen. Ze noemen hem wel de Verlosser, maar ze geloven hem niet. Daarom moet Johannes nog meer preken. Als hij op de markt preekt, krijgt hij van een van de boeren een voedzame kool cadeau, waar hij ’s-avonds een voedzame soep van kookt. Dan wordt Johannes in het armenhuis ondergebracht. Hij is daar gelukkig. Hij preekt er voor de armen en ze luisteren allemaal aandachtig naar hem. Op een dag is zijn ster verdwenen. Johannes raakt daardoor van slag. Hij wordt angstig en denkt, dat de duisternis de aarde overweldigd heeft. Gelukkig wordt de ster daarna al weer snel teruggevonden. Iemand had hem meegenomen en onder zijn matras gelegd. Af en toe grijpt de twijfel Johannes aan, omdat de mensen nog steeds niet in hem geloven. Maar als Johannes buiten de prachtige natuur ziet, wordt hij weer blij. Hij vat zijn plicht dan weer serieus op en wil de mensen weer verlossen. Als Johannes op een keer naar huis gaat, merkt hij, dat het armenhuis in brand staat. Johannes denkt, dat de wereld in brand staat en dat hij de mensheid moet verlossen. Hij rent de vlammen in om de andere bewoners te redden. Die zijn echter niet meer in het huis. Johannes beseft dan, dat hij in de vlammen zal omkomen en heeft daar vrede mee. Christus stierf immers ook aan het kruishout ter verlossing van de mensheid.
In het zesde verhaal, “De experimentele wereld”, wordt in een wereld, die niet bestemd was om een echte wereld te worden, geëxperimenteerd. Die wereld zou een soort oefenterrein zijn, waarin allerlei ideeën in de praktijk konden worden gebracht. Zo worden er bomen en gewassen geplant. Maar het werkt niet. Ze gaan op een gegeven moment dood. Ook met dieren wordt geëxperimenteerd. Aanvankelijk verloopt dit succesvol. Maar ook dan gaat het weer mis. Ze degenereren. Dan wordt er met mensen geëxperimenteerd. Dat loopt helemaal niet. De hele aarde raakt bezaaid met beenderen van mislukte mensen. Toen kwam men op het idee om het slechts met twee mensen te proberen. Men koos een jongen en een meisje en liet die in een mooie omgeving opgroeien. Het werkte. Ze werden verliefd op elkaar en gaven zich op een speciaal voor hen gemaakte mooie nacht over aan elkaar. Ze sluimerden vol gelukzaligheid in, maar ze ontwaakten niet meer. Ze waren gestorven. Ze zouden elders gebruikt worden.
In het zevende verhaal, “De lift die in de hel afdaalde”, neemt afdelingschef Jönsson zijn maîtresse mee in een hotellift naar beneden. Ze hebben net samen op het terras boven gesoupeerd. De vrouw zegt tegen Jönsson, dat haar man, Arvid, onredelijk is en dat ze het met hem niet kan uithouden. Ze omhelzen elkaar. Op een gegeven moment merken ze, dat de lift maar blijft dalen en dalen. Er lijkt geen einde aan te komen. Jönsson en zijn maîtresse vragen zich af wat dit te betekenen heeft. Op een gegeven moment houdt de lift stil en worden ze ontvangen door de duivel. Ze zijn kennelijk in de hel beland. De duivel vraagt hun of hun verblijf alleen maar voor een nacht is. Beiden bevestigen dat. Ze worden naar een soort hotel geleid waar ze een kamer voor de nacht krijgen. Ze vinden het er gezellig en kleden zich uit. Dan komt er een man binnen die gekleed is als kelner. Het blijkt de man van de vrouw te zijn. Hij heeft een schotwond op zijn slaap. Hij zegt echter niets. Jönsson bestelt een fles wijn die Arvid gaat halen. Als hij terugkomt en de vrouw hem ziet, schrikt zij zich wezenloos. Ze beseft, dat het haar man is en dat hij die dag zelfmoord gepleegd heeft. Ze wil onmiddellijk weg. Dat doen ze. De duivel laat hen weer in de lift en ze gaan naar boven. De vrouw maakt zich boos over de zelfmoord van haar man. Maar dan vergeet ze het weer en omhelst in de lift haar minnaar.
In het achtste verhaal, “De liefde en de dood”, loopt een man met zijn geliefde op straat. Dan gaat plotseling de deur van een huis waar ze langs lopen open. Een Amor treedt naar buiten en schiet een pijl op de man af die hem in de borst treft. Daarna verdwijnt de Amor weer naar binnen. De man valt op straat neer, terwijl zijn geliefde haar weg vervolgt. Kennelijk merkt ze niet wat er gebeurd is. Anders was ze wel blijven staan, denkt de man. Zijn bloed stroomt intussen over straat zijn geliefde achterna, totdat het ophoudt met stromen, omdat er geen bloed meer is.
In het negende verhaal, “Het souterrain”, maken we kennis met de aan zijn benen gehandicapte Lindgren. Hij beweegt zich op straat altijd voort op zijn handen, waarbij hij zijn krachteloze benen achter zich aan sleept. De verteller van het verhaal vertelt over zijn ontmoeting met Lindgren. Hij maakt vaker een praatje met hem. Op een avond in de herfst ontmoet hij hem weer in het park. Hij adviseert Lindgren naar huis te gaan en biedt aan een stukje met hem mee te lopen. Hij moet zijn wandelpas aanpassen, omdat Lindgren zich natuurlijk niet zo snel voortbeweegt. De verteller krijgt een diep medelijden met Lindgren, maar deze blijkt eigenlijk erg gelukkig te zijn. Hij komt alleen met goede mensen in aanraking, zegt hij. Lindgren weet uit alles het goede te halen. Lindgren vertelt, dat hij in een souterrain woont. Zijn huisbaas heeft dat zo voor hem geregeld. Lindgren heeft zijn souterrain gezellig ingericht en alles is op zijn handicap ingesteld. Ze drinken koffie en de verteller ziet hoe intens gelukkig Lindgren met zijn leven is. De verteller neemt afscheid van Lindgren en vindt Lindgren in al zijn eenvoud een lichtend voorbeeld voor velen.
In het tiende verhaal, “De boze engel”, is een engel, die als standbeeld in een kerk hing, van zijn plaats losgebroken. Hij was het na al die eeuwen zat, al die waskaarsen en wierook, al dat geprevel en die lofzangen. Nu is hij vrij. Hij loopt door de stad en kerft met zijn zwaard op diverse deuren een kruis. Hij zegt daarbij, dat de bewoner van dat huis zal sterven. Wanneer hij buiten de stad gekomen is, werpt hij zijn mantel weg en vliegt weg in de duisternis. De mensen die de volgende dag het kruis op hun deur zien staan, snappen hier niets van. Wat betekent dat? Er zijn toch wel belangrijker zaken dan een kruis? Dat ze een keer doodgaan weten ze zo ook wel. Daar hebben ze geen kruis voor nodig.
In het elfde verhaal, “De prinses en het ganse rijk”, moet een prins een enorme strijd leveren voordat hij zijn geliefde prinses kan veroveren. Als hij voor haar staat, beseft hij, dat hij voor haar zijn leven op het spel heeft gezet. Hij trouwt met haar. Als hij ’s-avonds naar haar slaapvertrek gaat, treft hij daar de bejaarde stadhouder aan die hem de sleutels van het rijk en een gouden kroon wil overhandigen. De prins wil ze echter niet hebben. Het gaat hem alleen maar om de prinses. Zij is voor hem het kostbaarste op aarde. De stadhouder houdt echter vol, dat deze zaken er ook bij horen. De prins heeft immers anderen overwonnen om de prinses te kunnen veroveren. Zij zijn nu van hem afhankelijk. De prins heeft er nog steeds niet veel zin in, maar de grijsaard zegt tegen hem, dat hij nu geen prins meer is, maar koning. Hij plaatst hem vervolgens de kroon op het hoofd. De prins geeft zich gewonnen en treedt vervolgens het slaapvertrek van zijn geliefde binnen.

Beoordeling van het boek
Dit boek bestaat uit elf korte verhalen die onderling zeer verschillend zijn. Werkelijkheid en fantasie wisselen elkaar af. In diverse verhalen staat de angst centraal. Zo maakt het zonnige begin van het eerste verhaal al gauw plaats voor angst en somberheid als de duisternis eenmaal is ingetreden. Het is dan ook een uitermate symbolisch verhaal, vind ik. Er zitten trouwens ook autobiografische elementen in, omdat de vader van Lagerkvist bijvoorbeeld zelf ook spoorwegbeambte was. Ook in het tweede verhaal staat de angst centraal. Het is een fantastisch verhaal met een mysterieuze ondertoon. De zinloosheid van het leven staat centraal in het vijfde en zesde verhaal. Het zevende verhaal vind ik buitengewoon interessant. Centraal staat hier het schuldbesef over de ontrouw. Zodra de vrouw haar dode man ziet, wil ze uit de hotelkamer weg. Ze is zich dus duidelijk bewust van haar schuld in dezen. Maar als ze weer terugkeert in de “bovenwereld”, is ze dit avontuur al weer gauw vergeten. Zo is het leven. Het negende verhaal heeft een positieve ondertoon. Objectief gezien heeft de oude Lindgren weinig om tevreden over te zijn. Maar toch is hij subjectief gezien volkomen tevreden met zijn leven. Hij stelt geen hoge eisen aan het leven, neemt het zoals het is en geeft er een positieve draai aan. Het is dus een hoopvol verhaal voor de mensheid, zoals de verteller ervan aan het einde ook maar al te goed beseft.
Dit zijn uitstekend geschreven verhalen. Sommige ervan zijn zeer kort, maar laten toch een onuitwisbare indruk achter. Dat zegt iets over de kwaliteit van de verhalen en van de schrijver. Het aardige van deze verhalen zit natuurlijk ook in de multi-interpretabiliteit ervan. Je kunt er diverse zaken in lezen of zien. Ik heb in ieder geval erg genoten van deze verhalen.
Lagerkvist ontving in 1951 de Nobelprijs voor literatuur. De Nobel-Commissie voor Literatuur gaf als motivatie: “Voor het overtuigend kunstenaarschap en de ware vrijheid van geest waarmee hij oplossingen zoekt voor de eeuwig menselijke problemen”. Lezing van de onderhavige verhalen doet je beseffen hoe treffend deze motivatie is!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.