Zwarte sneeuw door Simone van der Vlugt

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vmbo | 1837 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 54 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 54 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2000
Pagina's
191
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Zwarte sneeuw
Shadow
Zwarte sneeuw door Simone van der Vlugt
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
A. Samenvatting van de inhoud

Vader gaat samen met Emma en 2 broers elke dag in de mijn werken. Emma heeft het heel zwaar, ze wordt niet geaccepteerd en wil terug naar school. Moeder Mullenders krijgt haar baby en de armoede stijgt. Er is nog minder te eten.
Op een dag komt Emma Rudolf (weer) tegen in de mijn. Rudolf is een rijkeluis zoontje, zijn vader heeft een landgoed. Emma neemt Rudolf mee om ook het zware werk in de mijn te laten zien. Juist dan storten de tunnels in. Samen zitten ze vast in een afgesloten gang die langzaam volloopt met Mijngas. Ze worden gered en dat zorgt voor 2 dingen:
1. Rudolf helpt de Mullenders met eten en kleren en kolen,

2. De mijnwerkers kijken Emma met de nek aan, ze zijn jaloers.
Steeds meer mensen overlijden in de mijn en Volkert verlaat het gezin. Ook Emma wil graag weg, als haar broertje (Tom) sterft bij een grote overstroming in de mijn. Samen met Tom sterft ook Jef, een mijnwerker die verliefd is op Emma, en Tom vergeefs probeert te redden. Rudolf biedt Emma bij andere rijken een baantje aan als dienstmeid. Na heel lang twijfelen en discussies thuis gaat Emma naar Maastricht. Ze laat haar gezin achter. Moeder werkt inmiddels ook in de mijn, omdat er toch genoeg geld binnen moest komen.
Het werk als dienstmeid is zwaar, maar bevalt Emma prima. Ze komt in aanraking met een journalist en vertelt haar verhaal over de kinderarbeid en de slechte werkomstandigheden in de mijn.
Ze ontmoet haar broer weer, die een beetje een crimineel geworden is. Intussen komt haar baas erachter dat zij steeds in de krant staat met haar verhaal over de mijn. Ze wil niet stoppen met haar verhalen en neemt ontslag. Gelukkig krijgt ze van de journalist een baan in de drukkerij.
Rudolf is fotograaf geworden en nodigt Emma uit. Daar laat hij een tentoonstelling zien van allemaal foto’s van kinderarbeid. Door die foto’s kan er een begin gemaakt worden aan de afschaffing van de kinderarbeid. Ook wordt duidelijk dat Emma en Rudolf meer dan vrienden zijn.

B. Verhaalanalyse

1. Titel
- Uitleg en verklaring van de titel.
- (de titel kan wijzen naar de hoofdpersoon of iets zeggen over het onderwerp van het boek)
- Meestal kom je ergens in de tekst een verwijzing naar de titel tegen, die moet je extra grondig lezen.

Het boek heet Zwarte Sneeuw. Het verwijst naar het kolengruis in de mijn.

2. Soort verhaal
- Tot welke genres behoort het boek?
- Is het een roman, novelle of verhaal?
- Wat voor soort verhaal is het? Waarom? Geef de kenmerken.
Het is een historisch verhaal. Het speelt zich af 1845.

3. Gebeurtenissen: probleem en hoofdlijn.Wat is het probleem van de hoofdpersoon?
a. Wat is het probleem van de hoofdpersoon?
Emma moet noodgedwongen in de mijn werken, en zoekt een uitweg.

b. Schets de hoofdlijn van het verhaal in zes stappen.
Beginsituatie: Mullenders worden uit boerderij gezet.
Ontstaan van het probleem: Om genoeg geld te verdienen moet ook Emma de mijn in.
Verslechtering van het probleem: Baby wordt geboren en er is geen geld voor eten.
Dieptepunt:
• Emma komt vast te zitten in de mijn,
• Broertje (Tom) komt te overlijden.
Verbetering van de situatie: Emma krijgt via Rudolf een baan als dienstmeid.
Afronding: Rudolf en Emma zijn meer dan vrienden en Rudolf laat foto’s van kinderarbeid zien.

c. Wat voor soort begin heeft het verhaal?
Normaal begin, het begint gewoon bij de eerste gebeurtenis.

d. Wat voor soort einde heeft het verhaal?
Deels open einde: Hoe gaat het verder met de Mullenders.

e. Waardoor wordt de spanning veroorzaakt?
– Spannende gebeurtenissen, instortende mijn, overstromingen, woordkeus.

4. Personen
a. Welke personen komen er in voor?
b. Wie zijn de hoofdpersonen?
c. Welke hoofdpersonen zijn round character, welke zijn flat character of types?
d. Bespreek van de hoofdpersonen: leeftijd, karakter, normen, waarden, uiterlijk, gedrag, milieu, (de gezinsomstandigheden) verandering in de loop van het verhaal, de verhouding tot de andere personages en de invloed op anderen.
e. Van de bijfiguren zijn van belang: een typerende karaktertrek en de rol in het verhaal.
Emma (hoofdpersoon, round character)
Emma
Dat is een meisje van 14 jaar. Ze gaat graag naar school en verafschuwt de mijn. Ze past zich snel aan het harde bestaan. Ze heeft haar hart op de goede plaats. Lieve, zachte persoonlijkheid.

Sjeng (bijfiguur, flat character)
Norse, stille vader. Werkt hard, maar niet succesvol. Erg gelovig. (breekt nog zijn been).
Annekatrien (bijfiguur, flat character)
Zorgzame vrouw, krijgt een kind en gat later ook de mijn in. Erg gelovig.

Volkert (bijfiguur, flat character)
Hij is dwars en kiest er snel voor om uit huis te gaan. Verlaat dan ook het ’rechte’ pad (gaat de criminele kant op). Wordt snel boos.

Tom (bijfiguur, flat character)
Hij is 10 jaar en een brave jongen die op jonge leeftijd al hard moet werken. Verdringt in de mijn.

Rudolf (bijfiguur, flat character)
Hij is erg net en rijk. Hij zit opgesloten in de mijn samen met Emma en helpt haar later met spullen, eten en een baan.

Jef (bijfiguur, flat character)
Hij werkt ook in de mijn en is verliefd op Emma. Hij verdrinkt in de mijn, nadat hij Tom probeerde te redden.

Sofie (bijfiguur, flat character)
Sofie is ongeveer 5 jaar oud. Zij is lief en wil altijd de aandacht van haar moeder Annekatrien.

Mayke (bijfiguur, flat character)
Mayke is een rustig meisje en hoeft niet in de mijn te werken, omdat ze nog te jong.

5. Tijd
a. Wanneer speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in 1845.

b. Hoeveel tijd verloopt er tussen begin en eind?
Het verhaal duurt van het begin tot het eind ongeveer 7 jaar.

c. Is het een chronologisch of niet-chronologisch verteld verhaal?
Het boek is chronologisch verteld.

d. Bevat het verhaal terugblikken?
Ja, want op het eind van het verhaal wordt er weer een terugblik van vroeger dat Emma nog in de mijn was. En ze moest aan de journalist vertellen over hoe het was om in de mijn te werken.

e. Zijn er veel sprongen in de tijd?
Er zijn niet zoveel sprongen in het verhaal. Eén van die sprongen is dat Emma niet meer wil werken in de mijn, en krijgt van Rudolf een baan aangeboden als dienstmeid in Maastricht. De sprong hierin is dat ze weggaat vanuit Zuid-Limburg naar Maastricht. En er wordt niet verteld bijvoorbeeld hoe de reis ging daar naar toe.

6. Vertelwijze
a. Door wiens ogen beleven we het verhaal?
We beleven het verhaal door Emma’s ogen

b. Is het een ik-verhaal? Wat heeft dat voor gevolg?
Het is een ik-verhaal, omdat we in het boek alleen de verhaallijn van Emma volgen. En je leert Emma goed kennen waardoor je goed met haar kan meeleven.

c. Is er een alwetende verteller? Wat is het effect?
Het is een alwetende verteller en het effect is dat heel veel mensen op de wereld het weet van dat er kinderarbeid is.

d. Is er een personale verteller?
Het is een personale verteller, omdat de verteller de ervaringen weergeeft in het verhaal.

7. Ruimte
a. Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af in Zuid-Limburg.
b. In hoeverre bepaalt de ruimte de sfeer van het verhaal
Het boek gaat over de kinderarbeid door de ogen van mensen en kinderen. Door de kinderarbeid in het boek wordt de sfeer ook zo aangepast dat het bij het verhaal hoort.

8. Thema
a. Wat is het thema van het verhaal?
Het thema van het verhaal is kinderarbeid.
b. Licht je antwoordt duidelijk toe.
In het boek verhuist Emma met haar familie naar Kerkrade om daar in de mijn te gaan werken. De mijn is daar kinderarbeid, omdat ze daar jonge kinderen laten werken voor geld, terwijl ze eigenlijk naar school horen te gaan. Ze hebben daarvoor geen geld en dus moeten ze werken. Vroeger was dat een gewoonte om zo met de kinderen om te gaan. Nu is dat iets anders geworden. In Nederland is nu geen kinderarbeid meer, maar in andere landen van de wereld nog wel.

9. Bedoeling/boodschap
a. Heeft de schrijver volgens jou een bedoeling met dit verhaal?
De schrijver heeft wel een bedoeling met dit verhaal, omdat ze wil laten zien hoe het er aan toe ging/gaat in de wereld en nu dus in Nederland met de kinderarbeid. Zo laat zij mensen realiseren hoe erg het is om een kind te laten werken voor weinig geld.

b. Heb jij een duidelijke boodschap kunnen ontdekken?
Ja, ik heb een duidelijke boodschap kunnen ontdekken. De boodschap dat kinderarbeid niet goed is voor kinderen. Helemaal niet voor kinderen op jonge leeftijd.

c. Heeft dit verhaal je aan het denken gezet? Leg uit.
Dit verhaal heeft me aan het denken gezet. Ik wist eerst wel dat er kinderarbeid was vroeger, maar ik wist niet hoe het er aan toe ging. Nu ging het dus over hoe het in de mijn was en dat vond erg om te lezen, dat bijvoorbeeld ouders de kinderen gingen laten werken in zo’n mijn en daar mocht je alleen werken als je 10 jaar of ouder was. En sommige ouders gingen dan zeggen dat haar zoon/dochter dan 10 jaar was, terwijl hij/zij nog maar 8 jaar was, alleen zodat ze dan meer geld zouden verdienen.

C. Een eerste persoonlijke reactie

Ik vond het een spannend verhaal, omdat er dingen in gebeurden waarvan je wel wou weten hoe het afliep. Bijvoorbeeld toen Emma en Rudolf in de mijn vast zaten, toen wou ik weten of ze het zouden halen en dat de mensen boven de grond hun zouden ontdekken. Later lees je vanzelf het antwoord, maar als je dan het antwoord nog niet weet, dan is het spannend.
Sommige dingen waren ook begrijpelijk, zoals hoe Emma zich voelde, dat ze niet meer in de mijn wou werken. Dat zou ik zelf ook niet graag willen en daarom vind ik het begrijpelijk. Het verhaal in het boek zette me aan het denken. De kinderarbeid, hoe het vroeger ging bijvoorbeeld een mijn. Het verhaal vind ik ook overbekend, omdat mensen over de hele wereld weten van kinderarbeid. Mijn mening over kinderarbeid is een beetje veranderd, want eerst dacht ik dat het werken niet zo zwaar was, maar nu ik het heb gelezen weet ik dat wel zwaar is en kan zijn. De gevoelens die bij me opkwamen waren dat het verhaal aan de ene kant heel zielig en ontroerend was, maar aan de andere kant ook moedig. Bijvoorbeeld dat de familie Mullenders moesten werken om toch nog geld te verdienen toen ze nog maar weinig hadden. Ook al was de situatie in het gezin nog zo slecht.

D. Leeservaringen beschrijven

Mijn mening over dit verhaal is dat ik het niet goed vind van de kinderarbeid die vroeger was en nu is in andere landen, maar dan niet op die manier zoals deze in dit boek is beschreven. Kinderen horen naar school te gaan en niet werken in slechte omstandigheden. Ook vind ik dat het leven vroeger hard was vergeleken met nu.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Zwarte sneeuw door Simone van der Vlugt"