Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Opdracht 1. Schrijf een lezersprofiel.
- Zakelijke gegevens:

o Titel: ‘Vingers van marsepein’
o Auteur: Rascha Peper. (pseudoniem van: Jenneke Strijland)
o Jaar van 1e uitgave: 2008
o Uitgever: Nieuw Amsterdam
o Plaats van uitgave: Amsterdam
o Aantal pagina’s: 316
- Korte beschrijving vd. inhoud:

Verhaallijn 1 (oneven hoofdstukken): Bregtje leeft in 1704 bij haar oom Frederik Ruysch, een van de bekendste anatomen van toen. Ze raakt in contact met een van haar ooms grootste concurrenten die haar bedriegt door haar preparaten te laten brengen in ruil voor een ontmoeting met haar broer. Haar broer blijkt uiteindelijk dood te zijn, de man heeft haar dus bedrogen.
Verhaallijn 2 (even hoofdstukken): Benjamin leeft 300 jaar later ook in Amsterdam, net als Bregtje. Hij gaat met zijn vader en zijn vaders vriendin op vakantie in St. Petersburg en ziet in een museum de werken van Frederik Ruysch liggen. Hij raakt daar, net als Bregtje, erg naar geïnteresseerd.
- Lezersprofiel:

Ik denk dat de ideale lezer sowieso een vrouw is. In het boek spelen gevoelens een grote rol en er zit niet echt veel spanning in. Het gaat over anatomie, dus de lezer moet ook goed tegen de details over het menselijk lichaam kunnen. Het verhaal zit niet heel ingewikkeld in elkaar, maar je moet het even doorhebben. Er lopen twee verhaallijnen door elkaar. De ene speelt zich af in 1704 en de ander 300 jaar later; in het nu. Je moet even snappen welk verhaal zich wanneer in het boek afspeelt, maar na een tijdje heb je dat snel in de gaten. De 2 verhalen lijken niet heel erg op elkaar dus je weet al gauw welke gebeurtenissen bij welk verhaal horen. Ook is het zo dat de oneven hoofdstukken verhaallijn 1 bevatten en de even hoofdstukken verhaallijn 2. Een van de spiegelingen in het verhaal is de plaats waar ze wonen. Bregtje (verhaallijn 1) woont aan de bloemgracht in Amsterdam, net als Ben (verhaallijn 2). Er zit niet echt veel spanning in, maar een paar kleine momentjes en vooral het feit of Bregtje (verhaallijn 1) haar broer nog gaat ontmoeten. Het is dus niet echt belangrijk of je goed tegen spanning kan, want deze spanning is niet heel hoog.
Het boek is ook goed te lezen door een scholier. Het taalgebruik is normaal en niet deftig of chique. Hierdoor is het verhaal goed te lezen en begrijpen. Ook zijn de woorden niet te moeilijk en de zinnen niet te lang, waardoor het ook lekker wegleest. Dit is ook weer een voordeel, omdat je het dan sneller uit hebt. Vooral voor een scholier is dit dus erg handig.
Opdracht 2. Van alle tijden?

Het boek is niet realistisch geschreven en dus deels fictie. Bregtje wordt beschreven als een erg volwassen meisje en het lijkt me niet dat dat werkelijk zo is. Ze is namelijk pas 10 jaar oud. Het is wel zo dat Ben realistischer wordt beschreven. Dat is ook makkelijker, omdat hij ‘nu’ leeft en je je dus makkelijker kan inleven in hem. Het is moeilijk te achterhalen hoe een meisje van 10 jaar oud zich hoorde te gedragen in de 18e eeuw. Ook heeft ze dingen geschreven over de 18e eeuw die niet echt gebeurd zijn. Ik vind het daardoor minder nuttig om het verhaal te bewaren. In de loop der tijd blijft er steeds minder informatie over van bijvoorbeeld de 18e eeuw en als er dan wel een verhaal overblijft dat niet eens waar is, krijgen de mensen uit de toekomst een verkeerd beeld van de 18e eeuw. Er zit achterin wel een nawoord in waarin Rascha uitlegt dat niet alles waar is wat ze heeft geschreven en ze verklaard waarom ze dat zo gedaan heeft. Ook verwijst ze daarin naar de bronnen die ze gebruikt heeft. Maar wat nou als die bronnen over 100 jaar verloren zijn gegaan? Dan heeft zo’n nawoord ook weinig zin meer. Er is misschien maar een kleine kans dat dit gebeurd, maar het kan wel. Dit is een reden waarom ik het verhaal niet zou bewaren.
Een andere reden is dat er niet echt een boodschap zit in het verhaal. Het verhaal is leuk geschreven, maar het zou daarom niet bewaard hoeven blijven. Het verhaal zou net zo goed in een andere tijd geschreven kunnen zijn, maar dan wel met andere tijden. Het verhaal kan dan hetzelfde zijn.
Het boek gaat over verloren familieleden. Het kan altijd wel gebeuren dat je een familielid verliest, dat is niet per se van deze tijd. En ook een anatoom is een beroep van alle tijden.
Het zou dus niet bewaard hoeven worden, want het verhaal is niet echt belangrijk. De informatie die erin staat is onbetrouwbaar en er zit geen verhaal in. Het verhaal zou dus in de toekomst herschreven kunnen worden. Het verhaal zou dus in de toekomst herschreven kunnen worden.
Opdracht 3. Beoordeel het manuscript.

Ik vind het wel een goed boek, maar het risico of het een succes wordt, zou ik niet durven nemen. Ik vind het begin een beetje langdradig, in het begin snapte ik niet waar het naartoe ging. Het begin van de 1e verhaallijn startte wel snel op, maar de 2e was in het begin juist erg langdradig. Hierdoor snapte ik niet wat de twee verhaallijnen met elkaar te maken hadden. Later werd dit gelukkig allemaal duidelijk. Ben gaat 300 jaar nadat Ruysch leefde naar St. Petersburg waar Ben in een museum de preparaten van Ruysch aantreft.
Het boek is wel fijn om te lezen, het leest lekker weg. Het taalgebruik is niet te moeilijk en de zinnen zijn niet te lang. Hierdoor zit er, naar mijn mening, een lage leeftijdsgrens aan het boek; ik denk dat het vanaf de 2e of 3e klas van de middelbare school goed te lezen is.
Maar er is een stukje in het boek wat niet voor kinderen bestemd is. In dat stukje beschrijven ze uitgebreid hoe een melkvatenstelsel uitgehangen tussen twee houten latjes hangt en hoe Ruysch daarmee bezig is. Ook beschrijven ze een aantal andere preparaten vrij uitgebreid. Ook krijg je als lezer erg goed te weten hoe de rinoceros er bij z’n hals van binnen uitziet. Dat is ook niet echt prettig om dat zo gedetailleerd te lezen.
Het succes van het boek kan ook tegenvallen door de dikte. Het is namelijk een vrij dik boek en voor scholieren is dat al helemaal een ‘no-go’. Veel scholieren zullen afhaken, omdat het boek ruim 300 bladzijdes bevat en dus voor veel leerlingen (bijv. met dyslexie) te dik is om, in de paar weken die ze krijgen, uit te lezen. Ook veel volwassenen zullen het dan niet kopen of lezen. Zij hebben vaak weinig tijd om te lezen en zo’n dik boek zullen ze dan dus gauw laten staan.
Ook is het zo dat als het boek minder dik is, het verhaal ook minder langdradig is. Alles moet dan korter opgeschreven worden en het verhaal gaat iets sneller. Ik denk dat dat ook beter was geweest bij dit boek. Het begin van de tweede verhaallijn had iets korter gemogen en verhaallijn 1 iets minder gedetailleerd. De hoofdstukken van verhaallijn 1 zijn ook erg lang. Het is niet fijn als je bijvoorbeeld elke avond één hoofdstuk wil lezen en dan alsnog een uur of anderhalf aan ’t lezen bent. Ik zou dat in ieder geval erg vervelend vinden.
Ik denk dat het boek wel een succes kan worden, al moet dan wel alles meezitten. De dikte zal niet te zwaar meewegen, maar als het dunner is, vinden mensen het vaker aantrekkelijker om te kopen. Het verhaal leest erg makkelijk weg en is daardoor ook geschikt voor jongeren. Het was wel beter geweest als het niet zo gedetailleerd was geweest.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.