ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

1. Zakelijke gegevens

- Titel: vergezichten en gezichten

- Schrijver: M. Vasalis

- Uitgever: G.A. van Oorschot, Amsterdam

- Jaar van uitgave: 1997

- Jaar van eerste uitgave: 1954



2. Eerste reactie

Keuze: Ik heb deze dichtbundel gekozen omdat ik tijdens de periode Poëtica in de 10e klas een gedicht van de dichteres heb geciteerd, ‘de idioot in het bad’. Dat gedicht sprak me erg aan en ik was benieuwd naar andere gedichten van haar.

Inhoud: De gedichten zijn erg gevoelig. Ik vind ze mooi, omdat ze niet direct zeggen wat er bedoeld is. De gedichten zijn realistisch, hoewel ze in een fantasiewereld beschreven worden. Als je langer over de gedichten nadenkt en ze nog een keer leest, ontdek je steeds nieuwe dingen.





3. Verdieping

Samenvatting:

De bundel bevat 55 gedichten. Ze zijn niet in hoofdstukken verdeeld.

In veel van de gedichten beschrijft de dichteres haar gedachten. Ze maakt vele gebruik van natuurverschijnselen, zoals bomen. Sommige gedichten zijn heel lang, anderen erg kort.

De meeste gedichten zijn vrije vers met mar gedeeltelijk stukken die rijmen.



Onderzoek

De rijm wordt aangegeven met strepen en andere tekens.



Confetti

Ik zoek een misverstand om in te geloven.

Al mijn gedachten zitten binnen

En met hun voorhoofd aan de ruit

Van al mijn ramen, van onderen tot boven

Gedrongen, kijken zijn mismoedig uit.



De oudste hebben kindergezichten,

Ze dansen en fluisteren met elkaar,

De jongste hebben rimpels, grijzend haar.

Ik wou dat het vreselijk ging waaien,

Zodat het volle, stille huis ging zwaaien

En dat de ramen openvlogen en de gedachten alle,

Geel, roze, wit, geluidloos als ze zijn

Op straat – er hoeft geen held te zijn,

Waarvoor ze het doen. Good afternoon.



Dit gedicht gaat over een persoon die niet goed weet hoe hij/zij zijn gedachten moet ordenen. Oude herinneringen mengen zich met nieuwe dingen, en het lukt niet om alles op een rijtje te zetten. De ‘ramen’ moeten open, alles moet eruit, zodat er ruimte is.



In regel 10 is er een opsomming, namelijk ‘het stille, volle huis.’

Een duidelijke paradox is in de tweede strofe te herkennen, ‘de oudste hebben kindergezichten,…., de jongste hebben rimpels, grijzend haar.’

In regels twee is er sprake van een pleonasme, ‘gedachten zitten binnen’. Gedachten zitten altijd binnen, ze zitten namelijk in je hoofd.

Het gedicht is modern, maar bevat wel rijm, echter geen duidelijk rijmschema.



Het thema van het gedicht zijn de gedachten.







Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,

Stil staan en kijken met mijn ogen open

En languit op de harde grond gaan liggen

Er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.

Maar het meest lijk je op de grote lucht erboven,

Waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken

En op de vrije wind daartussen,

Die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen

Bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.



De schrijver is gek op iemand en wil zich erg graag met diegene verbinden, hem/haar voor zich hebben. Maar de andere wil vrij zijn, ongebonden, alles kanten op kunnen. De liefde is wederzijds, maar er is geen vaste relatie.



Het gedicht bestaat uit een duidelijke antithese: de harde grond en de ruime lucht – aarde en lucht. Beide delen tegenover elkaar zijn ook een hyperbool, er wordt sterk overdreven.

In de zesde regel (waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken) kun je spreken van een eufemisme: de schrijver is teleurgesteld om toe te moeten geven dat de andere meer op de lucht dan op de aarde lijkt. Met ‘buien’ in combinatie met ‘licht’ zie je dat heel duidelijk, licht is immers geen bui. Door gebruik te maken van dat woord wordt het fijne van het licht weggehaald.

Pleonasme: de grote lucht.



Het hele gedicht is in beeldspraak geschreven. Het is een modern gedicht, omdat er geen rijmschema in zit.



Als daar muziek is, wil ik die horen:

Ik wil muziek voor oude mensen, die nog krachtig zijn,

En omgeploegd met lange, diepe voren

En ongelovig, die de wellust en de pijn

Nog kennen. Die bezaten en verloren.

En als er wijsheid is, die geen vermoeidheid is,

En helderheid, die geen versterving is,

Wil ik die zien, wil ik die horen.

En anders wil ik zot en troebel zijn.



De schrijfster wil intens leven, zoals oude mensen dat ook doen, en door het leven getekend worden. Ze wil niet oppervlakkig leven, en zich laten leiden, maar zelf het heft in handen nemen en dingen meemaken.

Dit gedicht bevat traditionele kenmerken: er zit een vrij duidelijk rijmschema is, het einde van de zinnen zijn namelijk A B A B A B C C A B.

Het gedicht past niet in een vaste dichtvorm, het is geen sonnet of ballade.

In dit gedicht komt niet zoveel beeldspraak voor, het is realistisch, en er is ook geen gebruik van stijlmiddelen.



Herfst

Uit het bewegenloze, stomme, zware,

Omhoog gedoken. En daar stromen blaren

Zo bijna woordelijk, onverantwoordelijk.

Er loop teen kind met lange ruige haren

Waar de herfstzon hees op wordt en dol.

Het water van de vaart stroomt uit de horizon

En woelt en wentelt om zichzelf en draait

Zoals een lange man, die zich geen raad

Weet van geluk. En o dit koninkrijk

Als een groot eiland beweegt en klinkt

En ik betreed het met mijn voeten, die weer voelen

En met de kou en angst nog op mijn schouderbladen.

Ik roep het met de wortels van mijn stem nog in het ijs.

Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn

En van het tomeloze leven,

Voel ik voor ’t eerst in zijn volledigheid

En aan den lijve het vol-ledig zijn:

Een orde, waarin ruimte voor de chaos is,

En voel de vrijheid van een grote liefde,

Die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.



In de herfst kan mijn tot zich komen en zich voorbereiden op de koude wintermaanden die gaan volgen.



In de eerste regel is een opsomming. Dit gedicht heeft een duidelijke climax: het water…beweegt en klinkt.

Een duidelijke antithese zijn het leven en de dood. Het leven wordt eventjes achtergelaten, het jaar gaat even dood, de winter komt.

Een paradox is te vinden in de laatste twee regels, ‘en voel….en gemis.’ De eerste zin is meteen een hyperbool, die de sfeer van het gedicht weergeeft.

Toch is het gedicht niet pessimistisch: er is plaats voor een woordspeling, vol-ledig.

Een tautologie maakt het gedicht wat levendiger, woelt en wentelt.

Het hele gedicht is beeldspraak.



Zien

Ik zie een boom, een stam met takken, takjes, naalden.

Wat zou ik jong zijn als het daarbij bleef.

Maar ’t is een lariks, hij beweegt zijn lange armen

Met draperieën en hij danst en rouwt

Wat ben ik oud.

Ik zie de zee, het water danst tot aan de horizon.

Daar blijft het bij: het doet me denken aan de zee

Wat ben ik jong.



Het hangt ervan af met wie of wat je jezelf vergelijkt, om jezelf te beoordelen.



Het gedicht is modern, de regellengte is zeer verschillend, en er zit geen rijmschema in.

Het woord ‘zie’ is de verbinding tussen de boom en de zee.

In de eerste regel is een opsomming: takken, takjes, naalden. De antithese is zeer duidelijk: oud staat tegenover jong.

Het understatement is er op twee manieren: wat ben ik oud, wat ben ik jong.



Overkoepeling



- Ritme:

De gedichten hebben allemaal een licht zangerige toon, dit komt voornamelijk door het vele gebruik van beeldspraak. Sommige gedichten zijn wat zwaarder, omdat ze zwaardere en diepere onderwerpen beschrijven. De meeste gedichten zijn dromerig, introvert en vooral symbolisch.



- Thema:

De onderwerpen in de bundel zijn liefde, verdriet, afscheid, ouder worden en de dood. De thema’s staan niet per groep achter elkaar in de bundel, maar alle gedichten staan, zo lijkt het, willekeurig door elkaar.



- Vorm:

Alle gedichten zijn modern, alleen bij enkelen is een spoortje traditioneel te vinden. Een enkele keer maakt de schrijfster gebruik van een rijmschema, maar dat is bijna nooit het geval.



- Opbouw:

De meeste gedichten geven de gedachten van de schrijfster weer. Bij de meeste kun je ook al in de eerste twee regels de sfeer van het hele gedicht proeven, je wordt als het ware in ‘’en kere het gedicht in getrokken.



Plaats in de literatuurgeschiedenis

Na de 2e wereldoorlog begon men ijverig aan de wederopbouw van Europa. Amerika was het voorbeeld, alle mensen moesten het comfortabel en gemakkelijk hebben.

The American Dream was voor velen een nieuwe kans: iedereen zou op kunnen klimmen van schoenmaker tot supermagnaat. De mensen verdienden steeds meer, waardoor ook het consumptiegehalte sterk toenam. Mensen kregen steeds meer vrije tijd, en zo ook steeds meer behoefte aan vermaak en entertainment.



In de literatuur werden veel verzets- en oorlogsromans geschreven, waarin men fel reageerde op de Duitse bezetters.

Ook ontstonden er veel bekentenisromans.

Veel voorkomende thema’s:

- mensen zijn vervreemd van elkaar en staan alleen

- mensen worden door egoïsme gedreven, idealen zijn ver te zoeken

- de nadruk licht op lichamelijkheid.



Ik vind dat Vasalis’ dichtbundel niet duidelijk in dit tijdsbeeld past. Er is weinig sprake van oorlogsthema’s, hoewel het veel terugkomende thema ‘dood’ wel op de oorlog gebaseerd zou kunnen zijn. Het thema eenzaamheid komt niet duidelijk naar voren, maar als je het tijdsbeeld bekijkt en dan nog eens teruggaat naar de gedichten, zou je wel een overeenkomst kunnen zien.

Er zijn dus wel naoorlogse kenmerken, maar het is niet overduidelijk dat de bundel in deze tijs is verschenen.



Biografie



M. Vasalis werd op 13 februari 1909 geboren in Den Haag en is het pseudoniem van M. Droogleever Fortuyn-Leenmans. Vasalis was in haar studententijd bevriend met prinses Juliana. Ze studeerde geneeskunde en psychiatrie en verbleef een jaar in Zuid-Afrika.

In augustus 1936 verschenen vijf van haar gedichten in het tijdschrift ‘Groot Nederland’. In 1940 debuteerde zij met de novelle Onweer (die deel uitmaakte van het boekenweekgeschenk Drie novellen); in hetzelfde jaar verscheen haar bundel Parken en woestijnen bij Uitgeverij Stols, die bekroond werd met de Van der Hoogtprijs. Er werden 10.000 exemplaren van verkocht.

Er volgden nog drie bundels: De vogel Phoenix (1947), Vergezichten en gezichten (1954) en recent de postuum verschenen bundel De oude kustlijn (2002). Voor vergezichten en gezichten ontving Vasalis in 1955 de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam.

In oktober 1966 trad Vasalis als getuige op voor Gerard Reve in het zogenaamde ‘Ezelsproces’. In de periode ervoor had ze hem bijgestaan in zijn strijd tegen drank.



De dichteres ontving voor haar oeuvre de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooftprijs in 1982.

Hoewel zij altijd is blijven schrijven, verklaarde zij het uitblijven van nieuwe publicaties na 1954 in haar dankwoord bij de inontvangstneming van de Huygensprijs als volgt: ‘Wat mij in en na de oorlog overkomen is komt hierop neer: een enorme relativering van mijn eigen lot... Ik moest voortdurend tot de conclusie komen dat mijn commentaar volstrekt overbodig was.’

Dit neemt niet weg dat haar werk door steeds nieuwe generaties wordt ontdekt; zij behoort dan ook tot de meest gelezen dichters in Nederland.



4. Beoordeling



Twee gedichten in het bijzonder hebben een positieve werking op mij: ‘Als je een landschap was…. ‘ en ‘Als daar muziek is..’.

Het eerste gedicht vind ik zo mooi omdat ik me er zelf heel erg in herken. Soms wil ik iemand hebben die voor mij de harde grond is, die altijd bij me blijft en waar ik echt van op aan kan, en de andere keer wil ik vrij en ongebonden zijn, en mijn eigen dingen doen.

Het andere gedicht kreeg ik eens bij mijn getuigschrift aan het einde van de 9e klas, en het zette me erg aan het denken. Voor mij is het een waarheid: ik wil ook alleen leven als het leven zin heeft, als ik dingen meemaak, als ik val en opsta, als ik de kans heb om iets te leren.



Een negatieve werking had in het begin het gedicht over de Herfst. Het was zo pessimistisch in mijn ogen. Maar nu is het niet negatief meer, het gaat namelijk om een periode, en die periode zal ook weer voorbij gaan, en dan zal de zon weer schijnen.



Het gedicht over de harde grond en de open lucht spreekt me het allermeeste aan. Ik herken mezelf zo duidelijk, en ik vind dat het prachtig verwoord wat ikzelf vaak voel. Soms weet ik niet goed wat ik met die twee verschillende gevoelens aan moet, maar door het gedicht krijgen die gevoelens een plekje. Ik zal het dus zeker nog vaker lezen.



De thematiek van de gedichten is realistisch en voor iedereen herkenbaar. Dat vind ik heel belangrijk, want gedichten zijn een hele goede manier om iets te verwoorden zonder het direct te zeggen. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich in gedichten kan herkennen.

De gedichten zetten me aan het denken, juist omdat de gedichten over allerdaagse dingen gaan.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.