Van Istanbul naar Bagdad door Arnon Grunberg

Beoordeling 8.6
Foto van een scholier
Boekcover Van Istanbul naar Bagdad
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • Docent | 2384 woorden
  • 1 februari 2011
  • 64 keer beoordeeld
Cijfer 8.6
64 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2010
Pagina's
124
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Van Istanbul naar Bagdad
Shadow
Van Istanbul naar Bagdad door Arnon Grunberg
Shadow

Leesverslag Van Istanbul naar Bagdad (2010) van Arnon Grunberg en Hanco Kolk
Dit is een bijzonder boek, een graphic novel, dat is een literair verantwoorde striproman. Zie voor meer info onder genre.


1. Uitgebreide samenvatting van de inhoud.
NB: Dit boek is ongepagineerd, net als de hoofdstukken. Hoofdstuk 1, Pulchri Den Haag, begint op pagina 1, en zo verder.

Hoofdstuk 1, Pulchri Den Haag. In deze zaal leest een juryvoorzitter het rapport voor, waarin verteld wordt waarom Arnon Grunberg de Constantijn Huygensprijs 2009 krijgt. Grunberg krijgt de prijs voor zijn hele oeuvre: toneel, poëzie, journalistiek werk maar vooral romans. Het juryrapport vat Grunbergs nihilistische wereldbeeld mooi samen (zie ook thematiek). De stoel op de eerste rij is echter leeg: Grunberg zelf zit op dat moment in een hotel in Istanbul, waar hij een eerste van een hele reeks zeurtelefoontjes van zijn moeder krijgt. Grunberg wil kijken of het al mogelijk is om per auto van Istanbul, Turkije naar Bagdad, Iraq te rijden (zijn moeder: ‘jij niet, want jij hebt geen rijbewijs’). Grunberg, die hier naast romanschrijver ook journalist is ( en van zijn avonturen verslag deed in een echte krant, het NRC Handelsblad) , wil met deze reis testen of er al ‘vooruitgang’ is geboekt ( Iraq heeft een recente geschiedenis met veel oorlogsgeweld, in 1990 vond er de Golfoorlog plaats, de inval van Amerikaanse troepen, waar oliebelangen een rol speelden; in 2003 vielen de Amerikanen en de Britten Iraq aan, omdat Saddam Hoessein er massavernietigingswapens zou hebben, in de nasleep van de ‘war on terrorism’ na ‘9/11’). Wat is vooruitgang dan? ‘Minder lijden’, is het veelzeggende, zuinige antwoord van Grunberg, van wie we lezen dat iedereen uit zijn familie elkaar abnormaal vindt. Hij reist samen met een chauffeur, Gul de tolk en een Nederlandse fotografe, Eva Pel (zie evapel.com voor foto’s).

Hoofdstuk 2, Gül (p.15). Gül, Grunbergs tolk, is een chaotische vrouw, die eet als een bootwerker en die van haar familie een Turkse man moet vinden, wat, als het van haar tafelmanieren afhangt, niet snel lijkt te lukken. Ze heeft een interview geregeld met Ramazan Oztürk, de Turkse oorlogsfotograaf die wereldberoemd is geworden met de foto van de dode Omar Khawar en zijn dochtertje, die omkwamen bij een gifgasaanval van Iraq op het Koerdische dorpje Halabja (of Halabya) in het grensgebied van Noord-Iraq en Oost- Turkije (vijfduizend doden). Met een paginagrote tekening van die foto worden we een eerste keer ruw geconfronteerd (p. 22-23). Gül vereert Oztürk en wil dat Grunberg Oztürks woorden letterlijk overneemt, maar Grunberg is niet uit op feiten maar op indrukken: ‘hoe denkt Oztürk over de relatie tussen schoonheid en oorlogsfotografie?’. Concludeert Grunberg met niets ontziende zelfspot: ‘de ijdelheid van de boodschapper zal zijn boodschap overleven, ook ik zal daar niet aan ontkomen’ (p. 30). De foto maakt diepe indruk op hoofdpersoon Grunberg, want vanaf nu gaan we motieven van de foto tegenkomen, te beginnen met het patroon van het meisjesjakje (zie pp. 32-34, 42, 52).

Hoofdstuk 3, Meneer Atatürk (p.15). Op reis van Istanbul naar Ankara, over een prima weg. Een vermoeide Grunberg valt in de auto in slaap, en wordt geteisterd door (iets lichter getekende) droombeelden van zijn zieke moeder, de woorden van de juryvoorzitter en het dode meisje (p.37). Bij het mausoleum van Kemal Atatürk, grondlegger van het moderne, seculiere Turkije (hij verbood bijvoorbeeld hoofddoekjes) heeft Grunberg een afspraak met Murat Belge , een kritische journalist die onder andere vrijelijk over de Turkse rol in de zogenaamde Armeense genocide praat (wat voor veel Turken gelijk staat aan landverraad). Belge vertelt over het sterke Turkse nationalisme. ‘Elke ideologie is hier niets dan dressing op de salade die nationalisme heet’, om droog te vervolgen met ‘trouwens, hebt u al geluncht?’. Belge meent weinig principieel dat opportunisme de meest efficiënte moeder van de vooruitgang is. Gül wil niets horen van de Armeense genocide: ‘de meeste Armenen zijn trouwens vermoord door Koerdische bandieten’, zo de twee minderheidsgroepen wegzettend. In Konya wordt een toeristisch bezoek gebracht aan het klooster van de dansende Derwisjen, die wild rondjes draaien om zo dichter tot God te komen. De rosse buurt van Adana is beroemd: ‘een man die bijna veertig is, dient zijn geluk te zoeken in de armen van licht verlopen vrouwen…Adana biedt een overvloed aan verlopen vrouwen…maar nergens geluk’, weer zo’n typische, ontnuchterende Grunberg-uitdrukking. Het dode meisje zit nu naast Grunberg (p.55). Het gezelschap maakt een uitstapje naar Aleppo, Syrië. Daar heeft Grunberg een ontmoeting met de Syrische, christelijke fotograaf Issaouma. De christenen worden er onderdrukt en sommige vrouwen dragen alles bedekkende boerka’s, zodat hun kinderen ze moeten leiden als blinden. De geheime dienst luistert ook mee. De douche in het hotel werkt niet: de beschaving neemt af. Grunberg raakt dronken en klimt een surrealistisch vervormde trap op…en wordt aan de hand genomen door het nu tot leven gekomen meisje!

Hoofdstuk 4, Gaziantep, (p.71). Gaziantep is de laatste westerse stad. De chauffeur gaat terug, de rest reist een stuk per trein: vijftien passagiers, waarvan vier conducteurs(!). Het levende ‘dode’ meisje is steeds nadrukkelijker aanwezig en klimt op Grunbergs schoot. De irritatie over de tolk Gül loopt op: Grunberg zou haar wel willen wurgen, blijkt uit een grote prent op p. 80. Lastige telefoontjes met Grunbergs moeder horen we nog maar terloops (‘hallo mama’), de rest kunnen we zelf invullen.

Hoofdstuk 5, Noroez, (p.83). Gekke Gül gaat gelukkig weg, maar ‘we verlangen naar vriendschap en liefde , maar we onderschatten ons verlangen naar haat en vijanden’. Samen met fotografe Eva gaat Grunberg per taxi naar het noorden van Iraq om het Koerdische nieuwjaar te zien. We zien terloops het verkeersbord met ‘Halabya’ langs de weg: de ogen van het meisje verstarren van paniek. Geen wonder, zij is er vermoord! Maar nu is de sfeer in dit Koerdische gebied ontspannen: mensen picknicken en ze dansen, ook Grunberg moet er aan geloven. In een fraaie scene zien we naast het dansende meisje nu ook vader Khawar opdoemen, te herkennen aan het motief op zijn fez, dat hetzelfde is als op zijn doodsfoto. Net als de print van het jakje komt ook dit motief geregeld terug, bijvoorbeeld in de schutbladen van het boek. Vader en dochter zijn in de dans herenigd en als Lazarus uit de dood opgestaan.

Hoofdstuk 5, Bagdad, (p. 99). De reis zit er op. En, is er vooruitgang? Pas als er winkelcentra zijn, westerse hotels en een McDonalds, vindt Grunberg (een discutabel standpunt, of meent hij het niet?). De laatste afbeelding is de beroemde foto van Oztürk, waar we jakje en fez zo goed van kennen. Onderschrift: de Nederlandse Frans van Anraat verkocht indertijd een ‘prima’ partijtje gifgas aan Iraq ( in 2007 kreeg hij hiervoor zeventien jaar celstraf).

Naast Van Istanbul naar Bagdad staat er nog een korter verhaal in dit boek, Paranoia in Bagdad .

In dit verhaal bevindt Grunberg zich in een nog onrustig Bagdad. Hij is opzoek naar de journalist Gaith Abdul-Ahad, een der weinige onafhankelijke Irakese journalisten. Hij schrijft voor veel westerse media en was deserteur onder Saddam Hoessein. Maar dat interview dreigt te mislukken door de paranoia, door de onmogelijkheid om eenvoudige zaken te regelen en de leugenachtigheid. Alle westerse journalisten houden kantoor in een hotel, omgeven door lokale beveiligers en zogenaamde fixers, Irakezen die zorgen voor alle interviews. Om dat praktisch geen westerse journalist de taal spreekt, hebben deze fixers of regelaars een (duurbetaalde) sleutelrol. Grunberg krijgt Gaith maar niet aan de telefoon, hoe hard hij ook zijn best doet. Grunberg draagt T-shirts met bizarre teksten, bijvoorbeeld ‘body bag’ of met de beruchte cartoon van de Deen Kurt Westergaard. Naast Grunberg huist een Amerikaanse journalist, die maar liefst vier fixers heeft. Of de verslaggeving er betrouwbaarder van wordt, is maar de vraag. De fixers hebben meerdere mobieltjes en meerdere (schuil-)namen, ze vragen Grunberg wel veel geld, maar doen niets. Terwijl buiten af en toe een granaat ontploft, heeft het hotel een nachtclub, met mooie en willige jongens en meisjes (tune: the girl from Ipanema). Van ellende praat Grunberg met een vlieg, die op de tekst van Tirza zit. Dan duikt Gaith op, die een stripbar weet: niet wat Grunberg zich er van voorgesteld had. De volgende dag komt de echte Gaith, die wel wat te melden heeft. Niemand in Bagdad vertelt de waarheid. Het oordeel van(oorlogs-) journalisten stelt niets voor, die zijn lui en hebben hun oordeel al klaar voordat ze echt weten wat er gebeurt. Ze laten de fixers er wat plaatjes bij zoeken. Of de eerste ‘Gaith’ een moordenaar of slechts een beleefde Irakees was, die Grunberg niet teleur wilde stellen, weten we niet. Laatste woorden: ‘Je weet niet wat je weet’…’Boem’.


2.Wereldbeeld.
De juryvoorzitter gebruikt het woord ‘nihilisme’ om Grunbergs werk te typeren. Een nihilist ontkent alle waarden, vindt niets belangrijk. In dit boek bijvoorbeeld, heeft Grunberg geen boodschap aan ‘eerlijke oorlogsverslaggeving’, ‘vooruitgang’ of idealen. Maar het dode meisje, dat hij ontmoet via een foto, weet hem toch te ontroeren, ze bezoekt hem in zijn dromen en de hoofdpersoon Grunberg wekt haar en haar vader tot leven (let op: de hoofdpersoon Grunberg hoeft niet precies dezelfde te zijn als de schrijver!). Er is dus mededogen met de slachtoffers. Oorlogen zelf lijken onvermijdelijk, of tenminste onbegrijpelijk en onoplosbaar voor gewone stervelingen. Grunberg ontpopt zich hiermee als de opvolger van Willem Frederik Hermans, een van de grote drie schrijvers van na de tweede wereldoorlog. Hermans is een exponent van het existentialisme, een term die de voorkeur verdient boven nihilisme. Existentialisten zien de mens niet in staat tot wezenlijke verbeteringen, ongewild gooit de mens vaak zijn eigen glazen in (Tirza!)en het goede gebeurt vaak per ongeluk. Hermans meent dat beschaving maar een dun laagje vernis is, en dat in tijden van oorlog de ware aard boven komt. Zijn romans spelen dan ook vaak in oorlogstijd. Ook Grunberg zocht de afgelopen jaren oorlogsgebieden op (en schreef daarover in Kamermeisjes&soldaten (2009)). In Bagdad ben je je leven niet zeker, terwijl in Halabya nu gedanst wordt op de plek van een massamoord.


3.Thematiek.
Naast dit existentialistisch thema van oorlogsellende, die de mens over zichzelf afroept, is er dus mededogen met individuele slachtoffers. D e verbeelding is in staat om de doden weer tot leven te brengen, tegen de ellende in. De tekenaar Hanco Kolk vertelde dat hij die verbeelding erin bracht, omdat de foto hem van zijn stuk bracht: ‘Mijn eigen dochter is ongeveer even oud, ik kon het dode meisje niet zo laten liggen’. Ook Grunbergs moeizame relatie met zijn moeder is een weerkerend thema. Zij zeurt, vooral om aandacht. Dat was al zo in Grunbergs debuutroman, Blauwe maandagen(1994). Veel joodse kinderen van (kort) na de oorlog voelden druk: zij moesten hun ouders de ellende laten vergeten.’Het jongetje dat alles goed zou maken’ is een veelzeggende titel, van Ischa Meijer. Grunberg (net als Meijer) wil en kan niet aan die druk voldoen. Ook in het werk van Hanco Kolk zien we zo’n haat/liefde verhouding, bij hoofdpersoon Nienke uit de dagbladstrip S1ngle en in zijn graphic novel Meccano-De ruwe gids, waar de dochter pas als puber zelf haar navelstreng doorhakt.


4.Genre
Dit is een graphic novel, een relatief nieuw literair genre. Hanco Kolk maakte eerder strips, bijvoorbeeld Gilles de geus . De populaire strip S1ngle (met Peter de Wit) is inmiddels voor TV verfilmd. In het literaire genre maakte hij de Meccanoreeks, waarvan het vierde deel, De ruwe gids (2007) het hoogtepunt vormt. Het thema van deze cyclus is verwant aan Grunbergs thematiek: Kolk maakt een satire over de decadentie, hebzucht en vervreemding. Van Istanbul naar Bagdad is in een bijzondere samenwerking tot stand gekomen. De teksten mailde Arnon, en de fotografe zond fotomateriaal, een echt Gesammtkunstwerk dus. Op Grunbergs site wordt dit boek onder journalistiek werk gerekend. Stripjournalistiek is erg in de mode: de beroemdste verhalen zijn van Joe Sacco, die in alle grote Amerikaanse bladen publiceerde. Ook heeft Van Istanbul kenmerken van een ‘road novel’ of ‘road movie’, waarin de reis zelf onderwerp van het verhaal is (vergelijk On the road van Kerouac en Into the wild van Sean Penn)


5.Stijl.

Tekst:

Grunberg is bekend om zijn woordgebruik. In zijn vroege boeken stonden veel droogkomische zinnen, met slapstickachtige effecten, waar het werkwoord ‘Grunbergen’ voor bedacht werd. Later, nadat hij onder het pseudoniem van Marek van der Jagt schreef, werd zijn stijl donkerder. De humor bleef, maar werd sardonischer. Denk aan de rijbewijsgrap. Gebleven zijn ook de aforismen, vaak in drie delen: ‘Als je dansend dichter bij God komt, dan ook schrijvend- Maar het is de vraag of hij dat prettig vindt- Als ik God was, zou ik het op prijs stellen als de mensen zich discreet van me verwijderden”(p.51).

Tekenstijl:
Kolk tekent in een herkenbare , zwierige stijl. Hij kan met enkele lijnen personen neerzetten. Zijn stijl, zijn lijnvoering lijkt op die van Klee en Picasso, zie bijvoorbeeld de dansende derwisjen op p. 48. Van het prikkeldraad bij een grensovergang kan hij ook kaders maken. Droombeelden zijn lichter van kleur, wat een mooi effect geeft wanneer dit door de werkelijkheid heen gaat, zie p. 80. De motieven van het jakje en de fez zijn voorbeelden van getekende leidmotieven en benadrukken het leed en de verbeelding. Ook het gebruik van de echte foto is opvallend ( en lijkt op het Franse stripboek Medz yeghern van Paolo Cossi, over het Armeense drama).

Nawoord:
Misschien moet je je leraar overtuigen van het literaire karakter van dit boek. Vergeef het hem, hij weet niet beter en denkt bij strips misschien alleen aan Asterix of Bommel, die hij uit zijn jeugd kent. Zeg hem dat de graphic novel door kenners geaccepteerd is. Art Spiegelman kreeg voor Maus de belangrijkste Amerikaanse literaire prijs, de Pulitzer (1992). Nederland kent sinds 2010 ook een staatsprijs voor strips, de Marten Toonderprijs. Aan kunstacademies wordt strips maken gedoceerd. Al honderd jaar geleden maakte de Belg Frans Masereel woordloze romans van houtsneden, die erkend zijn in de kunstwereld. Dick Matena heeft Reve en Wolkers verstript: met behoud van de tekst in stripvorm gegoten. Grunberg zelf heeft ook over strips gepubliceerd, Eeuwige adolescentie(2010, tekst te vinden op de site van het Fonds BKVB. Hierin stelt hij dat veel auteurs in autobiografische strips een te lief beeld van zichzelf geven).
Kortom: hou vol en overtuig je leraar met argumenten. Literatuur is origineel van inhoud, van vorm en je denkt er na lezing nog eens over na: aan deze drie kenmerken voldoet deze roman!

REACTIES

M.

M.

Ik raad iedereen deze samenvatting af!
Er staan dingen in die niet kloppen!

10 jaar geleden

F.

F.

Myrthe Myrthe Myrthe toch. Altijd maar dat gehaat. Dit zeg je natuurlijk weer puur om een reactie uit te lokken. Dus bied alsjeblieft even je excuses aan aan Willard want dit kan echt niet door de beugel. De heer Willard is namelijk een uitstekende docent en als je niet op past pakt hij je hoor.

5 jaar geleden

W.

W.

Dag, beste Myrthe, ik ben nieuwsgierig, wat er niet klopt. Laat het weten, dan kunnen we dit aanpassen, en profiteert iedereen ervan!

10 jaar geleden

A.

A.

Klopt wel hoor!

8 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.