Tongkat door Peter Verhelst

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3976 woorden
  • 14 oktober 2006
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 36 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1999
Pagina's
341
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Libris Literatuur Prijs (2000 Genomineerd) , Gouden Uil (2000 Winnaar)

Boekcover Tongkat
Shadow
Tongkat door Peter Verhelst
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Tongkat
Auteur: Peter Verhelst

Essayistisch Leesverslag:
Wat heb ik net gelezen? Waar ging het over?
Twee makkelijke vragen als je ze zo bekijkt. Net als dit boek dus, "Tongkat: Een Verhalenbordeel". Mooie voorkant, rare voorkant, kleurrijke voorkant. En dan de naam. "Een bordeel" zeg je? Dit boek kan toch niet zo moeilijk zijn. Dit boek kan toch niet zó ingewikkeld zijn? Natuurlijk, je kan het gewoon lezen zoals je elk ander boek leest. Je kan het behandelen alsof het gewoon weer een gemiddeld boek is. Een boek dat het gebrek aan inhoud goed probeert te maken met de voorkant, en de titel.
Maar ik ziet er niet voor niets op het VWO, de bedoeling is dat ik door die vooroordelen heen kijk. De bedoeling is eigenlijk dat ik geen vooroordelen heb en dat ik met open ogen en een open geest dit boek tegemoet ga. Maar ik ben zelf niet ingewikkeld, vandaar dat erg ingewikkeld doen me niet echt goed afgaat.


Terug naar het boek zelf. Centauren, Prometheus, Droomdealers, en een jarenlange winter die zelfs vuur doet bevriezen. Waar gáát dit nou in Godsnaam over? Centauren, Prometheus, Droomdealers, en een jarenlange winter. Je meent het. Toch slaan al deze dingen meer op ons dagelijkse leven dan je zou denken, vanuit mijn oogpunt dan. Als je deze woorden ziet staan, dan zal je waarschijnlijk helemaal geen flauw idee hebben hoe dit nou op de wereld waar wij in leven kan slaan.

Dat dacht ik dus ook. Wat ís dit? Zelfs na de eerste paar hoofdstukken, de eerste paar prostitués in dit bordeel, de eerste paar verhalen in dit boek, bleef deze gedachte nog rond mijn hoofd zweven. Centauren. Oorspronkelijk waren dat paardmensen. Het bovenlichaam van een mens, en het onderlichaam van een paard. Maar wat zij het hier? Half mens, half motor. Kom óp zeg! Ik weet niet hoe dat tot stand kwam, een gebrek aan originaliteit, of juist een tevergeefse poging om dat te creëren. Eigenlijk vind ik dat ik in geen positie sta om het werk van een schrijver te bekritiseren. Ik kan het zelf vast en zeker niet beter, en ik heb er ook niet bepaald veel verstand van. Ik kon het gewoon even niet laten.

Naar mate ik verder kwam in dit bordeel begonnen de vrouwen er beter uit te zien, zoals een callgirl is tegenover een prostituee. Zo anders waren de hoofdstukken. Misschien ben ik gewoon traag van begrip, en begon het hele verhaal pas na een tijd tot me door te dringen. De hoofdstukken waren niet kort, zoals ik gewend ben van een boek. Elk rond de vijftig paginas lang, dus niet even nog een hoofdstukje lezen voor het slapen gaan. Koppig als ik ben probeerde ik het wel, maar om na vijftig bladzijdes vol met letters vermoeid op mijn bed te vallen, zonder enige opluchting, daar slaapt een kind niet goed van. Ken je dat gevoel, als je een soap kijkt, waar je dan tegen het einde van de aflevering tegen een cliffhanger stoot? Dit was precies hetzelfde, alleen wordt het nooit echt duidelijk wat er na de cliffhanger gebeurt. Zelfs niet in het volgende hoofdstuk.

Een verhaal in een verhaal. Acht in totaal. Acht ervaringen, acht verhalen.
Staan ze allemaal los van elkaar? Niet allemaal. Hebben ze allemaal gezamelijke elementen? Veel. Begrijp ik ook wat er precies met alles wordt bedoeld? Niet echt.
Vuur komt telkens weer voor. Centauren met hoorns op hun helmen die in vuur en vlam staan. Een ondergronds gangenstelsel waar zigeuners leven die in het bezit zijn van nog niet bevroren vuur. Een jongen die gigantisch veel rode vlinders aan zijn haar heeft, net alsof zijn hoofd in brand staat. Het is niet gek dat vuur vaak voorkomt, het verhaal speelt zich immers voor het grootste deel in de ijskou af. Er kan geen goed bestaan zonder kwaad. Er kan dus ook geen kou bestaan zonder warmte. Geen vuur zonder ijs.

Zoals ik al zei slaat het hele boek op onze samenleving. Op wat voor manier, en hoeveel, dat ligt aan de manier waarop de lezer zijn leven leeft. Op hoe de manier waarop hij de wereld ziet.

Wat zie ik?
De zwakheden van de mens.
Waar leiden deze toe?
Terrorisme. Prostitutie. Alles wat God verboden heeft.

Wat doe je als de wereld zo erg bevroren is, dat zelfs vuur bevriest, en er lijkt geen einde aan te komen?
Denk je dat mensen die fysiek in staat zijn om de kou te overleven, dat ook mentaal kunnen?
Er is altijd een breekpunt, een punt waarop iets het begeeft. Waar en wanneer dat verschilt. Één ding is zeker, er is geen ontkomen aan.
Een wereld van ijs. Een wereld van kou.
Kou. Waar staat dat meestal voor? Wat symboliseert een wereld van ijs? Liefdeloos. Een liefdeloos bestaan. Maar wat wil je ook zonder warmte? Temperaturen zo laag dat zelfs liefde het niet meer uithoudt. Geen warmte, wel wanhoop. Wat doen mensen als ze wanhopig zijn? Ze vergrijpen zich aan alles wat ze altijd al hebben willen doen, maar nooit hebben kunnen doen. Voor de een kan dit een pakje kauwgum uit een supermarkt stelen zijn, voor de ander betekent het zich vegrijpen aan kleine jongetjes. Wat zie je in onze wereld? Seks verkoopt. Maar wat doe je als dat wat je wilt niet meer mogelijk is?
Er zit een bordeel in de stad waar het verhaal zich voor het grootste deel afspeelt. De hoofdstad. Een bordeel. Een verhalenbordeel. Ruil je herinneringen, je dromen, je nachtmerries, ruil ze in voor die van andere mensen. De vrouwen die hier werken, de meisjes, "tongkatten", zijn in staat om het leed uit iemand weg te halen en dat gat weer op te vullen. In een wereld met genoeg leed, is zoiets meer dan welkom.

Leed is er genoeg. De monarchie die omver gegooid wordt, mensen die willekeurig worden neergeschoten door sluipschutters, motorrijders die 's nachts onrust zaaien en nachtmerries veroorzaken.
Terrorisme? Een bekend en groeiend fenomeen. Zie je nu hoe dit boek meer slaat op de werkelijkheid dan je zou denken? Fascinerend.

Maar daar blijft het niet bij. Er wordt ook heel wat geleend uit het verleden. Prometheus speelt een rol, de titanenzoon die zijn relatie met Zeus verpest door het mens vuur te geven. De Middeleeuwen. De monarchie, de stad, het volk, overal God. Ik denk zo dat ik niet de enige ben die me een Middeleeuwse stad voorstelde toen ik dit boek las. Vandaar dat ik ook compleet verrast en geschokt was toen ze spraken over motoren en bezine.

Het kan zijn dat je hier niks van begrijpt. Het kan zijn dat dit allemaal als onzin klinkt, en zo zal het vast ook wel zijn. Maar zodra je het boek gelezen hebt, daalt hét tot je neer. Het? Dát.
Waarom? Daarom.

Waarom zoveel beeldspraak? Daarom. Goudgele bloemen van kristal? Bevroren vuur dus. Alleen duurde dat wel een lange tijd voordat ik dat doorhad. Bevroren vuur komt toch gewoon op hetzelfde neer? Alleen wekt het niet dezelfde gevoelens van indruk op. Bevroren aardbeien die als regen op de grond vallen als de Koning en zijn "Meisje-met-de-Rode-Haren" met elkaar zoenen, wat moet ik daar onder verstaan? Gaan ze zo hard tekeer dat hun bevroren lippen openbarsten en het rode levensvocht richting de grond valt, maar bevriest voordat het de grond raakt? Beeldspraak kan erg indrukwekkend zijn, en dat is het ook. Maar als het driehonderd bladzijdes non-stop doorgaat, dan kan het nog wel eens flink verwarrend zijn. Je moet er maar van houden.

Daar staat het boek ook vol mee. Het hele standpunt van waaruit je het verhaal te horen krijgt is erg apart, niet iets wat ik eerder heb meegemaakt. Het zijn niet de hoofdpersonen die je het verhaal vertellen, maar het is ook geen alwetende betweter die je alles voorkauwt. Het is net alsof de hoofdpersonages een deel van hun leven herleven, met als doel juist dát alles in schrift wordt vastgelegt. Door wat? Bijzaak. Elk hoofdstuk lees je over de ervaringen, gedachten, en gevoelens van het desbetreffende personage. Soort van een indirecte vertelling. De hoofdpersoon vertelt zijn verhaal tegen jou. Maar niet echt tegen 'jou', en niet echt door de 'hoofdpersoon'.

Een nogal verwarrend boek waar ik zeker even de tijd voor nodig had om het te begrijpen, om te te kunnen verplaatsen in de hoofdpersonages. Of dit goed gelukt is? Geen idee, misschien. Of dat gevoel van je een zijn met de personage na een tijd sterker wordt? Vast en zeker. Had ik maar meer tijd genomen om het boek te lezen, dan zal ik er hoogstwaarschijnlijk een betere ervaring aan hebben overgehouden. Niet dat er wat mis is met dat wát ik wel heb ervaren.

Een aanrader.

Recensie:
Schrijver: Verhelst, Peter
Titel: Tongkat, een verhalenbordeel
Jaar van uitgave: 1999
Bron: Trouw
Publicatiedatum: 19-06-1999
Recensent: Odile Jansen
Recensietitel: Kussen vallen als aardbeien uit de mond

"Iemand gaf me een fatale duw. Ik begon met een duizelingwekkende snelheid over een duizelingwekkende roetsjbaan te glijden." Beter dan met dit motto van Luis Bunuel, kan de sensatie niet uitgedrukt worden die 'Tongkat: Een verhalenbordeel' van Peter Verhelst teweegbrengt. Een overweldigende reeks kleurrijke poëtische beelden en de eindeloze herhaling van een verhaal in een verhaal, ontneemt haast alle adem. Wie 'tongkat' leest moet in elk geval voorbereid zijn op een duizelingwekkende val door zowel de geschiedenis als de literatuur. Moeiteloos worden prehistorie, Middeleeuwen en twintigste eeuw ineengeschoven tot een tijdloos geheel. Opgeheven zijn ook de grenzen tussen de wereldliteratuur in dit 'verhalenbordeel', waar de ene vertelling een liaison aangaat met de andere. Volop wordt er geciteerd, uit het werk van Johannes van het Kruis, Rimbaud en Gertrud Stein, de bijbel, de Griekse mythologie, sprookjes, legendes en de jongste geschiedenis. Verhelst jongleert behendig met deze elementen in de postmoderne vertelling die 'Tongkat' is. Binnen dit raamwerk van intertekstualiteit tuimelt de lezer ook van het ene verhaal naar het andere dat de personages vertellen over hun leven tijdens en na de apocalyptische koude die volgde op de moord op de 'jongen met het vuur achter zijn tanden'. Deze jongen is niemand anders dan de titanenzoon Prometheus die zich verzette tegen Zeus en de mensen het vuur bracht. Dit symbool van rebellie, vooruitgang en creativiteit, van Goethe tot Camus, geeft aan 'Tongkat' een mythische dimensie. Verval en vooruitgang, destructie en creativiteit, levensdrift en doodsdrift, die tegenpolen vormen de motor van een eeuwige cyclus, die zich in de constructie van 'Tongkat' weerspiegelt, waar het begin en het einde elkaar raken. Ook de monologen van de zes vertellers kennen deze concentrische cirkelvormige structuur. In deze verhalen worden langzaam de talloze mysteries in 'Tongkat' onthuld. Zodat we om met T.S. Eliot te spreken, aan het eind van de zoektocht aankomen bij het begin en voor het eerst de plaats te kennen. Die plaats is in Verhelsts roman een koninkrijk dat geregeerd wordt door een verknipte jonge vorst. Zijn paleis vormt het doelwit van een groep revolutionairen, 'de bewakers van het vuur'. Geïnfiltreerd in de belangrijkste machtsbases pleegt deze Baader Meinhoff-achtige guerrillabeweging aanslagen. Ulrike, een van hen, brengt Prometheus naar de stad. Verraadt zij hem aan de geheime dienst? In elk geval volgt op het uitdoven van Prometheus' leven een koude zonder weerga, die talloze slachtoffers eist. Het is met een beschrijving van deze koude dat Verhelst zijn eerste verteller 'Tongkat' laat openen. Zijn verhaal is het ooggetuigenverslag van een onwetende wees die in het paleis verzeild raakt, en daar vriendschap sluit met de kamerjongen van de koning. Hoe hij via hem contact maakt met de revolutionaire cellen en deel wordt van 'het virus', beschrijft Verhelst op een fascinerende manier. Ternauwernood ontsnapt deze Peter aan een dood als martelaar voor de revolutie. Uit zijn mond ervaren we van de zoektocht van de koning naar warmte en liefde, in de gedaante van een meisje met rode haren, Ulrike. Dit leidt tot een fantastische scène, waarin Verhelst de spreekwoordelijke overeenkomsten tussen vuur en liefde verbluffend fraai gestalte geeft. Hun kussen die als aardbeien uit de mond vallen, veroorzaken een hitte die het paar ten hemel opdoet stijgen. De koning verdwijnt, waama de revolutionairen het paleis bestormen. De dooi die vervolgens invalt als de revolutie haar eigen kinderen opeet, neemt de proporties aan van een tweede zondvloed. Peter weet zich te redden en overschouwt als een tweede Noach de transformatie die het land ondergaat. Alleen in zijn 'Hof van Eeden' zendt hij zijn op stofstroken vastgelegde herinneringen met zijn vogels uit naar de wereld. Tussen deze eerste monoloog en de laatste waarin op parallelle wijze Peters vriend, de kamerdienaar, verhaalt van zijn leven, vertelt Verhelst vijf andere wonderbaarlijke verhalen over leven en overleven, liefde en haat. Het zijn verhalen over Prometheus en zijn gecompliceerde verhouding met het meisje met de rode haren, Ulrike, die hem naar de stad lokt. Een nieuw perspectief daarop biedt de geschiedenis van Prometheus' moeder die haar zoon op afstand beschermt en leeft als koopster en verkoopster van dromen die versneden, gespoten en gesnoven kunnen worden. Ulrike's verhaal belicht weer een ander aspect van de werkelijkheid. Zij is de enige overlevende van een door Prometheus' vader uitgemoord dorp. Ulrike runt in de stad een 'verhalenbordeel', waar niet seks maar de uitwisseling van herinneringen en dromen genot verschaft. Dan is er nog het verhaal van de mysticus Juan, dat in het teken staat van het Niets en zijn vriendschap met een 'wolvenkind', de outcast van het paleis. Symbolisch in menig opzicht is ook het verhaal van de koning over zijn tomeloze drang naar vernietiging en zijn verlangen naar absolute liefde en anonimiteit. De afsluitende monoloog van het 'wolvenkind' waarin alle verhaalcirkels bijeenkomen, kan de mooiste genoemd worden van 'Tongkat'. Prachtig verbeeld is hier de liefde van de jongen voor Juan die hem kennis laat maken met de wereld van het Woord, in een bibliotheek vol pratende en rondfladderende boeken. Zijn verhaal is een aaneenschakeling van tragedies en wonderbaarlijke reddingen, beginnend met die door Juan en eindigend met de vondst van een beschreven stofstrook aan een vogelpoot. De laatste scène waarin deze jongen met de negen levens aanstalten maakt om van zijn boot vandaan te vliegen naar de verzender van zijn dromen, is zondermeer subliem. Het onophoudelijke gevecht dat in 'Tongkat' gevoerd wordt tussen vernietigen en scheppen, weet Verhelst eigenlijk het meest overtuigend gestalte te geven als het gaat om menselijke betrekkingen. Minder geslaagd is zijn roman als een allegorie over de opkomst en ondergang van Gezag. In vergelijking met de nuances die hij aanbrengt in de levensverhalen van zijn vertellers, valt het op door zijn eendimensionaliteit. Hoe nieuwe machthebbers zich schuldig maken aan oude fouten, is een al te bekend verhaal. Iets te flirterig gaat Verhelst ook om met de verwijzingen naar de geschiedenis van deze eeuw, vooral naar de Tweede Wereldoorlog en de momenten waarop revolutionaire bewegingen ontspoorden. Tegelijkertijd is het echter een van zijn grootste verhaalvondsten dat in 'Tongkat' de inzet van illusies als 'opium van het volk' een guerrilla-techniek blijkt, waarmee in elk machtstreven een destructief en manipulatief element wordt onderkend. Van grote waarde is 'Tongkat' vooral als een fascinerend lusthof van de letteren, waar in elk verhaal een ander verhaal verborgen gaat. Of zoals Verhelst zelf schrijft, variërend op Gertrud Steins bekende zin "A rose is a rose is a rose: "Een droom is een droom is een droom..."

Mening over recensie:
Dit klinkt denk ik wat verwaand van mij, maar ik moet zeggen dat deze recensent het verhaal goed heeft begrepen, dat hij het verhaal goed heeft doorgrond. De verschillende kenmerken van dit verhaal worden herkend, de verwijzingen naar het verleden, de verwijzingen naar het heden, en de verwijzingen naar andere literaire werken. Hoewel, verwijzingen, bij dat laatste voorbeeld lijkt het meer op een soort kopiëren, wat deze recensent volgens mij dus ook vindt. Er valt niet veel commentaar te geven, lijkt mij. De recensent heeft het geheel blijkbaar beter begrepen dan ik. Maarja, wijsheid komt met de jaren! Deze meneer vindt het laatste verhaal, "Tongkat", de beste. Ja, hij was zeker de beste. Maar niet omdat het verhaal dat verteld wordt beter is dan de verhalen die daarvoor aan bod kwamen, maar juist omdat alle verhalen samenkomen. Ik denk dat onze meningen dus nogal verschillen over welk hoofdstuk, en vooral waarom, het beste is.

Recensie 2:
Schrijver: Verhelst, Peter
Titel: Tongkat, een verhalenbordeel
Jaar van uitgave: 1999
Bron: Elsevier
Publicatiedatum: 05-06-1999
Recensent: Thomas van den Bergh
Recensietitel: Nieuwe ijstijd : Tongkat van Vlaming Peter Verhelst eerste fin-de-milleniumroman een grillige opeenvolging van koortsdromen en angstvisioenen

De algehele millenniumpaniek, die volgens de overlevering aan het eind van het eerste millennium ontstond, lijkt duizend jaar later te zijn gereduceerd tot een rekenkundig probleem voor computerprogrammeurs. Hendrik van Teylingen voorspelde drie jaar geleden nog wel 'De grote verschuiving van de aardas in 1998' met alle rampzalige gevolgen vandien (en overleed voordat hij zijn ongelijk bewezen kon zien), maar daar bleef het onvervalste ondergangsdenken hier vooralsnog steken. Is dat die verrekte Hollandse nuchterheid weer? In ieder geval komt een Vlaming de eer toe de eerste echte fin-de-millenniumroman te hebben geschreven. Peter Verhelst beschrijft in zijn vierde, en meest omvangrijke roman Tongkat Een verhalenbordeel hoe een nieuwe ijstijd dood en verderf zaait in een wereld die in veel opzichten lijkt op de onze, en toch ook weer niet. Dat klinkt duister, en dat is deze roman ook. Letterlijk, want in Verhelsts romanwerkelijkheid zijn de nachten roetzwart en de dagen dofgrijs. Maar ook figuurlijk, want Tongkat lijkt nog het meest op een opeenvolging van koortsdromen en angstvisioenen, vol pratende boeken, vliegende aardbeien, ratten die letters in dode lichamen schrijven en centauren: half mens half motorfiets. Het basisverhaal van deze roman is dan ook niet zo gemakkelijk na te vertellen. Sterk vereenvoudigd komt het erop neer dat in acht hoofdstukken vanuit zeven verschillende perspectieven wordt beschreven hoe de Titanenzoon Prometheus het vuur bij de mensen brengt, vervolgens gevangen wordt gezet en gedood, waarna de ijstijd aanbreekt en het volk in opstand komt tegen de koning. De sfeer die dit 'verhalenbordeel' oproept is sprookjesachtig, magisch-realistisch, bijbels, en de roman doet denken aan zowel science fiction als horror-stories. Peter Verhelst put niet alleen uit de klassieke mythologie, waarin Prometheus immers ook het vuur van de goden steelt waarna Zeus voor straf de doos van Pandora nastuurt. Met evenveel souplesse ontleent de schrijver beelden aan Marcel Duchamp, Picasso of George Orwells 1984, en zijn beschrijving van de Titanen lijkt zelfs gebaseerd op een nog eigentijdser icoon: de horrorheld Freddy Kruger, bekend uit de Nightmare on Elmstreet-films. Ook elders loopt de moderne geschiedenis dwars door de klassieke heen. De revolutionairen die tegen de koning rebelleren, dragen de namen van de leden van de Baader-Meinhof-groep. En als leider duikt opeens terrorist Carlos op. Dit spel met tijd en ruimte geeft de lezer een niet onaangenaam gevoel van desorintatie. Verhelsts stijl is eenduidiger. Zijn toon is die van een waarzegger, stellig en mysterieus tegelijk, maar in al zijn nadrukkelijkheid af en toe op het randje van pathetisch. 'Zwart en rood. De enige kleuren die ertoe doen,' stelt hij bijvoorbeeld apodictisch. Of: 'Het is mogelijk een lichaam op verschillende manieren opnieuw in elkaar te zetten. Als een droom in een droom in een droom'. Dat dit boek je desondanks niet loslaat, is vooral te danken aan het ritme van de woorden, zinnen en alinea's: kort volgend op lang volgend op kort, vol herhalingen en dwarsverwijzingen. Een roman als een raadselachtig bed. Het is met dit boek een beetje als met dat andere bordeel dat Verhelst beschrijft - een bordeel dat alleen bestaat 'als je er vurig in gelooft'. De lezer moet zich overgeven aan Verhelsts grillige fantasien, zich laten meeslepen in de kolkende beeldenstroom die hij creert - alleen dan komt dit 'verhalenbordeel' tot leven.

Mening over recensie:
Deze man spreekt de waarheid. Briljant. En nu ik dit lees zie ik dat de schrijver, Peter Verhelst, toch wel akelig veel geleend heeft. Ik wist dat die messen aan de linkerhand van Prometheus mij bekend voorkwamen! Freddy Kruger! De toon is op het randje van pathetisch? Ik begrijp dit niet helemaal. Is de toon waarmee alles verteld wordt pathetisch? Of is de schrijver pathetisch? Ik heb stukken gelezen waar ik wel een raar gevoel van kreeg, maar dat kwam eerder omdat ik het gevoel had dat ik op een bus in het midden van de Sahara zat. Een "niet onaangenaam gevoel van desoriëntatie” dus. En inderdaad, dit boek laat je niet los. Maar het zal je ooit nooit vastgrijpen als de manier waarop het geschreven is je niet aanspreekt. Mij sprak het dus wél aan, alleen was ik soms compleet de kluts kwijt door alle verwijzingen naar elders in het boek, en het gebrek aan namen bij de personages die ik volgde. Meestal kwam je die pas tegen als het hoofdstuk alweer bij zijn laatste paar bladzijdes was. Het is niet dat je wilt doorlezen omdat het zo goed is, je wilt doorlezen omdat het moet. Anders snap je er namelijk helemaal niks van!
En dat je je moet laten meeslepen in het verhaal om het tot leven te wekken? Ik weet niet of ik dit verhaal wel tot leven wil wekken. Drugs, terrorisme, prostitutie, pedofilie, wil ik dat wel? Ik dénk het toch echt niet. Een beetje meegesleept worden is niks mis mee, maar het moet niet teveel worden!

Samenvatting:
Er waren eens een koning en een koningin, die geen kinderen kregen. De koning, geobsedeerd door het verlangen stralend te worden, zonderde zich maandenlang af in een apart deel van het paleis. De koningin, die in al die tijd haar man niet had gezien, werd zwanger (van een zeer ascetische hofmonnik) en baarde een zoon. Deze jonge prins werd voorbereid op het koningschap en kreeg een zeer gedegen opvoeding.
Wanneer die zoon op jeugdige leeftijd tot koning gekroond wordt, weet niemand wat er met de oude koning gebeurd is. Dit wordt door het volk niet in dank afgenomen en enkele rebellen, waaronder veel zigeuners, proberen ondergronds(letterlijk en figuurlijk) een revolutie te ontketenen onder de bevolking. Ze worden hierbij geholpen door een plotseling bikkelharde winter – zo streng dat zelfs het vuur bevriest – die de mensen bij bosjes doet doodvriezen en zo de maatschappij ontwricht.
Op een dag verlaat de nieuwe koning, naarstig op zoek naar warmte, zijn paleis om het ‘meisje met de bloedrode haren’ te vinden. Want van haar werd gezegd dat kussen met haar je lijf in vuur en vlam zet. De koning vindt haar en verdwijnt met haar het land in.
Ondertussen mort het volk en komt het in opstand. Het paleis wordt belegerd, maar het stijve hofleven gaat gewoon door alsof er niets aan de hand is. De anarchie is algemeen. Mensen gaan hedonistisch op zoek naar plezier. Ze zoeken hun toevlucht in alcohol, aardbeikussen en dromen. Ja, er werd gedeald in dromen, aangezien seks door de kou niet meer mogelijk was.(Wrijf twee ijsblokjes tegen elkaar. Veroorzaken ze hitte?) Tongkatten heten ze, de meisjes die met hun tong je dromen stelen en je nieuwe dromen in de plaats geven.
De koning, die na zijn zwerftocht de hoofdstad weer heeft bereikt, mengt zich onder zijn eigen volk en sluit zich zelfs aan bij de opstandelingen.
Bij deze opstandelingen vinden we Prometheus, de mythologische titaan met het vuur achter zijn tanden, Ulrike, het meisje met de rode haren, Gudrun, een keukenhulp aan het hof, Peter, de jongen die zijn familie heeft verloren aan de kou en in dienst is genomen door het hof om het ijs op de wandtapijten weg te hakken en zijn vriend, de kamerjongen van de koning. Carlos was hun leider.
Bijna allemaal sterven ze als martelaars van de revolutie – de kamerjongen wel meerdere keren (hij had namelijk acht levens) – behalve Peter en de kamerjongen, die nog een leven overhield. Toch slagen ze in hun opzet: het paleis wordt geplunderd en de monarchie vernietigd.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Tongkat door Peter Verhelst"