Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Samenvatting van de inhoud



1 Een houten roos

Een inleidend hoofdstuk waarin naar aanleiding van een oude foto een aantal familieleden worden besproken. De zeer orthodoxe ouders van de ik-figuur komen oorspronkelijk uit Amsterdam Via Leiden komen ze later in Oestgeest. Waar ze een 'deftige delicatessen- handel' beginnen. Ook wordt verteld: hoe ze elkaar leerden kennen; hun liefdesleven en de bijbaantjes van vader in Leiden. De titel van het hoofdstuk slaat op het houtsnijwerk aan het hoofdeinde van het ouderlijk ledikant. Dit valt Jan Wolkers op als hij met de hele familie beschuit eet op het ouderlijk bed.



2 Terug naar Oestgeest



De ik-figuur verteller passeert een kerkje waar zijn broer begraven ligt. Deze gebeurtenis roept veel herinneringen op. Tussen de broers bestond een haat-liefdeverhouding: aan de ene kant bewonderde de verteller zijn oudste broer zeer, maar ze hadden ook vaak ruzie. Bij een van die ruzies heeft de verteller alle foto's van zijn broer verbrand. Het bezorgt hem nu soms nog nachtmerries.

Het doel van de reis naar Oestgeest is een bezoek aan zijn ouders. Het is heel stil geworden thuis. Door zijn vader wordt hij ouderwetse wijze gekapitteld omdat hij een soepzooitje van zijn leven maakt.



3 Voor koffie en thee

Het hoofdstuk speelt zich af rondom de geboorte van de auteur, op de 35ste verjaardag van zijn vader.

Eerst kreeg de ik-figuur Spruw waarvoor zijn handen in washandjes werden vastgebonden. Dit heeft hem voor zijn leven onhandig gemaakt met gereedschap. Dan krijgt hij bronchitis waarvoor een stoomketel (kroepketel) verlichting moest brengen. Onder de druk van het hete stoom was een stukje soldeerlood losgesprongen en tegen zijn slaap terecht gekomen dit bezorgt hem een lidteken (Kaïnsteken). Door de pijn moet hij volgens hem verscherpt hebben gezien. Een angstige ervaring uit zijn jeugd is als hij ziet hoe de dokter zijn moeder toucheert. Dit leidt volgens hem tot dwanghandelingen, zoals het martelen en doden van insecten. Dit geeft hem een gevoel van bevrijding en van macht over leven en dood.



4 Terug naar Oestgeest



de ik-figuur keert terug naar de winkel daar ontdenkt hij dat het nu een kantoor van de middenstandsbank geworden is. Ook gaat hij op bezoek bij de buurvrouw die zijn ouders prijst als een prachtig stel en die de ondergang van de winkel wijt aan het snel groeiende kindertal. Via haar tuin loopt hij nog even rond in zijn vroegere tuin die hij nu beleefd als onwaarschijnlijk klein. Er komen herinneringen op aan het hakblok-met-de-bijl waarop de konijnen het leven lieten en het grote beschuitblik waarin hij zijn terrarium inrichtte. .



5 De betekenis der cijfers

Deze reeks jeugdherinneringen is verbonden aan de lagere school. De titel van het hoofdstuk verwijst naar zijn rapporten. In de eerste klas had hij juffrouw Vink als onderwijzeres waar hij veel bewondering voor had en verliefd op was. Bij haar deed hij goed zijn best en haalde goede cijfers. In de tweede klas had hij juffrouw Hakkenberg die de tegenpool was van juffrouw Vink. Volgens hem kwam zij uit een van de twee gestichten die aan weerszijden van de school lagen. Met slechte cijfers stapt hij drie maanden voor het eind van het schooljaar over naar een nieuwe gereformeerde school.



6 Terug naar Oestgeest

Net als vroeger loopt hij van zijn huis naar zijn lagere school. Toevallig ziet hij zijn vader, ze praten nog even. Hij vertelt hem dat zijn buurvrouw (mevrouw Teeng) is gestorven. Zij heeft volgens hem er voor gezorgd dat hij bang is voor zijn eigen schaduw omdat zij steeds ineens opdook uit de volledig verwaarloosde tuin van haar voor hem.



7 Springbok en Perlimoen

Hij haalt alle onvoldoendes op en gaat over naar de derde klas. Hij herinnert zich hoe hij altijd naar school liep langs een muur met grote reclame letters voor Kaapse Wijnen: Springbok en Perlimoen. De meeste onderwijzers kan hij niet meer voor de geest halen. Wel de hoofdonderwijzer die als bijnaam de Papagaai had. Hij herinnert zich een gruwel opstel dat hij zelf verzonnen had. Hij kreeg het terug met de woorden: "Ik heb zitten rillen op mijn stoel. Een 9."

Het laatste jaar op de lagere school is een woelig jaar: hevige verliefdheid, seksuele spelletjes, gevechten met de katholieke school, een optocht voor het 40 jarig regeringsjubileum van de koningin. Tijdens die optocht was de ik-figuur politieagent en moest voor aan de stoet lopen. Tijdens de optocht begon hij ineens met zijn dolk te zwaaien. Boos nam "de Papagaai" zijn dolk in. Als de Papagaai de dolk terugbreng zegt hij : "Zolang als jij de gehoorzaamheid niet kan opbrengen om je aan een verbod te houden, zal je nooit een behoorlijke steunpilaar van de maatschappij worden."

Het begin van de puberteit is voor de ik-figuur een belangrijke fase in zijn leven geweest. Dit merk je aan dat het heel beeldend en uitvoerig beschreven is. Dit hoofdstuk is t.o.v. alle andere hoofdstukken lang.



8 Terug naar Oestgeest

Als de ik-figuur naar de langer school terugkeert ziet hij dat Springbok en Perlimoen verdwenen zijn , net als zoveel van vroeger. Er komen herinneringen boven aan winterse zondagmiddagen, wanneer vader de toverlantaarn tevoorschijn haalde en plaatjes projecteerde. Ook bezoekt hij een museum van oudheden waar hij vroeger vaak kwam om te tekenen. Vooral het verhaal over zijn oma, die in volstrekte eenzaamheid was gestorven en pas na maanden door zijn vader en een oom gevonden werd is hem bijgebleven.



9 The splendid therties

Een spottende typering van de crisisjaren tussen 1930 en 1940. De achteruitgang van je winkel dwingt de ouders om kamers te verhuren. Ondertussen breidt het gezin zich steeds verder uit en de armoede wordt steeds nijpender. Op advies van 'de papagaai' gaat de ik-figuur niet naar de HBS maar naar de Mulo in Leiden. Zijn kerstrapport is zo slecht dat zijn vader het meteen van school neemt om in de winkel te helpen. Al spoedig wordt de winkel gesloten. Dankzij de mobilisatie (1939) krijgt de vader een baan als beheerder van een militaire kantine. In de winkelruimte wordt voor Wolkers een nieuw slaapkamertje getimmerd dat hij een 'angstig verblijf vindt'.



10 Terug naar Oestgeest

Eerst bladert de ik-figuur in een kranten archief om te kijken of hij niets vergeten is. Eerst bekijkt hij de kranten van kerstmis 1939 en vervolgens uit 1925 de dag van zijn geboorte 'weer: zwaarbewolkt, regenbuien, krachtige stormachtige wind'. 'Precies zoals ik verwacht had.' In Oestgeest ziet hij zijn ouders naar de kerk gaan maar praat niet met ze. Alles in Oestgeest wekt herinneringen op aan vroeger. Bepaalde dorpsfiguren en het heilig avondmaal waar hij zoete Spaanse wijn had gekocht waar iedereen flinke teugen van nam. Als winkeljongen was Jan niet geslaagd hij gaf arme mensen wel een wat gratis.

Dit achtte zijn vader als een onjuiste neiging om Christus na te volgen.



11 Euthernasie en vivisectie

Als de ik-figuur 14 jaar is, krijgt hij zijn eerste baantje als dierenverzorger bij het Academisch ziekenhuis. Begaan met het lot van de proefdieren besluit hij hun in een eerder stadium af te maken. Met de komst van nog een jongen loopt dit totaal uit de hand en leid het tot massale martel - en moordpraktijken.

Dan breekt de oorlog uit (mei 1940). Hij is doodsbang dat zijn broer zal sneuvelen, maar die komt heelheids de oorlogsjaren door. Wanneer de ik-figuur zijn werk hervat wordt hij zonder opgaaf van redenen ontslagen. Zijn laatste weekloon herinnert hem aan het bloedgeld van Judas. 'Want daar heb ik mijn geloof in goed verloren.'



12 Terug naar Oestgeest

Bij terugkeer naar het laboratorium vergelijkt de ik-figuur het laboratorium met concentratiekampen. Het laboratorium ziet er na twintig jaar net zo proper uit als de concentratiekampen nu. Walgelijke beelden van de geslachte konijnen voor de feestmaaltijden van vroeger spoken door zijn hoofd. Hij doorleeft opnieuw de kinderangst om eens zelf geslacht te zullen worden door zijn vader. Die zou immers vast net zo gehoorzaam zijn als Abraham, toen hij zijn zoon Izaäk moest offeren.



13 Schildersverdriet of hoe-langer-hoe-liever

In deze periode van zijn leven begint hij zich te interesseren voor beeldende kunst. De eerste tekenlessen krijgt hij van zijn vader. Na zijn baantje als dierenverzorger wordt hij tuinjongen op het landgoed van de multimiljonair Houtheer. In plaats van te werken zit hij vaak te tekenen en onder schafttijd bestudeert hij Franse en Engelse leerboeken van zijn zuster. Na een jaar stapt hij over naar tuinman Broodster die hem het dubbele werkloon bied. Nu kan hij avond teken- en typles nemen. Op de typcursus ontmoet hij een roodharig meisje. Hij wordt smoorverliefd op haar, maar zijn stuntelig gedoe leid nergens toe. Dan gaat hij werken op een lijstenmakerij. Dat biedt hem de gelegenheid om tubes verf te stelen. Samen met een andere knecht pest hij de doofstomme neef van de baas. Hij wordt op staande voet ontslagen. Bij derde baantje als jongste bediende op het distributiekantoor heeft Wolkers alle tijd om te tekenen hij daar begint hij ook zijn eerste griezel verhalen te schrijven. Vaak brengt hij bezoeken aan zijn buurman die communistisch is. Deze bezoeken leiden tot allerlei discussies. de ik-figuur maakt hierdoor ook kennis met de gedichten van Gorter.



14 Terug naar Oestgeest

de ik-figuur bezoekt het landgoed van Houtheer waar nu een belastingskantoor is gevestigd. De tuin en het huis zijn vreselijk verwaarloosd. Hij ontmoet nog een oude tuinknecht , die twintig jaar geleden ook al werkte, en hoort dat Houtheer vijf jaar geleden gestorven is. Het hele hoofdstuk staat voor verval en vergankelijkheid.



15 Ezau's handen

In dit hoofdstuk staat het sterven van zijn broer centraal. de ik-figuur ziet zijn broer als een Ezau (ruw maar oprecht) en zichzelf als een Jacob (die met zijn moeder samenspant. Toen hij zijn moeders voeten ging masseren en zijn vader kwam binnen werd hij weggestuurd en zijn moeder ging snel wat anders doen. Hij voelde zich toen net als Jacob. Allerlei herinneringen aan hem komen boven: gesprekken avond op bed en hun strooptochten. Ook de spookachtige verschijning van een reusachtige paling komt naar boven dat hij als een voorteken zijn broers dood ziet ten gevolge van difterie.



16 Terug naar Oestgeest

Ook in dit hoofdstuk overheersen de gedachten aan de gestorven broer. Die gedachten komen naar boven omdat nu ook het ouderlijk huis ten gronde gaat. Nog eenmaal kan hij daar rondlopen als het hijs gesloopt wordt. Weemoed op zijn vader vervult hem. "Ik zag dat mijn vader met geloof aan godsvertrouwen begonnen was, maar berooid en met lege handen geëindigd.' Maar vooral voelt hij het gemis van zijn broer. Het laatste dat hij van hem bezat , een regenjas gemaakt van een parachute, is verloren gegaan toen Wolkers een jonge reiger erin wilde wikkelen. De vogel pikte de jas aan flarden en wiekte omhoog. Met dit beeld van bevrijding eindigt de roman.



Thematiek



· Ondergang à De ondergang van de winkel

·

Verval à De sloop van het huis. Verval van de tuin van Houtheer. Neergang van de familie.

·

Dood à De dood van zijn broer.

·

Met het thema dood en ondergang is het thema schuld en angst nauw verbonden. Wolkers legt bij sterfgevallen oorzakelijke verbanden à De dood van zijn broer is veroorzaakt doordat hij alle foto's heeft verbrand. De dood van een medeleerling die aan hersenvliesontsteking is overleden kwam doordat hij kort van tevoren hem hard op het hoofd geslagen heeft.

·

Doodsangst / levensdrift à wreedheid tegen dieren / grote natuurliefde, schuldige verslagenheid / opstandigheid, eenzaamheid / verlangen naar gemeenschap



Het boek komt mij over alsof Jan Wolkers het verleden nog eenmaal voor zich oproept om het daarna definitief af te sluiten of van het verleden afstand te nemen.



Structuur en techniek

In de oneven hoofdstukken beschrijft Jan Wolkers een directie observatie van zijn Jeugd (flashback in gedachten). In de even hoofdstukken keert Jan Wolkers terug naar zijn geboorteplaats waar hij terugkomt op deze directe observatie.

In deze opzet van spreekt mij erg aan, maar is niet helemaal goed uitgewerkt. Alle hoofdstukken Terug naar Oestgeest starten in het heden maar worden toch grotendeels gevuld met jeugdherinneringen die opgeroepen worden door dat wat Wolkers aan het doen is. Hierdoor vervaagt het contrast van de twee soorten hoofdstukken. Dit is vooral goed te zien bij de laatste hoofdstukken waarbij het contrast geheel vervaagt. Alleen hoofdstuk 14 speld zich geheel in het heden af.



Een ander structuurkenmerk van 'Terug naar Oestgeest" is de concentrische opbouw. Het einde is in het begin al gegeven. Het einde verwijst dus terug naar het begin. In het eerste hoofdstuk werd al aan gegeven dat de "deftige delicatessen handel" in verval raakte.



Taal en stijl

De stijl is zeer ingehouden, veel korte directe zinnen. Wolkers wil hiermee zijn afkeer van mooischrijverij en literatuur daarmee onderstrepen. Deze ingehouden stijl combineert Wolkers met scherpe observaties, levensechte dialogen, (galgen) humor en grote contrasten.



In het boek komen veel stukken voor die een grote symboolwaarde hebben. Zoals het vervallen landgoed van Houtgraaf en het bevrijden van een jonge reiger. Het weerbericht op zijn geboortedag. De monsterachtige paling. Dit ziet hij allemaal als voortekenen wat komen gaat.



Figuren

Hoofdfiguur: ik-figuur, Jan



Bijfiguren: zijn ouders

zijn grootouders

zijn broer, Frans à De ik-figuur kijkt tegen zijn broer op omdat hij in opstand durft te komen tegen het vaderlijk gezag

zijn zus

andere leeftijdsgenoten



Het boek

Eerste druk was in 1965 het is een psychologische roman met veel autobiografische elementen het boek is echter niet een nauwkeurige beschrijving van Jan Wolkers zijn jeugd. Het is geschreven als een roman. De ik-figuur en Jan Wolkers mogen dus niet met elkaar verward mogen! In het boek zelf word hier in enkele dialogen ook naar verwezen:



"Het is toch maar een boek zij ik. Dat heeft toch niets met u te maken. Er gebeuren toch allemaal dingen in die hier nooit gebeurd zijn, zei mijn moeder. Die mensen uit die boeken zijn wij toch niet. Ik herken er anders verrassend veel van je moeder en mij in, zij hij verwijtend tegen mij. We hebben jullie altijd naar ons beste weten opgevoed en jullie ontzag en eerbied trachten bij te brengen voor de Allerhoogste."

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

goed

18 jaar geleden