Primaire gegevens
Auteur: Rosita Steenbeek
Titel: Schimmenrijk
Datering: 1999
Aantal bladzijdes: 247
Leestijd: 6 uur
Uitgelezen op: zondag 4 januari 2004
Puntenaantal: 6
Verwachting vooraf
Ik denk dat het boek gaat over de onderwereld en de reis daar naar toe. Ik vermoed dat het verhaal heel mysterieus en geheimzinnig zal zijn. Dat het over de Etrusken gaat weet ik al (van de toelichting in de les), maar ik denk dat het vooral gaat over de visie van de Etrusken op de dood. Het boek lijkt me wel wat, omdat je van boeken die over de dood of de onderwereld gaan veel kan leren. Je krijgt er meer mensenkennis van en vaak wordt je duidelijk gemaakt dat niets in het even vanzelfsprekend is.
Eerste reactie achteraf
Ik vond het boek heel erg mooi. De schrijfster vertelt op een hele mooie manier hoe Lisa de dood steeds weer tegenkomt en deze op den duur leert te accepteren. Het taalgebruik is niet erg moeilijk en goed te volgen. Soms gebruikt ze ineens een Italiaans woord om iets (bijvoorbeeld een emotie) extra te versterken. Dat maakt het taalgebruik heel bijzonder. In tegenstelling tot veel boeken, vond ik de afloop van dit boek niet voorspelbaar. Lisa’s vriend was al dood en aan het einde van het boek gaat haar beste vriendin ook nog eens dood.


Ik vond op den duur de beschrijving van alle tombes wel erg saai worden. Ze waren wel verschillend en allemaal met een eigen betekenis, maar het ging mij een beetje vervelen.

De auteur en zijn wereldbeeld
In het Kritisch Literatuurlexicon stond niets over Rosita Steenbeek. Ik heb op Literom een aantal recensies en uitwerkingen van interviews gevonden. Deze zal ik helemaal achterin bij mijn analyse voegen. Hieronder staat alvast een korte samenvatting van het leven van Rosita Steenbeek.
Rosita Steenbeek is in 1959 geboren in Utrecht. Zij groeide op in Amersfoort. Toen zij dertien was, kreeg ze een hersenbloeding, wat haar kijk op het leven diepgaand beïnvloedde. Hierover zei ze later in een interview “Je weet op die leeftijd heus wel dat de dood bestaat, maar dan is het opeens heel erg concreet”. Toen zij vervolgens ook nog eens epilepsie kreeg, was er definitief het besef dat niets in het leven vanzelfsprekend is. Nadat zij achtereenvolgens theologie, klassieke talen en Nederlandse taal- en letterkunde had gestudeerd, vertrok zij in 1985 naar Italië. Ze ging er op zoek naar toneel- en filmrollen en vertaalde werk van Italiaanse auteurs, onder wie Alberto Moravia en Susanna Tamaro. In 1994 debuteerde zij met de roman De laatste vrouw.
Personen
De hoofdpersoon is Lisa. De gebeurtenissen beschrijven een deel uit haar leven. Je kan uit de tekst duidelijk haar emoties en gedachten halen. Het hele verhaal draait om haar.
Haar tegenspelers zijn: Lorenzo, Heleen, Angela en Antero. Lorenzo gaat aan het begin van het verhaal dood. Het verhaal draait erom dat Lisa zijn dood niet goed kan verwerken en wil uitzoeken wat er nu precies is gebeurd. Heleen is als beste vriendin van Lisa vaak aanwezig in het verhaal. Ze zet Lisa keer op keer aan door te gaan met haar zoektocht naar wat er met Lorenzo is gebeurd. Ze krijgt een ziekte en sterft. In het slot van het boek wordt er sterk naar dat punt toegewerkt. Angela en Antero helpen Lisa bij haar zoektocht naar wat er met Lorenzo is gebeurt en de verwerking van zijn dood. Zij zorgen dus eigenlijk voor het oplossen van het centrale probleem in het boek.

Samenvatting
Lisa leert Lorenzo kennen op een feest van Lisa’s beste vriendin Heleen. Samen met Heleen woont ze in de hoofdstad van Italië, Rome. Lorenzo en Lisa leren elkaar steeds beter kennen en er ontstaat een hechte relatie. Lisa is beeldhouwster, Lorenzo een archeoloog die zich vooral interesseert in de Etrusken. Lorenzo gaat helemaal op in zijn vak en wil Lisa allemaal tombes en andere Etruskische vondsten laten zien in zijn geboorteplaats, Sovana, en in het dorpje Tarquinia. Lisa gaat, als ze Lorenzo al een tijdje kent, naar Nederland voor een expositie van haar werk. Als dit erop zit, zou ze met Lorenzo samen een reis maken door verschillende Etruskische steden en veel tombes bezoeken. Tijdens de opening van de expositie wordt er gebeld met de boodschap dat Lorenzo’s lichaam is gevonden aan de voet van een Etruskische tempel. Het lijkt er duidelijk op dat Lorenzo zelfmoord heeft gepleegd.


Na de dood van Lorenzo gaat het steeds slechter met Lisa. Ze moet steeds aan hem denken en heeft geen inspiratie meer om te werken. Op een gegeven moment neemt Lisa een besluit; ze gaat de reis die ze eigenlijk met Lorenzo zou gaan maken in haar eentje maken, opzoek naar sporen van Lorenzo. Zo kan ze Lorenzo’s dood misschien beter verwerken en misschien kan ze op deze manier ook wel wat meer te weten komen over Lorenzo’s dood. Ze gelooft namelijk niet dat Lorenzo zelfmoord heeft gepleegd. De Lorenzo die zij kende was juist altijd erg gelukkig geweest en het was niets voor hem om zelfmoord te plegen. Ze is erg bang dat ze iets verkeerd heeft gedaan.
Het Italiaanse dorpje Tarquinia staat bekend om zijn enorme hoeveelheid Etruskische geschiedenis. Het was de hoofdstad van het Etruskische Rijk geweest. Ze zou hier ook heen zijn gegaan met Lorenzo, vandaar dat ze hier haar reis begint. Ze gaat daar op zoek naar een man die Lorenzo altijd ‘de Tovenaar’ noemde. Lorenzo vertelde vaak over de tijd dat hij met hem optrok. In het dorpje Tarquinia leert ze Angela kennen. Lisa vertelt haar waarom ze hier is en Angela breng haar dan naar Antero. Antero is een tombaroli (grafrover) en staat beter bekend als ‘de Tovenaar’. Hij kende Lorenzo en neemt Lisa mee naar verschillende Etruskische graftombes. Angela gaat mee met Antero en Lisa op zoek naar nog niet ontdekte graftombes. Ze moeten zich regelmatig schuilhouden voor de politie. Lisa leert het werk van een tombaroli kennen en met zijn drieën vinden ze een nieuwe tombe.
Nadat ze met Antero en Angela veel Etruskische tombes heeft gezien, gaat Lisa verder met haar reis. Ze gaat samen met Angela naar het dorpje Sovana. Dit was de geboorteplaats van Lorenzo (hij ligt hier ook begraven). Lorenzo vertelde altijd dat het hier vol zit met tombes. In dit dorpje ontmoet Lisa de ouders van Lorenzo. Ze zijn ook erg verdrietig om de dood van Lorenzo, maar ze kunnen er niet veel over vertellen.
Lisa krijgt van hen wel het telefoonnummer van een goede vriend van Lorenzo; Dionigi. Hij heeft Lorenzo vlak voor zijn dood gezien. Lisa spreekt met hem af en ook hij gelooft niet dat Lorenzo zelfmoord heeft gepleegd. Hij denkt dat het misschien wel om een moord kan gaan. Samen met Dionigi bezoekt ze verschillende holle wegen (via caves). Lorenzo had haar nooit vertelt over de wegen. Dionigi vertelde dat het processiewegen zouden kunnen zijn. Ze zouden daar dan vroeger met de overledene doorheen naar de necropolissen zijn gegaan. In het voorjaar werd er het feest van het licht gevierd. Lisa is erg geobsedeerd door de wegen.
Tijdens haar reis heeft Lisa vaak contact met haar beste vriendin, Heleen. Ze zijn erg goed bevriend en Heleen heeft Lisa veel geholpen na de dood van Lorenzo. Terwijl Lisa haar reis maakt, gaat het steeds slechter met Heleen. Ze moet naar het ziekenhuis en daar blijkt dat ze longkanker heeft. Heleen heeft een erge vorm van kanker die niet meer te genezen is. Ze heeft nog maar een paar maanden te leven. Daarom besluit Lisa om terug te gaan naar Rome om daar de laatste maanden van Heleen’s leven met z’n tweeën door te brengen. Ze gaat in Rome ook een paar keer op stap met tiberoli (schatgravers in de Tiber).
Voordat ze naar Heleen gaat, maakt ze nog één keer een nachtelijk avontuur samen met Antero en Angela. Op den duur blijkt dat Antero haar naar de plek brengt waar Lorenzo’s lichaam was gevonden. Hier vertelt Antero haar dat hij erbij was toen Lorenzo stierf. Ze waren samen op zoek geweest naar een verborgen tombe. Tijdens het graven ging er iets mis, waardoor een deel van de wand van de gegraven gang instortte. Lorenzo was daar toen dit gebeurde. Hij was waarschijnlijk op slag dood. Lorenzo’s dood was dus geen moord geweest. Geen zelfmoord en niet vermoord, maar gewoon een ongeluk.
Lisa is erg geschokt na dit verhaal. Maar het is tegelijk ook een hele opluchting. Nu ze weet wat er met hem gebeurd is, kan ze beter de aankomende dood van Heleen onder ogen komen. De laatste maanden van Heleens leven heeft Lisa voor haar gezorgd. Zo heeft ze goed afscheid kunnen nemen. Van Heleen, maar ook van Lorenzo.
De alinea-indeling van de samenvatting heb ik bewust zo gekozen. Het eerste stuk gaat voornamelijk over Lorenzo en zijn dood. In de tweede alinea besluit blijkt dat ze het erg moeilijk heeft met het overlijden van Lorenzo en ze gaat de reis maken. De derde alinea gaat over het verblijf van Lisa in Tarquinia en de vierde alinea over haar verblijf in Sovana. De vijfde alinea gaat over Heleen en haar lijden. De zesde alinea gaat over ‘de oplossing van het raadsel van het boek.’ Eindelijk krijgt ze te horen wat er met Lorenzo is gebeurd. De laatste alinea is een samenvatting van het slot van het boek. Dit was de afsluiting van het boek. Ik wilde dat ook erg graag gebruiken als afsluiting van de samanvatting.
Opvallende passages
Als Lisa in Sovana is, wil ze daar graag de Pitigliano bezoeken. Lorenzo had hier de laatste tijd voor zijn dood doorgebracht. In het plaatselijke café krijgt ze een lift aangeboden van een man met een harde stem en weinig nuances. Als ze zijn aangekomen, wil Lisa graag alleen verder. Ze wil zelf de ruimte ontdekken waar Lorenzo zijn laatste levensdagen had doorgebracht. De man dringt er echter erg op aan om even mee te gaan. Ze wil dit niet, maar hij dringt zich op. Hij pakt haar hand vast en wijst haar een stuk de weg. Ze voelt zich totaal niet op haar gemak. Op den duur gaat hij weg en kan ze alleen verder.
Ik vind deze passage in het verhaal erg vreemd. Iemand die zich heel erg opdringt aan Lisa komt in het hele verhaal verder niet voor. Het past ook totaal niet in het verhaal. Ik snap eigenlijk niet zo goed wat de schrijver hiermee bedoeld.

Lisa moet op den duur voor een expositie naar Nederland. Vlak voor de presentie wordt ze gebeld. Lisa denk eerst dat het Lorenzo is. Ze springt op en laat de klei vallen. Ze rent naar de telefoon. Dan hoort ze dat het Heleen is. Lisa reageert opgewekt en vraagt Heleen hoe het gaat. Heleen vertelt dan heel ernstig dat ze Lorenzo hebben gevonden in Tarquinia. Dood. Lisa zakt neer op het krukje.
In deze passage wordt het centrale probleem van het verhaal verteld. Het boek draait erom dat Lisa’s vriend plotseling dood is, maar ze weet niet hoe en waarom. Ze kan zich niet meer concentreren op haar werk en besluit op zoek te gaan naar de sporen van Lorenzo. Ik denk dat dit één van de belangrijkste passages uit het boek is.
Personen
Lisa. Lisa komt van Elizabeth, wat God heeft gezworen betekend. Ik kan hier verder niet zo veel mee. Over Lisa’s uiterlijk wordt in het boek gezegd, dat ze lange haren heeft. Lorenzo zei vaak tegen haar dat ze mooie ogen had, maar dat is slechts de mening van een persoon. Lisa is de hoofdpersoon in het verhaal. Gedurende het hele verhaal is ze aanwezig bij de gebeurtenissen. Haar emoties en gedachten komen duidelijk naar voren. Lisa is degene die moet leren doorleven na het overlijden van een dierbare. Dit is het centrale thema waar heel het boek om draait. Lisa is iemand die het er erg moeilijk mee heeft om te gaan met haar emoties. Alles gaat goed in haar werk, tot Lorenzo komt te overlijden. Dit is heel normaal, maar na een jaar heeft ze nog niet de draad van het normale leven opgepakt. Ook is ze erg behulpzaam en meelevend. Als Heleen te horen krijgt dat ze ongeneeslijk ziek is, is Lisa heel meelevend. Zo snel als het mogelijk is, vertrekt ze naar Heleen. Ze doet daar echt alles om de laatste weken van Heleen zo aangenaam mogelijk te maken. Lisa heeft veel doorzettingsvermogen, omdat ze blijft zoeken naar sporen van Lorenzo. Lisa heeft een conflict met haarzelf. Het is een gewetensconflict. Ze is bang dat ze iets verkeerd heeft gedaan tegenover Lorenzo en dat hij daarom zelfmoord heeft gepleegd. Ze blijft steeds metde gedachte lopen dat ze nooit naar Nederland had moeten gaan, maar bij Lorenzo had moet blijven.
Lorenzo Durante. Lorenzo komt van Lorenz en dat komt weer van Laurentius. Dat betekend de gelauwerde. Met deze betekenis kan ik wederom niet zo veel. Lorenzo had donkere, sprekende ogen. Hij had lange slanke vingers en zijn handen bewogen heel sierlijk. Hij was de vriend van Lisa. De grote vraag in het boek is: hoe en waarom is Lorenzo dood. Bij de gebeurtenissen is hij niet zelf aanwezig. Alleen bij de flashbacks als Lisa over hem verteld. Doordat zijn dood de centrale vraag vormt waarmee de andere personen steeds bezig zijn, hoort hij wel bij de belangrijke personen. In het boek wordt Lorenzo beschreven als een humoristisch, poëtisch en charismatische man. Lisa kon erg met hem lachen en hij schreef regelmatig gedichten voor Lisa.
Heleen. Heleen komt van Helena, wat stralende betekend. Heleen heeft in het boek een heel vrolijk karakter.Heleen heeft stralende ogen in de kleur van vergeet-mij-nietjes. Ze heeft een wit, driehoekig gezicht met volle, vaak knalrood geverfde lippen en een grote neus. Verder heeft ze lang blond haar. Heleen is de beste vriendin van Lisa en daardoor vaak aanwezig in het verhaal. Ze zet Lisa keer op keer aan door te gaan met haar zoektocht naar sporen van Lorenzo. Ze krijgt een ziekte en sterft. In het slot van het boek wordt er sterk naar dat punt toegewerkt. Ze is erg sympathiek en heeft een opgewekte persoonlijkheid. Ze heeft vaak stralende ogen en helpt Lisa heel erg. Ook wil ze alles uit haar leven zien te halen. Aan het einde is ze door de ziekte erg vaak moe. Ze wil echter geen medicijnen gebruiken, want ze vindt dat als haar tijd is gekomen, dat nu eenmaal zo is en ze dat moet accepteren. Een beetje eigenwijs is ze dus ook wel.
Angela. Angela komt van Ange en dat betekend engel. Angela helpt Lisa op haar reis naar sporen van Lorenzo. Ze heeft een beetje de taak van een helpende engel. Over haar uiterlijk wordt niet veel gezegd. Alles wat in het boek wordt gezegd, is dat ze lange donkere haren heeft en donkere ogen. Lisa komt haar tegen in Tarquinia en Angela helpt haar de rest van het verhaal met veel dingen. Angela is dus heel lief en behulpzaam voor Lisa.
Tijd(1)
Het verhaal begint ongeveer een jaar na de dood van Lorenzo. Lisa kan zijn dood niet verwerken en gaat daarom een reis maken. In het verhaal wordt deze reis heel nauwkeurig besproken. Ik denk dat de vertelde tijd ongeveer een paar maanden is. Lisa denkt vaak aan dingen die eerder zijn gebeurd. Ook de andere personen halen regelmatig herinneringen op. Soms duurt het maar één regeltje, maar een andere keer wel een paar bladzijdes. De gebeurtenissen staan dus niet in chronologische volgorde, hoewel het “hoofdverhaal” wel chronologisch wordt verteld.
Tijd(2)
Ik denk dat de tijd bij de holle wegen symbolisch bedoeld wordt. De tijd dat Lisa door de holle weg loopt waar Lorenzo gestorven is, symboliseert het leven. Het is een lange weg richting het eind. Hoe lang de weg duurt, hangt af van je snelheid. Ze wordt steeds opgehouden door muren. Ik denk dat dit de barrières in je leven zijn. Het kost tijd, maar je moet ze overwinnen. Bij een van de muren is Lorenzo overleden. Dit was een grote barrière in haar leven. Terwijl ze door de weg loopt staat ze daar dan ook lang stil.
Ik denk dat de zonsopgang ook een diepere betekenis heeft in het verhaal. Aan het einde van het boek, na de dood ven Heleen, wordt het dag. Het licht komt boven uit de duisternis. Vanaf dat moment gaat zo proberen weer verder te leven.
’s Nachts gaat Lisa meerdere keren met de tombaroli op stap. Ze treden dan binnen in ondergrondse tombes. De tombes hebben veel te maken met de dood. Volgens mij verwijst het vallen van de nacht dan ook naar de dood.
Ruimte (1)
De gebeurtenissen spelen zich voor een groot deel af op Necropolissen. Lisa bezoekt daar de tombes of ze gaat met tombaroli opzoek naar de tombes. De tempel waar ze Lorenzo hebben speelt ook een belangrijke rol. De via caves (holle wegen) zijn erg belangrijk voor het verloop van het verhaal. Tarquinia en Sovana zelf zijn ook erg belangrijk. Voor de afloop van het verhaal zijn het ziekenhuis en het huis van Heleen belangrijk.
Ruimte (2)
De tombes en de holle wegen zijn symbolisch. Lisa stapt daar de Oudheid binnen en krijgt het gevoel dat de eeuwigheid door haar heen trekt. Ik denk dat deze ruimtes symbool staan voor het schimmenrijk. Het zijn wegen naar het onderaardse schimmenrijk; de dood. Als er een tombe/holle weg plotseling instort, staat dat symbool voor een plotselinge dood. Als je de weg rustig af kan lopen, kun je naar de dood toeleven.
De plaatsen Tarquinia en Sovana zijn erg functioneel. Tarquinia was de hoofdstad van het Etruskische Rijk. Er zijn daar veel tombes. In Sovana is er een heel mooi archeologisch gebied het holle wegen en oude begraafplaatsen.
Het ziekenhuis waarin Heleen aan het einde ligt en haar huis waar ze haar laatste dagen doorbrengt, komen qua betekenis overeen met de holle wegen. Heleen weet wat er met haar aan de hand is en dat het op den duur is afgelopen (bij de holle wegen is dit de uitgang) . Ze kan er rustig naar toeleven. Deze ruimtes zijn dus ook erg symbolisch.
Motieven
Necropolissen. Gedurende het hele boek komt Lisa vaak in tombes en holle wegen die naar necropolissen leiden. Samen met Antero en Angela gaat ze zelfs een paar keer ’s nachts naar necropolissen om er te graven naar tombes.
De geschiedenis van de Etrusken. In de tombes zijn veel schilderingen en voorwerpen van de Etrusken aanwezig. Ze vertellen veel over de geschiedenis van de Etrusken. De verschillende tombaroli en tiberoli die Lisa ontmoet, vertellen haar veen verhalen over de Etrusken. Zo leert ze veel over de geschiedenis van dit volk.
Schuld. Lisa heeft een schuldgevoel, omdat ze naar Nederland is gegaan voor de expositie. Ze maakt zichzelf wijs dat als ze dat niet had gedaan, Lorenzo nu misschien nog had geleefd. Ook heeft ze een schuldgevoel, omdat ze niet aanwezig was bij de begrafenis van Lorenzo.
Verdriet. Lisa heeft veel verdriet om de dood van Lorenzo. Zo erg zelfs dat ze soms zelf niet meer wil leven. Als blijkt dat Heleen ongeneeslijk ziek is en doodgaat, wordt ze nog voller van verdriet.
Angst. Lisa is door de dood van Lorenzo niet meer bang voor de dood, maar ze is eigenlijk meer bang voor het leven dat ze zonder hem moet doorstaan. Als Heleen ziek blijkt te zijn is ze bang dat ze ook haar zal verliezen.
Doorzettingsvermogen. Lisa heeft het ontzettend moeilijk met de dood van Lorenzo. Toch gaat ze door met leven en ontdekt sporen van Lorenzo. Zo verwerkt ze zijn dood en ze gaat zich beter voelen. Als Heleen overlijdt moet ze ook doorleven. Dit is een zware taak, maar ze wil toch haar leven weer oppakken.
Dood. De dood is het duidelijkste abstracte motief in het hele boek. Het komt bijna op elke bladzijde wel terug in iets. De dood van Lorenzo en Heleen zijn de meest concrete voorbeelden, maar ook de necropolissen staan symbool voor de dood.
Thema
Het thema van het boek is: Je moet verder leven als de mensen van wie je oud doodgaan.
Spanning
Helemaal in het begin van het boek staat het raadsel van de dood rondom Lorenzo. Er wordt steeds informatie achter gehouden. Pas aan het einde van boek kom je erachter wat er met Lorenzo is gebeurd. Op deze manier wordt je lange tijd in spanning gehouden.
Iedere keer als Lisa een tombe of holle weg betreedt, is er weer sprake van een soort spanning. Omdat de ruimtes symbool staan voor de dood en de weg erheen, wil je graag weten wat er in de tombes en holle wegen allemaal is. In iedere tombe en holle weg is er wel iets speciaals. Het is spannend wat je er tegen zult komen.
In de loop van het verhaal gaat het steeds slechter met Heleen. Ze wordt zieker en zieker. Er worden veel onderzoeken gedaan, maar het wordt pas na lange tijd bekend wat ze daadwerkelijk heeft. Je weet niet wat ze heeft en of ze het zal overleven. Ook hier wordt je dus langere tijd in spanning gehouden.
Er zijn in het verhaal niet veel spannende gebeurtenissen. Het zijn meer de “langere spanningen” die het boek toch spannend maken.
Titelverklaring en motto
In Schimmenrijk zoekt de hoofdpersoon, Lisa, naar de ontsluiering van de plotselinge en mysterieuze dood van haar grote liefde. Ze volgt haat intuïtie en keert zich af van het dagelijks leven om terug te gaan naar de wereld waarmee Lorenzo zich het meest verwant voelde: het schimmenrijk van de Etrusken en hun doden, zoals dat door de
eeuwen heen in de vele tombes rond de voormalige Etruskische hoofdstad Tarquinia bewaard bleef.
In het verhaal daalt Lisa regelmatig af in een Etruskische tombe. Daar lagen de levenloze lijven van de overleden Etrusken ‘opgeslagen’. In elke tombe was op een muur een deur geschilderd naar de onderwereld. De tombes ingaan is dus eigenlijk een weg naar het onderaardse schimmenrijk.
De titel heeft ook een wat meer symbolische betekenis. Als Lisa hoort dat Heleen ongeneeslijk ziek is en nog maar een paar maanden te leven heeft, krijgt Lisa het idee dat de dood haar achtervolgd. De dood neemt al haar geliefden van haar af. Ze krijgt het gevoel dat haar wereld langzaam verandert in een schimmenrijk.
Het motto is volgens Gustave Flaubert: Sluit u in gedachten aan bij uw broeders van drieduizend jaar geleden; beleef al hun kwellingen en dromen opnieuw en u zult merken dat zowel uw hart als uw verstand zich zal verruimen; een diepe mateloze sympathie zal alle spoken en alle wezens als een mantel omhullen.
Uw broeders van drieduizend jaar geleden slaat op de Etrusken. Hun kwellingen en dromen slaat op hun ideeën over de dood. De tombaroli, Angela en Lisa zijn diegenen die hun kwellingen en dromen opnieuw beleven waardoor hun verstand wordt verruimd. Verder is voor de verklaring van dit motto de letterlijke betekenis van het woord sympathie van belang. Letterlijk betekent sympathie namelijk samen lijden. Tot slot is dan nog het laatste woord van het motto, omhullen, van belang. Dit slaat op de manier waarop moeder aarde de tombes omhult. Op die manier verwijst het naar de moedergodinreligie die in het boek meerdere malen (indirect) naar voren komt.
Relatie tussen de tekst en de auteur
Er zijn in dit boek veel verbanden te vinden tussen de tekst en Rosita Steenbeek. De meest opvallende gelijkenis zit in het thema van het boek. Rosita Steenbeek heeft de afgelopen paar jaren nogal wat dierbaren verloren. De centrale vraag waar het in dit boek over gaat, is ook de vraag die haar de laatste tijd heeft beziggehouden: Hoe leef je verder als de mensen van wie je houdt, doodgaan? Lisa verliest in het boek eerst haar geliefde Lorenzo en later haar beste vriendin Heleen.
In het boek komt heel duidelijk naar voren dat leven niet iets vanzelfsprekends is. Rosita Steenbeek heeft op haar dertiende een hersenbloeding gehad en op het randje van de dood gelegen. Ze heeft toen het besef gekregen dat het ieder moment afgelopen kan zijn. In het boek schrijft ze: ‘Het leven is niet gewoon. Het is volstrekt óngewoon.’ Dat geldt voor iedereen, maar Rosita Steenbeek is zich er meer van bewust door haar confrontatie met de dood. Ze vindt dat het leven geleefd moet worden. Dit blijkt duidelijk uit het boek.
Rosita Steenbeek wilde na haar doctoraal het grote leven in. Ze wilde even een tijdje weg zijn uit Nederland. Eerst is ze Rome gaan verkennen om daar toneel- en filmrollen te vinden. In het boek gaat Lisa ook naar Rome, maar wel samen met Heleen. Ze hoopt er inspiratie te vinden. Ze wil er dus net als Rosita Steenbeek even op uit en hoopt er iets te vinden. Allebei besluiten ze er langere tijd te blijven.
In Rome ontmoette Rosita Steenbeek een regisseur, Fellini. Ze werden erg goede vrienden. Ze omschrijft Fellini als grappig, geestig, poëtisch en voor bijna iedereen die hem heeft meegemaakt een charismatische man. Hij kroop onder je huid. Hij ging heel diep op iemands wezen in als hij echt in je geïnteresseerd was. Lisa ontmoet in Rome een jonge archeoloog. Zijn karaktereigenschappen komen sterk overeen met die van Fellini.
Op een dag hoorde Rosita Steenbeek over het bestaan van tombaroli. Via bevriendde journalisten kwam ze achter het adres van één van hen. Ze heeft meerdere keren met hem gesproken en is met hem en andere tombaroli op stap gegaan. Vooral in Traquinia. Ze moesten goed oppassen voor patrouillerende agenten. Ze kreeg in de tombes het gevoel dat de eeuwigheid even door je heen trekt. Ze is vak naar de necropolis van Tarquinia teruggekeerd. Lisa kwam op den duur Angela tegen, die haar bij Angelo, een tombaroli, bracht. Samen zijn ze verschillende keren op stap gegaan en ze moesten goed uitkijken voor patrouillerende agenten. Dit vond plaats in Tarquinia. Ook Lisa kreeg het gevoel dat de eeuwigheid in de tombes door haar heen trok.
Tijdens één van haar tochten stuitte ze op een via cave (holle weg). Dit maakte een grote indruk op haar en ze geloofde dat het een soort processiewegen waren. Ze heeft er in de loop van de tijd steeds meer van ontdekt. Lisa wordt op en duur meegenomen naar een holle weg. Deze maakt een grote indruk op haar. In de loop van het verhaal stuit ze steeds vaker op een via cave. Ze gelooft niet dat het verbindingswegen waren, maar dat het processiewegen waren.
Via de tombaroli komt Rosita Steenbeek in contact met tiberoli. Dat zijn mensen die dagelijks naar de Tiber trekken om daar in de modder van het rivierwater te gaan wroeten spullen uit de Oudheid. Voor haar staat dit symbool voor het zoeken van de mens, van het nieuwsgierig blijven. Lisa vraagt zich af: waarom zou ik doorleven als iedereen om me heen maar doodgaat? Geïnspireerd geraakt door al die andere mensen die dóór blijven zoeken, wordt ze nieuwsgierig en gaat zelf op zoek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

thema is etrusken en liefde (staat in een opplak blaadje in mijn kopie van het boek.)

10 jaar geleden

R.

R.

Bij het thema staat er een spellingsfout: mensen van wie je houd, ipv oud:)

8 jaar geleden

L.

L.

houdt*

7 jaar geleden