ADVERTENTIE
Red het frikandelbroodje Wist je dat heel veel van jouw lievelingsproducten zomaar kunnen verdwijnen als de bij zou uitsterven? Denk bijvoorbeeld aan je glaasje melk in de ochtend, maar ook je frikandelbroodje in de pauze en je banaan bij het leren. Hoe komt dit en belangrijker, hoe voorkomen we dit? Dat weten ze bij de opleiding Diermanagement. Meer weten over deze en andere studies van Van Hall Larenstein?

Check alle video's!
Phileine zegt sorry, door Ronald Giphart eerste druk:1996

A: Signalement
Ik heb de vijfde druk gelezen. Op de voorkant staat een (naakte?) vrouw afgebeeld. Als je goed kijkt, zie je dat ze een pleister op haar mond geplakt heeft. Op deze pleister is een kus gegeven, er zit lippenstift op. De naaktheid zou kunnen slaan op Phileine’s gedrag; zij geeft zich altijd helemaal bloot, zo lijkt het althans. De pleister symboliseert haar grofheid. Phileine heeft altijd commentaar op anderen en kan nooit haar mond dicht houden. De kus staat voor alle mensen die om haar geven (Max en Gulpje), maar die ook vinden dat ze te grof in de mond is en altijd bij voorbaat al een mening heeft klaarstaan.
De roman telt 214 blz. Wat bijzonder is, is dat het motto geen citaat is maar een spotprent van de tekenaar Gummbah. De roman is opgedragen tegen G. (Ik vermoed dat dit Giphart zelf is)

C: Analyse en interpretatie

1: Titel, ondertitel en motto
"Phileine zegt sorry" komt eigenlijk pas terug in het einde van het verhaal. Dan voelt zij zich schuldig voor alles wat ze Max en al zijn vrienden heeft aangedaan en biedt zij publiekelijk haar excuses aan. In feite is dit Giphart die zijn lezers zijn verontschuldigingen aanbiedt voor al zijn grofheden.
Het motto is een spotprent van Gummbah, getiteld "Meisje met een ondraaglijk hoog IQ". Op de achtergrond zie je twee mensen die "een permanente ‘sla mij’ uitdrukking" hebben. Hun gesprek: "wil je nog koffie?" "Ja, graag". Op de voorgrond zit een meisje aan een bureau met haat handen in het haar. Ze roept, duidelijk gefrustreerd, "OH God! … wat zijn ze dom!!!!" dit laatste is Phileine’s mening over iedereen, behalve zichzelf.
Deze roman bevat geen ondertitel.

2: Genre

Deze roman behoort volgens mij tot de maatschappijkritische/ psychologische romans. Wat Giphart er eigenlijk mee wil zeggen is, denk ik, dat iedereen eerst naar zichzelf moet kijken voor hij over anderen kan oordelen. Om deze reden is het tegelijkertijd ook een roman vol zelfkritiek. Giphart zegt: "Ik weet wel dat ik vreselijk grof kan zijn, sorry daarvoor, maar kijk ook eens naar jezelf"




3: Thema, motief, idee en wereldbeeld

A: Thema
Het thema is, geloof ik, de realiteit en de zoektocht naar jezelf. Blijf reëel, vooral als je in de spiegel kijkt. Phileine weet dat ze is zoals ze is: "Ben ik vervelend? Ik vind: daar hoeven mensen me niet over aan mijn kop te zeuren, dat weet ik zelf ook wel" (blz. 98) Ook Gulpje weet hoe zij is. Als zij een dure kledingwinkel uitkomt en een zwerver haar om geld vraagt, zegt ze: "Nee, tenzij ik je via een creditcard kan betalen". De zwerver scheld haar vervolgens uit voor "Bitch" en zij denkt "Zo is het!" (blz. 138). Het verschil tussen Gulpje en Phileine is echter, dat Phileine geen grenzen erkent. Ze kent ze wel maar ze overschrijdt ze, omdat ze dat leuk vindt. Gulpje kan "dichtritsen" wanneer dat nodig is.
Wanneer Phileine haar verontschuldigingen aanbiedt, zegt ze dan ook: "Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik niet aardig ben" (blz. 212) en "Kunnen we dan echt niet meer oprecht zijn en moeten we ons altijd verschuilen achter cynisme, ironie, satire, sarcasme?" (blz. 213) Ben wie je bent, maar ben dan ook bereid je fouten toe te geven. "Wat ik eigenlijk wil zeggen… (…) Sorry, Max. Sorry, mensen. (…) sorry dat ik besta." (blz. 214)

B: Motieven
Het opvallendste motief is seks. Seks met Max, seks in het toneelstuk waar Max in speelt, seks met L.T. (uit wraak), kortom, seks is de leidraad van het verhaal. Seksscènes worden dan ook zeer plastisch verteld en Giphart schuwt de schuttingwoorden niet. "(…) dat u niet minstens zo heeft genoten van de pik die uw in brand staande mevrouwenkut kwam blussen, (…) dat u niet minstens heeft gefantaseerd over onderwerping, verkrachting, groepen grootgeschapen havenarbeiders, vrouwen, macht, onmacht, de mogelijkheid om als hoer de baan op te gaan, (…) en dingen deed die u misschien niet gedaan zou hebben als u niet zo verdoofd van geilheid was geweest (…)" (blz. 80)
Een ander motief is wraak. Phileine neemt wraak wanneer zij zich onjuist behandeld voelt. Na de eerste opvoering van het toneelstuk waar Max in speelt, heeft zij een "Verschil van inzicht" met hem, verkoopt ze hem een dreun en gaat vervolgens met het vriendje van Max’ tegenspeelster naar bed. "Vlak bij mijn oor hoor ik: ‘Ik likte haar hals, ik streelde haar been.’ ‘En toen?’ ‘Toen deed ik dit…’ (…) Dan zeg ik: ‘En toen?’ ‘Toen hielp ik haar met dit’(…) Pas een half uur later of nog langer ben ik de eerste die weer wat zegt. Rustig maar duidelijk vraag ik: ‘En toen?’ L.T. strekte zich uit." (blz. 127)
Wanneer Phileine voor de tweede maal de show ziet, blijkt deze nog verder te gaan dan de eerste. Ze neemt wraak door het toneelstuk te onderbreken en daarna door erover te praten bij David Letterman, een presentator van een veel bekeken praatprogramma. " ‘Ja zo is het wel genoeg!’ (…) Iedereen in Joseph Papp Public kijkt in de richting van waar dat gebrul kwam. Max & Joanne stoppen geschrokken met hun spel. Wild snuivend ga ik staan. ‘Zo is het echt genoeg, drietrapsdebiel! Jij dacht zeker dat je alles kan maken!’ schreeuw ik tegen Max. ‘Ja, hallo hier sta ik, ik ben het.’ Met toegeknepen ogen staart Max in de zaal. ‘It’s me Romeo, your girlfriend!’ (blz. 157 en 157)
" ‘Jij komt uit Holland, uit Amsterdam toch?’ vraagt Dave. ‘Yep!’ roep ik enthousiast. (…) ‘Bedoel je dat jouw jongensvriend daadwerkelijk op het toneel de liefde wilde bedrijven met zijn tegenspeelster, de vriendin van de huidige ontbijtweerman van CBS?’ vraagt Dave, voor de duidelijkheid. Ook Salmon ( ik mag Salmon zeggen van Salmon) kijkt bezorgd. ‘Yes, he was about to fuck her,’ zeg ik, nog duidelijker. (blz. 176)
Natuurlijk is de liefde ook een motief in deze roman van Giphart. Het vraagstuk "Wat is liefde?" komt uitgebreid aan de orde. " ‘Vraag,’ zeg ik, ‘ik heb een vraag. Hou je niet juist écht van elkaar als je je relatie weet uit te tillen boven het niveau van de eigendomsseks? Die heeft namelijk zoiets kinderachtigs. In de trant van ‘Jij moet mij uitnodigen op jouw feestje, want anders nodig ik jou niet uit op het mijne.’ Ofwel: ‘Jij mag niet aan het geslachtsdeel van een ander komen, want anders hou ik niet meer van jou.’ (blz. 102 en 103)

C: idee en wereldbeeld
De idee van Giphart is dat je moet weten wie je bent en dat je ook daadwerkelijk jezelf moet zijn. Hij vindt dat er teveel mensen zich verschuilen achter maskers, dat ze toneel spelen. "It’s better to be hated for what you are, than to be loved for what you’re not" (blz. 99)

4: Symbolen, beelden en verhaallagen

Giphart gebruikt veel beschrijvende beelden om personages te karakteriseren. Zo beschrijft hij drie heren, die Phileine en Gulpje in een restaurant tegenkomen als "kwak, kwak en kwak" (blz. 110) of "stropdassen op oorlogspad" (blz. 110). De "lelijkste kwak" van dit gezelschap noemt hij een "oorgeelartiest" (blz. 110). Een ander voorbeeld is een kamergenoot van Max die door Giphart als "Jules het Levende Brilmontuur" (blz. 31) of "de aan elkaar gelaste fietsenwielen" (blz. 21) wordt omschreven.
Dan is er het fallus-symbool, regelmatig wordt het mannelijk geslachtsdeel uitvoerig beschreven. Normaliter staat dit voor vruchtbaarheid, viriliteit of mannelijkheid, maar in dit geval denk ik dat het gezien kan worden als een symbool voor de ultieme kwetsbaarheid. Wanneer Max poedelnaakt met erectie op het podium staat, weet hij niet zoveel terug te zeggen tegen Phileine en is hij aan zijn lot overgelaten. De reis naar Manhattan kan worden gezien als de zoektocht naar zichzelf.
Phileine worstelt met zichzelf, met haar liefdesleven en met haar eenzaamheid. De reis naar de ommekeer is de laag onder het verhaaltje.

5: Structuur
De roman begint met een terugblik naar het moment waarop Max Phileine vertelt dat hij naar New York vertrekt, een jaar geleden. Vervolgens maakt Giphart een sprong terug in de tijd, want Phileine vertelt dan dat het haar gisterenavond allemaal even teveel werd en dat ze nu in een vliegtuig al anderhalf uur boven New York vliegt. "(…) het enige vrolijke toontje van mijn levensorgeltje ligt ver ver weg in Amerika te feesten, te zuipen en vreemde vrouwen te bevredigen. Er moest wat gebeuren! Dit kon ik niet langer over me heen laten gaan! (…) stond ik vanmorgen rustig op en boekte ik vrij casual een ticket naar New York voor een trip van een week"(blz. 10 en 11). Het nu is dus eigenlijk een jaar nadat het verhaal zich afspeelt, hoewel het verhaal zelf in de tegenwoordige tijd wordt verteld. Het verloop van het verhaal is in chronologische volgorde, met zo nu en dan een terugblik, een herinnering aan vroeger, waardoor Phileine meer karakter krijgt. "Ze koos voor haar verkering en verder niets. Dat begrijp ik niet. Vroeger bijvoorbeeld, ook wanneer we vriendjes hadden, aten Kim, Lala en ik bijna altijd samen. Mijn vriendinnen waren haar vriendinnen en de binnenstad was één bruisende feestzaal. De laatste tijd komt het nauwelijks nog voor dat Lala en ik zelfs nog maar zin hebben om Kim te vragen met ons mee te gaan, want ze heeft toch nooit tijd of fut."(blz. 70)
De roman begint met een proloog, getiteld "Geluk is een geladen revolver", die wordt onderverdeeld in 9 korte hoofdstukjes allemaal getiteld, maar niet genummerd.
Het eerste deel heet "EERSTE DAG" met als ondertitel "Maak me af". Ook dit deel is onderverdeeld in korte hoofdstukjes, 5 getitelde delen.
"TWEEDE DAG" heeft als ondertitel "Schaduw in het donker" en bestaat uit 14 hoofdstukken, eveneens getiteld.
"DERDE DAG" heet "Ich bin ein New Yorker" en heeft 4 hoofdstukken, allemaal getiteld.
"VIERDE DAG", "De richting van mijn zeil", bestaat uit 8 getitelde hoofdstukken.
"VIJFDE DAG" heet "De plezierhemel" en bevat 4 hoofdstukken. Ook hier heeft ieder hoofdstuk zij eigen titel.
Tenslotte "ZESDE DAG", met als ondertitel "Tot de dikke dame begint te zingen", heeft ook 4 hoofdstukken en ook deze hoofdstukken zijn getiteld. Dit deel eindigt met de mededeling "AFTITELING".
Opvallend is dat verschillende titels van hoofdstukken meerdere malen voorkomen. Zo komt de titel "De zin van het sterven" zowel in het vierde als in het zesde deel voor. Ook "De weg van het lachen" komt twee keer voor, in deel 4 en deel 5, maar in deel vier heet het hoofdstuk "De weg van het lachen (loopt dood)".
De samenhang in deze roman bestaat voornamelijk uit het feit dat Phileine in ieder deel, in ieder hoofdstuk voorkomt. Haar karakter is de spil van het verhaal. Dit kan ook haast niet anders, want zij is de verteller.
Omdat het allemaal om Phileine draait, is er dus eigenlijk maar één verhaallijn. Wel zou je kunnen zeggen dat er twee problemen zijn, Max zijn overspel op het toneel en Phileine haar oneindige grofheid.
Doordat Phileine niet meteen weet hoever Max eigenlijk gaat op het toneel, is er een climaxmoment als zij samen met T.J. en Gulpje voor de tweede keer naar de voorstelling gaat kijken. Een tweede climaxmoment is er wanneer Phileine zich realiseert dat ze eigenlijk niet zo grof wil zij als ze meestal is en haar verontschuldigingen aanbiedt.
Het verhaal begint met een aankondiging van het verhaal, ab ovo dus. Het eindigt redelijk gesloten, Phileine biedt haar verontschuldigingen aan voor haar gedrag, voor wie zij is, waarmee alle problemen zijn afgesloten. Niet helemaal duidelijk is of het nog goed komt tussen haar en Max, maar dat is ook niet echt van belang voor het verhaal.

6. Personages

Phileine:
Round character.
Phileine is, zoals zij zelf vindt, "degene die bot, lomp, stug en onaardig mag doen" (blz. 20) en dat doet ze dan ook. Max noemt haar: "brains beauty beast best" (blz. 25) en ook dat karakteriseert haar goed. Ze is inderdaad slim, mooi, en beestachtig goed. Phileine manifesteert zich al binnen enkele bladzijden als een irritant zelfingenomen, tweeëntwintig-jarige, cynische, eersteklas bitch met gortdroge en scherpe, meestal kwetsende humor. Aan het eind van het boek komt de ommekeer: Phileine verontschuldigt zichzelf voor haar gedrag. "’Ik bied mijn verontschuldigingen aan. Ik zeg sorry. Sorry, Max. Sorry, mensen,’ fluister ik en iets harder - misschien iets te hard - voeg ik er aan toe: ’Sorry dat ik besta.’" (blz. 214)

Max:
Flat character.
Max is Phileines vriend, hij is de reden dat zij naar Manhattan vertrekt. Max is een toneelspeler, op zoek naar zijn grote doorbraak. Hij is eigenlijk de tegenpool van Phileine, kalm, rustig en zachtaardig. De indruk wordt gewekt dat hij zijn carrière belangrijker vindt dan zijn vriendin. "Als ik eindelijk wakker ben, zie ik een afscheidsbriefje van Max op de stoel naast zijn bed. Hij schrijft dat hij al vroeg is weggegaan om toneel te spelen, dat ik voorzichtig moet zijn vandaag en dat we vanavond samen in een restaurant kunnen eten. Eigenlijk staat er: ‘even snel kunnen eten’, dat staat er. Nee, Max is echt blij om mij te zien, dat heb ik duidelijk door." (blz. 34)

Jules:
Flat character.
Jules is een afzichtelijk vrouwenwezen, dat vreselijk kan zaniken. Zij wordt uitgebreid beschreven: "Helaas: voor ik dit kan doen gaat de achterste deur open en een vrouwelijk type brilmontuur1977 komt me wild knikkend tegemoet. ‘Hai! So you must be Philaine!’ roept het mollige propje dat achter de bril schuilgaat uitgelaten als ze zeker aan vijf sloten heeft gemorreld.’ (blz. 18). Uiteindelijk, tijdens een gesprek over sexual harassment bij mannen, blijkt Jules een man te zijn:
"(…) en het feit dat je in deze samenleving nog veel meer onder druk staat dan als vrouw, vanwege het verschrikkelijke fenomeen sexual harrassment.
Dat laatste ontgaat me eerlijk gezegd.
‘Als man?’ zeg ik halflachend.
Alle drie kijken ze mij nu niet begrijpend aan.
‘Ja, als man…’ antwoordt Jules, terwijl ze vragend haar schouders ophaalt.
Ik laat het een kort moment op me inwerken.
‘Maar daar hoef jij je toch geen zorgen over te maken, jij bent toch geen man? ’roep ik verbaasd. ‘Jij… eh?’
Er valt weer een stilte.
Jules is toch geen man?
Ik zeg: ‘Hé? Wat?’
Jules schudt haar brilleglazen en zit zich duidelijk op te winden. Wat heb ik verkeerd gezegd, wat heb ik gvrdmm nu weer gedaan? Gulpje smoort haar lach in haar hand en zegt: ‘Teer punt.’ (blz. 118)

Gulpje:
flat character.
Phileine beschrijft Gulpje als volgt: "Op de bank in het midden van de kamer zit een meisje televisie te kijken. Ze stelt zich voor als Gulpje Degompelaere. Ik vraag of ik het goed gehoord heb. Ja, ze heet Gulpje Degompelaere, ze is Vlaams, haar vader laat haar hier aan een of ander sophisticated instituut een zo hoog aangeschreven economische studie volgen dat ze later kan trouwen en nooit meer hoeft te werken. Aldus Gulpje." (blz. 21) Ook zij is een bitch, maar Gulpje laat het minder merken. Toch weet ook zij dit van zichzelf: "’Ik ben een slecht mens, ik ben het niet waard een levend wezen te worden genoemd, ik ben scum, ik ben the pits!’ (…)Gulpje komt enthousiast naast me zitten en vertelt dat ze zich vanmiddag echt onuitstaanbaar heeft gedragen."(blz. 138)

L.T.:
Flat character.
L.T. is het vriendje van Joanne, Max’ tegenspeelster. Phileine vrijt een keer met L.T. omdat ze troost nodig heeft en uit wraak.

Joanne:
Flat character.
Max’ tegenspeelster. Hij bedrijft de liefde met haar op het podium. "Op het podiumpje zien we hoe Max’ hand toneelspeelt tussen de benen van L.T.’s vriendin. Dan toneelspeelt zij Max’ voorhuid opnieuw heen en weer."

Leonard:
Flat character.
AIDS-patiënt en de vriend van Jules. "Hij is bleker dan m’n oma in haar kist, zijn ogen drijven in hun kassen en zijn wangen diep ingevallen. Ik heb zin om dit resusaapje een beetje te knuffelen." (blz. 135)

Fabian:
Flat character.
"Fabian is van het type dat vroeger nog wel eens een shawl droeg, maar tegenwoordig zijn onderkin om zijn nek kan binden." (blz. 12)
Met hem heeft Phileine een principeafspraak: als de omstandigheden veranderen gaan ze met elkaar naar bed.
Hij is een beetje een vaderfiguur voor haar.

Lena:
Flat character.
Vrouw van Fabian. "Lena heeft zo’n permanente ‘sla mij’-uitdrukking." (blz. 12)


7 Tijd
Dit verhaal speelt zich af eind jaren negentig. Het verhaal wordt niet continu verteld, we beginnen een jaar later, het is één grote terugblik. Verder zitten er nog meer tijdsprongen in. De roman beslaat 214 pagina’s.
De verteller laat het gebeurde heel scènisch zien, dit was ook zijn bedoeling. Het hele boek moet voorkomen als een film, in het midden zit reclame en aan het eind is er een aftiteling.
Zoals ik al zei, is de roman een terugblik; in het begin wordt vermeldt dat het zich allemaal een jaar geleden afspeelde. Echter, zodra het verhaal begint, wordt er alleen nog in de tegenwoordige tijd geschreven, m.u.v. van de terugblikken in het verhaal natuurlijk. Hierdoor is er zowel een belevende als een vertellende verteller.
De roman beslaat dus eigenlijk een jaar, Het verhaal dat verteld wordt duurt 6 dagen.

8 Perspectief
Er is een ik-verteller in de persoon van Phileine. Door een personale vertelsituatie, versterkt doordat er een ik-persoon is, heeft als effect dat je volledig inzicht hebt in wat Phileine voelt en denkt. je leeft met haar mee, waardoor je natuurlijk ook maar één kant van het verhaal hoort, hoewel Phileine’s karakter je wel de indruk geeft dat ze hier eerlijk over is.

9 Ruimte of decor
De belangrijkste geografische ruimte is Manhattan.
De kamer van Max is een belangenruimte, daar verblijft Phileine tijdens haar bezoek. Belangrijker is echter het theater, waar Max optreedt. Daar beginnen de ruzies tussen Max en Phileine steeds. Ook mag het AIDS-gala niet vergeten worden, waar Phileine, op het podium, haar excuses aanbiedt aan iedereen die zij gekwetst heeft.



10 Taalgebruik en stijl
Giphart is weer ongekend grof in zijn bewoordingen en schuttingtaal schuwt hij niet. "Max’ lul wordt schoksgewijs harder" (blz. 84) Hij laat Phileine er geen doekjes om winden en verzint de meest originele scheldwoorden en beschrijvingen. "Nee, jij trekt volle zalen, humorloze zak vla. Teer gerust weg in het overbodige non-leven dat je leidt." (blz. 18)


D: Eigen Leeservaring

Geen humorloze zak vla
Phileine zegt sorry. Giphart zegt sorry. Dat had, naar mijn mening, niet gehoeven. Phileine is een vrouw, wonderbaarlijk en verrassend goed neergezet, een vrouw die tot leven komt, iedere keer dat je haar leest.
Dit komt voornamelijk door de manier waarop ze praat, waarop Giphart haar laat praten. Eerlijk en oprecht, recht voor z’n raap, niet bang voor de gevoelens van anderen. Ze trekt zich geen sodemieter aan van wat anderen van haar vinden en verandert ook pas dán, wanneer zij vindt dat dat moet.
Waardoor deze roman me gelijk al boeide, was de humor. Meteen al in het begin zat ik al met een glimlach op mijn gezicht te lezen. Er zijn weinig schrijvers in de Nederlandse literaire wereld die trachten grappig te zijn en zo mogelijk nog minder die het daadwerkelijk zijn. Grunberg lukt dat wel, maar op een totaal andere manier als Giphart. Terwijl Grunberg het heeft van de absurde gebeurtenissen en personages (Broccoli in Figuranten bijvoorbeeld) heeft Giphart het meer van de manier waarop hij de dingen beschrijft. Grunbergs humor is meer die van de glimlach, Giphart weet een schaterlach aan mij te ontlokken.
Ook dat Giphart niet bij een gebeurtenis of onderwerp blijft hangen, draagt bij aan de leesbaarheid en de kwaliteit van deze roman. Kort maar krachtig maakt hij duidelijk wat hij bedoelt en gaat verder. Hierdoor ontstaat er geen enkel saai moment, wat overigens nog niet per definitie wil zeggen dat het boeiend is. Vergelijk het met een programma, een willekeurig programma van Rolf Wouters. Alles flitst aan je voorbij, je kunt niet zeggen dat het saai is, maar het heeft geen niveau. Ik weet dat velen het hier niet met mij eens zijn, maar Giphart heeft wèl niveau. Giphart heeft geen oppervlakkig humoristisch romannetje geschreven over een onuitstaanbaar zelfingenomen trutje, als hij alleen maar grappen had willen maken. Hij heeft wel degelijk iets te melden. Natuurlijk wil hij shockeren, daar is hij Giphart voor, maar buiten dat zegt hij mij: "Ben wie je bent, ben zoals je je goed voelt." Dat doet hij ook. De wereld van recensenten overlaadt hem met negatieve kritiek, hij is te grof, hij heeft geen stijl etcetera. Toch doet hij wat denkt dat goed is, op zijn manier. Nee, hij is geen Mulisch, hij is niet conventioneel, maar moet dat dan? Is het niet tijd dat de Nederlandse literatuur wat minder zwaar op de hand wordt, zonder overigens zijn waarde te verliezen?

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.