Pareloester door Joke Verweerd

Beoordeling 2.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 2362 woorden
  • 27 februari 2015
  • 40 keer beoordeeld
  • Cijfer 2.6
  • 40 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
2008
Pagina's
360
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Pareloester
Shadow
Pareloester door Joke Verweerd
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Samenvatting:



Anne van Slinken, neonatoloog, en Wessel ter Horst, internist, kennen elkaar vanuit hun studententijd. Ze hebben een diep zwakzinnige dochter van een jaar of veertien, Fleur, die in een tehuis woont. Het milieu waaruit ze afkomstig zijn, verschilt sterk: Annes ouders zijn rijke, kille en weinig betrokken mensen, Wessels moeder is een warme, sociaal bewogen christin die zich inzet voor de distributie van hulpgoederen aan voormalige Oostbloklanden.



Anne en Wessel zijn van elkaar vervreemd; ze zijn niet gescheiden maar wonen apart. Toch zijn ze intens met elkaar bezig, bij beiden spelen vrijwel voortdurend herinneringen aan gezamenlijke ervaringen. De roman beslaat een korte periode die voor beiden ingrijpend is. Wessel gaat naar een conferentie in Kiev waar hij Zoya opnieuw ontmoet, een vrouw die in 1990, voor zijn huwelijk met Anne, diepe indruk op hem heeft gemaakt. Dat hij een nacht met haar heeft doorgebracht -zij wilde toen koste wat kost met hem mee naar het Westen, hij zei haar dat hij „andere plannen” had- weegt op zijn geweten. Het feit staat tussen hem en Anne in.



Anne heeft als gevolg van een trap van een boze Fleur een pijnlijke plek in haar borst die maar niet weggaat en die ze niet vertrouwt. Onderzoek wijst uit dat er sprake is van borstkanker en dat ze een operatie en mogelijk verdere behandelingen moet ondergaan.





Titelverklaring:






  • De titel van het boek is: Pareloester. In het begin een titel waar je van denkt waarom die titel. Die pareloester komt ook maar even terug in het verhaal.



Het is een beeld van een vriendschap tussen een vriendin en de moeder van Wessel:



Want een pareloester maakt een parel van een scherpe zandkorrel die hij niet uit zijn schelp gespoeld krijgt. Vanwege de irritatie, omdat die zandkorrel hem pijnigt en plaagt, scheidt de oester een substantie af die het scherpe korreltje inpakt. Zo ontstaat een parel. Jannie vond het een mooie vergelijking voor onze vriendschap, die we hadden overgehouden aan zoiets verschrikkelijks. Als die ramp niet had plaatsgevonden, hadden we elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet. Nu was het zo’n waardevolle vriendschap. Ze was als een zus voor me.




  • En later een vergelijking met Zoya:



Hoe noemen ze je hier? Vraagt hij, als jij naast haar de kerk uit loopt. Zjemtsjoek, that means Pearl, zegt ze, maar ze trekt een grimas alsof ze het maar niets vindt. Waarom parel wil hij weten. Wat heeft dat met Zoya te maken? Niets, maar ik heb hier een luis in een pels ben. Een luis irriteert ene jeukt, ja? Toe zei de dominee hier dat een parel ook ontstaat door irritatie. Een parel is niets anders dan een scherpe zandkorrel, die door de pareloester wordt omhuld met een laagje parelmoer. Een supermanier van omgaan met lastige dingen. Sindsdien is dat mijn bijnaam.




  • De grootste vergelijking wordt gemaakt met Wessel en Anne:



Zo wordt Wessel vergeleken met zout: Aan elk graanoffer moet zout worden toegevoegd, het zout, als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken. Leviticus 2:13



Anne met zand: Wie op de hoge God vertrouwt heeft zeker op geen zand gebouwd. Liedboek voor de Kerken, Gezang 429:1



Hun samen met het parelmoer: Alleen de oester doet een verborgen irritatie in een parel veranderen,de mens moet ermee in het reine zien te komen.



Dat alles samen vormt een pareloester.

















Motto:





Deel 1: Aan elk graanoffer moet zout worden toegevoegd, het zout, als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken. Leviticus 2:13





Deel 2: Wie op de hoge God vertrouwt heeft zeker op geen zand gebouwd. Liedboek voor de Kerken, Gezang 429:1





Deel 3: Alleen de oester doet een verborgen irritatie in een parel veranderen,de mens moet ermee in het reine zien te komen.





Thema:





De thema’s van dit boek zijn verantwoordelijkheid, trouw en levensvragen.



Verantwoordelijkheid omdat Wessel en Anne een lichamelijk en verstandelijk gehandicapte dochter hebben, Fleur. Fleur zit in een tehuis. Hier moeten Wessel en Anne vaak heen. Fleur is geen makkelijk kind, er is geen goede band mee te vormen. Dit is vooral voor Anne heel erg moeilijk, maar toch blijft ze naar Fleur toe gaan.



Trouw dit speelt erg in het huwelijk van Wessel en Anne. Ze wonen niet meer bij elkaar. Wessel woont apart in een flatje. Toch zijn ze niet gescheiden. Waarneer Anne er achter komt dat ze borstkanker heeft merkt ze eindelijk dat ze Wessel mist en heel hard nodig heeft.



Levensvragen: In het leven van Wessel en Anne zijn veel levensvragen. Zo worstelt Wessel erg met het geloof. Hij is met het geloof opgevoed, maar toen hij met Anne, niet echt opgevoed met het geloof, trouwde is zijn geloof steeds minder geworden. Op een geven moment gingen ze haast alleen nog maar op speciale dagen naar de kerk.



Een levensvraag van hun beiden is, hoe ze hun huwelijk weer goed kunnen krijgen. Hoe ze samen weer veder kunnen gaan. Want nu leven ze langs elkaar heen. Ze gedragen zich als goede vrienden en niet als een getrouwd stel.





Motieven:





Een steeds terug kerend motief in het boek ‘pareloester’ is: De pareloester. Zo wordt als eerst de relatie tussen de moeder van Wessel en een vriendin van haar hiermee vergeleken. Met als symbool erbij de parelketting die de moeder van Wessel kreeg van haar vriendin.



Later wordt Zoya zo genoemd. En als laatst  staat de relatie tussen Wessel en Anne hiervoor symbool.



Hier komt de parelketting ook weer terug want die krijgt Anne van de moeder van Wessel.





Vertelsituatie (= perspectief):





Het boek ‘pareloester’ is verdeeld in 3 delen.



Het eerste deel wordt verteld vanuit het hij-perspectief.

Er wordt verteld hoe Wessel het ziet. Hierin lees je ook het gedeelte dat hij naar de conferentie in Kiev gaat.



Het tweede deel wordt verteld vanuit het ik-perspectief. Hier lees je het verhaal van Anne, hoe zij alles meemaakt.



Het derde deel wordt verteld vanuit het hij en zij-perspectief. Hier lees je het laatste stukje van het verhaal, Waarin Wessel en Anne allebei voor komen.





Tijd:





Historische tijd:



De verhaal in het boek speelt zich af in de moderne tijd, In onze tijd. Dit staat niet echt in het boek maar je kunt het er wel uit op maken. Want zo hebben ze computers, luxe apparaten. Dit kunt je ook opmaken uit het feit hoe het ziekenhuis in Kiev veranderd is. Veel luxer.



Vertelde tijd:



Ongeveer 2 maanden. Wel wordt er ook terug gekeken in het boek op eerdere gebeurtenissen. Maar die worden er niet bij gerekend.



Verteltijd:



359 bladzijden



Verhaalinzet:



Het verhaal wordt verteld zoals het echt loopt dus in de goede volgorde.







Ruimte:





In het eerste deel van het boek speelt het verhaal zich vooral af in Oekraïne,in het congresgebouw in Kiev en in het dorpje waar het weeshuis is.



In het tweede deel in Nederland, In het ziekenhuis waar Anne werkt. En in haar huis en de omgeving van haar huis en in het tehuis waar Fleur zit.



In het derde deel in het huis van Anne vooral.





Verhaalfiguren:





Wessel: De man van Anne, rustige man. Werkt als internist. (een round character)



Anne: De vrouw van Wessel, heeft zo haar eigen manier van doen, werkt als neonatoloog. (een round character)



Fleur: De dochter van Wessel en Anne, Zit in een tehuis omdat ze verstandelijk en lichamelijk gehandicapt is. Ze is geen makkelijke dochter. Zo trapt ze op een keer Anne hard tegen haar borst. Hier  heeft Anne nog heel lang last van. (een flat character)



Zoya: In 1990 heeft Wessel deze vrouw ontmoet op een eerdere congres. Wessel heeft toen een nacht met haar doorgebracht. Ze wou toen heel graag met hem mee naar het Westen. Op het 2e congres, heel veel jaar later,  ontmoet hij haar weer. Ze heeft dan zelf van alles opgezet. Zo neemt ze Wessel ook mee naar een weeshuis en een ziekenhuis voor aidspatiënten. (een round character)





Taalgebruik:





In het boek lees je geen vloeken of andere raar taalgebruik. Het taalgebruik is netjes en ook niet te moeilijk om te lezen.





Biografische gegevens van de auteur inclusief een beschrijving van haar levensovertuiging; waar mogelijk moet de relatie tussen auteur en werk gelegd worden:





Joke Verweerd-Speksnijder werd geboren in 1954, in een orthodox gereformeerd gezin te Krimpen aan den IJssel. Ze was de middelste van vijf en een kind van uitersten. Zij deed altijd al mee met andermans emoties. En elke emotie werd vanzelf een verhaal in haar hoofd. Toen zij op de lagere school ontdekte dat letters samen een woord, woorden samen een zin, zinnen het hele verhaal vormen, was zij verrukt van de mogelijkheden die deze ontdekking bood. Zij ging schrijven, eerst alles opschrijven wat ze beleefde maar aangezien dat niet zo wereldschokkend was, bedacht ze, dat ze ook kon opschrijven wat ze zou kúnnen beleven... Op de middelbare school kwam Joke Speksnijder in aanraking met literatuur. Vooral door poëzie wist zij dat het schrijven van gedichten voor haar altijd belangrijk zou zijn, ook al had niemand anders er belangstelling voor. Na de middelbare schoolopleiding werkte zij een aantal jaren in een kantoorboekhandel in Rotterdam. Zij werd zich bewust van het innerlijke verlangen om op een andere manier met mensen te kunnen werken en solliciteerde naar een baan bij de gemeentelijke sociale dienst te Krimpen aan den IJssel. Zij werd aangenomen en begon de studie Middelbare Sociale Arbeid. Door deze studie kreeg zij een bredere kijk op de samenleving en op haar eigen omgeving. Joke Speksnijder is getrouwd en heeft twee kinderen. Zij woont in Deventer. Haar eerste gedichtenbundel werd gepubliceerd in 1983, waarna meerdere bundels en boeken volgden. Joke Verweerd is sinds 1997 voorzitter van de protestants-christelijke auteursvereniging 'Schrijvenderwijs'. Haar boek 'Wintertuin' werd verfilmd, waarbij zij zelf het scenario schreef. 





Joke Verweerd is orthodox gereformeerd opgevoed. Dus streng opgevoed. Dat zie je ook terug in haar boek, want ze breng op een of andere manier het geloof aan de orde in het verhaal.





Citaten uit het boek:





Keuzes van de personages:



-Hij heeft zijn plan getrokken nu, dat zou rust moeten geven. Zoya’s naam op de sprekerslijst. Hij zal haar met eigen ogen zien, met eigen oren horen en dan zal het oude dilemma ineenschrompelen als een leeglopende luchtballon. Hij heeft zich al die jaren voor niets druk gemaakt. Pag. 23



-Zoya. Hij had haar in die hotelkamer laten praten, laten pleiten. Het was niet in de juiste proporties tot hem doorgedrongen. Hij was gewoon weggegaan, hij had afgehaakt. Hoe had hij zo kunnen handelen? Alsof hij, met het achter zich dichttrekken van de deur, zichzelf kon terugtrekken uit deze gebeurtenis.. pag. 55



-‘Dat was geen mildheid, Wessel. Dat was voorzichtigheid,want ik moet behoedzaam omgaan met wat als een wonder op mijn weg is gekomen. Ik heb je hier naar toe gebracht, zodat je mijn beslissing zou begrijpen. Ik blijf hier.’ Pag. 197



-De mobilisatie is uitgebroken. Ik zal een oorlog voeren. Ik neem me voor om erg mijn best te doen. Niet protesteren of onderduiken, maar alle mogelijk heilzame strategieën volgen.( Dit denkt Anne)pag. 273



Houding t.o.v. medemens:



-Ze zucht en wacht even, ze wil per se niets ten nadele van Fleur zeggen, hij kent dat. Hij is net zo, al gaat hij er minder krampachtig mee om. Fleur is vaak onhandelbaar en soms behoorlijk agressief. Dat zijn feiten. Ouders onder elkaar moeten dat kunnen zeggen, want je weet van elkaar wat dat kost. Nu heeft ze zijn volledige aandacht, want ze zwijgt. Pag. 33



-‘Wat is het voor een congres? Weer over schildklierkanker bij kinderen?’ Zakelijk praten gaat wel. Daarin kunnen ze elkaar goed vinden. Anne weet over alles mee te praten. pag. 37



-‘Mijn moeder heeft nooit zo’n grote plaats in Annes leven veroverd. Ze zal daar zeker teleurstelling over gevoeld hebben, maar ze dringt zich niet op. Anne ontmoet haar nog regelmatig bij Fleur en dat zijn wel goede momenten, geloof ik. Pag. 187



-We hebben weinig met elkaar. Respect is niet genoeg. ( gaat over de ouders van Anne)pag. 257



Ideeën over de samenleving:



-Ik weet dat er vanmiddag een paar lui zullen gaan drammen over handen geven tussen mannen en vrouwen en over boerka’s. Ik snap hen wel en ik ga zelfs een eind mee in hun redenatie, maar dat is een ander terrein. Dat gaat over de rest van de samenleving. Dat is niet de wereld waarover wij vanmiddag praten. Pag. 14



-Els moppert terwijl ze op het scherm tuurt. ‘Het is wel heel idioot dat alle infosites over Kiev een link hebben naar een datingservice voor Oost-Europese vrouwen. Staan de vrouwen daar in bosjes te trappelen soms? Heel irritant.’ Pag. 22



-Ze komen uit het Saint Luke’s, Wessel. Kiev wil niet zo veel aidsdoden in de administratie, dat betekent gezichtsverlies. Het past iet in de politiek. Een smet wordt zo weggewerkt.’pag. 194



Houding t.o.v. God:



-Haar handen liggen in haar schoot. Dat past bij haar( de moeder van Wessel), maar de manier waarop -gevouwen- verzekert hem( Wessel) van het feit dat ze bidt. Ook dat is vertrouwd. Haar geloof is zichtbaar aanwezig in haar leven. Ook voor anderen.  Pag. 42



-De soep is het galgenmaal. Het zoeken naar een passende Bijbeltekst door Peter aan de volle tafel herinnert hem aan vroeger tijden,toen zijn vader voor een belangrijke gebeurtenis ook altijd lang naar het juist woord op de juiste plaats zocht.pag. 188/189



-Je hoort wel eens een dankbare uitsprak. Maar deze mensen hadden een heel ritueel: ze legden hun handen om hun pasgeboren kind. Ontroerend en irritant. Zo veel vertrouwen op God, ik kan daar niet bij. Waar halen die mensen dat vandaan? Pag. 225



-Maar na negenendertig weken kwam Fleur. Ik zag Wessel schrikken, hij trok wit weg. Heeft hij toen houvast gezocht bij God? Ik weet het niet. Pag. 227



-Ik knikte, maar in mij spookte de wrange vraag waar God dan al die anderen keren geweest was. Pag. 315




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Pareloester door Joke Verweerd"