Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Zakelijke gegevens:

 

Schrijver:                                  Renate Dorrestein

Titel:                                       Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder

Roodkapje voor

Plaats en jaar van uitgave:                      Amsterdam/Antwerpen, 2006

Aantal bladzijden:                    303

 

Samenvatting:

Het boek gaat over Heleen. Ze is getrouwd met Peter en ze hebben twee kinderen samen, Storm en Lizzy. Verder heeft Heleen nog een zus Francien, die in Amerika woont en een vriendin heeft.

Op een dag belt de buurvrouw van Margriet, Heleens moeder, Heleen op, want er is iets met Margriet. Heleen gaat er gelijk naar toe en inderdaad, er is iets met Margriet. Ze is helemaal door de war en kan bijna niet praten. Ze heeft een herseninfarct gehad en Heleen gaat de volgende dat met haar naar het ziekenhuis. 

Heleen blijft dus die avond bij haar moeder slapen, wat ze eigenlijk helemaal niet wil. 

In het ziekenhuis blijkt dat Margriet inderdaad een herseninfarct heeft gehad en ze moet in het ziekenhuis blijven. Heleen haalt nog wat spullen van haar moeder op uit haar flat, zo ook haar ‘geheime’ huisdier: een schildpad.

Elke dag bezoekt Heleen haar moeder, wat haar best tegenvalt; er valt geen gesprek te voeren met Margriet. 

Op een gegeven moment komt Francien ook langs en ze schrikt enorm.

Peter stelt voor om Margriet in huis te halen, maar Heleen weigert: dat wil ze echt niet! Vooral niet nu Margriet ook nog eens incontinent is geworden.

Heleen bezoekt het kerstdiner van het verzorgingstehuis.

In januari werkt Heleen veel in het bedrijf. Peter wordt ziek en dus moet ze nog meer werken, waardoor ze niet veel bij haar moeder op bezoek kan.

Heleen heeft al een half jaar geen seks met Peter gehad, want door de overgang heeft ze helemaal geen zin. Ze probeert twee keer glijmiddel te kopen, maar twee keer mislukt het.

Storm sms’t ondertussen dat hij verliefd is geworden.

Heleen moet van de logopediste sprookjes aan haar moeder gaan voorlezen. Lizzy heeft een roos op Valentijnsdag gekregen.

Heleen praat met haar vriendin Corinne over de problemen van de overgang. Ook denkt Heleen na over wat er met Margriet moet gebeuren, als ze uit het verzorgingstehuis moet.

Verder denkt Heleen ook vaak na over Lizzy. Ze werkt als vrijwilliger in een dierenasiel en Heleen verdenkt Arend ervan, dat hij een relatie met Lizzy heeft. Arend is de beheerder van het asiel en is veel ouder dan Lizzy.

Margriet heeft haar heup gebroken en moet dus weer gaan revalideren.

Heleen vindt een mobieltje dat precies hetzelfde is als die van haar op het terrein van het verzorgingstehuis. Deze neemt ze in haar bezit. Ze komt erachter dat de eigenaresse van de mobiel Sabine heet en ze luistert haar voicemail berichten af en leest haar sms’jes.

Peter krijgt argwaan dat ze vreemd gaat.

Heleen heeft het idee dat ze overspannen raakt. Een keer gaat ze langs de weg staan en valt een paar uur in slaap. Als ze laat thuis komt, krijgt Peter nog meer argwaan.

De schildpad van Margriet is dood. Verder is Margriet weer gerevalideerd, maar ze moet eigenlijk nog een operatie voor haar spataderen krijgen. Heleen moet nu echt gaan bedenken waar ze haar moeder gaat plaatsen, nu haar tijd in het verzorgingstehuis aan een einde komt.

Van de buurvrouw van Margriet hoort ze dat de schildpad Dick heette, net als Heleens vader.

Als Lizzy jarig is en Arend uitnodigt, wordt Heleen echt heel wantrouwend en ze wil hem bekogelen met een pan.

Ze is overspannen en ze krijgt een rustkuur. Je komt erachter dat Heleen als kind door haar moeder is verbrand door een strijkbout; ze heeft een grote brandplek op haar borst.

Van Margriet moest Heleen de brandplek altijd verbergen.

Adri, een belangrijke werknemer, neemt ontslag. Heleen biedt haar excuses aan Arend aan voor haar gedrag.

Margriet wil naar de crematie van mevrouw van Dam; dit loopt uit op een ramp en ze verlaten de crematie tijdig. Als Heleen later in de flat van haar moeder haar papieren aan het uitzoeken is, is ze hoopvol dat ze euthanasie kan aanvragen voor haar moeder, maar dit is onmogelijk.

Lizzy is niet thuis en als Heleen haar gaat zoeken en haar weer met Arend vindt, in de dierenwinkel, gooit ze een vissenkom naar zijn hoofd. Achteraf blijkt dat Lizzy en Arend helemaal niks hebben.

Dan begint er een nieuw stukje in het boek, aangezien je erachter komt dat het hele boek door Heleen is geschreven als ‘dagboek’.

Heleen maakt op dat moment een cruise met Peter. Ze vergelijkt zichzelf met Bridget Jones, maar ze is wel gelukkig met Peter. Ze weet dat ze als ze thuis is, een tehuis voor Margriet moet zoeken.

Analyse:

Thematiek:

Thema:

Dementie / herseninfarct / aftakeling / geheugenverlies:

Het boek heeft natuurlijk dit thema, aangezien het gaat over Heleen en haar moeder die een herseninfarct krijgt.

Overgang:

Heleen zit in de overgang en dat merkt ze heel erg. Zo heeft ze helemaal geen zin meer in seks en heeft ze last van opvliegers.

Moederdochter relatie:

Het verhaal draait heel erg om de relatie die Heleen met haar moeder heeft. Heleen wordt gedwongen voor haar moeder te zorgen, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet wilt.

Motieven:

Schildpad:

Een paar keer komt de schildpad er in voor, die eigenlijk een beetje een zinloze rol heeft, maar die komt er wel in voor.

 Droge vagina:

Heleen heeft het vaak over haar afgezwakte seks lust.

Goudvissen:

Goudvissen komen in een van de eerste hoofdstukken van het boek voor, en weer in de laatste.

 Titel en motto:

Titel:

Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor, is de titel van mijn boek.

De titelverklaring is vrij simpel. Het slaat gewoon terug op Heleen, aangezien haar zoon verliefd is geworden op een meisje en seks met haar heeft (dat neemt Heleen aan) en ze haar moeder sprookjes voorleest.

Motto:

Niet aanwezig.

Personages:

Heleen:

Heleen is de hoofdpersoon van dit verhaal. Heleen is een vrouw van rond de vijftig jaar oud en ze zit midden in de overgang. Ze heeft medelijden met haarzelf en heeft totaal geen behoefte om voor haar moeder te zorgen. Het liefste is ze zo snel mogelijk van haar af.

Ze is bezorgd om haar dochter, omdat ze bang is dat Lizzy een relatie met een veel oudere man heeft. Ze raakt halverwege het boek (ongeveer) overspannen.

Peter:

Peter is de man van Heleen. Je krijgt niet zoveel over hem te weten. Je krijgt via Heleen te weten dat hij er met kleren nog best leuk uit ziet, maar zonder toch wel oud.

Hij is nogal wantrouwend tegenover Heleen, maar houdt wel veel van haar. Dat laat hij bijvoorbeeld zien door haar mee op een cruise te nemen. Ook is hij soms bezorgd over haar, door haar symptomen van overspannen.

Margriet:

Margriet is de moeder van Heleen. Ze is al bejaard en wordt getroffen door een herseninfarct. Daardoor is ze haar sterke kant kwijt.

Ze heeft haar dochter, Heleen, een keer (per ongeluk?) met een strijkijzer verbrand. Dit heeft een grote breuk in hun relatie gegeven.

Lizzy:

Lizzy is de dochter van Heleen. Ze is een beetje een jongensachtig meisje. Ze geeft niet zoveel om kleren en naar de kapper gaan. Ze is vrijwilliger in het dierenasiel en werkt ook bij de dierenwinkel.

Storm:

Storm is de zoon van Heleen en over hem krijg je niet zoveel te weten; alleen dat hij in Australië aan het fietsen is en verliefd is geworden.

Vertelsituatie:

‘Ik-vorm’, het verhaal is achteraf verteld. Ze schrijft het verhaal volledig op, als ze op de cruise boot met Peter zit en dus achteraf.

 Tijd, opbouw (structuur), ruimte, verhaallijnen:

Tijd:

De vertelde tijd is van november tot mei, dus 7 maanden.

Het boek heeft 303 bladzijdes.

Structuur:

Op de eerste pagina van het boek staan de titel en een afbeelding van een schildpad, net als op de voorkant. Dan komt er een pagina met alle andere boeken van Renate Dorrestein. Daarna weer een pagina met de titel en dan de inhoud.

Elke maand begint met een pagina met de naam van de maand en een bijpassende afbeelding en een bijpassende zin of woord eronder.

Voor ‘November’ zijn dat twee goudvissen, met goudvissen, voor ‘December’ is het een afbeelding van Heleens moeder met zilveren kroontje eronder. Op de pagina van ‘Januari’, staat er een struik met helleborus eronder. Dan ‘Februari’ met merel en een plaatje van een merel. Voor ‘Maart’ is het een oude vrouw met Zuster, ik ben mijn bellen kwijt. ‘April’ heeft als afbeelding een zinkend schildpad schild met dode schildpad eronder. En als laatste ‘Mei’, heeft een roos als afbeelding met witte roos op doodskist.

De allerlaatste pagina is een reclame voor glijmiddel voor vaginale droogheid.

Het boek is dus chronologisch verteld, maar heeft wel een paar flashbacks.

Ruimte:

Het boek speelt zich denk ik na 2000 af, maar voor 2007.

Heleen doet namelijk redelijk veel met haar mobieltje, maar het is geen touchscreen, dus daarom denk ik in deze periode.

Heleen woont vlakbij Noordwijk en haar moeders verzorgingstehuis ligt op zo’n uurtje rijden. Verder komen er geen belangrijke plekken voor in het boek.  

Verhaallijnen:

Er is maar één verhaallijn en dat is die van Heleen.

Literaire kritiek:

Ben ik mijn moeders moeder?

In haar nieuwe roman lijkt Renate Dorresteinmild geworden

Vrijdag 20 januari 2006 door Pieter Steinz

Al op de tweede bladzijde van de nieuwe roman van Renate
Dorrestein geeft de schrijfster haar visitekaartje af. De
ikfiguur, Heleen, vertelt hoe ze met haar zusje uit Canada aan
de telefoon over koetjes en kalfjes praat, net voor ze een
bericht krijgt dat haar leven ingrijpend zal veranderen. “Ook bij
haar was het dus een doodgewone dag, een dag zoals alle andere',
schrijft Heleen als ze zeven maanden later haar verhaal noteert;
“alleen besef je pas hoe geweldig het alledaagse is als je rust
wordt verstoord'.

Renate Dorrestein: Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. Contact, 304 blz. 17,90. Luisterboek voorgelezen door de auteur (integraal, 6 cd´s) euro 19,90

Het is een gedachte die de vijftigjarige Heleen erg bezig
houdt; zestig pagina's verder verbaast ze zich erover dat alle
voorvallen uit haar jeugd memorabel zijn (“Waarom herinneren we
ons nauwelijks iets van het alledaagse, dat de veilige, heerlijke
bedding van ons bestaan was?'). Maar de verstoring van het
dagelijks leven is ook een obsessie van haar schepster. In
Dorresteins vorige roman, Zolang er leven is, verdwijnt er zomaar
een baby. In Zonder genade (2001) draaien een man en een vrouw
door wanneer ze hun zoon door zinloos geweld verliezen. En in
Dorresteins beste boek, Een hart van steen (1996), slaat het
noodlot toe in een modelgezin in vredig suburbia.
Misschien zijn dit soort drastische ontregelingen van de
gewone orde wel resten van de gruwelgotiek die Dorresteins
handelsmerk was in de jaren tachtig; of anders van haar sindsdien
uitgewerkte thema dat het kwaad altijd, overal, bij iedereen op
de loer ligt. Hoe dan ook: in Mijn zoon heeft een seksleven en
ik lees mijn moeder Roodkapje voor, Dorresteins bête getitelde
vijftiende roman, is de ontregeling van alledaagse aard: Heleens
moeder krijgt een hersenbloeding en wordt van een “deksels
rebelse vrouw' een geestelijk en lichamelijk wrak. Als enig
beschikbaar familielid is Heleen gedwongen om vanaf het eerste
moment het leven van de hulpbehoevende te bestieren. De schrik,
het heenen-weer rijden en het geregel kent ze allen maar van een
sterfgeval. “Maar hier hadden we het over een sterfgeval zonder
begrafenis'.

Suspense

Heel herkenbaar voor iedereen die iets vergelijkbaars heeft
meegemaakt - en wie heeft dat niet? In Heleens geval wordt de
zaak gecompliceerd door het feit dat er in het verre verleden
iets ergs is voorgevallen dat een “zorgvuldige afstand' tussen
moeder en dochter heeft bewerkstelligd. Wát dat is, krijgen we
pas later in het boek te lezen, want Dorrestein houdt van een
beetje suspense; maar veel belangrijker is dat Heleen niet alleen
haar moeders moeder wordt (“Jij bent nu de moeder hè', zegt “ma'
wanneer Heleen haar verwijt dat ze de merkjes uit de kleren
haalt), maar tegelijkertijd voor haar eigen dochter een steeds
slechtere moeder wordt. Kennelijk spreekt de demente moeder in
opperste verwarring ware woorden wanneer ze uitbrengt: “Als
moeder heb je veel venijn, hoor'.
“Ja, ja, zo zat het leven in elkaar', constateert Heleen; “je
was hulpeloos aan je moeder overgeleverd'. Maar ze heeft meer
problemen dan alleen met haar moeder en haar veertienjarige
dochter, die in Heleens ogen de verkeerde minnaar kiest. Haar
“knelpuntenlijstje', zoals ze het zelf noemt, bevat ook de
zwerftocht van haar zoon door Australië (waar hij misschien wel
een seksleven heeft) en een verslechterende relatie met haar
echtgenoot (“Je bleef toch zitten met het onuitroeibare gegeven
dat je als man en vrouw niet helemaal dezelfde taal sprak'). Maar
het grootste probleem is de overgang, die Heleen treft met
opvliegers, een tot stilstand gekomen seksleven en een permanente
droge vagina, waartegen weliswaar een kruid gewassen is - er
wordt reclame voor gemaakt op de laatste bladzijde van de roman -
maar waarnaar Heleen bij de drogist niet durft te vragen.
Heleen noemt zichzelf een Bridget Jones voor gevorderden, maar
onderschat de problemen van Helen Fieldings personage
(overgewicht, verslaving, liefdesverdriet) en kan die van
haarzelf niet relativeren. Tel je zegeningen, zou je haar willen
toeroepen: gezonde kinderen, een lieve man, aardige
verpleeghuiskrachten, de moderne geneeskunst. Zeur niet zo, en
verveel ons niet met pislakens, incontinentieluiers, kwijlsporen,
inlegkruisjes, glijmiddelen, spataderen. Nou én, zou ze
terugroepen: het mag dan een onsmakelijk verhaal zijn, maar dit
is toevallig wel het echte leven. De werkelijkheid is
onsmakelijk.

Lippenstift

Het neemt niet weg dat Heleen een ergerlijke hoofdpersoon is,
met haar zelfmedelijden, haar gebrek aan daadkracht, haar
onvermogen om zich te verplaatsen in haar kinderen of haar man.
Voor de lezer is er maar één verzachtende omstandigheid, en dat
is de manier waarop ze haar verhaal vertelt: laconiek, in korte,
snelle alinea's en met veel meer humor dan je van haar zou
verwachten. Het begint al op de eerste bladzijde, wanneer ze haar
moeder typeert met haar reactie op de lesbische relatie van haar
jongere zusje: “Ma zegt altijd: Ik heb heus geen moeite met
Franciens persoonlijke leven en Nell is een lieve schoondochter,
maar waarom niet een beetje lippenstift'. Wat te denken van: “Als
MKB'ers onder elkaar veroorloofden we ons soms rechtse praatjes'.
Of van: “De uitzendkracht, die op de computer razendsnel een
vleeskleurige internetsite wegklikte, zei dat ze tien minuten
geleden was weggegaan'. En bepaald geestig zijn Heleens
huisvrouwelijke beschrijvingen van haar klutsloze moeder, die er
aanvankelijk uitziet “als een onopgemaakt bed', later als “een
kledingstuk dat in een donkere kast vergeten aan een knaapje
hangt', en aan het eind van het boek, wanneer ze onder de
slaapmiddelen zit, “als een slecht gestorte pudding'.
Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje
voor leest lekker weg - als een vlot geschreven column in de Red
of de Zin. Maar anders dan in sommige boeken van Dorrestein gaat
er weinig schuil onder de oppervlakte. Echt leed wordt er niet
geleden, ook al in het licht van de onverwachte happy ending;
bijna alle personages zijn te aardig voor deze wereld, de
opeenstapeling van relationele en andere ellende is eerder
komisch dan tragisch, en het verhaal kabbelt voort zonder de
onderhuidse spanning die Verborgen gebreken of Een hart van steen
zo geslaagd maakte. In mindere mate zijn deze bezwaren ook in te
brengen tegen het vorig jaar verschenen Zolang er leven is, zodat
je je kunt afvragen of Renate Dorrestein mild is geworden.
Roodkapje is een boek zonder bite, en wie op grond van de titel
een wreed sprookje hoopt te lezen, komt bedrogen uit. Grootmoeder
is dit keer een wolf met hele kleine tandjes.
Ach ja, zoals Heleen tegen haar kapster zegt: “Gek toch dat
alles, nou ja, uiteindelijk gewoon maar is zoals het is, terwijl
je er ergens zoveel meer van verwachtte'.

http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/          

Literaire stroming:

Het is een moderne roman, want het boek is na 2004 gepubliceerd.

Informatie over de schrijfster:

Renate Dorrestein is geboren op 25 januari 1954 te Amsterdam. Ze is opgegroeid in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was advocaat, haar moeder onderwijzeres.

Ze haalde haar gymnasiumdiploma, maar besloot niet te gaan studeren.

Ze werd verslaggeefster bij het weekblad Panorama en mocht daarvoor veel reizen.

In 1977 stopte ze bij de Panorama en ging bij andere bladen werken, zoals de Opzij, Viva en De Tijd.

In 1979 pleegde haar zusje zelfmoord, wat op Renate veel indruk heeft achter gelaten, zowel persoonlijk als op haar schrijverschap. Ook de ziekte ME heeft veel invloed op Renate gehad.

In 1983 werd haar eerste boek gepubliceerd: Buitenstaanders. Dit was een succes!

Ze schreef veel over maatschappelijke kwesties; mede daardoor werd haar publiek steeds groter. Zo werden veel boeken van haar in verschillende talen gepubliceerd en kreeg ze veel prijzen voor haar boeken.

Ze heeft verschillende keren samen gewerkt met universiteiten en twee van haar boeken zijn verfilmd.

Renate schrijft dus vaak over maatschappelijke kwesties en over aangrijpende onderwerpen, maar haar boeken zijn licht geschreven. Ze bevatten veel humor, ironie, overdrijvingen en paradoxen.

Literatuuropvatting:

Ik vind dit boek echt zo’n boek waar je niet echt een mening over hebt. Het is een verhaal, en het is opgeschreven, maar daar houdt het mee op.

De indeling vond ik persoonlijk wel leuk, want ik vind het leuk als boeken maanden als hoofdstukken hebben.

Ik kon me niet goed verplaatsen in Heleen. Ten eerste vond ik haar niet echt een leuk karakter, maar ze zit natuurlijk ook in een hele andere levensfase dan ik. Daardoor kon ik me niet in haar verplaatsen en sprak het verhaal me minder aan.

Het verhaal las wel snel en makkelijk; het is vlot geschreven en dat vond ik wel goed aan het boek.

Verwerkingsopdracht Thematiek

  1. Wat is volgens jou de thematiek van het door jou gelezen werk?

Aftakeling van persoonlijkheid.

  1. Licht het gevonden thema toe met behulp van voorbeelden of citaten. Noteer de bladzijdennummers erbij.

De moeder van Heleen, Margriet, heeft een herseninfarct gekregen. Hierdoor moet Heleen voor haar moeder zorgen en verliest Margriet haar persoonlijkheid.

“Ze begon te grommen, met opgetrokken bovenlip.” Bladzijde 18.

“Een koffiekleurige sliert kwijl biggelde langs haar kin naar beneden.” Bladzijde 200.

  1. Zoek op internet drie verschillende thema’s van jouw boek op. Noteer ze en leg uit welk thema volgens jou het hoofdthema is, of het beste bij het boek past.

Moederdochter relatie, schuldgevoel, problemen van de overgang.

De belangrijkste is dan denk ik de moederdochter relatie. Daar gaat namelijk ook het hele boek over: de relatie tussen Heleen en haar moeder en hoe die veranderd door de tijd.

  1. Is er verband tussen setting en thematiek? Geef voorbeelden of citaten. Noteer de bladzijdennummers erbij.

Ik vind dat er een klein verband is tussen setting en thematiek.

Het boek speelt zich deels af in het verzorgingstehuis waar Margriet verblijft.

Meestal als je een operatie hebt gehad of geheugenverlies / dementie hebt, ga je naar zo’n tehuis. Daar zit dus een klein verband tussen, maar echt heel interessant is het niet.

“Het was alweer bijna donker tegen de tijd dat ik bij de Zonneheuvel arriveerde.” Bladzijde 122.

“Ik wil er nog niet aan denken, maar als we thuiskomen, zullen we vroeg of laat mijn moeder moeten verhuizen.” Bladzijde 303.

  1. Is er samenhang tussen de personages en de thematiek van het door jou gelezen werk? Leg dit uit met voorbeelden of citaten. Noteer de bladzijdennummers erbij.

Ja, want het personage ‘Margriet’ en het thema ‘dementie / aftakeling’ hangen samen.

Margriet takelt door een herseninfarct steeds meer af en verliest daardoor haar persoonlijkheid.

Het thema ‘moederdochter relatie’ hangt natuurlijk samen met Heleen en Margriet, maar ook met Heleen en Lizzy.

“Ja, zo zat het leven in elkaar: je was hulpeloos aan je moeder overgeleverd.” Bladzijde 161.

  1. Zoek op of deze auteur dezelfde thema’s gebruikt. Noteer deze thema’s. Welke van deze thema’s vind je in jouw boek terug?

Incest, moord en doodslag binnen de familie, onwaarschijnlijke gebeurtenissen, laconieke humor, dood van Renate’s zusje en het schuldgevoel daarover, verdrongen herinneringen, familiegeheimen, geestverschijningen, bloedstollende gewelddadigheden, ‘het kwaad’ ligt meestal dicht bij huis en machtsverhoudingen binnen het gezin / de wijze waarop kinderen zijn overgeleverd aan hun ouders.

In mijn boek zit wel wat laconieke humor, verdrongen herinneringen, ‘het kwaad’ ligt meestal dicht bij huis en machtsverhoudingen binnen het gezin / de wijze waarop kinderen zijn overgeleverd aan hun ouders.

  1. Kies een ander boek van je boekenlijst met hetzelfde thema. Vergelijk deze twee boeken op de onderdelen van de analyse in je boekverslag.

Ik heb voor Hersenschimmen gekozen.

Bij beide boeken gaat de taalvaardigheid van Maarten / Margriet sterk achteruit. Hiermee verliezen ze dus ook hun persoonlijkheid.

En verder is eigenlijk dementie het enige thema dat de boeken delen.

Verder is het boek heel anders verteld, omdat Maarten in Hersenschimmen de hoofdpersoon is en Heleen in dit boek de hoofdpersoon is. 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.