Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Gebruikte editie

De roman verscheen op vrijdag de 13e januari 2006 in een gebonden en een paperbackuitgave bij de uitgeverij Contact. De roman telt 303 pagina’s. De kaft is zwart met daarop een licht getekende afbeelding van een schildpad. Opvallend in deze roman voor volwassen is dat er illustraties in de roman staan. Deze zijn van de hand van Peter Vos. Er is sprake van een heel ruime bladspiegel, waardoor de leestijd/verteltijd voor een boek met 300 bladzijden erg meevalt. Het boek eindigt met een advertentie over een glijmiddel voor vrouwen in de overgang. (Lubricare)



Genre

Het is een psychologische roman over een vrouw die in de overgang verkeert en bovendien een schuldgevoel heeft over haar verhouding met haar dement geworden moeder. Maar ze schrijft het boek in dagboekvorm en doet dit met de bedoeling van een dagboek à la Bridget Jones voor vrouwen in de overgang te produceren.





Geschikt voor havo en vwo (meisjes?)

Renate Dorrestein is altijd vrij eenvoudig te lezen en bovendien is er altijd wel sprake van spanning in haar romans. Ook nu werkt ze weer met een bepaald plot over haar dementerende moeder. Aangezien het verhaal uit het oogpunt van een vrouw in de overgangsfase geschreven is en de moeder-dochterverhouding o.a. als thema heeft, lijkt de roman me meer geschikt voor de meisjes dan voor de jongens van de havo- en vwo-afdelingen. Uiteraard is het boek te combineren met bijv. "Hersenschimmen" van Bernlef als je naar het thema dementie kijkt, maar natuurlijk ook goed met boeken over de verhouding tussen moeders en dochters. Ook in een lijstje boeken met relaties over kinderen en hun aftakelende ouders, kan "Mijn zoon etc…" geplaatst worden. Door de zeer ruime bladspiegel merk je als lezer niet dat het boek 303 pagina’s heeft en de leestijd is heus niet zo lang. Een makkelijk te verteren roman voor je literatuurlijst.



Motto en opdracht

Er is geen motto en geen opdracht.



Structuur en verhaalopbouw

De roman wordt gepresenteerd in de vorm van een dagboek, waarin de hoofdstukken worden aangeduid met de naam van een maand. De maanden lopen achtereenvolgens van november tot en met mei. In hoofdstuk 2 vermeldt Heleen expliciet aan de lezer dat ze iets aan het opschrijven is. Wanneer ze die mededeling niet had gedaan, had je het als lezer niet gemerkt dat ze in dagboekvorm bezig was, omdat de conventies van het dagboek (Lief…, datum en plaats) niet worden gehanteerd. Pas in het laatste hoofdstuk blijkt dat ze aan het schrijven is op een cruiseboot en dat maakt de structuur toch een beetje ongeloofwaardig, want in een dagboek schrijf je aan het einde van een bepaalde dag of week. Je gaat niet een dagboek schrijven over zaken die maanden geleden gepasseerd zijn.



De gebeurtenissen worden vrijwel chronologisch verteld, maar er zijn toch wel een paar flashback die ook van belang zijn om de verhouding tussen moeder en dochter te begrijpen. Toen Heleen een klein meisje was, veroorzaakte haar moeder een grote brandplek op haar borst, nl. door een hete strijkbout. Dat heeft ook afstand geschapen tussen moeder en dochter. De flashback is dus heel functioneel.





De roman heeft een opening in handeling en een open einde (Heleen maakt een cruise met Peter, maar je weet als lezer niet hoe het met haar moeder afloopt). De vertelde tijd is van november tot en met mei.



Aan het einde van het boek staat een advertentie over een glijmiddel voor vrouwen in de overgang.



Perspectief

Het perspectief berust bij de vrouw in de overgang Heleen. Ze is bijna vijftig ( N.B. Renate Dorrestein is zelf in 1954 geboren). Ze vertelt in de ikvorm over deze derde levensfase. We leren voornamelijk haar gedachten en emoties kennen. Ze vertelt als een achterafvertelster, omdat in het laatste hoofdstuk (mei) duidelijk wordt dat ze haar belevenissen met betrekking tot haar moeder achteraf opschrijft in een schrift dat ze gebruikt op een cruise die ze met haar man Peter maakt. De cruise heeft hij haar aangeboden omdat ze steeds meer rare dingen doet en eigenlijk een vorm van overspannenheid vertoont. In een interview in BOEK/ Magazine van januari 2005 geeft Renate Dorrestein aan dat ze zich eigenlijk als een Bridger Jones voor vrouwen in de overgang voelt. Maar het blijkt dat er wereldwijd maar weinig romans over de overgang bij vrouwen zijn geschreven.



Titelverklaring

De titel geeft heel goed aan in welke fase van het leven de vrouwelijke hoofdpersoon zich bevindt. Ze heeft een zoon die inmiddels aan een seksleven toe is (hij is in Australië verliefd geworden) en ze heeft een moeder die dement is geworden en aan wie ze sprookjes voorleest. Dat geeft meteen aan dat ze zelf in de tussenliggende fase in het leven beland is. Het is wel een vreemde titel voor een roman.



Tijd en decor

Het decor van de roman speelt zich af in de bollenstreek. Heleen koopt spullen bij de drogist in Hillegom en een tweetal keren wordt vermeld dat ze in het kleine dorpje De Zilk wonen, vlak bij Noordwijk en Noordwijkerhout. Met haar zus Francien maakt ze, wanneer deze uit de Verenigde Staten is overgekomen, een wandeling op het strand; dat klopt dus allemaal wel met elkaar. De afstand tot het huis van haar moeder in Nieuwegein is zo’n 75 kilometer oftewel een uurtje rijden met de auto.



Wat de tijd betreft, speelt het verhaal zich af in de 21 eeuw (er is sprake van euro’s). Dat betekent in ieder geval na 2002. Het is echter denkbaar dat het verhaal in 2004 en 2005 speelt. De moeder van de schrijfster werd in het najaar van 2004 zelf getroffen door een herseninfarct. Daarom besloot ze ook een roman over dit gegeven te schrijven.



Thematiek

Zoals zo vaak bij Renate Dorrestein spelen er diverse thema’s in haar roman door elkaar heen. Allereerst is er de problematiek van een vrouw in de overgang: ze zit precies tussen het wal (haar demente moeder) en het schip (haar opbloeiende kinderen) in. Ze merkt dat er een fysieke achteruitgang bij haar zelf te merken is. Door de overgang heeft ze op ongewenste momenten opvliegers en een dr.v. (droge vagina) waardoor het seksleven voor haar minder prettig wordt. Ze vreest dat ze minder aantrekkelijk voor haar man Peter is geworden en vermoedt dat die wel een ander zal hebben. In werkelijkheid is Peter een zeer behulpzame en vriendelijke echtgenoot, die met haar erg veel geduld heeft.



Een ander thema is de moeder-dochterverhouding die ook in de romans van Dorrestein vaker voorkomt. Meestal is die verhouding tussen moeder en dochter moeizaam.

In een interview met Marjo van Soest over deze roman luidt het: En er zit zoveel onderhuidse spanning in die moeder-dochterrelatie dat je als lezer toch steeds denkt: waar gaat dit naartoe?

Dat was precies de bedoeling. Al in het begin kan de lezer raden dat er lang geleden iets onbespreekbaars is gebeurd tussen die twee. Iets waarmee ze geen van beiden in het reine zijn gekomen. Dat is de spanningsboog door het hele boek. We zijn natuurlijk allemaal bezig om in het reine te komen met onze ouders. Dat hoort heel erg bij mijn generatie. Onze moeders hebben het moeilijk gehad met hun dochters. Zij hebben moeten toezien hoe wij de wereld introkken om opwindende dingen te gaan doen. Terwijl zij met huid en haar gebonden waren aan man en kinderen.

Die moeders hebben toch een vorm van jaloezie moeten onderdrukken?

Misschien zelfs wel een zeker venijn. Ik geloof dat het minder speelt bij de jongere generaties. Het venijn hoort echt bij mijn lichting, die van de babyboomers, en dus ook bij deze levensfase. Het maakt dat er heel veel onuitgesproken is. Dat merk je aan de relatie van Heleen en haar moeder. Die moeder heeft op haar manier vreselijk haar best gedaan. Ze heeft altijd goed voor haar dochters gezorgd, vooral op het materiële vlak. Zo’n moeder kan later niets met een kind dat zegt: mama, je hebt me niet zien staan. (bron: website renate dorrestein- zie hieronder)



In de roman "Mijn zoon …" zelf heeft Heleen een slechte verhouding met haar moeder, omdat die vroeger een hete strijkbout op haar borst heeft laten vallen, waardoor er een grote brandplek ontstond. Dat was op zich niet het ergste, maar ze had de aangetaste plek nooit meer mogen laten zien aan haar moeder en aan haar zusje Francien. Daarmee had de moeder afstand geschapen en had ze zich meer tot haar vader aangetrokken gevoeld. Die afstand tussen haar en moeder Margriet was later nooit meer verkleind. Als ze op het einde van de roman met haar moeder in een rolstoeltaxi naar een crematie van iemand uit het verzorgingstehuis onderweg is, ziet ze een auto waarin een moeder en een dochter samen de grootste lol hebben. Dat lekkere gevoel van saamhorigheid heeft ze nog nooit met haar moeder gehad: ze hadden zelfs nooit samen in een auto gezeten.



Ze kan daarom, als haar moeder een herseninfarct heeft gehad, aan niets anders denken dan aan de door haar gewenste dood van haar moeder. Ze wil met een zorgverklaring die haar moeder vroeger heeft opgesteld, zelfs de dokter vragen om euthanasie, maar die gaat er natuurlijk helemaal niet op in, omdat er geen sprake is van onverdraagbaar lijden.

Een derde veelvoorkomend thema bij Renate Dorrestein is ook in deze roman het motief van het schuldgevoel. Heleen, de hoofdfiguur, heeft toch steeds het gevoel tekort te schieten in haar relatie met haar moeder en voelt zich daarover schuldig. Haar man Peter stelt voor haar moeder in huis te nemen, maar dat wil ze pertinent niet. Toch vindt ze dat ze als dochter eigenlijk anders over haar moeder zou moeten denken.



Renate Dorrestein zelf verklaart dat het eeuwige schuldgevoel in haar romans te wijten is aan de zelfmoord van haar zusje. Wanneer je in je familie een zelfmoord meemaakt, blijft er voor de overlevenden bijna een onoplosbaar schuldgevoel over:waarom hebben we het niet zien aankomen of waarin zijn we te kort geschoten? Daarom komt het gevoel "te kort geschoten te zijn" in deze roman van Dorrestein opnieuw voor.



Enkele literair-historische motieven die in deze roman een rol spelen:

- het gebrek aan zin in seksualiteit door de overgang

- het min of meer jaloers zijn op de kinderen (de verkering van Storm)

- de angst voor overspel van haar man

- de haat-liefdeverhouding met haar moeder

- de ontluikende liefdes van de kinderen

- de aftakeling van de mens (overgang, dementie)

- de afasie: afbraak van de taal door het herseninfarct: door het hele boek heen slaat de moeder wartaal uit. Wel grappig, maar soms is er inderdaad geen touw aan vast te knopen. Maar de afasie is natuurlijk symbolisch voor de communicatie tussen moeder en dochter. Die is na het ongeval niet meer goed geweest.

- Het verleden bepaalt het heden (het ongeluk met de strijkbout veroorzaakt een gebrek aan communicatie tussen moeder en dochter)



Samenvatting van de inhoud



November (blz. 9-46)

(voorafgaande afbeelding: twee goudvissen)

Heleen is een vrouw van een bloemenkweker Peter in het dorpje De Zilk in Zuid-Holland. Haar zeventienjarige zoon Storm is momenteel in Australië fietsen, haar dertienjarige dochter is een puber met te weinig aandacht voor haar uiterlijk en de jongens. Heleens zus Francien heeft een paardenfokkerij in Amerika met haar lesbische vriendin.



In november wordt Heleen gebeld door de buurvrouw van haar moeder die aangeeft dat er iets met haar moeder aan de hand is. Heleen gaat er onmiddellijk met de auto heen en merkt dat haar moeder een spraakstoornis heeft als gevolg van een herseninfarct. Ze kan niet op de woorden komen en de ingeschakelde huisarts geeft aan dat ze de volgende dag een hersenscan moet laten maken. Dat betekent dat ze de nacht bij haar moeder moet doorbrengen en dat vindt de bijna 50-jarige Heleen niet fijn. Er zijn wederzijdse schaamtegevoelens en bovendien kan haar moeder niet uitdrukken wat ze wil.



De volgende dag gaan ze naar het ziekenhuis en dat levert nogal komische situaties op. De moeder rookt gewoon op de plek waar het niet mag, zit later opgesloten in een toilet en kan er zelf niet uitkomen. Ze zijn dan weer te laat voor het maken van de hersenscan en moeten weer achteraan in de rij plaats nemen. Toch wordt duidelijk dat ze een soort herseninfarct heeft gehad, waardoor ze een spraakstoornis heeft en ook in het ziekenhuis moet worden opgenomen.

Heleen gaat nog wat spullen ophalen in haar moeders huis en loopt ook nog even langs de buurvrouw, die vertelt dat haar moeder ook nog een schildpad bij het bingospel gewonnen had die ze in het gootsteenkastje verborgen hield. Inderdaad vindt Heleen de schildpad en ze weet niet goed wat ze er mee moet doen.



(De tekening van de goudvissen slaat op de hilarische situatie in het ziekenhuis, wanneer Heleens moeder twee goudvissen uit een kom haalt, omdat ze denkt dat ze een maaltijd moet bereiden.)



December (blz. 49-90)

(voorafgaande afbeelding: zilveren kroontje: een oude vrouw in een stoel)

In dit hoofdstuk maakt Heleen expliciet dat ze alles in een dagboek aan het opschrijven is.

Heleens moeder wordt in het ziekenhuis opgenomen en elke dag moet ze haar bezoeken. Het is met recht een bezoeking, want ze staat altijd in de files en van enige dankbaarheid is geen sprake. Haar moeder kan niet logisch communiceren en er valt geen touw aan vast te knopen wat ze bedoelt. Een keer neemt Heleen de schildpad Bingo mee en die verstopt haar moeder meteen onder de dekens.

Haar zus Francien komt over uit de States en samen bezoeken ze hun moeder. Haar zus schrikt heftig. Wanneer Peter een keer met haar meegaat en op de terugweg bij een wegrestaurant stilhoudt, vermoedt Heleen dat hij wil gaan zeggen dat hij een ander heeft. Ze vrijen al een half jaar niet meer met elkaar. Ze heeft er vanwege de overgang geen zin meer in. Maar nee, hij wil slechts vragen of ze hun moeder zullen opnemen in hun huis. Daar schrikt Heleen ontzettend van; dat wil ze namelijk absoluut niet. Nee,haar moeder wordt ter revalidatie opgenomen in een verzorgingstehuis in Utrecht. Het is een heel mooi tehuis, waar meer geriatrische patiënten zitten. Ook fysiek gaat het minder met de moeder: ze wordt incontinent en Heleen haalt inlegkruisjes voor haar: dat was echter niet nodig, maar ze had de boodschap van de rastaverpleger Bill (door haar moeder Kont genoemd) verkeerd begrepen. Hij belt haar ook nog op om te vragen of ze het kerstdiner wil bijwonen en dat doet Heleen. Ze nuttigen met de hele afdeling het diner en zingen kerstliedjes. Haar moeder zit met een zilveren kroontje op als een oude vrouw in een stoel (die afbeelding die het hoofdstuk opent)



Januari (blz.93-131)

(voorafgaande afbeelding: helleborus = een plantensoort die Peter kweekt)

In het derde hoofdstuk is er veel werk aan de winkel op de kwekerij van Heleen en Peter. Ze geven rondleidingen aan bedrijven en particulieren o.a. over de helleborus, een giftige plant die echter wel heel fraai is. Ook al omdat Peter een griepaanval krijgt, moet Heleen veel meehelpen en daardoor kan ze haar moeder niet te vaak bezoeken. Dat bezorgt haar wel een schuldgevoel. Peter heeft de telefoon van Margriet zo geprogrammeerd dat ze makkelijk kan bellen en Heleen wordt op een dag wel veertien keer gebeld om te praten over niets. Intussen zit ze wel met haar droge vagina (dr.v.) en haar verdwenen seksgevoelens. Bij de drogisterij in de naburige stad Hillegom durft ze niet om glijmiddel te vragen en wanneer ze een keer op weg naar haar moeder in Utrecht een Kruidvatwinkel binnenloopt om toch Lubricare te kopen, staat ineens buurvrouw Elly achter haar. Die zegt dat ze wel eens beslissingen mag nemen over de flat van haar moeder. Ze kunnen Margriet best in huis nemen, want ze hebben immers ruimte zat. Heleen wordt boos op Elly en zonder Lubricare te kopen gaat ze weer naar het verpleegtehuis, waar de situatie met de afasie van haar moeder inmiddels ook niet beter is geworden.

Op haar 75e had Margriet 100.000 gulden gewonnen en ze had haar kleinkinderen altijd beloofd dat ze een wereldreis mochten maken. Dat heeft Storm na zijn eindexamen gedaan en hij sms-t nu vanuit Australië naar zijn zusje Lizzy dat hij verliefd is geworden. Heleen hoort het met enige angst (veilig vrijen!) en jaloezie aan.



Van de logopediste in het verzorgingstehuis moet Heleen eenvoudige verhalen aan haar moeder gaan voorlezen en ze heeft een boek van haar dochter over Roodkapje te pakken gekregen. Het is ook het boek dat Heleen zelf van haar moeder heeft gekregen. Ze zit nu precies in de fase die in de titel van de roman wordt gesteld: haar zeventienjarige zoon is aan een seksleven toe, zelf heeft ze een te geringe libido om met haar man te vrijen en voor haar dementerende moeder zal ze sprookjes moeten gaan voorlezen.



Februari (blz. 135-174)

(voorafgaande afbeelding: merel) Staat symbool voor het ontluikende voorjaar.

Het voorjaar (en dus de liefde) zit in de lucht. Op Valentijnsdag krijgt Lizzy een roos en Heleen is blij voor haar dochter, want ze heeft misschien wel een vriendje. Heleen moet nog steeds haar moeder bezoeken in het tehuis. Op één van de tochten gaat ze op de terugweg langs bij haar vriendin Corinne die een kapsalon heeft. Beide vrouwen zijn in de overgang en praten daarom over de aftakeling van hun lichaam. Ze begint daarna na te denken over de periode die komt als Margriet uit het tehuis moet. Ze gaat op een dag een zorginstelling bezoeken en ziet allerlei dingen waarover ze liever nog niet wil nadenken. Haar moeder heeft een vorm van dementie veroorzaakt door een hersenbloeding en dat is een andere vorm dan dementie veroorzaakt door Alzheimer. Wanneer ze weer thuis is, maakt ze aantekeningen in een schrift met een kolom Voor en een kolom Tegen.

Een ander probleem dat Heleen steeds bezighoudt, is de aanwezigheid van Lizzy in het dierenasiel waar ze als vrijwilligster werkt. Ze verdenkt de veel oudere beheerder van het asiel Arend een verhouding met haar dochter te hebben. Wanneer ze haar dochter op een dag ophaalt bij het asiel en thuiskomt, ligt er een briefje van Peter dat ze naar het ziekenhuis moet komen, want Margriet is gevallen en heeft haar heup gebroken. Als ze weer uit de narcose komt, denk Margriet dat Peter bij een andere vrouw hoort. Dat brengt een flashback in het verhaal: Peter en Heleen op bezoek bij Francien in Amerika, waar hij een lastige zaak voor haar zo goed had opgeknapt dat Francien wel een beetje verliefd op hem leek te worden. Ze had dan ook grappig gezegd, dat ze hem wel eens een keer wilde lenen. Haar moeder had haar toen gewaarschuwd voor Francien.



Maart (blz. 177-216)

(voorafgaande afbeelding: Zuster, ik ben mijn bellen kwijt: oude vrouw)

In dit hoofdstuk gaat Heleen nog een aantal zorginstellingen af en in één ervan zegt een demente vrouw dat ze haar bellen kwijt is.



Margriet wordt weer teruggebracht naar het verzorgingstehuis en moet daar weer gaan revalideren. Het liefst zou Heleen aan de dokter willen vragen haar moeder te laten inslapen, maar dat durft ze niet. Als ze op een dag vertrekt, ziet ze een mobiel op het parkeerterrein liggen. Het is exact hetzelfde mobieltje als ze zelf heeft en ze steekt het enigszins onnadenkend in haar handtas. Het levert een aantal vreemde situaties op, want ze gaat sms-jes en voicemailberichten van de eigenares Sabine afluisteren. Ze is eigenlijk onderweg om een beetje overspannen te raken en dat komt mede doordat ze weer een aantal verpleegtehuizen heeft bezocht, waardoor ze steeds met dementerende mensen in contact komt. Haar man betrapt haar als ze bezig is met het afluisteren van de voicemailberichten en eigenlijk heeft ze geen verklaring voor haar vreemde handelen. Samen fietsen ze daarna naar het asiel, waar Arend en Lizzy een protestdemonstratie organiseren tegen de sluiting. Peter vindt het allemaal prachtig wat Lizzy doet, maar Heleen blijft nare gevoelens tegen Arend houden. Op de terugweg gaan ze met zijn drieën pannenkoeken eten en dan wordt Heleen op de mobiel van Sabine gebeld. Dat is natuurlijk heel vreemd dat er dan in het display een naam van een man verschijnt en Peter lijkt enige argwaan te gaan koesteren tegen Heleen. Immers, seks is er al bijna een jaar niet meer bij vanwege de dr.v van Heleen.



Weer op bezoek in het tehuis, ziet ze dat de dochter van mevrouw Van Dam haar moeder een banaantje komt brengen en tegelijkertijd het breiwerk van Mevrouw Van Dam weer uithaalt, omdat het anders veel te veel wol zou kosten. Terug op de snelweg gaat weer de telefoon van Sabine en Heleen bestelt op die telefoon een aantal pizza’s. Het lijkt inderdaad alsof ze overspannen raakt en ze zet haar auto op een parkeerterrein langs de weg. Ze valt in slaap en uren later wordt ze wakker. Als ze thuiskomt, helpt Peter Lizzy met een werkstuk op internet. Hij vindt het maar verdacht dat ze zo laat komt en hij suggereert opnieuw dat ze misschien een verhouding heeft.



Op dit moment wordt weer een flashback ingebouwd, nl. over het feit dat Margriet vroeger zo’n hekel aan koken had dat ze op een bepaald moment begonnen was "anderlands" te koken. Maar dat was ook al snel gaan vervelen.



April (blz. 219- 260)

(voorafgaande afbeelding: kruipende schildpad)

Heleen gaat met haar bedrijfsleider op een beurs staan op zondag. Maar er is voor hen eigenlijk maar weinig klandizie. Ze hebben spijt ervan dat ze er naar toe zijn gegaan. De volgende dag begint diezelfde werknemer over de schildpad Bingo te praten. Hij zou dood zijn: ze doen een test in een emmer water en het lijkt er op dat het dier inderdaad dood is. Ze gooien het lijk in de vuilcontainer van het bedrijf.



Haar moeder is weer hersteld van de heupoperatie en heeft nu een ontzettende drang om te bewegen. Dat is in haar situatie echter niet zo verstandig. Er zou nog een operatie aan de spataderen moeten volgen, maar het wordt nu toch zo langzamerhand ook zaak om beslissingen te nemen waar ze naar toe moet.. Heleen gaat op een dag de flat van haar moeder ontruimen en ze treft o.a. een boek over schildpadden aan. Van de buurvrouw die even komt kijken, hoort ze dat de schildpad Dick heette: ze had hem naar Heleens vader genoemd. Een wat rustige man met wie Heleen heel goed kon opschieten: samen hadden ze het geheim van de wandeling en de kroket die ze dan altijd nuttigden. Ook treft ze een fotoalbum aan.



In april is Lizzy jarig en Heleen heeft allerlei kennissen uitgenodigd om er toch nog een leuk feestje van te maken. Maar het zijn allemaal mensen die ouder zijn. Ook Lizzy heeft iemand uitgenodigd, maar die lijkt eerst niet te komen. Dat stemt haar erg verdrietig en Heleen troost haar een beetje. Dan blijkt Arend (de asieleigenaar) toch te komen en Lizzy is meteen erg vrolijk. Heleen haalt zich nu van alles in haar hoofd: het zal toch niet zo zijn dat die oude man een verhouding met haar dochter heeft. Ze pakt een pan met dipsaus en wil die naar Arend werpen, maar er staan nogal wat mensen tussen.

Het is duidelijk dat ze overspannen is en de huisarts raadt haar een rustkuur aan. Als ze voor de spiegel staat, komt één van de belangrijkste flashbacks in de roman naar voren: Heleen is als kind door haar moeder (weliswaar per ongeluk) verbrand met een strijkbout, wat een ernstige brandplek op haar borst heeft veroorzaakt. Het was altijd een reden van verwijdering tussen haar en haar moeder geweest, want ze had de brandplek altijd in het bijzijn van haar moeder moeten bedekken. Dat had de afstand tussen haar moeder en haarzelf geschapen.



Bij een bezoek in het tehuis ontmoet Heleen ook Sabine, de eigenares van het mobieltje. Daarvoor had Peter het voorwerp al teruggebracht naar de receptie van het tehuis. Ze had zich voorstellingen gemaakt van een mooie, begerenswaardige vrouw, maar het blijkt een vrij tuttige vrouw op leeftijd te zijn.



Mei (blz. 263-303)

(voorafgaande afbeelding: witte roos op de doodskist) Tijdens de begrafenis van een vrouw uit het verzorgingstehuis worden witte rozen op de doodskist gelegd.



In mei neemt hun belangrijkste werknemer Adri ontslag omdat hij voor zichzelf wil beginnen. Heleen heeft intussen haar excuus aan Arend aangeboden voor haar gedrag en opnieuw is er een flashback over de brandplek, wanneer Francien vraagt of ze de plek nog eens mag zien. Haar moeder wordt een beetje hysterisch. Daardoor voelt Heleen weer de afstand die er tussen haar en haar moeder is gebleven.



De verzorgers in het tehuis bellen haar op met de mededeling dat haar moeder de crematie van Mevrouw Van Dam wil bezoeken. Heleen moet mee en het is eigenlijk best komisch: ze zijn door verkeersoponthoud te laat met de rolstoeltaxi en Margriet zet tijdens de crematie met haar onsamenhangende gepraat de plechtigheid op zijn kop. De zoon van Mevrouw Van Dam vraagt hun zelfs de plechtigheid voortijdig te verlaten. Het bezoek aan het crematorium brengt Heleen wel dichter bij de dood van haar moeder. Wanneer ze de papieren uit de flat van haar moeder nog een doorleest, ziet ze dat haar moeder een "zorgverklaring" heeft opgesteld, waaruit blijkt dat ze geen medische handelingen wil, wanneer ze bijvoorbeeld in een coma zou raken. Heleen denkt dat ze dit papier kan gebruiken om de dokter in het tehuis zover te krijgen dat ze euthanasie op haar moeder kan laten uitvoeren. Maar de arts haalt haar snel uit de droom. Dat kan helemaal niet, ook niet met zo’n verklaring. Dat is een bittere pil voor Heleen. Ze gaat weer naar huis en ze mist haar dochter Lizzy opnieuw. Ze gaat weer hysterisch naar haar op zoek: op het asiel is ze deze keer niet te vinden, wel in een dierenwinkel met Ben, een leuke zoon van Corinne, aan wie ze Lizzy wel zou willen koppelen. Als echter ook blijkt dat Arend in de winkel achter bezig is, krijgt ze weer een waas voor haar ogen en gooit opnieuw iets naar zijn hoofd: deze keer is het een grote glazen vissenkom.



Dan gaat het perspectief ineens over op een schrijvende Heleen: ze heeft nog enkele pagina’s in haar schrift over om de gebeurtenissen te beschrijven. Ze maakt met Peter een cruise waarbij ze de evenaar passeren: de liefhebbende echtgenoot heeft het allemaal geregeld voor haar. Ze heeft in die schrijffase het idee gekregen dat haar moeder haar gered heeft bij het gooien van de vissenkom: hij was namelijk mis gegooid en op de grond gevallen. Anders waren de gevolgen natuurlijk heel groot geweest. Maar uit een soort ziekelijke bescherming had ze Lizzy voor het onheil willen behoeden. Haar eigen moeder had dat immers niet voor de kleine Heleen in petto gehad.



Het dagboek dat ze aan het schrijven is, lijkt iets op dat van Bridget Jones. Maar dat is fictie en de liefde tussen haar en Peter is werkelijkheid: zij het met vallen en opstaan. Ze realiseert zich wel dat ze bij thuiskomst van de cruise een tehuis zal moeten zoeken voor haar moeder: Margriet is al geopereerd aan haar spataderen en wanneer er ergens bij de vier tehuizen waar ze staat ingeschreven een plaatsje vrijkomt, zal ze haar moeten verhuizen naar de nieuwe kamer. (Slotzin: Aantal jaren met haar nog voor de boeg: wie zal het zeggen.)



Recensies

Op de dag van het verschijnen van de roman (13 januari 2006) verscheen reeds in De Volkskrant een recensie van Clara Strijbosch over de roman onder de titel "Zeurpiet met drogistenschroom". Na een uitvoerige beschrijving van de inhoud concludeert Strijbosch dat Dorrestein met vaart schrijft en alle beproefde middelen uit de kast haalt om vermoedens te wekken over een onverwachte afloop. "Ze kan heel grappig zijn -de bizarre gesprekjes tussen Heleen en haar demente moeder zijn blij vlagen hilarisch .Maar Heleen is zo’n treurwilg, dat het meeleven je als lezer zwaar valt. Wat te doen met dit boek? Je durft het je oude moeder niet aan te doen en aan je dochter evenmin. Mar als luisterboek is het misschien iets voor dames in de derde fase, die niet naar de drogist durven."



In BOEK, Magazine, jaargang 3, nummer 1 januari/februari 2006 staat een interview met de schrijfster over de nieuwe roman. Daarin geeft ze precies aan wat haar bezighoudt met betrekking tot de overgang. Ze voelt zich een Bridget Jones voor gevorderden. Maar ze is wel minder af dan Bridget, want als je jong bent , heb je nog alle aandacht en zijn de problemen minder. In het interview klinkt ook de angst voor het ouder worden door. Je wordt toch maar mooi weggestopt in een tehuis en ze verwacht dat in 2030 heel wat meer dementen een plaats moeten krijgen in een tehuis.



Over de schrijfster

Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Ze groeide op in een rooms-katholiek gezin. Haar vader was advocaat, haar moeder is voor haar huwelijk onderwijzeres geweest. Al op de lagere school begon Renate met schrijven.

In 1972 behaalde ze haar gymnasiumdiploma aan het Keizer Karel College in Amstelveen, waarna ze besloot niet te gaan studeren, maar te gaan werken. Ze werd verslaggeefster bij het weekblad Panorama en reisde daarvoor de hele wereld af. In 1977 verliet ze dit tijdschrift en werkte in de daaropvolgende jaren voor verschillende andere bladen, waaronder Opzij, Viva en De Tijd. In deze periode was de Tweede Feministische Golf in Nederland op z’n hoogtepunt. Met haar columns en artikelen beoogde Dorrestein de wereld wakker te schudden en te provoceren. Ook hielp zij in 1986 de Anna Bijns Stichting op te richten, die elke twee jaar een speciale prijs uitlooft voor 'de vrouwelijke stem in de letteren'.

De zelfmoord van haar zusje in 1979 heeft op haar persoonlijkheid en haar schrijverschap een enorme invloed gehad, net als later de ziekte ME, die haar ruim tien jaar lang het leven moeilijk maakte.



Wanneer je meer over haar en de door haar gepubliceerde romans (inmiddels al 18) wilt weten, kun je haar website.



Interviews

Op de website van Renate Dorrestein kun je een interessant interview met de schrijfster met Marjo van Soest. Het is een uitgebreid interview over de nieuwe roman



Ook het interview in Boek Magazine, januari/februari 2006 is de moeite van het lezen waard. Het kan helaas niet digitaal worden opgezocht..


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Beste Kees,
Dank voor de mooie samenvatting, nu hoef ik het boek niet meer te kopen. Even op een ochtend in een half uurtje gelezen. Mooi verhaal, dat wel, maar ook een erg treurig vooruitzicht op de 'derde fase'. Herken nu al veel..... Ik vind overigens dat jongens ook best iets mogen weten over vrouwenproblemen en de overgang. Weten ze tenminste waarom vrouwen van zekere leeftijd soms zo onvoorspelbaar reageren.
Groetjes, Karinthe

14 jaar geleden

K.

K.

hallo,
ik wil even reageren op het verslag van het boek 'mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder roodkapje voor'. allereerst vind ik het een heel goed verslag, maar ik moet ook een verslag over dit boeken maken. en ik heb het ook zelf gelezen alleen kom ik er niet uit wat heb motief is van dit boek. misschien kunt u helpen door het mij te e-mailen of me een stukje op weg te helpen. alvast bedankt!

groetjes karina

13 jaar geleden

S.

S.

Het is geen verzorgingstehuis maar een verzorgingshuis, en het is geen cruiseboot maar een cruiseschip.

9 jaar geleden