Mijn tante Coleta door R.J. Peskens

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
Boekcover Mijn tante Coleta
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2888 woorden
  • 26 mei 2001
  • 279 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
279 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1976
Pagina's
173
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Mijn tante Coleta
Shadow
Mijn tante Coleta door R.J. Peskens
Shadow

Auteur: R. J. Peskens
Titel: Mijn tante Coleta
Jaar van publicatie: 1976
Gebruikte uitgave: serie boektoppers 2000-Malmberg, Den Bosch

Beschrijvingsopdracht:

Motivatie: Dit boek zat bij de boektoppers die ik had besteld op school. Nadat we de opdracht hadden gekregen weer een boekverslag te maken dacht ik meteen aan dit boek, omdat het me erg leuk leek. Het sprak mij vooral meteen aan, omdat de hoofdpersoon niet veel ouder is dan ik. Ook de inhoud op de achterkant van het boek boeide me.

Samenvatting: Als het verhaal begint, is de ikfiguur ongeveer zestien jaar oud. Hij woont in een stadje aan een rivier die breed in zee uitmondt. Hij zit in de hoogste klas van de HBS. Zijn vader is arbeider en zit in de gemeenteraad voor de sociaal-democraten. Zijn moeder is zeer radicaal in haar opvattingen en erkent geen gezag. Door haar eigenzinnig optreden raakt ze in allerlei conflicten verzeild. Haar man tracht de zaak steeds weer te sussen. Als oom Piet drieëndertig jaar is, trouwt hij met de negentienjarige Coleta. Ze komt uit een gezin dat wat geïsoleerd leeft. In de familie van de ikfiguur wordt Coleta met achterdocht bekeken, omdat ze haar nogal eigenaardig vinden en omdat ze vaak naakt in zee zwemt. Daarom verschijnen oom Piet en Coleta niet op de familiebijeenkomsten bij de grootouders. Op de verjaardag van grootmoeder krijgt oom Piet ruzie met de rest van de familie. Hij nodigt echter de ikfiguur uit bij hem en Coleta te komen. Toevallig ontmoet de ikfiguur Coleta bij de bakker en hij mag met haar mee. Hij raakt zeer onder de indruk van haar schoonheid en haar aantrekkelijkheid. Ondertussen achtervolgt hem de angst dat zijn moeder erachter zal komen dat hij bij Coleta is geweest. Als hij voor de tweede keer bij Coleta komt vertelt ze dat ze tot haar grote teleurstelling niet mag zwemmen van haar saaie man. Hoewel het al eind oktober is, spreekt ze met de ikfiguur af dat ze op zaterdagmiddag samen in zee zullen gaan zwemmen. De ikfiguur overwint zijn schroom en in een duinpannetje vrijt hij met Coleta. Daarna gaan ze naakt zwemmen. 's Avonds brengt de ikfiguur een bezoek aan Coleta en Piet. Als hij thuiskomt zegt zijn moeder dat Coleta niet deugt omdat ze achter de kerels aanzit.

De vader raakt betrokken in een politieke strijd tegen wethouder Laernoes, die antirevolutionair is. De sociaal-democraten willen de krotten, die in het dorp staan en nog steeds worden verhuurd, laten afbreken en dit is tegen de zin van de wethouder. Vader schrijft een stuk in de krant tegen Laernoes, die hem lik op stuk geeft door erop te wijzen dat grootvader ook twee krotten bezit. Vader en oom Piet trachten opa te bewegen zijn krotten te verkopen. Moeder en Coleta vinden dat hij er geen geld voor mag vragen. Opa weigert de krotten van de hand te doen. Tijdens de raadsvergadering vliegt moeder wethouder Laernoes aan en geeft hem een paar rake klappen. Een politieagent grijpt haar beet en de vergadering wordt gesloten. Coleta heeft bewondering voor het optreden van moeder in de raadszaal. Moeder moet op het politiebureau komen, maar ze weigert te gaan.

De ikfiguur gaat naar tante Coleta, die met hem naar bed wil. De ikfiguur durft echter niet. De liefde voor Coleta trekt de ikfiguur bij moeder vandaan. Hij komt in de grootste verwarring als hij zich begint af te vragen of hij wel van moeder houdt. Coleta en de ikfiguur hebben weer afgesproken te gaan zwemmen, maar Coleta mag niet van Piet, wat leidt tot een hevige ruzie. De ikfiguur krijgt van Coleta een briefje met het verzoek maandagochtend bij haar te komen. Als hij komt, gaat Coleta met hem naar bed. Het wordt een grote teleurstelling, omdat de ikfiguur niet tot gemeenschap in staat is. Als de ikfiguur en Coleta samen zijn lukt het vrijen weer niet. Ze spreken af woensdagavond langs het strand te gaan wandelen. Coleta wil niet meer vrijen en ze barst in huilen uit.

Moeder krijgt een oproep om voor de rechtbank te verschijnen. Ze gaat tussen het publiek op de tribune zitten. De ikfiguur woont de rechtszitting ook bij, evenals Coleta. Moeder wordt veroordeeld tot honderd gulden boete of tien dagen gevangenisstraf. Een aantal mensen brengen geld bij elkaar zodat moeder niet in de gevangenis hoeft. Coleta meent dat moeder het geld niet moet accepteren. Moeder krijgt waardering voor Coleta en ze gaat met vader bij oom Piet en Coleta op bezoek. De ikfiguur voelt zich door moeder verlaten en door Coleta verraden.

De volgende dag wil Coleta iets met de ikfiguur bespreken. Ze vindt dat moeder niet langer bedrogen kan worden. De ikfiguur slaat haar in het gezicht en loopt weg.

De ikfiguur doet eindexamen en slaagt. Vader wil dat hij doorstudeert en de burgemeester wil voor een beurs zorgen. Moeder verbiedt hem geld aan te nemen: hij moet maar een baantje zoeken. Tijdens het gesprek met de burgemeester verkeert de ikfiguur in grote tweestrijd: welke stem moet hij volgen? Vader stuurt de ikfiguur met vakantie. Tijdens zijn vakantie vindt hij in Rotterdam werk en een kosthuis. Als hij thuiskomt, is moeder ervandoor, omdat vader de boete betaald heeft. Vader huilt. Als de ikfiguur drie dagen later op de fiets naar Rotterdam vertrekt, is moeder nog altijd niet komen opdagen.

Uitgewerkte persoonlijke reactie:

Onderwerp: Er zijn twee verhaallijnen in het boek. De eerste is de relatie tussen de ikpersoon en Coleta. Dit werd goed verteld, je wist precies wat er in de hoofdpersoon omging. De tweede verhaallijn is de politieke strijd van vader en moeder. Deze vond ik interessanter dan de eerste, omdat hier meer inhoud in zat. Maar de eerste verhaallijn ligt meer in mijn belevingswereld, want dat gaat voor een groot deel over de gevoelens van de ikpersoon en hoe hij de puberteit doormaakt. De andere verhaallijn gaat over de politiek en daar interesseer ik me niet zo voor. Er wordt geen bepaalde visie op het onderwerp gegeven, er wordt alleen verteld wat er gebeurt.

Gebeurtenissen: De belangrijkste gebeurtenissen zijn de ontwikkelingen op het gebied van de relatie van de ikpersoon en Coleta en later de relatie tussen de moeder van de ikpersoon en Coleta. Dit werd duidelijk verteld, er kwam goed naar voren hoe deze verandering tot stand kwam. De gebeurtenissen vond ik wel waarschijnlijk, want als je de achterkant van het boek had gelezen wist je al wat er ging gebeuren, dat was best jammer. De gebeurtenissen vloeiden voort uit de gevoelens van de personen dus je kunt niet spreken van een belangrijkere rol in het verhaal, ik denk dat het even belangrijk is. De leukste gebeurtenis uit het boek vind ik het stuk dat vertelt over wat er in de raadszaal gebeurt. Het stuk dat moeder Laernoes aanvliegt, dat is volgens mij het tijdstip dat moeder en Coleta meer naar elkaar toe groeien en dat is volgens mij dan ook een van de belangrijkste gebeurtenissen. Personages: Het karakter van de hoofdpersoon wordt niet duidelijk beschreven, het is meer een type. Het enige wat je van hem weet is dat hij in de puberteit zit en zich tegen zijn moeder afzet. Hij is bezig met verschillende dingen te ontdekken en volgens mij is hij pas voor de eerste keer echt verliefd in zijn leven en vond hij zijn verliefdheden van vroeger een kinderspel. Ik vind dat de moeder van de ikfiguur heel onvoorspelbaar reageert, ik had nooit verwacht dat ze Laernoes zomaar aan zou vliegen en dat ze het geld dat vader bij elkaar had verzameld, zodat ze niet de gevangenis in hoefde, niet zou aanvaarden. Ik vind vader nog de meest sympathieke personage. De ikfiguur rent alleen zijn gevoelens achterna en kan niet meer nadenken. Hoe Coleta reageert begrijp ik niet. Volgens mij gebruikt ze de ikfiguur alleen maar, omdat ze het huwelijk met oom Piet saai vindt. En moeder drijft haar eigen wil door en houdt geen rekening met anderen. Opbouw: De opbouw van het boek is niet ingewikkeld. Als je het boek door leest kom je aanwijzingen tegen waaruit blijkt dat het hele verhaal één grote flashback is, zoals bijvoorbeeld op bladzijde 10, waar staat: ‘Uit die dagen herinner ik mij nog een droom.’ En ook op bladzijde 37 staat: ‘Nu, meer dan een halve eeuw geleden herinner ik mij nog woordelijk de volgende zinnen. :’ Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van de ikfiguur; het lijkt net alsof hij zijn levensverhaal vertelt, dus het zou goed een autobiografie kunnen zijn. Het boek bevat een gesloten einde, de ikfiguur vertrekt naar Rotterdam, omdat hij daar werk heeft gevonden en moeder is ook weg. Het boek boeide me vanaf het moment dat vader in een conflict raakt met Laernoes. Dan begint het verhaal echt inhoud te krijgen vind ik. Taalgebruik: Het taalgebruik vond ik erg gemakkelijk, er zaten geen moeilijke woorden in en de zinnen waren niet moeilijk van opbouw. Er was ook geen ingewikkelde beeldspraak of ‘duister’ taalgebruik in het verhaal. Er zijn heel veel dialogen en minder beschrijvingen. Vaak begint een alinea met één of twee beschrijvende zin(nen) en gaat daarna over op een dialoog.

Ik vond het een leuk boek, met een leuk verhaal. Ik ben er wel achtergekomen dat mijn visie op literaire boeken niet klopt. Bij literaire volwassenen boeken dacht ik altijd aan moeilijk taalgebruik, moeilijke zinnen qua opbouw en ellenlange beschrijvingen over dingen die helemaal niet belangrijk zijn. Maar dit boek is verre van dat.

Verdiepingsopdracht:

Verwachtingen: Ik had verwacht dat het boek veel zou vertellen over de gevoelens van de verschillende personen en dat er niet zoveel gebeurtenissen zouden zijn. Verder had ik verwacht dat het taalgebruik moeilijk zou zijn en dat het lang zou duren voordat ik het boek uit zou hebben. Al mijn verwachtingen zijn niet uitgekomen. Alleen de gevoelens van de ikfiguur worden beschreven en van de andere personages kom ik bijna niets te weten. Er waren meer gebeurtenissen dan ik had verwacht. Het taalgebruik was ook helemaal niet moeilijk, het was erg gemakkelijk om te lezen en ik had het boek dan ook zo uit. Ik had niet verwacht dat moeder zo opvliegend zou zijn en dat ze alleen haar eigen zin zou willen doordrijven. Ik had me meer een huisvrouw voorgesteld met een karakter zoals de vader van de ikfiguur. Dit klopte dus ook niet.

Tijd: Fabel en sujet: Het hele verhaal is een flashback, maar binnen die flashback is het verhaal chronologisch verteld, dus is er geen verschil tussen fabel en sujet. Doordat er geen verschil is tussen fabel en sujet probeert de schrijver, denk ik, ervoor te zorgen dat je zelf middenin het verhaal zit. Dat is misschien ook wel zo, maar dan als toeschouwer en niet als een bestaand personage. Chronologisch/ niet-chronologisch: Het verhaal wordt chronologisch verteld. Continu/ niet-continu: Het verhaal wordt niet-continu verteld. Dit blijkt uit de volgende passages: - Bladzijde 40: Dinsdagmiddag - Bladzijde 60: Na enkele dagen
Flashbacks/ vooruitwijzingen/ terugwijzingen: Het hele verhaal is een grote flashback. De ikfiguur vertelt alles achteraf. Er zitten weinig vooruitwijzingen in het verhaal, maar ik heb er toch één kunnen vinden. - Bladzijde 65: Laten we woensdagavond samen langs het strand gaan wandelen. Er zitten enkele terugwijzingen in het verhaal. - Bladzijde 32: Coleta kwam binnen met de rode sjaal van die middag om het hoofd. - Bladzijde 34: Piet en Coleta waren hier gisteravond hè? Dat het verhaal een grote flashback is heeft alleen als effect dat je alles uit de ogen van één persoon ziet, de ikfiguur, dus van zijn gevoelens kom je alleen wat te weten. De vooruitwijzingen en terugwijzingen hadden geen effect op mij. Vertelde tijd/ verteltijd: De vertelde tijd is ongeveer een jaar. De verteltijd is 112 bladzijdes, maar het is een boektopper, dus zijn het hele kleine letters.

Historische tijd: Het is zeker een halve eeuw geleden: op bladzijde 37 staat het volgende: ‘Nu, meer dan een halve eeuw geleden herinner ik mij nog woordelijk de volgende zinnen:’ Andere aanwijzingen zijn: - Bladzijde102: En daar stond ik weer op dezelfde vloermat waarop ik maanden achtereen het pannetje met eten van haar in ontvangst had genomen. Dus ik denk dat het rond de jaren 30 afspeelt omdat het boek in 1976 gepubliceerd is en het is ongeveer een halve eeuw geleden. (Zie blz 37) Ze hadden ook erg weinig geld, want ze moesten voor eten naar de burgemeester en in de jaren 30 was er een crisis.

Personages: De belangrijkste persoon is de ikfiguur. Het is meer een type dan een karakter. Hij zit in de puberteit en zet zich af tegen zijn moeder. Hij begint alles net te ontdekken. Hij is erg onzeker, alles gaat van Coleta uit. Over zijn uiterlijk wordt niets gezegd.

Verhoudingen tussen de personages: -Ikfiguur & Coleta: Minnaars en tante en neef. -Ikfiguur & vader en moeder: zoon en ouders. -Ikfiguur & oom Piet: neef en oom. -Coleta & zijn moeder: schoonzussen. -Coleta & zijn vader: schoonzus en zwager. -Coleta & oom Piet: man en vrouw. -Oom Piet &zijn vader: broers. -Oom Piet & zijn moeder: zwager en schoonzus. -Zijn vader & zijn moeder: man en vrouw. -Zijn vader & Laernoes: zij strijden tegen elkaar in de politiek.

Ikfiguur: Hij is de zoon van Jewanne en Levinus. Hij is 16 jaar en zit op de HBS. Hij krijgt een korte romance met Coleta. Hij is verliefd op haar en daarom is hij erg in de war. De hele romance gaat van Coleta uit en hij is erg onzeker. Hij zit midden in de puberteit en is net alles aan het ontdekken. Hij is dan ook erg wanhopig als Coleta hem verteld dat het over is tussen hen. Coleta: De vrouw van oom Piet. Ze is 19 jaar en heeft een korte romance met de ikfiguur. Alles gaat van haar uit en ze brengt het hoofd van de ikfiguur op hol. Ze is alleen op seks uit en misbruikt hem. Als ze merkt dat hij niet aan haar verwachtingen kan voldoen komt ze erachter dat het niets kan worden tussen hen. Ze wil graag avontuur en doet niet wat er van haar verwacht wordt. Haar karakter lijkt heel erg op dat van Jewanne, ze is impulsief, eigenwijs, eigenzinnig en stelt veel prijs op haar onafhankelijkheid. Ze is eerst een helper van de ikfiguur, maar later een tegenstander. Jewanne: De moeder van de ikfiguur. Ze is erg opvliegend en valt in de raadsvergadering Laernoes aan. Ze heeft een eigen wil en doet precies het tegenovergestelde als haar iets wordt opgelegd. Eerst is ze een tegenstander van de ikfiguur, later een helper. Ze heeft een afkeer van hooggeplaatste mensen en personen met macht.

Levinus: De vader van de ikfiguur. Hij is een goedzak en probeert alles te regelen als Jewanne weer eens in de problemen zit. Hij is erg rechtvaardig. Hij is een tegenstander van moeder en een tegenstander van Laernoes, later is hij ook een tegenstander van de ikfiguur. Oom Piet: De man van Coleta. Hij is 34 jaar. Hij is net als Levinus een goedzak, Coleta vindt hem saai. Hij is de lievelingsoom van de ikfiguur. Hij helpt Levinus in de strijd tegen Laernoes. Hij is een tegenstander van de ikfiguur. Laernoes: Hij is wethouder en is in strijd met Levinus. Hij wordt aangevallen door Jewanne. Hij is een tegenstander van vader. De hoofdpersoon heeft niet echt een concreet doel in het boek. Hij zit in de puberteit en moet daar uit zien te komen, ook moet hij zijn examen halen. Dat heeft hij wel bereikt.

De hoofdpersoon heeft niet echt een wereldbeeld, je komt niet veel te weten over zijn ideeën en opvattingen. Het enige wat je van hem weet is dat hij heel erg in de war is en ook erg onzeker is. Hij holt zijn gevoelens achterna en denkt niet meer na. Op het einde van het boek komt hij zich ook des te harder tegen.

De belangrijkste personages zijn types. Je komt weinig te weten over hen, je kent maar een paar karaktereigenschappen van hen.

Ik vind de personages niet herkenbaar en kan me ook niet met hen identificeren.

Evaluatie: Ik vond het een goed boek, er gebeurde veel in en het boeide me ook. Alleen vond ik de gevoelens van de personages niet goed uitgewerkt, dat vond ik wel jammer, want dan leerde je ze niet echt kennen en kon je je moeilijk inleven, omdat je maar zo weinig van ze wist. Mijn uitgewerkte persoonlijke reactie is wel veranderd na de verdiepingsopdracht te hebben uitgevoerd. Ik denk nu dat de gebeurtenissen een belangrijkere rol spelen in het verhaal dan de gevoelens. Ik ben wel tevreden over het uitvoeren van de beschrijving en van de verdiepingsopdracht. Als ik er niet tevreden over zou zijn zou ik het niet zo inleveren maar eerst nog dingen veranderen. Het boek was erg gemakkelijk om te lezen, het was niet saai, niet langdradig, dus ik had het boek dan ook zo uit. Het was helemaal niet moeilijk, verwarrend of onduidelijk. Het verschil tussen fabel en sujet vond ik erg moeilijk dus ik heb het ook aan mevr. Strang moeten vragen. Verder vond ik het maken van dit boekverslag niet zo moeilijk. Ik had wel voldoende kennis, behalve dan het deel fabel en sujet. Ik was nu ruim op tijd begonnen met het lezen van een boek en ik heb dit boekverslag al in de kerstvakantie gemaakt, omdat ik het verslag af wilde hebben voordat ik aan de toetsweek begon. Ik ga het de volgende keer niet anders aanpakken dan nu.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Mijn tante Coleta door R.J. Peskens"