Lanseloet van Denemarken door Onbekend

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2717 woorden
  • 4 juli 2007
  • 29 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 29 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Lanceloet van Denemarken
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1400
Pagina's
41
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Lanseloet van Denemarken
Shadow
Lanseloet van Denemarken door  Onbekend
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Lancelot is prins van Denemarken; hartstochtelijke liefde voor de bevallige reine Sandrijn, een jong meisje, de dochter van een ‘sciltcnecht’ en zijn moeders dienstjuffer, uit het gevolg van zijn moeder, is bij hem in strijd met geboortetrots. Ze wil ook haar maagdelijkheid bewaren (zij is bang dat hij haar alleen gaat gebruiken en haar dan zonder eer verder laat leven). De liefdesbekentenis van de ridder wordt door het meisje, dat ook hem genegen is, met zekeren angst aangehoord. Bij een wilde roos in den slottuin zien wij hen in gesprek: ‘Ga met mij naar buiten, naar het bosch, waar de bloemen staan en de vogels zingen’, smeekt Lancelot, maar Sandrijn weigert: niet met hem alleen! noch daar, noch op zijne kamer in het kasteel. Weg is zij. Ware zij maar mijn gelijke! zucht Lancelot. Lanseloet wil dolgraag met haar trouwen, maar zijn moeder, die dit gehoord heeft, verbiedt het hem, omdat Sanderijn niet van adellijke afkomst is. Haar felle verwijten prikkelen hem tot tegenspraak; haar geboortetrots verliest het pleit tegen zijn hartstocht en liefde. List moet haar nu helpen. Zij belooft Lancelot dat zij hem Sandrijn in handen zal spelen; van hem eist zij de belofte dat hij haar daarna op minachtende wijze van zich zal stooten. Lanceloet verzet zich eerst, maar de verleiding blijkt hem te sterk. De reine Sandrijn wordt ten val gebracht, doch slechts naar het lichaam. In een daaropvolgende alleenspraak van Sanderijn vernemen wij, dat Lanseloet inderdaad de ‘dorpere woort’ gesproken heeft, dat hij haar niet meer wil. Wanhopig ontvlucht zij het kasteel. Ver ver weg, ergens in Afrika, in een bos zien wij haar terug, horen wij haar om bescherming bidden tot de Heilige Maagd, de bron aller reinheid.
Terwijl zij haar dorst stilt aan een fontein, hoort zij de tonen van een jachthoorn. Een ridder in het bos aan het jagen, ziet haar en wordt door haar bekoord en wil haar met zich voeren; thuis zal zij zijne wettige vrouw worden. Hij gaat naar haar toe en hij vaagt hoe zij heet. Sanderijn heet zij. Sanderijn zou hem wel willen volgen, maar het verleden bezwaart haar. Hoe den ridder te vertellen wat met haar gebeurd is? Vóór hem staat een bloeiende boom; zij wijst er hem op en zachtjes vraagt zij: ‘indien een fiere valk eens neerschoot en hier een bloesem afplukte, zou de boom u dan tegenstaan’? Een ogenblik later rijden zij samen heen.

Ondertussen is in Lancelot het berouw ontwaakt; hartstocht is heen, maar liefde gebleven. Nu pas gevoelt hij tenvolle, hoe lief hij haar heeft, en volstrekt wil hij zijne geliefde herwinnen en huwen Een sterk verlangen naar de onschuldig verstotene maakt zich van hem meester. Zijn kamerling Reinout moet Sandrijn zoeken Na maanden lang zoeken komt hij een boswachter tegen. Als hij van de boswachter hoort dat hij haar dienaar is en dat zij op het kasteel woont, krijgt hij haar te spreken (voor een drinkpenning). Reinout vraagt Sanderijn of zij met Lanseloet wil trouwen en dat Lanseloet niet kan leven zonder haar. Sanderijn wil niet mee terug, en zegt dat zij erg gelukkig is met haar man. Als bewijs voor Lanseloet dat Reinout haar echt heeft gesproken verteld Sanderijn het volgende Parabel: In het park staat een mooie bloesemboom, er komt een valk aan en pakt een bloem van een tak en laat de anderen staan. Kort daarna komt de valk terug om de tak terug te vinden waarvan hij de bloem had geplukt maar hij kan de tak niet terugvinden dat doet hem veel verdriet.
Reinout keert terug, maar hij durft de waarheid niet aan Lanseloet te vertellen en besluit om dan maar een leugen te vertellen. Hij zegt tegen Lanseloet dat Sanderijn op haar reis naar het buitenland dood is gegaan. Lanseloet gelooft het niet en hij vraagt nog een keer of dat de waarheid is. Reinout zweert dat ze inderdaad dood is, maar dat ze hem wel een boodschap heeft meegegeven. Hij vertelt het Parabel die hij van Sanderijn had gehoord. Na het vertellen begint Lanseloet wel te geloven dat ze dood is. Hij begrijpt dat hij haar voor altijd heeft verloren en hij sterft dan van verdriet.

Tijd en ruimte
Lanseloet en Sandrijn, dat iets meer dan 900 verzen telt, is verdeeld in 16 tonelen, die meer naast elkander staan dan uit elkander voortvloeien; men denkt er bij aan de opeenvolgende delen van een geschiedenis zoals die op oude prenten in een reeks van opvolgende taferelen zijn afgebeeld. Om eenheid van tijd of plaats - inderdaad de minst betekenende der drie zoogenaamde eenheden - bekommeren deze toneeldichters zich niet; in Lanseloet en Sandrijn verloopt een jaar na het tiende toneel. Eerst speelt het verhaal zich af in Denemarken en daarna in Rawast (middeleeuwse benaming voor Rabat). Het tooneel wisselt voortdurend tusschen twee plaatsen; we zijn beurtelings in Denemarken en in Afrika. Daarentegen is de eenheid van handeling zuiver bewaard; men vergeet geen ogenblik, dat Lanselot en Sandrijn inderdaad de hoofdpersonen zijn in het naar hen genoemde stuk.
Naar spanning streeft een middeleeuws drama's evenmin als het klassieke drama; ook hier werd door een voorredenaar de inhoud van het stuk in hoofdzaak verteld; men wist dus wat er komen zou. Anders echter dan in het klassieke drama, anders vooral dan in de meesterstukken der Griekse tragedie, streeft men er hier niet naar, de psychologische noodwendigheid van de ontwikkeling der handeling te doen zien door een strenge en fijne motivatie. Het toeval heerst hier met soevereine macht. De personen ontmoeten elkaar toevallig juist daar waar het nodig is. Van langzame en trapsgewijze ontwikkeling in de handeling is weinig sprake; ook niet in de voorstelling der karakters. Toch is de karakteristiek in deze spelen niet verwaarloosd; de karakters zijn eenvoudig, als in bas-relief, en met naïeve kunst uitgebeeld. Dat de middeleeuwen een tijd van uitersten waren, zien wij ook weer in het onderscheiden van slechts twee klassen van mensen: goede en kwade.
Lanseloet houdt het midden tussen goeden en kwaden: hij heeft Sanderijn hartstochtelijk lief, maar hij is zwak en laat zich door zijn zinnelijke drift en zijn moeder zo beheerscheen, dat hij er in toestemt Sanderijn te schande te brengen; later krijgt hij berouw en probeert zijn misdrijf goed te maken. In Sanderijn zien wij naast een liefelijke reinheid een hoog ontwikkeld gevoel van eer; wat haar bovenal kwetst nadat Lanseloet haar onteerd heeft, is, dat hij haar heeft toegevoegd: ‘ik ben nu zo zat van u als had ik zeven zijden spek gegeten’.

In de raad van de moeder valt mensenkennis te waarderen, want als iets geschikt was om Sanderijn van Lanseloet afkerig te maken dan was het die handelwijze. Behalve duivelse boosaardigheid, list en een sterk ontwikkelden adeltrots, zien wij in die moeder dan ook een kras cynisme dat zich uitspreekt o.a. in deze verzen:

Als de wille es gedaen,
Es die minne al vergaen.

Van ware liefde kan zij zich blijkbaar geen voorstelling maken.
De figuren van de bijpersonen zijn ternauwernood met een paar lijnen omgetrokken. Alleen die van de boswachter in Lanselot en Sandrijn tekent zich wat scherper af. Er is iets vermakelijks in zijne verbazing over het feit dat zijn meester in het bos zulk een vondst heeft gedaan. Jaren lang heeft hij zelf daar rondgewandeld, maar nooit is hem zo'n fortuintje ten deel gevallen. Het goede geloof waarmede hij dan achter een kreupelbosje op de loer gaat zitten, tekent hem wel in zijn boerse naïviteit. De komst van de kamerling Reinout is onder die omstandigheden natuurlijk een teleurstelling voor hem; doch hij troost zich met een drinkpenning: krijgt hij geen roden mond te kussen dan maar de randen van de kroes.
Opmerkelijk is zijne figuur ook hierdoor, dat zij de enige is in deze abele spelen die verlicht wordt door een zwak-komischen glimp; hoe weinig plaats het komische hier ook inneemt te midden van den ernst, het is toch ene vingerwijzing naar de latere ontwikkeling van het drama.
Naast deze bijzondere karaktertrekken van de verschillende personen zien wij een drietal andere van algemene aard: adeltrots, liefde, geloof. De edelingen en edelvrouwen in deze stukken hebben een krachtig besef van de hoogheid en voortreffelijkheid des adels.
Ook in het spel van Lanseloet en Sanderijn zien wij die botsing tussen menselijke hartstocht en maatschappelijk standsbegrip. Wanneer de jonge prins van Denemarken door zijne moeder wordt uitgemaakt voor een ‘vuul keytijf’ omdat hij ‘soe neder mint’, antwoordt hij:

O lieve moeder, der minnen cracht

Ansiet hoghe geboert no rijcheit van goede,

Maer si soect haers gelijc van moede,

Die beide sijn van enen wesen;

Ic hebbe dicke wel hoeren lesen,

Dat die minne soect haers gelike;

Al es d'een arm ende die ander rike,

Die edel minne doet haer werc.

Dit stuk munt ver boven zijn gelijken uit. De inhoud is belangwekkender en, tegenover het wat afgezaagde avontuurlijke in de andere spelen, nieuw en fris. Een dichterlijk waas ligt er over verspreid, dat aan het ridderlijk lierdicht doet denken, al spreekt uit het stuk tegelijk ook de geest der naar standsgelijkheid strevende 14de eeuw.
In de bekoorlijke en belangwekkende figuur van Sanderijn eindelijk, die evenzeer de hoofdpersoon is als de lichtzinnige, maar toch zoo hartstochtelijke Lanseloet, heeft de dichter ons voor zijn tijd een meesterstuk geschonken.

Auteur. de abele spelen en sotterniën Gloriant, Esmoreyt en Lanseloet komen in hetzelfde handschrift voor. Wij mogen op grond van overeenkomst in taal en stijl aan een en dezelfden dichter, denkelijk een Vlaming, worden toegeschreven en zullen wel in de tweede helft der 14de eeuw gedicht zijn, al berust die dateering nagenoeg alleen hier op, dat het handschrift, waarin zij voorkomen, zeer waarschijnlijk omstreeks 1405 geschreven is.

Literaire periode: Middeleeuwen
Voor het jaar duizend konden heel weinig mensen schrijven; dus was er niet veel geschreven literatuur. Alleen in de kloosters was men de schrijfkunst machtig, dus het geschrevene was alleen in het Latijn overgeleverd. Door de uitvinding van de boekdrukkunst in 1450 meende men dat de handschriften weggegooid kon worden. Daardoor komt het dat de oudste handschriften (in het Latijn) minimaal uit 1170 kunnen stammen. In 1930 werd in Engeland het oudste Nederlandse zinnetje gevonden: Hebban Olla Vogala….Het is waarschijnlijk een Vlaamse monnik geweest die dit zinnetje heeft opgeschreven. Echter, er is altijd wel een mondelinge, orale letterkunde geweest dat door zogenaamde beroepsvertellers en/of sprooksprekers verbreid werden. Om het de sprooksprekers zo makkelijk mogelijk te maken, werden de verhalen doorverteld in rijmvorm. Langzamerhand gingen de sprooksprekers gebruik maken van geschreven tekst en ontstond de meer en meer schriftelijk-georiënteerde literatuur.
De middeleeuwse maatschappij bestond uit de zogenaamde standen: de adel, geestelijkheid en boerenstand en misschien nog een vierde stand, namelijk de allereenvoudigsten en allerarmsten.

Stroming: Wereldlijk toneel
Het wereldlijk toneel bestaat alleen maar uit de genre abele spelen. De stukken die zijn overgeleverd uit de Middeleeuwen zijn of van geestelijke of van wereldlijke aard.

Genre: Abel spel
Er zijn slechts vier van dit genre spelen overgebleven, namelijk Esmoreit, Lanceloet van Denemarken, Gloriant en Het spel vanden Winter ende vanden Sommer. Het woord abel betekent naar alle waarschijnlijkheid edel, verheven, ernstig. Deze spelen zijn uniek in heel Europa, nergens dan hier is namelijk wereldlijk toneel uit zo’n vroege periode overgebleven. Ze zijn waarschijnlijk ontstaan uit de voordracht van hoofse ridderromans die door beroepsvertellers op de markten van steden en van dorpen werden verteld. Als zo’n verteller besloot om een verhaal met anderen uit te beelden, werd dit een toneel .Een abel spel kan dus gedramatiseerde ridderromans genoemd worden.
Ook over de wijze, waarop de abele spelen en sotterniën vertoond werden, valt niet veel met zekerheid te zeggen. Uit de aankondiging na de abele spleen blijkt, dat steeds direct daarop een sotternie gespeeld is: een kluchtje na een treurspel, zoals ook nog in de 17de en 18de eeuw de gewoonte was. Ook in het handschrift behoren er telkens twee stukken zó bij elkaar: telkens een abelspel en een sotternie, behalve de Truwanten, die op een andere, maar veel langere sotte boerde, namelijk op Drie daghe here, volgt.
Een pauze tussen de beide stukken behoeft niet aangenomen te worden, nog veel minder dat de toeschouwers zich daarin voor enige ogenblikken verwijderd zouden hebben, om iets te gebruiken. Blijkbaar zaten de toeschouwers boven den begane grond, want na de voorstelling gaan zij ‘den graet neder’, maar daarom behoeft de vertoning nog niet binnenshuis te hebben plaats gehad, ofschoon dat in de 15de eeuw niet ongewoon was. Met een proloog en een verzoek, als ‘swijcht ende maect een ghestille’, ving een stuk gewoonlijk aan, met een moraliserende toepassing eindigde het. Decoratief was er, als wij ten minste voor ons toneel mogen aannemen wat van het toneel in andere landen bekend is, weinig of niet. Misschien was het toneel in twee vakken verdeeld, die ieder een verschillende, soms door een opschrift kenbaar gemaakte, plaats voorstelden.
De 4 abele spelen hebben naast dezelfde auteur en dezelfde structuur ook dezelfde thematiek, namelijk de uitbeelding van een aspect van de hoofse liefde. Deze liefde wordt in Lanseloet vernietigd door de hartstocht van Lanseloet in de bevrediging van zijn hartstochten.

Het karkater van het abel spel is dat het een ernstig, verheven stuk is. Na dit stuk kwam dan de eerder genoemde sotternij. Hierin ging het er erg platvloers aan toe.
Het lijkt wel alsof het de bedoeling was om via de klucht te laten zien op welk ander niveau de liefde in de hogere regionen van de maatschappij zich afspeelde. Het is ook mogelijk dat de klucht als een soort lokkertje moest dienen om het publiek te trekken.

Samenvatting Sotternij

In die Hexe zien wij slechts een drietal vrouwen optreden. Machtelt is uit haar humeur: de wol is wel goed, maar er goed garen van spinnen..... 't mocht wat! Zij vertrouwt het spel niet. Zou de duivel ook meespelen? Buurvrouw Lutgaert is ook niet best te spreken. Zij heeft daar net een vos verjaagd, maar twee van hare hoenders lagen al dood! Nu gaan de vrouwtjes tegen elkaar uitpakken. Er moet toverij onder schuilen, zegt Machtelt. - Bij de heilige Maagd, zegt Lutgaert, dat moet het zijn! Mijn koe geeft geen melk meer; water! niks anders. Maar ik heb mijn vermoedens. Gisteren zag ik op een viersprong zo'n oude teef met boter voor zich zitten; die boter had de duivel daar zeker gebracht. Ken je haar niet? Juliane die dievegge met één oor, die uit Gent gebannen is? Daarginder woont zij, op den hoek; zij verkoopt Oosters bier en zij tovert met een toverboek. De vrouwen spreken nu af, samen bij Juliane ‘een pot biers te meten’, dan zullen zij haar op de proef stellen. Terwijl zij bij haar zitten te drinken, zegt Machtelt: Juliane, weet je een middel om schatten te ontdekken? Kan ik je daarmee helpen, zegt Juliane, dan zal ik je graag een staaltje van mijn kunst toonen. Neem de hand van een dief, waar negen missen over zijn gedaan, dan heb je in alles voorspoed! - Aha, loeder! roept Lutgaert; nu weten we wat je met ons hebt uitgehaald. Weergeven zul je wat je ons hebt afgestolen, of we zullen je met den bierpot zo raken..... een verwoed gevecht besluit ook dit stuk.

Thema en motieven
Het thema is liefde tussen mensen in verschillende standen. Sanderijn en Lanceloet hielden van elkaar, maar door het verschil in stand kon hun liefde niets worden.

Motieven:
- liefde
- dood
- Hoofsheid
- Adel
- Parabel: valk die bloem stal van plant
- Afkomst/standen (De standproblemen tussen Lanseloet en Sanderijn staan in dit verhaal centraal. Sanderijn komt uit een lagere stand en daarom mag ze geen relatie met Lanseloet hebben. Vooral de moeder van Lanseloet kan dit niet verdragen en werkt de twee tegen. Lanseloet en Sanderijn geven beide toe dat hun liefdesrelatie niet kan, maar houden nog te veel van elkaar om elkaar niet meer te zien. Ze ontmoeten elkaar daarom dan ook vaak in het geheim.)
Het begin van alle narigheid is het standsverschil dat volgens middeleeuwers een huwelijk in de weg stond. Hoe het verhaal precies uitgelegd moet worden is maar de vraag. Nog altijd geeft Lanseloet van Denemerken aanleiding tot verschillende interpretaties: moet Lanseloet worden veroordeeld vanwege zijn onhoofse daad, of was hij het slachtoffer van de raad van zijn moeder? Soms lijkt het erop alsof de tekst mannen partij laat kiezen voor Lanseloet terwijl vrouwen zich meer vereenzelvigen met de gekwetste en misbruikte Sanderijn.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Lanseloet van Denemarken door Onbekend"