Kaas door Willem Elsschot

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 3733 woorden
  • 19 maart 2015
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 11 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1933
Pagina's
114
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Verfilmd als

Boekcover Kaas
Shadow

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzendi…

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo …

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzending’van tienduizend volvette Edammers in zijn maag gesplitst, waar hij een geschikte opslagruimte voor moet zien te vinden. Het opzetten van een eigen kantoor en het werven van goede verkopers blijkt ook al niet zo makkelijk. Kortom: het wordt een – alleen voor de lezers hilarisch - drama. Een illusie armer keert Laarmans terug naar zijn oude nederige bestaan.

Kaas door Willem Elsschot
Shadow
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!


Bibliografische gegevens



Schrijver: Willem Elsschot

Titel: Kaas

Uitgever: Em. Querido’s B.V., Amsterdam (Salamander)

Plaats van uitgave: Amsterdam

Gelezen druk: 25e druk

Jaar eerste uitgave: 1933

Aantal bladzijden: 114





Samenvatting



Het boek begint wanneer Frans Laarmans’ moeder overlijdt. Op de begrafenis ontmoet Frans een vriend en klant van zijn broer, mijnheer Van Schoonbeke. Deze nodigt hem uit bij hem op bezoek te komen. Wanneer hij dit doet en Van Schoonbekes vrienden ontmoet, schaamt hij zich voor zijn maatschappelijke status. Frans is klerk bij ‘General Marine and Shipbuilding Company’. Van Schoonbeke vertelt Frans over een baan als vertegenwoordiger voor een grote Nederlandse firma. Hij kan deze baan voor hem regelen, als Frans dat wil.



Frans ziet een kans om zijn maatschappelijke status te doen stijgen en neemt, tegen het advies van zijn vrouw in, de baan aan. Hij is nu kaasgroothandelaar. Zijn vrouw raadt hem aan zijn oude baan niet op te zeggen. Dus regelt hij een doktersverklaring van zijn broer, waarin staat dat hij een zenuwziekte heeft. Zo kan hij drie maanden verlof krijgen, waarin hij zijn zaakjes met de kaashandel op orde kan krijgen.



Kort nadat hij de baan heeft aangenomen, arriveert twintig ton aan Edammers in de haven. Hij besluit ze in een patentkelder op te laten slaan tot hij zijn kantoor op orde heeft. Wanneer dit klaar is en hij zijn “bedrijf” Gafpa (General Antwerp Feeding Products Association) genoemd heeft, plaatst hij een advertentie voor vertegenwoordigers in België en Luxemburg. Dit is namelijk het gebied waar hij de kazen moet gaan verkopen. Twee weken nadat hij dertig agenten heeft aangesteld, begint hij zich af te vragen waar de bestellingen blijven. Om daar achter te komen gaat hij naar Brussel om zijn twee agenten op te zoeken. De ene woont niet op het opgegeven adres en de ander smijt de deur in zijn gezicht dicht.



Van Schoonbeke regelt hierna een positie voor Frans als vervangend voorzitter van de Vakbond van Belgische Kaashandelaren. Aangezien Frans nagenoeg niets afweet van kaas, wil hij deze positie niet. Uiteindelijk hoeft hij dit ook niet te worden, en gaat hij weer terug naar het verkopen van kaas.



Wanneer Frans te weten komt dat zijn baas (voor wie hij kaas verkoopt in zijn gebied) al gauw een bezoek komt brengen, raakt hij in paniek. Met nog vier dagen te gaan voor de aankomst van Hornstra (Frans’ baas), neemt Frans een verkoopcursus. Terug in Antwerpen probeert hij zijn nieuwe verkooptechnieken in praktijk te brengen, echter zonder enig succes.



De zoon van een notaris, een vriend van Van Schoonbeke, zegt dat zijn vader bereid is de Gafpa-onderneming te 'commanditeren'. De zoon heeft een plan waarmee hij zijn vader kan oplichten. Frans neemt het aanbod niet aan en even later komt Hornstra naar zijn huis om met hem te praten. Als Hornstra bij zijn huis aankomt, doet Frans de deur niet open. Later schrijft Frans Hornstra een brief waarin staat dat hij de kazen wegens gezondheidsredenen niet kon verkopen. Drie dagen daarna ontvangt hij echter een bestelling van een van zijn agenten voor 4200 kilo Edammer, waar hij dus niets meer mee kan dan doorsturen naar Hornstra.



Frans bedenkt hoe hij in de hele kaascrisis terecht is gekomen en komt tot de conclusie dat hij de moed gewoon niet had om het aanbod van Van Schoonbeke af te slaan. Hij gaat weer werken als klerk en merkt dat hij het er eigenlijk best leuk vindt. Ook ziet hij in hoe veel zijn familie voor hem betekent. Op het eind brengt Frans een bezoek aan zijn moeders graf en over kaas wordt thuis niet meer gesproken.





Titelverklaring



De titel van het boek, Kaas, is vrij makkelijk te verklaren. Ongeveer het gehele boek gaat namelijk over kaas, en het verkopen ervan. De kaas bezorgt de hoofdpersoon veel ellende, maar zorgt er ook voor dat hij op het eind dichter bij zijn werk en zijn gezin staat. Uiteindelijk heeft hij via een omweg gevonden wie hij werkelijk is.

 



Motto



Het boek Kaas heeft geen motto, maar wel een opdracht. Deze luidt:



Ik luister zwijgend naar die stem

die hijgt en hees is, maar vol klem,

die in mineur zingt bij ’t verwensen

van ’t alledaagse in de mensen.



Ik volg de hoeken van die mond,

een kwalijk toegegroeide wond

die alles uitdrukt, als hij lacht,

wat hij zo fel in woorden bracht.



Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden,

hij heeft een hele hoop beminden

waar hij plezier aan heeft als geen.

Toch staat Jan Greshoff heel alleen.



Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht

van d’ ene nacht tot d’ andere nacht.

Hij hoort iets en komt overeind:

Hij wacht in Brussel op zijn eind.



Vooruit Janlief, hanteer de riem,

en geef die rotzooi striem op striem!

Vaag al dat vee van uwe baan

zo lang uw hart nog mee wil gaan.





Historische tijd





De brieven van Laarmans zijn niet gedateerd. Toch is het mogelijk vrij nauwkeurig vast te stellen in welke tijd de gebeurtenissen plaats hebben gevonden. De enige datum die in het boek wordt genoemd is 15 februari 1933, de dag waarop de collega’s van de scheepswerf Laarmans bezoeken en hem verrassen met een tric-trac spel. De datum komt voor in het zilveren plaatje op de doos. Dit bezoek vindt plaats enkele weken na het begin van Laarmans’ ‘ziekte’, zodat we kunnen aannemen dat hij in de tweede helft van januari met de kaasbusiness is begonnen. Zijn ziekteverlof zou drie maanden duren, maar hij keert op de werf terug voordat deze periode geheel is verstreken. Ongeveer midden april zal hij dus zijn werkzaamheden bij de General Marine hebben hervat. Hieruit volgt, dat alle gebeurtenissen, van het overlijden van Laarmans’ moeder tot en met zijn bezoek aan het kerkhof na het mislukken van het kaasavontuur, zich hebben afgespeeld tussen begin januari en eind april van het jaar 1933.

 



Vertelde tijd



De gebeurtenissen in dit boek vinden plaats in de maanden januari tot en met april, dus zo'n 4 maanden.          



                                                                                                                         


Hoofdpersoon



De hoofdpersoon in het boek is Frans Laarmans. Frans is in het begin van het verhaal een klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, en verruilt die baan al vrij snel om koopman te worden en kaas te gaan verkopen. Als dit geen succes blijkt, besluit hij weer klerk te worden en neemt hij zijn oude baantje terug, na een zogenaamd ziekteverlof van drie maanden.



Frans kan beschreven worden als een onzeker persoon, die zich minderwaardig voelt aan andere mensen die volgens hem een betere sociale status hebben. Als hij eenmaal koopman is geworden, lijkt hij wel zelfverzekerd in zijn schoenen te staan en kan hij ook vlot meepraten met de vrienden van Van Schoonbeke. Als de zaken minder gaan, blijkt hij toch niet zo heel stevig in zijn schoenen te staan, en twijfelt hij weer erg aan zichzelf. Uiteindelijk hakt hij de knoop door om er mee te stoppen en terug te gaan naar zijn oude, goede leventje als klerk.





Bijpersonen



Dokter Laarmans is de broer van Frans. Hij is degene die de doktersverklaring schrijft voor zijn broer, waarin staat dat hij door een zenuwziekte ongeveer drie maanden niet kan werken. Dit geeft Frans de mogelijkheid zijn nieuwe baan als koopman uit te proberen, en terug te komen als het niet goed uitwerkt. Dokter Laarmans komt ook elke dag langs bij Frans en zijn gezin, om te kijken hoe het leven gaat en om te informeren naar de kaasverkoop. De dokter probeert Frans ervan te overtuigen dat hij rustig aan moet doen en voorzichtig moet handelen. Hierdoor blijkt ook dat hij een zeer zorgzaam type is die voor zijn jongere broer wil zorgen.



Mijnheer Van Schoonbeke is een vriend van de dokter, die de broer van Frans is. In de uitleg over de personages die Elsschot zelf geeft, staat dat hij de schuld is van alles. In zekere zin is dat wel te begrijpen, aangezien Van Schoonbeke elke keer maar weer Laarmans aanmoedigt en hem laat kennis maken met zijn vrienden, waardoor Laarmans zich minderwaardig voelt. Onbedoeld zorgt hij ervoor dat Laarmans iets te enthousiast wordt en indirect zou je dus kunnen zeggen dat hij inderdaad de schuld van alles is.



Fine is de vrouw van Laarmans en samen hebben ze twee kinderen, Jan en Ida. Fine staat met beide benen goed op de grond en probeert haar echtgenoot ook er van te overtuigen dat hij het rustig aan moet doen en dat hij vooral erg goed moet nadenken. Zij zorgt er ook voor dat Frans zijn baan als klerk niet opzegt, en ze weerhoud hem ervan impulsief te handelen.





Vertelperspectief



In het boek wordt gebruik gemaakt van een ik-vertelsituatie. De enige die aan het woord is, is Frans Laarmans, waardoor je maar één kant van het verhaal krijgt. Hierdoor lijkt het niet heel erg betrouwbaar geschreven. Omdat het boek echter zo duidelijk, structureel en zakelijk is beschreven, kun je er toch wel van uit gaan dat de meeste gebeurtenissen naar waarheid zijn beschreven. Hoewel je dit natuurlijk niet met zekerheid kan zeggen, want het is en blijft een verhaal in de ik-vorm, en niet een alwetende vertelsituatie.





Thema



Het verhaal gaat niet alleen over de handel van kaas, het gaat over “het probleem van de handel en daarmee het algemene probleem van het menselijke handelen, een handelen dat slingert tussen droom en daad.” Het gaat over het feit dat mensen soms meer willen bereiken dan ze kunnen, en daarna dus terugvallen in wat ze eigenlijk bestemd zijn te doen.



Simpeler gezegd zou je kunnen zeggen dat Laarmans kennismaakte met een hogere status en daardoor verleid werd. Hij voelde zich minderwaardig en wilde ook bij de kring van mijnheer van Schoonbeke horen. Daarom ging hij iets nieuws proberen wat helemaal niet zijn ding was. Daardoor werd hij ongelukkig. Uiteindelijk besloot hij terug te gaan naar wat hij eerst deed. Zo zou je kunnen zeggen dat je eigenlijk gewoon gelukkig zou moeten zijn met wie je bent en je niet moet gaan vergelijken met andere mensen. Doe wat je zelf wilt en je geluk zal op je pad komen.



Ook gaat het hier over het gezinsleven. Laarmans vind troost en veiligheid in zijn familie, vooral wanneer zijn kaasdroom in duigen valt. Hij kan op dat moment gemakkelijk terugvallen op zijn familie en zij hebben hem nooit in de steek gelaten.





Opbouw



Kaas bestaat uit 114 bladzijden. Het begint met een inleiding door de schrijver, een filosofisch gedeelte, waarin hij het over stijl heeft. Vervolgens worden personages en elementen van het hierop volgende verhaal in een lijst geïntroduceerd. Het verhaal is verdeeld in vierentwintig korte hoofdstukken, I tot en met XXIV.





Motieven



Ten eerste Kaas: In het boek wordt constant over kaas gesproken. Hebben ze het niet over kaas zelf, dan wordt er wel gesproken over bijvoorbeeld kaashandel, kaasbol, kaasellende, kaaskwestie, kaasbeproeving of kaasdroom. Aan een stuk door wordt de lezer met kaas overspoelt. Dat zorgt ervoor dat je soms nogal afgeleidt van de thematische laag die, denk ik, veel belangrijker is dan de verhaallaag.



De moeder van Laarmans komt vaak in het boek voor door middel van een verwijzing. Aangezien ze in het begin van het verhaal al sterft is het anders ook niet mogelijk. Frans heeft het over haar wanneer hij net zijn nieuwe baan heeft gekregen, sprekend van spijt dat ze dat niet kon meemaken. Wanneer hij weer stopt met de verkoop, spreekt hij van opluchting dat zijn moeder dit niet meer mee hoefde te maken. Op het eind gaat Frans ook naar haar graf, en zo sluit hij het boek af.



Daardoor ontstaat er een geheel. Het wordt een cyclisch verhaal. Het begint met zijn moeder en eindigt daar ook mee.







Recensie 1



Schrijver: Willem Elsschot



Titel: Kaas



Jaar van uitgave: 1933



Bron: Trouw



Publicatiedatum: 01-10-2005



Recensent: Jaap Goedegebuure



Recensietitel: Een droom versneden tot toiletpapier ; Jaap Goedegebuure herleest 'Kaas' ; Fictie uit het interbellum



In Elsschots beroemde 'Kaas' probeert een muizerige klerk Hollandse kaas aan de man te brengen. Wat jammerlijk mislukt. Elsschots dochter meende dat haar vader zichzelf hier portretteerde. Maar het fascinerende van 'Kaas' is dat het zich tegen interpretatie verzet.



Elsschot verzekerde anderen altijd dat hij nooit iets verzon. De vraag is dus of hij een magneet was voor uitzonderlijke situaties of dat er iets anders aan de hand was. Zijn jongste dochter Ida had daar zo haar eigen mening over. In het boekje dat ze over haar vader schreef, levert ze een eigenzinnige interpretatie van 'Kaas' waarmee Elsschot, na jarenlang wrokken over 'miskenning', zijn comeback maakte. We moeten het tragikomische 'Kaas' lezen als een sleutelroman, luidt haar advies. De onverkoopbare kaas (Hollandse kaas!) waarmee Antwerpenaar Frans Laarmans zit opgescheept, staat voor het wansucces van de vier titels ('Villa des Roses', 'Een ontgoocheling', 'De verlossing' en 'Lijmen') die Elsschot voor 1930 had gepubliceerd. Meneer Van Schoonbeke, de patricier die zich als mentor over onze antiheld ontfermt, is eigenlijk de literator Jan Greshoff. Die had er immers met succes bij Elsschot op aangedrongen de pen opnieuw ter hand te nemen. Ook de zin waarmee 'Kaas' opent: ("Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke''), krijgt in dit verband een speciale betekenis.



Ida's oplossing van het Kaas-cryptogram is ingenieus, maar zeker niet de enige ingang tot het raadsel Elsschot. Om maar wat tegenwerpingen te maken: Elsschot mocht dan lang teleurgesteld blijven over het uitblijven van waardering en succes, in zaken ging het hem voor de wind. Dus waarom zich spiegelen in een schlemielige kantoorklerk? En dan die Van Schoonbeke, toch min of meer de Mefistofeles die Laarmans op het spoor van de onverkoopbare kaas zet. Hem met Greshoff in verband brengen is vloeken in de kerk, want Greshoff had Elsschots vastgelopen schrijverschap juist vlotgetrokken.



Veel aanlokkelijker is het om de mysteries en mystificaties rondom Elsschot zoveel mogelijk intact te laten. En de dubbelzinnigheden zoveel mogelijk in het volle licht te zetten. In 'Kaas' richt de geslaagde sjacheraar en sjoemelaar De Ridder (zeg maar de Boorman in hem) zijn spot op zijn schaduwzijde, de zwakkeling Laarmans. De burgerman die zich ertoe laat verleiden de wereld van de grote jongens te betreden, is een angsthaas en tegelijk een huistiran. Binnen de muren van zijn woning pocht hij over de successen die hij nog moet behalen, maar intussen is hij bang voor de spiedende blikken van de buurvrouw. Uiteindelijk druipt hij als een geslagen hond af naar het kantoor waar hij met zoveel aplomb drie maanden onbetaald ziekteverlof heeft genomen, als voorschot op zijn triomfantelijke ontslagaanvraag.



Elsschots humor mag dan misschien wat gedateerd zijn (dat is overigens het lot van vrijwel alle humor), in het met bijtende inkt neerzetten van schande en schaamte kent hij nog steeds zijn weerga niet. Zelden kwam hoogmoed zo bespottelijk en tegelijk zo treurig voor de val als in 'Kaas'. Laarmans beleeft het dieptepunt van zelfinzicht en zelfverachting wanneer hij besluit de kaashandel op te geven en duizend vel briefpapier met de opdruk General Antwerp Feeding Products Association (GAFPA) te versnijden. "Het blanco gedeelte heb ik er afgeknipt. Dat kan te pas komen voor Jan en Ida. En 't andere stukje is voor de wc.''



Er is in deze roman ook plaats voor deernis, is het niet bij Laarmans zelf, dan wel bij zijn gezin. Zoon Jan doet zijn best om iets van vaders eer te redden en verkoopt zowaar een kist kaas. Dochter Ida laat zich op school het scheldwoord 'kaasboerin' welgevallen. En echtgenote Fine ziet toe dat er na het debacle voorlopig geen kaas meer op tafel komt. Vandaar de slotzinnen: "Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.''



Willem Elsschot: Kaas. Athenaeum- Polak & Van Gennep, Amsterdam. ISBN 9025320465; 160. blz. 12,50



Willem Elsschot (1882-1940)



Alfons de Ridder, die schreef onder het pseudoniem Willem Elsschot, was een gespleten mens. Overdag was hij een geslepen en gehard zakenman, 's avonds de auteur van strak gestileerde romans waarin hij niet aarzelde zichzelf de maat te nemen. Hij verstopte zijn gevoel achter cynische nuchterheid, maar wanneer hij uit eigen werk voorlas pinkte hij geregeld een traan weg.



Merkwaardig, om niet te zeggen buitenissig, zijn de onderwerpen van zijn romans. Zo wordt ons in 'Lijmen' (1924) verteld hoe het oplichtersduo Boorman en Laarmans grof geld verdiene aan een tijdschrift zonder abonnees. In 'Het been' (1938) doet Boorman, tot inkeer gekomen, een door hem bezwendelde weduwe een proces aan nadat ze uit trots heeft geweigerd zijn voorstel tot schadevergoeding te accepteren. 'Het dwaallicht' (1946) is een alternatieve kerstvertelling waarin Laarmans drie Afghaanse matrozen de weg naar een hoer wijst. 'Kaas' (1933) bevat het verhaal van een simpele burgerman die zich laat verleiden tot de handel in een artikel waarvan hij hoegenaamd geen verstand heeft.





Recensie 2



Schrijver: Willem Elsschot



Titel: Kaas



Jaar van uitgave: 1933



Bron: NRC Handelsblad



Publicatiedatum: 25-07-2003



Recensent: Arjen Fortuin



Recensietitel: Kunst of kaas?





In een serie over heruitgegeven klassieken deze week `Kaas' van Willem Elsschot;Hoe weerzinwekkend kan kaas zijn? `Reusachtige Gruyeres, als molensteenen, deden dienst als fondament en daar bovenop lagen Chesters, Gouda's, Edammers en talrijke kaassoorten die mij volkomen onbekend waren, een paar van de grootste met opengespalkten buik en blootliggende ingewanden. De Roqueforts en Gorgonzolas pronkten liederlijk met hun groene schimmel en een eskadron Camemberts lieten vrij hun etter loopen.';



Nee, Frans Laarmans hield niet van kaas. Zijn schepper Willem Elsschot (1882-1960) had er ook niet veel mee. `Ik had evengoed vis kunnen nemen', zei hij over de novelle waarmee hij in 1933 meer dan tien jaar literaire stilte doorbrak. Hij wilde in het boek `de pijnlijke gemoedstoestand en de tragiek' uitbeelden van een man die zich vergist in zijn roeping en een vak gaat uitoefenen waarvoor hij volledig ongeschikt is. Die man is Frans Laarmans, klerk van beroep. Hij belandt via een vriend van zijn broer in iets hogere kringen. Hij krijgt het aanbod vertegenwoordiger van een Nederlandse kaasfirma in Belgie en Luxemburg te worden. Niet veel later bezit hij twintig ton volvette Edammer kaas. De verkoop kan beginnen, dat wil zeggen wanneer het kantoor op orde is, de schrijfmachine aangeschaft en de agenten aangesteld. En als Laarmans een handelaar was geweest, want met de kaasverkoop wordt het niets. De schade valt welbeschouwd nog mee, hij komt financieel relatief ongeschonden uit de mislukking. In het boek staat de kaas-episode ingeklemd tussen ontroerende hoofdstukken over de dood van Laarmans' demente moeder en een bezoek aan haar graf.



Kaas is een van de meest gelezen Nederlandse klassiekers – en het afgelopen jaar werd het boek ook in de Engelstalige wereld regelmatig bejubeld. De waarde van de nu als vijfde deel van het Volledig werk verschenen kritische editie zit niet zozeer in de tekst – al zou je die eenmaal per jaar moeten herlezen – maar in de verantwoording en annotaties van bezorger Peter de Bruijn, die overigens ook het tegelijk verscheen deel, Tsjip/De Leeuwentemmer (300 blz. €22,50), bezorgde. De kritische editie reconstrueert de ontstaansgeschiedenis van Kaas. De ook door Elsschot met graagte verspreide mythe over het boek is dat de dichter Jan Greshoff met een opmerking (,,Dit is tien jaar oud'', bij het inzien van Lijmen) Elsschot ertoe aanzette om in veertien dagen Kaas te schrijven, bij wijze van stijloefening. Toen hij later het boek kwam voorlezen met het oog op publicatie in Forum, zou Elsschot meermalen in snikken zijn uitgebarsten.



Dat het zo mooi niet kon zijn, was al langer duidelijk, maar de rol van Greshoff en de Forum-redactie was niet gering, zo blijkt uit onder meer de correspondentie van Greshoff, aan wie het boek is opgedragen. Die voerde al langer campagne om Elsschot weer aan het schrijven te krijgen. In 1932 hield hij een radiovoordracht die Elsschot volgens zijn vriend Ary Delen tot iets nieuws aanspoorde, `een verhaal in brieven'. Dat Greshoff hem een idee voor de vorm van zijn nieuwe boek bezorgd had, is terug te zien in Elsschots inleiding bij Kaas. Dat traktaatje over het belang van de stijl blijkt duidelijk beinvloed door Greshoffs radiovoordracht. De vele doorhalingen en verbeteringen in het manuscript tonen bovendien dat Kaas niet zo vloeiend uit Elsschots pen kwam als de snelle productie ervan doet vermoeden.



De invloed van de Forum-redactie op de uiteindelijke vorm blijkt aanzienlijk geweest te zijn. In details als het vervangen van `volle vette' Edammer kaas door `volvette', maar ook in een aanmerking van Ter Braak, die het begin `meesterlijk' vond, maar de rest slechts `heel goed'. Hij spoorde Elsschot aan een nieuw slot te maken. Dat werd het hoofdstuk over het graf van de moeder, zodat `mijn kaas verpakt wordt tusschen twee moeders'.



Ook de op Greshoff geinspireerde inleiding voegde Elsschot later toe, met daarin de veel geciteerde passage: `In de kunst mag niet geprobeerd worden [...] men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping. Men probeert ook niet te baren.' Daarin maakt Elsschot een scherp onderscheid tussen kunst en wereldlijke zaken, zoals het verkopen van kaas. In het verleden zijn wel vergelijkingen getrokken tussen de positie van de buitenstaander Laarmans in de handelswereld en die van de Elsschot in literaire kringen. De Bruijn laat zien dat het hooguit een globale overeenkomst kan zijn, maar zijn editie toont ook aan hoe onzeker Elsschot was over zijn eigen kunnen. Met dat in het achterhoofd gaat Kaas ook steeds meer op een angstdroom lijken, een poging van een schrijver om door te dringen in iets dat hijzelf vreesde te zijn of te worden: een man die de verkeerde roeping volgt. Hij heeft in Kaas de onzekere Laarmans in zichzelf eerst bij de lurven gegrepen en vervolgens duidelijk gemaakt dat hij die Laarmans niet was. Een dubbele overwinning.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kaas door Willem Elsschot"