Kaas door Willem Elsschot

Beoordeling 6
Foto van een scholier
Boekcover Kaas
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2734 woorden
  • 6 november 2001
  • 119 keer beoordeeld
Cijfer 6
119 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1933
Pagina's
114
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Kaas
Shadow

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzendi…

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo …

Frans Laarmans is een beetje uitgekeken op zijn saaie ambtenarenbaantje. Als zich de kans voordoet om in ‘de handel’ te gaan, grijpt hij die met beide handen aan en zo wordt hij ‘algemeen en officieel vertegenwoordiger voor België en het Groot-Hertogdom Luxemburg’ van een Amsterdamse kaasfirma.

Meteen al krijgt hij een ‘proefzending’van tienduizend volvette Edammers in zijn maag gesplitst, waar hij een geschikte opslagruimte voor moet zien te vinden. Het opzetten van een eigen kantoor en het werven van goede verkopers blijkt ook al niet zo makkelijk. Kortom: het wordt een – alleen voor de lezers hilarisch - drama. Een illusie armer keert Laarmans terug naar zijn oude nederige bestaan.

Kaas door Willem Elsschot
Shadow

II beschrijvingsopdracht.

Kaas. Willem Elsschot, 16de druk, Querido 1996, eerste druk 1933 te Antwerpen. 2. Ik heb dit boek gekozen omdat me dat aangeraden werd door Ria Vet. Ik was nar haar toegegaan met de opdracht van Nederlands en vroeg om en goed boek en vertelde haar alle criteria waaraan het moest voldoen. Zij gaf me toen dit boek en de secundaire literatuur. 3. I. Frans Laarmans werkt als klerk op het kantoor van de General Marine and Shipbuilding Company. Hij vertelt dat zijn moeder overleden is. Zij was oud en kinds ('grondig versleten'). Zij herinnerde haar man niet meer en herkende ook haar kinderen niet meer. II. Laarmans vertelt dat hij tot middernacht Pale-Ale heeft zitten drinken en kaarten. Toen hij in bed wilde stappen was zijn broer Oscar aan de deur, die vertelde dat zijn moeder op sterven lag. Zijn familie is in het huis van zijn moeder aanwezig. Na een uur is ze dood. Thuisgekomen is hij moe en zegt maar tegen z'n vrouw dat de situatie niet veranderd is. Op de begrafenis ontmoet hij Van Schoonbeke die hem uitnodigt om op bezoek te komen. III. De vrienden van Van Schoonbeke zijn rechters, advocaten, kooplieden en bezitten allen auto's. Laarmans wordt voorgesteld als 'mijnheer Laarmans van de scheepstimmerwerven'. Hij voelt zich daar niet thuis. Ze praten daar over zaken waar Laarmans niet over kan meepraten. Van Schoonbeke vraagt hem op een zekere dag om vertegenwoordiger in België van een grote Nederlandse firma te worden. Het handelt in kaas. IV. Op de tram naar huis voelt hij zich al een heel ander mens. Hij denkt na over het lot van klerken, die altijd nederig moeten zijn. Thuis gekomen probeert hij zo gewoon mogelijk te doen, maar zijn vrouw en zoon merken dat er iets aan de hand is. 's Avonds in bed vertelt hij het aan zijn vrouw. Laarmans wil al zijn baan bij de General Marine and Shipbuilding Company op zeggen maar zijn vrouw raadt hem dat af. Hij schrijft de volgende dag een brief naar de firma in Amsterdam en zal zich op kantoor ziek melden. V. Laarmans wordt voor de firma Hornstra algemeen vertegenwoordiger voor België en het Groothertogdom Luxemburg. Hornstra zal hem om te beginnen twintig ton volvette Edammer sturen. Laarmans krijgt vijf procent van de verkoopprijs, een vast salaris van driehonderd gulden per maand en vergoeding van reiskosten. In Antwerpen aangekomen gaat hij naar de wekelijkse bijeenkomst bij Van Schoonbeke, die hem nu voorstelt als 'mijnheer Laarmans, groothandel in voedingswaren'. Laarmans gedraagt zich veel zelfbewuster dan voorheen en de gasten nemen nu ook een andere houding aan. Van Schoonbeke laat Laarmans uit. 'Nu wij alleen in de gang stonden noemde hij kaas eenvoudig kaas. Boven waren het voedingswaren. Welnu ja, kaas is kaas. En was ik een ridder, ik voerde drie kazen van keel op veld van sabel.' VI. Thuis lichtte hij zijn vrouw pas in na het eten. Zij leest het contract nauwkeurig en stelt vragen over de maandelijkse uitkering. Dit blijkt niet bedoeld te zijn als salaris maar als een voorschot op het eventuele commissieloon. Laarmans is geïrriteerd dat hij dat niet gezien heeft en probeert zijn vrouw te overbluffen door vreemde woorden te gebruiken. VII. Laarmans neemt geen ontslag op de werf maar zijn broer zorgt ervoor dat hij de komende drie maanden niet op hoeft komen te dagen. Hij lijdt aan 'zenuwen' en krijgt onbetaald ziekteverlof. VIII. Hij begint nu vol goede moed met het inrichten van zijn kantoor. Het kantoor komt in een kamertje in het huis naast de badkamer. Hij wil een firmanaam hebben voor op zijn briefpapier. Hij begint met de naam 'Kaashandel' en komt uiteindelijk uit op 'General Antwerp Feeding Products Association', afgekort GAFPA. De familie Laarmans krijgt ook telefoon. IX. Van Schoonbeke beveelt een notariszoon aan voor een eventuele associatie. Laarmans voelt daar niet zo veel voor. Thuis hoort hij dat de kaas aangekomen is. Iemand had gebeld maar niemand weet waar de kaas is. Ida was de naam vergeten. Er heerst een geprikkelde stemming. X. De volgende morgen belt iemand van het Blauwhoedenveem om te vragen waar de kaas moet blijven. Laarmans vraagt wat er gewoonlijk met Edammers gebeurt en de man zegt dat hij een lijst met kopers nodig heeft. Laarmans gaat naar de opslagplaats toe en laat de 10.000 kazen, verpakt in 370 kisten, opslaan in de kelders. Hij laat daar merken dat hij erg onervaren is. Eén kist laat de man thuis bezorgen, omdat de man van het veem meent dat hij monsters nodig zal hebben. XI. Thuis wil iedereen van de kaas proeven. Karel komt langs en vraagt of er al veel kaas verkocht is. Dat blijkt niet het geval te zijn en hij adviseert op te schieten met de verkoop. 's Avonds schrijft Laarmans een brief op Van Schoonbeke zijn schrijfmachine aan Hornstra. Hij neemt gelijk een halve kaas mee. Van Schoonbeke zegt dat hij ervoor zal zorgen dat Laarmans kandidaat wordt bij de aanstaande presidentsverkiezingen van de Vakbond van Belgische Kaashandelaren. XII. Laarmans zoekt de hele week de stad af naar een tweedehands schrijfmachine en bureau. Hij loopt niet graag door de stad, omdat hij bang is z'n collega's te ontmoeten. Hij koopt een bureau en huurt een schrijfmachine. Op de bijeenkomst bewondert iedereen de kaas. Laarmans belooft de kaas te leveren tegen de prijs van de groothandel. XIII. Laarmans bezorgt de kazen zelf. Het zijn er zeven en een half. Zijn broer rekent uit dat als dit in zo'n tempo voortgaat hij de kazen pas over dertig jaar verkocht heeft. Laarmans plaatst dan een advertentie om agenten aan te stellen. Hij krijgt ruim tweehonderd sollicitatiebrieven binnen. Op een middag staan er drie collega's van de scheepswerven op de stoep. Ze brengen een tric-trac spel met een zilveren plaatje met inscriptie erop. XIV. Laarmans stelt dertig agenten aan, die werken op commissiebasis. Hij drukt fraaie bestelbonnen maar er komen geen bestellingen. Hij besluit twee agenten te bezoeken. De ene man blijkt onbekend te zijn aan het opgegeven adres en de andere man zegt dat de kaaszaken hem niet interesseren. 'Ik begrijp er niets van.' XV. Laarmans is gekozen tot plaatsvervangend voorzitter van de Association Professionnelle des Négociants en Fromage. Hij moet verschijnen op het Departement van Handel met een deputatie onder zijn voorzitterschap. Men wil de verhoging van de invoerrechten ongedaan krijgen. Laarmans wil niet want hij is bang voor publiciteit. Als Laarmans daar zit met vier andere mensen in kaas nemen zij het woord. Op een gegeven staat Laarmans op en zegt met luide stem 'Ik heb er genoeg van'. De directeur-generaal, geschrokken, verlaagt de invoerrechten met vijf procent en hetzelfde voor het volgend jaar. Daarna treedt Laarmans af. XVI. Hornstra belt dat hij langs zal komen om de verkochte kaaspartijen af te rekenen. Laarmans krijgt het benauwd, omdat er nog geen orders binnen zijn en gaat zelf op pad. Eerst neemt hij een korte les voor verkopers die moeite hebben met hun verkoop, waarover hij in de krant in gelezen. Met deze informatie gaat hij naar een comestibleszaak, na zich moed te hebben ingedronken in een café. Hij wordt ontvangen door de eigenaar die zegt hetzelfde beroep te hebben gehad als Laarmans. XVII. Thuis hoort hij dat Jan een hele kist heeft verkocht aan de vader van een vriendje. Laarmans bezorgt de kaas per taxi. Ida had het ook geprobeerd en wordt nu voor kaasboerin uitgemaakt op school. XVII. De zoon van de notaris zegt dat zijn vader bereid is de Gafpa-onderneming te 'commanditeren'. De zoon heeft een plan waarmee hij zijn vader kan oplichten. Laarmans antwoordt dat hij via Van Schoonbeke bescheid zal geven. Laarmans spijkert de kisten met kaas dicht die in de kelder stonden en brengt die per taxi terug naar Blauwhoedenveem. Hij denkt terug aan hoe hij die hele kaashandel heeft kunnen aannemen. Hij denkt dat hij te meegaand is, hij had de moed niet de aanbieding van Van Schoonbeke af te slaan. XIX. Laarmans wacht op de komst van Hornstra, maar besluit de deur niet open te doen. Hij stuurt het geld per brief en de kazen ligt veilig opgeborgen. Als Hornstra komt doet hij of hij niet thuis is. 'Maar ik moet naar de keuken. Mijn vrouw staat daar zonder iets te doen en kijkt ons tuintje in. Ik ga op haar toe en sluit haar in mijn armen. En als mijn eerste tranen op haar verweerd gezicht vallen, zie ik dat zij mij tegenweent.' (...) 'De kaastoren is ingestort.' XX. Laarmans wordt hartelijk ontvangen bij de General Marine. Hij beseft nu dat hij het daar eigenlijk best naar z'n zin had. XXI. Laarmans schrijft aan Hornstra dat hij niet door kon werken wegens gezondheidsredenen. Drie dagen later ontvangt hij alsnog een bestelbon voor vierduizend tweehonderd kilo van een ijverig agent. XXII. Van Schoonbeke belt Laarmans om te vragen waar hij blijft. Hij gaat woensdag weer, de notariszoon is ook aanwezig. Deze is niet sympathiek. XXIII. Laarmans bezoekt het graf van zijn ouders met een bos chrysanten, die hij zich liet aanpraten. XXIV. Over kaas wordt thuis niet meer gesproken. Mevrouw Laarmans is zo verstandig de volgende tijd geen kaas meer op tafel te zetten. 'Brave, beste kinderen. Lieve, lieve vrouw.'

1. Onderwerp. Het onderwerp van de tekst is volgens mij het leven van Laarmans tijdens zijn "kaasbeproeving" zoals hij het zelf noemt. En hoe Laarmans het ervaart. Ik vind het onderwerp wel gaan. Het is niet dat het onderwerp op zich zo leuk is maar de droom van Laarmans leest wel lekker weg. Dat het kaas is maakt niet veel uit. Ik had vooraf totaal geen verwachtingen. Ik wist niet wat ik bij deze titel moest verwachten. Nee, het onderwerp ligt total niet in mijn belevenis wereld. Ik ben hetzelfde blijven denken en ik denk nooit na over dit onderwerp. Ik vind dat de schrijver het onderwerp goed uitwerkt. Er wordt geen visie over het onderwerp uitgewerkt. Hij omschrijft alleen net zo als in meer van zijn boeken, hoe de hoofdpersoon met zijn carrièremogelijkheden omgaat. Ik heb vast wel films gezien met ongeveer hetzelfde onderwerp, maar dan met een heel ander thema. Die films staan me niet meer bij. Ik weet dan ook niet welke ik beter vond.

2. gebeurtenissen Ik vind de belangrijkste gebeurtenis in het boek de gebeurtenis dat als hij uiteindelijk gestopt is met kaas hij zijn eerste grote order krijgt. Dat heeft de schrijver ook meegemaakt in zijn leven alleen dan met schrijven en is eigenlijk de essentie van het verhaal. Ook dit is een bepaalde ironie, dat ie precies een grote kans kreeg op het moment dat hij gestopt was. Het is allebei belangrijk. Het zijn de gevoelens van de hoofdpersoon bij de gebeurtenissen. Ik vind dat wel fijn. Het doet me niet zoveel. Ik vind het wel geloofwaardig. Het is iets wat makkelijk kan gebeuren en wat in en iets andere vorm vast ook al hel vaak is voorgekomen. Het boeit ook wel. Ik denk dat dat de gebeurtenis is die ik had aangegeven als de belangrijkste gebeurtenis. Dat heeft indruk op me gemaakt vanwege de ironie die daarin meespeelt. Het zou je maar overkomen dat op zo’n moment je zoiets overkomt. Dat heeft me ook wel en beetje aan het denken gezet. Niet veel, ik denk niet zoveel, maar toch wel en beetje nu ik dit verslag schrijf. Het boeit me wel. Toch moet ik worstelen om verder te komen, ik houd niet zo van lezen en vind het moeilijk om mijn aandacht bij en boek te houden. Alles wordt duidelijk uitgelegd. Ik heb vast wel films gezien met ongeveer dezelfde gebeurtenissen, maar dan met een heel ander thema. Die films staan me niet meer bij. Ik weet dan ook niet welke ik beter vond.

3. personages. Ik vind de hoofdpersoon geen held! Hij is zoals hij het zelf ook zegt, een grote nul. Hij is ook niet geschikt als verkoper en is niet verstandig genoeg om "nee" tegen het aanbod te zeggen zodat hij geen kaas hoeft te verkopen! Ook zijn hele omgang met de kaasbeproefing toon duidelijk aan dat hij geen held is. Zijn zoon weet zelfs kaas voor hem te verkopen als hem het nog niet gelukt is. Ja. De karaktereigenschappen zijn duidelijk beschreven. Frans is een gevoelsmens, zachtmoedig en verlegen, hoewel hij ook sarcastisch kan zijn om zijn ware gevoelens te verbergen. Op de sterfdag van zijn moeder lijkt hij grof en onverschillig, maar later denkt hij met liefde aan haar terug. Voor de handel is hij ongeschikt, een born-loser. Hij is niet berekenend, niet praktisch en niet doortastend. Ze zijn hel erg levensecht. Het hele verhaal is zo geschreven dat het makkelijk echt gebeurt zou kunnen zijn. De personages zijn dus ook zo. Levensecht. De personages hebben mij niet beïnvloed. Ik vind Laarmans, en zijn vrouw, broer en kinderen en Van Schoonbeke wel sympathiek. Zij hebben allemaal het beste met elkaar voor. Ik keur het gedrag van de hoofdpersoon af. Hij liegt tegen zijn baas op 3 maanden ziekteverlof te krijgen. Hij gaat in de kaashandel, wat hij nooit had moeten doen. En hij sluipt overal rond zodat de mensen van zijn werk hem niet herkennen. En hij laat mensen denken dat het goed gaat met zijn kaashandel terwijl het niet zo is. De andere personages uit het boek gedragen zich wel goed. De beslissingen zijn wel begrijpelijk. Laarmans ziet het als zijn grote kans om hogerop te komen in de maatschappij. Voor elke beslissing die hierop volgt heeft hij en goede reden. Je kan hem dus makkelijk begrijpen. Ik zou anders reageren. Ik zou of het aanbod afslaan, of ik zou me eerst goed laten informeren en mijn baan opzeggen.

4. opbouw Nee, de opbouw is gemakkelijk en duidelijk. Ik vind het verhaal niet spannend. Er zijn niet echt dingen die je graag wil weten en het verhaal loopt gewoon op en rustig tempo door. Nee, er zijn niet veel terugblikken. Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van de hoofdpersoon. Je blijft aan het einde niet met vragen zitten. Het maakt me niet zoveel uit. Het boek begon me te boeien op blz. 14, waar hij voor het eerst verteld over Van Schoonbeke. Vanaf hier leek het boek wel potentieel te hebben tot en leuk verhaal.

5. taalgebruik Het taalgebruik in het boek is erg eenvoudig. Er zijn vel meer beschrijvingen dan dialoog. Dat vind ik wel prettig want te veel dialoog maakt het verhaal te onoverzichtelijk en ingewikkeld. De tekst levert totaal geen problemen op. Taalgebruik past goed. Er zijn me geen eigenaardigheden opgevallen in het taalgebruik.

III verdiepingsopdracht. Memoreeks, Analyse en samenvatting van literaire werken. Willem Elsschot KAAS. Door J. Van Delden.

1. Er is opvallend weinig relatie met de politieke achtergrond. Het boek komt uit 1933 maar er is niks genoemd over de beurskrach of de eerste wereldoorlog. Ook geen andere belangrijke politieke gebeurtenissen uit die tijd zijn belangrijk in dit boek. Er wordt wel 1 keer verwezen naar het communisme in Rusland, maar dat is totaal niet belangrijk voor het verhaal. 2. Heel belangrijk in het boek is het verschil in status tussen Van Schoonbeke en zijn vrienden en Laarmans. Hij voelt zich niet op zijn gemak in hun gezelschap en schrikt van zijn eigen stem als hij wat zegt in buurt. Ook zijn broer heft extra status omdat hij een dokter is, en Laarmans zelf maar een klerk. 3. Net als met de politieke achtergronden speelt ook de culturele achtergrond geen rol. In dit boek staat de kaasbeproefing van Laarmans centraal en vel van de kenmerken van dit boek zijn tijdloos. 4a. Volgens mij hoort dit boek bij het modernisme. De hoofdpersoon is niet alwetend maar onzeker en aarzelend. Laarmans wordt vooral door individuele overwegingen gedreven. 4b. Aan het einde van hoofdstuk 3. Wanneer Van Schoonbeke Laarmans voorstelt om vertegenwoordiger te worden. Laarmans beschrijft dan zijn twijfels. Ook laat dit zien dat hij gedreven wordt door individuele overwegingen. 5. Elsschot zijn stijl paste niet echt zijn tijd. Zijn boeken zijn vrijwel allemaal autobiografisch getint. Ook kaas is voor en gedeelte autobiografisch. 6. Zoals ik al zei, is dit boek zoals velen van hem autobiografisch getint. Hij heeft niet veel geschreven(in totaal iets meer dan 800 pagina’s). Door dit boek werd hij her- ontdekt. Nadat het tijdschrift forum dit verhaal had gepubliceerd heft hij weer veel soortgelijke romans geschreven. 7. Het thema van de novelle is de sentimenten en de gedachtengang van een gevoelsmens in contact met de werkelijkheid. Het verschil tussen droom en daad.

REACTIES

D.

D.

Sorry, is dit 6vwo??

12 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kaas door Willem Elsschot"