Ingenieurs van de ziel door Frank Westerman

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 4966 woorden
  • 12 maart 2007
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 18 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2002
Pagina's
287
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Ingenieurs van de ziel
Shadow
Ingenieurs van de ziel door Frank Westerman
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Samenvatting geschiedenis

Ingenieurs van de ziel - Frank Westerman

Schrijver nummer 1

De schrijver gaat naar het Gorkihuis. Het huis is weelderig en sierlijk ingericht wat de schrijver verbaasd aangezien Gorki een Proletarisch schrijver was. Maksim Gorki – ‘De Bittere’ was via vele omzwervingen onder de hoede van Stalin genomen, in Moskou. De schrijver begint bij hem, omdat hij ‘De ziel en nier was van de gehele Sovjetliteratuur’ was. De schrijver las in het vliegtuig zijn autobiografie Kinderjaren. Daarin wordt over zijn jongste jeugd verteld. Dat was geen prettige. Op zijn elfde overleed zijn moeder . Op zijn negentiende schiet hij zich door zijn borst, maar hij overleeft het. Daarna wordt hij heel bekend om zijn socialisme, in 1906. Hij schrijft onder andere De moeder, dat boek wordt beschouwd als het eerste socialistisch-realistisch werk. Hij wordt onder het nog Tsarische Rusland in de gevangenis gegooid voor Revolutionaire activiteiten. De hele wereld eist zijn vrijheid en hij komt vrij.
Dan ontmoet hij Lenin en ze worden vrienden en Gorki verzameld geld voor de Bolsjewieken. Na de Bolsjewistische machtsgreep gaat hij echter weer tegen hen in. Hij helpt ook Pavlov en Babel. Hij wordt verbannen naar Italië, voor zijn rust in 1921. Na het overlijden van Lenin haalt Stalin hem terug als leider en waakhond van de Sovjet literatuur. Stalin laat hem het Kamp met de Speciale Bestemming zien. Een strafkamp waar de schrijver van het boek ook een kijkje gaat nemen. Gorki is niet negatief over het kamp, omdat hij niet de echte waarheid te zien krijgt. Gorki wordt steeds populairder, er worden allerlei dingen naar hem vernoemd en zijn boeken zijn niet aan te slepen.

Volgens Stalin moet de sociale inhoud van onze literatuur op een hoger plan worden gebracht. Daarom worden er op 26 oktober 1932 tientallentallen Russische schrijvers bij Gorki uitgenodigd. Gorki vertelt dat het tijd wordt om de gedachte te wisselen over de creatie van Sovjetliteratuur van hoog niveau. Daarna komt Stalin aan het woord, hij verteld dat de schrijvers de mensen moeten helpen met het herscheppen van de ziel. Dat is volgens hem belangrijk, de productie van zielen. Daarom heft hij het glas op de schrijvers, De Ingenieurs van de Ziel.

De verdwijnput

De schrijver leest het scheepsjournaal van luitenant Zjerebtsov, De baai van Kara Bogaz, geschreven door Constatin Paustovski. De schrijver krijgt het idee dat Paustovski speelt met de hem toegewezen ruimte als Sovjetschrijver, door over gebieden te schrijven die men niet kent en zo dus zijn fantasie de vrije loop te laten. Zjerebtsov zou wel echt de baai van Kara Bogaz ontdekt hebben. De baai is extreem zout, omdat het een soort platte ketel is, waar het water van de Kaspische zee verdampt.
De schrijver ontmoet Amansoltan Saparova, een dochter van Turkmeense nomaden die was afgestudeerd in chemiehistorica. Met haar praat hij over de sulfaatwinning van de Sovjets tijdens de eerste 2, 5-jarenplannen (1928-1938) aan de Baai van Kara Bogaz. Aan die baai wordt het zeldzame Glauberzout gewonnen, dat wordt gebruikt voor medicinale werking. Eerst verzamelden de nomaden dit zout, maar later werd dit een van de prestigeprojecten van het eerste 5-jarenplan, om daar een complex voor zoutchemie op te zetten. De schrijver vraagt of hij nog bij die zoutwinningprojecten kan komen, maar volgens Amansoltan onmogelijk zonder Propoesk. Dan vertelt ze hem over haar jeugd in de woestijn en haar verdere leven.
Ze vond Paustovski eerst een geweldige schrijver, maar heeft later haar oordeel over hem bijgesteld. Volgens haar is en blijft het een sovjetschrijver. Bot gezegd een koloniaal die de nomaden opzweepte om in een zoutpan bij vijftig graden Celsius de rijkdommen voor de Moskouse machthebbers bijeen te schrapen. Het werk daar was volgens haar het ongezondste wat je een mens kan laten doen, hoe kun je dat nou, zoals Paustovski deed ophemelen? Volgens haar kon de schrijver als hij geïnteresseerd was in haar geboortestreek beter Andrej Platonov’s Dzjan lezen. Dzjan betekent ziel op zoek naar geluk. Platonov had een klein lezerspubliek en Gorki had hem geholpen door hem toe te voegen aan een brigade van Russische schrijvers. Op die reis komen ze ook bij de Karakoem. Daar informeert hij naar de drooggevallen slenk van de Armoe Darja een rivier die vroeger de complete Karakoem doorsneed. Deze zou door verzanding of de irrigatiewerken bij Chiva droog zijn komen te liggen. In het oude diepe rivierdal ontmoet hij mensen die hij Dzjan noemt ‘mensen die als geen ander snakken naar geluk’.
In Platonov’s boek moet zijn held, een oud Dzjan-kind dit volk redden en het socialisme brengen. Hij redt ze, maar in de oorspronkelijke versie stappen zij toch van het socialisme af.

De GlavLit, het Hoofddirectoraat voor de Literatuur keurde deze versie af en Platonov herschreef hem, maar hij mocht het boek nog niet uitbrengen.
Paustovski liet de Armoe Darja in zijn boek omleggen in de oude stroomrichting en al de nomaden bekeren zich tot het communisme, dat is het eind van het De Baai van Kara Bogaz.

Belomor

Er gaat een stoet op weg van 120 Sovjetschrijvers, uitgekozen door Gorki, op weg naar de Goelag. Ze zullen de strafkampen bij het bijna voltooide Belomorkanaal bezoeken. Dit zou een goed thema zijn als Sovjetschrijvers. Het is Gorki’s missie een specifieke Sovjet literatuur in leven te roepen. Hiervoor luistert Gorki naar het volk om te horen wat zij willen lezen. Volgens het volk en Gorki hoort de vorm ondergeschikt te zijn aan de inhoud. Boeken moeten een goed opgebouwd plot hebben en geen retoriek, overdreven gemanierdheid of vormbedenksels. Gorki moet dit ook nog is aan de visie van Marx zien te koppelen. Hij komt met het socialistisch-realisme, dat de enige toegestane stijl in Rusland wordt. De Partij wordt gesteund door Fiziki, degene die het fysieke werk moesten uitvoeren, dus de bouwwerken. En de Liriki de kunstenaars, met schrijvers voorop die de metamorfose van de mens en maatschappij moet begeleiden.
De schrijver volgt dezelfde weg als die, die de schrijversbrigade had afgelegd en begint in het boek Belomor, de geschiedenis van de bouw van het kanaal genaamd J.V. Stalin tussen de Witte zee en de Baltische Zee, het boek geschreven door 36 schrijvers van de brigade. Dit 227 kilometer lange kanaal was in 20 maanden door 126.000 dwangarbeiders aangelegd. En Belomor wordt onder andere met leedvermaak verteld hoe de voor-revolutionairen ook al probeerden een dergelijk kanaal te graven. Het Tsarische Rusland kon het echter niet voor elkaar krijgen, terwijl de Sovjets het zo uit de grond stampten. En dan te bedenken dat deze mensen allemaal criminelen waren, vooral boeren die een koe of een paard meer bezaten dan andere boeren, dit was obstructie tegen de collectivisatie, maar ze kregen een herkansing ‘in de socialistische school van de arbeid’. Het ontwerp van het project werd gedaan door ‘ingenieurs-saboteurs’. Zij hadden opzettelijk het vijfjarenplan proberen te ontwrichten. Opvallend genoeg waren het allemaal waterbouwkundigen. De voormalige dieven hebben het volgens Belomor goed en raken helemaal in ban van het socialisme en willen als ze vrij komen door blijven werken. Het boek barst van de eind goed al goed verhalen.
De schrijver stapt uit in Berenheuvel. Hij bezoekt een oud verrot hotel waar Stalin ooit zou zijn geweest (wat niet waar schijnt te zijn) en gaat dan bij een jachtclub naar binnen. Onder het communisme ging het goed met de jacht, maar nu niet meer. De jacht was zelfs een onderdeel van het vijfjarenplan, om de gevangenen te voeden, omdat ze blijkbaar toch niet zoveel te eten hadden. Een van de jagers, Pavel, nam hem mee naar Povenets wat vlak bij de sluizen in het kanaal ligt en laat hem de sluizen zien. De schrijver hoopt daar in de buurt nog wat overlevenden te vinden van de kanaalbouw, maar Pavel praat hem dit idee uit zijn hoofd. Povenets was frontlinie en de oorlog tegen Finland en is toen ontvolkt. Aan het eind van hun uitputtende arbeidsslag had Gorki de kanaalsoldaten toegesproken dat de slag weldra gestreden was. De laatste woorden van Gorki in die toespraak waren dat de kanaalsoldaten de geestdrift van een honderdtal schrijvers hadden aangewakkerd en dat, dat al heel wat waard is. Overigens werden er van de 126.000 volksvijanden maar 12.484 direct vrij, de rest moest aan andere projecten gaan werken.

Botanicus in de woestijn

Paustovski was in 1933 gestrand op de laatste etappe voor Kara Bogaz, omdat de boten er maar niet naar toe gingen. De fascinatie voor Kara Bogaz van Paustovski omdat hij als kind naar mars mocht kijken en zijn vader hem vertelde ver de verwoestijning daar en Paustovski bang was dat, dat ook met de aarde zou gebeuren. En Paustovski’s dorp raakte verwoestijnd. Men denkt dat onder andere daarvoor zijn enorme obsessie voor planten vandaan kwam. Paustovski was een enorme natuurliefhebber, voor hem was een belangrijke noodzakelijke eigenschap voor een schrijver een levende band met de natuur’. De schrijver vraagt zich af of Paustovski zijn eigen natuur had moeten verloochenen voor het boek De Baai van Kara Bogaz omdat hij schrijft over de verovering van de mens op de natuur, terwijl hij er juist zoveel van hield.
De schrijver gaat naar het Paustovskicentrum in Moskou en heeft daar een gesprek met Ilja Iljtsj. Hij vertelt hem dat Paustovski voor zover ze kunnen nagaan nooit bij de Baai van Kara Bogaz is geweest. De schrijver was onthutst dat Paustovski in zijn verhaal over de werkelijkheid, zijn autobiografie Het verhaal van een leven zijn eigen levensloop had veranderd, om zijn boeken realistisch te laten overkomen. De schrijver vraagt zich af of er een manier is om het fictiegehalte in het verhaal van een leven te achterhalen. Ilja vertelt hem dan over Dima, de zoon van Paustovski die voor het tijdschrift De wereld van Paustovski een tweeluik geschreven over het privéleven van zijn vader, net voordat hij (een week eerder) was overleden. Ook kwam Dima regelmatig langs in het Paustovskicentrum om over zijn vader te vertellen. Dima verteld onder andere over een vrouw waar Paustovski gek op was die hij in zijn boek dood liet gaan, terwijl zij in het echt nog gewoon leefde. Ook is Paustovski in zijn jongere jaren als verslaggever heel positief over Lenin, terwijl hij thuis scheldt op het communisme. Later gaat hij er toch deel van uitmaken, omdat hij begreep dat er geen andere weg mogelijk was dan de weg die zijn volk had gekozen. Paustovski wou zijn stijl wel aanpassen aan het communisme maar niet zijn taalgebruik. Hij had ook een hekel aan alle afkortingen die voor allerlei dingen werden ingesteld.
Paustovski was een vriend van Babel een andere Sovjetschrijver en een enorme bewonderaar van hem. Hij praat uren met hem over allerlei literaire onderwerpen. Hij krijgt te horen over Kara Bogaz, dat landelijk bekend werd, omdat het de Sovjet-Unie’s eerste chemie-industrie was. Paustovski kon daarvoor maar geen goed onderwerp voor een boek vinden en Kara Bogaz leek hem prefect. Paustovski ging bij uitgeverijen vragen om een reisbeurs, die hij maar niet kreeg, dus tot heeft Gorki hem die gegeven.
Paustovski niets positiefs over het landschap of over de natuur bij Kara Bogaz. De schrijver denkt dat dit is, omdat hij anders niet positief over de chemie-industrie kan schrijven. Kara Bogaz is dus niet alleen de doorbraak van Paustovski maar ook nog is het toonbeeld van aanpassingskunst. Daardoor kon hij nu een Sovjetschrijver zijn.
Ilja nodigt de schrijver uit, omdat ze een nieuw werk van Paustovski hebben gevonden, De collectioneur. Het boek was echter nooit uitgegeven, omdat het niet over de productie ging.

Oosters despotisme

De Sovjets willen in 1939 nog meer water verplaatsen dan ze al hadden gedaan. Stalin wil van Moskou een zeehaven maken en willen dat de schepen naar alle omliggende zeeën kunnen varen. Het Belomorkanaal en het Moskou-Wolgakanaal waren al klaar, dus er was alleen nog een 101 kilometer lang kanaal tussen de Wolga en de Don nodig. Ook willen ze heel het land elektrificeren. Maar het grootste, misschien wel meest wel meest idiote plan was de Perebroska . Dit plan was om drie, naar het noorden stromende rivieren, om te buigen naar het zuiden, zodat ze daar het land konden bevloeien.
Dan vertelt de schrijver wat over zijn eigen opleiding en dat hij daar voor het eerst met het idee in aanraking komt dat irrigatie tot tirannie leidt. Hoe kolossaler haar waterwerken, hoe despotischer haar leiders zijn. Dit kon hij lezen in de ideeën van Karl Marx, en Oriental Depotism van Karl Wittfogel.
In diezelfde tijd komt de schrijver ook in aanraking met het werk van Andrej Platonov, die ook irrigatie-ingenieur was. Platonov ziet zichzelf in zijn werken als een redder van de mensen, omdat hij hun dorre land vruchtbaar maakt. Maar in zijn werk is ook veel verborgen weemoed in bitterheid te lezen. Over de bureaucraat Sjmakov bijvoorbeeld. Een ambtenaar waarin hij eigenlijk zichzelf ziet. Platonov heeft telkens een dilemma tussen denken, zijn schrijfwerk en doen, zijn waterwerk. In 1926 kiest hij uiteindelijk voor het denken en in 1927 komt zijn boek De sluizen van Jepifan uit. Dit boek wordt opgemerkt door niemand anders dan Maksim Gorki. De schrijver leest al deze boeken in de veronderstelling dat er niets fout is aan waterbouwwerken, maar komt erachter dat het tot tirannie kan leiden.
Platonov krijgt tegenwerking van de GlavLit als hij zijn boek Tsjevengoer wil uitbrengen. Het boek komt niet door de keuring en ook Gorki vindt het boek contrarevolutionair. Maar Platonov krijgt naar ernstigere aanvaringen met de Sovjet-macht. Als hij in het tijdschrift Rood Nieuwland vertelt over de slechte omstandigheden van de boeren door de collectivisatie. Dan schrijft iemand in opdracht van Stalin een heel negatief artikel over hem en daarna werpt een roedel critici zich over Platonov. Hij wordt helemaal afgemaakt en kan zich niet verweren, niemand wil nog een woord van hem afdrukken.
Ook Platonov’s vriend Pilnjak is zo aangepakt door de pers, een jaar eerder. Waarschijnlijk zelfs nog erger, want hij had een groter lezerspubliek. Pilnjak had een door de GlavLit afgekeurd boek in het buitenland laten drukken. Dat werd gezien als verraad. En iedereen, vooral jaloerse schrijvers, vielen over hem heen. Maar Pilnjak krijgt de kans zijn naam te zuiveren. Hij zet al zijn overtuigingen opzij en schrijft het boek De Wolga mondt uit in de Kaspische zee. Door dat boek mag hij, door Gorki, weer terugkeren tot de literaire elite. Gorki is erin geslaagd de schrijvers in het gareel te krijgen. Na de publicatie van Belomor in 1934 volgt er een hele lijst boeken over Stalins kanalen. Maar Platonov komt niet meer aan de man, Dzjan komt niet uit en hij krijgt niets meer uitgebracht.

De illusie

De schrijver gaat in het Moskouse filmarchief de verfilming van Kara Bogaz, uit 1935, bekijken. Deze film gaat over een oorlogsveteraan, Miller, die de mensen daar te drinken geeft en ze bekeert tot het socialisme. Ook moest hij zorgen dat er sulfaat gewonnen werd, ondanks de samenzweringen ertegen. Deze Miller was gebaseerd op Jakov Roebinsjtein, de man die in het echt baas was over Kara Bogaz. De schrijver wist dat deze man geëxecuteerd is in 1938. En dat dit was omdat de zoutopbrengsten zo omlaag gingen, terwijl het in het begin heel goed ging. De zoutopbrengsten gingen omlaag, omdat er niet voldoende water en voedsel was voor de arbeiders en het water trok zich terug, omdat de Kaspische zee daalde. De leiders denken dat hij express minder zout leverde en hij wordt in 1937 opgepakt. De schrijver vraagt zich af of Paustovski dit wist, omdat hij in de film deze man zo ophemelt. Maar dan komt de schrijver erachter dat deze film nooit is uitgebracht. Omdat iemand de film voor Stalin gezien had, waaraan Stalin zich ergerde. Samen met een minister en de regisseur had Paustovski de film in de doofpot weten te krijgen, zodat Stalin er niet meer aan zou denken, want zij dachten al dat hun laatste uur geslagen had.

Stalins kersentuin

De GlavLit hield alles in de gaten wat er werd uitgebracht in de Sovjet-Unie. Slecht nieuws werd niet uitgebracht of gemanipuleerd. Ook was het hun taak alle boeken die eerst goed waren gekeurd, maar later werden afgekeurd te verwijderen uit alle bibliotheken en winkels.
Het laatste contact voor hun scheiding tussen Paustovski en zijn vrouw Katja was het bewerken en inkorten van zijn boek De romantici. Daarna trekt hij bij Valeria Vladimirovna in. Katja had ontdekt dat Paustovski een romance met haar had.
Tegelijkertijd worden er veranderingen in Rusland doorgevoerd ten opzichte van de literatuur. Het moet allemaal heel netjes worden. Maar tegelijkertijd weet de GlavLit en de schrijvers nou eigenlijk niet wat wel mag. Daarom wordt er een vergadering van 16 dagen gehouden. De ingenieurs van de ziel moeten het sociaal-realisme volgen. Dat is volgens een afzender van Stalin ‘De waarachtige weergave van de werkelijkheid tegen het decor van de revolutionaire ontwikkeling van de Sovjet-Unie’. Ook wordt het literatuurfonds (LitFond) opgericht en wordt er een schrijverslaboratorium opgericht: een datsjadorp genaamd Peredelkino niet ver van de hoofdstad in een heuvelachtig bos. Enkele bekende schrijvers gaan daar wonen, Pasternak, Babel, Pilnjak en de Poolse schrijver Jasienski. Volgens de schrijver is het er heel fijn en vrij.
Toch lijkt de vrijheid betrekkelijk, de schrijvers in het dorp krijgen de schrijver Lev Kamenev nooit te zien, hij is in 1935 opgepakt. Gorki spreekt Stalin hier op aan en op de algehele arrestatiegolf onder oudgedienden. Maar Gorki overschrijdt een lijn en Stalin wil niets meer van hem weten. Hij wordt belachelijk gemaakt in de pers en wil weer naar Italië gaan, maar Stalin verleent hem geen uitreisvisum.
De processen tegen Kamenev en de onderen gearresteerden zijn vermaakspelen voor het volk, de aanklagers zijn bloeddorstig en verzinnen allerlei mooie verhalen. Ze geven het volk een zondebok die ze verantwoordelijk kunnen houden voor de schaarste aan allerlei levensbehoeften.
In 1936 ligt Gorki op sterven, Stalin zoekt hem op als vriend. Toch wil Gorki nog de krant lezen, maar er wordt een speciale editie voor hem gedrukt, waar geen verontrustend nieuws in staat zodat hij zich niet in zijn sterfbed nog druk hoeft te maken. Zo sterft Aleksej Pesjkov de Bittere op 18 juni 1936.
De schrijver gaat kijken bij de datsjas en er blijkt veel villabouw te zijn voor de rijke Russen. De datsja van Babel was weg, de schepper van onder andere de Odessaverhalen was als een van de laatste gearresteerd in 1939. Later werd hij geëxecuteerd. Ook Pilnjak werd in 1937 gearresteerd. Hij had langdurige buitenlandse reizen gemaakt en had contacten met het buitenland. Hij had misschien zijn misstappen wel goedgemaakt met De Wolga mondt uit in de Kaspische zee maar hij had nog steeds een slecht imago.
Het is in de Sovjet-Unie een chaos, veel mensen die vroeger als helden werden gezien waren nu gearresteerd voor allerlei redenen. De werken waarin zij geëerd werden moesten worden herzien of verboden worden. Ook Belomor wordt verboden. Een van de helpers daarvan is Pilnjak, hij schrijft zijn laatste roman De zoutschuur, die begraaft hij in zijn tuin.
Bij de vroegere datsjas bezoekt de schrijver Svetlana Semjonova, zij bewoont nu de Datsja van Boris Pilnjak. De schrijver van wie het kistje met De zoutschuur in de jaren vijftig door zijn vrouw was opgegraven. Als Pilnjak bekent in 1937 worden er diezelfde week 11.000 overgebleven van twee Goelagkampen met een nekschot om het leven gebracht. Ook Pilnjak wordt later geëxecuteerd. Ook zijn boeken worden vernietigd. Van de 40 schrijvers die in 1932 naar Gorki’s villa kwamen en waar Stalin sprak over de ingenieurs van de ziel overleefden er elf de zuiveringen niet. Ook Peredelkino werd tussen ’37-’39 zeven keer verstoord voor arrestaties.
Paustovski is redelijk veilig zolang Gorki nog leeft en na zijn dood houdt hij zich gedeisd. Er worden enkele mensen aan wie hij vertrouwelijke brieven stuurt gearresteerd en ook de minister met wie hij samen Kara Bogaz de film heeft laten verdwijnen wordt gearresteerd. Hij durft daarom geen opdrachten meer te weigeren en schrijft een boek over de held en Sovjet generaal Bljoecher. Een half jaar na de publicatie van dit boek blijkt ook Bljoecher een spion. Zijn vrienden gaan ongerust naar Paustovski en hij vlucht naar de bossen. GlavLit organiseert een klopjacht op de Bljoecherbiografie, die vernietigt moet worden, maar niemand komt op het idee om de auteur in te rekenen. En Paustovski overleeft de terreur die in 1939 wegebt.

Rab-Rabotsji

De schrijver gaat naar Amansoltan Saparova, in Turkmenistan bij haar thuis. Hij wil Paustovski achterna reizen. Na maandenlang wachten heeft hij eindelijk een visum gehad om Turkmenistan in te komen, hij mag alleen niet de hoofdstad uit. Dit was nodig door de nieuwe leider van het land Turkmenbaşi die ook het cyrillisch alfabet had afgeschaft en alle Sovjet spullen had verwijderd.
In Turkmenistan aangekomen zag hij meteen katoenvelden overdekt met een laagje zout. Het katoen hadden de Sovjets er geïntroduceerd en alle andere gewassen voor levensmiddelen en zijde moesten er voor wijken. Amansoltan noemt het katoenkolonialisme. Om meer stukken woestijn te kunnen ontginnen waren er meer en gulzigere bevloeiingskanalen nodig. Daarom werd in 45 dagen het 270 kilometer lange Stalinkanaal gegraven. En als hoofdader werd het 1150 kilometer lang Leninkanaal. De schaduwzijde van deze prestatie was de daling van de Aralzee, maar alles moest in het wek worden gesteld om het katoenplan te halen.
De schrijver zoekt contact met Dzjamar Alijev, een bioloog. Hij maakt een afspraak met hem voor diezelfde dag en Dzjamar laat hem het Leninkanaal zien, dat nu het Turkmenbaşikanaal heet. Ze hadden er een gesprek over, volgens Dzjamar hadden de Sovjet wateringenieurs wel in theorie gelijk, maar niet in praktijk en dat nam hij hen erg kwalijk. Bijvoorbeeld het water van het Leninkanaal zakte allemaal weg in de woestijn en hoopte zich door de plantgroei erin op tot plassen en meren, terwijl het voor irrigatie was bedoeld. Bij die plassen en meren kwam toen ook de malariamug opeens naar Turkmenistan. Om de begroeiing tegen te gaan waren er allemaal plannen bedacht, zoals het wegslepen met netten van het groen en het vernietigen met chemische middelen. Maar die middelen vernietigden verderop ook de katoenplanten. Ook was er geen afwatering bij de akkers dus het zout bleef erop liggen en het raakte verzout. Uiteindelijk had Dzjamar een vissoort in uitgezet waardoor de begroeiing opgegeten werd en was dat probleem opgelost.

Hoerapatriottisme

Paustovski scheidt ook van Valeria en trouwt met Tatjana. Hij trekt bij haar en Galja, haar dochter, in. De schrijver gaat op bezoek bij Galja om over haar tweede vader te praten. Paustovski was erg inactief qua schrijven toen hij bij hun introk. Hij had geen inspiratie en de artistieke vrijheid van de Tweede Wereldoorlog was ook weer ingetrokken. Paustovski had zijn naam weer gezuiverd in de oorlog, omdat hij het moraal van het volk versterkte. Na de oorlog voelde Paustovski zich bevrijd van de Duitsers en van de angst om opgepakt te worden.
Andrej Zjdanov moest er na de oorlog voor zorgen om de schrijvers weer in het gareel te krijgen. Het ging er echter wel subtieler aan toe dan voor de oorlog, als je fouten in je boek had gemaakt werd je publiekelijk vernederd en moest je schuld erkennen. Zjdanov stierf in 1948, maar zijn invloed werkte door tot Stalins dood.
Paustovski ging aan een nieuw werk beginnen, vertelt Galja, over de bouw van het Wolga-Donkanaal. Het resultaat was in 1952 De geboorte van de zee. Dit boek is tegenwoordig echter nergens meer te vinden, omdat Paustovski zich ervoor schaamde, omdat het zo’n lofzang aan Stalin was. Hij had er van Stalin zelfs een luxe flat voor gekregen. Hij had met geen woord gerept over de 110.000 Duitse krijgsgevangenen die er nog aan werkten. Volgens Paustovski waren het allemaal vrijwilligers, maar dat bleek na enig onderzoek van de schrijver onzin te zijn. Er waren ook nog is ongeveer honderdduizend gewone gevangenen. Daar had hij ook thuis niets over verteld, maar dat bleek ook niet nodig te zijn, iedereen wist dat. Ze hadden zelfs geholpen aan het huis waar ze nu woonden.

De baai van Kara Bogaz

De schrijver gaat, ondanks dat hij er geen toestemming voor heeft op weg naar de baai van Kara Bogaz. Toen hij in Turkmenistan nog een keer met Dzjamar Alijev ging praten vertelde hij de man over zijn reisdoel, Kara Bogaz. Toen kwam hij erachter dat Dzjamar deze baai had bestudeerd en hij kon hem er veel meer over vertellen. Hij vertelde dat de Sovjetingenieurs de baai af wilde sluiten van de Kaspische zee door middel van een dam, omdat de baai het water van de Kaspische zee opslokte. Zo wilden zij de daling ervan voorkomen. En de waterbouwers hadden hun zin gekregen, in 1980 was de doorgang tussen de Kaspische zee en de baai gesloten. Ze hadden nog allemaal andere plannen, die vaak uitliepen op verdamping van het water over het dalen van een zee.
De waterbouwkundigen hadden een fout gemaakt, ze dachten dat de baai pas in 15 á 20 jaar uitgedroogd zou zijn, maar in 2 jaar lag de baai al bijna droog. Dit was niet de bedoeling want de dikke zoutlaag die ontstond legde een laagje zand nee op de vruchtbare akkers, meer dan 1000 kilometer van de baai vandaan. Toen Turkmenistan onafhankelijk werd, was het eerste wat Turkmenbaşi deed de dam doorsteken.
De schrijver komt samen met een gids, ondanks dat hij geen toestemming had om door het binnenland te reizen, langs een politiepost. De beambte kon zijn visum niet lezen, omdat hij nog geen Latijnse letters kon lezen. De volgende dag komt hij ook langs de volgende politiepost als hij zegt dat hij garnalenkweker is. Dat is de enige nog levende industrie bij Kara Bogaz. Als ze aankomen waar eerst het stadje Kara Bogaz Haven blijkt het stadje helemaal weg te zijn, gebruikt als materiaal voor de dam en later als materiaal voor de bruggenhoofden. Als ze eenmaal aankomen in Kaap Bekdasj zien ze mensen letterlijk vechten voor drinkwater, net als in Kara Bogaz de film.
Dan gaan ze naar het garnalenbedrijf in het stadje. Ze worden onthaald door Eddy, die eindelijk weer eens met westerlingen kon praten. Hij vertelt wat over het bedrijf en over Bekdasj. Turkmenbaşi zijn handen van het stadje aftrekt, allerlei diensten zijn er al mee opgehouden en nu wordt ook nog is de watervoorziening ingeperkt.
Ze gaan met Eddy’s Jeep naar Meer nummer 6, een gebied waar zout werd verzameld. Ze zien de machines waarmee zout verzameld werd en de Baai van Kara Bogaz.

Liriki vs Fiziki

De schrijver gaat weer naar Galja, in een buitenhuis waar Paustovski ook geschreven heeft. Ze vertelt weer over Paustovski en over hoe behoudend en voorzichtig hij was. Dan maakt de schrijver een opmerking dat, dat toch niet voor alles gold. Hij noemt de ‘Drozdovrede’, een roemruchte toespraak van hem. Paustovski had zich uitgesproken tegen de Drozdovs: de nietsnutten en laarzenlikker die we elke dag om ons heen zien. Dan vertelt Galja dat het niet zijn eigen idee was, maar dat zij en haar studiegenoten hem hier toe overgehaald hebben. In die toespraak is hij negatief over de Drozdovs en hij beëindigt hem met de voorspelling (of oproep?) dat het volk zich binnenkort ‘van de Drozdovs zou ontdoen’.
Hij kreeg geen problemen door deze toespraak, ondanks dat een boek dat eerder over deze Drozdovs ging was verboden.
De schrijver gaat naar het Moskouse Instituut voor Watervraagstukken. Daar gaat hij praten met professor Aleksandr Velikanov. Hij biedt aan de werkelijke reden voor het mislukken van de Perebroska te onthullen. Hij vond de Perebroska in de lijn der dingen liggen, een logische stap in de evolutie van de beschaving. Volgens hem drongen de Sovjetschrijvers de ingenieurs op tot onzinnige prestaties. Er werd hen alleen maar lof toegekend, het waren de grootste prestaties ooit en dat soort dingen. Daardoor lieten sommige ingenieurs het hoofd op hol brengen. Het waterdepartement werd enorm groot en daar hoorde grote prestaties bij. Maar toen Stalin stierf had men niet meer de enorme hoeveelheid arbeiders die nodig was voor alle grote projecten. Er werden enorm veel onderzoeken naar de Perebroska gedaan, maar tot uitvoering kwam het niet meer.
Na de dood van Stalin krijgen de schrijvers veel meer vrijheid en ze willen weer kunnen schrijven zoals het echt is, niet alles, arbeid, geromantiseerd. Echter Pasternak mag zijn boek, dat negatief is over de Oktoberrevolutie nog steeds niet uitbrengen. Als hij dat in Italië doet wordt hij gezien als verrader en Paustovski wordt gevraagd als aanklager. Hij doet het echter niet, tenminste hij vraagt bedenktijd en ze komen nooit meer terug.
Op zijn zeventigste verjaardag in 1962 kreeg hij de Orde van de Rode Vaandel. Hij mocht zelfs reisjes naar het Westen maken. Als Brezjnev aan de macht komt heeft Paustovski geen zin om zich weer aan zijn strengere regels te houden. Hij tekent allerlei formulieren voor mensen die tegen het regime zijn ingegaan. Hij kreeg een bestuursfunctie in de schrijversbond en zette zich in voor heruitgave van de werken van Isaak Babel en andere slachtoffer van de Stalinterreur. In 1964 wordt ook De zoutschuur gepubliceerd en datzelfde jaar Dzjan. Rond die tijd ook komen er boeken die negatief zijn over de waterbouwwerken.
De waterbouwwerkers weten wel Brezjnev voor zich te winnen. Hij stemt in met het plan de rivieren om te buigen en in 1989 wordt de eerste stap genomen, de afsluiting van Kara Bogaz. Toen begon opeens iedereen tegen de Perebroska aan te schoppen, dit omdat het synoniem was geworden aan de arrogantie van de Sovjet-macht. Toen Gorbatsjov aan de macht kwam zette hij de Perebroska stop, er was teveel commentaar op.
Konstantin Paustovski had zelfs het begin van het slotduel tussen liriki en fiziki niet meer meegemaakt. Hij stief op 14 juli 1968 aan een hartaanval. Hij was begraven in zijn geboortedorp. Hij lag vlak bij zijn zoon, die net zo beroemd wou worden als zijn vader, maar aangezien hij daar het talent en het geduld niet voor had zoop hij zich op zijn 26e dood. Er stond een orthodox kruis bij Paustovski zijn graf. Hij was niet gelovig, maar op deze manier werden de grafschenders op afstand gehouden, want voor dode communisten hadden zij geen enkel ontzag.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.