ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
A Praktische gegevens

1. Bibliografische gegevens


1. Titel: Indische duinen.
Auteur: Adriaan van Dis.
2. Uitgever : Wolters-Noordhoff, Groningen.
3. Eerste druk : 1994.
4. Hoeveelste druk: is onbekend. Jaar van uitgave is 2001.
5. Aantal bladzijden: Het verhaal wordt verteld in 184 blz. (het begint op blz. 5)
Het boek heeft 191 blz.
6. Genre: Het boek is een psychologische oorlogsroman. De ik-persoon maakt gedurende het verhaal een ontwikkeling mee wanneer hij de geheimen en onduidelijkheden van zijn afkomst en het verleden van zijn familie ontrafelt. Van spot, haat, woede, cynisme naar tederheid, medelijden, zelfs liefde. Want dan begint hij zijn familie te begrijpen, hun geschiedenis en dan vooral die van zijn vader. Want zijn afkomst (Indië) wordt grotendeels bepaalt door de oorlog in Nederlands-Indië waarbij de Japanse interneringskampen een grote rol spelen.
7. Hoofdstukken: Het boek bestaat uit 6 genummerde en betitelde hoofdstukken.
8. Bijzonderheden : Nee, geen bijzonderheden.
9. Datum: 2002-05-04.

2. Titelverklaring

De titel: Indische duinen.

Wanneer de moeder met haar drie Indische kinderen in Nederland aankomen, is het eerste wat ze zien de Nederlandse duinen. Dat is hun nieuwe toekomstland. Dat is hun nieuwe thuis. Maar toch nemen ze een stukje Indië mee naar Nederland. Het is een Indische familie met een Indische cultuur, geschiedenis en godsdienst. En ook voor de hoofdpersoon, al is ie in Nederland geboren en gek op zijn duinen, is de Indische geschiedenis van zijn familie belangrijk. Want dat is ook zíjn geschiedenis. Het bepaalt voor een belangrijk deel zijn leven en zijn persoonlijkheid.

Daarom draagt het boek deze titel. Want ook al wonen ze nu in Nederland, ze zullen altijd Indisch blijven. Ze zullen altijd een stukje Indië met zich meedragen en doorgeven aan hun (Nederlandse) kinderen, en hun kleinkinderen. Want de geschiedenis van hun Indische voorouders is ook een stukje geschiedenis van hun en bepaalt voor een groot deel hun leven en aard.

3. Tijd in de geschiedenis

De tijd wanneer het verhaal zich afspeelt, dus wanneer Ada overlijdt, is ongeveer in 1992. "Zesenveertig jaar later stond ik aan het sterfbed van mijn halfzuster"
Met zesenveertig jaar later bedoelt hij 46 jaar na hun terugkeer uit Indië. En dat was ongeveer in 1945/1946. De auteur heeft het boek in die tijd laten afspelen omdat de hoofdpersoon als een volwassene (± 47 jaar) op het verleden van zijn familie terugkijkt. En dat speelde zich vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog af.

4. Tijdsduur

Het verhaal duurt ongeveer vier maanden. Deze periode loopt vanaf de dood van Ada, waardoor hij zijn zoektocht naar zijn vader, zijn verleden en zichzelf begint, tot de dood van Jana. Gedurende het verhaal gaat hij steeds weer even terug in de geschiedenis, hij kijkt terug op het verleden van zijn familie.

5. Ruimte

De belangrijkste gebeurtenissen spelen zich af in Indië (in de oorlog en de interneringskampen) en in Nederland (koloniehuis, huis van Ada).

In Indië zaten de moeder met haar drie kinderen, haar eerste man (Just 1) in Japanse interneringskampen. Haar 1e man werd onthoofd. En ook haar tweede man, Just 2, (die ze toen nog niet kende) zat in verschillende kampen. De kampen waren verschrikkelijk. Mensen gevangen en opgepropt in kleine, vieze, onhygiënische barakken. Veel ziektes, gewonden en doden. Mensen werden gemarteld en de latrines waren overvol en moeilijk te bereiken. (Dit is een belangenruimte, want de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon maken een duidelijk verband met de beschreven ruimte. Doordat hij beseft wat zijn vader en zijn familie allemaal mee moesten maken, begint hij zijn vader steeds minder te haten en meer te begrijpen)

Toen de moeder met haar drie kinderen en Just 2 in Nederland aankwamen, kregen ze een koloniehuis in de duinen aangewezen. Vlakbij de zee, met grote stukken strand en drijfzand en uitgestrekte duinen. Het koloniehuis was vrij klein, had een schuilkelder waar ze in de Koude Oorlog zaten, en een mooi rood dak. (Dit is ook een belangenruimte want in de duinen voelt hij zich echt thuis, daar kan hij uitwaaien en wordt hij rustig. Maar soms roepen de omgeving, het huis zelf en het weeshuis ernaast, andere gevoelens bij hem op. Dan herinnert hij zich weer zijn vader)

Het huis van Ada in 1992 is ook een belangrijke ruimte want wanneer Ada daar overlijdt, begint de hoofdpersoon na te denken over zijn vader en de haat die hij voor hem koestert. (het is wel een speelruimte want de ruimte is alleen maar een achtergrond en niet belangrijk voor de gedachten en de gevoelens van de hoofdpersoon. De gebeurtenis zelf wel.)

6 Hoofdpersonen

De belangrijkste personen in het boek zijn: de hoofdpersoon (waarschijnlijk Adriaan zelf), Justin 2, moeder Lea, Jana, Ada, Saskia en Aram.

Ik-figuur (hoofdpersoon) : De ik-figuur, ongeveer van 47 jarige leeftijd, is de zoon van Lea, een Waldense boerendochter die op jonge leeftijd naar Indië is geëmigreerd, en Justin van Bennekom, een KNIL-soldaat. Hij is geboren in Nederland maar hij heeft 3 Indische halfzusjes die een andere vader hebben. Hij is de oom van Aram en de zwager van Maarten. De ik-figuur is vrij hard opgevoed door zijn vader, die dat nog gewend was uit de oorlog. Zijn vader gaf hem met de harde hand en hij dwong hem om te presteren en een echte ´vent´ te worden. Zijn vader liet hem merken dat hij niet de ideale zoon voor hem was door hem te vernederen en te kleineren. Daardoor begon hij zichzelf te haten. Wanneer zijn vader overleed, richtte hij zijn ´zelfhaat´ op zijn vader. Met de jaren mee wordt zijn haat groter. Hij begrijpt zijn familie niet, die steeds meer in het bovennatuurlijke gaan geloven, en wordt sarcastisch, ´nuchter´, scherp en soms wat onverschillig. Maar ook gevoelig en bang voor het besef veel op zijn vader te lijken. Want niet alleen qua uiterlijk, donkere krullen, hetzelfde gezicht en stem, maar ook qua innerlijk lijkt hij op zijn vader. Gauw driftig, zich onverschillig voordoen en onrustig. En zijn vader wíl ook dat ie zo wordt als hem. Een echte vent. Daarom overweegt de hoofdpersoon later ook om Aram in huis te nemen en Maarten in een tehuis te plaatsen. Zo kan hij ´wraak´ nemen op zijn vader. Een kind opvoeden en nooit slaan. Maar het gebeurt niet.
Wanneer zijn halfzusje Ada overlijdt en hij beseft dat hij niet zijn halfzusje mist, maar zijn vader, begint hij meer over zijn achtergrond en vader na te denken. Hij ondergaat een speurtocht naar het verleden van zijn familie en naar zichzelf. Wanneer hij over het verleden van zijn familie allemaal geheimen ontrafelt begint hij zijn familie en zijn vader meer en meer te begrijpen, en neemt zijn haat en sarcasme af. Hij begint zelfs wat oprechte liefde voor zijn familie te tonen. De ik-figuur is een round character omdat je meerder karaktereigenschappen van hem weet. En hij is de persoon waar het om gaat.
Justin: Justin is de vader van de hoofdpersoon. Hij kwam met moeder Lea en de drie Indische meisjes mee naar Nederland. Hij kon niet met de moeder trouwen want zijn vader hield voor hem verborgen dat zijn eerdere vrouw overleden was. Hij is een KNIL-er die in Indonesië gevochten heeft en in een Jappenkamp gevangen heeft gezeten. De oorlog heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke letsels achtergelaten. Zijn agressiviteit, zijn telmanie, zijn ongelooflijke discipline en zijn zwakke gezondheid vinden allemaal hun oorsprong in zijn oorlogs- en kampverleden. Hij wil van zijn zoon een echte vent maken om hem te harden voor oorlog. Eigenlijk was Justin best gevoelig en sentimenteel. Hij had dan ook heel veel meegemaakt in de oorlog. Maar doordat hij zich hard en gevoelloos voordeed en net deed alsof hij geen pijn voelde, overleefde hij de oorlog. Daarom moest zijn zoon ook hard worden. Justin is een round character maar geen hoofdpersoon.


Moeder Lea: Ze is de moeder van Jana, Ada, Saskia en de hoofdpersoon, en de oma van Aram. Lea is van Nederlandse afkomst en op jonge leeftijd naar Indië geëmigreerd. Daar ontmoette ze haar eerste man. Maar Just 1 werd onthoofd in een Jappenkamp. Ze kon niet met Just 2 trouwen omdat ze niet wisten dat zijn eerste vrouw overleden was.
Ze was altijd erg sterk geweest, thuis hard werken op het platteland en in de oorlog en de interneringskampen. Ze was altijd erg nuchter en had zichzelf in de hand. Maar door alles wat ze had meegemaakt verandert ze. Ze probeert alle ruzies te voorkomen. Slechte dingen wil ze niet zien. Overal het positieve inzien, zodat ze niet over het negatieve hoeft te praten. Er wordt haar verweten dat ze iedereen naar de mond praat en geen partij durft te kiezen. Ze staat minder sterk in haar schoenen en omdat ze haarzelf steeds minder vertrouwt, begint ze juist steeds meer in het bovennatuurlijke te geloven. De moeder is een flat character.
Jana: Jana is de dochter van Lea en Justin van Capellen (Just 1). Jana is de tweede halfzus van de ik-figuur en de oudste zus van Ada en Saskia. Ze emigreerde op jonge leeftijd naar Canada met haar man Errol, die niet erg geliefd was bij de vader. Waarom precies wist eerst niemand, maar toen later bleek dat haar stiefvader incestueuze neigingen had, begrepen ze haar vluchtgedrag en haar angst voor het verleden. Ze lijkt op haar moeder: vluchten voor problemen en niet willen praten over negatieve dingen. Ze heeft twee (‘Chinese’) kinderen en een kleinkind is op weg. Jana is een flat character
Ada: Ada is het middelste halfzusje van de hoofdpersoon en een zusje van Jana en Saskia. Ze is de dochter van moeder Lea en van Justin van Capellen (Just 1). Ze is getrouwd met Maarten en heeft één zoon: Aram. Ze was de koelste en intelligentste van de drie, maar ze groeide uit tot een naar verlossing zoekende persoon. Het boek begint wanneer zij op sterven ligt. Haar dood is dan eigenlijk de aanleiding van de zoektocht naar het verleden van de ik-figuur. Bij haar vond hij geen steun omdat ze, zoals zijn moeder, weigerde te praten over het verleden. Ada is een flat character.
Saskia: Saskia is de dochter van moeder Lea en Justin van Capellen. Ze is de jongste van de drie zussen. Ze is getrouwd en heeft in de verpleging gewerkt. Vroeger wou ze altijd schilderen maar toen ze besefte dat haar schilderijen te dicht bij haar gevoelens kwam, stopte ze. Wanneer Ada stervende is, is het Saskia die haar tot in haar dood verzorgt. Ze heeft een kamptrauma en heeft nog niet alles verwerkt. Maar haar familie werkt niet mee en daarom gaat ze naar een zelfhulpgroep. Doordat alles weer omhoog komt is ze is erg gevoelig en huilerig. Op aanraden van de zelfhulpgroep lucht ze ook haar hart bij de ik-figuur. In het begin reageert hij vrij stroef en afstandelijk, maar geleidelijk wordt de relatie beter. Saskia is de enige van de zussen waarmee de ik-figuur goed overweg kan. Ze is zijn "enige en liefste zuster". Net als de moeder gelooft ze sterk in astrologie en ze staat in contact met een overleden astronaute. Saskia is een flat character.

Aram. Aram is de tienerzoon van Ada en Maarten. Jana en Saskia zijn tantes van hem en Lea en Justin 1 zijn zijn grootouders. Hij is een opstandige puber die sinds Ada’s ziekte en vooral na haar dood zijn eigen weg opgaat. Hij draait keiharde heavy-metal en gaat gekleed in de bijpassende outfit. Zijn eens zo geliefde hoorn laat hij aan de kant liggen. Hij kan goed overweg met de verteller, ze gaan zelfs samen naar een rockconcert. Maar hij zou zijn vader nooit in de steek laten, hij zou er zelfs voor zitten willen blijven. De hoofdpersoon voelt een opmerkelijke identificatie met Aram, de zoon van Ada want ze hebben beide op jonge leeftijd een ouder verloren. Aram is een flat character.
De belangrijkste bijfiguren zijn: Maarten, Edmee en Justin 1.

Maarten: Maarten is getrouwd met Ada en is de vader van Aram. Hij lijdt aan één of andere ziekte waardoor hij lichamelijk, maar ook geestelijk aftakelt. Hij is de zwager van de hoofdpersoon.

Edmee: Edmee is de halfzus van Justin 2. Dus een soort tante van de hoofdpersoon. Ze lijdt aan een grote eenzaamheid omdat haar familieleden, of al overleden zijn, of niet meer in haar buurt wonen.

Justin 1: Justin van Capellen is de vader van de drie zusjes, Jana, Ada en Saskia. Hij was getrouwd met Lea, maar werd onthoofd in een Jappenkamp. Als hij nog zou leven, zou hij de stiefvader van de hoofdpersoon zijn.

B Vertelwijze

1. Perspectief

De hoofdpersoon, de ik-figuur, is een I-protagonist want het verhaal gaat om hem.
Het gaat om zijn speurtocht naar zichzelf en naar zijn familiegeschiedenis. Hij wil zijn vader leren begrijpen.

Het is een personaal ik-perspectief. Alleen wisselt het in het begin en in het einde van perspectief. Het is een soort inleiding en afsluiting van het verhaal en het is dan geen ik-perspectief maar een personaal hij-perspectief. De moeder is in die stukjes de hoofdpersoon. Je weet alleen haar gedachten en gevoelens.

Ik denk dat de schrijfster dit perspectief heeft gekozen omdat je je zo veel beter kunt inleven in de gevoelens en gedachten van de hoofdpersoon.

2. Taalgebruik

- vrij lange zinnen.
- veel beschrijving van de gevoelens en gedachten van de hoofdpersoon.
- veel beschrijving van omgeving.
- soms moeilijke woorden. (Malaise woorden)
- leest lekker door.
- ontroerende passages.
- veel inhoud in één zin. (en gevoel)

3. Beschrijving van personen en ruimte

De schrijver besteedt veel aandacht aan het beschrijven van personen en omgeving. Hij beschrijft hoe de personen eruit zien, hun uitgesproken gedachten, en ook de omgeving waar ze zich in bevinden. Adriaan van Dis heeft daar een hele mooie manier voor. Als hij dingen beschrijft, kun je je helemaal inleven. En ik denk dat hij dat daarom ook heeft gedaan. Want je gaat wel een stuk terug in de tijd en naar een hele andere situatie die je niet gewend bent.

C Thematische aspecten

1. Motieven

De verhaalmotieven van dit verhaal zijn: familie, oorlog, geweld, dood en rassenonderscheid.

Familie: De hoofdpersoon probeert zijn familie, en dan vooral zijn vader, te begrijpen. Hij komt uit een Indische familie en alleen zijn moeder is blank. Hij is de enige die niet in Indië is geweest en de oorlog heeft meegemaakt. Daardoor voelt hij zich buitengesloten. Hij ondergaat een speurtocht naar zijn familiegeschiedenis en beetje bij beetje begint hij te beseffen wat zijn familie heeft meegemaakt. Daardoor wordt zijn band met zijn familie beter.

Oorlog: De oorlog met de Japanners in Nederlands-Indië en de Jappenkampen hebben een grote impact gehad op de familie. Want de oorlogstrauma´s blijven hen hun hele leven achtervolgen en hebben invloed op hun gedrag en op wie ze nu zijn.

Geweld: In het boek komt veel geweld voor. Ten eerste al in de oorlog in Nederlands-Indië. Mensen werden daar meedogenloos behandeld. Mensen werden gemarteld, vermoord, opgesloten in kleine vieze hokken, vernederd en gekweld.
Maar ook in de opvoeding van de hoofdpersoon komt geweld voor. Zijn vader trad met harde hand op, zo overleef je de oorlog. Als je niet horen wilt, moet je maar voelen.

Dood: In het boek speelt de dood ook een belangrijke rol. In de oorlog stierven honderden mensen. Elke dag was weer een strijd om te overleven. Toen Ada stierf, begon de hoofdpersoon na te denken over zijn vader en zijn familieverleden.

Rassenonderscheid: Er komt veel rassenonderscheid voor in het boek. In de oorlog werden de rassen streng gescheiden zodat de alleen de Nederlanders, de KNIL-ers en de halfbloedjes in de kampen terecht kwamen. En ook in Nederland kwam de rassenscheiding voor. De drie zusjes werden op school gediscrimineerd. En de hoofdpersoon heeft zich altijd al buitengesloten gevoeld omdat hij niet Indisch was. Daar komt het ook weer in terug.

De abstracte motieven van het verhaal zijn: haat, eenzaamheid, liefde, angst en verlangen.

Haat: Haat speelt een grote rol in het leven van de hoofdpersoon. Wanneer zijn vader hem laat merken dat hij niet de ideale zoon is, begint hij zichzelf te haten. Als zijn vader sterft wanneer hij 11 jaar is, richt hij die zelfhaat op zijn vader. Met de jaren mee blijft hij zijn vader haten.

Eenzaamheid: De ik- persoon voelt zich buitengesloten van zijn familie omdat hij de hun verleden niet goed begrijpt en niet heeft meegemaakt. Hij heeft het gevoel dat hij niet bij de familie hoort. Dit geeft hem een gevoel van eenzaamheid.
Liefde: Er speelt een haatliefde verhouding tussen de hoofdpersoon en zijn vader. Aan de ene kant koestert hij een grote haat maar aan de andere kant houdt hij van zijn vader. Hij beseft dat pas wanneer hij zijn vader beter leert te begrijpen. En dan kan hij ook de liefde voor zijn familie tonen die diep van binnen in hem schuilt.
Angst: Er heerst veel angst in het leven van de familie. Angst in de oorlog, voor de kampen, voor de Jappen. En angst voor het nieuwe onbekende land (voor de drie dochters). Angst voor een pak rammel. Angst voor de dood. Angst voor het verleden..

Verlangen: Dit slaat op het verlangen naar hun vaderland. Want ook al was daar oorlog en ellende, ze waren er wel geboren, opgegroeid, ze hebben daar gelachen en gehuild. Daar liggen hun roots. En het slaat op het verlangen van de hoofdpersoon naar een zoon. Het verlangen naar wraak en het verlangen naar de liefde en goedkeuring van zijn vader.

Het leidmotief in dit boek is het getal 9. Het getal 9 is erg belangrijk voor de familie. Mensen worden geboren, sterven, trouwen en scheiden op een datum dat altijd wel iets met het getal 9 te maken heeft.

2. Thema

Onderwerp: De hoofdpersoon heeft moeite om zijn familie en vader te begrijpen en daarom ondergaat hij een speurtocht naar zichzelf en naar het verleden van zijn familie.

Belangrijkste motief: familie, omdat daar alles om draait. Hij ontrafelt geheimen rondom de familie en leert hen te begrijpen. Hij realiseert zich dat hij toch van zijn vader houdt, ondanks alles. Daardoor krijgt hij een betere band met de rest van zijn familie. Want dan beseft hij dat zijn familie toch heel belangrijk voor hem is in zijn leven.

Hoofdgedachte: Familie is het belangrijkste wat er is en je mag iemand niet haten voordat je zijn verleden kent.

D Structurele aspecten

1. De volgorde van de gebeurtenissen

Het verhaal is niet chronologisch. Het bestaat uit allemaal flashbacks naar het verleden in Indië. Stukje bij beetje kom je te weten wat er zich in het verleden allemaal heeft afgespeeld, en hoe zijn vader aan het trauma is gekomen. De hoofdpersoon kijkt terug op het verleden van zijn familie in Indië. Er komen geen flash forwards in voor.

2. De belangrijkste gebeurtenissen

De terugkeer van Lea naar Nederland met haar drie kinderen en haar vriend.

Overlijden van Ada.

Speurtocht van de hoofdpersoon naar het verleden van zijn familie.

De spanningsopbouw is wel redelijk. Het is niet saai en er vinden veel veranderingen/gebeurtenissen plaats. De schrijver beschrijft alles op een mooie manier zodat je je echt in kan leven. Wanneer Ada overlijdt, begint de hoofdpersoon na te denken over zijn vader en houdt met hem een soort woordenwisseling in gedachten. Hij gaat nadenken over zijn haat tegen zijn vader en wil meer over de geschiedenis van zijn familie te weten komen. Hij ontrafelt allemaal geheimen en onduidelijkheden van de familie. Daardoor begrijpt hij zijn vader en familie beter, neemt zijn haat tegen zijn vader af en is in staat zijn liefde die hij voor zijn familie voelt, te tonen aan hen.

3. Het begin

Dit boek heeft een opening in handeling omdat je gelijk geconfronteerd wordt met het leven en de problemen van de moeder en haar drie kinderen. Ze hebben al van alles meegemaakt en zijn nu op de terugkeer naar hun nieuwe toekomstland. Het had net zo goed het einde kunnen zijn.

4. Het einde

Het boek heeft een gesloten einde. De hoofdpersoon kent nu het verleden van zijn familie en heeft zo ongeveer vrede met zijn vader gesloten (met gemengde gevoelens) en de band met zijn overige familie is beter geworden.

E Mening

Ik heb dit boek gekozen omdat ik me wel interesseer in andere landen en cultuur. Ik had de achterkant van het boek gelezen en het leek me erg mooi. Ik wist nog niet zoveel af over de oorlog in Nederlands-Indië en daarom leek het me een interessant onderwerp om over te lezen. De schrijver heeft een bepaalde manier van schrijven waardoor je je helemaal kan inleven in de gevoelens en situaties die je helemaal niet bekend zijn. Hij beschrijft ze erg geloofwaardig en op een mooie manier. De sarcastische en humoristische opmerkingen tussendoor en de ontroerende passages roepen soms emoties bij je op.

De diepere gedachte (familie) wordt goed overgebracht en die is erg belangrijk omdat bijna iedereen, maakt niet uit waar of wanneer, er mee te maken heeft. Een mens heeft familie nodig. De hoofdpersoon is gedeeltelijk herkenbaar omdat ik niet echt in zijn situatie zit, maar ik natuurlijk wel degelijk te maken heb met familie. Ik vind hem niet echt sympathiek want hij is erg cynisch, en doet zich onverschillig voor. Hij vindt het moeilijk om zijn liefde aan zijn familie te tonen. Ik vind het wel goed dat hij in het verleden van zijn familie is gaan graven en dat hij hen probeert te begrijpen. Het ik-perspectief is belangrijk omdat je op die manier een goed beeld krijgt van de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon. Als het een ander perspectief zou zijn, zou het moeilijk zijn om daar achter te komen want hij spreekt ze niet uit.

De auteur besteedt veel aandacht aan het beschrijven van de personen en de ruimtes zodat je je goed in kunt leven. Want het is een hele andere situatie dan waar je nu in zit. De schrijver heeft een hele mooie stijl om te schrijven. Je leest en je wordt meegesleurd naar een andere tijd en naar een andere wereld. Er zit veel gevoel en inhoud in een zin. Alleen je moet wel goed je hoofd bij al de familierelaties houden, want anders raak je echt de draad kwijt. Het verhaal is redelijk overzichtelijk geschreven maar soms moest ik echt even nadenken waar en wanneer in de tijd de hoofdpersoon nu zat. Ik denk dat de woordenwisseling´ in gedachten met zijn overleden vader het belangrijkste moment is. Want dat is de aanleiding voor de speurtocht naar het verleden van zijn familie en vader. De moeder is belangrijk, ze is verbonden met alle belangrijke personen in het boek, daarom vind ik het wel goed dat de inleiding en het slot vanuit haar standpunt zijn geschreven. Ik vond het een mooi boek en het was interessant om over zo´n onderwerp te lezen. Zoiets had ik ook wel verwacht.

F Samenvatting:

Een Nederlandse moeder heeft met haar drie Indische kinderen in de oorlog van Nederlands-Indië in een Jappenkamp gezeten. Haar man werd in zo´n kamp onthoofd en na de oorlog kwam ze met haar kinderen en haar nieuwe vriend naar Nederland. Daar kreeg ze een koloniehuis in de duinen toegewezen. Inmiddels is ze zwanger van de hoofdpersoon, wiens vader Justin 2 is. Ze konden niet met elkaar trouwen omdat zijn vader voor hen verborgen hield dat zijn eerste vrouw al overleden was.

De ik-figuur heeft geen goede relatie met zijn vader, die zijn zoon met de harde hand opvoedt. De vader heeft op die manier de oorlog kunnen overleven en daarom moet zijn zoon ook hard worden. Wanneer hij op elfjarige leeftijd zijn vader verliest, richt hij zijn zelfhaat op zijn vader. Met de jaren mee wordt zijn haat en onbegrip groter maar wanneer zijn halfzus overlijdt, begint hij over zijn vader na te denken. Hij ondergaat een speurtocht naar de geschiedenis van zijn familie. Daar ontrafelt hij allemaal geheimen en onduidelijkheden en beseft hij wat zijn familie allemaal heeft mee moeten maken de Jappenkampen. Daardoor neemt zijn haat en onbegrip tegen zijn vader af en wordt zijn band met zijn familie beter. Want ook al kan hij niet altijd overweg met zijn familie, hij beseft dat ze belangrijk zijn en dat hij van ze houdt.

G De auteur

Adriaan van Dis wordt in 1946 geboren in Bergen, Noord Holland. Zijn vader is een blanke ex-militair uit het Koninklijk Nederlands Indisch Leger en zijn moeder is een Indische. Na zijn HBS-opleiding volgt hij in Amsterdam de MO-opleiding Nederlands. Hij behaalt zijn MO-A-akte en maakt in 1969 een grote reis 'richting India'. Na een half jaar keert hij terug en hij blijkt niet verder te zijn gekomen dan Afghanistan. Hij voltooit zijn opleiding en richt zich op een studie Zuid-Afrikaans. Nadat hij afgestudeerd is, werkt hij van 1978 tot 1982 als chef van de zaterdagbijlage bij het NRC Handelsblad. Tot 1985 is hij 'redacteur features' bij deze krant. Hij debuteert met de novelle Nathan Sid in 1983, waarvoor hij in 1984 het Gouden Ezelsoor (prijs voor het best verkochte Nederlandse literaire debuut), ontvangt. Voor zijn praatprogramma Hier is…Adriaan van Dis (vanaf 1983) ontvangt hij in 1986 de Nipkowschijf. Hij is enige jaren bestuurslid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en wordt in 1987 redacteur van het literaire tijdschrift De Gids. Ook schrijft hij een aantal toneelstukken. In 1995 ontvangt Van Dis de Publieksprijs voor het Nederlandse boek. De thema's die vaak in zijn boeken terugkomen, worden gekenmerkt door een zekere tweeslachtigheid. Aan de ene kant verlangen zijn personages naar harmonie, zuiverheid, volmaakte schoonheid en aan de andere kant voelen ze zich aangetrokken door de zelfkant van het leven, het groezelige, onvolmaakte.
Andere werken van Van Dis zijn: Cassablanca (1986); Zilver of het verlies van de onschuld (1988); Het beloofde land (1990) en Palmwijn (1996).
Literaire stroming is: Moderne Nederlandse literatuur.

H Literatuuropgave

Ik heb op internet ander leesverslagen van dit boek erbij gebruikt. www.scholieren.com en www.uittreksels.com.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Goed boekverslag! er zit 1 foutje in, de ik persoon is niet Adriaan zelf maar de zoon die in Nederland word geboren. Hij heet Nathan volgens mij. Nathan is dus een halfbroertje van de 3 zusjes. En een kind van Justin 2

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

..

..

het boek wat ik heb is geen 191blz maar 314 blz :O

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast