Het vergeten seizoen door Peter Delpeut

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
Boekcover Het vergeten seizoen
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 3620 woorden
  • 10 februari 2011
  • 8 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
8 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2008
Pagina's
252
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Het vergeten seizoen
Shadow
Het vergeten seizoen door Peter Delpeut
Shadow

Peter Delpeut, Het vergeten seizoen.


Verslag

1. Primaire gegevens van het gelezen werk
Naam van de auteur: Peter Delpeut
Titel van het werk: Het vergeten seizoen
Jaartal eerste druk: 2007 (maart)
Aantal bladzijden van het boek: 252



2. Verantwoording keuze en verwachting


2.1
Dit boek heb ik niet zozeer gekozen, maar aangenomen. Stijn vroeg wat ik zocht, en ik omschreef wat ik tot nu toe in mijn leeslijst had opgenomen. Toen raadde hij me dit boek aan. Ik heb de omschrijving van het verhaal op de achterzijde pas gelezen toen ik rond pagina 50 was met lezen.

2.2
Omdat ik het boek gewoon aangenomen had, heb ik er niet bij stilgestaan wat ik van het boek vond vóór ik begon met lezen. Stijns vrouw vond het een mooi boek, ik zal gedacht hebben dat het verhaal niet tegen kon vallen.



3. Korte samenvatting van de inhoud

Nazomer (p. 9-59)
Donderdag . Het is 1860. Pastoor Peters is vanuit zijn woonplaats Rome op missie gestuurd naar een Gelders dorpje vlakbij de Duitse grens. De missie betreft een onderzoek naar Lidia Wijffels die elke vrijdag om drie uur de stigmata, de wondtekenen van Christus, vertoont.

Pastoor Peters' eerste bezoeker is dokter Wessels, een overtuigd atheïst, die door huishoudster Stien met tegenzin wordt binnengelaten. Wessels wil Lidia opereren aan een lelijke ontsteking in haar lies, die op haar blaas drukt, waardoor ze alleen met zijn hulp kan plassen. De dokter hoopt dat hij haar dan meteen kan ontmaskeren als bedriegster.

Later die dag brengt Peters een bezoek aan het klooster de Karmel, het klooster van de Karmelietessen, waar zijn vroegere jeugdvriendin Else tegenwoordig onder de naam zuster Theresia abdis is. Theresia hoopt dat Peters Lidia niet te hard zal aanpakken, en vertelt meteen dat de nonnen niet hem maar de pastoor van Weerlo, een dorp verderop, als biechtvader hebben gekozen. Peters beseft dat de nonnen hem als inquisiteur zien, maar ook proeft hij achter Theresia's woorden wrok over het feit dat hij haar als jongeman heeft afgewezen.

Vrijdag . Peters gaat naar Lidia om haar ter communie te laten gaan. Hij heeft de hostie in een doosje onder zijn hemd. Onderweg spreekt Wessels hem aan. Hij vertelt dat het meisje niet meer wil eten en al maanden alleen op de hostie leeft.

's Middags bezoekt Peters Lidia opnieuw. Voor de deur staan wat pelgrims, onder wie een onnozele slungel die Jan heet, en een hoogzwangere vrouw die zich ongerust maakt over haar ongeboren baby. Peters wil de gebeurtenissen objectief benaderen, maar wanneer Lidia begint te bloeden, valt hij op zijn knieën. Later bemerkt hij dat zijn gedrag meteen is rondverteld.

Zaterdag . Jan leidt Peters door het Zwarte Veld naar de zwangere vrouw die op sterven ligt. Wanneer de vrouw dood is, kan haar echtgenoot geen graf betalen: ze hebben hun laatste geld aan Lidia gegeven. Daarop wordt de vrouw - illegaal - ter plekke begraven.

Op de terugweg baadt Peters zich in de rivier, maar de stroom trekt hem mee. Gelukkig weet Jan hem op het droge te trekken.


Herfst (p. 63-107)

Dinsdag . De dag na de dood van de vrouw, bezoekt Peters dokter Wessels. Daar ziet de pastoor allerlei verboden boeken. Hij heeft ze zelf ook gelezen, louter om te weten welk kwaad hij moest bestrijden. Maar tijdens de biecht had hij bekend voor sommige ideeën best gevoelig te zijn, met als gevolg dat hij weg was gestuurd naar Gelderland.

Wessels stelt Peters voor om tegen Lidia te zeggen dat God wil dat ze geopereerd wordt. De pastoor gaat akkoord, omdat een oplossing via mensenhand hem overtuigender lijkt dan met hulp van boven.

Woensdag . Wessels verdooft Lidia met ether en gaat aan de slag. Jan, Stien en Peters assisteren.

Donderdag . Die nacht roept Lidia dat Jezus haar niet meer wil laten delen in Zijn lijden. Ze moest van Hem kiezen tussen de doornenkroon en een bloemenkrans, en ze had de laatste genomen. Om het goed te maken had ze Hem beloofd zich te laten versterven. Peters ziet dat de handpalmen en voeten van het meisje glad zijn.

Later ontmoet Peters Wessels, die meldt dat de operatie is gelukt en Lidia weer zelfstandig kan plassen. De arts vertelt dan ook dat Stien Jans moeder is.

Vrijdag . Het is de vierde dag na de operatie en Lidia heeft geen stigmata meer vertoond. Peters voedt haar bij door hele grote hosties voor haar mee te nemen.

Die dag gaat Peters ook naar het graf op het Zwarte Veld. De man van de overleden vrouw is met zijn kinderen vertrokken, maar heeft op het graf een simpel houten kruis met een eigengemaakte rozenkrans achtergelaten. Peters beseft hoe primitief het geloof hier is. Over het veld trekt een kleine processie, een meisje vertelt dat Lidia weer heeft gebloed.


Een nieuwe ijstijd (p. 111-162)

Vrijdag . De winter is erg koud. Lidia vertelt Peters dat ze de bloemenkrans heeft ingeruild voor de doornenkroon. Bovendien zegt ze dat Maria aan haar is verschenen om te zeggen dat ze niet meer zulke grote hosties mag hebben. Peters vindt deze woorden godslasterlijk, maar bang voor de broeierige sfeer onder de pelgrims buiten, houdt hij zijn mond. Wessels is na de operatie de toegang tot het huis van Lidia geweigerd. De arts heeft Peters wel bekend tijdens de operatie ook de blaren te hebben weggesneden. Hij vermoedt dat de familie ze zelf opwekt met vliegenzalf. Hij doet Peters de mogelijkheid aan de hand Lidia voortaan de hostie te weigeren.

Lidia reageert hier woedend op. Ze zegt met Maria de kruisweg te lopen, en doet of ze voor het kruis knielt. Dan huilt ze tranen van bloed, volgens haar de tranen van een moeder. Ze zegt bovendien dat er een bloedende hostie in de kamer zweeft. Peters ziet die niet, maar ontdekt in de lucht wel een druppel bloed. Hij vlucht weg. In de kerk brengt een zusje van Lidia hem zijn hostiedoosje, dat hij blijkbaar verloren is. In plaats van de hostie bevat het een druppel geronnen bloed.

Zaterdag . De haat van de dorpelingen laait op, wanneer ze van de weigering van de hostie horen. Theresia bezoekt Peters, en ze discussiëren over de waarde van stigmata. Hoewel de abdis meent dat Lidia werkelijk een heilige zou kunnen zijn, zegt ze ook dat het meisje de familie Wijffels alles voor geld doet. Verder vertelt ze dat niemand meer bij Peters de mis wil bezoeken.

Om te kalmeren gaat Peters naar het Zwarte Veld. Maar daar ontdekt hij dat dieren het graf hebben opengekrabd en het lijk aangevreten.

Zondag . De kerk is leeg, alleen Wessels verschijnt. De pastoor en de arts bespreken de zin van het geloof, en ook hoe ze Lidia verder zullen aanpakken. Later krijgt Peters bezoek van de pastoor van Weerlo, die een brief van de aartsbisschop bij zich heeft. De aartsbisschop wil weten hoe het ervoor staat. Peters besluit hem te bezoeken.

Naar Utrecht . Peters gaat op de schaats naar Utrecht waar de aartsbisschop woont.


Dooi (p. 165-206)

Woensdag . De aartsbisschop blijkt van een betrokkene een brief te hebben gekregen met een verslag van de gebeurtenissen. Peters verdenkt de pastoor van Weerlo hiervan. Hij zegt wat onpartijdige proeven te willen doen samen met Wessels. De aartsbisschop gaat akkoord, ondanks zijn angst dat Peters' geloof opnieuw aangetast wordt.

Kort hierna wordt het lijk van de vrouw op het veld gevonden, de dorpelingen verdenken Jan van haar dood.

Peters vraagt Theresia als onpartijdig waarnemer bij zijn proefnemingen. Ze weigert.

Donderdag . De vader en twee broers van Lidia trappen Jan in elkaar, ze beweren dat hij Lidia wilde aanranden. De jongen weet te ontkomen.

Dan wordt Lidia getest. Theresia verschijnt toch, en kalmeert de gemeente. Wessels sluit de blaren af met glazen bollen en zwachtels. Peters en Theresia blijven die nacht waken.

Vrijdag . Die nacht begint Theresia over vroeger. Peters liegt dat hij er nooit meer aan denkt. Maar dan schreeuwt Lidia dat Jezus haar Zijn lijden afneemt en Zijn toorn op iedereen zal laten neerdalen. Peters kan Theresia er maar net van weerhouden de bollen weg te halen. De abdis vertelt dat de volgende dag de aartsbisschop komt, hij logeert bij haar in het klooster.

Peters gaat naar huis om zich te verschonen, maar wordt gevolgd door wat kerels. Jan redt hem en duwt hem in een grot. Pas om halfvijf keert Peters terug bij Lidia. De aartsbisschop noemt het meisje een heilige. Ook blijkt dat niet de pastoor van Weerlo, maar Theresia de aartsbisschop op de hoogte hield. Dokter Wessels neemt de zwachtels weg, die vol bloed zitten. Hij noemt het Lidia's beste voorstelling. Hijzelf zag niets, vertelt hij, maar Theresia en de aartsbisschop blijkbaar wel. Lidia zal naar het klooster worden overgebracht, dit tot onvrede van de familieleden die nu hun bron van inkomsten kwijt zijn.

Het vergeten seizoen (p. 209-239)
Goede Vrijdag . De aartsbisschop heeft een processie gelast van Lidia's huisje naar de Karmel. Daartoe zijn drie grote kruisen gemaakt. Men gelooft nog steeds in Lidia's wonder, al tonen de nonnen op vrijdag alleen de bebloede kleren het bebloede witte mutsje van het meisje. Jan wordt nog altijd opgejaagd, en wanneer Peters hem gaat zoeken, vindt hij de jongen dood in de grot. Het lijk wordt opgebaard in de pastorie bibliotheek.

Intussen heeft Peters de aantekeningen van zijn voorganger gelezen. Die had Lidia bestookt met zijn enthousiasme over het wonder van Lourdes. Maar hij had daar spijt van gekregen toen Lidia te ver ging en hij haar niet kon betrappen op bedrog.

Stille Zaterdag . Wessels komt die nacht om bij Jan te waken, Stien stuurt hij met laudanum naar bed. Hij zegt tegen Peters dat Christus nooit aan zijn handen kan zijn gekruisigd, omdat die wonden al snel uitscheuren. Als Hij zo lang gehangen heeft, moet men de spijkers door Zijn polsen hebben geslagen. Wanneer Lidia de wonden direct van Hem zou hebben ontvangen, zaten ze dus op de verkeerde plaats! De arts en de pastoor nemen de proef op de som en spijkeren het lijk van Jan op een van de kruisen voor de processie. De handen scheuren.


Late lente (p. 243-247)

Het is dertien jaar later. Peters is in Amsterdam als hulppastoor. In een park ontmoet hij Lidia, die door Theresia naar school is gestuurd en nu getrouwd is. Ze zegt in het klooster nooit meer gebloed te hebben. Peters vraagt haar niet of de stigmata wel of niet echt waren. Nog altijd staat hem het beeld van de gekruisigde Jan op het netvlies. Dan gaat hij naar huis, waar Stien nog steeds zijn huishoudster is.


4. De relatie tussen tekst en auteur

De overeenkomsten die ik kon vinden tussen P. Delpeut en zijn roman zijn de volgende twee. Als eerste de naam van de hoofdrol speler, pastoor Peters. Het zou een verband kunnen hebben met de voornaam van de schrijver zelf: Peter.

Ten tweede blijkt hij als cineast, filmmaker, een fascinatie te tonen voor de negentiende eeuw. Het boek speelt zich af halverwege de negentiende eeuw (1860-1961 en het laatste hoofdstuk in 1874). Deze periode ziet hij “als de periode waarin alles ontstond wat wij nu als gewoon beschouwen”. (van Laar, datum onbekend)


5. De analyse


5.1 Genre

Dit boek behoort tot het genre roman aangezien het verhaal fictie is. De hoofdpersoon staat centraal en komt in meerdere conflicten terecht (vooral met zijn geloof). Door het boek heen leer je het karakter van de pastoor beter kennen. Ook telt het boek meer dan 200 pagina’s waardoor het omvangrijk is.

De ideeën voor het verhaal zijn “gebaseerd op de levenschgeschiedenis van Dorothea Visser (1819-1876)” (Delpeut, 2007, 251), én het verhaal speelt zich af in 1860-1874. Hier leid ik uit af dat het een historische roman is.

5.2 Titel en ondertitel
Het vergeten seizoen is de romantitel. Deze is gelijk aan het vijfde hoofdstuk van het boek, waarin de ontknoping van het verhaal beschreven wordt, wanneer het lente is, maar de natuur laat dat niet blijken en alles grauw is: “Als hij zijn leven zou moten tekenen, overdacht hij, dan zou hij dit landschap kiezen, dit seizoen dat geen seizoen was, tussentijd zonder einde.” (Delpeut, 2007, 215) De lente waar pastoor Peters naar verlangt is wanneer hij de dertien jaar oudere Lidia opnieuw ontmoet in Amsterdam.


5.3 Motto en opdracht

Do I dare
Disturb the universe?
‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’, T.S. Eliot

Het motto is ontleend aan het gedicht The Love Song of J. Alfred Prufrock van de Amerikaans-Britse schrijver T.S. Eliot (1888-1965): 'Do I dare/disturb the universe?' De regel past goed bij de gemoedsgesteldheid van pastoor Peters die zich afvraagt of hij er verstandig aan doet de situatie in het dorp te verstoren. Maar de uitspraak slaat ook op zijn eigen twijfels ten aanzien van het geloof en zijn neigingen tot het atheïsme. (van Laar, datum onbekend)


5.4 Motieven, onderwerp en hoofdgedachte

5.4.1

Motieven:
- De queeste naar de waarheid achter Lidia’s stigmata.
- Het terugkeren naar het Zwarte Veld, naar de overleden vrouw zonder naam.
- Het ontlasten van pastoor Peters.

5.4.2

Het onderwerp van dit boek is:
De weg tussen het geloof en de wetenschap.

5.4.3

De hoofdgedachte van deze roman is dat de belevenis van het geloof in meerdere vormen ervaren kan worden. Zowel symbolisch (pastoor Peters), als letterlijk (de dorpelingen). Ook het atheïsme en dus de wetenschap spelen in het boek hierbij een rol.


5.5 Personages

Pastoor Peters: De hoofdpersoon van vijftig jaar (als hij zich in het dropje van de Wijffels bevindt, in Amsterdam is hij 13 of 14 jaar ouder). Hij is pastoor aan de Rooms-Katholieke Kerk, door wie hij naar het dropje in de achterhoek is gestuurd om de kwestie, over een meisje die de stigmata van Christus vertoont, uit te zoeken. Je weet niet hoe hij eruitziet, behalve dat hij zo goed als altijd gekleed in een soutane. Alhoewel hij duidelijk goed opgeleid is, is hij toch niet in al zijn taken bedreven: “De Kerk had liever … andere, meer leerstellige en rechtskundige kwaliteiten van hem aangesproken. Zo had hij de fundamenten van zijn priesterschap verwaarloosd.” (Delpeut, 2007, 49). Het liefst laat hij keuzes over aan anderen, hij een echte twijfelaar. Hij overdenkt sommige kwesties teveel, waardoor hij verkeerde keuzes maakt én tegenstrijdigheden in de bijbel ontdekt. In het boek laat hij zich maar één keer spontaan leiden door zijn intuïtie, wanneer Jan weer op gejaagd wordt. Peters is een karakter, al lezend leer je hem beter kennen. Hij is geen typerende gelovige. Hij laat zich ook beïnvloeden door de wetenschap.

Dokter Wessels: Bijpersonage. Zoals zijn titel al weergeeft is hij dokter. Een soort huisarts en tegelijk operatief chirurg. Hij heeft als legerarts veel meegemaakt, waaronder hij mensen met hun eigen ingewanden in de armen zag aankomen lopen. Deze stierven nadat ze op pure wilskracht en in volstrekte kalmte hem gevraagd hadden ze dicht te naaien. Door deze stoffelijke overschotten goed bestudeerd te hebben, was hij een goede arts geworden. Tegenovergesteld aan pastoor Peters is deze man een overtuigd atheïst. Hij verzorgt Lidia. Hij komt over als een type aangezien je zijn gedachtegang niet kent.

Lidia Wijffels: Bijpersonage van een jaar of zeventien, ze heeft blond haar en ondanks dat ze uitgemergeld is heeft ze opmerkelijk volle lippen. Sinds een korte tijd vertoont zij de wonden van Christus bij zijn kruisiging: de stigmata. Ze is erg gehecht aan haar band met Jezus, en later ook met Maria (Magdelena). Elke vrijdag middag om drie uur spelen haar stigmata op. Soms raakt ze in extase, ze ziet dan dingen die anderen niet zien, spreekt met een andere stem en communiceert dan met Jezus of Maria. Door haar geloofsovertuiging laat ze zich versterven, uithongeren, omdat dat volgens haar van haar gewenst wordt . Wekenlang leeft ze op één hostie per week, die haar uiteindelijk door pastoor Peters wordt onthouden, maar toch blijkt ze elke vrijdag enorme hoeveelheid energie te hebben. Ze is een type: een extreem gelovige.

Stien: De huishoudster van pastoor Peters, en de moeder van Jan. Zij zorgt maanden lang voor de pastoor. Ze is een verstandige en vooruitdenkende vrouw, die volgens dokter Wessels in een ander leven een geweldige arts zou kunnen worden. Ze staat de twee mannen bij in de zoektocht naar het antwoord van de waarheid achter Lidia’s stigmata. Ook zij is een type, omdat je geen gedachten van haar kent, maar alleen haar handelingen.

Jan: Een jonge man/jongen. Hij is lang en slungelig, maar wel sterk. Pas later in het boek blijkt hij de zoon van Stien te zijn. Dit heeft ze waarschijnlijk niet verteld omdat hij mogelijk tijdens de geboorte klem heeft gezeten en hierdoor verstandelijk achterloopt: hij heeft de kennis van een baby en kan niet spreken (op een ‘Weewh’ na). Pastoor Peters raakt erg op de jongen gesteld, nadat deze hem had gered in de rivier toen hij bijna verdronk. Helaas vind Jan de dood in een grot, nadat hij op de vlucht was voor de vader en twee broers van Lidia die hem verdenken van poging tot aanranding. Ook hij is een type, je weet niks van zijn gedachten, hij is een ‘idioot’.

Else (Zuster Theresia): Ze heeft ongeveer dezelfde leeftijd als pastoor Peters. De twee waren in hun jongere jaren een stelletje, maar Peters heeft haar afgewezen nadat zij zich haar naakt aan hem gegeven had. Zij heeft hem dit na al die jaren nog niet vergeven.


5.6 Tijd en ruimte
5.6.1

Historische tijd: 19e eeuw, van 1860 tot en met 1874. Dit kun je afleiden uit de gegeven data.
Vertelde tijd: ongeveer 14,5 jaar. Het boek begint eind zomer 1860, begin lente van 1861 wordt ook nog beschreven (als het vergeten seizoen). Dan dertien jaar later is het weer lente.
Verteltijd: geschat 15 uur.

5.6.2
Het verhaal is niet-chronologisch verteld. Vaak wordt de afloop van een spannende gebeurtenis later verteld als een herinnering.

5.6.3
Het hele verhaal speelt zich af in het dorpje B. (de naam wordt nergens duidelijk gemaakt) op 2,5 uur loopafstand van Weerlo (Duitsland). De meeste tijd brengt de pastoor door met Lidia (vrijdags), en hij wandelt veel (waaronder naar het Zwarte Veld).


5.7 Vertelperspectief
Het verhaal beleef je door de ogen van pastoor Peters. Er is gebruik gemaakt van de hij/zij verteller. Als lezer zit je als een soort vogel op de schouder van pastoor Peters, je bent bij alle gebeurtenissen bij hém, en je weet alleen wat híj denkt. De andere personages worden vanuit zijn perspectief beschreven.


5.8 Spanning

Delpeut gebruikt vooral cliffhangers als spanning opbouw, maar hij houdt ook dingen achter. Als er iets op het punt staat te gebeuren stopt daar het hoofdstuk en wordt de afloop later als een flashback verteld. Maar al vanaf het begin raak je geïntrigeerd door de aantekeningen van voormalig pastoor Kruysen. Pas in een van de laatste hoofdstukken wordt de inhoud bekend gemaakt.


5.9 Stijl

“ Hij zette zich weer in beweging, maar dokter Wessels pakte hem bij zijn mouw en verbrijzelde bijkans zijn bovenarm. Het zilveren doosje dreigde hem te ontglippen.

‘Mijnheer Wessels, dit gaat te ver.” Zijn wangen gloeiden van schaamte. Hij had gesproken.

De greep om zijn arm verslapte. Dokter Wessels stapte naar achteren. ‘Het spijt me,’ zei hij. ‘De handen van een militair. Ik heb ledematen afgezet zonder noemenswaardige instrumenten. Ik kan met mijn handen een wild zwijn slachten.’

Het klonk als een fait divers. De man is een potentiële moordenaar, schoot het door pastoor Peters heen, maar hij maakte geen aanstalten door te lopen, alle eerbied was toch al verbroken. Voor zijn onderzoek moest hij naar alle partijen luisteren. Dan het ongelovig kwaad maar eerst. Onder het beschermende toezicht van het geheiligde brood kon hem weinig overkomen.

Pastoor Peters posteerde ik voor de arts. ‘Ik luister,’ zei hij.

Aan dokter Wessels was te zien dat deze woorden hem verbaasden. ‘Luister,’ hernam hij en dacht even na. ‘Ik begrijp niet waar ze die zogenaamde wonden van Christus vandaan tovert. Het is goochelarij, daar ben ik van overtuigd. Maar wel verdomd goed gedaan. Al mocht ik er van Kruysen niet al te dichtbij komen. Maar eigenlijk kan het me niet zoveel schelen. Ik begrijp niet waar ze die wonden van Christus voor nodig heeft. Ze lijdt al voldoende. Er gaan pijnen door dat meisje die nog geen kozak zou doorstaan. En ik heb veel gezien, verzeker ik u. Veel gezien.’ Hij viel opnieuw even stil. Zijn ogen bewogen wild van links naar rechts en terug. ‘Ik ben een chirurg,’ vervolgde hij met hese stem ‘ik ken de geheimen van het mes. Laat me haar opereren, wat van die rotzooi wegsnijden die haar lies wegvreet.’ Hij ademde zwaar door zijn neus. ‘En laat me haar ook op vrijdag ontlasten. De pis die zich naar boven werkt tast ook haar maag aan, het zuursel dat meekomt brandt haar verhemelte weg.’

Pastoor Peters knikte. Hij had wel genoeg gehoord. Hij keek om zich heen. Vele blikken achter vele gordijnen. Inderdaad, hier bleef niets ongezien. ” (pagina’s 31 en 32)

Dit citaat heb ik gekozen omdat zowel de gedachten van pastoor Peters als het gesprek van pas komen. De schrijver gebruikt niet veel lange zinnen, maar als hij dat wel doet zijn ze snel onduidelijk door veelvoudig gebruik van komma’s. De manier van spreken is naar mijn idee niet aangepast aan de manier van spreken die gebruikelijk was twee eeuwen terug. Desondanks bevat de tekst genoeg lange en moeilijke woorden. Hier bijvoorbeeld fait divers. Wat hier triviaal feit betekent. Dokter Wessels heeft een simpele manier van spreken. Hij zegt hoe het is.


6. Verwachting achteraf

Achteraf ben ik erg blij dat mij dit boek is aangeraden. Het was absoluut geen saai boek, wat het onderwerp wel doet vermoeden. Nog nooit had ik gehoord van zo’n verschijnsel, ondanks dat ik Rooms-Katholiek opgevoed ben. Het is een aangrijpend verhaal dat mooi verwoord is.



7. Bronvermelding

Opdracht 4,5 en 6:
Via Biblion: Laar, N. van (datum onbekend) “Vergeten seizoen, Het”. Plaats van uitgave
onbekend: Biblion. [Bron 1]

Opdracht 8:
Via Literom: Ruyters, J. (2007, 19 mei) “Bloedige stigmata en domme dagloners”. In: Trouw. [Bron 2]
Via Literom: Peelen, G. (2007, 8 juni) “Help, de pastoor verzuipt!”. In: De Volkskrant. [Bron 3]

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.