I Zakelijke gegevens
Hugo Claus Het Verdriet van België

II De eerste reactie
Ik heb het boek gekozen omdat mijn Nederlands docente en mijn geschiedenis docent het aan me aanraadde. Meneer Lokker noemde het zelfs ‘het mooiste boek wat hij ooit gelezen heeft’. Dat maakte mij enthousiast en ben ik er aan begonnen.
Ondanks het enthousiasme waarmee ik begon vond ik het boek verschrikkelijk. In het begin kon ik er echt geen touw aan vast knopen. De stijl van het schrijven, de lange zinnen en de Belgische manier van spreken maakte het moeilijk voor mij om het te snappen. Daarnaast legt Hugo Claus nooit uit wat er gebeurt en moet je zelf heel veel invullen en interpreteren. De combinatie hiervan maakte dat ik veel dingen in het boek gemist heb en daarom niet alles goed begrepen heb. Daarom heb ik er op een gegeven moment een gewoonte gemaakt om eerst de samenvatting te lezen en vervolgens het boek.
Naast dat het moeilijk te lezen was vond ik dat er geen clou in het verhaal zit. Louis Seynaeve is gewoon een vervelend, liegend, dom opdondertje die een oninteressant leven leidt en waar een boek over geschreven wordt. Het gedrag van hem en zijn familie heeft me tot het eind verschrikkelijk gefrustreerd omdat het niet overeenkomt met de realiteit. Daarnaast spreken de karakters mij totaal niet aan.

III Verdieping
Samenvatting
Louis Seynaeve is een jongen van elf jaar. Hij groeit op in het nonneninternaat te Haarbeke, genaamd het Gesticht. Samen met Dondeyne, Byttebier en Vlieghe vormt hij de vier apostelen. Later wordt de club versterkt met Goossens. De club beheert een aantal ‘verboden boeken’. Vader en opa Seynaeve komen Louis bezoeken. Ze vertellen hem dat zijn moeder van de trap gevallen is. Ze blijkt echter zwanger te zijn en is naar het ziekenhuis gebracht om daar te bevallen.
De paasvakantie mag Louis thuis, bij zijn familie in Walle, doorbrengen. Louis wordt ontvangen met een beeldje van een Duitse jongen met een hakenkruis. Samen met zijn vader brengt hij een bezoek aan Bomama, de moeder van zijn vader. Op zondag gaan ze naar een voetbalwedstrijd om te kijken naar Nonkel Florent, die reservekeeper is van Walle Sport. Hij blijkt vertrokken te zijn naar een andere club, genaamd Walle Stade. Vader is teleurgesteld, omdat hij Walle Stade een club vindt voor armoedzaaiers. Louis bezoekt met zijn moeder een voorstelling, ‘het pakket van de soldaat’ geheten. De moraal ‘toujours sourire’ (altijd blijven lachen) spreekt hem bijzonder aan.
Als Louis terug is in het Gesticht, geeft hij te kennen dat hij de leider van de vijf apostelen wil worden. Hij krijgt echter niet de steun van de anderen. Louis brengt een bezoek aan Zuster Sint Gerolf. Ze zit vastgebonden op een stoel en Louis steelt één van haar loden bikkels. De volgende dag vertelt hij Vlieghe een verhaal over de ‘gouden’ bikkel. De bikkel is een gewricht van het gestorven kind van de Zuster. Vlieghe gelooft hem niet. Opa en Tante Nora komen in het Gesticht langs om te vertellen dat Louis’ broertje dood geboren is. Daarop nemen ze hem mee naar de familie van zijn moeder in Bastegem.
Louis maakt kennis met Raf de Bock, die zijn vakantievriend wordt. Samen besluipen ze het kasteel van madame Laura, een hoer. Oma Meerke vertelt over haar overleden man, opa Basiel. Nonkel Omer komt thuis en neemt Louis mee naar Holst. Daar treffen zij madame Laura, op wie Holst al vanaf zijn veertiende verliefd is. Louis moet weer terug naar het Gesticht en krijgt van Raf een herinnering mee; een slip van madame Laura. Nonkel Armand geeft deze echter aan Louis’ moeder.
Terug in het Gesticht gedraagt Louis zich erg opstandig. Hij voelt zich door zijn moeder verlaten en vertelt Vlieghe dat hij meer om hem geeft, dan om zijn moeder. Vlieghe vindt het maar onzin. Louis zegt aan Dondeyne dat Vlieghe maar beter niet geboren had kunnen worden. Vlieghe is boos en beledigt Louis’ moeder. Louis weet de anderen te overtuigen dat Vlieghe een spion is. Hij wordt met zijn blote billen in een mand gedrukt, waarop Louis hem een bikkel tussen zijn billen stopt. Louis gaat met zijn moeder weer mee naar huis, omdat de oorlog steeds dichterbij komt.
Louis’ familie is grotendeels Duitsgezind. Als vader zijn auto kwijtraakt kan zelfs de politieman - en grote vriend - Theo van Paemel, hem niet helpen. Er is namelijk een groot dossier van vader waarin vermeld staat dat hij Duitse sympathieën koestert. Nonkel Firmin en Tante Berenice nemen afscheid van de familie, omdat ze willen vluchten naar Frankrijk. Zodra de oorlog uitbreekt vlucht Louis’ vader in een brandweerauto richting Frankrijk. Louis is opgelucht dat de Duitsers België binnenvallen. Hij heeft het gevoel dat hij nu ècht onder de Germanen is en denkt dat de oorlog zelfs goed is voor Vlaanderen.
Louis bezoekt het college Flandria en maakt daar kennis met priester De Kei. De priester schenkt bijzonder veel aandacht aan Louis. Louis en Maurice de Potter worden boezemvrienden. Samen bezoeken ze de ‘Vlaamse Kop’ Marnix de Puydt. Louis besluit dat hij ook schrijver wil worden. Na drie weken keert vader weer terug. Zijn drukkerij loopt slecht en hij kan niet meer aan papier komen. Moeder gaat, als secretaresse van Herr Lausengier, werken bij de ERLA-fabriek. Maurice krijgt intussen een onfortuinlijk ongeluk. Hij valt met zijn oog op de punt van een hek en overlijdt. Bij zijn begrafenis scheldt Louis de priester uit. Hij riskeert daarmee een schorsing. Samen met vader bezoekt hij het hoofd van de school. De schorsing gaat echter niet door, omdat Louis’ moeder kan voorkomen dat de neef van de priester in Duitsland te werk wordt gesteld.
Louis besluit zich aan te melden bij de NSJV (Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen), de jeugdafdeling van het fascistische Vlaamsch Nationaal Verbond. Hij leest veel en schrijft bestaande teksten over. Als hij op een dag op wacht staat voor de Flandria, ziet hij zijn moeder lopen met haar baas. Ze doet net alsof ze haar zoon niet ziet. Later wordt hun geheime verhouding steeds duidelijker. Vader en de Kei zijn boos op Louis’ lidmaatschap van de NSJV. Tijdens een uitstapje van de NSJV ontmoet Louis de dochter van de apotheker, Simone Paelinck. Na een schermwedstrijdje van de NSJV wordt Louis onder de douche geplaagd. Hij bezoekt de vergaderingen niet meer en een tijdje later valt hij flauw. Bij de ERLA-fabriek wordt hij onderzocht door een dokter. Als deze hem vraagt zijn broek naar beneden te doen, voelt hij zich vernederd. Hij besluit wraak te nemen. Hij onthult thuis alles over de verhouding van moeder met Lausengier, waarop zijn ouders grote ruzie krijgen.
Het Gesticht is vernield door een bombardement. Veel zusters en kinderen komen om het leven. Zuster Sint Gerolf heeft de aanval overleefd en wordt ondergebracht bij Bomama. Ze snoept van Nonkel Roberts gehakt en sterft aan een voedselvergiftiging. Louis wordt met de Kinderlandverschickung een maand naar Duitsland gestuurd. Hij verblijft daar in een gastgezin en houdt iedere dag in zijn dagboek bij. Bij terugkomst wordt hij door zijn moeder afgehaald. Lausengier blijkt overgeplaatst te zijn naar het Oostfront en moeder is ontroostbaar.
Het gaat steeds slechter met Louis. Hij haalt slechte cijfers op school en moet het schooljaar over doen. In de liefde zit het ook niet mee. Simone Paelinck, de apothekersdochter blijkt verliefd te zijn op een ander. Louis zet zijn vriendschap met Raf de Bock, Holst, Jules Verdonk en Konrad voort. Hij steelt geld van tante Violet en een boek van Holst.
Louis keert terug naar zijn familie in Walle. Hij bezoekt een Franse film in de bioscoop. Daar treft hij tevens zijn vader aan - en dat terwijl hij de film afkeurde! Holst komt langs en belooft Louis dat hij voor meer boeken zal zorgen. Louis en zijn vader gaan naar Madame Laura, in Brussel. Ze vertelt dat ze met Holst gaat trouwen en geeft hun stiekem een grote hoeveelheid boeken mee. Louis verslindt het ene boek na het andere. Na het lezen van deze expressionistische en joodse boeken, stelt Louis langzaam maar zeker zijn mening over de Duitsers bij. Hij brengt ook een aantal van zijn boeken naar tante Nora, die hem verleidt en inwijdt in de liefde.
De opa van Louis trekt in bij zijn dochter, tante Mona. Hij heeft een schuldbekentenis van 100.000 frank getekend op naam van Louis’ vader. Het huis van Louis’ familie moet echter verkocht worden. Louis ontmoet plotseling Vlieghe weer, die lid is geworden van de NSJV. De oorlog loopt ten einde en de geallieerden komen steeds dichterbij. Louis’ familie wordt door Theo van Paemel geadviseerd onder te duiken. Louis neemt afscheid van Bekka (een vriendin van hem) en gaat met haar naar bed. Vader duikt onder en moeder gaat naar villa ‘Kernamout’. Louis duikt onder in het Gesticht in Waffelgem. Na een bezoek van de Witte Brigade (=het verzet) vlucht hij naar zijn opa en tante Mona. Later vertrekt hij met zijn moeder naar oma Meerke in Bastegem. De villa staat echter bekend als Duitsgezind en om de Poolse invasie te voorkomen, barricadeert Nonkel Armand het huis. Louis en Raf gaan langs bij Holst. Madame Laura is verdwenen. Later blijkt dat ze door haar man Holst is vermoord. In die tijd trekt Louis veel op met de Amerikanen en schrijft hij een verhaal voor Het Laatste Nieuws, genaamd Het Verdriet. Zijn vader wordt opgepakt en gevangen gezet. Als de vader van Louis’ vader overlijdt, weigert hij als gevangene naar de begrafenis te komen.
Louis wordt verleid door Michèle, weduwe van de dokter. Bij thuiskomst hoort hij zijn moeder voorlezen uit zijn verhalenschrift. Louis begint te huilen bij deze belachelijke voordracht, verscheurt het schrift en begint opnieuw. Hij schrijft over zijn verblijf in het Gesticht van Haarbeke. Louis’ moeder weet haar man weer vrij te krijgen. Vader betuigt spijt over zijn jodenhaat. Hij wil naar Argentinië, want in België kan hij alleen maar met meer verdriet te maken krijgen. Louis verneemt van Vlieghes vader, dat Vlieghe zelfmoord heeft gepleegd. Hij had bij een hoer een geslachtsziekte opgelopen en geprobeerd zichzelf te opereren. Louis krijgt een afscheidsbrief van Vlieghe, waarin deze schrijft dat hij altijd van Louis heeft gehouden.
De novelle “Het Verdriet” wordt door Het Laatste Nieuws afgewezen, maar wordt doorgespeeld aan het tijdschrift Mercurius. Zij nemen het werk wel op. Louis is nu eindelijk ook de Vlaamse kop geworden, die hij altijd al wilde zijn.


Personages

Er komen heel veel personages voor in het boek die ik niet allemaal kan beschrijven. Daarom beperk ik me tot de onderste het Louis en zijn ouders, de drie meest voorkomende karakters.
Louis Seynaeve:
Louis is de hoofdpersoon van het verhaal. In het Gesticht is hij nog opzoek naar zijn eigen identiteit en net aan het begin van de puberteit. Hij is hier arrogant, machtsbelust, wraakzuchtig, ijverig en hij heeft homofiele gevoelens naar Vlieghe, één van de apostelen.
Later, tijdens de oorlog, verandert Louis. Hij is, als normaal is voor flaminganten, Duitsgezind. Om mee te doen aan de oorlog en om een betere machtspositie te krijgen gaat Louis bij de Vlaamse vorm van de Hitlerjugend, tot hij vernederd wordt na een training. Louis zit op het College en begint zich meer te interesseren voor literatuur en poëzie. Hij verwaarloost hierdoor zijn schoolwerk waarop zijn ouders veel commentaar hebben. Daarnaast leest Louis veel boeken over Joden waardoor hij een idee krijgt van de misdaden die hun aangedaan worden. Hierdoor sympathiseert Louis steeds meer met de Joden en wordt hij op een gegeven moment tegen de Duitsers.
Aan het einde van het boek wordt Louis steeds zelfverzekerder. Hij komt er achter dat hij toch hetero is ondanks zijn gevoelens voor Vlieghe. Uiteindelijk wordt Louis’ werk gepubliceerd waarna hij nog arroganter wordt en eindelijk de persoon is die hij wil zijn.
Louis is een fantast en een leugenaar. Dit maakt dat de apostelen zich op een gegeven moment van Louis afkeren. Door het boek heen beschrijft hij verschillende dingen die onmogelijk zijn. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van de Miezers die in het hele boek terugkeren. (blz. 68):
“De Miezers waren twee jaar geleden opgedoken. … Duizenden werden elke seconde geboren en daarvan sterft meteen tachtig procent. Alle Miezers samen vormen slechts een zandkorreltje in de wimpers van de Heilige Geest. Miezers lachen altijd, water ook gebeurt, ook bij het ergste dat je kan bedenken. Onhoorbaar, onzichtbaar toch weet je dat ze lachen. … Vrouwelijke Miezers hebben een vel van bloemen Hun haar verandert van kleur naar gelang hun gevoel van het moment. … Als een Miezervrouw kwaad wordt, lacht ze natuurlijk, maar haar haar, wenkbrauwen, wimpers worden tomaatrood.”

Staf Seynaeve:

Staf is de vader van Louis. Hij is getrouwd met Constance Bossuyt en heeft een eigen drukkerij. Staf heeft fascistische ideeën en is sterk Duitsgezind. Later krijgt hij spijt van zijn anti-joodse gevoelens. Evenals zijn zoon, is Staf een grote leugenaar. Problemen worden op een ander afgewenteld of weggegeten. Hij is een rond karakter.
Constance Seynaeve-Bossuyt:
Constance is getrouwd met Staf en samen hebben zij één zoon, Louis. Ze is een mooie vrouw, die een verhouding krijgt met haar baas, Herr Lausengier, en later met de apotheker Paelinck. Als haar man gevangen genomen wordt, doet ze alles wat ze kan om hem weer vrij te krijgen. Ze is een rond karakter.
Constance is een egoïstische moeder die weinig lijkt te geven om haar zoon en hem ook weinig aandacht schenkt. De relatie tussen haar en haar man is zeer slecht nadat Louis Staf verteld over de verhouding.
De verhouding tussen Louis en zijn vader is beter. Maar verder in het boek, als Staf moet vluchten en later vast zit, wordt deze band slechter.
De meest sympathieke persoon vind ik niet één van de bovenstaande maar Vlieghe. Hij is één van de weinige personen die wel logisch reageert op de leugens van Louis en tegen hem in gaat. Maar ook aan Vlieghe heb ik me geërgerd.
De minst sympathieke persoon is toch echt Louis. Hij is zoals ik beschreven heb een leugenaar, arrogant en machtsbelust. Dit zijn eigenschappen waar ik apart al niet tegen kan maar gecombineerd is het al helemaal erg. Daarnaast is het ook een viezerik.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af op verschillende plekken. De meest voorkomende plaatsen zijn het Gesticht, in zijn ouderlijkhuis, het dorp en het huis van Meerke, de moeder van Constance.
Het Gesticht staat in Haarbeke. De jongens slapen allemaal samen op één kamer. De nonnen hebben hun eigen huizing en Zuster Sint Gerolf heeft een eigen kamer. Verder is er een speelplaats. Voor de rest is het niet beschreven.
Het ouderlijk huis staat in Walle. Het is een redelijk groot huis. Louis’ Peter, de vader van Staf, heeft het huis voor Constance en Staf gekocht. Louis’ ouders betalen huur aan de Peter.
Walle is een kleine plaats in Vlaanderen. Er is een bar genaamd Groeninhge waar veel dorpsbewoners heen gaan. Daarnaast is er een slechte wijk waar onder andere Bekka woont, genaamd de Tuijntjesstraat. Louis mag hier niet komen van Constance.
Het huis van Meerke wordt niet beschreven, er wordt alleen verteld dat het staat in Bastegem. Louis en Constance gaan er wonen na het verkopen van hun oude huis in verband met een lening. Meerke woont daar met haar dochter Tante Violet, haar zoon Nonkel Omer en later nog Louis en Constance.

Tijd
Het verhaal speelt zich af van 1938 tot 1947. Het boek is verdeeld in twee delen. Deel 1 heet ‘Het Verdriet’ en beschrijft alles tot aan de bezetting van België. Deel 2 heet ‘van België’ en beschrijft alles tijdens de oorlog en de jaren erna. De tijd is dus zeker van invloed op het verhaal omdat het zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog.
Er wordt met name gebruik gemaakt van de verleden tijd al wil er nog wel een gewisseld worden naar de tegenwoordige tijd. Het verhaal wordt in een chronologische volgorde verteld, met uitzondering van verschillende flashbacks. Daarnaast is er sprake van een tijdsversnelling aan het einde van het boek. (Blz. 690):
“In Walle sneeuwde het. De vlokken waren zo dicht als in Wenen die dag achter Mozart’s kist. Het regende in Walle maanden naeen, waardoor hongersnood ontstond en besmettelijke ziekten heersten. Het gaat rotte op de akker. Onschuldige kinderen werden met de dorsvlegel doodgeslagen omdat ze te langdurig hoestten. Het was een raadselachtige overhete zomer in Walle, …”
Het boel heeft een open eind: “We gaan zien. Wij gaan zien. Toch.”


Perspectief

Hugo Claus gebruikt het ik-perspectief en het hij-perspectief door elkaar heen. (Blz. 87):
“Louis mocht de boterkoeken smeren en de koffie inschenken. Hij vergat het Gesticht. Ik vergeet het Gesticht.”
Het perspectief is zeer onbetrouwbaar. Alles wordt verteld vanuit het perspectief van Louis. En zoals ik beschreven heb is hij een leugenaar, fantast, een nationaal-socialist en nogal dom. Dit maakt alles in het boek subjectief.


Stijl

Het taalgebruik is Vlaams. (Blz. 404):
“’Gij niet. Natuurlijk niet. Ik ook niet, maar gij zeker niet. Omdat ge verblind zijt. ‘“
Daarnaast wordt er buiten de dialogen om vaak lange zinnen gemaakt met veel komma’s. Dit maakt het lezen erg ingewikkeld.

Thematiek

In Het verdriet van België komen een groot aantal thema’s en motieven aan de orde. Hieronder behandel ik de belangrijkste:
Identiteit:
Louis’ leven bestaat voor een groot deel uit leugens en fantasieën. Alleen door te fantaseren en te liegen kan Louis zich thuis en in het Gesticht staande houden. Hij twijfelt over zijn plaats in het leven. Heeft hij die wel? In het klooster meet hij zich de identiteit van apostel aan en als lid van de NSJV is hij soldaat. Louis besluit schrijver te worden. Als schrijver kan hij zich iedere gewenste identiteit aanmeten en de werkelijkheid naar zijn hand zetten.
Katholicisme:
Louis groeit op in het nonnenklooster. De invloed van het katholieke geloof op zijn verdere ontwikkeling is enorm. Hij wordt in het ongewisse gelaten over sexualiteit en groeit op in grote verwarring. Als hij bij een medisch onderzoek zijn geslachtsdelen moet ontbloten, voelt hij zich vernederd omdat zijn ‘grote geheim’ nu ontdekt is. Homo-gevoelens zijn eveneens taboe.
Oorlog:
De invloed van de oorlog wordt met name beschreven aan de hand van persoonlijke ervaringen. Zo is de landing van de geallieerden in Normandië slecht voor de vleeshandel van Nonkel Robert.
Familie:
Louis heeft een grote familie. Van vaders kant zijn er vijf ooms en tantes met enkele aangetrouwde familieleden. Moeder heeft nog vier broers en zussen en een aantal aangetrouwde familieleden. De familie heeft geen hechte band en veel huwelijken stranden. Eigenlijk zijn ze allemaal individuen, die alleen maar aan zichzelf denken en geen rekening houden met anderen.


IV Beoordeling
Ik zou nooit in mijn leven ook maar overwegen om nog een keer een boek van Hugo Claus open te slaan. Ik vond het een heel saai boek. Ik had ook niet het gevoel dat er een clou in het verhaal zat, maar dan heb ik het boek misschien niet goed begrepen. Hoe dan ook vond ik het verschrikkelijk om te lezen. Daarom zou ik dit boek nooit aan iemand anders aanraden, afraden wel.
De passage die me het meest aansprak was de passage waarin Louis de brief van Vlieghe leest die hij voor zijn dood aan hem geschreven heeft. Dit was één van de weinige passages waarin ik niet in slaap viel, voor de rest heb ik niet echt een motivatie.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Helaas is de realiteit niet altijd naar ons denkbeeld.
Bovendien is Louis allesbehalve dom.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast