Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Het jongensuur door Andreas Burnier

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
Boekcover Het jongensuur
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1988 woorden
  • 22 april 2005
  • 6 keer beoordeeld
Cijfer 6.4
6 keer beoordeeld

Boekcover Het jongensuur
Shadow

In Het jongensuur, naar eigen zeggen haar meest autobiografische boek, heeft Andreas Burnier haar ervaringen als onderduikkind in de oorlogsjaren 1940/45 verwerkt. Tegen de achtergrond van bezetting en bevrijding probeert de joodse Simone, de hoofdpersoon, zich een plaats te veroveren in de jongenswereld. Op de adressen waar zij zich moet schuilhouden moet zij zich te…

In Het jongensuur, naar eigen zeggen haar meest autobiografische boek, heeft Andreas Burnier haar ervaringen als onderduikkind in de oorlogsjaren 1940/45 verwerkt. Tegen de achterg…

In Het jongensuur, naar eigen zeggen haar meest autobiografische boek, heeft Andreas Burnier haar ervaringen als onderduikkind in de oorlogsjaren 1940/45 verwerkt. Tegen de achtergrond van bezetting en bevrijding probeert de joodse Simone, de hoofdpersoon, zich een plaats te veroveren in de jongenswereld. Op de adressen waar zij zich moet schuilhouden moet zij zich telkens een nieuwe identiteit aanmeten. Zo heeft zij grote moeite met de streng calvinistische moraal van boerengezinnen en voelt ze zich gevangen in een vrouwenlichaam: zij had een man moeten zijn. Naarmate de bevrijding van de Duitsers nadert, raakt het meisje Simone steeds meer gevangen, verstrikt in haar lichamelijkheid.

Het jongensuur door Andreas Burnier
Shadow

Oefenen voor je mondelingen?

Komen je mondelingen er aan en wil je oefenen? Probeer onze Boekenquiz. We stellen je open vragen over de gelezen boeken.

Bibliografische gegevens Andreas Burnier; Jongensuur
Amsterdam; 1985, 9de druk (1969) Vertelinstantie De vertelinstantie van het boek ‘Jongensuur’ is een achteraf-vertellende-ik. Simone (de ik-persoon) vertelt haar verhaal over de Tweede Wereldoorlog nadat deze is afgelopen. Drie tekstbewijzen: - ‘Hen daar te zien staan in hun langwerpige kooi gaf mij een heet gevoel van vrijheid. Dagenlang zwierf ik door de stad nu, zonder angst, maar ook zonder vreugde. De veertig jongens in hun hok gaven mij voor het eerst de zekerheid dat het voorbij was.’ (bladzijde 9); - ‘Ondanks alles hield ik van oom. Als hij in onze debatten nooit toegaf, zich in laatste instantie beriep op de openbaringen-van-het-geloof, de genade Gods, die ons kan bereiken op wijzen die strijdig zijn met de rede, meende ik soms een schemer van twijfel in zijn ogen te zien.’ (bladzijde 48); - ‘Vijf maanden woonde ik bij hen en ik was zeer gelukkig’ (bladzijde 81). Personages 1) Simone is de hoofdpersoon van het verhaal. Ze is in het begin van het verhaal 14 jaar oud en aan het einde ongeveer 10 jaar oud. Simone voelt zich een jongen in een meisjeslichaam. Ze probeert met magische trucjes haar geslacht te veranderen, ze loopt in jongenskleren en door fantasie een jongen te worden, maar het mag niet baten. Simone laat niet met zich sollen en is principieel. Ze is leergierig, intelligent; ze gaat graag naar school en leest veel. Ze houdt niet van typische meisjesdingen zoals handwerken. Simone is een round-character; haar gevoelens en eigenschappen komen uitgebreid aan de orde en veranderen in het verhaal. - ‘Wat had God tegen mij dat hij mij niet ‘toevallig’ aan de goede kant had laten terechtkomen, zoals de veertig moffenjongens in de garage, zoals Koos, Hein, mijn neef Jacob, tienduizenden soldaten van de bevrijdingstroepen, zoals de helft van alle mensen?’ - ‘Ik vond het, als meisjes naar school waren, leuk in zijn boeken over algebra en financiële rekenkunde te lezen. ‘Men moet zich als meisje liever met kunst bezighouden dan met wiskunde en techniek,’ werd mij verweten.’ 2) Christfried is de jongere broer van mevrouw Grünberg, Lichtstad. Hij had wiskunde gestudeerd en geeft Simone les in de tijd dat hij bij zijn zus logeert. Hij vindt het heel gewoon als Simone zegt dat ze natuurkunde of elektriciteitstechniek wil studeren, daarom ziet ze hem als een soort tweelingziel. Christfried is een flat-character. - ‘In elk geval had Oom Christfried nu de hele dag niets om handen en vermaakte hij zich er mee mij les te geven.’ (bladzijde 85) - ‘Maar hij was de enige mens waarvan ik kon begrijpen wat hij bedoelde. Wij hadden een tweeling uit een rooms gezin kunnen zijn.’ (bladzijde 86) - ‘ ‘Wat wil je dan studeren?’ ‘Ik zou misschien natuurkunde willen studeren in Delft, of elektriciteitstechniek.’ Oom Christfried zei niet: ‘Dat is niets voor een meisje.’ (bladzijde 88) 3) Gerrie is in 1942 een vriendinnetje van Simone. Op een vuilnisbelt spelen ze handtastelijke spelletjes. Later krijgt Gerrie een vriendje en Simone is daar heel kwaad over. Gerrie is een round- en een flat-character; haar eigenschappen komen niet uitgebreid aan de orde maar ze veranderd omdat ze een vriendje krijgt en Simone niet ziet staan. - ‘En in plaats van eerst veel tijd te verdoen met het zoeken naar gouden ringen en vulpennen, verzocht ik Gerrie meteen te gaan liggen waar zij geen enkel bezwaar tegen had.’ (bladzijde 75) - ‘ ‘Ik heb een vriendje. Daarom ben ik niet meer gekomen. Is dat jou vriendje?’ ‘Ik begreep niet waarom je ineens niet meer kwam,’ zei ik. ‘Wil je nu niet meer met mij spelen?’ (bladzijde 77)
Tijd Historische tijd: het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verteltijd: 106 bladzijden
Vertelde tijd: 1940 –1945, 5 jaar
Chronologie: Het verhaal wordt pas na de Tweede Wereldoorlog verteld.Het verhaal is niet chronologisch verteld; het verhaal begint bij de bevrijding en eindigt bij het begin van de bezetting. Ab ovo-in medias res: het verhaal is ab-ovo verteld; het verhaal is verteld van het begin van de Tweede Wereldoorlog tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Motieven Verhaalmotieven 1) Aanpassing aan gemeenschap: Om te overleven moet Simone zich aan elke nieuwe omgeving aanpassen. Ze leert dialecten te spreken, heeft overal wel (fantasie)vriendjes, doet wat de mensen haar opdragen, maar blijft zich wel afvragen waarom, bijvoorbeeld op gebied van geloof of het maatschappelijke verschil tussen mannen en vrouwen. Ze moet zich ook aanpassen aan het feit dat ze geen jongen is. In het streng gereformeerde Veendorp geloven de mensen dat de Heer alleen hen genadig was. Ze voelden ‘verachting en haat voor alles wat vitaal of zelfs maar warm was’. - ‘Ik mocht thuis alleen op zondag lezen en dan uitsluitend in de bijbel, de kinderbijbel, of de Statenbijbel-met-commentaar. Al het andere zou mijn aandacht van de Here Here afleiden.’ - ‘‘Ze moet eruit, ze is een meisje,’ zei de dikste jongen’ (bladzijde 13) 2) Oorlog: dit motief speelt een belangrijke rol in het boek, soms op de achtergrond, soms op de voorgrond. Er komen soldaten in het boek voor, moffen, angst voor NSB-ers, SS-ers en Mussert. Simone mag in veel gezinnen niet naar school omdat ze joods is. Vriendjes die worden opgepakt en afgevoerd, zoals Werner en Tom met z’n ouders. De oorlog heeft een grote invloed op Simone, ze haat Duitsers. - ‘‘In machteloze angst en haat bedacht ik de ergste woorden die ik kende: ‘Klotenploerten. Moordenaars. SS-ers.’’ (bladzijde 10) - ‘Het kan wel een NSBer zijn, waar ze maar vriendelijk tegen doen voor de veiligheid’ (bladzijde 64) - Leidmotief: Simones lichaam: ze is er niet tevreden mee, ze is eigenlijk een jongen in een meisjeslichaam. Dit keert in het verhaal steeds terug; ze probeert met trucjes een jongen te worden, ze wordt niet toegelaten in het zwembad tijdens het jongensuur, ze wordt ongesteld enz. - ‘Van zakdoeken maakte ik een prop die ik in mijn broek schoof. Ik zag er nu zeer manlijk uit.’ (bladzijde 17) - ‘Daarna mocht ik soms in oude plusfours en kniekousen van meneer Grunberg rondlopen. Als de mannenkleding slordig en scheef zat, zeiden ze: ‘Zelfs een jongen moet zich netjes kleden, Simone!’’ (bladzijde 81) Thema Het thema van het boek ‘Jongensuur’ is het leven van een joods meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog wat liever een jongen wil zijn. De schijver vindt het thema ‘oorlog’ belangrijker dan de wens om een jongen te zijn, wat blijkt uit een interview: ‘Ik vind zelf dat ik iets illustreer via die tweepoligheid mannelijk-vrouwelijk. Maar mijn boeken gaan er niet over. […] ‘Het Jongensuur’ gaat over de oorlog, althans over mijn ervaringen als ondergedoken joods kind, op een reeks van ‘adressen’.’ Het motto van het boek is: Es ist en weisses Pergament, Die Zeit, und jeder schreibt

Mit seinem roten Blut darauf, Bis ihn der Strom vertreibt. Vertaling: Het is een oud wit schrift, van alle tijden, iedereen schrijft erin
met zijn bloed
totdat de stroom hen verdrijft. Het gaat over de lijdensweg van mensen; in dit geval de Joden, die zich met pijn en moeite staande houden maar uiteindelijk met de stroom worden mee gesleurd (ze afgevoerd en vermoord worden). Samenvatting Hoofdstuk 1: Lichtstad 1945
De oorlog is voorbij en Simone wordt met haar ouders herenigd, na vijf jaar gescheiden te zijn. Simone is veertien en zit midden in de puberteit. Ze voelt dat ze vrouw wordt, maar krijgt liever een mannenlichaam en probeert dit te beïnvloeden door allerlei magische formules. Door een trucje komt ze op het jongensuur in het zwembad maar ze wordt betrapt en moet het bad verlaten. Ze voelt zich buitengesloten en is afgunstig op de vanzelfsprekende broederschap die er tussen mannen bestaat. Een paar Canadezen willen haar in hun auto kussen, maar dat wil ze niet, hoewel ze het wel prettig vindt. Werner, een goede vriend die net als Simone joods is, was met zijn moeder op transport gezet naar een kamp in Polen. Simone vertelt aan de joodse Tessa, die wees is geworden en bij Simone en haar ouders woont, over de theorie van Einstein, dat als je sneller dan het licht zou kunnen reizen, je in het verleden terechtkomt. Zanddorp 1944
Simone is dertien jaar en zit ondergedoken bij boer Victor in het oosten van het land. Ze komt een man tegen in het bos, deze vraagt haar naam en dingen over de omgeving. Wanneer de man, Mick genaamd, wil dat ze blijft slapen, wordt er geschoten en Simone vlucht en Mick blijft achter. De dag erna gaat ze hem zoeken en vindt z'n parachute met bloed erop. Ze vertelt het aan boer Victor. Met de drie zoons van Victor gaat ze Mick zoeken. Simone wordt voor het eerst ongesteld; ze laat zich bijna kaal knippen, maar beseft dat ze bijna onmogelijk nog kan veranderen in een jongen. Een paar dagen later worden ze bevrijd, Simones vader komt haar meteen halen. Allerlei meisjes werpen zich als een voorwerp in de armen van de bevrijders en de moffenhoeren worden kaalgeknipt. Simone voelt zich als jodin en meisje dubbel bedreigd en buitengesloten: ‘Vrouwen en joden, dat is bijna hetzelfde dacht ik. Ze kunnen niets terug doen, ze zijn altijd schuldig.’ Veendorp 1943
De twaalfjarige Simone woont bij een loodgieter en z’n vrouw in het zwaargereformeerde Veendorp. Simone verbaast zich over het kille geloof dat alles veracht en dat mannen en vrouwen strikt gescheiden houdt met ieder hun eigen taken. In het roomse gezin van haar vriendinnetje Riek is het niet veel beter. Terwijl Riek haar werk doet, vertelt Simone haar verhaaltjes. Simone gelooft niet, maar zoekt het meer in de wetenschap. Tot haar grote geluk kan ze wel naar school, hoewel daar te veel tijd naar haar zin verloren gaat met godsdienstoefeningen. De onderwijzer is bekrompen en een sadist met loszittende handjes, maar hij helpt wel met een geslaagde ontsnapping wanneer Mussert de school komt bezoeken. Muurstad 1942
Simone is elf jaar en woont bij een socialistische familie. Ze wordt vrij gelaten in de dingen die ze wil doen, zozeer zelfs dat ze zich eenzaam voelt. Behalve haar vrijheid heeft ze niets: geen school, speelgoed of vriendjes, alleen de denkbeeldige koningszoon Sancho. Op een avond komt de buurman, een NSB-er, de familie waarschuwen dat hij de volgende dag zal aangeven dat ze joden verbergen. Diezelfde avond nog wordt ze meegenomen naar een ander echtpaar. Daar krijgt ze een epileptische aanval en moet enige weken op bed blijven. Voor haar ouders maakt ze een kartonnen stad met aan de buitenkant van de muur een jongen die naar binnen wil. Aan de achterkant van de muur zit een klein poortje, dat hij echter niet kan zien. Als ze beter is, mag Simone met Gerrie spelen, met wie ze op de vuilnisbelt handtastelijke spelletjes doet. Gerrie ruilt Simone in voor een vriendje en komt niet meer bij haar. Lichtstad 1941

De elfjarige Simone is ondergedoken bij de intellectuele familie Grünberg, die veel Duitse boeken hebben. Ze leest veel en is kritisch, waardoor ze vaak berispt wordt. Ze bezoekt haar ouders die in de buurt ondergedoken zitten, mag rondlopen in oude kleren van meneer Grünberg en krijgt wiskundeles van de broer van mevrouw Grünberg, Christfried. Ze ziet in hem een tweelingziel omdat hij het niet raar vindt dat ze later natuurkunde of ‘electriciteitstechniek’ wil gaan studeren. In de vijf maanden dat ze bij deze familie woont, is ze zeer gelukkig. Waterstad 1940
Simone en haar ouders wonen in Waterstad als de oorlog uitbreekt. Alles is nog redelijk veilig en ze luistert aan de verwarmingsbuizen naar vreemde stemmen. Met een vriend, Jurgen, fantaseert ze over Griekenland. Wanneer ze naar een joods schooltje moet, ontmoet ze de intelligente Werner, die haar als gelijke beschouwt. Steeds meer joodse mensen worden opgepakt en om het risico te spreiden, duiken Simone en haar ouders van elkaar gescheiden onder. Voorbericht
Een verlaten slagveld, waarop de slachtoffers liggen. ’s Nachts staat aan de hemel het rossige getwinkel van Mars en is het donker en koud. Overdag brandt de zon. Pas de derde dag beginnen de lichamen te ontbinden. Die nacht is het voor het eerst helder en fonkelen de sterren. Alles is stil onder de koepel van licht.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het jongensuur door Andreas Burnier"