Het gouden ei door Tim Krabbé

Beoordeling 5.7
Foto van Robin
  • Boekverslag door Robin
  • 5e klas vwo | 3993 woorden
  • 7 april 2016
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 15 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1984
Pagina's
97
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Verfilmd als

Boekcover Het gouden ei
Shadow

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: TOTAL-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Aut…

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, …

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: TOTAL-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chauffeuren. De foto aan een punt houdend keek hij hoe het TOTAL station en de geparkeerde auto’s, haast of ze even leefden, uit de chemicaliën opdoemden.

Het gouden ei door Tim Krabbé
Shadow

Leesverslag 1, Robin Flaton, klas 5E.



Krabbé, T., Het Gouden Ei, Den Bosch: Malmberg Uitgever, 2000 (eerste druk: 1984).





Ik heb het boek Het Gouden Ei gekozen omdat de achterflap mij aansprak: het leek in de eerste instantie door de achterflap wat op een soort detective, en dat boeit mij ontzettend. In de eerste plaats wilde ik Van de koele meren des doods lezen, maar door de drukte op school en de cultuurreis en de voorbereidingen daarvan wist ik dat het niet ging lukken dat boek op tijd uit te lezen. Ik wilde Het Gouden Ei al lezen als keuzeboek en een bijkomend voordeel in deze situatie was dat het boek niet zo dik is en dat we het thuis in de boekenkast hebben staan.





Samenvatting.



Rex Hofman en Saskia Ehlvest, vriend en vriendin, zijn onderweg naar hun vakantiebestemming in het zuiden van Europa. Ze zijn nog maar een uur verwijderd van het hotel waar ze zullen overnachten (om de volgende dag weer verder te rijden), wanneer Saskia toch nog wil tanken, ook al is dat niet nodig. Nu ze toch gestopt zijn, wil Saskia ook even wat te drinken halen. Rex denkt ondertussen aan een vakantie drie jaar geleden samen met Saskia, waarin ze zonder benzine kwamen te staan. Hij moest met een jerrycan op weg en Saskia heeft drie uur lang op hem gewacht. In die tijd is ze helemaal overstuur geraakt: ze had als kind nachtmerries dat ze opgesloten zat in een gouden ei in het heelal, en de enige manier om er uit te komen was door tegen het andere gouden ei aan te botsen, dan zouden beide eieren vernietigd zijn. Toen ze in de auto zat had ze het gevoel dat ze in het gouden ei zat.



Rex wacht een hele tijd, maar Saskia komt niet terug. Rex vraagt naar haar in de servicewinkel bij het tankstation, belt de politie en het hotel waar ze zouden overnachten, maar niemand weet waar ze is. Ze is spoorloos verdwenen.





In hoofdstuk twee zijn we een sprong vooruit in de tijd: Rex is op vakantie in Italië met Lieneke, zijn nieuwe vriendin. Dit is acht jaar nadat Saskia is verdwenen. Wat onhandig vraagt hij Lieneke tijdens het diner ten huwelijk. Ze hebben het tijdens het eten ook over Saskia: Rex denkt namelijk nog vaak aan haar.



Die nacht heeft Rex een nachtmerrie, waardoor Lieneke wakker wordt. In zijn slaap roept Rex iets over het Gouden Ei.





In het volgende hoofdstuk ontmoeten we een nieuw personage: Raymond Lemorne. Hij heeft al zijn hele leven zieke gedachten. Op zijn zestiende zit hij bijvoorbeeld op een balkon en vraagt hij zich af wat er gebeurt als hij springt. En dan springt hij.



Eenentwintig jaar later is hij getrouwd en heeft hij twee kinderen. Tijdens een wandeling redt hij een klein meisje van de verdrinkingsdood. Vrijwel meteen daarna vraagt hij zich af of hij in staat is een misdaad te plegen. Vanaf dat moment begint hij met het bedenken van voorbereidingen voor deze misdaad. Na drie jaar begint hij de voorbereidingen ook echt uit te voeren. Dit doet hij in zijn vakantiehuisje. Bij zijn familie komt hij weg met de smoes dat hij het huisje aan het opknappen is.



Hij heeft geen specifiek slachtoffer, maar hij heeft voorkeur voor een vrouw. Hij probeert verschillende vrouwen in zijn auto te krijgen gedurende vele dagen, niet per se om zijn misdaad uit te voeren maar om te kijken of ze willend zijn om bij hem in te stappen. Vele pogingen mislukken, maar als hij bij verschillende benzinestations met een mitella om vraagt of vrouwen hem willen helpen met het aankoppelen van een aanhangwagen, gaat het beter. De meesten stappen echter nog niet in. Pas als een vrouw geïnteresseerd is in zijn sleutelhanger krijgt hij haar in de auto: hij zegt dat hij sleutelhangers verkoopt en ze mee heeft in zijn auto. Hij bedwelmt de vrouw, die uiteindelijk Saskia blijkt te zijn, en neemt haar mee in zijn auto.





In hoofdstuk vier zijn we terug bij Rex, in zijn huis in Amsterdam. Na de vakantie in Italië begint Rex opnieuw een opsporingscampagne naar Saskia. Hij krijgt meerdere reacties, maar de meeste zijn onbruikbaar. Na een aantal dagen meldt een Franse man zich: Raymond Lemorne. Rex herkent hem: hij heeft hem acht jaar geleden bij het tankstation gezien. Lemorne wil Rex niet vertellen wat er met Saskia is gebeurd, maar wil hem wel hetzelfde lot laten ondergaan. Hij geeft Rex vijf minuten om na te denken. Rex stemt in, ook al betekent dat zijn dood (dat vertelt Lemorne hem wel). Bij het tankstation waar hij Saskia voor het laatste heeft gezien krijgt hij koffie met een slaapmiddel van Lemorne. Hij wordt wakker in een kist onder de grond.



Lieneke start een zoekactie naar Rex, maar van hem en van Saskia wordt nooit meer iets vernomen.





Het verhaal loopt van 1950 tot ongeveer 1983, maar niet in chronologische volgorde. In het tweede hoofdstuk wordt het jaar 1950 genoemd: dan is Raymond Lemorne zestien jaar en besluit hij van het balkon af te springen. Eenentwintig jaar later, dus in 1971, bedenkt hij de perfecte misdaad. Met de voorbereidingen start hij drie jaar na de gedachte aan de misdaad, nadat hij het meisje redt. Hij is hiermee ongeveer een jaar bezig: nu zijn we dus in 1975. Dit is ook het jaar waarin Saskia wordt ontvoerd (in het eerste hoofdstuk). Acht jaar hierna, dus in 1983, is de vakantie waarin Rex Lieneke ten huwelijk vraagt. In datzelfde jaar wordt hij zelf, met zijn eigen ‘toestemming’, ook ontvoerd.





Genre en set.



Het boek kan gerekend worden tot een psychologische roman: het innerlijk van de karakters is belangrijk. Vaak krijg je gedachten in plaats van handelingen te lezen. Het boek beschrijft ook veel handelingen, maar gedachten zijn overheersend. Dialogen vinden niet veel plaats. Heel vaak worden de gedachten van Rex of

Lemorne beschreven.



Ook kan het boek een thriller genoemd worden: het is een misdaadverhaal. Bovendien is het al voordat de misdaad wordt uitgevoerd bekend wie de misdadiger is, wat het onderscheidt van bijvoorbeeld een detectiveverhaal. Het doel van een thriller is om de lezer in spanning te houden, en in Het Gouden Ei lukt dat goed: pas op het allerlaatste moment is er bekend wat er met Saskia is gebeurd. Tot die tijd weet de lezer daar niks over.



Het verhaal speelt zich af op verschillende plekken. Allereerst op het tankstation waar Saskia verdwijnt. Daarnaast in het vakantiehuisje van Lemorne, dat ergens in een landelijk gebied van Frankrijk ligt. Een hoofdstuk speelt zich af in Marina di Camerota, aan de kust ten zuiden van Napels. Vervolgens is er nog een hoofdstuk dat zich afspeelt bij Rex, in zijn huis in Amsterdam.





Eerste indruk.



Ik vond het een bijzonder raar boek, om het even heel kort te zeggen. Het gaat hierbij dan vooral om de hoofdstukken die gezien worden door de ogen van Lemorne: hij heeft de meest bizarre, zieke gedachten over het plegen van een misdaad. Ik kan in de eerste plaats al niet begrijpen hoe iemand überhaupt op het idee van zo’n misdaad kan komen. Maar gedachten zijn nog één ding: deze man zet zijn plan ook nog voort!



De manier waarop Lemorne zijn slachtoffers heeft vermoord vind ik schokkend: ten eerste omdat dat niet iets is wat iemand zijn medemens zomaar aandoet. Ook heeft Lemorne geen motieven om specifiek Saskia uit te kiezen.



En ten tweede omdat ik me probeerde voor te stellen hoe het moet zijn om levend begraven te worden. Ik ben zelf nogal claustrofobisch, dus ik voelde me bijna alsof ik zelf in die kist lag. Wel vond ik het boek enorm spannend, omdat er heel lang niets bekend is over de manier waarop Saskia is omgekomen en ik pas in het laatste hoofdstuk het idee kreeg dat ik daar ook echt achter zou komen.





Open plekken.



De belangrijkste open plek  is natuurlijk wat er met Saskia is gebeurd. Het antwoord daarop krijgt de lezer pas helemaal aan het einde van het verhaal, als Rex ermee instemt om hetzelfde lot te ondergaan: ze is levend begraven.



Spanning wordt dan ook vooral opgebouwd doordat de lezer niet weet wat er met Saskia is gebeurd. Een ander belangrijk element dat spanning veroorzaakt is dat het voor de lezer onbekend is wat Lemorne nou bedoelt met zijn misdaad. Wil hij bijvoorbeeld iemand vermoorden, en zo ja: hoe? Hij is een hele tijd bezig met voorbereidingen waarvan niet duidelijk is met welk doel ze worden gedaan. Zo wil hij bijvoorbeeld een matras kopen, dat hij nodig zegt te hebben voor zijn misdaad, maar op het moment dat hij het matras koopt is niet duidelijk wat het doel van dat matras is.



Doordat ik deze twee dingen gedurende het verhaal niet wist, voelde ik me gedwongen verder te lezen. Ik was zo benieuwd naar het einde (terwijl ik dat eigenlijk al wist door verhalen van anderen), dat het einde eigenlijk een beetje tegenviel: ik had een wat uitgebreidere beschrijving van de gedachten en/of gevoelens van Rex verwacht op het moment dat hij ontdekte dat hij levend was begraven.





Personages



Het verhaal heeft twee hoofdpersonages: Rex Hofman en Raymond Lemorne.



Vanaf het moment dat Saskia verdwijnt is het doel van Rex om haar te vinden. Hij staat daar echter alleen in (voor zover duidelijk). Als de eerste zoekactie is afgelopen, blijft hij aan haar denken. Acht jaar na haar verdwijning start hij een nieuwe zoekactie.



Rex plaagt Saskia met alles, en Saskia plaagt terug. In het begin zegt hij bijvoorbeeld tegen Saskia dat ze ook wel zelf achter het stuur kan gaan zitten, als ze de kilometerteller zo graag in de gaten wil houden (ook al weet hij dat Saskia eigenlijk nooit rijdt). Rex denkt veel na maar zegt niet zo veel.



Raymond is een vreemde man met vreemde gedachten. Al op zijn zestiende had hij zulke gedachten. En rond zijn vijfendertigste krijgt hij ideeën over het plegen van een misdaad. Dit doet hij in zijn eentje. Hij gebruikt zijn vakantiehuisje als smoes om te verklaren waarom hij zo vaak weg is. De precisie waarmee hij de misdaad plant is bijna eng: alles is tot in de puntjes voorbereid en uitgedacht. Hij weet precies hoe lang het chloroform dat hij heeft gemaakt, werkt, hij vraagt de dichtstbijzijnde buurman of hij gegil heeft gehoord nadat zijn dochter en hij hadden geschreeuwd op het veld bij het huisje en hij oefent met het in de auto krijgen van vrouwen voordat hij zijn plan daadwerkelijk uitvoert.



Niemand heeft echter door dat Lemorne kwade plannen heeft. Hij is geliefd bij zijn dochters en vrouw en bij zijn leerlingen (hij is leraar scheikunde) is hij populair.



Hoewel Rex en Raymond nogal van elkaar lijken te verschillen zijn er ook overeenkomsten. Beide houden ze van gedachtenspelletjes en hebben ze soms wrede gedachten. Een voorbeeld uit hoofdstuk twee, waarin Rex van een afstandje naar Lieneke kijkt:



“Die Lieneke […], wat zullen we daar nou eens van vinden? Eindelijk eens ruzie maken om te kijken of er een touwtje is dat het breken waard is? Afwachten of ze uit zichzelf weer weggaat? Haar aanhankelijkheid bestuderen als een bioloog die de meeuwentaal probeert te begrijpen?” Dit soort gedachtespelletjes speelt Rex zowel met Saskia als met Lieneke. Het verschil met Lemorne is dat Rex wel een geweten heeft en niet zomaar toegeeft aan deze gedachten.



Lemorne kijkt soms van een afstandje naar zichzelf. Zo denkt Lemorne bijvoorbeeld: “Hoe kreeg de man wiens voorbereidingen hij stap voor stap naspeelde zijn slachtoffer in het huisje?” Ook een gedachtenspel!



Saskia is natuurlijk ook belangrijk in het verhaal, al doet zij zelf niks waardoor ze belangrijk wordt. Van Saskia weten we niet bijzonder veel: ze heeft nachtmerries gehad over een Gouden Ei, ze is een aantal jaren jonger dan Rex en ze heeft rood, krullend haar.



Verder is er nog Lieneke, de verloofde van Rex acht jaar nadat Saskia is verdwenen. Zij start na Rex’ verdwijning een zoekactie naar hem.



Van het uiterlijk van de personages weten we vrijwel niets. We weten slechts dat Saskia rood, krullend haar heeft.





Chronologie.



Het verhaal is niet chronologisch: het start met de verdwijning van Saskia, vervolgens zijn we acht jaar verder op een vakantie van Rex en Lieneke, dan gaan we terug naar 1950, waar Raymond Lemorne zestien jaar is. In het hoofdstuk over Lemorne ‘skippen’ we een stuk tijd en zijn we ineens in een periode waar hij kinderen en een vrouw heeft en zijn misdaad begint te plannen.



Flashbacks komen niet veel voor. In het eerste hoofdstuk is echter wel een relevante flashback te vinden: Rex denkt terug aan een vakantie drie jaar eerder, waar ze zonder benzine kwamen te zitten en Saskia drie uur lang op een donkere weg in de auto opgesloten is. Dan komt de droom van het Gouden Ei naar voren.





Verteller.



In het boek wordt gebruik gemaakt van een personale verteller. In de eerste twee hoofdstukken kijken we door de ogen van Rex, in het derde door de ogen van Raymond, in het vierde komt Rex weer terug en in het laatste hoofdstuk is niet duidelijk één persoon aan te wijzen door wiens ogen we het verhaal bekijken: een auctoriale verteller. Dit hoofdstuk beschrijft slechts het starten van een zoekactie naar Rex, en verdere gevoelens en gedachten van personen worden achterwege gelaten.



Dit perspectief is natuurlijk niet helemaal betrouwbaar: het verhaal wordt gezien door de ogen van één persoon (die dan wel per hoofdstuk verschilt) en niemand ziet de werkelijkheid helemaal objectief. Deze persoon kan dingen verzwijgen of ze anders vertellen dan ze zijn. Het feit dat we het verhaal door de ogen van meerdere personen zien, maakt het verhaal iets betrouwbaarder: als twee personen (ongeveer) hetzelfde verhaal vertellen is de kans kleiner dat dit verhaal afwijkt van wat er echt gebeurd is. Rex en Lemorne komen echter maar één keer direct met elkaar in aanraking en hun verhalen betreffen niet dezelfde gebeurtenissen.



Doordat er gebruik is gemaakt van een personale verteller leert de lezer de hoofdpersonages redelijk goed kennen. Omdat dit boek een psychologische roman is, is deze verteller ideaal: we leren het innerlijk kennen van het hoofdpersonage, en van elk hoofdpersonage (doordat er dus per hoofdstuk een ander personage aan bod komt). Daardoor wordt het ook nog eens makkelijker om mee te leven met de personages.





Verhaalstijl.



Het Gouden Ei bevat vooral beschrijvingen. Deze beschrijvingen gaan zowel over gedachten of herinneringen als situaties. In hoofdstuk twee gaat het bijvoorbeeld over een badmintonwedstrijd tussen een aantal Fransen en Rex en Lieneke. Daar in wordt vooral het verloop van de wedstrijd beschreven en niet de gedachten van Rex. In hoofdstuk één, als Rex op Saskia wacht bij het tankstation, komt vooral de herinnering aan de vakantie drie jaar eerder aan bod.



Er zijn slechts een aantal dialogen te vinden en deze zijn heel kort. Zelf krijg ik daardoor het idee dat Rex een beetje een stil type is en meer denkt dan zegt. Ik vond niet dat er echt moeilijke woorden of beeldspraken in voorkwamen: ik kon het boek heel snel en gemakkelijk lezen. Dat maakte dat het niet vervelend was om door te lezen en dat ik het boek in hele korte tijd uit had.





Er zijn verschillende dingen die vaker naar voren komen.  Allereerst is claustrofobie een belangrijk onderwerp: Saskia heeft de dromen over het Gouden Ei, en Rex komt er aan het einde van het verhaal achter dat Saskia levend is begraven, en voelt zich zelf ook claustrofobisch als hij in een kist onder de grond ligt. De droom over het Gouden Ei komt dan ook meerdere keren naar voren. Niet alleen Saskia droomt deze droom, ook Rex heeft er een keer last van.



Verder blijkt het wel dat Rex nooit over Saskia heen is gekomen. Hij vertelt Lieneke dat hij altijd hoopt iets over haar te horen, en dat hij hoopt dat ze nog leeft en in orde is. Tijdens het potje badminton tegen de Fransen blijkt dat hij Saskia nog altijd in zijn hoofd heeft:



“’Misschien ga ik wel met haar trouwen,’ zei Rex tegen Saskia die op haar knieën vanaf de zijlijn toekeek, haar rieten mand naast haar in het zand.” Rex praat tegen Saskia alsof ze er nog is, terwijl ze ruim acht jaar eerder is verdwenen.



Het getal acht komt meerdere keren naar voren. Acht is het geluksgetal van Saskia. Allereerst bij het tankstation in hoofdstuk één komt het naar voren: Saskia verdwijnt op een dag in augustus, dus de achtste maand, rond acht uur. Vlak voor de ontvoering begraven Rex en Saskia bij de achtste paal twee muntjes. De advertentie die Rex plaatst in zijn zoektocht naar Saskia heeft hem 80.000 gulden gekost. Verder duurt het acht jaar voordat Rex een tweede zoekactie begint en Raymond Lemorne ontmoet.



Het getal acht staat voor eeuwigheid, wat toch wel een soort thema is in dit verhaal.





Thematiek.



Een belangrijk thema is ook wel dit oneindige, dit eeuwige: Saskia heeft de dromen dat ze voor eeuwig opgesloten zit in het Gouden Ei, en dat dit alleen opgelost kan worden als ze botst tegen het andere Gouden Ei, dat ergens in het heelal zweeft. Als ze botsen, is ze dood, maar dan is ze niet meer opgesloten. De dood is dan ook een belangrijk thema: het komt zowel voor in de dromen van Saskia (en later in een droom van Rex) als in het echte leven, waar Saskia en Rex beide vermoord worden.



Claustrofobie is ook een belangrijk onderwerp, wat voor Saskia en Rex min of meer gebonden is aan de dood: in de dromen is het alleen mogelijk uit het Gouden Ei te komen door te botsen en dus te sterven en in het echte leven worden beide levend begraven, wat een claustrofobisch gevoel geeft en uiteindelijk leidt tot de dood.



Liefde komt ook veel voor: Rex zal altijd van Saskia blijven houden, misschien niet zoals hij dat eerst deed, maar hij zal haar niet vergeten. Hij heeft er veel voor over om te weten wat er met haar gebeurd is, en geeft daar zelfs zijn leven voor.



Verder komt het stellen van doelen een aantal keer naar voren. Rex heeft het doel om er achter te komen wat er met Saskia gebeurd is en is bereid daar alles voor te geven. Raymond wil de perfecte misdaad plegen en kijken hoe ver hij in dit plan kan gaan en gaat vervolgens tot het einde.





Je zou kunnen zeggen dat wat er met Saskia en Rex is gebeurd een beetje overeen komt met de droom van het Gouden Ei. Saskia kwam in “het Gouden Ei” van Lemorne, oftewel een kist onder de grond. Rex kwam in “het Gouden Ei” van zichzelf, omdat hij niet wist wat er met Saskia was gebeurd en dit niet goed kon verwerken. Lemorne zorgde er toch voor dat deze twee “Gouden Eieren” min of meer “tegen elkaar aan botsten”: ze ondervinden beide het levend begraven worden en ondergaan hetzelfde lot. Ze zijn dan wel beide dood, maar wel voor eeuwig gebonden aan het zelfde lot.



Rex vindt het doodgaan ook beter dan voor eeuwig onwetend blijven over wat er met Saskia is gebeurd.





Mijn mening.



Al met al vond ik het een interessant maar vreemd boek.



Ik vond het onderwerp ontzettend interessant: het boeit me hoe mensen op zulke zieke misdaden kunnen komen en dan ook nog het lef hebben om ze uit te voeren, hoe ik er ook van walg. Ik bedoel, ik bewonder dit soort gedachten en daden niet, maar ik vind het interessant om te weten hoe mensen op dit soort ideeën komen en ze dan ook nog uitvoeren. Ik denk zelf vaak na over de manier waarop mensen nadenken om tot bepaalde daden te komen (zoals onder andere bij misdadigers) en dan vraag ik me af hoe ze op zulke ideeën komen. Overigens denk ik dat ik, en niemand eigenlijk, daar nooit een antwoord op zal krijgen: iedereen is anders en mensen zijn aparte, vrijwel niet te begrijpen wezens.



Het vreemde vloeit dan ook voort uit de ideeën die Lemorne heeft: ik kan er met mijn verstand niet bij hoe iemand er ooit op zou komen om een misdaad te gaan plegen. Wat de misdaad van Lemorne nog vreemder maakt, vind ik, is dat hij geen duidelijk motief heeft. Ja, hij wil een misdaad plegen. Maar dat is alles! Geen wraak of wat dan ook, gewoon omdat hij een misdaad wil plegen. En dat vind ik bizar.



Wel vond ik het boek wat kort voor een verhaal zoals dit. Ik denk dat het verder uitgewerkt had kunnen worden, dat er uitgebreidere beschrijvingen hadden mogen zijn en dat de gedachten van personages nog iets meer naar voren hadden mogen komen. Ik vond namelijk dat het in sommige situaties nog niet helemaal goed in beeld was gebracht wat iemand nou dacht of waarom iemand nou iets deed. Hoe voelde Rex zich bijvoorbeeld toen hij wist dat hij begraven was? Er wordt verteld dat hij het verschrikkelijk vond dat dit Saskia was aangedaan en dat hij zich eenzaam voelde, maar denkt hij bijvoorbeeld niet aan Lieneke, aan een mogelijke oplossing? En bij Lemorne, waarom wil hij nu die misdaad plegen?



Ik vind dat de karaktereigenschappen van de personages niet heel duidelijk. Gedachten en gebeurtenissen worden beschreven, maar echte karaktertrekken komen niet naar voren. Als lezer weet je niet hoe de personages zich gewoonlijk gedragen en hoe anderen ze zien. Ook weet je niet hoe de personages er uit zien, en dat vind ik een beetje jammer: ik kan me beter een voorstelling van een personage maken als hun uiterlijk beschreven wordt.



Het perspectief vind ik goed gekozen: doordat het een personale verteller is die aan het woord is, en doordat de verteller ‘wisselt’ tussen meerdere personages, leer je niet alleen maar één persoon goed kennen. Je leert zowel Rex als Lemorne kennen, je leert wat ze denken en wat hun plannen en ideeën zijn. Als we alleen maar door de ogen van Rex zouden kijken zouden we nooit weten welke voorbereidingen er vooraf gingen aan de ontvoering van Saskia door Lemorne en dan zouden we ook niet weten dat het slachtoffer geheel willekeurig was gekozen. Als we alleen door de ogen van Lemorne zouden kijken, zouden we niet weten hoe Rex zich voelt zonder Saskia en hoe hij met haar verdwijning omgaat. En misschien zou de lezer zelf nooit weten hoe Saskia vermoord was, omdat het stuk in het boek dat beschrijft hoe Rex wakker wordt in een kist onder de grond dan misschien wel weggelaten was. Kortom: een kijk door de ogen van beide personages is nodig om het verhaal compleet te maken.



Het taalgebruik en het gebruik van beeldspraak vond ik niet moeilijk. Ik hoefde zinnen nooit meerdere keren te lezen om te snappen wat er staat en dat vind ik prettig.



Er zijn in het boek meer beschrijvingen dan dialogen aanwezig, maar ik denk dat dit geen probleem is. Meer dialogen zouden niet per se meer toevoegen aan het verhaal. In dit verhaal is het leren kennen van gedachten belangrijker.



De mooiste zin in het boek vind ik, op bladzijde 54: “… het uiten van liefde maakt die kapot.” Niet zozeer omdat het echt iets toevoegt aan dit verhaal, maar gewoon omdat ik hem zelf mooi vind en het me wel een beetje aan het nadenken zet. Waarom weet ik ook niet precies.



Al met al vond ik het een goed boek en ik zou het zeker aanraden: je bent er zo doorheen, het onderwerp is interessant en het verhaal is spannend.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het gouden ei door Tim Krabbé"

Ook geschreven door Robin