Het boek van alle dingen door Guus Kuijer

Beoordeling 7.1
Foto van Cees van der Pol
  • Boekverslag door Cees van der Pol
  • Docent | 3902 woorden
  • 1 augustus 2007
  • 120 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 120 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2005
Pagina's
103
Geschikt voor
onderbouw vmbo/havo/vwo
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Gouden Griffel (2005 Winnaar) , Gouden Uil (2005 Winnaar)

Boekcover Het boek van alle dingen
Shadow
Het boek van alle dingen door Guus Kuijer
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Gegevens over het boek
Eerste druk: 2004
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 103
Illustraties van Peter-Paul Rauwerda
Uitgever: Querido, Amsterdam

Beschrijving van de voorkant
Op de voorkant staat een jongetje (Thomas) dat vanuit een etagewoning uit het raam naar beneden op straat kijkt. Daar loopt het meisje Eliza. Op zijn bureau ligt het schoolschrift: het boek van alle dingen. Wanneer Thomas uit het raam kijkt, is hij in staat dingen te overdenken, staat in de tekst van het boek.

De flaptekst
De flaptekst is de tekst die de uitgever op de kaft van het boek zet:

Thomas weet wat hij later wil worden. “Gelukkig”
Maar hoe word je gelukkig?
De buurvrouw, die eigenlijk een heks is, weet het.”Als je gelukkig wilt worden moet je zorgen dat je niet bang bent.”
Niet bang zijn. Dat lijkt makkelijk zat. Maar Thomas heeft van alles om bang voor te zijn: de houten keukenlepel waar vader mee slaat bijvoorbeeld.
Gelukkig is hij niet bang voor de buurvrouw, want zij kan hem helpen. Maar niet alleen zij. Thomas krijgt ook hulp van Boven. De engelen in de hemel zijn dol op hem. Dus wat kan er nog misgaan. Niks toch?


Verhaalopbouw
Het begin is een hoofdstuk dat getiteld is “Voor het verhaal begint.” Hierin vertelt de schrijver dat hij van plan was een ander boek te schrijven over een kind met een gelukkige jeugd. Hij krijgt bezoek van mijnheer Klopper die hem een schoolschrift laat lezen. Klopper geeft wel aan dat het soms een beetje oneerbiedig geschreven is. In één ruk leest Kuijer het uit en hij wil dan weer graag met mijnheer Klopper spreken. Zo komt het boek tot stand. Thomas Klopper wilde gelukkig worden en na een aantal gesprekken vraagt Kuijer hem of dat gelukt is. “Ja,”, antwoordt mijnheer Klopper.

Daarna begint pas het echte verhaal over Thomas dat verdeeld is over tien hoofdstukken. De laatste twee bladzijden geven de tekst van een gedichtje van Annie. M. G. Schmidt “Meester van Zoeten.” Het is het gedicht dat Thomas op de avond van het voorleesclubje aan het einde van het boek voordraagt.

Samenvatting van de inhoud
Voordat het echte verhaal begint, gaat er een hoofdstuk aan vooraf. (Zie hierboven onder de verhaalopbouw.)
In hoofdstuk 1 maken we kennis met de 9-jarige Thomas Klopper die met zijn vader en moeder en zijn “stomme”zusje Margot het gezin Klopper in de vijftiger jaren van de vorige eeuw vormt. Zijn vader is een streng gelovige man die uit de Bijbel voorleest en zondags moeten ze dan ook met zijn allen naar de kerk. Een boek lezen is ook uit de boze, want alleen in de Bijbel staan de goede dingen. Zijn vader is de baas in huis, zijn moeder is erg onderdanig. De dingen die Thomas waarneemt, schrijft hij alle op in een schoolschrift. Hij noemt zijn verhaal “Het boek van alle dingen.” Zijn moeder is erg lief voor hem en hij is ook erg lief voor zijn moeder. Omdat hij in de kerk een zangregel verkeerd heeft verstaan wat een nogal spottend effect heeft, straft zijn vader hem. Zijn moeder wil ertussen springen, maar krijgt dan een pets van zijn vader. Zelf krijgt hij heel wat slagen op zijn blote billen met een pollepel. In zijn bedje vraagt Thomas later of onze Lieve Heer alle plagen van Egypte op zijn vader wil loslaten.

In hoofdstuk 2 maken we kennis met de buurvrouw van Thomas, Mevrouw Van Amersfoort, die zelf beweert dat ze een heks is. Hij helpt haar met boodschappen dragen en mag binnenkomen bij haar. Ze geeft hem ook een boek om te lezen:
Emiel en zijn detectives. Het is een boek van Erich Kästner. Een jongetje neemt het met vrienden op tegen misdadigers en hij blijkt dus niet bang te zijn. Buurvrouws man is in de oorlog in het verzet geweest en hij is door de Duitsers neergeschoten.

Wanneer Thomas’ vader hoort dat hij bij de buurvrouw binnen is geweest, wordt hij boos. Die vrouw is een communiste en hij wil niet dat hij met haar omgaat. Het boekje mag Thomas eigenlijk ook niet lezen. Vader en moeder krijgen ruzie over het huishoudgeld: moeder geeft teveel geld uit. Ze hebben het niet breed.
Thomas is een beetje verliefd geworden op het veel oudere meisje Eliza. Ze heeft een been met een prothese en aan haar ene hand heeft ze alleen een pink. Maar verder is ze erg mooi. Hij schrijft haar een briefje, maar hij weet nog niet of hij het haar ooit zal geven. Tijdens het dankgebed heeft Thomas zijn eerste gesprek met Jezus. Het zijn heel humoristische, een beetje spottende gesprekken over de positie van Jezus en zijn Vader in vergelijking met Thomas en zijn vader. Als hij naar bed gaat, zegt zijn moeder dat hij best met mevrouw Van Amersfoort mag omgaan: in de oorlog heeft ze namelijk mensen gered.

In hoofdstuk 4 heeft Thomas het briefje bij Eliza in de brievenbus gestopt. Wanneer hij op een keer thuiskomt, ligt er ook een briefje. De afzender is mevrouw Van Amersfoort en op de brief binnenin staat dat een man die zijn vrouw slaat, zichzelf onteert. Thomas wordt heel erg bang: dat mag zijn vader nooit lezen. Hij speldt het briefje vast aan de binnenkant van zijn bloes. Onder het eten leest zijn vader uit de Bijbel over de plagen van het land Egypte. Thomas moet het navertellen. In de straat wordt daarna een NSB’er opgepakt. Mevrouw Van Amersfoort heeft medelijden met hem. Thomas’ vader niet. Thomas wordt weer bij haar binnengehaald en hij krijgt dan het boek “Alleen op de wereld” (Hector Malot) van haar te leen. Ze vindt dat Thomas ook een beetje alleen op de wereld is. Hij mag ook de fles ranjasiroop van haar meenemen. Thomas is namelijk wat van plan.

In hoofdstuk 5 heeft hij de fles ranja in het aquarium gedaan en wanneer ze over de tweede plaag van Egypte lezen en daarna hun ogen opendoen, is het water van het aquarium rood gekleurd. Zijn zusje lacht zich wild, maar zijn vader is woedend. Moeder wil de bak gaan schoonmaken, maar dat verbiedt vader haar. Toch begint ze met een slangetje het aquarium leeg te zuigen, waarna ze door haar man weer geslagen wordt. Dat gaat er flink aan toe. Vrijwel direct daarna komt buurvrouw Van Amerongen aanbellen: ze wil zogenaamd een kopje suiker lenen, maar waarschijnlijk heeft ze alles gehoord en wil ze Thomas’ moeder helpen. Vader Klopper doet net alsof er niets aan de hand is. Zijn moeder ligt in bed en vraagt later aan Thomas of hij geen plagen meer wil oproepen. In bed heeft Thomas zelf weer een humoristisch gesprek met Jezus, die het ook helemaal niet zo gemakkelijk heeft met zijn Vader.

Hoofdstuk 6 begint heel vreemd: Thomas ziet allemaal kikkers in de straat lopen: het zijn er wel duizenden. Dan ineens zijn ze weer weg. Zijn zusje Margot wacht hem daarna op de trap op en zegt dat Eliza haar verteld heeft dat ze zo’n lief broertje heeft. Margot blijkt nu helemaal niet zo stom te zijn als Thomas altijd gedacht heeft. Dan vertrouwt hij Margot toe dat hij een briefje heeft over zijn slaande vader. Margot vindt dat zijn vader dat wel moet lezen. Maar hoe. Tijdens het eten leest vader weer voor over de derde plaag (die van de muggen) en vertelt Margot dat ze de klas uit gestuurd is omdat ze geen boeken mocht lezen van haar vader. Nu is haar vader weer boos, omdat ze niet gehoorzaam was aan de leraar.
Wanneer vader “Allen op de wereld” ziet, zegt Margot dat Thomas het boek van haar heeft gekregen. Ze begint dus ook voor hem op te komen. In bed spreekt Thomas weer met Jezus. Die kan zijn vader in de Hemel niet meer vinden. Dan wordt er ineens gebeld.

Tante Pie stormt in hoofdstuk 7 naar binnen: ze wordt ook geslagen door haar man, omdat ze niet naar hem luistert. Bovendien wil ze een broek dragen. Ze vindt dat Thomas’ vader met zijn broer moet praten, maar die zit natuurlijk in een lastig parket, omdat hij zelf zijn vrouw en kinderen slaat. Vader wil het gesprek niet voeren en dan zegt Pie dat ze hem voortaan zelf wel aan kan. Als hij haar nog eens slaat, zal ze hem verlaten.
Op bezoek bij Van Amersfoort laat die merken dat zij voor de kikkerplaag heeft gezorgd (ze is toch een heks) Daarna mag Thomas een gedicht van Annie M.G. Schmidt voorlezen “Meester Van Zoeten.” Hij kan mooi voorlezen en dat brengt hem op het idee een voorleesclubje op te richten, waarin stukjes worden voorgelezen afgewisseld met muziekstukjes met de grammofoon van Mevrouw Van Amerongen.

In hoofdstuk 8 komt Thomas op straat Eliza tegen die hem omhelst: ze vindt hem erg lief en hij is meteen erg onder de indruk. Thuis komt hij tot het besef dat hij niet langer bang moet zijn: dat zegt Van Amerongen namelijk ook steeds tegen hem. Daarom stopt hij de spreuk van de man die zijn vrouw slaat in de Bijbel. Wanneer zijn vader uit de Bijbel leest, ziet hij de spreuk en hij wordt woedend. Hij briest en vraagt wie dat heeft gedaan. Zowel Margot als zijn moeder willen de schuld op zich nemen, maar Thomas geeft aan dat hij de dader is: de gaatjes van de speld zitten immers in het papier. Hij wil alvast de pollepel wel gaan halen, maar zijn moeder komt nu in opstand tegen zijn vader: Thomas heeft geen straf verdiend. Ook zijn zusje Margot helpt mee. Zijn vader is ten einde raad: hij heeft het gezin niet meer in de hand en gaat in een hotel slapen. Hij vertrekt en Margot breekt de pollepel in tweeën.

In het volgende hoofdstuk is vader weer thuis en leest over de zoveelste plaag in Egypte waarbij de zoons gedood werden. Thomas vraagt een beetje brutaal waarom God de farao niet heeft gedood in plaats van de zoons. Dan vertelt moeder dat er die avond mensen op bezoek komen. Vader is meteen van slag: wie komen er dan allemaal? Er komen die avond veel vrouwen: Tante Pie heeft enkele tantes meegenomen, de buurvrouw heeft vier oude andere heksen opgetrommeld en gelukkig voor Thomas komt ook Eliza die speciaal naast hem wil zitten. Ze is gekleed in een blauwe jurk met een witte kraag. [Dat zijn niet toevallig de kleuren waarin Maria – de ideale vrouw- altijd wordt afgebeeld] Moeder heeft zich een beetje opgetut: een mooie jurk en wat lippenstift en Thomas vindt haar erg mooi. Zijn vader vindt het eigenlijk allemaal maar niks.

In het tiende en laatste hoofdstuk is er een verslag van het voorleesavondje waarbij Thomas gedichtjes van Annie M.G. Schmidt voorleest. Mevrouw Van Amerongen zorgt voor de muziek. Ook laat ze negermuziek horen, wat vader al helemaal niet kan waarderen. Maar het wordt een heel gezellige avond. Thomas vraagt aan Jezus of hij er ook bij komt zitten. Maar die gaat terug naar de hemel. Aan de engelen brengt hij verslag uit. Die zijn ook een beetje verliefd op Thomas geworden, maar Jezus zegt dat hij niet van plan is Thomas snel te halen. Ze moeten nog maar even geduld hebben. Bovendien zullen ze geen kans maken, want de engelen hebben geen prothese van leer. “Je kunt nu eenmaal niet alles hebben.”

Wie vertelt het verhaal aan de lezer ?
Er is sprake van een hij-verhaal. We leren de gedachten van binnenuit van Thomas Klopper kennen. Zo zien we zijn gesprekken die hij in gedachten met Jezus voert. Bij een boek voor volwassenen noem je dat verstelstandpunt “personaal.”

Titelverklaring
De titel verwijst naar het schoolschrift waarin Thomas in zijn jeugd alles opschrijft. Hij noemt dat schrift ”Het boek van alle dingen.” De volwassen mijnheer Klopper geeft het schrift aan de schrijver Kuijer die er later dus een boek over Thomas van maakt.
Misschien bedoelt Kuijer het ook nog wel een beetje ironisch. Immers, voor de vader van Thomas is de Bijbel ook het boek van alle dingen.

Tijd en plaats
Het verhaal speelt zich af in de vijftiger jaren van de 20e eeuw. Om precies te zijn in het jaar 1951. Dat is voor de huidige lezers een moeilijk te herkennen tijd. Maar vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een heel eenvoudig soort gezin, dat meestal niet erg rijk was. Er waren nauwelijks auto’s op straat , er was nog geen televisie uitgevonden en ook andere moderne technische middelen als wasmachines en stofzuigers bestonden gewoon niet.
Het is de tijd van “Toen was geluk heel gewoon.” (ook die van het bekende tv-programma)

De plaats waar het grootste gedeelte van het boek plaatsvindt, is ook het protestantse gezin en het huis van de familie Klopper. Vader is een streng gelovig man die zijn kinderen en zijn vrouw slaat, omdat ze niet goed naar hem luisteren. Hij doet dat nog in de overtuiging dat hij die taak heeft gekregen vanuit de Bijbel.
Uit wat straatnamen (Jan van Eyckstraat en het Van Heutzmonument) kun je ook afleiden dat het boek zich afspeelt in Amsterdam.

Waar gaat het boek over: thema ?
In het boek gaat het vooral over de vader-zoonverhouding in relatie met de godsdienst. Thomas heeft een zeer strenge vader die vanuit de Bijbel (maar dan vanuit het Oude Testamant) leeft. Wie niet luisteren wil, moet maar voelen en daarom slaat hij zijn vrouw en zoon. Dat doet hij waarschijnlijk met goede bedoelingen, maar het kan natuurlijk nooit de bedoeling van God zijn dat een vader zijn gezinsleden slaat. Dat moet hem in de rest van het boek wel duidelijk gemaakt worden.
Thomas krijgt in die strijd tegen zijn vader voor wie je wel ontzag moet hebben maar voor wie je niet bang moet zijn hulp van de buurvrouw die vroeger in het verzet heeft gezeten. Ze leert hem dat je nooit bang moet zijn. Thomas neemt dat steeds meer aan en hij durft dan ook steeds meer dingen te doen en te zeggen. Hij heeft natuurlijk ook steun van Jezus die hij kan oproepen wanneer hij dat wil. Hij voert heel humoristische gesprekken met Jezus die het ook helemaal niet gemakkelijk heeft met zijn Vader – God. De verhouding in het boek tussen vader en zoon komt dan ook twee keer voor: de verhouding tussen Thomas en zijn vader en die tussen Jezus en zijn Vader (die heeft hem namelijk aan het kruis laten slana en dat viel ook helemaal niet mee)
Waarschijnlijk wil Guus Kuijer met het boek wel tot uitdrukking brengen dat de godsdienst voor erge dingen kan zorgen wanneer je strikt doet wat er wordt geschreven in de Bijbel (en de Koran?) Streng gelovig zijn en geen oog voor je naaste hebben leidt tot verkeerde dingen en dan moet je niet bang zijn daartegen in opstand te komen. Dat doen Thomas, Margot, zijn moeder en natuurlijk mevrouw Van Amerongen. Uiteindelijk komt het dan wel goed, want het voorleesclubje is een groot succes met allemaal vrouwen die hoop op een nieuwe tijd en toekomst hebben.


De personages
De belangrijkste personen in het boek zijn:
- Thomas Klopper
Thomas is een jonge van negen jaar die in het begin vel ontzag heeft voor zijn vader. Hij wordt ook geslagen als hij iets niet goed doet. Hij ziet alle dingen goed en schrijft die op in zijn schoolschrift. Zijn buurvrouw die in de oorlog ook niet bang is geweest, leert hem dat hij niet bang moet zijn. Daarom durft Thomas steeds meer: een brief schrijven aan Eliza, een Egyptische plaag nabootsen in het aquarium, een briefje in de Bijbel stoppen.
Eigenlijk is hij niet meer bang. Hij heeft dan ook een speciale vriend Jezus met wie hij humoristische gesprekken voert. Jezus heeft het ook niet gemakkelijk met zijn eigen Vader. Maar door die gesprekken wordt Thomas wel steeds sterker. Uit het beginwoord blijkt dat het later met Thomas wel goed gekomen is.

- Margot Klopper
Thomas vindt Margot in het begin maar een stom zusje en ze handelt ook daarnaar: ze pest hem vaak. Maar gaandeweg gaat hij haar steeds aardiger vinden en ze helpt hem ook in de strijd tegen vader. Ze breekt tenslotte de houten pollepel waarmee Thomas vaak werd geslagen. Ook geeft ze hem de boodschap van Eliza door.

- Thomas’ vader
Zijn vader is een zeer gelovig man die van mening is dat je je gezin met strenge hand de baas moet zijn. Zijn vrouw wordt geslagen, omdat ze niet goed luistert en ook Thomas moet het ontgelden. Het is geen valse man en hij denkt dat hij echt zo moet optreden van God. Hij is radeloos, wanneer zijn gezin tegen hem in opstand komt. Maar zijn vrouw komt onder zijn knoet uit.

- Thomas’ moeder
In het begin is ze erg onderdanig: ze wordt geslagen en durft niet voor haar mening uit te komen. Maar wanneer ook haar schoonzus wordt geslagen en aankondigt dat dit niet normaal is en haar dochter Margot ook steeds meer durft, gaat ze uiteindelijk in de bres staan voor Thomas. Ook onder invloed van de buurvrouw durft ze onder het juk van haar man uit te komen. Op de voorleesavond heeft ze een mooie jurk aan en lippenstift op. Het voorleesavondje wordt in hun huis gehouden. Je kunt zien dat Thomas haar lievelingskind is.

- Mevrouw Van Amerongen
De buurt vindt haar een heks, Thomas ‘ vader vindt haar een communiste, maar de buurvrouw is eigenlijk een dappere vrouw. In de oorlog heeft ze mensen gered en ze is de echtgenote van een verzetsman. Dat is natuurlijk heel symbolisch: ze komt in verzet tegen de misstanden in het gezin van Klopper. Ze beschermt Thomas een beetje en stimuleert hem te lezen. Zij is de basis van de ommekeer. Ze laat ook negermuziek horen, ook al vindt Thomas’vader dat maar niets.

Symbolische zaken
Guus Kuijer heeft zijn boek wel een aantal elementen meegegeven om over na te denken en die zeker een symbolische betekenis hebben die in literatuur voor volwassenen ook voorkomen.
Dat doet hij in de naamgeving:
- De naam Thomas is niet toevallig. In de Bijbel komt een “ongelovige Thomas” voor en de gesprekken die Thomas voert met Jezus zijn toch een beetje spottend.
- De achternaam Klopper past ook goed bij een vader die zijn handen niet kan thuishouden.
- De naam Eliza komt ook al uit de Bijbel; bovendien draagt ze later in het boek een blauwe jurk met een witte kraag (de kleuren van Maria) Ze is voor Thomas de ideale geliefde ook al is ze in feite gehandicapt. Maar Jezus ging natuurlijk ook het liefste om met gehandicapte mensen.
- Er is een symbolische relatie tussen Thomas en zijn vader en Jezus en zijn vader.
- Thomas gebruikt de Egyptische plagen om zijn vader te straffen( het aquarium met het rode water, de kikkerplaag in zijn fantasie of droom)
- Mevrouw Van Amerongen is een verzetsheldin: ze heeft in de oorlog mensen geholpen en doet dat ook na de oorlog.
- Ze geeft boeken met een symbolische inhoud aan Thomas: “Emiel en zijn detectives”, “Alleen op de wereld” Het gedicht van “mijnheer Van Zoeten” (over het aquarium)
- Mevrouw Van Amerongen draait negermuziek (de blues) die ook al over protest tegen de ellende betekent.

Waardering: prijswinnaar Gouden Griffel 2005
Guus Kuyer won met dit boek de Gouden Griffel 2005. Het juryrapport zegt het volgende over het boek:
Voor Guus Kuijer is een Gouden Griffel niet nieuw, Een Zilveren evenmin. Maar met dit ontroerende boek bouwt Guus Kuijer een monument voor een tijd. Een tijd die de hedendaagse kinderen niet kennen en hun ouders vaak ook alleen uit familieverhalen. Een tijd die de bijbel en het geloof angstaanjagend dichtbij brengen.
Maar er is meer dan die tijdgeest uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het is vooral de wijze waarop de negenjarige Thomas probeert te overleven in een streng protestants milieu: door zich terug te trekken in zijn fantasie. En door vast te houden aan die ene wens: later word ik gelukkig. Het thema ‘later als ik groot ben’ zal ieder kind herkennen. En daarom zal elke lezer meeleven met de hoofdpersoon die gebukt gaat onder een tirannieke, obsessieve vader, die uit Gods naam zijn vrouw en kinderen regelmatig mishandelt. Het thema van de godsdienstige onderdrukking is helaas bijzonder eigentijds en actueel.

Toch weet Thomas, een sterke en intelligente jongen, aan die bijna ondraaglijk verstikkende naoorlogse sfeer te ontsnappen. Niet door één heldhaftige daad, maar langs de weg van de geleidelijkheid en met hulp van de buurvrouw. Zij leert hem zijn angst te overwinnen en laat hem kennismaken met het werk van Annie M.G. Schmidt. En ze leert hem luisteren naar ‘heidense negermuziek’ uit de koffergrammofoon. Ook de verliefdheid op de oudere, gehandicapte Eliza speelt bij dit proces een rol.
Dit alles is te lezen in “Het boek van alle dingen”, een schoolschrift dat Thomas als een soort dagboek bijhoudt. In de discussies die Thomas met de Here Jezus voert, herkennen we de spitse humor en het gevoel voor relativering van Guus Kuijer. De dialogen laten het tegenovergestelde zien van de Godsbeleving van de vader. Ze getuigen van een kinderlijk geloof en zijn daarom zo troostrijk en ontwapenend. Vaak zijn ze ook humoristisch door de vele woordspelingen.


Over de schrijver
Bron: Wikepedia
Guus Kuijer (Amsterdam, 1 augustus 1942) is een Nederlands auteur.
Nadat Guus Kuijer drie keer is blijven zitten, wordt hij naar een internaat in Zutphen gestuurd. Dit is voor hem de ergste tijd van zijn leven. Na het internaat volgt hij in Doetinchem een opleiding tot onderwijzer. Van 1967 tot 1973 is Guus Kuijer leraar.
Vanaf 1973 richt Kuijer zich helemaal op het schrijven van boeken. In eerste instantie schrijft hij boeken voor volwassenen. In 1975 komt het eerste kinderboek van hem uit. Hij heeft dit boek geschreven voor Madelief, een dochtertje van vrienden, en de hoofdpersoon uit het boek is naar haar vernoemd. In totaal schrijft Guus Kuijer vijf Madelief-boeken. In 2001 schreef Guus Kuijer het kinderboekenweekgeschenk, “Ik ben Polleke hoor!”. De schrijver heeft drie kinderen.

Wat heeft Guus Kuijer nog meer geschreven?
• 1971 - Rose, met vrome wimpers
• 1973 - Het dochtertje van de wasvrouw
• 1975 - De man met de hamer
• 1975 - Een gat in de grens
• 1975 - Met de poppen gooien
• 1976 - Drie verschrikkelijke dagen
• 1976 - Grote mensen, daar kan je beter soep van koken
• 1977 - Pappa is een hond
• 1977 - Op je kop in de prullenbak
• 1978 - Krassen in het tafelblad
• 1978 - Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt
• 1979 - Ik woonde in een leunstoel
• 1979 - Een hoofd vol macaroni
• 1980 - Wimpers, herziene druk van Rose, met vrome wimpers
• 1980 - Het geminachte kind
• 1980 - De tranen knallen uit mijn kop
• 1983 - Crisis en kaalhoofdigheid
• 1983 - Het grote boek van Madelief
• 1983 - Eend voor eend
• 1984 - De zwarte stenen
• 1985 - Het land van de neushoornvogel
• 1986 - De jonge prinsen
• 1987 - Tin Toeval en de kunst van het verdwalen
• 1987 - Tin Toeval en het geheim van Tweebeens-eiland
• 1989 - Tin Toeval en de kunst van Madelief
• 1989 - De redder van Afrika (Over Jacobus Capitein)
• 1990 - Olle
• 1992 - Het vogeltje van Amsterdam
• 1993 - Tin Toeval in de onderwereld
• 1996 - De grote Tin Toeval
• 1996 - De verhalen van Jonathan
• 1999 - Voor altijd samen, amen
• 2000 - Het is fijn om er te zijn
• 2000 - Het geluk komt als de donder
• 2000 - Reukorgel
• 2001 - Met de wind mee naar zee
• 2001 - Ik ben Polleke hoor!, Kinderboekenweekgeschenk 2001
• 2003 - Polleke
• 2004 - Het boek van alle dingen
• 2006 - Hoe een klein rotgodje God vermoordde
• 2007 - Het doden van een mens

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

/.

/.

het is niet Mevrouw Van Amerongen maar (Mevrouw van Amersfoort.)

13 jaar geleden

M.

M.

hallo,

er staat bij mevrouw van amerstrong staat er geloof ik maar het is mevrouw van Amfersfoort

met vriendelijke groet marijn

13 jaar geleden

Ook geschreven door Cees van der Pol