Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?


Leesverslag ‘Hersenschimmen’

  1. Ik heb dit boek gekozen op advies van mevrouw Veltman omdat mijn opa en oma ook beide hebben gedementeerd en me het me wel aansprak om een keer te lezen hoe dit vanuit de dementerende wordt bekeken.
     
  2. Het begint allemaal op een zondagmiddag in de winter. Maarten Klein staat zoals altijd voor het raam te wachten tot de schoolkinderen zich verzamelen bij de bushalte voor het huis. Maar de kinderen komen niet, en pas wanneer Vera hem corrigeert, herinnert hij dat het zondag is. Hij wacht tot de lente komt. Het is niet de eerste keer die dag dat hij iets vergeet. Het is ook niet de laatste keer. Tot zijn verwondering bevindt hij zich ineens in het washok, hij kan zich niet meer herinneren wie er in ‘The heart of matter’ aan het lezen is, en wanneer Vera later met een verscheurde krant van de wc komt, zegt hij dat Robert dat gedaan heeft. Toch bezorgt iets binnenin hem een gevoel van schaamte. Hij slaapt die nacht slecht. ‘s Ochtends maakt hij een nieuwe vergissing: hij geeft Vera suiker in haar koffie, terwijl ze dat al tien jaar niet meer doet. Na het ontbijt gaat hij met Robert wandelen. Hardop in zichzelf pratend loopt hij naar het dorp. Ook in de taverne achtervolgt de verwarring hem: hij ziet het meisje achter de bar, Susan, aan voor Karen, zijn jeugdvriendinnetje. Later in het plaatselijke antiquariaat vraagt Philip Maarten hoe ‘The heart of matter’ bevallen is. Die vraag verwart hem en daarom antwoordt hij ontwijkend. Weer buiten stopt er een auto vlak voor hem. Het is Vera, die hem doodongerust vraagt waar hij de halve dag heeft uitgehangen. Bovendien heeft hij onderweg de hond vergeten. En aan vergissingen komt die dag voorlopig nog geen eind. Maarten besluit die avond vroeg naar bed te gaan. Maar de volgende dag neemt de verwarring eerder toe dan af. Het begint al als hij wakker wordt en meent dat de muren van de kamer verkeerd om heen staan. Als hij beneden niemand aantreft, gaat hij ervan uit dat Vera naar de bibliotheek is waar ze werkt als vrijwilliger. Hij ontbijt zeer ´gezond´ met een halve koude kip, ananas, leverpastei en cookies, waarna hij naar zijn werk wil gaan. De deur zit echter op slot en de sleutels zijn onvindbaar en daarom forceert hij de deur met een schroevendraaier. Buiten loopt hij naar het zomerhuis waar de IMCO zal vergaderen. Ook hier blijkt deur op slot te zitten en wederom verschaft Maarten zich de toegang met de schroevendraaier. Binnen is er niemand, ineens wordt hij misselijk en nadat hij buiten heeft overgegeven realiseert hij zich waar hij is. Hij haast zich naar huis, Vera is ondertussen ook thuis gekomen. Ze is bij dr. Eardly geweest, om Maartens toestand te bespreken. Die is zich echter van geen kwaad bewust, totdat Vera hem duidelijk maakt dat er vanochtend toch wel wat dingen zijn misgegaan. Op advies van de huisarts probeert Vera Maartens geheugen weer op te frissen met oude foto’s, maar haar inspanningen hebben weinig succes. Laat in de middag komt dr. Eardly nog eens langs, maar omdat Maarten hem niet herkent, is hij meteen op zijn hoede. De hele avond is hij bezig met het probleem van herinneren en vergeten, maar als ze naar bed gaan is zijn ongerustheid grotendeels verdwenen. Als hij de volgende ochtend opstaat, weet hij nog wel dat er iets met hem aan de hand is, maar hij ziet de ernst van de situatie niet in. Intussen komt zijn afnemend oriëntatievermogen steeds meer naar buiten. Als hij ‘s middags ziet hoe Robert vergeefse pogingen doet het huis binnen te komen, pakt Maarten een stoel en gooit die door de ruit. Dr. Eardly komt voor de derde keer langs en opnieuw voelt Maarten zich door hem bedreigt, nu is de methode Simic geboden. Karl Simic was een van Maartens collega’s bij de IMCO, die hem op een dag vertelde hoe je ‘onzichtbaar’ kon worden. Ten eerste: herhaal met beleefde glimlach de woorden van je gesprekspartner terwijl je ter ondersteuning vriendelijk met het hoofd knikt. Ten tweede: begin met alles te bevestigen, maar ontneem door veelvuldige herhaling meteen het bevestigende karakter aan wat je zegt. Loop tenslotte zonder omhaal de kamer uit, waardoor je je tegenstander in de opperste verwarring achterlaat. Het vervreemdingsproces zet door: op een dag verwart hij Vera met zijn moeder, en Phil Taylor, het meisje dat hen komt helpen leert hij al helemaal niet meer kennen. De volgende dag blijkt hij zich in bed bevuild te hebben. Hij verwijt het de twee vrouwen, zij hadden hem immers niet vast moeten binden. Naarmate de tijd verloopt, maakt Maartens denken steeds meer en vaker plaats voor simpel registreren van zintuiglijke waarnemingen. En dan zit er soms plotseling weer verband in de dingen, en is hij, korte tijd, weer in staat een normaal gesprek te voeren met anderen. Maar zijn verleden dringt steeds meer binnen in het heden, en op een van die momenten ontsnapt hij uit huis. Zonder hond echter komt er van wandelen weinig of niks en dwalend door de duinen wordt hij opgepikt door de vuurtorenwachter en naar huis gebracht. Voor Vera is de maat vol, ze kan het niet meer aan. En op advies van dr. Eardly beland Maarten definitief thuis en in bed. Tenslotte wordt hij afgevoerd naar een kliniek, waar het vooral wit is, wit. Denken is er dan voor Maarten eigenlijk niet meer bij, hij kan slechts nog waarnemen. Steeds groter wordt de desoriëntatie, en alle verband verdwijnt tussen Maartens gedachten. Tenslotte blijft er niets over van de man zoal we die in het begin van het verhaal zagen. Aan het eind van de dag wordt hij uitgekleed en krijgt hij een pyjama aan en een slaappil. Helemaal aan het eind is Vera bij hem op bezoek en vertelt ze dat het lente wordt, maar dat is voor Maarten al te laat.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

(Bron: www.scholieren.com)

  1. Ik vond het boek niet zo leuk als ik verwachtte. Meestal is het eerste gedeelte inleidend en begint het verhaal pas na de eerste vijf hoofdstukken. Dit boek had niet eens duidelijk aangegeven hoofdstukken! Het boek werd voor mij dan ook niet interessant en ik vond er ook niet veel aan. Dit komt omdat wanneer ik een boek lees van spanning houd. Dit boek is psychologisch en totaal niet spannend, daarom vond ik er ook niet veel aan.

 

  1.  
  1. Ik heb eigenlijk het gehele tweede gedeelte van het boek medelijden gehad met Maarten. Hij bedoelde alles zo goed maar wist gewoon niet meer wat hij deed. Dit gaat dus niet over een specifieke passage.
  2. ‘In het leven terug?... maar waar is zo iets gebleven?... is er wel zo iet?... of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?... hersenschimmen?.’ (Blz: 153)

Ik heb deze zin gekozen omdat deze zin de titel verklaart maar ook de gehele gedachte van de schrijver over dementie.

  1. ‘Hersenschimmen’ (Blz: 153) omdat net zoals bij b dit de gehele gedachte van de schrijver beschrijft.
  1.  
  1. Maarten is een, naar mijn idee, hoogintelligente man en is zeer slim alleen word zijn gedrag op het einde van het boek steeds kinderlijker. Vera zijn vrouw is naar mijn idee een gewone vrouw die zich gedragen zal als elk van wiens man zou gaan dementeren.
  2. Personages (§1)

Vera Klein:

Vera is Maartens echtgenote. We komen niet zo heel veel over haar te weten, alleen dat ze in de VS lange tijd bij een bibliotheek heeft gewerkt en dat zij en Maarten erg veel van elkaar houden. Ze heeft het steeds zwaarder naarmate Maarten verder aftakelt, maar besluit uiteindelijk toch dat het beter is als hij in een verzorgingstehuis komt. Tot het laatste moment blijft ze hem steunen.

Maarten Klein:

Is het centrale (vertellende) personage in de roman. Maarten is van oorsprong Nederlands, heeft rechten gestudeerd en is samen met Vera naar de VS geëmigreerd, waar hij jarenlang voor een internationaal bedrijf gewerkt heeft dat onderzoeken deed naar visvangst. Samen met Vera heeft hij twee kinderen, Kitty en Fred, maar die komen bijna nooit langs. In de tegenwoordige tijd van het boek is hij 71 (of 72, het wordt niet precies benoemd) en begint te dementeren. Door de vele herinneringen en het vastzitten krijgen we een zeer gedetailleerd beeld van zijn leven. Gedurende het gehele boek heeft hij het over de sneeuw, en dat hij daarom zo van slag is. De laatste zin van het boek is dan ook: “de lente die op het punt staat te beginnen” (p. 176).

 

Perspectief (§2)

Het verhaal is geschreven in het enkelvoudig ik-perspectief. Het hele verhaal is geschreven vanuit het oogpunt van Maarten. Dit is door mij wel als verwarrend beleeft omdat Maarten zelf natuurlijk ook verward was als dementerende, het was dus als het ware dat ik dement werd.

 

Structuur (§3)

Het verhaal is geschreven in de vorm ab ovo. Je beleeft Maartens dementie vanaf het begin, toen hij nog goed was. fabel en sujet vallen in dit boek dus ook samen. Ook vinden er in het verhaal heel erg veel flashbacks en herinneringen plaats, maar geen flash forwards.

 

Ruimte (§4)

Het verhaal speelt zich op allerhande plaatse af. Van hun huis tot de zee en van de opvangkliniek of bejaardentehuis tot het hoofdkwartier van de vereniging waar Maarten vroeger voor werkte.

 

Spanning (§5)

Het boek kent naar mijn idee totaal geen enkele vorm van spanning. Het boek pakt je niet en je wordt er niet door geboeid als je een “spannende lezer” bent. Je moet echt doorzettingsvermogen hebben wil je dit boek als “spannende lezer” uitkrijgen.

 

Stijl (§6)

Bernlef heeft een hele open stijl. Hoewel hij een heel zwaar en droevig onderwerp behandelt, laat hij dat niet nadrukkelijk merken. Zijn zinnen zijn niet te lang, de tekst heeft een redelijk toegankelijke structuur en opbouw en er wordt een begrijpbare vocabulaire gebruikt, etc. Omdat deze open stijl het onderwerp een zekere lichtheid verschaft, is het boek zeer toegankelijk.
Een ander punt wat bijzonder is aan Bernlefs stijl, is dat hij beschouwt. Hij neemt dingen waar en beschrijft ze, meer dan dat hij geforceerd dingen probeert te laten gebeuren. Ook dit draagt bij aan de kracht en toegankelijkheid van het boek.

 

Motief en thema (§7)

Het thema in het boek is zondermeer dementie waaronder natuurlijk ook vergeetachtigheid. Er komen een aantal symbolische motieven in de vorm van voorwerpen in het boek voor, winter en een boek:
Een van de motieven in het boek is de sneeuw en de winter. Al vanaf het begin van het boek zegt maarten steeds dat hij zo van slag is omdat de winters in Gloucester zo lang en koud zijn. In de laatste alinea van het boek, als Maarten sterft (?) fluistert Vera dat de lente eindelijk is aangebroken. Dit duidt op de symbolische waarde van de overgang van winter en lente: Maarten, die dement is, gaat dood en het 'oude leven' is dan voorbij. Lente duidt aan dat er een nieuw, zorgeloos leven weer aanbreekt voor de andere personages.
Het tweede symbolische motief is het boek “Our Man in Havana?” van Graham Greene. Dit boek duikt op allerlei plekken in het verhaal op. Eerst ziet Maarten een ander boek van Greene liggen, en besluit in een antiquariaat de titel “Our Man in Havana?” te kopen. Even later weet hij niet meer dat het zijn boek is en denkt dat het van Vera is. Dit wel en niet herkennen herhaalt zich een paar keer, maar terwijl Maarten verder aftakelt komt het boek ook bij anderen terecht. Zo lezen o.a. Vera en Phil het uit, terwijl Maarten het nooit uit leest. Het boek is een symbolische verbeelding van de toestand van Maartens ziekte.

Het thema in het boek is zondermeer dementie waaronder natuurlijk ook vergeetachtigheid. Er komen een aantal symbolische motieven in de vorm van voorwerpen in het boek voor, winter en een boek:
Een van de motieven in het boek is de sneeuw en de winter. Al vanaf het begin van het boek zegt maarten steeds dat hij zo van slag is omdat de winters in Gloucester zo lang en koud zijn. In de laatste alinea van het boek, als Maarten sterft (?) fluistert Vera dat de lente eindelijk is aangebroken. Dit duidt op de symbolische waarde van de overgang van winter en lente: Maarten, die dement is, gaat dood en het 'oude leven' is dan voorbij. Lente duidt aan dat er een nieuw, zorgeloos leven weer aanbreekt voor de andere personages.
Het tweede symbolische motief is het boek “Our Man in Havana?” van Graham Greene. Dit boek duikt op allerlei plekken in het verhaal op. Eerst ziet Maarten een ander boek van Greene liggen, en besluit in een antiquariaat de titel “Our Man in Havana?” te kopen. Even later weet hij niet meer dat het zijn boek is en denkt dat het van Vera is. Dit wel en niet herkennen herhaalt zich een paar keer, maar terwijl Maarten verder aftakelt komt het boek ook bij anderen terecht. Zo lezen o.a. Vera en Phil het uit, terwijl Maarten het nooit uit leest. Het boek is een symbolische verbeelding van de toestand van Maartens ziekte.

 

 

Titelverklaring, ondertitel en motto (§8)

‘In het leven terug?... maar waar is zo iets gebleven?... is er wel zo iets?... of was gewoon alles inbeelding van het hoofd?... hersenschimmen?’ Deze zin verklaart de gehele titel van het boek, alle herinneringen zijn slecht hersenschimmen ofwel denkbeeldige herinneringen.

Motto:

“A touching dream to which we all are lulled
But wake from separately.”
Philip Larkin

De (mooie) droom staat hier voor het leven, terwijl de tweede zin (maar afzonderlijk uit wakker worden) gaat over de dood en het feit dat Maarten hier zonder Vera in zekere zin sterft.

 

De schrijver (§9)

De schrijver van 'Hersenschimmen' is J. Bernlef, een pseudoniem van Hendrik Jan Marsman. Marsman is geboren op 14 januari 1937 in St. Pancras, Noordholland. Na zijn jeugd in de hoofdstad gewoond te hebben verhuist hij in 1949 naar Haarlem. Vijf jaar later gaat hij weer terug naar Amsterdam, waar hij de HBS afmaakt. Op die school wordt hij door zijn leraar Nederlands geinspireerd om te gaan schrijven. Na zijn studie gaat hij in dienst waar hij zijn debuut als schrijver maakt. Na zijn dienst tijd gaat hij op aandringen van zijn moeder naar het buitenland. Zodoende belandt hij in Zweden, een land dat een grote betekenis krijgt voor hem. In de jaren '58 - '60 is hij veel in Zweden (hij werkt er in een hotel) waar hij veel begint te schrijven. In Zweden gebruikt hij voor het eerst de naam J. Bernlef.


Op 23-jarige leeftijd trouwt hij met Eva Hoornik, familie van schrijver Ed. Hoornik. Zijn beroep als schrijver/dichter wordt in 1965 definitief. In zijn beroep is voor hem ook het vertalen van Zweeds naar Nederlands en het schrijven van kritieken inbegrepen. In 1993 wint Bernlef de PC Hooft prijs voor zijn proza, terwijl hij zichzelf vooral als dichter ziet.
Een veel voorkomend verschijnsel in Bernlefs boeken is het thema "vergeten".

In 'Hersenschimmen' is het vergeten in de zin van verdwijnen: Het verleden van Maarten Klein (de hoofdpersoon) 'verdwijnt': hij kan het zich niet herinneren. Het boek 'Hersenschimmen' werd voor het eerst in 1984 uitgegeven en is Bernlefs populairste werk. Het is een boek van iets meer dan 160 bladzijden. De titel kan als volgt worden verklaard: het verleden van Maarten Klein verdwijnt langzaam, het worden vage herinneringen: 'Hersenschimmen'.

 (Bron www.scholieren.com)

  1. Ik vind de uitwerking van het verhaal redelijk goed. Ik vond de manier van schrijven van de schrijver prettig en gemakkelijk om te lezen.
  1. Zie bijlage.
  2.  
  1. Wat me het meest van het boek is bijgebleven is dat zeekoeien zo erg op mensen lijken. Ik had wel een van een zeekoe gehoord maar wist niet hoe ze er uit zagen.
  2. Ik heb bij het maken van dit verslag geleerd dat je op een hele andere manier kunt kijken naar een boek dan dat ik in de onderbouw heb gedaan.
  3. Ik vond het lezen van het boek gemakkelijk maar ik vond het om door de tekst heen te komen wel vrij lastig doordat het boek in het begin niet echt spannend was.
  4. Niet heel erg veel maar ik ben wel tot het besef gekomen dat wanneer je een wolk ziet je deze nooit meer terug zal zien. Dit vond ik hoe stom het ook klinkt een gekke gedachte. 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast