Erik of Het klein insectenboek door Godfried Bomans

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3377 woorden
  • 24 maart 2007
  • 73 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 73 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1940
Pagina's
143
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Nederland Leest (2013 Winnaar)

Boekcover Erik of Het klein insectenboek
Shadow

Het verschil tussen mensen en insecten is niet zo groot. Dat ontdekt Erik Pinksterblom als hij op een nacht het schilderij Wollewei boven zijn bed binnenstapt. Hij komt terecht in een avontuurlijke, magische wereld van insecten die zich net als mensen gedragen. Op hun beurt willen alle insecten meer weten over de rare tweevoeter die ineens uit de lucht komt vallen en …

Het verschil tussen mensen en insecten is niet zo groot. Dat ontdekt Erik Pinksterblom als hij op een nacht het schilderij Wollewei boven zijn bed binnenstapt. Hij komt terecht in …

Het verschil tussen mensen en insecten is niet zo groot. Dat ontdekt Erik Pinksterblom als hij op een nacht het schilderij Wollewei boven zijn bed binnenstapt. Hij komt terecht in een avontuurlijke, magische wereld van insecten die zich net als mensen gedragen. Op hun beurt willen alle insecten meer weten over de rare tweevoeter die ineens uit de lucht komt vallen en alles over hun gewoontes lijkt te weten.

Erik of Het klein insectenboek door Godfried Bomans
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Leesverslag Erik of het klein insectenboek

Samenvatting
Erik Pinksterblom ligt in zijn bed, maar hij probeert niet in slaap te vallen, omdat hij het gevoel heeft dat er iets bijzonders gaat gebeuren. In gedachten herhaalt hij wat hij die middag geleerd heeft uit ‘Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie’, want de volgende dag heeft hij een proefwerk over de insecten. Hij bekijkt het schilderij ‘Wollewei’, waarop een weiland met schapen, een herder en allerlei mogelijke insecten staan afgebeeld. Erik bedenkt dat het fijn zou zijn om in de wereld van het schilderij te leven; er zijn immers geen verplichtingen. Opeens ziet hij de schilderijen van grootvader en grootmoeder Pinksterblom bewegen. Zijn grootmoeder stapt uit haar lijst en vertelt hem dat alle schilderijen leven, ook ‘Wollewei’. Dan wordt Erik plotseling steeds kleiner, zo klein dat hij in het schilderij kan stappen. Zo komt hij terecht in de wereld van het schilderij, het land Wollewei.

Hier ontmoet Erik allerlei insecten. Als eerste komt hij in contact met de wespenfamilie Van Vliesvleugel, een adellijke familie die benadrukt dat het hebben van adellijk bloed belangrijker is dan het hebben van geld (hoewel dat natuurlijk wel handig is). Erik meent te weten dat er ook mensen van adel zijn. Erik vertelt een heleboel dingen over de Nijvere Bij, dat niet echt gewaardeerd wordt door de wespen, omdat zij de bijen tot de verkeerde tak van de familie toedelen, omdat bijen tot de arbeidende stand behoort. Na het diner spelen Erik en de familie muziek, hierbij strijkt Erik een bromvlieg dood, die als basviool dient. Erik voelt zich na deze ongelukkige taferelen niet meer op zijn gemak en vliegt daarna met een hommel weg om een hotel te zoeken. De hommel houdt van filosofie en heeft ook een boekje over filosofie, dat "Schicksal der Gegenwart" heet, al heeft hij het boekje nog nooit gelezen. Als Erik moet afrekenen blijkt hij bijna niks te hebben, maar gelukkig is een klompje honing, dat hij had meegekregen genoeg te zijn. De eigenaar van het hotel is een slak en het hotel zelf is het huis van een reuzenslak uit de ijstijd. Boven de deur hangt een naambordje zonder naam. De slak, die net zo langzaam praat als hij loopt, vertelt dat zijn broer dood was gegaan, omdat hij te veel bezig was met de naam van het hotel. Erik krijgt in dit hotel een kamer met een bed. Zijn kamer is vlak naast de kamer van de duizendpoot, die dubbel tarief moet betalen omdat al zijn schoenen elke ochtend gepoetst moeten worden. De volgende ochtend staan alle dieren, die in het hotel verblijven voor zijn deur. Erik verbaast de hotelgasten door, zonder dat ze zich voorgesteld hebben, te weten wie ze zijn. Ze zijn allemaal erg benieuwd naar de inhoud van ‘Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie’: doen ze het wel zoals het in het boekje staat? Erik wordt al helemaal bewonderd als hij weet dat de rups niet vermoord is, maar een pop is geworden en over enkele dagen als vlinder uit de pop zal komen. Op den duur willen alle insecten weten of zij alles wel goed doen, zoals in "Solms, Beknopte Natuurlijke Historie", maar al snel zijn de insecten weer slechts geïnteresseerd in zichzelf. Erik heeft het nu ook niet meer naar zijn zin in het hotel en besluit al snel te vertrekken met de vlinder. Omdat de slak geld wil hebben, betaalt Erik met enkele bladzijden uit "Schicksal der Gegenwart", die hij mee had gekregen van de hommel. Ondanks een waarschuwing van de glimworm, die de nachtdienst houdt, vertrekt Erik de volgende morgen met de vlinder op zoek naar de lijst van het schilderij. Ondanks dat ze zeer hoog vliegen zien ze de lijst niet, maar dat maakt hem eigenlijk ook niks mee ruit. De vlinder blijkt een "hij" te zijn, want de vlinder wordt verliefd op een vlindermeisje. Hij blijkt zeer verlegen te zijn en Erik vertelt dat zijn broer dat ook had. Samen met de vlinder schrijft Erik een gedicht. Na enkele dagen worden ze uitgenodigd bij de vlinderfamilie voor een diner. De "vlinder-vader" vindt het goed, dat zijn dochter gaat trouwen. Na de bruiloft vliegen de vlinder en het vlindermeisje weg en is Erik weer alleen. Erik heeft het ontzettend moeilijk in zijn eentje. Hij heeft honger en hoe havenlozer hij eruit ziet, hoe brutaler de insecten zich tegen hem gedragen. Op een dag loopt hij in een spinnenweb, maar gelukkig kan hij zich losrukken en doodt hij de spin en valt zelf flauw. Als hij bijkomt staan er allemaal teleurgestelde doodgravers om hem heen. Gelukkig nodigt een van de doodgravers Erik uit voor een diner. De doodgraver woont diep onder de grond en in de gang liggen allemaal ledematen en skeletten. De vrouw van de doodgraver baalt ervan dat Erik nog leeft, maar is toch gastvrij en geeft Erik een gebraden paardenvlieg. Erik wordt verteld dat er in de buurt een dam is, waar de wereld ophoudt. Erik weet zeker dat dit de lijst moet zijn. Plotseling komt er een mol, die de doodgravers opeet. Erik is nu weer alleen en kan de weg naar de uitgang niet meer vinden. Een regenworm schiet hierbij te hulp, maar het dier kronkelt zo, dat het in de knoop komt te zitten. Erik is nog steeds in de gangen en komt een mier tegen en ze beginnen een gesprek. De mier komt er achter dat Erik de beroemde Erik Pinksterblom is en verteld aan Erik dat alle insecten het over hem hebben en dat ze allemaal willen weten wat er in "Solms' Beknopte Natuurlijke Historie" over hen staat geschreven. Erik belooft de regenworm, dat hij terugkomt om hem los te krijgen. Nadat Erik eindelijk uit de gangen is gekomen, gaat hij samen met de mier naar een mierennest. In het mierennest ligt alles al een tijdje plat. Al snel komt er weer rust in het mierennest. Erik komt er nu ook achter waarom Solms de mieren als voorbeeld van de mens beschrijft. Erik vraagt een leger van mieren om de worm uit de knoop te halen, maar als ze terugkomen blijken ze de worm in honderd stukjes te hebben geslacht. Erik geeft ze de toestemming het dier te braden en ten ere aan Erik wordt een groot "Noenmaal" gehouden. Tijdens de speech begint Erik ontzettend te huilen omdat hij heimwee naar huis heeft. De mieren hebben hem beloofd hem te helpen als hij eerst verteld wat er met hem gebeurt is. De volgende dag vertrekken de mieren en Erik op weg naar de lijst. De mieren blijken van oorlog te houden en ze lopen alles en iedereen ondersteboven. Ze komen een ander mierenleger tegen en Erik moet meevechten in het gevecht, hierbij wordt hij geraakt door een straal mierenzuur. Hiervan wordt hij wakker en de straal mierenzuur, blijkt een zonnestraal te zijn. Erik maakt het proefwerk slecht en zijn juf geeft een briefje voor zijn ouders aan hem mee, waarin staat, dat Erik andere dingen over de insecten vertelt dan dat erin Solms staat. Erik is nu groot geworden en met de raad: Vaart allen wel, houdt altijd de lijst in het oog en bekommert u niet te zeer om honing eindigt het verhaal.


Tijdverloop
Het tijdverloop is chronologisch. Er zitten nauwelijks flashbacks in het verhaal. Het verhaal is geschreven in oudere Nederlandse taal. Het heeft niet echt een effect op het verhaal zelf, want het verhaal zelf is hedendaags. Toch merk je wel dat vroeger men op een nettere mannier met elkaar omging en dat komt ook in het boek terug. Er is een tijdvertraging. Het verhaal speelt zich in werkelijkheid af in een nacht, gedurende Eriks slaap. In zijn droom beleeft Erik echter een periode van enkele weken. Het tijdsverloop in het verhaal maakt het verhaal duidelijk en helder, zodat het goed te begrijpen is. Het verhaal geeft een redelijk onbetrouwbare indruk van de periode, omdat het een verhaal is wat grotendeels verzonnen is. In de realiteit leven schilderijen namelijk niet.
Citaat (p.181): "'Ik verlang zo verschrikkelijk naar huis,' snikte Erik, 'ik hoor hier helemaal niet! Ik loop nu al drie weken in mijn pyjama rond en kan de lijst van het schilderij maar niet vinden! Wat zullen ze thuis wel zeggen?'"

Perspectief
Het perspectief ligt in het verhaal bij de hoofdpersoon Erik. Dit noem je het ik-vertellend perspectief. De verteller is zelf bij de handeling betrokken, omdat hij verteld via de hoofdpersoon. De lezer is ook zelf bij de handeling betrokken, omdat het perspectief bij de hoofdpersoon ligt en de handeling uitvoert. Om het verhaal heen is het eigenlijk een auctoriaal perspectief. Er is sprake van een alwetende verteller, die het verhaal van Erik vertelt. Aan het begin van ieder hoofdstuk leidt deze kort de komende gebeurtenissen in.
Citaat (p.21): “De lezer maakt kennis met een zekeren Erik Pinksterblom, en met de voornaamste insecten die ons vaderland bevolken. Hij wordt voor de zonderlinge feiten geplaatst, en vraagt zich aan het eind van dit hoofdstuk af waar dit alles eigenlijk naar toe moet.”


Personages
Erik Pinksterblom: hij is negen jaar en hij zit in de derde klas van de basisschool. Hij kan wel goed leren, maar hij is (tot zijn spijt) niet de beste van de klas. Hij droomt over het schilderij op zijn kamer en hij dan ook heel blij als hij de kans krijgt een bezoekje te brengen aan de wereld van 'Wollewei'. Hij draagt gedurende de tijd dat hij in het schilderij Wollewei verbleef een pyjama en hij loopt op blote voeten. Hij gedraagt zich beleefd en goed opgevoed naar de insecten toe. Hij is een beetje naïef, hij heeft niet meteen de slechte eigenschappen van de insecten door en hij benadert de insecten erg onbevangen. Erik maakt in het verhaal persoonlijke ontwikkelingen door. Zo voelt hij zich in het begin slimmer dan de insecten, omdat hij zijn kennis uit ‘Solms’ insectenboek’ heeft. In de loop van het verhaal komt hij er echter achter dat de insecten het zonder dit boekje goed doen. Hij stopt dan met het geven van adviezen, maar zegt slechts dat ze het zo moeten doen als altijd.
De insecten uit het land (schilderij) ‘Wollewei’ zijn de belangrijkste bijpersonen. De insecten worden als mensen, met menselijke eigenschappen, beschreven. Elk van de insecten beeldt een (meestal negatieve) menselijke karaktertrek uit. Zo voelt de wespenfamilie Van Vliesvleugel, die van adel is, zich ver verheven boven de bijen (het ‘arbeidersvolk’) en bekijkt de doodgraver alles slechts vanuit zijn eigen standpunt. In het algemeen zijn de insecten allen nogal met zichzelf ingenomen en beschouwen ze hun eigen soort als superieur. De insecten maken in de loop van het verhaal geen ontwikkeling door, slechts die ene karaktertrek wordt belicht en hun houding tegenover andere insectensoorten en tegenover de wereld verandert niet.
Citaat (p.67): “’Nu, eerlijk gezegd, begrijp ik het ook niet helemaal,’ bekende de hommel. ‘Maar waarom leest u het dan?’ vroeg Erik verbaasd. De hommel geraakte zichtbaar in verlegenheid. ‘Ja,’ zeide hij, ‘ik lees het ook eigenlijk niet. Ik bekijk alleen maar af en toe den titel. Het mag nu gek klinken, maar telkens als ik die woorden zie, ga ik vanzelf een beetje dieper denken. Ik begin dan te voelen dat ik een redelijk wezen ben, met verstand en inzicht begaafd, een – een – kortom, een hommel.’”
Citaat (p.153/154): “’Kom, kom, kom,’ sprak de worm, die zich nu werkelijk in de vreemdste bochten begon te kronkelen van ingenomenheid, ‘weest u toch niet beschaamd. Wij kunnen niet allemaal een worm zijn. Nu, wat is het?’ ‘Ik zou graag willen weten hoe u zich zo…’ Erik zocht naar het juiste woord om den worm niet te kwetsen, ‘zo opgeruimd kunt voelen, terwijl u toch eigenlijk – blind bent.’ ‘Ik kan mij uw verlegenheid van zo even wel begrijpen,’ sprak de worm, een hevigen kronkel makend, ‘de vraag is dom. Maar dat hindert niets, want van zijn domheden leert men. De zaak is dat u de rollen omdraait, mijn waarde. Het is juist een groot voorrecht om blind te zijn, een teken van uitverkiezing. Hoeveel dieren zijn er blind? Ik kan ze op mijn ringen natellen, zo weinig zijn het er. Wij, wormen, hebben geen ogen nodig. U wel. Dat is een teken van zwakte.(…) En zo praatte het dier voort, terwijl het zich van louter vergenoegdheid in steeds ingewikkelder bochten wrong.”

Ruimte
De auteur kiest bewust voor de ruimte binnen het schilderij. Het moet de wereld voorstellen in het klein. Hij kiest ook bewust voor de personages van de insecten in de natuur. Eigenlijk wordt de hele natuur compleet omgevormd zodat alles een weerspiegeling is van het gedrag van mensen. De ruimte is in bepaalde mate bepalend in het verhaal. Het belangrijkst zijn de insecten, maar de ruimte in het verhaal wordt ook weerspiegeld op de menselijk wereld.

Stijl
Passage typerend voor de stijl van het boek:
Citaat (p.21): "De kleine Erik lag, juist op het ogenblik dat dit boekje begint, in het oude bed van grootmoeder Pinksterblom met den troonhemel en de zijden kwasten, en keek over den rand van het blanke laken de schemerige kamer in. (…) Onder zijn hoofdkussen lag een boekje, 'Solms' Beknopte Natuurlijke Historie' geheten, en Erik moest daar voor morgen alle insecten uit kennen."
Citaat (p.40/41): "'(..) Mag ik nu misschien even uw naam weten?' 'Erik,' sprak Erik met een buiging, 'mijn naam is Erik.' 'Erik,' herhaalde meneer van Vliesvleugel, zijn voorhoofd fronsend, 'mij niet bekend. Is het van Erik of gewoon Erik?' 'Erik is pas het eerste stukje van mijn naam,' verklaarde Erik, 'spreek je het allemaal bij elkaar uit, dan wordt het Erik Pinksterblom.'"
Deze stijl wijkt duidelijk af van ons normale taalgebruik. Het boek is geschreven in ouder Nederlands en woorden als den en doch worden hedendaags nog nauwelijks gebruikt. Het boek is op humoristische wijze geschreven en geeft kritiek op de menselijke samenleving. Het boek is geschreven in eenvoudige taal en is makkelijk te begrijpen.

Genre
Het genre van het boek is een sprookje of een humoristische roman. Het boek is geheel fictie en de personages zijn ook niet realistisch. De dieren kunnen praten en zijn allemaal insecten met menselijke trekken.

Thema en motieven
Erik Pinksterblom komt in een insectenwereld die word vergeleken met de mensenwereld, waarin materialistisch denken en bekrompenheid een grote rol spelen.

Motieven
Dromen - Het avontuur in het land Wollewei is voor Erik een droom die uitkomt. Uiteindelijk blijkt het hele avontuur een droom te zijn, wat Erik erg jammer vindt.
Hebzucht - De insecten zijn zeer gesteld op materialistische dingen (honing), ze zien het verzamelen van honing als zeer belangrijk.
Beperktheid van het leven - De insectenwereld mag dan wel ideaal lijken, maar het is (volgens de schrijver) belangrijk om steeds de 'lijst', symbool voor de beperktheid van de wereld, in het oog te houden.
Solms Beknopte Natuurlijke Historie – dit boekje komt vaak in het verhaal naar voren, omdat alle insecten willen weten of ze hun werkzaamheden wel verrichten zoals het in Solms beschreven staat. Ook komt Erik erachter dat alle insecten dit automatisch goed doen.

Mijn visie op de problematiek die in het boek aan de orde is gesteld, is in de loop van het boek niet veranderd, omdat het boek kritiek gaf op het materialisme van mensen. Dat is natuurlijk algemeen bekend, maar wel werd de kritiek op humoristische wijze gebracht en dat zet je wel aan het denken.

Motto
Het motto van het boek wordt genoemd aan het begin van het boek, voor het eigenlijke verhaal begint:
Citaat (p.16): "'Noi tutti siamo esiliati, viventi entro le cornici di uno strano quadro. Chi sa questo, vive da grande. Gli altri sono insetti."' Leonardo da Vinci (in een brief aan Gabriele Piccolomini). Wij zijn alle bannelingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.'

Titelverklaring
De titel “Erik of het klein insectenboek” slaat op de hoofdpersoon Erik en het insectenboekje “Solms Beknopte Natuurlijke Historie”. Uit dit boekje moest hij alle insecten kennen voor school. Later gebruikt hij dit voor de insecten die hij tegenkomt in het schilderij.

Eindwaardering
Structurele argumenten: Doorslaggevend in het boek zijn de personages. Ieder insect dat Erik in het schilderij Wollewei tegenkomt heeft een (meestal slechte) menselijke eigenschap. De wespenfamilie is bijvoorbeeld van adel en voelt zich verheven boven de bijen die symbool staan voor de arbeiders. Hierdoor wordt in het boek kritiek gegeven op de slechte karaktertrekken van mensen.
Emotionele argumenten: Ik vond dit boek heel fascinerend, want het boek is zeer eenvoudig geschreven en makkelijk te lezen. Het is een soort sprookje waarbij je niet zo hoeft na te denken en wat je relatief snel uit hebt. Alleen in de loop van het boek of na afloop, merk je dat ieder insect symbool staat voor mensen met verschillende karaktertrekken en ook de omgeving en de materialen als honing staan symbool voor iets in onze samenleving. Ik vond het heel knap dat onze samenleving zo verweven kan worden in een complete insectenwereld en ook de humoristische kritiek op onze samenleving vond ik erg origineel.
Intentionele argumenten: De auteur heeft voornamelijk de bedoeling om te wijzen op de beperktheid van het bestaan en hij heeft kritiek op onze materialistische kijk op het leven. In dit boek wordt dat gesymboliseerd als honing. Ook brengt de auteur duidelijk zijn afkeer voor de wetenschap naar voren. In de vele voorwoorden die hij bij iedere nieuwe druk schreef, maakt hij steeds weer zijn excuses aan de wetenschappers, maar dit doet hij op zo'n manier dat je slechts moet lachen om het 'gezeur' van de kenners. Citaat (p.6): "'En zo is het overal in dit boek. Al de daarin voorkomende beesten lopen op te veel of te weinig poten rond. In het belang van de wetenschap meende ik hiervoor te moeten waarschuwen.' (..) De enkele trouwe vrienden die ik bezit zijn ijlings naar mij toegesneld en riepen: 'Veranderen! Helemaal omwerken!' Om hen te gerieven heb ik dan ook in dezen druk hier en daar een achterpoot geschrapt of een dekschildje bijgevoegd. Maar met plezier ging het niet; het aantal fouten is er overigens door vermeerderd."
In de tweede plaats haalt Bomans terloops nog even uit naar de (moderne) kunst, die ontoegankelijk is voor de gewone mensen. Dit komt duidelijk naar voren in de passage over de mierendirigent, die muziek schrijft die geen van de mieren begrijpt en waardeert.
Citaat (p.173): "'(..) Men is er nog niet rijp voor.' 'Waar is men eigenlijk nog niet rijp voor?' vroeg Erik eerbiedig. 'Voor mijn muziek. Het blijft weer onder ons, meneer Pinksterblom, maar het gaat boven hun pet. Ze doen wel alsof ze het begrijpen, maar ze begrijpen het niet.' De musicus schudde het hoofd en glimlachte treurig. 'Ach, dat is naar,' zei Erik, 'en hebt u al veel van die onbegrijpelijke muziek gemaakt?' 'Niet veel, maar wel diepe,' sprak de kunstenaar, 'en het zit 'm ook niet in het vele, maar in het diepe. (..)'"
Morele argumenten: De auteur heeft in het boek kritiek op onze materialistische kijk op het leven. Ik ben het in dit opzicht volkomen met de auteur eens. Ons leven is eigenlijk gebaseerd op materialistische dingen en we kunnen niet echt genieten van het leven, omdat we nooit genoeg hebben. Ook met de kritiek op de moderne kunst, ben ik het met de auteur eens. Alles moet nu zo abstract mogelijk en we moeten van alles in een kunstwerk kunnen zien, maar wat de echte bedoeling is van kunstenaars weten we niet.

Realistische argumenten: Het verhaal geeft de realiteit in zekere mate heel goed weer. Als je kijkt naar de insectenwereld op zicht waarin insecten kunnen praten en doen als mensen, dan is het niet realistisch. Alleen als je kijkt naar de karaktertrekken en de kijk op het leven, dan is de insectenwereld een weerspiegeling van de werkelijkheid. Dan lijkt het wel veel op onze realiteit en ik vind dat dit beeld heel goed geschetst is.
Vernieuwingsargumenten: Ik vind dat dit boek heel origineel geschreven is, omdat de auteur een complete insectenwereld creëert, wat eigenlijk een weerspiegeling is van de werkelijkheid. Hij geeft ook op een humoristische wijze kritiek op de samenleving en alles wordt vertaald naar een soort sprookje. Dit vind ik heel knap en origineel.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Erik of Het klein insectenboek door Godfried Bomans"