Een venster op het buitenhof door Albert Alberts

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
Boekcover Een venster op het buitenhof
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 1297 woorden
  • 20 mei 2003
  • 8 keer beoordeeld
Cijfer 7.7
8 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1987
Pagina's
149
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Een venster op het buitenhof
Shadow
Een venster op het buitenhof door Albert Alberts
Shadow
ADVERTENTIE

Wat zou je het liefste doen?

Maak een keuze en ontdek welke opleiding bij jou past!

1.Bibliografische gegevens.

Titel: Een venster op het Buitenhof
Auteur: A. Alberts
Illustrator: Gerrit Noordzij
Uitgeverij: G.A. van Oorschot te Amsterdam
Uitgave: Eerste druk november 1987, tweede druk november 1987
Aantal blz.: 149
Aantal hfdst.: 8

2.Informatie over de auteur.

Albert Alberts is geboren op 23-08-1911 in Haarlem en is overleden op 16-12-1995. Hij groeide op in Apeldoorn, in een huis aan de rand van het bos. Zijn vader zat bij de koopvaardij en was niet zo vaak thuis, zijn moeder zorgde voor de kinderen. Op school was Nederlands niet zijn favoriete vak, dat was geschiedenis, daar heeft hij ook veel mee te maken gehad. In 1931 ging Alberts Indologie studeren in Utrecht, vooral om een tactische reden: de studie werd door de overheid gesubsidieerd. In de zes jaar dat hij studeerde was hij bevriend met twee andere bekende schrijvers uit Nederland: Leo Vroman en Anton Koolhaas. Vooral Leo en zijn broer Jaap Vroman vielen erg op in het Utrechtse studentenwereldje. Omdat hij niet meteen na zijn afstuderen een baan kon vinden, ging hij naar Parijs. Daar vond hij een baantje bij het Nederlandse Ministerie van Koloniën in Parijs. Eind september 1939 vertrok Alberts naar Indië, naar het eiland Madoera. Daar ging hij werken als aspirant-controleur. Toen de Japanse invasie het werk en dagelijks leven onmogelijk maakte, kwam hij in de strafgevangenis terecht en later in een kamp in Tjimahi bij Bandoeng. Na de bevrijding vloog hij terug naar Nederland, en ging hij werken op het Ministerie van Overzeese gebieden. Hij heeft later veel van zijn tijd in Indië beschreven in zijn boeken. Toen de overheid hem weer naar Indië wilde sturen nam hij ontslag en ging werken bij het Kinabureau in Amsterdam. Hij schrijft ook artikelen voor verschillende tijdschriften. Toen het Kinabureau werd opgeheven, ging hij werken als politiek redacteur bij het tijdschrift De Groene Amsterdammer. Toen dit tijdschrift in 1965 in geldnood kwam is hij gaan werken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij gaat vanaf dat moment meer historische dingen schrijven. In 1973 krijgt hij de Marianne Philips prijs. In 1975 krijgt hij de Constantijn Huygensprijs. In 1976 gaat hij met pensioen. Een paar maanden voordat hij overleed kreeg hij de PC Hoofdprijs. Andere boeken van Albert Alberts zijn: De bomen (1953), De jacht (1950), De komst van de broer van Sherlock Holmes (1975), De vergaderzaal (1974), De Franse slag (1963) en De eilanden (1952)

3.Samenvatting van het boek.

Er komen twee mannen bij Mevrouw Elisabeth du Buat, zij is de dochter van Cornelis Musch. Ze wil haar testament laten opmaken. Al pratende met de twee heren komt ze op haar vader, ze begint te vertellen wat hij allemaal gedaan heeft vroeger en waarom. Toen er oorlog in Nederland was met de Spanjaarden, heeft meneer Musch veel corrupte dingen gedaan, hij liet zich gemakkelijk omkopen. Hij deed zulke dingen om rijk te kunnen worden en om veel macht en aanzien te krijgen. Toen het weer vrede werd zag hij in dat hij niet zoveel meer zou verdienen en dat zijn macht en aanzien ook steeds minder zouden worden. Hij wou dat er weer oorlog zou komen, dat was gunstig voor hem, omdat hij dan meer zou verdienen. Hij was inmiddels griffier van de Staten-Generaal. Hij had gehoord dat de jonge prins Willem II financiële problemen zou hebben. Hij ging naar de prinses toe, en vroeg of hij de prins hierbij zou kunnen helpen. Na een tijdje vond ze het goed, zo kwam het dat Cornelis Musch veel met de prins te maken kreeg. Hij dacht dat als hij ervoor zou zorgen dat de prins meer aanzien en macht zou krijgen, hij ook wel meer macht zou krijgen. Hij wou proberen de prins in zoveel mogelijk steden de macht te geven. Hij wou vooral macht in Amsterdam krijgen. Hij zei tegen de prins dat hij maar eens met de bestuurders van een aantal steden en regio’s moest gaan praten, dat deed hij. Sommige plaatsen luisterde wel en werkte mee, maar andere plaatsen moesten er niets van weten. Musch had een hekel aan Amsterdam, dat was de reden dat hij juist Amsterdam wou aanvallen. Musch zei tegen de prins dat hij ook maar eens moest gaan praten met de bestuurders van Amsterdam. Dat deed de prins, maar de bestuurders van Amsterdam luisterden niet. Toen besloot Musch dat hij Amsterdam ging aanvallen. Musch probeerde een legertje bij elkaar te vormen, dat lukte wel aardig, want er kwamen er troepen uit Friesland, Groningen en Gelderland. De aanslag mislukte, ondanks de goede voorbereidingen. Er werd gezegd, dat het was mislukt door veel te veel voorbereidingen. Een tijdje later werd de prins ziek, heel ziek. De ene avond was hij nog zo gezond als een vis en de volgende dag was hij heel erg ziek. Hij overleed dan ook zeer plotseling. Toen Musch een paar dagen later in een optocht met de Staten-Generaal naar de oude prinses toe gingen om haar te condoleren, zag hij dat de garde van de prins al een ander uniform had gekregen: ze was nu garde van de Hollandse Staten geworden. Dat vond hij helemaal niet leuk. Hij zag nu wel in dat hij nooit meer zoveel macht zou krijgen als in de tijd dat het oorlog was. Hij zag wel in dat hij gestraft zou worden voor al zijn daden die hij had begaan. Hij wist ook dat iedereen het te weten zou komen, dat hij de prins had ‘gebruikt’ om meer macht te krijgen. Hij besefte dat als de mensen daar allemaal achter zouden komen, ze alles bij hem thuis gingen doorzoeken en dat zijn familie dan waarschijnlijk niet veel meer zou overhouden. Toen hij thuis was liep hij naar zijn kamer, hij zei tegen de griffier dat de griffier buiten moest wachten, dat deed hij. De griffier hoorde een harde bons, liep naar binnen en zei tegen juffrouw Elisabeth dat ze niet naar binnen mocht gaan. Mevrouw du Buat zei:”Ja, dit is het laatste wat ik van mijn vader heb gehoord.”

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Er komen twee mannen bij Mevrouw Elisabeth du Buat, zij is de dochter van Cornelis Musch. Ze wil haar testament laten opmaken. Al pratende met de twee heren komt ze op haar vader, ze begint te vertellen wat hij allemaal gedaan heeft vroeger en waarom. Toen er oorlog in Nederland was met de Spanjaarden, heeft meneer Musch veel corrupte dingen gedaan, hij liet zich gemakkelijk omkopen. Hij deed zulke dingen om rijk te kunnen worden en om veel macht en aanzien te krijgen. Toen het weer vrede werd zag hij in dat hij niet zoveel meer zou verdienen en dat zijn macht en aanzien ook steeds minder zouden worden. Hij wou dat er weer oorlog zou komen, dat was gunstig voor hem, omdat hij dan meer zou verdienen. Hij was inmiddels griffier van de Staten-Generaal. Hij had gehoord dat de jonge prins Willem II financiële problemen zou hebben. Hij ging naar de prinses toe, en vroeg of hij de prins hierbij zou kunnen helpen. Na een tijdje vond ze het goed, zo kwam het dat Cornelis Musch veel met de prins te maken kreeg. Hij dacht dat als hij ervoor zou zorgen dat de prins meer aanzien en macht zou krijgen, hij ook wel meer macht zou krijgen. Hij wou proberen de prins in zoveel mogelijk steden de macht te geven. Hij wou vooral macht in Amsterdam krijgen. Hij zei tegen de prins dat hij maar eens met de bestuurders van een aantal steden en regio’s moest gaan praten, dat deed hij. Sommige plaatsen luisterde wel en werkte mee, maar andere plaatsen moesten er niets van weten. Musch had een hekel aan Amsterdam, dat was de reden dat hij juist Amsterdam wou aanvallen. Musch zei tegen de prins dat hij ook maar eens moest gaan praten met de bestuurders van Amsterdam. Dat deed de prins, maar de bestuurders van Amsterdam luisterden niet. Toen besloot Musch dat hij Amsterdam ging aanvallen. Musch probeerde een legertje bij elkaar te vormen, dat lukte wel aardig, want er kwamen er troepen uit Friesland, Groningen en Gelderland. De aanslag mislukte, ondanks de goede voorbereidingen. Er werd gezegd, dat het was mislukt door veel te veel voorbereidingen. Een tijdje later werd de prins ziek, heel ziek. De ene avond was hij nog zo gezond als een vis en de volgende dag was hij heel erg ziek. Hij overleed dan ook zeer plotseling. Toen Musch een paar dagen later in een optocht met de Staten-Generaal naar de oude prinses toe gingen om haar te condoleren, zag hij dat de garde van de prins al een ander uniform had gekregen: ze was nu garde van de Hollandse Staten geworden. Dat vond hij helemaal niet leuk. Hij zag nu wel in dat hij nooit meer zoveel macht zou krijgen als in de tijd dat het oorlog was. Hij zag wel in dat hij gestraft zou worden voor al zijn daden die hij had begaan. Hij wist ook dat iedereen het te weten zou komen, dat hij de prins had ‘gebruikt’ om meer macht te krijgen. Hij besefte dat als de mensen daar allemaal achter zouden komen, ze alles bij hem thuis gingen doorzoeken en dat zijn familie dan waarschijnlijk niet veel meer zou overhouden. Toen hij thuis was liep hij naar zijn kamer, hij zei tegen de griffier dat de griffier buiten moest wachten, dat deed hij. De griffier hoorde een harde bons, liep naar binnen en zei tegen juffrouw Elisabeth dat ze niet naar binnen mocht gaan. Mevrouw du Buat zei:”Ja, dit is het laatste wat ik van mijn vader heb gehoord.”

Op het graf van Cornelis Musch stond:

Hier leijt de hof-musch voor en rot, sy broeijde slangen in haer pot, leycesters en duc d’alfs gebroet, sij scheet de vrijheijt op den hoe, de schoonste steden op het hooft; sij schond en at al ’t lekkerst’ ooft; en pieckte, sonder schrick of schroom, de schoonste karssen van den boon; sij vreesde kluid-boog, klap noch knip, de alvloek kendes op een stip; sij vloogh den baas van sijne hant, en speelde met de macht van ’t lant sij borst aen eenen spinnekop terwijlse dronck en sprack: dit sop bekomt mij seecker niet te wel, de rest geeft eartsens en kapel.

4.Analyse.

Cornelis Musch (1592-1650): Hij is de hoofdpersoon in het boek. Hij werd in 1628 benoemd tot griffier van de Staten-Generaal. Hij werd een van de machtigste mannen in ons land, maar hij was ook een grote crimineel. Hij liet zich omkopen in een mate en op een manier, die zelfs in de corrupte 17e eeuw opvallend was. Toen zijn macht zou verminderen, omdat het weer vrede werd kon hij daar niet tegen. Hij was getrouwd met Elisabeth Cats, ze hadden een dochter, Elisabeth Musch.

Willem II: Hij was stadhouder en Musch probeerde door hem zijn macht terug te krijgen.

Een aantal bijpersonen zijn: Constantijn Huygens, ritmeester Buat en de vader van Elisabeth Cats, hij was dichter en raadpensionaris.

5.Overig.

Tijdsvolgorde: Het verhaal wordt door iemand verteld. Het is dus eerder gebeurd dan het wordt verteld. Het wordt wel chronologisch verteld. Het speelt zich af tijdens het stadhouderschap van prins Willem II. Thema: Het gaat vooral om macht en geld. Taalgebruik: Er komen veel citaten in het boek voor. Er worden soms lange zinnen gebruikt, maar niet zo veel. Eigen mening: Ik vond het wel interessant om het boek te lezen, maar soms vond ik het verhaal toch nog wat moeilijk te volgen.

REACTIES

J.

J.

Heey,

Goede samenvatting.

Mazzls Joris

18 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Een venster op het buitenhof door Albert Alberts"