Een ontgoocheling door Willem Elsschot

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 1633 woorden
  • 30 juli 2007
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 5 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1921
Pagina's
141
Geschikt voor
vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Een ontgoocheling
Shadow
Een ontgoocheling door Willem Elsschot
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titelverklaring:
Elsschot, Willem, Een ontgoocheling, uitgeverij Em. Querido’s BV, Amsterdam, 46 bladzijden, 1999, 15e druk, (1921)

Genre: Roman

Keuze: Ik heb dit boek gelezen, omdat we dit boek in de klas mochten lezen van men. Jonkman. Ook is de schrijver een van de drie verplichte schrijvers. Dit was ook erg handig.

Persoonlijke mening:
- Moeilijk, omdat er erg veel moeilijke woorden in zaten. Dit waren meestal al heel oude woorden. Ook werd er Frans ingesproken. Hier snapte ik helemaal niks van.
- Saai, omdat het onderwerp mij niet echt aansprak.

- Ontroerend, omdat die meneer de Keizer zijn vrouw bedriegt en dat Kareltje zo vaak blijft zitten en gepest wordt.

Samenvatting:
Meneer De Keizer, sigarenfabrikant, gaat een keer met buurman van Tichelen naar de hoeren waar hun vrouwen achter komen. De Keizers vrouw heeft het daar, in geval van ruzie, nog lang over. Hun zoon Kareltje gaat naar het gymnasium om advocaat te worden, wat de wens van zijn vader is, maar blijft doordat hij slecht is in Latijn, Frans en wiskunde drie jaar in de eerste klas zitten. Nadat De Keizer met de directeur heeft gepraat hoeft Kareltje niet meer op school te komen. Hij blijft een tijdlang niets doen en krijgt daarna, dankzij contacten van zijn vader een baantje bij de Compagnie Belge Transatlantique. Hij werkt daar met ene Stockmans en moet de postzegelkas bijhouden. Hij leert van Stockmans hoe meer port te vragen voor een brief en de rest aan Stockmans te geven. Als hij een keer cognossementen moet ophalen en ze verliest komt hij er niet meer terug. Daarna gaat hij werken bij een drukkerij, Poortmans Dechesne & Co. Hij wordt daar in het begin vaak gepest door de andere werknemers. Tegelijkertijd woont meneer De Keizer de vergadering van de Lustige Whistspelers bij, waar hij voorzitter is. Dubois aast echter op die plaats, en krijgt hem bij een volgende vergadering, na een teleurstellende wedstrijd. De Keizer blijft de vergaderingen wel bijwonen, maar voelt zich er niet meer op zijn gemak, onder andere omdat Dubois de zaal compleet anders in begint te richten. Een paar maanden later wordt De Keizer ziek door alcohol en sterft een paar dagen later. De Lustige Whistspelers benoemen een 'feestcommissie' die voor de begrafenis zal zorgen. Dubois organiseert ook gelijk een kampioenschap uit om een andere club te verslaan. De Keizer krijgt een mooie begrafenis, waarbij veel whistclubs hun laatste eer komen betonen.

De Keizer is een sigarenfabrikant, die zijn sigaren alleen verkoopt aan familie en vrienden, zoals de leden van de vereniging ‘De Lustige Whistspelers’, waarvan hij voorzitter is. Omdat zijn zoon Kareltje zo’n groot hoofd heeft, beslist hij voor hem dat hij advocaat moet worden. Het huiselijk gezag van De Keizer wordt verminderd, wanneer zijn vrouw hem betrapt bij een bordeelbezoek, samen met de slager Van Tichelen.
Kareltje moet naar het Gymnasium, maar omdat hij niets snapt van de hoofdvakken, die allemaal in het Frans worden gegeven, blijft hij drie jaar in de eerste klas zitten. Hij wordt dan ook van school gestuurd en zijn vader is heel erg teleurgesteld en boos op zijn zoon. Hij durft niet tegen zijn makkers van De Lustige Whistspelers te zeggen dat zijn zoon geen advocaat meer kan worden, omdat hij er al zoveel over heeft opgeschept.
Kareltje kan dankzij zijn oom als kantoorjongen terecht bij de Compagnie Belge Transatlantique. Hij werkt daar met ene Stockmans en moet de postzegelkas bijhouden. Hij leert van hem hoe hij meer port kan vragen voor een brief en daar een aardig extraatje aan over kan houden. Wanneer hij op zijn eerste dag de cognossementen die hij bij een aantal firma’s ophaalt kwijtraakt, durft hij niet meer terug te komen.

Nu mag Kareltje bij een drukker komen werken. Op zijn eerste dag wordt hij erg uitgelachen door de andere werknemers om z’n grote hoofd en hij wordt ‘op de foto gezet’. Kareltje begint aan het pesten te wennen, maar alleen de hondenwagen waarmee hij bestellingen moet rondbrengen zit hem dwars. Hij is namelijk bang om bekenden tegen te komen. Dit gebeurt op een dag ook wanneer hij twee oude schoolmakkers tegen het lijf loopt.
Tegelijkertijd woont meneer De Keizer de vergadering van de Lustige Whistspelers bij, waar hij voorzitter is. Dubois aast echter op die plaats, en krijgt hem bij een volgende vergadering ook. Dit komt heel hard bij De Keizer aan. Aanleiding dat Dubois de nieuwe voorzitter werd, was het niet nummer een worden bij een nationale wedstrijd voor whistspel te Brussel.
Op het moment dat Dubois zijn plaats inneemt, beseft de ontmoedigde De Keizer voor het eerst dat de Vereniging zijn leven was. Hij wil voor Dubois het veld niet ruimen en De Keizer blijft als eenvoudig lid de vergaderingen bijwonen. Dit is moeilijk en hij veroudert zichtbaar. Dubois begint de zaal compleet anders in te richten en De Keizer wordt nog neerslachtiger wanneer Dubois hem dwingt tot de openbare bekentenis dat Kareltje een drukkersknecht wordt en geen advocaat. Ook zet Dubois De Keizer zo onderdruk dat hij tegen zijn zin kolen bij hem bestelt. Een paar dagen later wordt De Keizer ziek door alcohol en op z’n sterfbed roept hij Kareltje bij zich om hem te vragen hoe het bij Poortmans is. Ze krijgen voor het eerst een goed gesprek en De Keizer raakt zeer geëmotioneerd wanneer zijn zoon vertelt dat hij gepest wordt. Ook komt Van Tichelen, de slager, nog even langs om hem te melden dat hij snel weer beter moet worden, omdat hij een nieuwe prostituee heeft ontdekt. De Keizer sterft en de Lustige Whistspelers organiseren ter nagedachtenis een grote optocht.

Verhaalanalyse:
De schrijfstijl was moeilijk, omdat er veel moeilijke woorden gebruikt werden en er werd Frans gesproken in het boek.

Titelverklaring: Ontgoocheling betekend zware teleurstelling, in dit boek krijgt meneer vaak te maken met teleurstellingen.

Tijd:
- Chronologisch.
- Continu
- Verteltijd: 118 bladzijdes
- Vertelde tijd: ongeveer 4 jaar

Personages:
- Meneer de keizer:
Meneer De Keizer was een sigarenfabrikant. Hij was getrouwd en had twee kinderen, Kareltje en Marieke. Hij was voorzitter van de whistclub 'De Lustige Whistspelers' wat eigenlijk zijn leven was.

- Mevrouw de Keizer:
Mevrouw De Keizer deed het huishouden. Nadat meneer De Keizer een keer naar de hoeren was geweest, gebruikte zij dat voorval steeds als meneer De Keizer begon te overdrijven.

- Karel de Keizer:
Karel was de zoon van de De Keizers en werd Kareltje genoemd. Omdat hij zo'n groot hoofd had dacht zijn vader dat hij wel heel slim moest zijn en besloot daarom dat hij advocaat moest worden. Maar desondanks zijn grote hoofd was Kareltje net zo dom als zijn vader.

- Meneer van Tichelen:
Meneer van Tichelen was de slager en vriend van De Keizer. Hield ervan om te drinken en naar de hoeren te gaan. Hij haalde meneer De Keizer over mee te gaan naar de hoeren en deed dat zelfs nog op het doodsbed van De Keizer.

- Dubois.
Dubois verkocht kolen en speelde bij De Lustige Whistspelers. Hij hield niet van de sigaren van De Keizer, en daarom hield De Keizer ook niet van Dubois. Ook omdat hij in de gaten had dat Dubois op het voorzitterschap loerde.

Thematiek:
- Het motief: de relatie tussen vader en zoon.
- Thema: De ontmaskering van mensen. Aan het begin van het verhaal lijkt het een gewone situatie maar langzamerhand laat de schrijver zien dat er problemen zijn. Hij toont het ware gezicht van mensen en laat zien dat het geen kwaaie zijn.
- Idee: De boodschap van dit boek is, dat je blij moet zijn met wat je hebt. Verder moet je het maken met de dingen die je hebt, en niet de dingen die je niét hebt.

Structuur:
- De ruimte: het verhaal speelt zich af in Vlaanderen.
- De structuur: Het boek bestaat uit zes hoofdstukken.

Verteller:
Dit boek is in de alwetende ik geschreven.
Fragment uit het boek
“ 'Je hebt nog geen kolen ingeslagen, is 't wel De Keizer?' vroeg hij op de man af, zijn tegenstander scherp aankijkend.
De Keizer had lust om te zeggen dat hij geen kolen van hem hebben wou, al kreeg hij ze gratis, maar zijn lafhartigheid behaalde de overhand.
'Neen, nog niet,' bekende hij.
'Dan mag je er nu wel om denken, want de prijzen gaan in de hoogte.'
'Ik zal er eens met mijn vrouw over praten,' ontweek hij nog.
'Ja,' zei Dubois, 'Dat is een goed idee. Maar gauw dan. Vind je dat roken op de vergadering niet hinderlijk? Daar moest eigenlijk een eind aan komen. Zo'n klein lokaal en dan meer dan dertig leden.'
Het bloed steeg De Keizer naar het hoofd, nu hij te kiezen had tussen buigen en barsten.
'Lever mij vijfhonderd kilo op proef,' klonk het eindelijk.
Hij voelde zich hulpeloos, anders had hij Dubois bij de strot gegrepen.
'Neem duizend kilo, dan worden ze gratis aan huis bezorgd,' raadde Dubois joviaal.
'Goed duizend kilo dan.'
'Alles door elkaar?'
'Mij goed,' zei De Keizer met een brok in de keel.' “

Einde verhaal:
Het boek heeft een gesloten einde.

Beoordeling:
Ik vond het een saai boek, omdat het onderwerp mij totaal niet aansprak. Ook was het lastig om te lezen en je wist niet waar het over ging als ze Frans spraken. Soms was het wel zielig, omdat meneer de Keizer te hogen verwachtingen had van zijn zoon. Die daar op zijn beurt niet aan kon voldoen. Ik zou het boek niet aan anderen aanraden, omdat het niet leuk is om te lezen. De enige reden om het wel aan te bevelen zou zijn dat het van een verplichte schrijver is en het is een kort verhaal.

Bronvermelding:
- www.scholieren.com
- Elsschot, Willem, Een ontgoocheling, uitgeverij Athaeum, Plak en van Gennep, Amsterdam, 118 bladzijden, (1921)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Een ontgoocheling door Willem Elsschot"