Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

De (ver)wording van de jongere Durer door Leon de Winter

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
Boekcover De (ver)wording van de jongere Durer
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3474 woorden
  • 23 november 2004
  • 47 keer beoordeeld
Cijfer 7.7
47 keer beoordeeld

Boekcover De (ver)wording van de jongere Durer
Shadow
De (ver)wording van de jongere Durer door Leon de Winter
Shadow
ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Zakelijke gegevens Titel: De (ver)wording van de jongere Dürer
Auteur: Leon de Winter
Eerste druk: 1978
Uitgever: In de Knipscheer
Plaats van uitgave: Haarlem
Pagina’s: 212
Genre: Psychologische roman De Auteur Leon de Winter werd op 24 februari 1954 geboren in Den Bosch als tweede zoon van orthodox-joodse ouders. Toen Leon 11 jaar oud was overleed zijn vader. Zijn eerste novelle 'Revolutie' werd in 1973 bekroond door de Stichting Literaire Dagen. Een jaar later ging hij in Amsterdam aan de filmacademie studeren. In 1978 verliet hij zonder diploma de academie en richtte met twee andere ex-studenten, René Seegers en Jean van de Velde, de Eerste Amsterdamse Filmassociatie (EAFA) op. Tot op heden publiceerde De Winter een dozijn romans en verhalenbundels, waaronder 'Kaplan', 'Supertex' en 'Hoffman's Honger'. Zijn boek 'Zionoco' werd genomineerd voor de AKO-prijs. Korte inhoud Als de 19-jarige Dürer na een paar maanden in een jeugdgevangenis gezeten te hebben op weg naar huis is ziet hij vanuit de bus verschillende dingen te gelijk gebeuren en vanaf dat moment zal Dürer zich blijven afvragen welke verborgen betekenissen achter de verschijnselen in de wereld schuilen. Thuis gekomen ervaart hij een grote afstand tussen hem en zijn familie. Hij heeft een gevoel van onmacht, eenzaamheid, niets lijkt hem nog logisch. Geïnspireerd door een boek over een ‘Nietsnut’ die in Italië zijn geluk gaat zoeken en na meerdere pogingen van zijn ouders om hem aan te passen aan de maatschappij besluit Dürer Nederland te verlaten. Van een meisje bij wie hij één nacht doorbrengt neemt Dürer het spaargeld mee, genoeg om drie maanden van te leven. Dürer gaat op weg naar zijn ideale land Italië (waar hij vrijheid wil vinden) en lift mee met de Duitse arts Herwig Jungmann die hem tot München brengt. Na vergeefse pogingen om verder te liften verblijft Dürer in een pension waar hij begint te schrijven over de vragen die hem bezighouden. In het pension pleegt een Italiaanse gastarbeider zelfmoord om redenen die Dürers beeld van Italië voorgoed doen veranderen. Na vijftien dagen verlaat Dürer München. In de trein die hij op goed geluk genomen heeft, ontmoet hij Sabine die op weg is naar Hoek van Holland om van daaruit naar Engeland te varen. Dürer raakt betovert door haar schoonheid, haar kijk op het leven en de muziek die zij maakt. Hoewel hij niet terug wil naar zijn vaderland besluit hij toch om naar Hoek van Holland te reizen om Sabine te zien. Dürer en Sabine brengen een dag en een nacht met elkaar door, waarna Dürer alleen wakker wordt. Na een paar dagen verlaat Dürer het hotel, wordt gesignaleerd in een dancing en houdt vervolgens een taxi aan. De volgende dag wordt de taxi gevonden met de dode, beroofde chauffeur. Onder bedreiging geeft een boerin Dürer eten en schone kleding waarna hij nog een bezoek brengt aan het meisje van wie hij het spaargeld gestolen heeft. Communicatie is met hem niet meer nodig en in verwarde toestand breekt Dürer middenin de nacht in bij zijn ouderlijk huis waar hij de gang vernielt. Uiteindelijk wordt hij gearresteerd en eindigt hij in een psychiatrische kliniek waar hij voortaan zal zwijgen.
Hoofdpersoon Dürer is een jongen die tot aan zijn gevangenisstraf een onbewust leven leidde. Pas na in de jeugdgevangenis boeken uit de bibliotheek te hebben gelezen, begon hij zich een helder doel voor ogen te zien. Een Nietsnut, waarmee hij zichzelf vergeleek, ging in het boek naar Italië en vond daar zijn geluk als wel zijn geliefde. Als hij op weg naar huis enkele dingen tegelijk ziet gebeuren gaat hij zich afvragen wat de verborgen betekenissen achter de verschijnselen in de wereld zijn. Hij gaat de wereld anders zien. Aan elk voorwerp zullen van nu af aan woorden zitten, waarmee hij ze kan omschrijven als wel het nut ervan beschrijven. Hij ziet nu in wat voor soort maatschappij hij altijd onbewust heeft geleefd. Een maatschappij die bestaat uit verveling, grijsheid, berusting en een overvloed aan zinloze voorwerpen heeft. Hij is volgens zijn moeder altijd al een rustige jongen geweest, hij kon het nooit zo goed vinden met de kinderen op de basisschool. Hij is erg afgesloten van de rest. Met zijn ouders heeft hij het nooit zo goed kunnen vinden, heeft nooit echt een band gevoeld. Hij heeft geen vrienden, is daar ook niet mee bezig. Hij houdt geen rekening met anderen, is niet erg spraakzaam en erg rationeel. Pas na de jeugdgevangenis ziet Dürer hoe zijn ouders in het leven staan, dagelijks gaan ze naar hun uitzichtloze werk, hebben een uitzichtloze toekomst, wonen in een grauwe betonnen flat, met allemaal, onnozele voorwerpen om hen heen, hij denkt dat hij ze eindelijk ontmaskerd heeft. In die tijd is zijn boek ‘Uit het leven van een Nietsnut’ zijn bijbel. Telkens leest hij er zinnen uit wanneer hij in een dip heeft of wanneer hij zich goed voelt. Hij denkt dat hij nu alles kan doorgronden met zijn woorden en zinnen. ‘…Dürer beseft dat zijn bestaan, dat voordien slechts betrekkelijk gecompliceerd had geleken omdat hij voornamelijk onbewust had geleefd, uiterst gecompliceerd was geworden nu hij had ontdekt dat het onbekende zo nadrukkelijk heerste en hij zinnen als deze kon vormen. De afzondering die hij had ondergaan en zijn werk in de gevangenisbibliotheek, hadden een stilstand in zijn ontwikkeling onthuld waaraan hij, zonder dit zelf te beseffen, had geleden; het onbestemde gevoel van onbehagen dat hem dagelijks had gekweld was het directe gevolg geweest van een kwaadaardige onbeweeglijkheid van zijn bestaan; hij was bedekt geraakt door het stof van een muffe, al jaren niet meer geopende ruimte…’ Steeds meer begint hij na te denken, over de meest vanzelfsprekende dingen en heeft er vaak kritiek op. Hij haat de maatschappij, het allerliefst zou hij willen vertrekken naar Italië, waar hij net als de nietsnut zijn (mentale) vrijheid denkt te vinden. Na de dood van een Italiaanse gastarbeider beseft Dürer dat het ideale land waar hij naar op zoek is alleen bestaat in zijn hoofd. Op een bepaald moment moet Dürer zijn gedachten onder woorden brengen en hij ordent ze in zijn cahier. Dürer heeft veel kritiek op de maatschappij, denkt dat hij beter af is dan iedereen omdat hij nadenkt. Uit zijn aantekeningen blijkt dat hij steeds sceptischer wordt over het leven in deze wereld. Hij begint steeds meer afstand te voelen tussen hem en de rest van de wereld. Totdat hij in de trein de muzikale Sabine ontmoet die hem in vervoering brengt door haar compleet andere kijk op het leven. Plotseling kan ook Dürer de dingen om hem heen in verband brengen met gevoel in plaats van ze enkel te willen verklaren. Als Sabine hem ’s ochtends alleen in bed achterlaat vervalt hij echter weer in zijn oude blik op het leven, alleen vloeit dit keer de hoop, die hij bij zijn gedeprimeerde vertrek uit München nog bezat ook langzaam weg. Hij eet niet meer en wast zich niet meer. Het leven lijkt hem nu alleen nog maar zinloos. Hij keert steeds verder in zichzelf. Hij wordt steeds agressiever, bedreigt mensen en pleegt uiteindelijk zelfs een roofmoord. Zelfs communiceren valt hem steeds zwaarder (of hij ziet het nut er niet meer van in). Als hij een meisje in zijn woonplaats wil bezoeken wil hij zijn verhaal bij haar kwijt maar hij kan enkel huilen en grommende geluiden produceren. Dürer is volledig het spoor bijster en eindigt dan ook in een psychiatrische kliniek waar hij enigszins tot rust komt. Afgezien van enkele nachtelijke schreeuwpartijen gedraagt hij zich als een kastplant, hij is zelfs niet meer in staat tot de eenvoudigste handelingen. ‘…volgens mij keerde Dürer, na zich verlost te hebben van de laatste leugen, deze wereld in triomf de rug toe, en zou hij voortaan zwijgen als het graf.’ Andere personen Het verhaal gaat volledig over Dürer zijn eigen ontwikkeling, dus weinig andere personen zijn van groot belang. Toch zijn er enkele personen die Dürer kijk op de wereld beïnvloeden. Zijn ouders: Doordat Dürer zijn ouders ziet als mensen die gevangen zitten in dagelijkse onnuttige bezigheden en gedachten gaat hij zelf steeds bewuster naar het leven te kijken. Joyce: Een vriendin van zijn zuster waar Dürer verliefd op is. Hij fantaseert over haar en begint haar op het eind ook te zien en horen waar ze niet is. Peter: De jongen met wie Dürer in het verleden een taxi heeft gestolen waardoor hij in de gevangenis terecht kwam. Als Dürer vrijkomt heeft Peter het besluit genomen om naar India te vertrekken en zich volledig te onttrekken van deze corrupte, westerse wereld. Hij laat Dürer zijn stiletto na en het idee dat het ergens anders beter is. Paul: Een schoolvriend van Dürer die op het ‘rechte pad’is gebleven. Paul wordt door Dürer’s ouders gestuurd om Dürer wat meer in de maatschappij te doen passen. Dürer vindt echter dat hij net zo bekrompen en onwetend is geworden als Dürers ouders. Karina: Een meisje bij wie Dürer slaapt nadat hij haar uit een ruzie in een buurthuis ‘gered’ heeft en van wie hij 3000 gulden steelt. Zij is de eerste met wie hij werkelijk openlijk kan praten hoewel hij daar later niet meer toe in staat is. De Nietsnut: Fictief persoon uit het boek ‘uit het leven van een nietsnut’ waarmee Dürer zich identificeert. In zijn zoektocht is de nietsnut echter veel optimistischer en ziet hij ook de schoonheid van de dingen zonder overal vragen bij te stellen. Herwig Jungmann: De Duitse arts met wie Dürer meelift tot München. Hij lijkt vroeger, toen hij jong was veel gemeen te hebben gehad met Dürer. Hij begrijpt zijn zoektocht en heeft in zijn tijd ook gevochten tegen de maatschappij. Nu is er echter een soort berusting over hem gekomen. Wel heeft hij veel sympathie voor Dürer omdat hij veel in hem herkent en ziet dat Dürer doorgaat met de zoektocht die hij heeft opgegeven. Albertini: Een Italiaanse gastarbeider die over de minder harmonieuze kanten van Italië vertelt. Over armoede en corruptie. Dürer reageert aanvankelijk redelijk ongelovig totdat Albertini uit pure wanhoop van het dak springt als hij gezocht wordt door de politie. Sabine: Een Duitse muziekstudente die Dürer in de trein ontmoet. Zij is de enige die zijn kijk op het leven heeft kunnen veranderen. Even is hij in staat om de schoonheid van de dingen te zien en ervan te genieten zonder zich alleen maar af te vragen wat het nut daarvan is. Dit duurt echter maar vijfendertig uur. Vanaf het moment dat zij op haar fluit speelt (en Dürers gevoelens in klanken verwoord) totdat zij hem ’s ochtends verlaat. Plaats De flat van Dürer’s ouders staat in een buitenwijk van Amsterdam wat op Dürer een beklemmende uitwerking heeft. Daarna reist hij in een keer door naar
München, Zuid-Duitsland waar het grootste, mistroostige deel van het boek zich afspeelt. Het degelijke, serieuze Duitsland waar men net de oorlog een beetje begint te vergeten. De stad tussen Dürers geboorteplaats en zijn utopische, warme Italië. Halverwege. Nog maar de helft te gaan of slechts de helft afgelegd. De stad van hoop en wanhoop. Het ‘verhaal’ speelt zich echter vooral af in Dürer zijn hoofd. Tijd Het verhaal beslaat een paar weken tot twee maanden De weken die Dürer bij zijn ouders doorbrengt en de weken waarin hij op weg is, de dagen die hij doorbrengt in München en de dagen die hem ten slotte in Nederland aan de rand van zijn verstand brengen. Tot Dürer in de kliniek zit en er terug wordt gekeken op zijn vorderingen daar. Dürer vertrekt in een warme nazomer en tijdens zijn verblijf in München wordt het langzaam herfst. Deze overgang van de jaargetijden illustreren, of spiegelen, de overgangen in Dürer gemoedstoestand. In de zon is hij nog vol goede moed, hij denkt op weg te zijn naar zijn ideale wereld. Als het gaat regenen wordt hij steeds mismoediger. Zijn buien worden steeds vaker agressief als een herfststorm en de opkomende kou illustreert de steeds groter wordende afstand tussen Dürer en de wereld. Het verhaal speelt zich af in de late jaren zeventig of de vroege jaren tachtig. En ik kan me voorstellen dat een tijd is geweest waarin dit verhaal, dit probleem, zeker past. De jaren zestig en zeventig zijn over. Er is gevochten voor idealen, de veranderingen zijn in gang gezet en er is weinig te streven over voor de nieuwe generatie. De generatie van Dürer, die dan ook een grote leegte ervaart. Frank van Dijl noemt het boek in Het Vrije Volk ‘Een knap signalement van wat er mis is in onze samenleving.’ ‘Leon de Winter heeft kans gezien om op literaire wijze vorm en inhoud gegeven aan een zeer eigentijdse problematiek (die in de grond zo eigentijds niet is of hij is van alle tijden) zonder in modieus gedoe te vervallen.’ Schrijfstijl De vorm van het boek is opvallend. Deze heeft namelijk alles te maken met de inhoud. In de eerste helft van het boek is de schrijver de alwetende verteller. Hij weet wat er in de hoofdpersoon omgaat en is volledig op de hoogte van zijn gaan en staan. Halverwege het boek lijkt Dürer echter uit het beeld te zweven. De schrijver heeft geen grip meer op zijn gedachtes en verliest hem soms geheel uit het oog. Hij moet dan afgaan op getuigenverklaringen en op Dürers dagboeknotities om de stappen en gedachten van Dürer te reconstrueren. Dürer heeft zich dus van zijn schepper losgerukt, een vormkwestie die parallel loopt aan zijn ontwikkelingen in het boek. Dürer heeft zich van iedereen afgezonderd, zo ook van de schrijver en de lezer. Opvallend is, dat de schrijver plaatsnamen in Nederland (in tegenstelling tot de Duitse plaatsnamen) aanduidt door ze af te korten tot een hoofdletter. Op die manier lijkt hij een afstand te willen scheppen tussen de emotionele betekenis van die plaats en de rol die deze plaats in het leven van Dürer speelt. Alsof de schrijver complete objectiviteit nastreeft. Soms doet deze stijl denken aan een geschreven documentaire. Ook slaagt hij er vaak in om in lange feitelijke zinnen zonder bijvoeglijke naamwoorden toch een sfeer te schetsen. De eerste zin uit het boek: “Toen de 19-jarige, werkloze jongere Dürer de jeugdgevangenis Nieuw Vosseveld te V. had verlaten en per bus op weg was naar het enkele kilometers verderop gelegen provinciestadje ’s-H., was het alsof hij gedurende een ogenblik een stilstand in zijn denken beleefde ontdekte hij het onvermogen om datgene waar hij naar keek met woorden te verbinden en vervolgens te verwerken.” De dagboeknotities waarin Dürer zijn gedachten op een rijtje zet gaan dus een steeds grotere rol spelen. Hij (of de schrijver namens Dürer) schrijft lange, gecompliceerde zinnen waarin hij alle aspecten van een onderwerp met elkaar in verband wil brengen en zo wil begrijpen. De toon is beslist, soms een beetje arrogant maar tegelijkertijd weemoedig. De schrijver ondertussen, schrijft veel feitelijker maar probeert tegelijkertijd, in tegenstelling tot Dürer, de dingen op een mooie manier te omschrijven. De sfeer wordt, naarmate het boek vordert, echter steeds depressiever en pessimistischer, mede door intrede van de regenachtige herfst. Tegen het einde van het boek begint de schrijver steeds meer te speculeren over de bezigheden, gedachten en gevoelens van Dürer en in de allerlaatste zin komt hij zelfs met een persoonlijke gedachte, alsof hij zijn documentaire afsluit.
Titelverklaring Het boek heet de (ver)wording van de jongere Dürer en het boek gaat dan ook over de (ver)wording van de jongere Dürer. Het onderwerp van de titel is niet ‘de jongere Dürer’, maar zijn (ver)wording, wat ook het belangrijkste onderwerp van het boek is
De wording van Dürer, de hoofdpersoon, zijn ontwikkeling, het ontstaan van zijn persoonlijkheid. Die echter omslaat in verwording als zijn wording ontaardt. Verwording en wording staan in de titel als een en hetzelfde woord doordat het voorvoegsel ‘ver’, dat het verschil maakt, tussen haakjes staat. En in feite is in Dürer geval wording en verwording ook hetzelfde. Zijn wording wordt zijn verwording. Door in de titel te zetten dat het hier over ‘de jongere Dürer’ gaat, en niet gewoon over de hoofdpersoon Dürer, legt de schrijver veel nadruk op het feit dat Dürer een jongere is. Een persoon van jeugdige leeftijd volgens Van Dale. Iemand die tussen zijn jeugd en volwassenheid inzit. Toch ligt er meer lading op het begrip ‘jongere’. Een lading die echter met de tijd mee verandert. In de jaren zeventig waren jongeren vaak jonge mensen die betrokken waren bij de maatschappij, werkten aan een betere wereld en zich inzetten voor ‘de goede zaak’. Nu was Dürer iemand die nog op zoek was naar die ‘goede zaak’ en hoopte ook ergens een betere wereld te vinden. Hij was op zijn manier betrokken bij de maatschappij, door ernaar te kijken en het proberen te vatten in woorden. Hierdoor echter werd de afstand alleen maar groter. Aan het eind van de jaren zeventig (toen dit boek gepubliceerd werd) en in de jaren tachtig kwam het begrip ‘jongere’ steeds vaker voor in combinatie met het begrip ‘werkloos’. De groep werkloze jongeren werd steeds groter en ‘de verloren generatie’ begon een stempel op de jeugdcultuur te drukken. Dürer was zo een jongere. Thema Het boek gaat over bewustwording en de zoektocht naar een ideaal. Het lijkt er op dat de schrijver de lezer wakker wil schudden om niet te vervallen in dagelijkse vanzelfsprekendheid. Maar tegelijkertijd beschrijft hij het gevaar van een te bewuste en kritische blik op het leven en waarschuwt hij voor de valkuil van een zoektocht. Dürer is op zoek naar een betere wereld die alleen bestaat in zijn hoofd. Hij houdt zich zo krampachtig vast aan zijn ideaal dat hij de mooie dingen in het leven niet meer ziet en er niet meer van kan genieten. Eigen mening Ik ben begonnen het boek te lezen omdat, naast dat ik vertrouwen had in de schrijver, de titel me erg fascineerde. Ik vond het bijzonder dat de hoofdpersoon in de titel ondergeschikt werd aan zijn (ver)wording. De combinatie van wording en verwording voorspelde dat dit een intrigerend boek zou zijn. En dat bleek het ook te zijn. Werkelijk fascinerend hoe Leon de Winter erin is geslaagd om de ontwikkeling van een jonge idealist van binnenuit weer te geven. Toch bouwt hij door de bijzondere opbouw en perspectief genoeg afstand in, waardoor het boek niet depressief overkomt, terwijl de inhoud wel zo genoemd mag worden. De schrijfstijl van Leon de Winter (ik noem het Joods) maakt dat je gemakkelijk doorleest over het soms zware onderwerp. Al zijn de lange zinnen, evenals de psychologie en het thema misschien iets waar je van moet houden. Maar dit zijn juist de aspecten die dit voor mij een goed boek maken. Wel vond ik het lastig (lastiger dan anders) om er een duidelijk boekverslag van te maken. De psychologie van het boek staat in het boek, het is moeilijk samen te vatten. Ik zou tegen iedereen willen zeggen: “je moet het gewoon lezen”. De inhoud is moeilijk te omschrijven. In het Juryrapport voor de Reina Prinsen Geerlingsprijs 1979 wordt het boek beschreven als ‘een boeiende roman, knap van stijl en psychologie, met een even hedendaagse als belangwekkende thematiek.’ Dat is de beste definitie van dit boek. Het effect is dat je zelf steeds meer ziet door de ogen van Dürer. De zinloze dingen waar Dürer zich aan ergert vallen je ineens op. Je bent je er misschien wel bewust van geweest dat deze dingen zinloos waren maar bent je nooit gaan afvragen waarom je je er dan nog steeds mee bezighoud. Maar mijn identificatie met de hoofdpersoon houdt op bij begrip en sympathie. Mijn kijk op het leven ligt dichter bij die van de Duitse arts Herwig Jungmann. Iemand die best ziet wat er mis is met de maatschappij maar zich er bij neerlegt in de wetenschap dat het verzet daartegen ook zinloos is en probeert te genieten van de betere kanten van het leven. Toch is er sympathie en respect voor degene die niet opgeeft en vastbesloten is om de betere wereld te bereiken. En hoewel je niet van een happy end kan spreken heeft hij zijn doel misschien wel bereikt. Dürer heeft beseft dat zijn ideale wereld alleen in zijn hoofd bestaat. Op het moment dat hij, na zich verlost te hebben van de laatste leugen, deze wereld in triomf de rug toekeert en voortaan zal zwijgen als het graf, heeft hij die ideale wereld misschien wel gevonden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De (ver)wording van de jongere Durer door Leon de Winter"