Samenvatting:

Het is niet gemakkelijk een samenvatting van ‘De Val’ te maken: in deze roman lopen vier verhaallijnen, ieder vanuit een aantal personages. Deze vier lijnen snijden elkaar door het noodlot.

1e lijn:
vertelt een werkdag van de gemeentewerklui Baltus en Verstrijen. Hun taak is het om de putten van de stadsverwarming leeg te pompen. Het grondwater dat door de hete buizen stroomt is oververhit. Beide mannen hebben geen zin om te werken. Verstrijen is te druk met zijn problemen thuis en Baltus loopt de kantjes ervan af. Baltus is het ook die verzuimt bij een open put veiligheidshekken te plaatsen, waardoor het ongeluk (de val) gebeurt.
2e lijn: hierin staat de oude joodse vrouw Frieda Borgstein centraal. Zij is de hoofdpersoon van ‘De Val’. Een eigenzinnige dame met een sterke wil. ’s Morgens bij het opstaan heeft zij veel spierpijnen maar daar bijt zij zich doorheen ( blz. 15: “Pijn wil zeggen dat je bestaat.”). Dit geldt ook voor haar leven: op 21 april 1942 worden haar man Jakob en haar kinderen Olga en Leo weggevoerd door de SD. Het gezin stond klaar om naar Zwitserland te vluchten. Dat zou door Hein Kessels gebeuren. Frieda gaat nog even naar boven om een vest voor haar dochter te halen. Zij treuzelt wat en hoort dan beneden stemmen. Ze rent naar beneden, struikelt en valt. Ze is te laat: man en kinderen zijn verdwenen. De val (het toeval) had haar van haar gezin beroofd. Haar verjaardag heeft Frieda nooit meer gevierd. Zij leeft met haar herinneringen. Omdat ze de volgende dag 85 jaar zal worden, besluit Frieda het hele bejaardenhuis, waar zij verblijft, te trakteren. Zij vindt deze leeftijd het vieren waard: het is vooral de herinnering aan haar laatst gevierde verjaardag 40 jaar geleden die haar dit doet besluiten. Al die tijd heeft zij bewust met haar doden geleefd. Nooit wilde ze daarom de stad verlaten waar ze met haar gezin heeft gewoond. Daarom hertrouwt zij ook niet: wijst meneer Marks, medebewoner van het bejaardenhuis, af.
Frieda wandelt graag langs de rivier. Zij neemt dan het portret van Jakob mee in haar tas.
Op de noodlottige dag verlaat Frieda het bejaardenhuis om dingen voor haar verjaardag te regelen. Het is guur weer en koud. Zij valt in de openstaande put. Verstrijen tracht haar nog te redden, loopt zelf brandwonden op. De redding is te laat, Frieda overlijdt.
3e lijn: Ben Abels is de klusjesman in het bejaardenhuis. Frieda schenkt hem wel haar vertrouwen. Als zeventienjarige kwam hij in 1938 bij Jakob Borgstein op kantoor en werd verliefd op dochter Olga. Hij overleefde het kamp, vluchtte de wereld over totdat hij ergens zijn kampbeul tegenkwam en terugkeerde naar Nederland. Hij praat regelmatig met Frieda, echter weinig over de oorlog. Hun relatie loopt via hun doden. Op de noodlottig dag zal het bejaardenhuis bezocht worden door twee Zweden met een Nederlandse begeleider. Abels herkent in hem Hein Kessels.
4e lijn: dit is de lijn van de al eerder genoemde Hein Kessels. Hij zou als jongeman het gezin Borgstein in 1942 naar Zwitserland brengen. Toen hij bij hun deur verscheen stond de SD achter hem. Hein vertelt aan Abels waarom in zijn ogen de vlucht mislukt is, maar hij kan niet alles verklaren. Ook hier speelden pech en toeval een rol.


Ervaringsverslag ‘De Val’, Marga Minco.

‘De Val’ is een korte novelle (92 bladzijden), die heel gemakkelijk leest. Minco gebruikt beeldende taal en als lezer leef je snel mee met de hoofdpersoon Frieda. Het verhaal is opgebouwd uit 4 verhaallijnen (zie samenvatting). Iedere lijn volgt één of meerdere personen.

Verhaallijnen.
Deze 4 lijnen worden in de samenvatting volgens mij duidelijk aangegeven. Deze lijnen kruisen elkaar door toeval. Je zou ook over noodlot kunnen spreken, want de oude vrouw Borghuis overleeft het niet.

Personages.
- Frieda Borghuis: de eigenlijke hoofdpersoon. Een krasse oude dame van bijna 85 jaar. Zij is eigengereid, wordt ‘ijzerenheinig’ genoemd (door Bien Hijmans). Heeft voorkeur voor rekenen. Zij is ook attent, wat autoritair. Leeft eigen leventje, met haar herinneringen. Elke kleine aanleiding is voor haar voldoende om aan een gebeurtenis terug te denken uit de tijd dat haar man en kinderen nog leefden. Zij sleept het verleden achter zich aan. (blz. 43: haar jas sleept over de grond, symbool voor het verleden dat Frieda met zich meesleept).
- Ben Abels: kan ook niet loskomen van zijn oorlogsverleden. Hij zoekt echter geen verklaringen zoals Frieda wel doet. Abels kent Frieda (en haar gezin) al heel lang en ze hebben een band.
De andere personages zijn bijfiguren, die bij het toeval/het noodlot wel hun eigen rol spelen:
- Baltus: gemeentewerker. Onverschillig, kankeraar. Verkletst veel van zijn werktijd. Als hij niet zo’n zwakke blaas had gehad en niet zo’n kletsmajoor was geweest …
- Verstrijen: collega van Baltus. Midden dertig, thuis huwelijksproblemen. Probeert nog Frieda te redden. Als hij niet bij de put was weggegaan …
- Stadspostjongen: als hij meteen naar de monteurs Baltus en Verstrijen was gegaan en als hij niet zo lang was opgehouden op enkele kantoren …
- Rena van Straaten: directrice bejaardenhuis. Houdt van orde.
- Bien Hijmans: hoofd huishouding, tegenpool van Rena. Nonchalant, spontaan en driftig. Als zij gehoor had gegeven aan haar sombere voorgevoel … Als Rena zoals anders Frieda had nagekeken … Als het Zweedse bezoek niet een half uurtje eerder was gekomen …
- Meneer Marks: zeer attent. Als hij geen darmkramp had gehad … Als hij het niet te koud had gevonden om met Frieda mee te gaan …
- Hein Kessels: gezet met dun, grijs haar. Wordt door Abels herkent als de man die de familie Borghuis zou wegbrengen. Ook Hein heeft het gebeurde nooit kunnen vergeten en er nooit eerder over gepraat. Als hij die 21ste april zes minuten later was gekomen …
Het blijkt wel hoeveel mogelijke verklaringen er zijn voor een gebeurtenis. Vanuit ieder personage heb je begrip voor zijn/haar handelen, bij niemand kan de schuld worden gelegd, in 1942 niet en ook in 1982 niet!

Tijd.
‘De Val’ beschrijft een periode van 40 jaar: het tragische moment dat de familieleden van Frieda opgepakt worden (1942) tot het tragische moment dat Frieda in de put valt (1982).

Plaats/ruimte.
Frieda heeft nooit weg willen gaan uit de stad waaruit haar gezin weggevoerd is. Zij had naar
Australië kunnen gaan, maar deed dat niet. Haar herinneringen en ook haar trouw aan haar overleden gezin hielden haar in dezelfde stad.
Het angstige leven in de 2de Wereld Oorlog dat de joodse mensen hadden is moeilijk in te schatten voor mij, leven in een bejaardenhuis natuurlijk ook.

Omstandigheden.
Door het hele verhaal heen speelt het toeval een enorm grote rol. ‘Als dit ..’en ‘als dat ..’ staat zeer centraal. De omstandigheden waardoor de dingen gebeuren is vanuit ieders perspectief te begrijpen, maar alles bij elkaar verandert het toeval wel in noodlot, zowel in 1942 als in 1982.
Het boek gaat dan ook over de macht van het toeval, dat met de mens doet wat het wil. Het is zinloos verklaringen te zoeken voor dit toeval. Frieda heeft dat nooit kunnen accepteren; zij is zichzelf altijd blijven afvragen waarom zij niet werd opgepakt door de SD. Haar voorliefde voor rekenen heeft hiermee te maken: ‘Cijfers waren neutraal, koel, onbeladen; ze boden haar houvast en schermden de beelden voor haar af die ze nog niet aan kon’(blz. 29).

Verklaring titel.
De titel ‘De Val’ slaat op twee dingen:
1. de val waarin de familie Borghuis in 1942 liep (en Frieda van de trap viel). Frieda was de enige overlevende.
2. de val van Frieda in de put, hetgeen haar dood tot gevolg had (1982).
De twee ‘vallen ‘vertonen overeenkomsten:
a) de SD reed in een grijze auto, de twee monteurs ook
b) zowel in 1942 als in 1982 was het grauw weer
c) in 1942 ging Frieda nog snel even Olga’s vest halen, in 982 trok zij op aanraden van de directrice nog snel even een warm vest aan
d) in 1942 kwam Kessels zes minuten te vroeg, in 1982 kwam het Zweedse bezoek (waar Kessels deel van uitmaakte) een half uur eerder dan afgesproken

Stijl.
Het boek bevat naast een duidelijke, objectieve beschrijving van de gebeurtenissen ook veel gedachteweergaven. De meeste daarvan zijn herinneringen in de vorm van flashbacks. Ook komen er dialogen voor. Minco gebruikt zorgvuldig gekozen woorden zonder veel afleiding.
Ik vind de stijl vrij sober.

Het vertelperspectief.
Je volgt het verhaal door meerdere ogen. Dit komt door de 4 lijnen die in het verhaal een rol spelen. Steeds bekijk je als lezer de situatie vanuit andermans standpunt. Ik had wel eens het gevoel dat ik aan het observeren was wat de persoon deed en daar steeds mijn goedkeuring aan moest hechten.

Motto.
Het motto van het boek is afkomstig uit ‘The Dean’s December’ van Saul Bellow.

‘I imagine, sometimes, that if a film could
be made of one’s life, every other frame
would be death. It goes so fast we’re not
aware of it. Destruction and resurrection in
alternate beats of being, but speed makes it
seem continuous. But you see, kid, with
ordinary consciousness you can ‘t even begin
to know what ‘s happening.’

Dit motto heeft te maken met het thema van het boek.

Thema.
Het thema van ‘De Val’ is dat de mens het leven niet kan begrijpen. Het toeval speelt een grote rol. Het is zinloos verklaringen te zoeken.
Ik ben het met deze stelling eens: je kunt van te voren heel zorgvuldig iets uitdenken en plannen, maar als het zover is loopt het toch altijd weer anders.

Mijn mening.
Ik vind ‘De Val’ een fijn, leesbaar boek. Het boek leest vlot zonder dat je het gevoel krijgt ‘eventjes een boekje af te raffelen’. Het boek is aangrijpend en je leeft erg mee met het leven van mevrouw Borghuis. Als je het boek uit hebt blijft het best nog wel in je hoofd hangen en met name het thema (toeval bepaalt grotendeels ons leven) zette mij aan het denken. Ik vind Marga Minco een uitstekend schrijfster.
Grappig is dat ik tijdens het lezen van dit boek moest denken aan een televisieserie ‘Twaalf steden, dertien ongelukken’: ook hier beginnen verschillende mensen ergens aan (in dit geval reizen in het verkeer) om elkaar op een (fatale) plek te ontmoeten.

Secundaire literatuur.
· Lexicon van Literaire Werken
· Prisma uittrekselboek

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.