De Tornado door Bé Nijenhuis

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2532 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 43 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 43 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
1956
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover De Tornado
Shadow
De Tornado door Bé Nijenhuis
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

1. Zakelijke gegevens

Auteur: B. Nijenhuis
Titel: De tornado, De Kok, Kampen, vijfde druk, 311 bladzijden (eerste druk 1956)
Genre: spookverhaal, liefdesroman en satire over dorpscultuur.

2. Eerste reactie

Keuze: ik heb dit boek gelezen omdat ik van veel mensen had gehoord dat dit boek heel mooi moest zijn. Bovendien moest ik nog een boek lezen uit deze periode.
Inhoud: ik vond dit boek bijzonder mooi om te lezen. Het boek is heel spannend en bovendien heel mooi beschreven. Ook zijn de problemen van de hoofdpersonen heel mooi en herkenbaar beschreven.

3. Verdieping

Samenvatting: Vergy Maulveau koopt ergens in een klein dorp een grote boerderij, de pesthoeve genoemd, want het spookt er. Dat komt doordat de vorige bewoners allemaal iets dramatisch hebben meegemaakt. Sommigen van hen zijn omgekomen door de pest en weer anderen opgehangen in het bos. Het is moeilijk personeel voor de boerderij te vinden. Men is bang voor de pesthoeve. Maar Vergy dwingt Saren, een gevaarlijk sujet, bij hem te komen werken door hem knock-out te slaan en hem zijn geweer af te nemen. Dit was niet zo slim van hem, want sindsdien zint Saren op wraak. De verzekering weet dit en weigert de hoeve in de brandverzekering te doen.

De tweede die komt werken is Ezen, een 56-jarige ‘zindelijke, tengere buitenman met God in zijn ogen’. Ezen is een gelovig man met een sterk verlangen naar de nieuwe aarde, waar hij geen last meer zal hebben van zijn zwakke lichaam. Daar zal hij spitten en niet moe worden. Ezen bezit een bepaalde mate van helderziendheid.
Ook de tweede hoofdpersoon, Jakob Kladak, heeft iets meegemaakt wat hem voor de rest van zijn leven heeft beschadigd. Kladak is de dorpsdominee, een verbitterd man die niet van zijn boeren houdt. Ezen doorziet ook hem: ‘Als hij preekt is hij helemaal hulpeloos. Hij moet het geloof met zijn nagels van de Bijbel afkrabben.’
Op een nacht hoort Vergy het spook schreeuwen. Hij gaat er met zijn geweer op af en ontdekt bij de ruïne van het kasteel een krankzinnige soldaat, achter gebleven uit de oorlog. Vergy neemt hem mee, maar het grijpt hem zo aan dat hij zich bedrinkt. In een gesprek met Kladak noemt hij de naam ‘Majade’.
De hoeve gaat nu bloeien. Het spookverhaal is opgelost, zodat men de boerderij niet meer schuwt. De ongure Saren vertrekt en wordt brandwacht op een groot landgoed.
Enige tijd later krijgt Vergy bezoek van een jonge vrouw die zich voorstelt als Ilze Zarmut. Ze is de zuster van de krankzinnige soldaat en ze wil weten waar haar broer geleefd heeft. Vergy schrikt hevig als hij haar ziet. Nadat ze door een voorbijrijdende auto is aangereden, wordt ze gewond de hoeve binnengedragen. ‘’Majade’, fluisterde Vergy, ‘Majade.’’ Ilze word op de hoeve verpleegd omdat ze vanwege haar ernstige verwondingen niet weg mag. Op een dag haalt Vergy een lieve, witte merrie naar de hoeve. Kosja heet ze. Ezen voelt aan dat het een gevaarlijk dier is, hoewel het de zachtheid zelve is. Vergy is woedend als Ilze – die inmiddels aan het opknappen is – een ritje op Kosja maakt. Hij wordt daardoor opnieuw wreed herinnerd aan Majade.
De zaak wordt nog ingewikkelder als Ilze verliefd raakt op Vergy. Maar ook dominee Kladak blijkt verliefd op haar te zijn. Die liefde is voor Kladak een teken van hoop dat hij het ‘na de ramp’ niet bij God verbruid heeft. Als hij echter merkt dat Ilzes liefde op een ander gericht is, verliest hij zijn hoop weer. De ramp die hij meemaakte – hij zag vanaf een kansel de vleugel van een gevulde kerk instorten – stempelt opnieuw zijn leven negatief. In abstracte schilderijen getuigt hij van ‘een boodschap van verdriet en verderf’. ‘Van dit doek naar de preekstoel – dat lijkt me een lange weg,’ zegt Ilze.

Intussen wordt Ilze geplaagd door nieuwsgierigheid en liefde. Ze wil weten welk geheim Vergy verbergt. Op een nacht dringt ze zijn kamer binnen en vindt in een koffer vele herinneringen aan Majade, waaronder een foto van Majade op Kosja. Majade blijkt heel veel op Ilze zelf te lijken. Daar schrikt ze erg van. Als ze weer op weg is naar haar eigen kamer, tuimelt Vergy bebloed binnen. Hij heeft Saren gedood, die terug is gekomen om de boerderij in brand te steken.
Een tijdje later vertelt Ezen aan Ilze dat hij zeer binnenkort gaat sterven. Een dag later komt hij onder een gekantelde tractor. Zijn dood brengt veel verdriet met zich mee voor de bewoners van de boerderij. Zijn laatste gefluisterde woorden tegen Ilze zijn: ‘Dood de witte merrie.’ Ilze is vastberaden deze belofte te houden; ze gaat naar de stad, koopt een pistool en schiet Kosja neer. Daarna wil ze de boerderij verlaten. Maar op het laatste moment keert ze terug, want Vergy is gearresteerd op beschuldiging van moord op Saren.
Tijdens de rechtszaak wordt Vergy’s verleden uit de doeken gedaan. Vlak voordat de tornado, zeven jaar geleden, toesloeg, haalde hij de witte merrie van Majade uit zijn hoeve. Daarna ging hij terug om samen met Majade onder de instortende muren te sterven. De reden van dit besluit: röntgenfoto’s hadden uitgewezen dat Majade ongeneeslijk ziek was. In het instortende gebouw kwam alleen zij om het leven, hij stierf niet. Veroordeeld tot bestaan leefde hij verder. Toen hoorde hij van de specialist dat er röntgenfoto’s verwisseld waren; Majades ziekte was niet ongeneeslijk geweest. Vanaf die tijd voelde hij zich haar moordenaar.
Tijdens de rechtszaak komt Vergy tot de overtuiging dat God hem wil straffen. Hoewel hij Saren niet met opzet gedood heeft, verdedigt hij zich niet. Hij wil opgehangen worden, om te boeten voor Majades dood. Maar Ilze voorkomt dit. Zij weet door haar getuigenis voor de rechtbank vrijspraak voor Vergy te krijgen. Maar haar getuigenis houdt wel in dat ze moet vertellen dat ze uit nieuwsgierigheid naar Vergy’s verleden tussen zijn spullen heeft gesnuffeld en dat ze van hem houdt. Tegenover Kladak bekent Vergy dat hij van Ilze is gaan houden, maar hij wil het niet. Hij wacht op het oordeel. Hij wil God niet nog eens de kans geven een geliefde te vernietigen.
Kort daarna komt de tweede tornado. Vergy ziet daarin Gods vernietigende toorn. Zo ondergaat ook Jakob Kladak het natuurgeweld: hij vlucht de hoeve binnen om God te ontmoeten in de vernietiging, zoals eerder bij het instorten van de kerkvleugel. Hij is moe van alle ellende op de wereld en vervloekt als Job zijn geboortedag. Maar dan wordt hij bang, hij bidt om vergeving, smeekt om de bekering van Vergy en om het bezit van Ilze.
Terwijl de tornado langs de hoeve trekt zonder haar te vernietigen, barst Ilze tergen Vergy uit en verwijt hem dat hij zeven jaar lang een dode heeft vertroeteld en dat de pest niet in de hoeve zit maar in hem zelf. ‘En toen God je een andere vrouw stuurde, haalde jij Kosja. En op Kosja dacht je mij te vergeten.’ Het is de inleiding op hun wederzijdse liefdesverklaring.
Daarop gaat Kladak weg uit het dorp. Hij kreeg Ilze niet, nu ontvlucht hij voor de tweede keer als een Elia zijn werk. Ongelovig zit hij in de trein te overwegen dat het behoud van de hoeve toeval is geweest. Toch keert hij, door een wonderlijke symbolische gebeurtenis, het zien van een raaf, terug naar zijn dorp.

Onderzoek naar de verhaaltechniek:
De schrijfstijl: Het boek is niet ingewikkeld geschreven. De schrijver maakt gebruik van lange zinnen. Hij maakt vaak gebruik van stijlfiguren. Door de schrijfstijl wordt het boek nog interessanter om te lezen.

De ruimte: Waar het boek zich afspeelt wordt niet duidelijk in het boek. Het is in een land waar juryrechtspraak is, de doodstraf is ingevoerd, tornado’s voorkomen en waar gevochten is in de Tweede Wereldoorlog. Ook zijn de namen van de hoofdpersonen afkomstig uit allerlei landen (Frankrijk, Duitsland, Oost-Europa). De schrijver heeft de plaats waar het verhaal zich afspeelt bewust vaag gehouden om duidelijk te maken dat de problemen die in het boek spelen overal op de wereld voorkomen. De tijd waarin het boek zich afspeelt is ook niet helemaal duidelijk, het is in ieder geval na de Tweede Wereldoorlog en er zijn nog kruideniers. De tijd van het begin van het boek tot het einde is ongeveer één jaar.

De verhaalfiguren:
Vergy Maulveau: eigenaar van de ‘pesthoeve’, een sterke, onbuigzame man die veel heeft meegemaakt in zijn leven en daar nog steeds erg verbitterd over is. Hij is een goede man, zo laat hij Ezen op zijn boerderij werken, ook al kan hij niet veel meer. Vergy is in een strijd met God verwikkelt over zijn verleden.
Jakob Kladak: de dorpsdominee. Ook hij heeft veel meegemaakt; toen hij aan het preken was over Gods liefde stortte een galerij van de kerk in en vonden zeventien mensen de dood. Hij is hier erg verbitterd over en laat dat duidelijk merken aan iedereen.
Ilze Zarmut: de zus van ‘het spook.’ Ze komt op de boerderij om te kijken waar haar broer heeft geleefd. Na haar vertrek wordt ze aangereden door een auto. Ze is daardoor verplicht om op de boerderij te blijven. Na een tijdje wordt ze verliefd op Vergy en probeert ze alles over zijn verleden te weten te komen. In het boek komt ze over als een vrouw die weet wat ze wil en behoorlijk goed gebekt is.
Ezen: knecht op de boerderij. Hij is gelovig en heeft helderziende gaven. Hij is weduwnaar en kan niet zo hard meer werken als vroeger, waar hij het heel moeilijk mee heeft.
Juffrouw Radek: hoofd van de huishouding van de boerderij. Eerst was ze de huishoudster van de dominee, maar ze speelde heel erg de baas over hem. De dominee smeekte Vergy om haar in dienst te nemen en sindsdien werkt ze op de boerderij. Het is een sterke vrouw die niet voor de poes is. Ze wordt verliefd op Ezen, maar hij sterft.

De situaties: in het boek doen zich verschillende situaties voor. Zo worden er veel dialogen beschreven tussen de hoofdpersonen. Ook worden er beschrijvingen gegeven van bijvoorbeeld de rechtszaak. In het laatste stukje wordt de tweede tornado heel uitgebreid beschreven, met flashbacks naar de eerste tornado. Dat is een hele spannende scène.

De vertelwijze: de schrijver beschrijft het boek vanuit het perspectief van een auctoriale verteller.

Onderzoek naar de thematiek: in het boek spelen eigenlijk meerdere thema’s een rol. Als eerste is er het thema van de problemen met het verleden en de angst en eenzaamheid die hiermee gepaard gaan. Alledrie de hoofdpersonen hebben iets meegemaakt in het verleden waar ze nog steeds last van hebben. Vergy en Jakob willen tijdens de tornado door die problemen het liefst sterven. Een tweede thema is verzoening. Verzoening met zichzelf en verzoening met God. Dit zie je tijdens de tweede tornado. Bij de eerste tornado ging Vergy naar binnen om samen met Majade te sterven. Bij de tweede tornado houdt hij Ilze tegen, die naar de hoeve wil en ontloopt hij zelf ook het gevaar. Ook Kladak zoekt tijdens de tweede tornado een God die hem doden wil. Maar ook hij ontkomt uiteindelijk het gevaar. Beiden ontdekken dat God geen vernietiger wil zijn, maar een hersteller. Het laatste thema is herhaling. Er zijn twee tornado’s die de hoeve van Vergy bedreigen. Allebei de keren staat het leven van een vrouw van wie hij houdt op het spel. Ook het paard Kosja dat hij tijdens de eerste tornado redde komt weer terug, maar dat paard wordt door Ilze doodgeschoten op aandringen van de helderziende Ezen.

Plaats in de literatuurgeschiedenis: dit boek is verschenen in 1956. Dat was dus net na de Tweede Wereldoorlog. Veel boeken uit die tijd gaan ook over de oorlog. Daarop is dit boek dus geen uitzondering. Daarom past het ook wel in deze periode. Wat een beetje anders is dan veel andere boeken uit deze periode is het thema van verzoening. In veel andere boeken van moderne schrijvers is de uitzichtloosheid van het bestaan een thema. Dat komt in dit boek een beetje naar voren. De schrijver vertelt wel wat de tijdgeest inhoudt. In de pauze van de rechtszaak komt Ilze in een café terecht. Vier mensen praten daar over allerlei onzin. Ilze zegt daarover tegen Kladak: ‘Daar zitten er vier in de hel’. Dat lijkt een citaat te zijn van de beroemde filosoof Sartre, die de leer van het existentialisme vorm gaf. Maar Nijenhuis geeft een eigen draai aan deze uitzichtloosheid. Hij laat de hoofdpersonen uit zijn boek hun heil bij God zoeken. Daardoor komen ze in het reine met zichzelf.

De schrijver van ‘De tornado’ is B. Nijenhuis. Hij studeerde de laatste tien jaren in de bibliotheek te Arnhem om daarmee zijn gebrek aan scholing te vergoeden. Hij was vrijgezel. Hij voelde zich een fundamenteel eenzame, die niet aarde in de maatschappij. Nijenhuis verraadt zich op de een of andere wijze in hetgeen hij schrijft; hij geeft zich bloot in een of meer van de figuren in zijn boeken. Hij is niet van christelijke huize, maar in zijn boeken heeft hij wel een christelijke overtuiging. Hij vocht met de vraag of God wel bestond. Dit komt in zijn boeken naar voren. Waarheid en werkelijkheid moeten verteld worden. Dit kom je ook in deze roman tegen in de persoon van Kladak. Ook Vergy vocht daar op de een of andere manier mee. Hij heeft veel romans geschreven al stierf hij al op 57-jarige leeftijd en kwam hij pas laat tot schrijven.

4. Beoordeling

Ik vond dit boek heel erg mooi om te lezen. Het was een erg spannend boek. Je blijft lezen. Eerst wil je weten wie of wat het spook is en als je dat eenmaal weet zit je al ver genoeg in het verhaal om te weten dat Vergy een groot probleem heeft meegemaakt in zijn verleden. Je wilt ook graag weten wat dat is. Ik vind dat bijzonder knap gedaan van de schrijver. Tot op de laatste bladzijde blijft het spannend. Ook de schrijfstijl van de schrijver is bijzonder humoristisch. Hij weet hele mooie zinnen te maken. Bovendien beschrijft hij de karakters van de hoofdpersonen erg goed. Ook de thema’s vind ik heel goed gekozen. Ondanks de eenzaamheid van het leven, wat hij ook beschrijft, laat hij toch zien dat er een weg is naar God.
Nijenhuis maakt ook veel gebruik van symboliek. Vooral aan het eind, als Jakob Kladak vergeleken wordt met de profeet Elia. Hij wil vluchten uit het dorp waar hij dominee is, net als Elia wilde vluchtten voor zijn taak als profeet. Maar dan ziet hij een raaf en springt van de trein. Daarna gaat hij terug naar het dorp. Ik vind het heel knap als je zo een boek kan schrijven.
Misschien moet je het boek een paar keer lezen, wil je al deze symbolen begrijpen. Er zit veel meer in dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ook vind ik het herhalingsmotief heel knap in het boek verwerkt. Tijdens de beschrijving van de tweede tornado beschrijft hij tussendoor ook stukjes van de eerste tornado. Eerst snap je dat niet helemaal, maar later dringt het helemaal door.
Al met al vind ik dit een bijzonder mooi boek en zou ik anderen zeker aanraden het te lezen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De Tornado door Bé Nijenhuis"