De oesters van Nam Kee door Kees van Beijnum

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 8185 woorden
  • 16 augustus 2006
  • 48 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 48 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2000
Pagina's
485
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als
Prijzen
F.Bordewijkprijs (2001 Winnaar)

Boekcover De oesters van Nam Kee
Shadow

De oesters van Nam Kee is een even geestige als ontroerende roman over hunkering. Hunkering naar waarheid en liefde. Het met grote vaart en scherpte geschreven verhaal over een achttienjarige gymnasiast en zijn obsessieve liefde voor een danseres werd bekroond met de Bordewijk-prijs. De verfilming van het boek gaat najaar 2002 in première.

De oesters van Nam Kee is een even geestige als ontroerende roman over hunkering. Hunkering naar waarheid en liefde. Het met grote vaart en scherpte geschreven verhaal over een ach…

De oesters van Nam Kee is een even geestige als ontroerende roman over hunkering. Hunkering naar waarheid en liefde. Het met grote vaart en scherpte geschreven verhaal over een achttienjarige gymnasiast en zijn obsessieve liefde voor een danseres werd bekroond met de Bordewijk-prijs. De verfilming van het boek gaat najaar 2002 in première.

De oesters van Nam Kee door Kees van Beijnum
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Inhoudsopgave:

Primaire bibliografie
Secundaire bibliografie
Verwachting vooraf
Eerste reactie achteraf
Samenvatting
Tijd en ruimte
Wijze van vertellen
Spanning
Thema en motieven
Personages
Titelverklaring
Eindoordeel
Verwerkingsopdracht 1
Verwerkingsopdracht 2

Primaire bibliografie:
Auteur: Kees van beijnum
Titel: De oesters van Nam Kee
Uitgever: Hijgh & van Ditmar
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2002, 10e druk
Eerste uitgave: 2000

Aantal blz: 320
Leesuren: 10 Datum: 03-01-2006

Secundaire bibliografie:
http://www.scholieren.com/boekverslagen/12507
http://www.deoestersvannamkee.nl
http://www.schrijversnet.nl/dagvanL/beijnum.htm http://www.debezigebij.nl/boekboek/show?id=33896&dbid=7885&framenoid=33668&typeofpage=30185
De Volkskrant van 14-01-2000 Recensent was Aleid Truijens
Haarlems Dagblad van 13-01-2000 Recensent Hans Warren

Verwachting vooraf
Voordat ik het boek ging lezen verwachtte ik eigenlijk wel dat ik het leuk zou vinden. Aangezien er pas geleden ook een film van was gemaakt wat redelijk een succes was en het boek nog niet zo oud was dacht ik dat het mij ook wel zou aanspreken. Ik wist er eigenlijk nog vrij weinig van want ik had de film zelf niet gezien maar uit reacties van andere kon ik opmaken dat het me wel leuk leek. Daarom ben ik het in eerste instantie ook gaan lezen.

Eerste reactie achteraf

1 niet 2 een beetje 3 erg

Spannend X
Meeslepend X
Ontroerend X
Grappig X
Realistisch X
Fantasierijk X
Interessant
Origineel X
Goed te begrijpen X

Ik vond dit een goed boek. Het boek is makkelijk om te lezen, en daarom ook makkelijk om door te komen. Ik vond het moeilijk om te stoppen met lezen zo boeiend vond ik het. Vooral de vele verschillende verhaallijnen maken het boeiend, want soms stopt een verhaallijn ineens en dat gaat dan een paar hoofdstukken verder pas weer verder. Doordat het boek is geschreven in het ik-perspectief leef je ook heel erg met de hoofdpersoon mee.

Samenvatting
Als het verhaal begint is Berry naar het oude vakantiehuisje van zijn ouders in Bretteville-sur-Laize in Frankrijk gevlucht. Hij wordt hier opgepakt door de franse gendarmerie. Hierna vertelt Berry vanuit de gevangenis zijn verhaal, vaak door middel van gesprekken met een psychiater. Hij vertelt over het feit dat hij tegen zijn moeder heeft gelogen en dat hij zijn Gymnasium diploma heeft gehaald terwijl hij al lang van school is afgegaan. Hij hangt elke dag maar wat rond met zijn vrienden Otman, Jamal en de laatste mode, vaak bij de snackbar van Fast Eddie. Berry liegt ook tegen hen, want hij vertelt hen dat zijn vader is opgepakt bij een grote drugs deal in Lyon, terwijl hij eigenlijk gewoon overleden is.
Vervolgens vertelt hij over zijn eerste ontmoeting met Thera, die hij ontmoet doordat hij haar twee lichtgevende hoorntjes verkoopt op een straathoek in Amsterdam. Thera geeft hem de bijnaam Diablo. De tweede keer dat hij haar ontmoet is in een cafe waar hij zich voordoet als een filmproducent genaamd Raymond. Hij doet dit omdat Thera een Raymond verwacht. Zij komt erachter dat hij Raymond niet is en raakt hierdoor geirriteerd, maar toch gaan ze samen winkelen en haar stemming wordt langzamerhand weer beter. Uiteindelijk eten ze oesters bij Nam Kee, dit is de eerste keer dat Berry oesters eet, hij vindt ze niet lekker en zal ze ook nooit lekker gaan vinden.
Hierna vertelt Berry meer over zijn echte ik. Zijn vader heet Peter en was cameraman bij de NOB, zijn moeder werkt bij de reclassering en hij heeft ook een broer Rein met wie hij altijd ruzie heeft over het gedrag van zijn vader. Hij vertelt over het eerste wat hij had gestolen; een pakje batterijen, en de eerste keer dat hij opgepakt werd; toen hij loden platen van een kerk aan het afhalen samen met Otman. De eerste keer dat hij out ging was tijdens een rave in Hoofddorp, omdat hij de verkeerde pillen had gekregen. Ook heeft hij het over Tilly, een meisje dat hij van de tennisclub kent, zij was verliefd op hem, maar Berry kon dat niet geloven, hij belde haar nooit terug net zo lang totdat zij niet meer belde en zo bewees hij zijn gelijk.
Hierna vertelt Berry meer over Thera en haar werk als stripper in een achteraf gelegen barretje in Amsterdam. Hij is een keer naar binnen geweest toen hij haar kwam ophalen, maar hij vond het zo’n aanstellerij dat hij voortaan buiten wachtte. Thera woont op een oud zolderkamertje in Amsterdam, haar moeder in Haarlem en haar vader met zijn nieuwe vrouw in Malta. Ze heeft ook een zus die met haar man een zoontje in Heemstede wonen. Berry vindt de hele familie nogal voorspelbaar.
Thera wil graag naar het buitenland alleen daar is geld voor nodig. Samen bedenken ze dan een plan om aan geld te komen. Ze adverteren in de krant voor de verhuur van een gemeubileerd appartement met tuin in Amsterdam. Dit is de woning van de dame van wie Thera haar zolderkamer huurt. Dit is mogelijk omdat de oude vrouw in een verzorgingstehuis zit. Ze laten 15 sleutels van het appartement maken, en zo verhuren ze meerdere keren hetzelfde appartement voor een prijs die niet te hoog maar ook niet absurd laag ligt. Ze vertrekken de dag daarna met 21.000 gulden op zak naar het Hilton Hotel waar ze een van de duurste bruidssuite huren. Ze geven veel geld uit aan kleren en eten en maken plannen voor een vakantiereis. Ze zullen nog een nachtje in het Hilton blijven, daarna 3 dagen Parijs waarna ze 4 weken naar Bali zullen gaan en uiteindelijk zullen ze in Arizona eindigen. Maar alles loopt anders als gepland wanneer Thera weer last krijgt van epilepsie aanvallen, waar ze vroeger veel last van heeft gehad. Het verblijf in het Hilton eindigt dan ook in het ziekenhuis, waar Thera na een ernstige aanval zes dagen moet blijven. Berry komt haar tweemaal per dag opzoeken.
Thera trekt na deze tijd in het ziekenhuis weer in bij haar moeder. Berry probeert op alle mogelijke manieren in contact met Thera te komen, wat steeds verhindert wordt door Thera’s moeder. Uiteindelijk vertelt Thera ze niets meer met hem wil. Dan komt hij erachter dat Thera weer wat heeft met haar ex Ben, die een keer foto’s voor de Penthouse van haar heeft gemaakt. Ook hier probeert Berry weer contact met haar te zoeken, maar dit wordt verhinderd door Ben. Berry krijgt op een gegeven moment een geweer van zijn vriend Otman te leen, maar hij is niet van plan het te gebruiken. Tijdens een opstootje met Ben valt het geweer uit zijn broek. Ben en Thera schrikken hiervan en Thera vertelt hem nog eens dat het over is. Berry’s vrienden vragen hem dan of hij meegaat naar de opening van een nieuw buurthuis. Ze hangen hier wat rond totdat de burgemeester op het punt staat in zijn auto te stappen om te vertrekken. Berry pakt op eens een steen en gooit tegen de burgemeester. De burgemeester wordt op zijn hoofd getroffen en raakt in coma. Berry vlucht en neemt de trein naar Frankrijk, waar hij bij het vakantiehuisje van zijn ouders opgepakt wordt, en aan Nederland uitgeleverd wordt, waar hij in de gevangenis op zijn proces wacht.

Tijd en ruimte
Het verhaal dat verteld wordt (de vertelde tijd) duurt een paar maanden. Het verhaal begint als Berry Thera ontmoet doordat hij haar twee lichtgevende hoorntjes verkoopt en het verhaal eindigt als Berry uiteindelijk in de gevangenis op zijn proces moet wachten.
Het verhaal is helemaal niet-chronologisch verteld. Dit kom je na een paar minuten lezen al te weten, want het einde van het verhaal wordt helemaal op het begin van het boek verteld. Berry verblijft in het eerste hoofdstuk in het oude vakantiehuisje van zijn ouders in Frankrijk waar hij later gearresteerd wordt. De rest van het verhaal is ook niet chronologisch verteld, want de verhaallijn loopt sterk door elkaar. Zijn relatie met Thera, de band met zijn vader, de vakanties in Frankrijk, het leven met zijn vrienden, en zijn leven in de gevangenis worden per hoofdstuk door elkaar verteld. Het is telkens weer even wennen, in welk verhaal je nu zit.
Er zitten dus ook veel flashbacks en flashforwards in. De belangrijkste flashforward vind je al aan het begin, omdat dit het einde van het verhaal is. De vele flashbacks gaan over de vakanties in Frankrijk, de gebeurtenissen met zijn vader, het liegen tegen zijn moeder en zijn vrienden, hoe hij met zijn vrienden omging en vooral over zijn tijd samen met Thera.
De plaatsen waar het verhaal zich afspeelt zijn Amsterdam en Bretteville-sur-Laize. In Amsterdam-West wonen Berry, Thera en Berry’s vrienden. Hier spelen dan ook de meeste verhalen af. Amsterdam zelf is niet echt belangrijk, maar omdat Amsterdam zo’n grote stad is, is daar ook veel criminaliteit. Dit is wel belangrijk voor het verhaal, omdat Berry in het criminele wereldje van Amsterdam leeft.
In Bretteville-sur-Laize te Frankrijk hadden de ouders van Berry een vakantiehuisje en daar gingen ze altijd op vakantie. Berry heeft er goede herinneringen aan. Hij deed er veel dingen samen met zijn overleden vader. Bretteville-sur-Laize zelf is ook niet echt heel belangrijk voor het verhaal. Het had net zo goed een andere plaats kunnen zijn, waar ze op vakantie waren geweest.

Wijze van vertellen
De schrijfstijl van het boek is niet zo moeilijk, er worden weinig moeilijke woorden gebruikt en de zinsopbouw is ook gemakkelijk. Er wordt vooral populaire taal gebruikt, soms is het taalgebruik ook wel grof maar dit laat wel goed zien hoe het er aan toe gaat. “’Kut,’ schreeuwde ik. ‘Lul, kleretyfuskankerlul.’” (blz 47) Het taalgebruik maakt het boek realistisch.
De opbouw van het boek is af en toe wel een beetje verwarrend door de vele flashbacks. Er lopen veel verschillende verhaallijnen door elkaar heen en soms houdt een verhaallijn ineens op en gaat een paar hoofdstukken later pas weer verder. Naar mate je verder in het boek bent zijn de flashbacks niet meer zo verwarrend want dan merk je al na een paar regels in welke verhaallijn je zit.

Spanning
In dit boek zit heel veel spanning. Het begint al op het begin, als Berry gearresteerd wordt. Je wilt meteen al weten waarom, en wat hij gedaan heeft. Dit zal ook wel de bedoeling van de schrijver zijn geweest en is heel erg goed gelukt. Door het boek heen kom je steeds meer kleine stukjes te weten over het einde van het verhaal. Uiteindelijk is er dan een soort van climax als het dan ook echt gebeurt. Je hebt er als het ware naar toe gelezen en dan kom je ook uiteindelijk te weten hoe en waarom Berry een steen tegen de burgemeester gooit.
Door het ik-perspectief zit de spanning er nog meer in, omdat je zo in de huid van Berry kruipt en leest wat hij denkt over zijn misdaad.

Thema en motieven
Het thema van het boek is: Je moet je niet te veel vastklampen aan dingen die vroeger gebeurd zijn of aan iemand waar je veel van houdt, dat kan alleen maar fout gaan.

Leugens en bedrog zijn een belangrijk motief. Berry liegt tegen iedereen, tegen zijn moeder, tegen zijn vrienden. Zijn hele leven is uiteindelijk een grote leugen, hij moet altijd een rol spelen. Het liefst zou hij tegen iedereen de waarheid vertellen, vooral tegen zijn moeder, maar het juiste moment is er nooit.
“Wat ik aan liegen haat, los van het feit dat je zo verdomd goed moet onthouden wat je verteld hebt, is dat de eerste leugen altijd een hele keten van nieuwe leugens oproept. Voor je er erg in hebt ben je zo ver dat je je kapotschrikt als je jezelf betrapt op het vertellen van de waarheid. Mijn moeder is gewend om met leugenaars om te gaan. Dat is een belangrijk onderdeel van haar professionele bestaan, beweert ze zelf. Luisteren naar leugens. Ze is, zou je kunnen zeggen, een expert in de omgang met leugenaars. Maar niet in de omgang met leugenaars die haar zoon zijn. Dat is een belangrijk verschil. Ik weet dat ik haar kapot heb gemaakt, niet alleen door wat er gebeurd is maar ook, misschien wel vooral, door de leugens.”
(blz 40)
“We woonden ongeveer even ver van het park, Otman en ik, alleen wist hij dat niet. Hij dacht dat ik aan de andere kant van de markt woonde, achter hotel Slotania, deep in the heart of Schotelcity. Niemand wist dat ik in het straatje met de villa’s woonde. Nu wel natuurlijk. Nu weet iedereen het.” (blz 43)
“En er was nog meer. Veel meer. Ik stal haar pillen, ik stal haar geld (uitsluitend in supernoodgevallen, dat wel), ik loog voortdurend tegen haar, ik zou haar hart breken op de onafwendbare dag dat uitkwam dat ik geen eindexamen had gedaan, dat mijn inschrijving aan de universiteit een grote leugen was, ik deed helemaal niets terug voor haar, ik deed niets wat haar gelukkig maakte.” (blz 161)

Een ander belangrijk motief is zijn wolkenverzameling. Berry gaat er vaak met zijn camera op uit om foto van wolken te maken. Hij fotografeert niets anders dan wolken. Berry hunkert naar zuiverheid en maakt daarom alleen foto’s van wolken.
“Het was een dag met mooie wolken. Dat weet ik nog, want ik was er die ochtend opuitgetrokken. Ik had een stuk of twintig foto’s van wolken gemaakt.” (blz 29)
“Ik had die dag iets nieuws uitgeprobeerd. Voor het eerst had ik meer dan alleen maar lucht gefotografeerd. Lucht was mijn specialiteit. Lucht was het enige dat ik fotografeerde. Lucht. Wolken. Tot die dag. Ik had op mijn rug in de wat nauwere staten en stegen van het centrum gelegen en wolken gefotografeerd maar met aan de randen van het kader - en dat was het nieuwe, het experimentele – lijntjes daklijst en gevel. Ik was nieuwsgierig naar het effect daarvan, na anderhalf jaar van wolken en niets dan wolken.”
(blz 30)
“Toen we buiten kwamen, wilde ze dat ik een foto van haar maakte. ‘Dat gaat niet.’ ‘Is het te donker?’ ‘Dat is het niet. Ik fotografeer geen mensen.’ ‘Waarom heb je dan zo’n ding bij je?’ ‘Niet om mensen te fotograferen.’ ‘Zak.’ Ze was beledigd. Echt beledigd. Ik wees omhoog naar de hemel. ‘Dat fotografeer ik.’ ‘De lucht?’ Ik knikte. In het lawaai van de vroege avond, onder de schemerige hemel, wij tweeen in het midden van de straat, mijn opgestoken hand. ‘Jezus, man jij bent me wel wat schuldig na die rotstreek van vanmiddag. Maak godverdomme een foto van me.’ Ik aarzelde, nam mijn camera in beide handen, richtte de lens op de hemel, draaide de scherptering naar oneindig en drukte af.” (blz 31/32)

De dood van Berry’s vader is ook een belangrijk motief. Berry heeft de dood van zijn vader niet goed verwerkt, zijn vader was een soort held voor hem. Berry zapt vaak kinderprogramma’s af in de hoop dat hij zijn vaders stem kan opvangen. Ook denkt hij vaak terug aan de leuke dingen die hij met zijn vader beleefd heeft. Zijn broer vindt dat hij zijn vader idealiseert, hij was eigenlijk een bedrieger die verslaafd was aan alcohol en zijn moeder belazerde.
“Rein vindt dat ik ‘vroeger’ idealiseer. Hij beweert dat mijn vader en moeder die laatste zomer nooit hand in hand op het pad van ons huisje in Bretteville hebben kunnen staan.” (blz 38)
“…, even langs alle kindernetten zappen om te zien of ik toevallig mijn vaders stem zou tegenkomen…” (blz 41)
“’Pa was weer in een van zijn buien.’ ‘Hij is met ons naar het eilandje gezwommen, we deden een wedstrijdje wie er het eerste was.’ ‘Dat lijkt me stug, hij deed de hele dag geen bek open. Alleen maar zuipen.’ Ik griste het album uit zijn handen en sloeg het dicht. ‘Je bent een klootzak, Rein. Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar je bent gewoon een gefrustreerde klootzak. Pa en ik hadden er die ochtend bij gestaan toen New Shatterhand werd opgehaald door de wagen van het destructiebedrijf. De kraaien hadden zijn ogen uitgepikt, het was… Wij hebben alles gezien. Wij en niet jij. Daarom was pa stil, begrijp je? Nee, natuurlijk niet. Dat soort dingen bestaat voor jou niet.’ ‘Je bent zo stom jij, jij ziet nog steeds elanden die er niet zijn, Berry. Iedereen weet dat er geen elanden in Amsterdam voorkomen, iedereen behalve jij. Nog steeds niet.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Dat is jouw probleem. Daarom zit je hier, daarom maak je er een klotezooitje van. Jij ziet altijd wat er niet is. Wordt het niet eens tijd dat je gaat zien wat er wel is? Hoe het echt is. Pa was een alcoholist.’ ‘Rot op.’ ‘Hij was een chagrijn.’ ‘Rot op.’ ‘Hij was een bedrieger.’ ‘Ik waarschuw je, Rein. Ik waarschuw je.’” (blz 215/216)

Nog een belangrijk motief is haat. Berry verdenkt zijn broer ervan dat hij zijn vader haat. Berry haat zijn eigen liegen. Thera’s moeder haat Berry, ze ziet in hem de aanstichter van al het kwaad dat haar dochter is overkomen. Jamal haat al die gasten van zijn elftal, Thera vraagt Berry om haar te haten.
“Soms verdenk ik hem ervan dat hij onze vader haat.” (blz 38)
“’Thera,’ zei ik. ‘Haat me,’ zei ze. Ik rook haar adem, haar kleren, haar parfum, ik rook haar. We stonden bij de vijver, onze gezichten dicht bij elkaar. ‘Haat me.’ Haar ogen rood doorlopen. Haar gezicht, omkranst door de bladeren van de bomen, wit, verontrustend wit. Een fontein van springerig haar op haar hoofd. Ze droeg geen make-up en leek niet ouder dan zeventien. Ik bracht mijn hand naar haar gezicht en streelde haar wang. Hij was koud en glad. Ze keek me aan. Ik nam een plukje haar tussen mijn vingers en zocht naar het andere gezicht, het gezicht dat ik wilde kennen. ‘Haat me.’ Ik schudde mijn hoofd, langzaam. Ze hief haar hand en sloeg me hard in mijn gezicht. ‘Haat me!’” (blz 262)

Een ander motief is de horoscoop die Berry en Thera altijd lezen.
“Op de roltrap las ze me uit de Beau Monde mijn horoscoop voor.” (blz 31)

Nog een motief zijn de oesters die Thera zo lekker vindt. Thera neemt Berry mee naar Nam Kee om oesters te eten. Hij vindt ze niet lekker en zal ze ook nooit lekker gaan vinden, toch eet hij ze vaak. De oesters staan voor het karakter van Berry: zacht van binnen, hard van buiten.
(bron: uittrekselbank) De oesters lijken een symbool te zijn voor het geluk dat ze allebei zoeken. Ze vinden het beiden echter niet: er zijn maar weinig oesters die een parel bevatten!

De hoofdpersoon van het boek is de achttienjarige Berry Kooijman. Berry is asociaal, een leugenaar en een bedrieger, maar ook een gevoelige romantische jongen. Berry heeft een slap karakter, hij bedriegt iedereen, tegen zijn moeder zegt hij dat hij geslaagd is voor zijn examen terwijl hij allang niet meer naar school gaat, tegen zijn vrienden zegt hij dat hij in de criminele buurt van Amsterdam woont terwijl hij in het enige villastraatje van Amsterdam woont, ook vertelt hij zijn vrienden dat zijn vader is opgepakt voor een grote cokedeal maar zijn vader is overleden. Berry hunkert naar zuiverheid, zo fotografeert hij de lucht, wolken die elk moment van vorm kunnen veranderen. Berry zou net zo willen zijn. Hij wil niet leven me leugens, bedrog en haat, maar door de omgang met zijn criminele vrienden kiest hij er toch voor. Berry speelt voortdurend rollen, alleen voor zijn grote liefde, Thera, wil hij zich tonen zoals hij is.

Personen
Thera Bouman is de vriendin van Berry. Thera werkt in een stripclub en heeft wel eens geposeerd voor bladen als de Panorama. Thera woont op een zolderverdieping van een oude vrouw die in een verzorgingshuis zit. Thera en Berry hebben een heftige relatie, ze zien elkaar zo ongeveer 7 dagen per week 24 uur per dag. Thera vindt net als Berry dat ze steeds een rol moet spelen, maar in tegenstelling tot Berry speelt zij ook een rol als ze bij hem is. “Iedereen speelt zichzelf, is het niet raar, Diablo? (…) Iedereen. We spelen. We kunnen er niets aan doen, het komt ook door de anderen. Mijn moeder houdt van het meisje dat ze in me wil zien. En dan ben ik dat meisje.” (blz 149) Als Berry haar ervan probeert te overtuigen dat hij bij haar wel zichzelf is zegt ze: “Dat doe je wel. Op een dag zal je het begrijpen.” (blz 149) Thera lijdt ook aan epilepsie, maar ze wil perse niet naar het ziekenhuis. Ze is al een keer binnenstebuiten gekeerd en wil dit niet nog een keer meemaken. Als Berry na een hevige aanval toch de ambulance belt gaat het fout. Ze doet afstandelijker tegen hem. Aan de telefoon zegt ze ook dat hij zich niet zo vast moet klampen. “’Diablo?’ ‘Wat?’ ‘Je moet je niet zo vastklampen.’” (blz 202) Hiermee bedoelt ze waarschijnlijk dat hij te veel van haar wil.

De moeder van Berry is een reclasseringsambtenaar, ze heeft een hekel aan liegen en juist haar eigen zoon bedriegt haar met allerlei leugens. Door de dossiers van zijn moeder te lezen kon hij het criminele wereldje binnenstappen, het wereldje waar zijn moeder hem juist zo graag buiten wilde houden.

Rein is de broer van Berry, Berry en Rein hebben een haat/liefde verhouding. Berry vindt hem veel te braaf. Rein heeft het ideaalbeeld dat Berry van zijn vader had verdoezeld, door hem te vertellen over diens alcoholisme en overspel. Rein vindt dat Berry de werkelijkheid veel te veel romantiseert.

Rachid (De Laatste Mode genoemd door zijn vrienden omdat hij altijd volgens de laatste mode gekleed is), Otman, Jamal en Gerrie Grolsch zijn de criminele vrienden van Berry.

Titelverklaring
De titel is makkelijk te verklaren. In het boek heeft Berry, de hoofdpersoon een vriendin, Thera. Zijn houdt van oesters en ze gaan geregeld samen oesters eten in Nam Kee, een restaurantje. En dat terwijl Berry helemaal niet van oesters houdt, hij eet ze voor haar.
Voor in het boek staat ook een opdracht, `Voor Tatjana & Allard` Je komt verder niks over deze mensen te weten, het heeft ook niks met de inhoudt van het boek te maken. Ook blijven de oesters terug komen in het verhaal, Ook kan er een vergelijking gemaakt worden tussen een oester en het karakter van Berry; hard van buiten, zacht van binnen.

Eindoordeel:
Ik vind het een goed boek, want er gebeurt veel en het is erg grappig. Het boek is wel lastig om te lezen, omdat het niet in de chronologische volgorde is geschreven. Er zitten heel veel vooruit- en terugblikken in. Die terugblikken naar de jeugd van Berry zijn wel leuk, want hierdoor kom je heel veel over hem te weten. Er wordt ook uitgebreid verteld over alle rottigheid die hij met zijn vrienden heeft uitgehaald. Doordat dat allemaal verteld wordt, kom je veel over het karakter van Berry te weten en daaruit kan e opmaken, waarom hij de steen heeft gegooid naar de burgemeester. De auteur heeft ook goed de obsessie van Berry voor Thera kunnen beschrijven. Ik vind dit erg knap, want de auteur raakte mij hier echt mee. Ik vind de hoofdstukindeling ook erg handig, want per hoofdstuk gaat het weer ergens anders over. Hierdoor sta je aan hete begin van een hoofdstuk weer voor een verrassing.
Kortom ik vind het een heel goed boek, want alles is duidelijk en uitgebreid omschreven. Hierdoor is het boek goed te begrijpen en kan je je goed inleven in de hoofdpersonen. Volgend jaar komt de film uit en ik wacht vol spanning af.

Verwerkingsopdracht 1
Artikel over de schrijver voor in de nieuwsbrief.

Kees van Beijnum is in Amsterdam geboren, tot op de dag van vandaag woont hij er nog steeds. Zijn moeder had een café en later ook hotels in de Warmoesstraat. Op zijn 8 jarige leeftijd verloor hij zijn vader.. Zijn jeugd bracht hij veel door in cafés en hotels van zijn familie, hij heeft toen een gymnasiumopleiding gedaan die hij niet heeft afgemaakt, net voor zijn eindexamen besloot hij te stoppen en ging hij op reis door Europa. Om dit allemaal te vergoeden heeft hij vele baantjes gedaan, van barman en kamenier (in het hotel van zijn moeder) tot fokker van honden. Later bestloot hij om voor de journalistiek te gaan, dat leidde tot een dienstverband bij het weekblad de Nieuwe Revu.
In 1991 verscheen zijn eerste boek ‘Over het IJ’ een documentaire roman. Daarna volgde in 1994 zijn tweede boek ‘Hier zijn leeuwen’ een psychologische roman. In 1995 kwam er een semi-autobiografische roman genaamd ‘Dichter op zeedijk’ van hem uit. In 1998 volgde ‘ de ordening’ en in 2000 misschien we zijn bekendste boek ‘Oesters van Nam Kee’. De verfilming van dit boek ging in 2002 in première.
Vanaf 1995 werkt Van Beijnum ook aan vele Televisie scenario’s voor film en televisie, zo deed hij onder andere het scenario voor de tv-film de langste reis(1996) deze film was genomineerd voor het gouden kalf voor het beste tv-drama van dat zelfde jaar. Zijn laatste titels zijn zeker aanzienlijk gevarieerder dan de anderen. Zonder zich werkelijk als moralist te hebben doen gelden heeft hij in veel van zijn werken ethische kwesties aan de orde willen stellen. Naast deze ethische kwesties heeft hij vaak boeken over de problemen van bepaalde mensen. Bijvoorbeeld criminaliteit en drugsgebruik.
Zijn stijl is niet erg moeilijk taalgebruik. Zijn woordkeus is zeer opmerkelijk en soms erg direct en grof. In het boek oesters van Nam Kee is dat heel duidelijk te merken, ik heb een citaat waaruit dat duidelijk word: bron: Oesters van Nam Kee, bladzijde 47, “’Kut,’ schreeuwde ik. ‘Lul, kleretyfuskankerlul.’” .
De opbouw van de boeken is af en toe wel een beetje verwarrend door de vele flashbacks. Er lopen veel verschillende verhaallijnen door elkaar heen en soms houdt een verhaallijn ineens op en gaat een paar hoofdstukken later pas weer verder. Naar mate je verder in de boeken bent zijn de flashbacks niet meer zo verwarrend want dan merk je al na een paar regels in welke verhaallijn je zit.
Kortom een schrijver perfect voor onze leeftijd. Werkelijke problemen maar dan op een begrijpelijke manier beschrijven, die ook nog eens leuk is om te lezen.

Geboren: 1954
Genres: Roman, reportage, scenario
Debuut: Over het IJ (1991, misdaadroman)
Bijzonderheid: Groeide op in de Warmoesstraat in Amsterdam waar zijn moeder een café bezat. Daar zat hij uren onder het biljart en observeerde de klanten. Is scenarioschrijver van o.a. De Zwarte Meteoor (van Tom Egbers) en de verfilming van zijn eigen boek Dichter op de Zeedijk die ook op BulkBoek's Dag van de Literatuur te zien is. Ook is hij nu bezig met het scenario van De passievrucht (van Karel Glastra van Loon).
Citaat:: 'Schrijnende dingen verwoorden op lichte toon, dat is voor mij de taak van de schrijver. Elders kan dat wel, in Nederland niet. Hier is men bang dat iets geen kunst kan zijn als het niet naar kunst ruikt. Pas de laatste paar jaar is de grens van de literatuur opgeschoven en hebben de critici geaccepteerd dat er een heel terrein is bijgekomen.' (NRC Handelsblad, 28-01-2000)
Recent werk: Hier zijn leeuwen (1994, roman), De ordening (1998, roman), De oesters van Nam Kee (2000, roman)
http://www.schrijversnet.nl/dagvanL/beijnum.htm

Kees van Beijnum is geboren en opgegroeid in Amsterdam. Als telg van een horecageslacht bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door in de cafés en hotels van zijn familie in de omgeving van de Zeedijk. Na het gymnasium had hij allerlei verschillende baantjes, van hulpje in een hotel tot vertegenwoordiger in kopieermachines, van hondenverzorger tot journalist. Sinds 1991 wijdt hij zich fulltime aan het schrijven, wat inmiddels diverse romans en filmscripts heeft opgeleverd.
In 1991 verscheen Over het IJ. De reconstructie van een moord, dat in brede kring bewondering oogstte. 'Eindelijk een eigen equivalent van Truman Capote's In Cold Blood,' schreef René Zwaap in De Groene Amsterdammer.
Begin 1994 verscheen Hier zijn leeuwen, waarmee de auteur als romancier debuteerde. Dit boek werd genomineerd voor de Debutantenprijs en geselecteerd voor de longlist van de Libris Literatuur Prijs. In 1995 publiceerde Van Beijnum Dichter op de Zeedijk, een semi-autobiografische roman die door lezers en critici in de armen werd gesloten en werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs . In 1998 verscheenDe ordening, waarin Van Beijnum een heel ander register bespeelt dan in zijn voorgaande boeken. Vergeleken met het enigszins weemoedige Dichter op de Zeedijk valt vooral het mysterieuze, verontrustende karakter op. In 2003 werd het boek als televisiefilm verfilmd en genomineerd voor een Gouden Kalf.
De roman De oesters van Nam Kee verscheen in 2000. Het is een geestige, met veel vaart en scherpte geschreven roman over hunkering: naar waarheid, naar liefde en vooral naar echtheid. Ook dit boek werd enthousiast ontvangen door de pers en stond op de longlist voor de Libris Literatuur Prijs 2001. De verfilming van De oesters, met in de hoofdrollen Katja Schuurman en Egbert Jan Weber werd een groot publiekssucces.
In 2002 publiceerde Van Beijnum De vrouw die alles had. Een warm en ontroerend boek over de relatie tussen een moeder en een zoon en de teleurstelling die mensen ervaren in het leven. In het najaar van 2004 verscheen zijn meest recente roman, Het verboden pad, een beklemmend relaas over noodlot en verleden.
Behalve romancier is Van Beijnum ook scenarist. Hij schreef onder andere De langste reis (1996), een door Pieter Verhoeff geregisseerde en door de VPRO uitgezonden tv-film, losjes gebaseerd op de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. Deze film werd genomineerd voor het Gouden Kalf voor beste tv-drama van het jaar. Ook schreef hij het filmscenario voor Maten, regie wederom Pieter Verhoeff. Onderwerp van die film is het Dutchbat-wangedrag in Bosnië. Verder schreef hij het scenario voor de speelfilm De zwarte meteoor (naar het boek van Tom Egbers) en de verfilming van zijn eigen boek Dichter op de Zeedijk. Deze film won het Gouden Kalf voor het beste tv-drama van het jaar 1999. Ook schreef hij het scenario voor De ordening (2003).
http://www.debezigebij.nl/boekboek/show?id=33896&dbid=7885&framenoid=33668&typeofpage=30185

Biografie Kees van Beijnum

Kees van Beijnum is geboren en opgegroeid in Amsterdam. Als telg van een horecageslacht bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door in cafés van zijn familie, in de omgeving van de Zeedijk. Na het gymnasium volgde een niet kinderachtig aantal baantjes, tot hij in 1991 besloot zich fulltime aan het schrijven te wijden. Dit heeft inmiddels diverse romans en filmscripts opgeleverd. In 1991 verscheen zijn eerste boek, Over het IJ,de reconstructie van een moord, dat in brede kring bewondering oogstte. 'Eindelijk een eigen equivalent van Truman Capotes In Cold Blood,' schreef René Zwaap in De Groene Amsterdammer.Na Over het IJ verscheen begin 1994 Hier zijn leeuwen, waarmee de auteur als romancier debuteerde. Dit boek werd genomineerd voor de Debutantenprijs en geselecteerd voor de longlist van de Libris Literatuur Prijs.Begin 1995 verscheen Dichter op de Zeedijk, een semi-autobiografische roman die door de lezers en critici in de armen werd gesloten. Dichter op de Zeedijk werd genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. 'Een groot en groots boek,'aldus het jury rapport.In De ordening (1998) bespeelt Van Beijnum weer een ander register dan in zijn voorgaande boeken. Het is een prikkelend en onderhoudend boek met een subtiele intrige, een roman waarin de auteur de vraagstukken van zijn tijd geenszins uit de weg gaat.En begin 2000 heeft Van Beijnum de problemen van de grote stad tot onderwerp gemaakt in zijn nieuwe roman. De oesters van Nam Kee is een geestige, met grote vaart en scherpte geschreven roman over hunkering. Hunkering naar waarheid, naar liefde en vooral naar 'echtheid'. De oesters van Nam Kee is bekroond met de Bordewijk-prijs 2001. De filmeditie is verschenen in mei 2002 . Behalve romancier is van Beijnum ook actief als scenario schrijver. Hij schreef onder andere De langste reis, een door Pieter Verhoeff geregisseerde en door de VPRO uitgezonden televisiefilm, gebaseerd op de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn. Deze film werd genomineerd voor het Gouden Kalf voor het beste tv-drama van 1996. Verder is Van Beijnum scenarist van Maten alsook van de speelfilm De zwarte Meteoor. De verfilming van < de op>, waarvoor Van Beijnum zelf het scenario schreef, werd bekroond met het Gouden Kalf voor het beste tv-drama van 1999. Op 5 september 2002 gaat de verfilming van De oesters van Nam Kee in premiére. De hoofdrollen worden vertolkt door Egbert-Jan Weeber en Katja Schuurman. De pers over De oesters van Nam Kee 'De oesters van Nam Kee is een buitengewoon knap boek. Een aanrader voor wie zich graag laat meezuigen in de denkwereld van jongeren beschreven door een auteur die weet waar hij het over heeft.' De Telegraaf 'Kees van Beijnum schreef vier romans, zijn nieuwste Oesters van Nam Kee, meegerekend, die zeer verschillend van onderwerp en aanpak zijn. Wat ze gemeen hebben is dat het verhalen zijn die precies in het goede tempo worden afgewikkeld, dat de verteller scherp waarneemt hoe mensen praten en zicht gedragen, en dat ze zeer persoonlijk zijn zonder het ego van de schrijver tot onderwerp te verheffen, zelfs niet in het semi-autobiografische, Dichter op de Zeedijk.'De oesters van Nam Kee is een roman, geen sociologische beschouwing en geen levensechte reportage. Zij doet uiteindelijk geen uitspraak over 'de Berry's' in West, over pubers zonder grenzen, eenoudergezinnen en falend gezag, want daar is de literatuur niet voor. In die roman is het portret van deze jongen overtuigend, en ontroerend. Van alle verhalen die in de zichtbare werkelijkheid besloten kunnen liggen koos de verteller Van Beijnum dit ene. Hij deugt niet, deze Berry, dat is zeker, maar je kunt niet anders dan blindelings zijn partij kiezen.' de Volkskrant 'Het is lang geleden dat ik een Nederlandse roman las waarin zo overtuigende de staat van liefde die optilt en doet neersmakken, wordt neergezet.Kees van Beijnum is een verteller, met een scherp oog voor de wetten van het goede verhaal. Hij speelt geen intellectueel spel met zijn personages, maar voorziet ze van een warm kloppend hart en zintuigen die op scherp staan. Ondanks de ontnuchterende waarheden die zijn hoofdpersonage in De oesters van Nam Kee onder ogen moet leren zien, leest zijn geschiedenis alsof je een feel good movie bekijkt. Een lekkere film, waarin het onmiddellijke nabije even de glans van diepzinnigheid krijgt.' De Groene Amsterdammer 'Schitterend. Het boek is meer dan multicultikommer en zinloosgeweldkwel. De oesters van Nam Kee ie eerst en vooral de Romeo en Julia van Schotelcity. Berry hunkert naar waarheid, maar ook naar liefde, naar Thera, zijn danseres. De lezer kan vooruit met De oesters van Nam Kee. Smakelijk. Eet niet te schielijk. Geniet ervan.' Dagblad De Limburger

http://www.deoestersvannamkee.nl

Verwerkingsopdracht 2
Recensies lezen.

1 Kees Beijnum, De Oesters van Nam Kee,
Haarlems Dagblad van 13-01-2000 Recensent Hans Warren Recensietitel:
Ontspoorde gymnasiast ontmoet wiebeldanseres : Kees van Beijnum beschrijft rafelranden van Amsterdam

Voor iedereen zijn wij een ander. Ons hele bestaan spelen we rollen. Menigeen zal dat beamen, maar weinigen gaan hierin zo ver als Berry Kooijman, de achttienjarige hoofdpersoon uit Kees van Beijnums nieuwe roman De oesters van Nam Kee. Wie is Berry? Zijn dubieuze vrienden krijgen een heel andere jongeman te zien dan zijn keurige moeder. Hij heeft een ingewikkeld web van leugens gespannen om zijn moeder te laten geloven dat hij een redelijk brave gymnasiast is én om zijn vrienden ervan te overtuigen dat hij een halve crimineel is. Alleen aan zijn vriendin Thera wil hij zich tonen zoals hij is. Omgekeerd is zij dat niet van plan. Ongeveer de laatste woorden die hij van haar te horen krijgt zijn: "Ik ben alles wat je van me ziet, alles wat je van me denkt, alles wat je over me hoort. Maar ik ben nog veel meer de dingen die je niet weet". Aan dit soort ouwelijke bespiegelingen geven de jeugdige personages in de roman zich dikwijls over. Wat weten we van de ander? Waar houdt waarheid op en begint bedrog? Berry is een meester-leugenaar die zelfs zijn moeder, vanwege haar werk bij de reclassering 'een expert in de omgang met leugenaars', om de tuin weet te leiden. Pikant genoeg ontleent hij de stof voor de leugens die hij tegenover zijn vrienden opdist aan haar dossiers. Hij komt zo deskundig over dat hij onder hen bekend staat als 'Meester Berry, mr. Dirty Berry'. De roman speelt in een recent verleden: de warme zomer van 1999. Plaats van handeling is Amsterdam. Berry heeft aansluiting gevonden bij een groepje zich permanent vervelende allochtone jongeren. Hij woont eigenlijk in een villa, maar doet alsof hij uit hun wijk komt. De wijk die bekend staat als 'Schotelcity', vanwege de schotelantennes op de daken om Marokkaanse en Turkse zenders te ontvangen. Al te veel goeds hebben de nieuwkomers niet in de zin. Van een van zijn maatjes krijgt Berry te horen: "we nemen de boel stukje voor stukje over, en dan is het afgelopen met jullie, weetjewel." De roman is dus actueel, niet zachtzinnig en wordt bevolkt door typen die je in literatuur betrekkelijk weinig tegenkomt. Ze slikken en spuiten, hangen rond in de snackbar en slaan zonder enige wroeging mensen in elkaar die hen niets hebben misdaan. Bang voor bestraffing zijn ze niet. De cynische meester Berry adviseert: "Maak je geen zorgen, ze kunnen je hooguit een maand opbergen, maar dat doet de rechter niet". Hij voelt zich veel meer thuis tussen deze randfiguren dan op school. Het gymnasium was in zijn ogen eerder 'een trainingskamp voor een psychiatrische loopbaan'. Toch komt er een nieuw doel in zijn leven: hij wordt hevig verliefd op Thera. Ze werkt als sexy 'wiebeldanseres' in een club. Haar lievelingsgerecht is de schotel met gestoomde oesters van 'Nam Kee', een Chinees restaurant op de Zeedijk. Vandaar de titel van de roman. In feite vindt Berry die oesters niet lekker, maar vanwege zijn gevoelens voor Thera is hij graag bereid er vele te verzwelgen. Ze hebben een heerlijke tijd, tot het meisje last krijgt van epileptische aanvallen. Ze wordt uiteindelijk naar het ziekenhuis gebracht en al snel verbreekt ze het contact. Tot woede van Berry gaat ze bij een welgestelde man wonen. Gewapend met een pistool gaat hij erop af, maar de expeditie wordt een afgang. Even later gooit hij een steen naar de burgemeester als die een zwijmelende, politiek-correcte toespraak houdt over 'de nieuwe Amsterdammers'. De worp is raak: de burgemeester raakt in coma. Een golf van verontwaardiging overspoelt het land. De onvermijdelijke deskundigen verschijnen met hun meningen over 'het monster uit West'. Berry vlucht na nog een politieagent neergeschoten te hebben. Hij besluit zich schuil te houden in het huisje in Frankrijk dat vroeger in het bezit van zijn ouders was. Maar de gendarmes weten hem te vinden. Kort voor hij berecht zal worden, blikt hij terug op de gebeurtenissen. Een behoorlijk spectaculair verhaal natuurlijk, met die aanslag op de Amsterdamse burgemeester. Maar tevens een verhaal dat geen driehonderdentwintig bladzijden rechtvaardigt. De lezer weet al snel hoe de vork in de steel zit, en wordt daarna nauwelijks nog verrast. Dat gepraat over schijn en wezen klinkt nogal obligaat. Wie alles wil weten over het wereldje waarin Berry zich beweegt, heeft vermoedelijk meer aan een krant. Zelfs lukt het de auteur niet eens om duidelijk te maken hoe ze nu eigenlijk smaken, die veelbesproken oesters van Nam Kee.

Mijn mening over de recensie.
Over het algemeen ben ik het met de recensie eens. De gebruikte citaten vind ik goed gekozen. Vooral het citaat waarmee de recensie begint vind ik goed gekozen. Het geeft eigenlijk meteen aan waar het boek over gaat. Jongeren die allemaal een rol spelen en denken dat ze daarmee zichzelf zijn. Het einde van de recensie vind ik minder. Ik vind namelijk dat het de schrijver wel goed gelukt is de wereld waarin Berry leeft te beschrijven. En het proeven van de oesters vind ik een erg flauwe manier om de recensie af te sluiten.

2. Kees van Beijnum, De Oesters van Nam Kee, UIT De Volkskrant
van 14-01-2000 Recensent was Aleid Truijens De Recensietitel was:
Boefjes in West: Kees van Beijnum laat liefde ontluiken in duistere wereld van jeugdcriminaliteit

Je doet er schrijvers zelden een plezier mee, al bedoel je het lovend. Zeggen dat iemand 'een groot verteller' is. Bij buitenlandse, erotische schrijvers kan het nog wel: 'Márquez is een groot verhalenverteller', maar in Nederland zit er een goedkoop luchtje aan de kwalificatie. A.F.Th. van der Heijden is weliswaar, een goed verteller, maar je doet hem tekort door dat zijn hoogste ambitie te noemen. In het merendeel van de Nederlandse literatuur, van superieure bouwwerken tot deerniswekkend ego-geneuzel, is het verhaal slechts aanleiding, excuus, een schriel skeletje dat opgetuigd zal worden. Voor het spannende, goed geschreven, scherp gesneden verhaal dat niets meer wil zijn dan er staat, moet je bij de journalistiek zijn, bij de weinigen die het genre van de lange reportage beoefenen. Kees van Beijnum schreef vier romans, zijn nieuwste, De oesters van Nam Kee, meegerekend, die zeer verschillend van onderwerp en aanpak zijn. Wat ze gemeen hebben is dat het verhalen zijn die in precies het goede tempo worden afgewikkeld, dat de verteller scherp waarneemt hoe mensen praten en zich gedragen, en dat ze zeer persoonlijk zijn zonder het ego van de schrijver tot onderwerp te verheffen, zelfs niet het semi-autobiografische Dichter op de Zeedijk. Als Kees van Beijnum al over zichzelf schrijft, dan langs de omweg van een herkenbare, maar niet zo vertrouwde wereld. Hij was eerder journalist en scenarioschrijver en hij beheerst de professionele verteltechnieken van beide: snel een scène neerzetten, inzoomen, terugwijken, snelle dialogen, pijnlijke stiltes, terloopse vooruitwijzingen, effectieve flashbacks. Hij past ze in zijn romans met grote vanzelfsprekendheid toe, onmerkbaar bijna; je wordt meegezogen en wilt niet weten hoe. Dat meesterschap maakt hem tot een groot verteller. En dat was hij al in zijn eerste boek, Over het IJ (1989), dat geen roman heette te zijn, maar een reconstructie van de 'brievenbusmoord' in Amsterdam-Noord. Op dat boek lijkt De oesters van Nam Kee nog het meest, in ieder geval wat onderwerp betreft. Toen ging het over de boefjes in Noord, nu over de boefjes in West. De kansarme bleekneuzen heetten toen Ferrie en Ben; de jongens van Plein '40-'45 in Slotermeer Rachid, Jamal of Otman. Ze hebben meer geld, meer coke, en duurdere kleren dan de crimineeltjes uit Noord. Maar hun schoolloopbaan is net zo kort, de verveling even groot. En op een noodlottig moment wordt er een trekker overgehaald, of een steen geworpen. Maar Berry Kooijman, de achttienjarige hoofdpersoon in Van Beijnums nieuwste roman, is geen allochtoon, zelfs niet eens kansarm. Hoe hij precies terechtkwam in het gezelschap van die drie losers - de inbreker Otman, de aan jeugdreuma lijdende voormalige Ajax-voetballer Jamal, die zich sinds zijn doodvonnis bewusteloos zuipt en snuift, en de met peperdure, gestolen Hugo Boss-jasjes en mobiele telefoons omhangen Rachid, ook wel De Laatste Mode, met zijn 'IQ van 48' en zijn gewoonte van iedere toevallige voorbijganger 'de kop te verbouwen' - hij kan het niet precies achterhalen. Wel begon het ermee dat hij in Slotermeer woonde. Niet in een goedkope wederopbouwflat, maar in een van de villaatjes die een bovenmodale oase vormen in gedoemd West, met uitzicht op de Sloterplas, en op Schotelcity, de buurt met een woud van witte schotelantennes op de daken. Niet lang voordat hij een fatale steen wierp, en twee schoten loste met Otmans revolver en in de Bijlmerbajes terechtkwam, vertaalde Berry nog Seneca en Plato. Hij werd opgevoed door twee vriendelijke alternativo's, vader cameraman bij de NOB, moeder hulpverlener bij de reclassering. Thuis klonk zijn moeders klassieke muziek en The Kinks en Bob Seger van zijn vader. Zijn moeder las hem en zijn oudere broer Rein elke dag voor. Op Jip & Janneke-laarsjes stapte hij met zijn moeder vrolijk rond op de kinderboerderij. Een paar jaar later was hij een veelbelovend tennistalent en kreeg hij een Cultureel Jongerenpaspoort. In de zomer ging het gezin in de oude Mazda naar het vakantiehuisje in Frankrijk. Het is ook de plek waar Berry naartoe vlucht als de politie hem zoekt. Hij had er een eigen pony, New Shatterhand. Maar de pony stierf. Samen met zijn vader treurde hij, en samen takelden ze het lijk weg. Dat gedeelde verdriet was een van Berry's beste herinneringen. Maar kort daarna stierf ook zijn vader; de ambulance haalt het lijk weg. En niet lang daarna begint Berry de duistere wereld van het andere West te verkennen. Al gauw zit hij dagelijks bij Fast Eddie hamburgers te eten die smaken als 'verschroeide cd's'. Hij raakt snel thuis in het beperkte jargon van 'kanker, #$*&@#, kiss kiss kiss man'. Met zijn van zijn moeder opgedane kennis van politie en justitie kan hij de jongens goede diensten bewijzen. Als zijn moeder naar kantoor is vertrokken, sluipt hij het huis weer binnen. Brieven van het Barlaeus-gymnasium worden vakkundig onderschept. Vol schaamte kijkt hij toe hoe zijn goedgelovige moeder zijn schooltas met vlag omhoog hijst. Dat diploma zou hij nog wel eens ophalen. 's Ochtends zit hij met een kater op de bank te zappen naar kinderprogramma's, in de hoop even zijn vader te horen, die wel eens 'stemmetjes' deed in kinderfilms. Zoals die van Thomas O'Malley, de stoere straatkat uit De Aristokatten, met zijn sonore: 'Dames in nood zijn mijn sterkste punt.' Meisjes redden is ook Berry's sterkste punt denkt hij. Alles lijkt anders te worden als hij Thera ontmoet. Mooie lieve, volmaakte Thera, aan wie hij een koptelefoon met lichtgevende horentjes verkoopt. Elke dag eet ze gestoomde oesters, haar lievelingseten, bij de Chinees Nam Kee en Berry eet die slijmerige dingen dapper mee. Want ze is ook verliefd op hem. Ze noemt hem, Dirty Berry, Diablo. Als ze samen in de zon liggen op het dakje van het huis van een oude dame dat Thera tijdelijk bewoont, staat de tijd stil. Dan is het leven gezuiverd van alle leugen en mislukking. Thera, stripteasedanseres en pornomodel, droomt ook van een nieuw leven. Ze bedenken een geniaal plan om met het huis van het oude dametje steenrijk te worden. En daarmee maken ze hun leven definitief stuk. De oesters van Nam Kee is, meer dan een roman over criminele jongeren, een liefdesverhaal. Dat verhaal krijgt op een zeker moment Turks fruit-achtige trekken, compleet met een serpent van een jaloerse schoonmoeder en een ernstige ziekte die Thera in de armen van een verkeerde, dit keer echt foute, man drijft. Van Beijnum gebruikt dit gegeven echter niet als tranentrekker, maar omdat Berry's wanhoop over zijn teloorgegane liefde het doorslaggevende motief is voor zijn wandaden. Berry heeft nu eenmaal de neiging om op kruispunten in zijn leven nét de verkeerde weg in te slaan. Hij constateert zelf: 'Ik had besloten dat het een stommiteit en een rotstreek zou zijn als ik het Barlaeus niet afmaakte en ik ging van school. Ik was ervan overtuigd geraakt dat ik voorlopig beter bij Fast Eddie weg kon blijven en ik zat er trouw iedere avond. Ik was tot de conclusie gekomen dat het een pijnlijke vergissing zou zijn als ik zou uitzoeken waar Ben woonde en ik stelde alles in het werk om zijn adres te achterhalen.' Berry hunkert naar zuivere liefde, naar die van Thera. Hij fotografeert de lucht, schuldeloze wolken die ieder moment van vorm kunnen veranderen. Zo zou hij ook willen zijn. Hij heeft een vader nodig die van hem houdt, zijn vader, maar hij ontdekt dat alles wat mooi is een smerige keerzijde heeft. Zelfs zijn held, de vader over wie zijn broer iets onthult dat hij nooit had willen weten. Dat is de 'verklaring' die Van Beijnum geeft voor de ontsporing van Berry. Zij is net zo romantisch en net zo weinig aannemelijk als de stelling die Berry’s dood goede moeder nog altijd op feestjes verdedigt: dat 'de maatschappij' met haar ongelijke kansen 'haar' bajesklanten - de zielige, niet haar welgevormde zoon - heeft misvormd. Maar De oesters van Nam Kee is een roman, geen sociologische beschouwing, en geen levensechte reportage. Zij doet uiteindelijk geen uitspraak over 'de Berry's' in West, over pubers zonder grenzen, eenoudergezinnen en falend gezag, want daar is de literatuur niet voor. In die roman is het portret van deze jongen volstrekt overtuigend, en ontroerend. Van alle verhalen die in de zichtbare werkelijkheid besloten kunnen liggen, koos de verteller Van Beijnum dit ene. Hij deugt niet, deze Berry, dat is zeker, maar je kunt niet anders dan blindelings zijn partij kiezen.

Mijn mening over de recensie.
Het begin van de recensie vind ik erg vervelend om te lezen. Ten eerste gaat het niet over het boek. waar het dan wel overgaat kan ik eigenlijk niet goed opmaken omdat de schrijver van de recensie steeds van onderwerp naar onderwerp springt, zonder er naar mijn mening echt iets over te zeggen.
Als je de recensie door leest wordt het wel beter. Voor het stuk waar hij het over het vakantie huis in Frankrijk heeft vind ik het simpelweg lomp hoe hij over het boek schrijft. De beschrijving van het klopt dan ook bij de manier waarop ik het boek heb begrepen.
Vooral het luisteren naar de stemmen op de tv van Berry om zijn vaders stem weer te horen sprak mij erg aan. Dit vond ik namelijk ook een mooie manier om aan te geven dat hij de dood van zijn vader eigenlijk nog niet heeft verwerkt.
Ook de laatste zin van de recensie ben ik het helemaal mee eens. Dit gevoel had ik tijdens het lezen van het boek namelijk ook.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

beste samenvattingen niet?

10 jaar geleden

Andere verslagen van "De oesters van Nam Kee door Kees van Beijnum"