De laatste gasten door Mensje van Keulen

Beoordeling 5.2
Foto van een scholier
Boekcover De laatste gasten
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 3855 woorden
  • 14 januari 2011
  • 39 keer beoordeeld
Cijfer 5.2
39 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2007
Pagina's
166
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De laatste gasten
Shadow
De laatste gasten door Mensje van Keulen
Shadow

Beschrijvingsopdracht

Motivatie

Veel van de boeken in de literatuurlijst gaan over oorlogen of spelen zich een hele tijd geleden af. Ik houd niet van deze onderwerpen, deze spreken me over het algemeen niet aan. Dus ging ik op zoek naar een boek met een ander onderwerp. Toen ik de flaptekst van ‘De laatste gasten’ van Mensje van Keulen las, sprak dit mij aan. Volgens de flaptekst zou het verhaal meeslepend en verrassend zijn, ik was benieuwd!



Geef een korte samenvatting

De 19-jarige Florrie woont in bij haar heel vervelende tante Lena die een kapsalon exploiteert. Lena moet daarin wel bijspringen. Ze is op 4-jarige leeftijd bij haar tante in huis gekomen, toen haar moeder stierf. Zelf kan Florrie zich daarvan nauwelijks iets herinneren, maar haar tante heeft ooit verteld dat ze indirect schuldig is aan de dood van haar moeder. Die had een cadeau voor Florrie gekocht (een aquarium) en ze had dat ’s nachts in haar kamer willen zetten. Het glas was te zwaar en ze was daarmee gevallen: een stuk glas was recht door haar oog gegaan tot achter in de hersenen. Daardoor had Lena een grote hekel aan het kind Florrie en dat stak ze niet onder stoelen of banken. Het was een vrijgezelle tante, maar ze liet zich tegen betaling ook nog wel door haar mannelijke klanten seksueel verwennen. Zo was er o.a. de ex-bokser Rudie Hus, die zich liet knippen en daarna met haar het bed in dook. Wanneer de roman begint, krijgt Lena haar tweede en naar later blijkt fatale hersenbloeding. Na een dag sterft ze in het ziekenhuis en Florrie kan er geen traan om laten. Ze laat haar tante in alle eenzaamheid cremeren en strooit de as later zelf op een wat minder respectvolle wijze in de rivier uit. Ze ondervindt nog wel verontwaardiging van de weinige vrienden die Lena had. Rudie Hus bijvoorbeeld kan het maar slecht verdragen dat Lena zonder zijn medeweten al gecremeerd is. Aan de andere kant vraagt hij Florrie of die hem tegen betaling seksueel ter wille kan zijn. Ze weigert en hij zweert wraak.

Maar de van buitenlandse afkomst zijnde huiseigenaar wil haar op straat zetten. Hij dreigt haar uit het huis te gooien en Florrie moet op zoek naar werk. Zo is ze o.a. werkzaam in de horeca en als garderobejuffrouw in de Stopera.Daarna wil ze toch wat structureler werk en via een kennis komt ze aan het adres van Alice Müller, de directrice van een pension met bijzondere gasten, die haar bovendien onderdak kan aanbieden. Bij het afscheid van het huis van haar tante heeft Florrie zich gesneden aan het scheermes van Lena en die wond in haar vinger blijft nog enkele dagen zweren. Het wordt een litteken , waardoor ze altijd aan haar tante zal worden herinnerd: die periode was natuurlijk ook een litteken op haar ziel.

Daartegenover staat dat ze het vanaf het begin goed kan vinden met de directrice van het pensioen, die haar heel aardig tegemoet treedt en haar een bovenkamertje als woonverblijf aanbiedt. Het is een heel klein kamertje, maar Florrie is er erg tevreden over. Ook vindt ze het werk in het pension wel leuk, want ze hoeft niet zo veel te doen en ze ontmoet een flink stel interessante gasten: het zijn allemaal kunstenaars en wetenschappers, want in de stichtingsvoorwaarden van de vorige eigenaar was die bepaling opgenomen.

Zo is er de kunsthistoricus Emile Waterman die veel zegt te weten van de kunst en vaak geraadpleegd wordt bij de organisatie van tentoonstellingen. En de kunstschilder Faan Fagel die steeds maar portretten van Florrie wil nemen en haar ook nog een seksueel tracht te benaderen.

Claudia Tutein is de dweepzieke weduwe van de dwerg Bennie over wie ze een boek wil schrijven, de lichtelijk neurotische jonge dame Daphne en het vreemde echtpaar Stalpert. En de musicoloog Herman van Peski. Allemaal bijzondere gasten in het pension, die met elkaar tijdens de maaltijd keuvelen over de kunst, het leven en de waarheid. Het lijkt allemaal zijn gangetje te gaan, maar door de komst van de jonge Florrie verandert er wel wat in het pension.

Ze steekt allereerst wel wat op van de gesprekken die aan tafel worden gevoerd, maar ze kijkt toch ook haar ogen uit bij de dingen die zich voltrekken binnen haar gezichtsveld. Een van de eerste dingen die haar opvalt is het stelen van levensmiddelen van de huiskokkin Mia. Als ze er later wat van zegt, blijkt dat deze Mia over informatie over Florrie beschikt, en laat merken dat ze zelf ook niet zo’n lieverdje is geweest. Er heerst een soort doem over het pension en de gebeurtenissen worden door de komst van Florrie als een soort katalysator bespoedigt. Het begint met het knippen van de haren van de weduwe Tutein. Die is daarover heel verheugd en ze doet uitspraken over de malafide praktijken van Müller: die laat tegen de regels in de gasten langer dan drie maanden in het pension wonen door steeds hun naam te veranderen. Dan ook mag Florrie de haren knippen van Daphne en begint Faan Fagel buitengewone interesse voor haar te tonen. Dezelfde Faan Fagel brengt het slechte nieuws pas echt aan tafel.

Hij heeft gemerkt dat Emile Waterman niet de persoon is die hij aangeeft te zijn. Hij zit waarschijnlijk niet in het weekend in Engeland, hij is niet de bekende kunsthistoricus die hij beweert te zijn en Faan strooit steeds meer verkeerde informatie over Waterman over de tafel. Hij heeft ook in diens kamer gesnuffeld en cursusmateriaal van kunstgeschiedenis aangetroffen alsmede plaatjes van naakte jongens. Zou hij niet getrouwd zijn en misschien wel homo, suggereert Fagel.

De andere gasten zijn heel erg verbijsterd, maar ze willen er niet met Waterman over praten, maar als hij er niet bij is , vliegen de roddels over tafel. Alice besluit om het driemaandelijkse contract met hem niet te verlengen. Maar Waterman voelt nattigheid bij terugkomst. Daarna zijn er nog twee dingen die de pensiongasten beroeren. De eerste is dat Alice een brief van de Stichting krijgt waarin staat dat het contract voor het pension wordt beëindigd. Ze hebben waarschijnlijk een tip gekregen dat Alice manipuleert met gegevens en Fagel laat doorschemeren dat dit ook de schuld van Waterman is. Die wordt steeds minder geliefd wanneer er ook iets gebeurt met het hondje Victor (koosnaam Tuti) van Claudia. Eerst is hij verdwenen maar enkele dagen later wordt hij aan een touw aan de deurknop vastgebonden: kaalgeschoren en verwond. Claudia is helemaal van slag en opnieuw krijgt Waterman de schuld. Het is intussen een soort Pension Hommeles geworden, want iedereen geeft de schuld van alles aan iedereen. Ze zijn ook lang niet meer zo aardig als daarvoor. Stuk voor stuk zeggen de gasten hun afscheid aan en ten slotte zijn Alice en Florrie nog over. De laatste voelt zich ook wel schuldig aan de gebeurtenissen. Is Rudie Hus misschien niet de dader van de aanslag op Victor: is hij haar achterna gereden en heeft hij wraak willen nemen? Alice stelt haar gerust. Dat zal zeker niet het geval geweest zijn.

In hoofdstuk 23 vertelt Florrie dat ze daarna nog 8 jaar heeft samengewoond met Alice voordat die stierf aan een hartkwaal. Bij de crematie wordt ze weer herinnerd aan het overlijden van haar tante.

In de epiloog vertelt Florrie dat ze later nog eens in Den Haag geweest is bij het Mauritshuis.

Ze had navraag gedaan bij een werkneemster van het museum en die vertelt haar dat Waterman inderdaad een heel goed directeur van het museum is geweest, inderdaad in Engeland een zieke vrouw had zitten en een prima mens voor de samenleving is geweest. Ook was hij een groot Vermeerkenner. Bij het horen van die informatie schaamt Florrie zich opnieuw dood en neemt plaats op het terrasje.



Uitgewerkte persoonlijke reactie

Ik heb het boek met plezier gelezen, het verhaal sprak me aan. Het boek is makkelijk te lezen, het verhaal is toegankelijk en de schrijfstijl niet moeilijk.

De situaties en omgeving worden duidelijk beschreven, dit maakt dat je een goede indruk krijgt van de sfeer. Ook heeft de schrijfster veel verteld over personages, zowel de hoofdpersoon als bijpersonen. Je krijgt hierdoor een goede indruk en de karakters zijn erg duidelijk.

Het verhaal was niet écht spannend, maar het werd niet saai. Ondanks het lage spanningsgehalte verveelde het boek me niet en las ik gewoon door.



Verdiepingsopdracht

Wat waren je verwachtingen voor het lezen?

Op de kaft van het boek is een geschilde citroen afgebeeld. Tijdens een rondleiding in het Rijksmuseum te Amsterdam heb ik geleerd dat citrusvruchten staan voor rijkdom. Maar ook voor zure liefde en valse vriendschap, vanwege de bittere smaak van de citroen. Ik verwachtte dat dit in het verhaal zou voorkomen. In de flaptekst staat; ‘met de komst van Florrie veranderen de onderlinge verhoudingen en is al snel niets meer hetzelfde’. Mijn verwachting was dat deze onderlinge veranderingen terug zouden slaan op de citroen, zure liefde en valse vriendschap.

Verder had ik de verwachting dat ik het boek redelijk snel uit zou hebben, omdat het vrij weinig bladzijdes heeft. Ook verwachtte ik dat het boek inderdaad verrassend en meeslepend zou zijn, zoals de flaptekst beloofd.



Welke verwachtingen zijn uit gekomen? Welke niet?
Het lezen van het boek verliep inderdaad soepel en snel. Ik heb het boek in 3 delen gelezen, voor het slapen gaan.

Ik ben het eens met de recensent die de flaptekst heeft geschreven; ik heb het boek ook ervaren als verrassend en meeslepend. Het is een verrassing als de gasten die in het pension logeren worden heel anders blijken te zijn dan je in eerste instantie zou denken. Hieruit blijkt ook dat mijn verwachting over de zure liefde en valse vriendschap is uitgekomen, de gasten lijken heel aardig voor elkaar maar achter elkaars rug om wordt er flink geroddeld.

Dus al mijn verwachtingen zijn uitgekomen!



Beschrijf het verschil tussen fabel en sujet in dit boek. Wat is de functie van dit verschil in dit boek?
Fabel is een reeks logisch-chronologische geordende gebeurtenissen. Sujet is de feitelijke weergave van de gebeurtenissen in de literaire tekst. Als de schrijver dus kunstgrepen toepast ontstaat het sujet, de gebeurtenissen spelen zich in een andere volgorde af dan de logisch-chronologische volgorde van de fabel. De schrijfster van dit boek heeft geen kunstgreep toegepast, de gebeurtenissen worden in chronologische gebeurtenissen verteld. Er komen geen flashbacks voor in dit boek, alleen terugverwijzingen.

Er is dus ook geen sprake van een functie van dit verschil.



Wat is het effect van dit verschil op jou als lezer?

Er wordt geen gebruik gemaakt van flashbacks, alleen van terugverwijzingen. Ze zijn terloops, beperkt en kort, maar een paar zinnen. Flashbacks zijn bedoeld om het verhaal spannend te maken en een gebeurtenis uit het verleden aan te kaarten. Ondanks dat er geen gebruik is gemaakt van flashbacks was er genoeg spanning.



Beschrijf de volgorde van de gebeurtenissen (chronologisch of niet- chronologisch)
De gebeurtenissen in dit verhaal spelen zich in chronologische volgorde af. Eerst overlijdt tante Lena, dan gaat Florrie op zoek naar een baan, komt terecht in D’ Meihof en daar spelen de rest van de gebeurtenissen zich af, in chronologische volgorde.



Continu of niet-continu verteld? Geef voorbeelden uit de tekst

Continu vertellen wil zeggen dat een verhaal continu, zonder tijdsprongen, wordt verteld. Bij dit boek is dat niet het geval, er wordt namelijk een tijdsprong gemaakt. Dit wil dus zeggen dat er niet-continu wordt verteld.

Er wordt een tijdsprong van 8 jaar gemaakt, Florrie woont nog 8 jaar bij Alice in huis. Hier wordt niet dieper op in gegaan en wat er in die 8 jaar gebeurt wordt niet uitgebreid beschreven.



Wijs de belangrijkste flashbacks, terugverwijzingen en vooruitwijzingen aan. Wat is de functie ervan en wat is het effect ervan op jou als lezer?

Zoals ik al eerder aan heb gegeven, bevat dit boek geen flashbacks. Vooruitwijzingen wekken verwachtingen bij de lezer, hij wordt nieuwsgierig naar wat er zal gebeuren. Ook vooruitwijzingen worden niet toegepast in dit verhaal. Er worden wel terugverwijzingen toegepast. Deze vertellen iets over een gebeurtenis in het verleden, ze maken dingen duidelijk. De belangrijkste terugverwijzing staat vrij in het begin van het boek, deze terugverwijzing maakt duidelijk waarom Florrie niet door haar moeder wordt opgevoed maar door haar tante, het blijkt dat haar moeder dood is.

‘Op een nacht, aan het begin van proefwerkweek, maakte ze me wakker. Haar gezicht boven het mijne, in een wolk van zoete alcohol. ‘‘Nou, wil je het weten? Dan zul je het weten ook. Dan zal ik je zeggen hoe jij je moeder hebt vermoord, kleine klier. Doe je ogen dicht, maar blijf wakker.. Je zeurde om een beest. Florrie wil poes, Florrie wil hond, wil muis. God mag weten van wie je dat hebt. Je hield niet op met zeuren, je was een vreselijke zeur. Essie besluit een goudvis voor je te kopen, een goudvis in een kom. Hou je ogen dicht. In de winkel bedenkt ze zich. Ze koopt wat ruimers. Een accubak met kiezeltjes en plantjes en een plastic zakje met twee goudvissen. Essie gaat de zoldetrap op met die kloterig zware bak. En ze stapt mis… waardoor? Omdat jij je bed uit kwam natuurlijk, omdat je weer wat had te zeuren.’’



Hoe is de verhouding tussen vertelde tijd en verteltijd?

De vertelde tijd is het tijdsbestek dat in een verhaal of deel van een verhaal besproken wordt.

In een verhaal worden een bepaald aantal bladzijden/regels/woorden gebruikt om een bepaald tijdsbestek in het verhaal te omschrijven. Dit wordt de verteltijd genoemd.

Het verhaal begint wanneer Florrie 19 is. Ze werkt dan enkele jaren op D’ Meihof en woont daarna nog 8 jaar bij Alice. Ik schat dat de vertelde tijd een jaar of 12 is.

Er worden enkele bladzijden gebruikt om over de periode van Lena te vertellen. Daarna wordt de verteltijd als het ware langzamer, soms wordt er voor een kwartier een hele bladzijde gebruikt. Op het einde, wordt een sprong gemaakt van 8 jaar.



In welke historische tijd speelt het verhaal? Geef passages uit de tekst

Uit het boek is moeilijk op te maken in welke tijd het verhaal zich afspeelt. Waarschijnlijk spelen de gebeurtenissen zich af in de eind jaren tachtig. Het Muziektheater waar Florrie als garderobejuffrouw werkt werd namelijk in 1986 geopend. De schrijfster spreekt van ‘het nieuwe Muziektheater aan het Waterlooplein’. Dat zou dus inderdaad kunnen betekenen dat de gebeurtenissen zich afspelen rond 1987.

Daarna heeft Florrie nog 8 jaar met Alice samengewoond, en doet ze navraag over één van de gasten. Bij het Mauritshuis dat ze bezoekt wordt gesproken over de ex-directeur van het museum, die in het pension woonde. Hij was nog gesignaleerd bij de laatste grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis. Deze vond plaats in 1996.



Karakterisering (innerlijk en uiterlijk) van de belangrijkste personages
De belangrijkste persoon is de 19-jarige Florrie. Haar moeder is gestorven toen Florrie 4 jaar was, haar vader heeft ze nooit gekend. Ze is opgegroeid in de Pijp en grootgebracht door haar hatelijke tante, Lena. Tante Lena geeft Florrie overal de schuld van; van de dood van haar moeder en de ziekte van Lena zelf. Florrie neemt zoveel mogelijk afstand van Lena en is daardoor al vroeg zelfstandig en volwassen. De roodharige Lena is een vreselijk mens en spreekt geen vriendelijk woord tegen haar nichtje.

De directrice van het pension, Alice Müller, is een vriendelijke, toegankelijke vrouw, neemt alle regeltjes niet zo nauw en is een goede gastvrouw. Alice is een simpele vrouw van middelbare leeftijd.

Dan is er de kunstschilder Faan Fagel. Faan is erg opdringerig, vooral naar Florrie. Ook roddelt hij veel en is hij de persoon die alle ophef rondom Emile Waterman veroorzaakt. Deze kunsthistoricus Emile Waterman zegt veel te weten over kunst en gaat ieder weekend naar zijn vrouw in Engeland.

De dweepzieke Claudia Tutein is weduwe, en wil een biografie over haar overleden echtgenoot schrijven. Dan is er nog de licht neurotische Daphne Glasz, die voor een uitgever werkt. Ze heeft zwart haar, meestal in een knotje gestoken. Samen met musicoloog Herman Peski is ze de jongste van de gasten. Peski is een lange, magere man met dik bruin haar en doorgaans erg vriendelijk.

Tot slot verblijft het vreemde, gepensioneerde echtpaar Stalpert in het pension.



Beschrijf de relaties tussen de belangrijkste personages

Lena is de zus van de moeder van Florrie en daarmee is Florrie het nichtje van Lena. Na het overlijden van Lena’s zus trekt Florrie in bij haar tante. Florrie wordt opgevoed door Lena, maar eigenlijk zorgt Florrie meer voor Lena dan andersom.

Alice Müller stelt Lena aan als hulpje in het huishouden op D’ Meihof, Alice is de werkgever van Florrie en zorgt tevens voor Florrie’s onderdak.

Alice Müller is leidt het pension, Herman Peski, Claudia Tutein, Emile Waterman, Daphne Glasz, het echtpaar Stalpert en Faan Fagel zijn haar gasten. De gasten ontbijten, lunchen en dineren met elkaar en houden lange, filosofische gesprekken en discussies. Het gezelschap van mislukte schilders, dichteressen, filosofen en andere artistiekelingen is zeer apart, en het is zeer onwaarschijnlijk dat de wereld nog veel van deze kunstenaars horen zal horen.



Beschrijf de rollen die de personages spelen
Florrie, de belangrijkste personage heeft de rol van hoofdpersoon. Ze is toe aan een ander leven, wil Lena vergeten. Een ander leven krijgt ze, Lena overlijdt en Florrie vindt werk op D’ Meihof.

De meeste hoofdpersonen hebben vijanden, nu is dit bij Florrie niet écht het geval. Wel heeft ze een vreselijke hekel aan Lena, en Lena aan haar. Tante Lena wordt afgebeeld als een slecht, gemeen, oneerlijk en vreselijk persoon. Je kunt zeggen dat ze de slechterik in het verhaal speelt.

Faan Fagel speelt de verrader, hij verspreidt alle roddels over Emile Waterman.

Alle andere gasten hebben min of meer dezelfde rol, ze zijn niet perse helpers of tegenstanders. Hetzelfde geldt voor Alice Müller. Alle personages komen uiteindelijk anders uit de hoek dan verwacht.



Beschrijf of de hoofdpersoon zijn doel bereikt. Waarom wel/niet?

De hoofdpersoon heeft haar doel bereikt, ze heeft een baantje gevonden en haar verschrikkelijke tante is uit haar leven verdwenen.



Geef beargumenteerd aan of de belangrijkste personages karakters zijn of typen

Karakters zijn veelzijdig en onvoorspelbaar en een karakter maakt bijna altijd een ontwikkeling door in het boek. Van types kent de lezer het innerlijk niet, hier wordt alleen het uiterlijk beschreven. Types zijn veel oppervlakkiger dan karakters en maken vaak geen veranderingen door.

De belangrijkste personages bijna zijn allemaal karakters, ze maken allemaal een ontwikkeling door. Uiteindelijk blijkt dat ze allemaal anders zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. Alleen tante Lena is geen karakter, ze is een type. Ze wordt neergezet als de slechterik, en dat blijft ze, tot haar dood. Ze maakt geen ontwikkeling of verandering door. Andere types die voorkomen in dit boek zijn Mia, de hulpkok, en Rudie Hus. Zij maken ook geen verandering door en worden veel oppervlakkiger beschreven.



Beschrijf het wereldbeeld van de belangrijkste personages

Florrie lijkt me spontaan, avontuurlijk, dapper en moedig. Ze durfde weg te gaan uit haar vertrouwde huis en een baan aan te nemen bij een onbekende vrouw. Ook houdt ze zich goed staande tussen al het geroddel van de gasten. Alice lijkt me een rustige, vriendelijke vrouw met een verrassende kant. Ik had van haar totaal niet verwacht dat ze fraude zou plegen. Alice neemt het allemaal niet zo nauw met de regeltjes, vindt in het leven regels niet zo belangrijk. Alice kent niet veel van de wereld, het pension is haar wereld. De gasten zijn allen artistiek, vreemd en ambitieus. Ze zien zich als de elite van de samenleving, het hogere segment. Ze zien de meeste mensen als minder, dan hen. Allemaal zijn of waren ze best avontuurlijk, als dichters, schrijvers, filosofen en kunstenaars hebben ze veel gereisd.



Beschrijf in hoeverre de personages herkenbaar zijn en jij je met hen kunt identificeren?

Eigenlijk kan ik me met geen van de personages identificeren. De gasten zijn allemaal heel artistiek en nogal vreemd. Alice fraudeert en ook met Florrie kan ik me niet identificeren, omdat ze een heel ander leven leidt dan dat ik heb. Ook is haar jeugd heel anders dan de mijne.



Evaluatie

Geef je beargumenteerde eindoordeel

Ik zou dit boek aan anderen aanraden om te lezen, voor hun boekverslag. Het was makkelijk leesbaar, een leuk verhaal en er zit gebeuren genoeg dingen om je aandacht erbij te houden.

De situaties worden duidelijk beschreven, je kunt je goed inleven en inbeelden in het verhaal. De zinnen zijn logisch opgebouwd en het boek bevat vrij weinig moeilijke woorden.

Het verhaal is vrij realistisch, persoonlijk geef ik de voorkeur aan realistische boeken dus dit sprak mij aan. Het boek is verrassend, leuk, interessant en een prima boek om een boekverslag over te schrijven.

Ik heb het boek met plezier gelezen!



Wat is er veranderd in je eindoordeel, vergeleken met je uitgewerkte persoonlijke reactie van de beschrijvingsopdracht?

Er is eigenlijk niets veranderd, mijn mening is nog steeds hetzelfde. Ik ben nog steeds van mening dat dit een fijn boek was om te lezen, het was verrassend en ik bleef aandacht houden voor het boek.



Ben je tevreden/ontevreden over het uitvoeren van de beschrijvingsopdracht en de verdiepingsopdracht? Waarom?

Ik ben tevreden over het uitvoeren van de beschrijvingsopdracht. Voor sommige vragen was het nodig om nog even de tekst in het informatieboek van Laagland te lezen, andere waren meteen te beantwoorden.



Hoe verliep het lezen van het boek? Vond je het een lastige klus of viel het wel mee?
Het lezen van het boek verliep vrij vlot en gemakkelijk. Er waren af en toe zinnen waarin wat moeilijk woorden werden gebruikt, maar uit de context was wel af te leiden wat deze woorden ongeveer betekenen. Ik heb het lezen van dit boek niet ervaren als moeilijk of ingewikkeld.



Beschrijf wat je moeilijk, verwarrend of onduidelijk vond aan het boek

Eigenlijk ben ik niet tegen moeilijkheden, verwarringen of onduidelijkheden aangelopen. Het boek is helder en duidelijk geschreven, zonder moeilijke taal. Er waren wel een aantal woorden die ik niet kende, maar het was niet nodig om de betekenis van deze woorden op te zoeken omdat uit de context meestal bleek wat het woord ongeveer betekent.



Hoe verliep het uitwerken van de verdiepingsopdracht? Vond je het een lastige, moeilijke klus of viel het wel mee? Beschrijf wat je moeilijk, verwarrend of onduidelijk vond aan de verdiepingsopdracht
Ik vond het maken van de verdiepingsopdracht vrij makkelijk, ik heb geen moeilijkheden ondervonden. Op veel vragen kon ik vrijwel meteen antwoord geven, andere vragen na het nalezen van het informatieboek.



Had je het idee tijdens het werken aan deze slotopdracht dat je vaardigheden en kennis voldoende waren? Wat beheerste je nog niet goed?

De stof van de module beheerste ik goed genoeg om dit boekverslag te maken. Ik heb na het lezen nogmaals de tekst in het informatieboek doorgelezen, zo werd mijn geheugen weer even opgefrist. Daarna heb ik alle vragen moeiteloos kunnen maken.



Wat ga je de volgende keer anders doen? Waarom?

Eigenlijk zijn er geen dingen die ik de volgende keer anders ga doen, het maken van het boekverslag ging me vrij makkelijk af en ook het lezen van het boek verliep vlot. Ik hoop dat dit de volgende keer ook het geval is!

REACTIES

H.

H.

de samenvating klopt niet helemaal (vooral de volgorde)

11 jaar geleden

A.

A.

ik vind dat je boekverslag perfect is en snap niet waarom je een onvoldoende hebt!

7 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De laatste gasten door Mensje van Keulen"