Examenkandidaten gezocht!
We zoeken nog een aantal examenkandidaten die (voor moneys) hun frustraties, verdriet, of blijdschap willen uiten na afloop van de examens. Solliciteer voor 3 maart als eindexamenvlogger!

Meedoen

De kleine Johannes door Frederik van Eeden

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
Boekcover De kleine Johannes
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3627 woorden
  • 2 juli 2014
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 6.5
4 keer beoordeeld

Boekcover De kleine Johannes
Shadow

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrij…

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt i…

Ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden. Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven. In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen. De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.

De kleine Johannes door Frederik van Eeden
Shadow
ADVERTENTIE
Dit zijn de 5 irritantste type leraren

Die ene docent die altijd met een koffieadem over je heen hangt tijdens de uitleg van een lastige wiskundeformule of de veel te jolige gymnast: sommige leraren lijken meer op karakters uit een sitcom dan op echte docenten. En de irritantste? Dat zijn deze 5 types 👇

Bekijk ze hier

            A. Opbouw

Titel:

De kleine Johannes. Ik denk dat er twee betekenissen achter deze titel zitten. Ten eerste is een betekenis, dat Johannes nog een kleine jongen is: hij moet nog volwassen worden, qua lichaam en qua geest.

Ten tweede denk ik dat het ook terugslaat op dat Johannes steeds kleiner wordt, voordat hij het schilderij “Wollewei” binnengaat.

 

Opdracht:

            ‘Aan mijn vrouw’. Hiermee bedoeld hij Martha van Vloten. Ze verloofden in 1879 en  trouwden in 1886. Ze kregen twee zonen. Hun huwelijk liep echter in 1907 stuk, door de vele buitenechtelijke relaties van Frederik.

Maar toen dit boek werd gepubliceerd in 1887, waren ze net een jaar getrouwd en (waarschijnlijk) nog helemaal gelukkig met elkaar.

 

Hoeveel delen:

            De kleine Johannes verhalen bestaan in totaal uit drie delen. Het eerste deel is veruit het bekendst, de andere twee zijn veel minder bekend. Deel twee en drie komen bovendien ongeveer 20 jaar later uit (1905 en 1906).

 

Hoeveel hoofdstukken:

            Het boek heeft 14 hoofdstukken. Deze hebben geen naam, maar zijn genummerd met Romeinse cijfers.

 

Voorkant:

            Op de voorkant van het boek, staan met even grote letters de titel en de auteursnaam. De voorkant is geel met groenige letters. Er staat een plaatje op van Frederik van Eeden. Er staat nog onderaan, in kleinere letters, ‘salamander klassiek’. Daaronder staat nog ‘querido’.

De voorkant heeft geen speciale band met de inhoud van het boek. Alleen wordt het gewoon duidelijk door wie het boek is geschreven en wat de titel is.

 

Achterflap:

            Op de achterkant staat een stukje over Frederik van Eeden en een samenvatting.

 

            B. Tijd

Verteltijd:

            Het boek heeft in totaal 160 pagina’s.

 

Vertelde tijd:

            De vertelde tijd is van kind naar volwassenen.

 

Historische tijd:

            Het speelt zich af in dezelfde tijd als Frederik van Eeden leefde, dus zo rond de tweede deel van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Je merkt dit door de industrialisatie, dus een indirecte aanwijzing.

 

Thematische tijd:

            In het boek wordt verteld dat er seizoenen voorbijgaan en alle seizoenen komen dus aan bod. Verder was er in die tijd qua literatuur de neoromantiek. Het belangrijkste kenmerk hiervan is ook de alledaagse werkelijkheid te ontvluchten, wat Johannes doet.

 

Verschijningstijd:

            Dit boek is uitgegeven in 1887.

 

            C. Structuur

Chronologie:

            Het verhaal is chronologisch, maar niet volledig. Er zitten hier en daar een paar flashbacks in (weinig!), als Johannes terug denkt aan gebeurtenissen in het verleden.

Dit is volgens mij gewoon gebruikt met duidelijkheid als functie.

Verder zit in het tweede deel van het verhaal een flashforward, want dan ziet Johannes zijn eigen, volwassen lichaam begraven liggen.

 

Verhaallijn:

            Het verhaal heeft maar gewoon één verhaallijn, die van Johannes en zijn avonturen.

Wel zijn het meerdere ‘delen’, die staan voor de fases van het leven van Johannes.

 

Begin verhaal:

            Het verhaal begint ab ovo, dus bij het begin. De eerste échte gebeurtenis (na een inleidend begin over de jongen) is dat Johannes in een bootje stapt, wat hem verboden is. Hierna ontmoet hij ook Windekind.

 

Eind verhaal:

            Het eindigt dat Johannes weer naar de mensen terug wilt / gaat. Het is een gesloten einde, want je weet dat hij uiteindelijk weer bij de mensen terecht komt.

Het aller-allerlaatste is dat Frederik van Eeden zegt dat hij misschien nog wel een keer over Johannes zal schrijven, maar dan niet in sprookjesvorm.

Ik vind dat het voor een hechte structuur zorgt, omdat het einde en het begin duidelijk met elkaar verbonden zijn. Hij gaat de mensenwereld uit als kind en komt er weer terug in als volwassene.

 

Wat is mijn mening hierover?

            Ik vind de structuur goed gekozen. Zo is het een echt sprookje. Als het einde was weggelaten en je niet zou weten of hij in de fantasiewereld zou blijven of zou terugkeren naar de mensenwereld, zou het geen volledig sprookje zijn. Hetzelfde als je niet zou weten of (bijvoorbeeld) de zeven geitjes het nog wel zouden redden. Dus dat vind ik een goede keuze van Frederik.

 

            D. Personages

Hoofdpersoon:

            Johannes:

Johannes begint zijn leven als een klein kind; natuurlijk. Johannes is een jongetje dat op zoek is naar een betere wereld dan de mensenwereld. Hij is dol op de natuur en heeft een grote fantasie. Hij is ook op zoek naar de zin van het leven. Hij leeft samen met zijn vader (in het begin).

Er zijn veel betekenissen van de naam ‘Johannes’. Zoals:

  • Jahweh is genadig,
  • God is verzoenend,
  • Liefderijke man, vervuld van broederlijke mensenliefde,
  • De Heer is genadig,

Ik vind nummer 3 er sowieso niet echt bijhoren, want hij was nou niet echt mensen lievend. Alhoewel hij uiteindelijk wel terugkeert naar de mensenwereld. Ik heb opgezocht en Frederik is inderdaad katholiek (geworden), dus die achtergrond zou nog kunnen, maar dan snap ik de betekenis niet meer echt.

Over zijn uiterlijk kom je niet veel te weten.

Over zijn innerlijk krijg je dus wel wat te weten, zoals ik net al zei. Hij is erg nieuwsgierig en houdt van de natuur en van dieren (hij heeft een kat en een hond). Hij is op zoek naar de zin van het leven.

 

Over de volgende opdracht: ik had al een hele samenvatting over sommige bijfiguren gemaakt, toen ik erachter kwam dat je alleen de relatie hoeft te noteren. Maar ik heb de samenvatting alsnog laten staan. En verder zijn alle bijfiguren flat characters en helpers (op hun eigen manieren)

 

Bijfiguren:

            Windekind:

Windekind is een elf. Hij leert Johannes over de natuur en de dieren. Windekind heef teen hekel aan de mensen: ze zijn dom, milieuvervuilend en heerszuchtig!

Qua fases staat Windekind voor het kind, het jong, het kleutertje.

Windekind verkleint Johannes aan het begin van het verhaal en neemt hem mee naar de fantasiewereld. Windekind is ook vrij jaloers, want hij wilt niet dat Johannes met Wistik omgaat (daarom tovert Windekind hem weer groot)

Windekind komt uiteindelijk weer bij Johannes terug, maar Johannes kiest uiteindelijk voor de mensheid in plaats van Windekind.

 

Windekind heeft een goede relatie met Johannes, al loopt Johannes na een tijdje van hem weg, doordat hij Wistik interessanter vindt. Uiteindelijk wilt hij terug naar Windekind, maar kan hij hem niet meer vinden. Op het einde van het boek ziet hij Windekind nog, maar hij kiest uiteindelijk toch voor de mensenwereld. 

 

Wistik:

Wistik is een kabouter. Hij is op zoek naar ‘het ware boekje’, het boekje met alle antwoorden. Hij wilt graag alles weten. Hij is erg blij als hij Johannes tegenkomt, want die zou het boekje kunnen vinden.

Als Johannes bij Robinetta is en de bijbel leest, vertelt Wistik hem dat de bijbel niet ‘het boekje’ was. (het blijkt dat het boekje niet bestaat)

Als Johannes weg moet bij Robinetta, komt hij nog even terug bij Wistik. Ze zoeken samen naar de sleutel voor het kistje, maar ze kunnen hem niet vinden; daarom verlaat Wistik hem.

Wistik staat niet voor de fase van de puberteit, maar net iets daarvoor. Hij staat voor alle vragen (van jongeren) zonder antwoorden.

 

Wistik heeft geen goede relatie met Windekind, want hij ‘pakt’ Johannes af van hem. Wistik heeft een neutrale relatie met Johannes, want ik heb het idee dat Wistik niet een echte vriend van hem is.

 

            Robinetta:

Robinetta is een figuur uit de tweede fase, de jeugdfase / de puberfase. Ze staat voor seksualiteit. Ze worden verliefd en krijgen een relatie, maar die loopt stuk door de verschillen over religie / God (de vader van Robinetta stuurt Johannes weg). Robinetta heeft altijd een roodborstje (staat voor gids naar eventueel een hogere wereld) bij haar. Ook heeft ze de lach, ogen en stem van Windekind. Ze komen in eerste instantie met elkaar in contact doordat Wistik ‘het’ boekje zoekt en Robinetta wilt hen helpen.

Robinetta ziet hij ook in een graf liggen, bij de flashforward aan het eind van het boek.

 

Robinetta heeft dus een relatie gehad met Johannes, maar haar vader verbiedt haar nog met hem te praten. Dit gebeurt nadat Johannes iets lelijks over de bijbel heeft gezegd.

 

            Pluizer:

Pluizer staat voor de studententijd. Hij leert Johannes over de zin van het leven en de dood. Volgens Pluizer heeft het leven geen zin, en dat de mensheid er ook geen betekenis achter moet zoeken.

Hij laat aan Johannes ook al het leed in de stad zien. En Pluizer is degene die Johannes zijn eigen graf laat zien, waar Johannes van flauw valt.

Hij blijft een tijdje bij Pluizer om te studeren, maar dat wordt onderbroken, omdat ze terug gaan naar Johannes’ vader, die op sterven ligt. Pluizer wilt, als Johannes’ vader is gestorven, proefjes op hem proberen. Johannes verbiedt hem dit en ze beginnen te vechten, en Johannes wint. Pluizer dacht dus dat hij macht had over Johannes, maar dit was niet zo.

 

Pluizer heeft geen goede relatie met Johannes en ook niet echt met Hein. Pluizer denkt dat hij Johannes in zijn macht heeft, maar op het laatst blijkt dat niet zo te zijn. Hein zegt dat Johannes er goed aan heeft gedaan om met Pluizer op de vuist te gaan, dus daar neem ik uit op dat Hein en Pluizer ook geen hele goede relatie hebben.

 

Doel van de hoofdpersoon:

Johannes zoekt de waarheid. Uiteindelijk vindt hij dit, vind ik, wel. Hij komt erachter dat het leven geen zin heeft.

Hij kom hier achter, doordat hij steeds op reis gaat met alle verschillende bijfiguren. Deze leren hem stuk voor stuk ‘de waarheid’.

Hij neemt de belangrijke beslissing om weg te gaan bij Windekind, een relatie aan te gaan met Robinetta, Pluizer tegen te houden als hij een proefje wilt doen op zijn vader en toch terug te gaan naar de mensenwereld.

Ik denk dat ik in de meeste gevallen hetzelfde zou hebben gedaan, alleen zou ik denk ik niet in het begin in het bootje zijn gestapt, want ik zou niet zoiets durven, denk ik!

En verder was ik misschien wel niet weggegaan bij Windekind. Ik vind Windekind namelijk schattig!

 

Waarden en normen:

            Johannes is het niet eens dat Pluizer in zijn vader wilt gaan snijden / zijn vader wilt onderzoeken. Hij vindt dat niet kunnen.

Verder heb ik niet echt een duidelijke waarde of norm gevonden.

 

Mijn mening:

            Ik zou het ook niet goed vinden als iemand in mijn overleden vader zou willen snijden. Dus daar ben ik het volkomen mee eens. Ik kan me best wel in Johannes verplaatsen, al vind ik het moeilijk om soms in zijn kinderfiguur te verplaatsen. Ik vind Johannes sympathiek, al vind ik hem soms een beetje irritant. Hij wilt álles weten. Hier heb ik niet zo’n last van.

 

            E. Vertelinstantie

Vertelinstantie:

            Het is verteld door de alwetende verteller. Ik vind dat je dit het beste kan zien aan de eerste regel van het boek:

“Ik zal u iets van de kleine Johannes vertellen.” Hier zie je goed dat het over een alwetende verteller gaat.

Er is sprake van een wisselend perspectief, want als het over Johannes gaat, gaat het over de ‘hij’ vorm en in de eerste zin is het de ‘ik’ vorm.

Het is een onbetrouwbaar perspectief. De alwetende verteller hoeft niet altijd de waarheid te vertellen en verder volg je het verhaal door de ogen van Johannes. Hij vertelt hoe alles gaat door zijn ogen, niet heel objectief dus.

Ik vind het een goed gekozen perspectief, want zo zie je het verhaal nog meer via de ogen van een ‘kind’, of hoe de hoofdpersoon denkt in die levensfase. Het had dus ook een ‘ik’ vorm kunnen zijn, maar ik denk omdat die al in de inleiding wordt gebruikt, dat die niet ook nog eens als Johannes’ visie dient. Er wordt geen dubbelperspectief gebruikt.

 

Focalisatie:

            Eerst wordt dus verteld vanuit de alwetende verteller (zie het citaat hierboven).

Dan daarna wordt er verteld vanuit het standpunt van Johannes.

“Johannes leerde en luisterde, ijverig en geduldig’ – dagen en maanden lang.”

 

            F. Thematiek, motieven, opdracht en motto

Onderwerp:

            Opgroeien.

 

Motief / motieven:

            Keuzes in je leven:

Het boek gaat over keuzes maken. Johannes moet steeds weer kiezen. Stap ik in het bootje, ja of nee? Ga ik met Wistik mee, of blijf ik bij Windekind? Er blijven maar keuzes komen voor Johannes.

 

            Verschil tussen natuur en stad:

In het begin leeft Johannes in een groot huis, in de natuur. Hij is helemaal gek op de natuur. Pluizer laat hem als hij meer volwassen is de stad zien, hoe vervuilend, vies en walgelijk de stad eigenlijk is.

 

            Waarheid:

Steeds komt Johannes weer te staan naar de vraag wat de waarheid is. Hij komt erachter dat de bijbel niet de waarheid is, of het boek met alle antwoorden. Zo komt hij steeds weer de waarheid tegen.

 

Thema:

            De zoektocht naar de waarheid en de zin van het leven.

Het boek gaat gewoon over de zin van het leven zoeken, die Johannes dus probeert te vinden. En de antwoorden op de vragen in leven, ‘het boekje met alle antwoorden’.

 

Motto of opdracht:

            Dit heb ik al verteld aan het begin van mijn boekverslag, bij opbouw. Hier heb ik het nog een keer gekopieerd.

            ‘Aan mijn vrouw’. Hiermee bedoeld hij Martha van Vloten. Ze verloofden in 1879 en  trouwden in 1886. Ze kregen twee zonen. Hun huwelijk liep echter in 1907 stuk, door de vele buitenechtelijke relaties van Frederik.

Maar toen dit boek werd gepubliceerd in 1887, waren ze net een jaar getrouwd en (waarschijnlijk) nog helemaal gelukkig met elkaar.

 

            G. Meningen

Recensie:

 

NBD|Biblion recensie
De bekende Tachtiger (1860-1932) schildert hier het geestelijk groeiproces van een kind, de kleine Johannes. De ontwikkeling van jongen tot man wordt in vier stadia weergeven: de tijd van de fantasie (Windekind), de periode van vragen stellen (Wistik), de periode van onderzoek (Pluizer) en het stadium waarin het goddelijke wordt gezocht. In subtiele bewoordingen worden de mens en zijn godsdienst bekritiseerd. Johannes beleeft het conflict tussen gevoel en materialisme en ondergaat de strijd tussen schoonheidsbeleving en goedheid. Het gevoel overwint, de schoonheid wordt erkend en in goedheid wordt geleefd. Dit klank- en kleurrijke natuursprookje boeit een grote lezerskring vanaf 13 a 14 jaar. Aan deze uitgave is een relevant gedeelte toegevoegd uit 'Tweespalt', de Van Eeden-biografie van Jan Fontijn. Heruitgave in een reeks goedkope maar zeer verzorgde gebonden uitgaven op pocketformaat van binnen- en buitenlandse literaire klassieken. Normale druk, vrij krappe marge.
 

(Biblion recensie, Redactie)

 

http://www.dekleinejohannes.com/salamander-klassiek.php

 

Eigen mening:

            Ik vind inderdaad ook dat het subtiel wordt gedaan. Het is niet dat hij de mensheid vol bekritiseerd, maar hij laat het zijn karakters doen. Ik weet niet precies wat de recensent wil zeggen met klank- en kleurrijk…

Ik vind het op zich wel een leuk boek. De stijl is natuurlijk ouderwets, waardoor het soms iets lastiger is en soms ook wat saaier om te lezen. Verder vind ik de inhoud van het verhaal leuk bedacht, ook al is het voor kinderen! Het is leuker om te lezen dan een saai boek dat nergens over gaat!

Ook vind ik dat de mensheid aardig wat tekort komt, dat inderdaad de steden (ook al zien die er heel anders uit dan in die tijd) er soms belabberd uitzien. En ook ik vind de natuur heel mooi!

Verder vindt er niet zoveel drama plaats in het boek, waardoor je niet écht meeleeft met Johannes. Je volgt zijn avontuur, maar daar houdt het mee op.

 

            H. Secundaire literatuur

 

Frederik van Eeden werd op 3 april 1860 in Haarlem geboren. Zijn werk als poëet en arts werd vooral gekenmerkt door zijn levenslange zoektocht naar een sociale en ethische filosofie
Van Eeden studeerde in Amsterdam medicijnen en was, samen met Willem Kloos en Albert Verwey, een van de oprichters van De nieuwe gids. In 1894 verliet hij de redactie omdat hij vond dat zijn mederedactieleden te weinig aandacht hadden voor de zogenaamde "ethische schoonheid", maar ook was de Lieven Nijland affaire hier debet aan. Van Eeden stuurde vanaf 1892, onder het pseudoniem Lieven Nijland, brieven naar de redactie van De Nieuwe Gids, waarin scherpe kritieken op zijn eigen werk werden geleverd. Dit met de bedoeling om te weten te komen hoe anderen over hem dachten. Dit werd niet door de gehele redactie als een geslaagd experiment ervaren. Hij was en is echter wel een van de belangrijkste Tachtigers.

Later in zijn leven had hij als arts een praktijk in Bussum. Aldaar startte hij een kliniek voor natuurlijke therapie. In 1898 kreeg deze kliniek een vervolg in Walden, een landbouwkolonie vernoemd naar en gebaseerd op de ideeën van Thoreau. Veel van zijn tijdgenoten keken spottend neer op de sobere levenswijze die hier betracht werd. Later zou van Eeden zijn Walden-experiment zelf ook hekelen in Het beloofde land (1909).
Frederik van Eeden had een veelzijdige persoonlijkheid en hij zocht zijn ethiek in verschillende hoeken; van Hindoeïsme tot in de oprichting van een internationale bond van genieën, die invloed zouden moeten gaan uitoefenen op de machthebbers van de grote naties in de wereld. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is deze bond echter nooit aan beïnvloeding toegekomen. Na veel twijfels en teleurstellingen werd Van Eeden in 1922 lid van de Rooms Katholieke kerk.
Ondanks dat Van Eeden, voornamelijk in het buitenland, bekend was om zijn idealistische sociale theorieën, had hij zijn beroemdheid te danken aan zijn literaire werk. Als eerste trok hij aandacht met het symbolische sprookje De kleine Johannes (1885, het eerste hoofdstuk verscheen eerder in het eerste nummer van De Nieuwe Gids). Het lied van schijn en wezen, waarvan het eerste gedeelte in 1895 verscheen, is een lang filosofisch gedicht, vormgegeven in kunstige terzinen. Zijn psychiatrische ervaringen zorgden voor het materiaal waaruit de roman Van de koele meren des doods (1900) zou ontstaan. Naast gedichten en novellen schreef van Eeden ook nog vele toneelstukken en vertaalde hij een aantal werken van Tagore in het Nederlands.

Op 16 juni 1932 overleed Van Eeden te Bussum. 

Pseudoniemen: Guido, Lieven Nijland, Cornelis Paradijs, Varius

 

            I. Literatuurgeschiedenis

Verschijningsjaar:

            1887.

 

Historische en culturele bijzonderheden:

            Industriële revolutie. Verder kan ik niet zoveel vinden over culturele bijzonderheden.

 

Voorbeelden uit het boek:

            Als Johannes met Pluizer in de stad gaat kijken, zien ze de industrialisatie. Ook hebben ze het erover.

 

Literatire ontwikkelingen:

            De Tachtiger en de Nieuwe Gids.

 

Voorbeelden uit het boek:

            Johannes hield erg veel van de natuur, wat kenmerkend is van de Tachtigers. De Nieuwe Gids werd uitgegeven door de Tachtigers, dus die had dezelfde kenmerken. 

Overhoor jezelf

Deze quiz is gemaakt op basis van het Zeker Weten Goed verslag.

Waarom staan volgens Windekind de krekels boven alle diersoorten?
Als Johannes Windekind ontmoet heeft gaat hij naar een feest. Waar vindt dit feest plaats?
Er komen verschillende dieren in het verhaal voor. Welke dieren komen er niet in voor?
Meerdere antwoorden mogelijk
Johannes moet op een gegeven moment een boekje zoeken. Wie helpt hem als eerste daarbij?
Is de volgende stelling juist of onjuist?
Johannes gelooft in God.
Wat zegt Pluizer of het boekje en sleuteltje dat Johannes moet vinden?
Wat gebeurt er met de vader van Johannes?
Wat is Johannes' voornaamste doel?

REACTIES

C.

C.

Ik zit op het rembrandt-college in Veenendaal (zat jij daar ook?)en ik moet precies dezelfde opdracht maken! Ik kwam er af en toe niet uit, maar nu gelukkig wel, bedankt!

9 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De kleine Johannes door Frederik van Eeden"