Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

De junival door Jan Wolkers

Beoordeling 4.5
Foto van een scholier
Boekcover De junival
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 1471 woorden
  • 16 oktober 2004
  • 4 keer beoordeeld
Cijfer 4.5
4 keer beoordeeld

Boekcover De junival
Shadow
De junival door Jan Wolkers
Shadow
ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Uitgever
De Bezige Bij
Eerste druk
November 1982
Ik heb gelezen
De eerste druk Achtergrondinformatie schrijver Jan Wolkers is geboren op 26 oktober 1925 te Oestgeest. Zijn debuutroman is: Serpentine’s Petticoat (1961, verhalen). Hij schrijft : romans, korte verhalen, toneel, essays, autobiografie. Bijzonder was het dat hij prijzen weigerde, zoals de literatuurprijs van Amsterdam (1966). Hij gaf de geldprijs terug uit protest tegen het politieoptreden tegen de provo’s tijdens en na het huwelijk van Beatrix en Claus. De Constantijn Huygenprijs (1982)en de P.C. Hoofdprijs (1989) weigerde hij ook. Hij weigerde de prijs omdat hij naar zijn eigen mening al zo’n 20 jaar meesterwerken schreef, dus die prijs al veel eerder had moeten krijgen. De busken-Huetprijs in 1991 voor de essay bundel: “Tarzan in Arles” aanvaardde hij wel. Op het Nederlands Filmfestival in 1999 werd een top-twintig van de Nederlandse film van de eeuw gepresenteerd. “Turks fruit” eindigde op de eerste plaats. Structuur van het boek Het boek heeft 115 bladzijden. Het is verdeeld in 30 korte hoofdstukken van ongeveer 2 á 3 bladzijden. De hoofdstukken zijn niet getiteld, maar hebben alleen een cijfer.
Ruimte en tijd - Het boek speelt zich af in Amsterdam waar hij woonde - De waddeneilanden waar hij op vakantie ging - Oestgeest waar heel veel herinneringen uit zijn jeugd vandaan komen. Personages - De hoofdpersoon: Rene: Hij is 50 jaar oud,schrijver en alleenstaand. - Zijn poes Voske: Roestkleurig zwart gevlekte poes met bonte staart. Zij hield erg veel van muziek en van voetbal (dan kon ze drie uur op zijn schoot liggen) - Zijn moeder: Zij was bang voor katten. Volgens haar kwam dat doordat een verwilderde kater tegen haar was opgesprongen toen zij nog een klein meisje was. Inhoud Het boek beschrijft de herinneringen van de schrijver aan zijn overleden poes en moeder. En gebeurtenissen uit zijn jeugd. Hij begint het verhaal over zijn poes en daarna over zijn moeder, om daarna weer op zijn poes terug te komen. Het lijkt bijna of hij ze vergelijkt. Over zijn poes schrijft hij, hoeveel ze van een bepaalde muziek hield. En dat haar lievelingseten tonijn uit blik was. Waarvan ze samen aten. Ook moest Voske zijn vriendinnen goedkeuren. Wanneer ze iets onaardigs over de poes zeiden, zette hij ze onmiddellijk buiten de deur. Zijn moeder was bang voor Voske en bleef dus altijd uit zijn buurt. Enkele maanden voordat zij beiden dood waren, sprong de poes plotseling op moeders schoot. Ze was eerst een beetje bang, maar algauw ontspande ze zich en de poes draaide zich in haat schoot en viel in slaap. Wanneer hij gaat verhuizen neemt hij de vijgenboom mee met een grote kluit
om zo de as van Voske ook mee te kunnen nemen. Hij verpakt hem helemaal in plastic zodat er geen as weg kan vliegen onderweg. Dan legt hij de foto’s van Voske en zijn moeder bij elkaar en eet het laatste overgebleven blikje tonijn van Voske op, terwijl hij in zijn nieuwe tuin zit en kijkt naar de boom. Titel De junival doet de schrijver terug denken aan de tijd dat de peren van de bomen vielen en hij aan eerbewijs voor zijn moeder onder de perenboom ‘tekende’ met stukjes mos. Zijn moeder was heel belangrijk voor hem. Thema De dood van zijn poes en zijn moeder. Eigen mening Ik vond het een heel mooi boek, vooral ontroerend hoe hij over zijn poes en moeder schreef. En vooral de liefde die hij voor ze voelde. De dood van de poes heb ik vooral heel zielig gevonden, misschien wel omdat ik zelf ook een oude poes heb en besefte hoe erg ik het zou vinden om dit mee te maken. Ik vond alleen het steeds verwisselen van poes naar moeder en dan weer terug naar poes verwarrend. Belevingsopdracht 1. Vertel wat jij het allerbelangrijkste stuk uit het boek vond. Ik heb gekozen voor het stuk waar Voske dood is en hij haar laat cremeren bij iemand die dode laboratorium dieren cremeert. De laatste tocht van ons samen regende het net zo als bij de eerste keer. Toen ik wakker werd en door de ramen keek, die glazuurachtig gegeseld werden door een dikke zomerregen, drong het langzaam tot me door, door de verdoving van de slaap, dat Voske dood was. In de kamer lag ze stijf tussen de rozen op het zilveren kussen waar een vochtplek om haar kop in zat van druppels die uit haar bekje moesten zijn gelopen. Geknield ging ik bij haar zitten en streelde het harde lichaam. Er sprongen vlooien bij haar vandaan. Toen er een op mijn arm sprong pikte ik hem automatisch op en wilde hem tussen mij vingers fijndrukken. Maar toen ik eraan dacht dat hij vol zat met bloed van Voske liet ik hem vrij. Ik boog voorover en drukte mijn gezicht tegen het kopje. Ontstellend koud was het. Veel kouder dan in de winter wanneer ze buiten geweest was en ik haar oppakte om tegen me aan verwarmde. Het was geen gezonde winterkou die van buiten uit kwam. Waaraan je voelde dat het voorbij was. Voor de deur lag de zwarte kater met zijn poten gekruist op de stoep in de regen. Geen centimeter week hij opzij toen ik langs hem liep met de zwarte koffer waarin ik Voske had gelegd op een blauwe doek met de rozen om haar heen. Ik zette de koffer op de voorbank naast me waar ze altijd gezeten had als we met vakantie gingen. De tas met de Chinese pot om haar as in mee te terug te nemen zette ik op de achterbank. Voor ik de stad uitreed ging ik naar een muziekhandel en kocht de orgelconcerten van Händel op cassette voor in de auto. De muziekhandelaar raadde mij aan ze in de uitvoering van Harnoncourt te nemen. ‘het is een jachtige tijd, meneer’ zei hij met een vage glimlach. Onderweg, terwijl ik naar de muziek luisterde voelde ik weer haar nagels door mijn kleren, scherp als doornen, toen ze als katje van nauwelijks een pond tegen me op vloog toen ze door een stugge Dobermannpincher achterna gezeten werd. Ik zag haar weer op het balkon, doezelig en beroerd van de injectie tegen hondsdolheid, opgerold in de plantenbak liggen alsof ze laveloos was. En ik dacht eraan hoe voorzichtig ze mijn ogen een voor een opende als ik volgens haar te lang doorsliep. Alsof mijn oogleden met een marshmallow open werden geaaid. De angst die ik de laatste jaren had uitgestaan dat ze iets zou krijgen dat haar zoveel pijn zou bezorgen dat ik verplicht zou zijn haar een spuitje te laten geven. Op de parkeerplaats van het laboratorium bleef ik even in de auto zitten luisteren naar de muziek waar de roffel van de gestage regen op het dak van de auto doorheen sloeg. Ik deed de koffer open en keek naar haar. Uit het dashboardkastje haalde ik een zakkammetje en kamde zorgvuldig haar pels en vooral het mooie lichte puntje aan haar staart terwijl ik het gevoel had dat ik naar haar keek door een bril met hele dikke galzen. Door het laboratorium liep ik naar de achterkant van het gebouw. Ik kende de weg. Op de binnenplaats kwam uit de zwarte schaduw van een rode beuk een gedrongen man met een massief rond hoofd te voorschijn die ik in gedachte in Shakespeariaanse grove gevoeligheid als de portier ui Macbeth hoorde zeggen: ‘here you may roast your goose. But this place is to cold for hell.’ Hij zei dat hij de ovenist was en ik gaf hem zonder aarzelen de tas met de kostbare en breekbare Chinese pot. Terwijl hij voor me uit naar het ovenhuis liep gaf hij bijna met enthousiasme een forse maat aan met zijn harige armen en vroeg of de kat groot was. Ik ging achter hem aan naar binnen en deed de koffer open. ‘Wat een prachtige vacht’ zei hij. ‘hij glanst helemaal, u hebt er nog even een kammetje doorheen gehaald.’ Hij deed de oven open en liet me zien dat hij er van ovenstenen een kleine ruimte in had gemaakt omdat de as anders weggeblazen zou worden. Terwijl ik Voske er zelf van hem in mocht leggen en de rozen om haar heen schikte, zei hij dat hij maar één brander aandeed. Toen sloot hij de oven en drukte een knop in. Toen hij later ter controle de oven een beetje opendeed zag ik een pootje van Voske dat vlam aan het vatten was. Ik heb dit stuk gekozen, omdat het heel erg op mij in werkte. Vooral omdat ik zo van mijn eigen poes houd. En steeds overal in plaats van Voske mijn eigen poes Mioe zag, en besefte hoe het voor hem geweest zou moeten zijn om je kat dood te zien gaan en te zien cremeren. Ik voelde mij erg verdrietig nadat ik dit hoofdstuk had gelezen. De schrijver lijkt mij een hele aardige man.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De junival door Jan Wolkers"