De herberg met het hoefijzer door A. den Doolaard

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 2277 woorden
  • 26 september 2006
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 24 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1933
Pagina's
142
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De herberg met het hoefijzer
Shadow
De herberg met het hoefijzer door A. den Doolaard
Shadow
Titel: De herberg met het hoefijzer
Auteur: A. den Doolaard
Druk: Derde druk
Jaar van uitgave: 1934
Pagina’s: 142 bladzijden
Eerste druk: 1933
Uitgeverij: Querido’s Uitgeverij n.v.

Samenvatting:
Na zes maanden werken op het Londense hoofdkantoor van de Trepca Mining Company, moet Erwin Raine, geoloog en explorateur, plotseling zijn paspoort inleveren, en als hij twee dagen later bij de Directie geroepen wordt, weet hij wat hem te wachten staat. Hij krijgt de opdracht om naar de Noord-Albanese Alpen te gaan, het gebied tegen de Joegoslavische grens, omdat daar lonende koperlagen aanwezig moeten zijn. Raine bedenkt zich niet langer en stemt toe.
Zijn verloving was namelijk net drie dagen geleden verbroken.

Drie dagen later komt Raine te Scutari aan. Hij neemt zijn intrek in een klein, donker herbergje te Scutari, genaamd ‘Grand Hotel London,’ maar stond beter bekend als ‘de Herberg met het Hoefijzer.’ Er hangt namelijk een hoefijzer aan de deurpost als teken van geluk. In de herberg ontmoet Raine een jongen van vijftien jaar, Leonard. Leonard komt bij het volk van de Malissoren vandaan, maar hij is de bergen ontvlucht. Waarom? Dat is voor Raine een raadsel.
Raine leert dat bij de Malissoren iemand van veertien jaar een man is, met de opdracht zijn eer en die van zijn familie te verdedigen.
De eerste avond gaat Raine weg om nog wat informatie op te halen. Als hij die avond terugkomt, ziet hij dat het hoefijzer er niet meer hangt en als hij op zijn kamer is aangekomen, ziet hij dat ook zijn revolver verdwenen is. Leonard heeft het meegenomen en er wat geld voor in de plaats gelegd, daarna is hij vertrokken.
Raine besluit om ook de bergen in te gaan, hij vindt een gids en ze gaan samen op pad. De gids vertelt Raine over de Malissoren; de rijkdommen van de Malissoren zijn hun vrouwen en hun eer voor de familie. Deze eer wordt met het geweer verdedigd. De gids vertelt Raine een verhaal over een man, die zijn vrouw achterliet om ergens ver te gaan werken. De man, genaamd Raouf, zei tegen zijn jongere broer dat hij op zijn vrouw en bezit moest passen. Maar die vrouw had een minnaar en die is gisteravond doodgeschoten door de jongere broer, van vijftien jaar oud.
Raine denkt meteen aan Leonard en wil weten hoe het afgelopen is.
Er is een revolver gevonden, waar de letter ‘R’ is in gekrast. Nu weet Raine zeker dat het om Leonard gaat, en dat hij de moord met zijn revolver heeft gepleegd. Die ‘R’, die Raine er had ingekrast, staat natuurlijk voor Raine. Raine vertelt dit aan de gids.
De gids vertelt verder, Raine is de bergen ingevlucht. Hij was wel verraden, maar is daarna weer bevrijdt door een groep gemaskerde Malissoren. Later zal Leonard zijn verrader doodschieten.
Na een paar dagen komt Raine met zijn gids aan in een dorpje, zij komen bij de woning van een priester die Raine hartelijk ontvangt. Hier mag hij verblijven.

De priester en Raine raken met elkaar aan de praat. De priester, genaamd pater Jozef, vertelt dat hij was verbannen naar deze streek en heeft de Malissoren bekeerd. Samen hebben ze het over een nieuwe wet die de bloedwraak verbiedt. Natuurlijk komen ze zo ook op Leonard, die zich hier niet aan heeft gehouden.
De volgende dag zwerft Raine wat rond door de bergen, op zoek naar koperlagen waar hij uiteindelijk voor gekomen was.
Als hij die avond thuiskomt, hoort hij de pater met iemand praten. Het is Leonard, die de pater om vergiffenis en zijn zegen vraagt. De pater wil Leonard zijn zegen niet geven en Leonard vertrekt.
Toch krijgt pater Jozef er spijt van, dat hij Leonard zijn zegen niet heeft gegeven, daarom gaat hij samen met Raine naar hem op zoek. Ze zijn echter niet de enigen, er zitten ook acht gendarmes, dat is een soort politie, achter hem aan, die hem willen arresteren. Ze zien dat Leonard schiet op de gendarmes. Eén wordt er geraakt, maar daarna wordt Leonard geraakt. Leonard gooit de revolver naar Raine, dat had hij immers beloofd. Leonard sterft. Pater Jozef en Raine begraven hem.
Twee weken later komt Raine met zakken vol monsters aan in Scutari. Hij stuurt een telegram naar zijn baas, om te vertellen over zijn vondst, zijn baas had
namelijk van tevoren gevraagd om dat te doen.
In de herberg hangt het hoefijzer weer aan de deurpost, Leonard heeft het na zijn daad teruggehangen.
Als Malissoren nu de Herberg met het Hoefijzer binnengaan, blijven zij een moment stilstaan op de drempel, nemen hun schedelkapje af en leggen plechtig de hand op het hart, terwijl zij strak naar het verroeste stuk ijzer staren, dat voor hen voorgoed het teken der vrijheid geworden is.

Titelverklaring:
Het boek draagt de titel ‘De Herberg met het Hoefijzer.’ Erwin Raine, de hoofdpersoon van het boek, overnacht in deze herberg omdat het grote hotel in Scutari vol is. Deze herberg heet eigenlijk ‘Grand Hotel London,’ maar in de volksmond staat het bekender als ‘De Herberg met het Hoefijzer,’ omdat er boven de ingang een hoefijzer hangt. Hier werd eens een opstand beraamd, die goed is afgelopen en grote gevolgen voor Albanië heeft gehad.
Leonard neemt dit hoefijzer mee als geluksamulet. Na zijn dood wordt het weer teruggehangen en sindsdien is het hoefijzer voorgoed een teken van vrijheid voor de Malissoren.

Thema:
Het thema van het boek is de tegenstelling tussen eer en wet. Het eerste element wordt vertegenwoordigd door Leonard en de andere Malissoren die trouw zijn aan de rijkdommen van hun volk en deze willen behouden, het tweede element wordt vertegenwoordigd door de regering, de gendarmes en de nieuwe wet die de bloedwraak verbiedt.
Dit thema is te omschrijven als een conflict tussen mensen onderling.

Motto:
Het boek heeft geen motto.

Motieven:
Drie belangrijke motieven, die samen het thema vormen, zijn:
De opvattingen van de Malissoren over eer en trouw;
Het nieuwe wetsvoorstel die de bloedwraak verbiedt;
Het doel van een pater in een dorp.

Vertelsituatie:
Dit boek is geschreven in de vorm van een personaal verhaal (hij/zij-verhaal).
Voorbeelden:
Drie dagen later kwam Raine te Scutari aan;
De jongen hield ineens op met scheren;
Raine voelde zich droevig;
Achter de deur hoorde hij de zware stem van pater Jozef.

Dit boek is, zoals u ook in bovenstaande voorbeelden kunt lezen, in de verleden tijd geschreven.

Tijd:
Het verhaal speelt zich af tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het precieze jaartal is niet helemaal duidelijk. Op de laatste bladzijde van het boek staat ‘Jezersko-Mavrovo (Joegoslavië) 1933.’ Het kan dus zijn dat het verhaal zich in dit jaar heeft afgespeeld.
De vertelde tijd is 2 á 3 weken.

De opening van dit verhaal is een opening-in-de-handeling. Je zit meteen in het verhaal, er wordt niet eerst iets verteld over Raine zelf. De functie ervan is dat je meteen weet dat hij op reis gaat voor zijn werk.
Het slot van dit verhaal is een gesloten einde. Leonard sterft en het hoefijzer, dat Leonard had meegenomen als geluksamulet, hangt weer op zijn eigen plaats. Het hoefijzer is nu voorgoed het teken van de vrijheid voor de Malissoren.
Het verhaal is dus aan de ene kant goed en aan de andere kant slecht afgelopen.
Het verhaal verloopt chronologisch.
In het verhaal zit geen flashforward, maar wel één grote flashback. Dat is als de gids aan Raine een verhaal gaat vertellen over de gebeurtenis van Leonard. De functie daarvan is dat je te weten komt wie het pistool heeft gestolen van Raine, en wat diegene ermee heeft gedaan.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in de Noord-Albanese Alpen, wat tegen het voormalige Joegoslavië ligt. De belangrijkste plaatsen wil ik beschrijven:

Scutari: Een stad dat tegen de voormalige Joegoslavische grens ligt. Als je dit plaatsje binnenkomt, zie je een oosters uitziende stad. Er is een bergmeer vol diepgroene drijvende eilandjes. Het is een stad met stoffige straten. Op de hoek van een pleintje zonder naambord, recht tegenover een moskee met een afbladderende minaret zie je een donkere herberg. Op de roze pui staat in versleten letters ‘Grand Hotel London.’ Oftewel ‘de Herberg met het Hoefijzer.’ Hier verblijft Raine tijdens zijn zoektocht naar lonende koperlagen in Noord-Albanië.

De Herberg met het Hoefijzer: Hier verblijft Raine tijdens zijn zoektocht naar lonende koperlagen in Noord-Albanië. De Herberg met het Hoefijzer is een donker, knus herbergje. Leonard, een Malissoor, is er knecht. Hij scheert mannen.

Het huis van pater Jozef: In het huis van pater Jozef raken Raine en pater Jozef met elkaar aan de praat. Pater Jozef vertelt Raine vanalles over de Malissoren. Als je dit huis binnenkomt, zie je een donkere wenteltrap. Als je die oploopt, kom je in een grote woonkamer. Er brandt meestal een haardvuur, langs de wanden lopen brede balken.

Ook speelt er een gedeelte van het verhaal zich af in de natuur, en dan met name in de bergen. Raine zoekt hier naar lonende koperlagen, en Leonard vlucht deze bergen in na de dood op de nieuwe minnaar van zijn schoonzus.

Hoofdpersonen:
Erwin Raine:
Hij is geoloog en explorateur, werkt voor de Trepca Mining Company en wordt naar Joegoslavië gestuurd voor onderzoek naar koperlagen. Hij heeft pas zijn verloving verbroken en is daar geestelijk kapot van. Raine is intelligent en heeft een talenknobbel, ook is hij erg avontuurlijk. Raine heeft een prettig en open karakter. Hij is geïnteresseerd in het leven van de Malissoren en voelt sympathie voor hen. Hij heeft er veel verdriet van dat Leonard sterft, hij had namelijk veel respect voor deze ‘man’ gekregen.

Leonard:
Hij is een trotse Malissoor uit de stam van Sjosj. Hij is als knecht in dienst bij de Herberg met het Hoefijzer, waar Raine logeert. Met zijn vijftien jaren oud is hij een ‘man’ die zijn eer en die van zijn familie moet verdedigen. Leonard is erg dapper. Wanneer Leonard bloedwraak pleegt omdat zijn schoonzus een minnaar heeft, vlucht hij de bergen in omdat gendarmes hem achtervolgen. Hij pleegt uiteindelijk zelfmoord, zo redt Leonard nog zijn eer. Ook hecht hij veel waarde aan beloftes, hij geeft bijvoorbeeld op het laatst toch de revolver terug aan Raine.

Bijpersonen:
De gids:
De gids is een trotse Malissoor uit het Skelzengebergte. Hij wordt aangenomen door Raine om de weg te vinden in de bergen, waar hij naar koperlagen zoekt. De gids vertelt Raine vanalles over de Malissoren.

Pater Jozef:
De franciscaan pater Jozef is een sterke persoonlijkheid. Hij heeft ook zwakke kanten, maar is zelf altijd de eerste die daarop wijst. Hij is al voor twintig jaren naar de Noord-Albanese Alpen verbannen en heeft een verandering gebracht in het leven van de Malissoren. Ze verbouwen nu betere groenten, hebben betere huizen en de bloedwraak komt nog maar nauwelijks voor. Alleen bij ontrouw wil hij de bloedwraak rechtvaardigen.

Taalgebruik:
Het taalgebruik is niet hetzelfde zoals wij het gebruiken, dat komt omdat het boek voor het eerst in 1933 verscheen. Het taalgebruik is dus verouderd, maar ondanks dat is het meeste wel goed te begrijpen.
Voorbeelden:
Na tien schreden stonden ze in het donker van het bosch;
Een lang vlak dal tusschen hooge granietwanden in hoefijzervorm;
Door het valsche licht van den komenden storm klonk het geklaroen van een heldere jongensstem.

Biografische gegevens van de auteur:
A. den Doolaard is het pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra, geboren in 1901 in Hoenderloo. Zijn ouders waren Kornelis Spoelstra en Alida Hunningher. Zijn vader was Nederlands-hervormd predikant, en was veel van huis. Eerst woonde het gezin te Zuid-Afrika, vervolgens in Den Haag, waar Cornelis de HBS bezocht. Doordat vader Spoelstra veel van huis was, was Spoelstra zelf erg zelfstandig geworden en omstreeks zijn zeventiende besloot hij te breken met kerk en geloof. Wel behield hij zijn ethisch-christelijke bevlogenheid.
Na zijn eindexamen aan de HBS in Den Haag en het overlijden van zijn vader ging hij als boekhouder werken bij BPM. Hij vond dit werk saai, maar hield het vol door zijn vrije tijd door te brengen met literaire vrienden als Albert Kuyle en Jan Campert. Toen hij 27 was, zei hij het kantoorleven vaarwel en ging reizen door Frankrijk en de Balkan. Hij schreef verschillende romans die gebaseerd zijn op zijn ervaringen daar. Spoelstra besloot om van de pen te gaan leven.
Vanaf 1921 tot 1932 schreef hij vitalistische verzen en in die tijd koos hij voor het pseudoniem A. den Doolaard. In dit pseudoniem is verborgen wat kenmerkend was voor Spoelstra: zwerven en dolen. De drang tot zwerven was Spoelstra aangeboren: zijn vader hield er ook van.
In de jaren dertig schreef Spoelstra zijn belangrijkste werken. Hij schreef onder andere vitalistische verzen, reisverslagen en romans.
In 1930 trouwde Spoelstra met Daisy Roulôt. Uit dit huwelijk werd één dochter geboren. Na de echtscheiding in 1935, trouwde hij in 1937 met Johanna Maria Wilhelmina Meijer. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij fel tegen het fascisme en antisemitisme als lid van de SDAP. Vanuit Engeland was hij een bekend spreker van Radio Oranje, dit heeft ook zeker de verkoop van zijn boeken bevorderd.
Na de oorlog maakte hij reizen naar onder andere Joegoslavië, Thailand, India en de Verenigde Staten.
Op latere leeftijd was hij bestuurslid en vice-voorzitter van de schrijversorgani-satie Internationaal PEN, waarbij het hem vooral om de persvrijheid ging.
Zijn werken zijn in veel talen verschenen en staan bekend om de avontuurlijke en spannende, emotionerende verhalen. In 1994 overlijdt hij in Hoenderloo, zijn geboorteplaats.

Overzicht van de werken van de auteur:
1926 De verliefde betonwerker (gedichtenbundel)
1931 De druivenplukkers
1933 De Herberg met het Hoefijzer
1934 Oriënt Express
1936 De grote verwildering
1938 Wampie
1938 Een zorgeloze zomer
1939 De bruiloft der zeven zigeuners
1947 Het verjaagde water
1956 Het land achter Gods rug
1958 Het leven van een landloper (over zijn eigen leven)
1960 Grieken zijn geen goden
1971 Ogen op de rug

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

Er staat: De gids vertelt verder, Raine is de bergen ingevlucht. --> Raine moet zijn Leonard!

Verder wel een hele goede samenvatting!

11 jaar geleden

Andere verslagen van "De herberg met het hoefijzer door A. den Doolaard"