Elke schooldag wakker worden met een meme? Laatste nieuws en blogs zien? Handige stories of video's voor school? Of lekker dm'en met ons?



Volg ons nu op Instagram


Bibliografische gegevens
Schrijver: Willem Frederik Hermans
Titel: De donkere kamer van Damokles
Uitgever: G.A. van Oorschot
Plaats van uitgave: Amsterdam
Gelezen druk: negenentwintigste druk
Jaar gelezen druk: 1988
Jaar eerste uitgave: 1958
Aantal bladzijden: 335

Samenvatting
Wanneer de moeder de vader van Henri Osewoudt vermoord heeft, wordt hij als 12-jarig jongetje bij zijn oom Bart Nauta gedumpt in Amsterdam. Daar gaat Osewoudt naar school. Hij heeft eigenlijk helemaal geen vrienden en de enige met wie hij contact heeft is zijn oerlelijke nicht Ria, die hem ‘s nachts mee naar bed neemt en 7 jaar ouder is. Osewoudt zelf is ook niet knap en heeft een te hoge stem en geen baardgroei. Op 18-jarige leeftijd trouwt hij met Ria. Osewoudt zet de sigarenzaak van zijn vader voort en zijn moeder komt bij hem inwonen. Moorlag woont er ook en is een student.

                                      
Osewoudt wordt afgekeurd bij de militaire dienst, omdat hij een halve centimeter te kort is. Wel gaat hij bij de stadswacht en toen de oorlog uitbrak, mocht hij te wacht houden bij een postkantoor. Hij komt in contact met Dorbeck, die luitenant van de landmacht is. Deze geeft hem een fotorolletje dat Osewoudt moet ontwikkelen. Dorbeck lijkt als twee druppels water (vandaar de titel van de verfilming) op Osewoudt en toch is hij ook heel verschillend. Hij heeft ruw, zwart haar en een baard, eigenlijk heeft hij alles wat Osewoudt graag zou willen hebben. Na de capitulatie geeft Osewoudt aan Dorbeck een kostuum te leen, en begraaft hij Dorbecks uniform in zijn tuin. Als Dorbeck later het kostuum komt terugbrengen, geeft hij Osewoudt nog enkele films. Deze moeten ontwikkeld worden en dan naar E.Jagtman, Legmeerplein 25-111 in A’dam-West worden opgestuurd. Als de films zijn ontwikkeld, staan er alleen zwarte vlekken op, zodat Henri ze niet durft op te sturen. In plaats daarvan koopt hij een Leica (fototoestel) en maakt zelf foto’s van militaire objecten. Daarna krijgt hij steeds meer opdrachten van Dorbeck en raakt hij betrokken bij het verzet. Hij moet bijvoorbeeld samen met ene Zewuster in Haarlem twee mannen neerschieten. Daarbij wordt hij gevolgd door de zoon van de drogist in Voorschoten en die verraadt hem. Als Osewoudt het filmpje ontwikkelt, dat Dorbeck hem gegeven had, staat op één van de foto’s Dorbeck met twee vriendinnen voor het huis in de straat waar Osewoudt de twee mannen heeft neergeschoten. De hele familie Jagtman komt om het leven als een brandend vliegtuig op hun huis neerstort.


Nadat Osewoudt 3 jaar niets van Dorbeck gehoord heeft krijgt een brief met het verzoek de foto’s te zenden naar Postbus 234 in Den Haag. Hij gaat kijken wie de brief ophaalt: het blijkt een heilsoldate te zijn. Enkele dagen later wordt hij opgebeld door Elly Sprenkelbach Meijer. Zij zegt dat ze uit Engeland komt en toont hem later een van de foto’s, die Osewoudt aan Dorbeck heeft gestuurd. Hij brengt haar dan naar oom Bart, maar als hij in Voorschoten terugkomt, hoort hij van Moorlag, dat de Duitsers hem hebben opgewacht en zijn moeder en Ria opgepakt zijn. In Leiden krijgt hij een nieuw persoonsbewijs dat op naam van Filip van Druten staat.

Hij wordt verliefd op Marianne Sondaar, die zijn haren zwart verft. Nu lijkt Osewoudt helemaal op Dorbeck. Marianne heet eigenlijk Mirjam Zettenbaum, maar heeft haar naam veranderd omdat ze Joods is. Osewoudt vindt een onderduikadres en gaat foto’s ontwikkelen voor Labare. Later ziet hij Marianne weer en vraagt haar of zij valse identiteitspapieren naar Elly wil brengen, maar Elly blijkt verdwenen te zijn. Dan geeft Dorbeck hem weer een opdracht: hij moet in de stationswachtkamer van Amersfoort een vrouw in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm ontmoeten. Samen gaan ze naar Lunteren om de Gestapoman Lagendaal uit de weg te ruimen. Osewoudt vermoordt tevens zijn vrouw en de echte leidster van de Nationale jeugdstorm. De vrouw(die zich hé jij noemt), wordt later in de trein aangehouden; Osewoudt wordt gearresteerd als hij met Marianne in de bioscoop zit en op het doek een oproep tot zijn aanhouding verschijnt. Hij wordt gemarteld, opgenomen in een ziekenhuis, en weer bevrijd door Cor een ome Kees. Deze twee willen hem echter geen onderduikadres bezorgen en dat is wel wat vreemd. (Later kende Dorbeck hen ook niet en was het waarschijnlijk een list van de Duitsers om achter Osewoudts schuilplaats te komen)Osewoudt gaat terug naar Labare en ziet Marianne ook weer. Hij vertelt haar over Dorbeck en zichzelf: “Ik heb nooit geweten, dat ik het mislukte exemplaar was tot ik Dorbeck ontmoette.” Hij vindt dat hij alleen bestaansrecht kan krijgen, als hij Dorbecks opdrachten uitvoert. ‘s Nachts wordt hij weer gearresteerd en later door Ebernuss bevrijd. Ebernuss zoekt Dorbeck en neemt Osewoudt mee als een soort lokaas naar de plaats waar Dorbeck vermoedelijk zal opduiken. Osewoudt ontmoet Dorbeck daar inderdaad en krijgt gif om Ebernuss te vermoorden, en daarna gaan ze er samen in Ebernuss’ auto vandoor. In een leegstaand huis maakt Osewoudt met de Leica voor de spiegel een foto van Dorbeck en zichzelf. Dorbeck vertelt hem, dat Ria samenwoont met de verrader, de zoon van de drogist in Voorschoten en Osewoudt flipt. Hij krijgt van Dorbeck een verpleegsters- uniform om Marianne, die zwanger is, in de kraamkliniek te kunnen bezoeken. Als hij daar aankomt, kan hij Marianne niet bezoeken, maar krijgt hij het lijkje van zijn kind te zien. Hevig geschokt en vol tranen rent hij weg, op weg naar de sigarenwinkel. Hij vermoordt eerst Ria, daarna de Duitser, die hem een lift had gegeven, en vraagt dan een pastoor om hulp.

Met hulp van een illegale arts komt hij de grens tussen het bezette en het door de geallieerden bevrijde gebied over naar Breda. Hij wordt naar Engeland gebracht en verhoord. Vervolgens wordt hij weer naar Nederland gebracht, maar wordt ook daar niet vrijgelaten. Er wordt namelijk beweerd, dat in de Duitse stukken staat, dat hij een handlanger van de Duitsers is.

Er is niemand die het tegendeel kan bewijzen. Dorbeck is onvindbaar, Jagtman en Moorlag zijn dood, Mirjam zit in een kibboets in Israël en is onbereikbaar. Ze geloven Osewoudt allemaal niet meer en zijn van mening dat hij alles verzonnen heeft. Osewoudt komt met het idee om zijn Leica op te sporen, omdat die kan bewijzen dat Dorbeck echt bestaat. Als Osewoudt dan het filmpje ontwikkelt, waarop hij samen met Dorbeck op de foto zou staan, blijkt deze foto mislukt. Henri Osewoudt rent naar buiten en wordt neergeschoten.

“Het bloeden moet worden gestelpt! Riep pater Beer. Hij sloeg Osewoudt’s kamerjas open en knoopte ook het pyjamajasje los. Maar aan de handen van pater Beer zaten minder vingers dan Osewoudt kogelgaten in zijn lichaam had.”


Titelverklaring

De titel van het boek is: ‘De donkere kamer van Damokles’. Het woord ‘Damokles’ in de titel komt van ‘het zwaard van Damocles’ dit duidt de voortdurende dreiging in het boek aan.

De dreiging tijdens de operaties die Osewoudt uitvoert voor Dorbeck en de dreiging aan het einde van het boek tijdens het proces van Osewoudt.

De donkere kamer staat voor de donkere kamers waar de foto’s ontwikkeld worden die een belangrijk motief in het verhaal vormen. Dit kan ook slaan op de donkere kamer waarin de foto van Osewoudt en Dorbeck wordt gemaakt, deze foto mislukt en hierdoor kan Osewoudt niet bewijzen dat Dorbeck echt is.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen


Motto

Het boek heeft geen motto, maar wel een naschrift. Dit naschrift luidt: ·“Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niets is.
Men zou kunnen willen zeggen: ‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’
- Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.
Ludwig Wittgenstein

Dit naschrift slaat op de zoektocht naar Dorbeck van Osewoudt. Osewoudt kan Dorbeck nergens meer vinden, niets wijst erop dat hij nog leeft of ooit geleefd heeft. Hij gelooft er zelf echter heilig in dat Dorbeck geleefd heeft. De laatste zin van het naschrift duidt op de vraag of Osewoudt het zich misschien allemaal verbeeld heeft en misschien net als zijn moeder, psychische problemen heeft.

De laatste zin van het naschrift zegt dat iemand niet bestaat, maar er toch is, in je gedachten of fantasie dus.


Historische tijd

Het verhaal speelt zich af van 1932 tot aan 27 december 1945. Deze data worden letterlijk genoemd in het boek. Het verhaal speelt zich dus voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog af. De tweede wereld oorlog is dan ook alles waar het verhaal om draait.


Vertelde tijd

De vertelde tijd loopt dus van 1932 tot aan 27 december 1945 en is ongeveer 13 jaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld, wel wordt er in het begin van het boek gebruik gemaakt van tijdsverdichting en later in het boek worden er enkele tijdsprongen gebruikt.

De verteltijd van het boek is 330 bladzijden. Het boek is verdeeld in 46 episodes, dit zijn hoofdstukken zonder titel. De eerste 30 episodes gaan over de jeugd, het verzet en de periode dat Osewoudt in handen is van de Duitsers, in de vertelde tijd is het boek dan in april 1945. De laatste 16 episodes gaan over de periode dat hij in handen is van de Nederlanders, dit duurt in de vertelde tijd vanaf april 1945 tot zijn dood op 27 december 1945.


 Personages

Henri Osewoudt:
Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier uit Voorschoten, als hij nog heel jong is, vermoordt zijn moeder zijn vader. Zijn moeder wordt in een inrichting geplaatst en Henri moet bij zijn oom Bart Nauta in Amsterdam gaan wonen. Dit heeft een ongelooflijke impact gehad op de jonge Henri. Misschien is dit, buiten de psychische erfenis van zijn moeder, de reden waarom hij zich Dorbeck misschien wel verbeeld heeft. Op de middelbare school heeft hij geen vrienden, het lijkt zelfs alsof hij in een isolement leeft. In deze periode van zijn leven ontdekt hij wat seks is en hij bedrijft dan ook regelmatig de liefde met zijn 7 jaar oudere nicht Ria, met wie hij later trouwt.

Hij is lelijk, smal en klein, heeft de stem van een vrouw en geen baardgroei. Als kind deed hij aan judo om te bewijzen dat hij toch wel stoer was, hierdoor zijn zijn voeten vergroeid

Dorbeck: ·Dorbeck is een man die als twee druppels water op Osewoudt lijkt, alleen heeft Dorbeck zwart haar, een baard en is hij goedgekeurd voor de militaire dienst. Hij is de man die alles wist en Osewoudt zijn opdrachten gaf. Hij is onvindbaar aan het einde van de oorlog, het vinden van Dorbeck is echter heel belangrijk voor Osewoudt, omdat dit zijn leven zal redden. Osewoudt en Dorbeck worden constant voor elkaar aangezien dit zorgt voor verassingen in het nadeel van Osewoudt.


Ria Osewoudt – Nauta:
Ria is de vrouw en tevens een volle nicht van Henri Osewoudt, ze is de dochter van Bart Nauta. Ze is 7 jaar ouder dan Osewoudt. Ze is lelijk en Osewoudt denkt dat ze met hem getrouwd is omdat ze niemand anders kon krijgen.

Bart Nauta:
Bart Nauta is de oom van Henri Osewoudt, hij neemt hem in huis als zijn vader dood is en zijn moeder in een inrichting zit. Hij is socialist en komt hier ook voor uit. Hij laat onder andere Elly Sprenkelbach Meijer een nacht bij hem logeren. Als Osewoudt vast zit, probeert hij van Bart Nauta een verklaring te krijgen dat hij Elly Sprenkelbach Meijer in huis heeft gehad, deze verklaring is echter zo vaag, dat de Nederlanders hem niet geloven.

Elly Sprenkelbach Meijer:
Op een zekere dag krijgt Osewoudt een telefoontje van ene Elly Sprenkelback Meijer, hij moet haar ontmoeten bij het eindpunt van de gele tram in Voorburg. Ze identificeert zich met een van de foto’s die Osewoudt ontwikkeld heeft voor Dorbeck. Elly is overgekomen uit Engeland en heeft dringend onderdak nodig, Osewoudt brengt haar naar oom Bart, deze zet haar na een nacht uit huis omdat hij denkt dat dit het nieuwe liefje van Osewoudt is en dat kan hij niet maken tegenover zijn dochter. Als hij dan ook nog erachter komt dat ze geen geldig persoonsbewijs heeft, zet hij haar de deur uit. Vanaf dat moment verneemt Osewoudt niets meer van haar, later hoort hij dat ze is opgepakt door de Duitsers.

Marianne Sondaar/Mirjam Zettenbaum:
Marianne is een Joodse studente die ondergedoken is. Ze gebruikt de schuilnaam Marianne Sondaar om te verbergen dat ze Joods is. Zij is degene door wie Osewoudts haren zwart worden geverfd. Later worden ze verliefd op elkaar, Marianne krijgt zelfs een kind van hem, dat dood geboren wordt. Ook zij kan Osewoudt niet helpen met het bewijzen van zijn onschuld, aangezien zij in een Kibboets in Israël zit.

Hauptsturmführer Ebernuss:
Wanneer Osewoudt in handen van de Duitsers valt heeft, komt hij in aanraking met Ebernuss. Ebernuss heeft door dat de Duitsers de oorlog aan het verliezen zijn, daarom probeert hij vrienden te worden met Osewoudt, hij besluit zich aan te sluiten bij het verzet. Als ze bij de verzetsmensen aankomen is Dorbeck daar en hij vertrouwt Ebernuss niet.

Ze besluiten Ebernuss te vergiftigen, Osewoudt vergiftigt hem en daarna vertrekken ze uit het huis.


Vertelperspectief

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een alwetende verteller. Over Osewoudt en alle andere personages wordt gesproken in een 3e persoon. Dit heeft niet heel invloed op het verhaal, het is alleen vervelend dat je het idee hebt dat iemand al alles weet en je dat vertelt, terwijl jij zelf nog helemaal niets weet, maar dit wil je wel ontzettend graag weten!


Thema

Het thema van het boek is zelf te werkelijkheid weten en deze werkelijkheid vervolgens niet kunnen aantonen. Het eerste gedeelte is het gedeelte waarin Osewoudt deze werkelijkheid meemaakt en in het tweede gedeelte probeert hij deze werkelijkheid te bewijzen. In het boek zitten een heleboel motieven verwerkt, dubbelganger zijn is daar een van. Osewoudt en Dorbeck lijken als twee druppels water op elkaar en iedereen ziet ze voor elkaar aan.

Ook de foto’s vormen een belangrijk motief in het boek, iedereen identificeert zich hiermee. De tweede wereld oorlog is de gebeurtenis waar alles om draait in het boek. Als dit nooit was gebeurd, was het hele verhaal nooit geschreven.

Liefde komt ook naar voren in het boek, liefde voor vrouwen waar Osewoudt verliefd op is, maar ook de liefde voor zijn moeder. Hij heeft nooit iets gedaan of gezegd waardoor hij uitte dat hij kwaad is op zijn moeder om de moord op zijn vader.

Wanhoop is een belangrijk motief op het einde van het boek. In deze fase van het verhaal is Osewoudt wanhopig op zoek naar bewijzen voor zijn onschuld, hij is zelfs zo wanhopig dat hij zijn eigen dood op zoekt, uit wanhoop rent hij het gebouw uit waarin hij opgesloten zit, daarom vermoorden de Nederlanders hem.

Dit motief ontdekte is pas toen ik mij meer in de achtergrond van het boek ging verdiepen om dit leesverslag te maken. Een verassend motief in het boek is zusterhaat. Ria, de vrouw van Osewoudt, staat symbool voor Hermans’ zus. Hermans haatte zijn zus zoals Osewoudt Ria haat.

‘INHALEN VERBODEN’ is het laatste motief uit het boek, dit is een bordje dat bij de tramrails in Voorschoten hangt. Het slaat op de achterstand die Osewoudt heeft op zijn leeftijdsgenoten, hij zal hen ook nooit inhalen, het lijkt zelfs verboden.


Opbouw

Het boek bestaat uit 330 bladzijden, deze 330 bladzijden zijn opgedeeld in 46 episodes, dit zijn hoofdstukken zonder titels. De eerste 30 episodes gaan over Osewoudts jeugd en zijn verzetswerk. De laatste 16 episodes gaan over zijn pogingen de werkelijkheid aan te tonen.

Het verhaal wordt chronologisch verteld, op enkele terugwijzingen na. Verder wordt er in het begin van het boek gebruik gemaakt van tijdsverdichting. Later in het boek worden er kleine tijdssprongen van enkele weken gebruikt.

Het verhaal heeft een gesloten einde, Osewoudt is dood en hij kan dus niet meer proberen de werkelijkheid aan te tonen.

In het boek is geen sprake van een raamvertelling, als je het verhaal leest speelt het zich in het heden af. Er is ook geen sprake van een cyclische opbouw.

In het boek is wel een 1duidelijke spanningsboog te zien die begint bij de ontmoeting tussen Osewoudt en Dorbeck en eindigt met de dood van Osewoudt, deze duurt dus voort tot het einde van het verhaal.

 

Motieven

Fantasie en werkelijkheid

Zeker omdat het personage Dorbeck nogal wat vragen oproept. Lijkt het alsof Osewoudt de fantasie en de werkelijkheid niet kan scheiden. Dit is eigenlijk niet zozeer een motief dat in het boek speelt, maar wel wat er achter blijft in het hoofd van de lezer.

Fotografie

De fotografie speelt een grote rol, het ontwikkelen en het maken van foto's komt een aantal keer terug. Ook worden foto's voor verschillende doeleinden gebruikt, zo identificeert Elly zich met een foto en probeert Osewoudt later het bestaan van Dorbeck met foto's te bewijzen.


 

Recensie 1

Schrijver:Hermans, Willem Frederik                                                                                    Titel: De donkere kamer van Damokles                                                                           Jaar van uitgave: 2013                                                                                                      Bron: De Morgen                                                                                               Publicatiedatum: 17-04-2013                                                                                        Recensent: Christophe Vekeman                                                                                   Recensietitel: Past W.F. Hermans nog in deze tijd?

Vijfenvijftig jaar nadat 'De donkere kamer van Damokles' van Willem Frederik Hermans verscheen beleeft het boek zijn vijftigste druk in een uiterst prestigieuze uitgave. Van de roman gingen bijna 1 miljoen exemplaren over de toonbank.

Wie ooit de proef op de som heeft genomen zal het zonder meer kunnen bevestigen: vraag aan een willekeurige Vlaamse klas laatstejaarsleerlingen wie er al eens van Willem Frederik Hermans gehoord heeft, en alle wijsvingers blijven werkeloos op de schoolbanken liggen. Natuurlijk is dit deels omdat het alweer achttien jaar is geleden dat Hermans overleed. Toch laat het zich sowieso maar moeilijk voorstellen dat (iemand als) Hermans zich vandaag de dag zou kunnen laten voorstaan op een grote populariteit onder het jonge of zelfs iets oudere volkje. Hermans op Facebook? Willem aan de twitter?

"Het verschil tussen de verkoopcijfers van Mulisch en mij is een kwestie van optimisme", verklaarde hij zelf in 1963. Er valt op deze stelling weinig af te dingen, en er kan ook nog wel een en ander aan toegevoegd worden.

Hermans was een ongemeen veelzijdig schrijver, die niet alleen zomaar uitblonk in het polemiseren tegen ongeveer de volledige rest van de wereld, maar van betreffend genre bovendien een echte kunst heeft gemaakt. Toch, kunst of niet, valt te betwijfelen of het pennenzwaard waarmee hij zo vurig en doeltreffend zijn vijanden te lijf ging heden niet voornamelijk in eigen lijf terechtkomen zou. Agressie, ook wanneer die in hooggestileerde literaire banen richting het papier wordt geleid, staat in een zo gewelddadige maatschappij als de onze allang in een zeer kwade geur, en van wat algauw 'scheldproza' wordt genoemd, hebben heel wat lezers een grondige afkeer.

Reken daarbij dat de bokkinezige Hermans allesbehalve progressief was, om niet te zeggen rechts, zich in menig geschrift tégen de democratisering van het universitair onderwijs heeft uitgesproken, vond dat het met de toestand in Zuid-Afrika onder het apartheidsregime al met al nogal meeviel en zacht gezegd niet op de barricaden stond voor pakweg het homohuwelijk, en je zult begrijpen dat 'politiek incorrect' een ongepast want al te ludiek en onschuldig klinkend etiket is om op zijn persoon en werk te kleven.

Eén woord: chaos
In de late jaren tachtig zag hij de nakende vereniging van Europa met lede ogen aan: het zou, voorspelde hij, de teloorgang van de Nederlandse taal betekenen. "Er zal dan natuurlijk door miljoenen nog een soort wormstekig brabbeltaaltje worden gesproken (...). Maar Nederlandse literatuur zal er dan niet meer worden voortgebracht." Of dat nu wel zo erg zou zijn? Ach. "Er zijn geen goede schrijvers", had Hermans decennia voordien al gesteld in Mandarijnen op zwavelzuur. "Soms ontstaat in ons land een goed boek, dat op het gemiddelde peil geen invloed heeft." Met de schrijvers was het kortom bijkans even slecht gesteld als met de literaire kritiek. Literaire prijzen? Hij wees ze met de trots van de beledigde doorgaans radicaal van de hand.

Voor solidariteit, maakbare mensen, moraal en illusies was in het wereldbeeld van Hermans geen plaats. Zijn filosofie was die van de eenling die niet aan vleierijen en het bakken van zoete broodjes gelooft, maar zich integendeel staande dient te houden in een beschavingsjungle vol levensgevaar, verraad en bedrog. Hoewel, bedrog? Wat valt er te bedriegen of te liegen in een wereld waarin waarheid niet bestaat en de taal een niet te slopen gevangeniscel is waaruit geen mens kan ontsnappen? Uit 'Preambule', het openingsstuk van de bundel Paranoia (1953): "Er is maar een werkelijk woord: chaos."

Deze zienswijze heeft Willem Frederik Hermans in geen andere roman zo accuraat uitgewerkt als in De donkere kamer van Damokles. Hij schreef uitgever Geert van Oorschot voor het eerst over het boek in november 1953, maar het kende vervolgens een zo grillige ontstaansgeschiedenis dat het er meermaals naar uitzag dat het nimmer zou worden voltooid. Aan Gerard Reve berichtte hij in de zomer van 1955: "Tot mijn ongeluk heeft deze Gebroeder Karamasof ( Van Oorschot, CV) een door mij ondertekend contract in zijn bezit, dat hem recht geeft op een roman (...) die ik nog altijd niet heb geschreven en voor zover geschreven, weggegooid." Maar als het boek in 1958 dan toch verschijnt, zijn de recensies over het algemeen lovend en verkoopt het betrekkelijk goed.

Hersenschim
De donkere kamer van Damokles laat zich onder meer lezen als een actiethriller, een oorlogsroman en een psychologisch portret van een Osewoudt geheten bleke jongen, "een klein monster, een rechtopstaande pad" met "witte haren", "gladde wangen" en een "hoge piepstem" die zijn dadeloze leven en apathische persoonlijkheid geheel en al op het conto van zijn weerzinwekkende, meisjesachtige uiterlijk schuift.

Pas als de Tweede Wereldoorlog aanbreekt en hij door ene Dorbeck met allerlei geheime opdrachten belast wordt, begint het ware leven voor hem en voelt hij zich als herboren. Dorbeck, immers, "een man voor wie de wereld zich buigt", is iemand aan wie hij zich letterlijk spiegelen kan: afgezien van het feit dat Dorbeck zwart haar én baardgroei heeft, is hij in uiterlijk opzicht Osewoudts volmaakte dubbelganger. Ze lijken op elkaar "zoals een negatief van een foto lijkt op een positief". Door toedoen van Dorbeck ontpopt de willoze sigarenwinkelier zich als een koelbloedige moordenaar, die weliswaar iets te veel vergissingen begaat om met recht een (verzets)held te mogen heten, maar toch boven zichzelf uitstijgt door het stellen van onverschrokken, manhaftig gedrag.

Het moge duidelijk zijn: Dorbeck verhoudt zich tot Osewoudt zoals een ideaalbeeld van iemand zich verhoudt tot zijn eigenlijke zelf. Maar dat is dan meteen ook het énige wat vaststaat in deze roman, waarin alles wat er gebeurt beschreven wordt vanuit het - onbetrouwbare - gezichtspunt van Osewoudt. Hoe ondoorgrondelijk de realiteit wel degelijk is, en hoe wankel elke aanspraak op het bezitten van de waarheid, wordt overigens wel bewezen door de overvloed aan studies die in de loop der jaren zijn verschenen over de vraag of Dorbeck nu 'echt' bestaat, dan wel louter een gehallucineerde hersenschim van Osewoudt is. Zelfs Hermans liet zich over de kwestie tegenstrijdig uit, en verklaarde nu eens dat het niet anders kon dan dat hij echt bestond (Osewoudt, namelijk, is niet geestesziek), dan weer dat het door de lezer niet viel uit te maken...

Zwart-wittekening
Maar doet het er wel toe? Aan het einde van de roman vertelt een psychiater Osewoudt: "Dorbeck is niets anders geweest dan de personificatie van bepaalde strevingen in je eigen ziel." Het woord 'personificatie' komt eveneens voor in Hermans' essay 'Experimentele romans' (ook daterend van 1958), waar we lezen: "De personen in de roman zullen dus eerder personificaties zijn dan personen." Het was er Hermans kortom niet om te doen 'mensen van vlees en bloed' te scheppen, maar wel om, gebruikmakend van 'zwart-wittekening' (denk aan de haarkleur van Osewoudt en Dorbeck), een 'melodramatische' ideeënroman te schrijven over de onkenbaarheid van wereld en mens. In die zin heeft Dorbeck natuurlijk evenmin bestaan als Osewoudt of eender welk fictief personage, zoals trouwens ook letterlijk in het boek te lezen valt. "Zou het Osewoudt echt bestaan?", vraagt een kind ergens, 'een groot bos' in gedachten. Antwoord: "Nee, het bestaat helemaal niet."

Zo doet De donkere kamer van Damokles zijn titel alle eer aan: Hermans voert je vastberaden bij de hand door een doelloos labyrint heen, en eenmaal terug in de 'gewone' wereld - de roman is uit - blijk je definitief de weg kwijt te zijn. Wat een boek. Wat een schrijver. Hij zou niet meer passen in deze tijd, nee. Hij is er vele maten te groot voor.

 

 

Recensie 2

Schrijver: Hermans, Willem Frederik

Titel: De donkere kamer van Damokles

Jaar van uitgave: 1958

Bron: NRC Handelsblad

Publicatiedatum: 31-10-2012

Recensent: Rob van Essen

Recensietitel: De droom van de schrijver en de lezer

De roman De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans staat centraal tijdens Nederland Leest 2012, de promotiecampagne om Nederlanders aan het lezen te houden en te krijgen.

Nu nog een roman van Gerard Reve, en dan heeft Nederland Leest alle leden van de Grote Drie (of moet je tegenwoordig zeggen de Voormalige Grote Drie?) gehad: in 2008 stond Twee vrouwen van Harry Mulisch centraal, dit jaar (her)leest Nederland De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans.

Vreemde titel, goedbeschouwd, vergezocht en geforceerd. Het klinkt eerder als een novelle van Mulisch dan een roman van Hermans. Maar klassieke titels hebben de goede gewoonte zich los te zingen van hun achterliggende betekenis, en op dat abstracte niveau staat deze titel als een huis, onontkoombaar en vanzelfsprekend, met een mooie sombere klank en een goed ritme. Al zou ik niet graag de scholieren de kost geven die zich in de loop der jaren hebben afgevraagd waarom de man die blijkbaar de eigenaar is van de donkere kamer waar de alles beslissende film wordt ontwikkeld, alleen in de titel bij naam wordt genoemd en verder in het boek niet voorkomt.

Een boek als een labyrint. Henri Osewoudt is niets, een onbeduidend mens. Zijn moeder vermoordde zijn vader, hij trouwde met zijn nicht en drijft een sigarenwinkeltje in Voorschoten. Maar dan: mei 1940, het is oorlog en daar verschijnt Dorbeck, Osewoudts dubbelganger, maar dan met baardgroei en lef. Geheime opdrachten, verzetsdaden, alles in opdracht van Dorbeck. Maar Osewoudt verstrikt zich in het labyrint, wat is goed, wat is fout, aan welke kant staat Dorbeck, aan welke kant staat hij zelf? Na de oorlog wordt hij vastgezet, dat moet een misverstand zijn, dook Dorbeck maar op, die zou alles ophelderen. Dorbeck? Wie is dat, heeft die ooit bestaan?

De Donkere kamer van Damokles is een raadsel zonder sleutel. Of Dorbeck alleen in de fantasie van Osewoudt heeft bestaan of niet, blijft onopgehelderd, boekdelen zijn erover vol geschreven. Maar goedbeschouwd bestaat Osewoudt ook niet echt. Zodra na zijn ontmoeting met Dorbeck zijn oorlogsavonturen beginnen, is van een coherent personage geen sprake. Als er geschoten moet worden, is hij vastberaden, als hij Dorbeck mist, is hij onzeker, als hij alleen met een meisje is, wordt hij een doortastende minnaar, als hij zijn meisje mist, wordt hij een sentimentele correspondent, als na de bevrijding de koningin langskomt, blijkt hij opeens Oranjegezind - geen van deze eigenschappen is verankerd in zijn persoonlijkheid, ze lijken het gevolg van de situatie waarin hij zich bevindt. Alsof hij een reservoir eigenschappen heeft waaruit hij naar behoefte kan putten. Of zijn het eigenschappen van Dorbeck die op dan naar boven komen?

Misschien bestaan Osewoudt en Dorbeck alleen in onderlinge afhankelijkheid. Ergens is een verwisseling opgetreden, kijk maar naar de namen die ze dragen. Osewoudt - een naam voor een held, met de associaties van het Franse oser (durven) en uitgestrekte bossen, een geschikt landschap voor een onverschrokken ridder in oorlogstijd. Dorbeck? Een uiterst geschikte naam voor een onbetekenende sigarettenverkoper met een vrouw die hem bedriegt. Misschien hadden hun levens zich nooit gekruist als ze elkaars naam niet hadden gedragen.

Onopgeloste raadsels gaan langer mee dan opgeloste. Maar dat is niet de enige reden dat De donkere kamer van Damokles een tijdloze indruk maakt. Het komt ook door de kale stijl van Hermans, met veel dialogen en weinig beschrijvingen. Dat geeft de roman snelheid. Tegelijk werkt de combinatie van zakelijke stijl en raadselachtig verhaal vervreemdend. Het doet denken aan Kafka, ook als het gaat om de wanhopige verbetenheid waarmee Osewoudt greep op de gebeurtenissen probeert te krijgen. Als lezer probeer je dat ook. Je rekent op helderheid, maar krijgt droomlogica.

Dat wil niet zeggen dat het verhaal een droom is van Osewoudt. Dat is maar goed ook, niets is zo vervelend als het lezen van andermans droomverslagen. De donkere kamer van Damokles is de droom van de schrijver, en je ervaart de urgentie waarmee hij die droom op papier heeft gezet. Daardoor wordt het ook de droom van de lezer, en dus blijf je gefascineerd doorlezen, ook (of juist) wanneer je doorkrijgt dat het raadsel alleen maar groter zal worden.

Toen ik die droom dit weekend herlas, zag ik vanuit mijn ooghoek opeens de regel: ,,'s Avonds luisterden ze naar radio Niemand." Dat was een vreemde zin. Ik had het dan ook niet goed gezien, er stond: ,,'s Avonds luisterden ze naar de radio. Niemand had iets bijzonders te zeggen."

Toen ik die droom dit weekend herlas, zag ik vanuit mijn ooghoek opeens de regel: ,,'s Avonds luisterden ze naar radio Niemand." Dat was een vreemde zin. Ik had het dan ook niet goed gezien, er stond: ,,'s Avonds luisterden ze naar de radio. Niemand had iets bijzonders te zeggen."

Maar toch - als er ergens wordt geluisterd naar Radio Niemand, dan bij Hermans. Bij Reve kunnen ze nog afstemmen op Radio Maria Moeder van Smarten. Bij Mulisch luisteren ze geboeid naar Radio Mulisch. Bij Hermans is de ether leeg.

Nederland Leest
De leesbevorderingscampagne Nederland Leest is dit jaar voor de zesde keer. Leden van openbare bibliotheken kunnen in de maand november gratis een roman ophalen, een literaire klassieker uit de afgelopen eeuw.

In 2006 begon de campagne met Dubbelspel van Frank Martinus Arion, in 2007 was het De gelukkige klas van Theo Thijssen, in 2008 Twee vrouwen van Mulisch, in 2009 Oeroeg van Hella S. Haasse en vorig jaar De grote zaal van Jacoba van Velde (2010).

Het is de bedoeling dat lezers met elkaar in discussie gaan over het boek en over de vragen die het opwerpt. Zo nodigt het campagneboek uit om van Nederland een maandlang een 'nationale leesclub' te maken.

De campagne is geïnspireerd op het Amerikaanse One Book One City, de campagne die sinds 2001 jaarlijks in Chicago georganiseerd wordt.

Hermans: vlijmscherp en meedogenloos
,,Hermans heeft een meer realistische beschrijving van de werkelijkheid toegevoegd aan de Nederlandse literatuur", zei Gerard Reve tegen deze krant, bij het overlijden van Willem Frederik Hermans (1921-1995). Harry Mulisch, net als Reve eerder een rivaal van Hermans dan een collega, loofde De donkere kamer van Damokles: ,,Al was het beeld van de oorlog dat hij daarin schetste absoluut niet mijn beeld. Ik vond het een oorlog waarin het goede wél van het kwade won."

Hermans hield er een naargeestig wereldbeeld op na: een sadistisch universum van bedriegers en bedrogenen. Bovendien betwistte hij de kenbaarheid van de geschiedenis, de werkelijkheid en van de mens. Dat thema beheerst De donkere kamer van Damokles, een van zijn meest geprezen en gelezen romans. Ook Ik heb altijd gelijk (1951), Nooit meer slapen (1966) en Onder professoren (1975) horen tot zijn romans. Hermans was daarnaast berucht als polemist, vlijmscherp en meedogenloos.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gast

gast